Uitgangsvraag

Hoe dient (multidisciplinaire, gespecialiseerde) wondzorg bekostigd te worden?

Aanbeveling

Geef invulling aan de bekostiging van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg door relevante partijen hierover in gesprek te laten gaan en gezamenlijk tot een financieringsstructuur te komen. De werkgroep adviseert hierbij het integraal tarief in overweging te nemen.

Inleiding

Adequate financiering is een vereiste voor een goede implementatie van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg. Bekostiging van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg vindt momenteel plaats via separate afspraken met de diverse zorgverleners betrokken bij wondzorg. De werkgroep multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg heeft in deze kwaliteitsstandaard nadrukkelijk ingezet op ketenzorg voor wonden met speciale aandacht voor tijdige diagnostiek en het leveren van zorg waar dit het beste kan plaatsvinden, rekening houdende met kwaliteit en kosten. Kortom, zorg in het ziekenhuis wanneer dat moet/noodzakelijk is, en (zoveel mogelijk) in de eerste lijn wanneer dat kan/mogelijk is.

 

De werkgroep is zich ervan bewust dat zij een duidelijke visie kan neerzetten voor de organisatie en kwaliteit van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg en dat zij alleen een advies kan uitbrengen over hoe de bekostigingsstructuur gewenst is. Voor (de organisatie van) een adequate bekostiging zijn diverse andere partijen verantwoordelijk (zoals Zorgverzekeraars Nederland, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Nederlandse Zorgautoriteit). De werkgroep vindt het belangrijk om huidige knelpunten en problemen nader te benoemen. Bekostiging van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg kan georganiseerd worden via integrale tarieven voor ketenzorg, maar mocht dit niet gerealiseerd kunnen worden in een bepaalde regio dan kan het ook via de huidige bekostigingssystematiek geïmplementeerd worden. Integrale ketenzorg bekostiging lijkt niet relevant voor wondzorgcategorie IV.

Referenties

  1. De Bakker, D., Raams, J., Schut, E., et al. (2012). Integrale bekostiging van zorg: werk in uitvoering. Eindrapport van de Evaluatiecommissie Integrale Bekostiging. Den Haag: ZonMw.
  2. Nederlandse Zorgautoriteit (2010). Rapport Ruimte voor Innovatie: De rol en voornemens van de NZa bij innovaties in de zorg. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit.

Overwegingen

Het concept van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg zoals beschreven door de werkgroep in de kwaliteitsstandaard leidt aannemelijk tot:

  • een hoger kwaliteitsniveau dat leidt tot een kortere behandelduur en sneller behalen van het behandeldoel (bijvoorbeeld genezing);
  • alle handelingen en resultaten worden vastgelegd wat leidt tot meer transparantie, vergelijkbaarheid en stuurbaarheid van de resultaten binnen de eigen regio;
  • indirecte besparingen van bijeffecten als gevolg van bijvoorbeeld minder complicaties, afname van de ernst van de complexe wonden, minder recidieven en substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn.

 

Deze verbeteringen in kwaliteit leiden tot een vermindering in de kosten per patiënt. Dit maakt kwaliteitsbekostiging mogelijk zoals sommige verzekeraars reeds benoemen in hun huidige inkoopbeleid (regiefunctie complexe wondzorg).

 

De werkgroep is van mening dat eerst voldaan moet worden aan een aantal aspecten voordat over gegaan kan worden op uitkomstbekostiging:

  • organisatie van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg zoals beschreven in deze kwaliteitsstandaard;
  • bekostiging van de gehele ketenzorg in plaats van separate bekostiging van de betrokken zorgverleners;
  • kwaliteitsregistratie waarbij gespiegeld kan worden aan best practices;
  • leerperiode van best practices.

 

In het geval van een integraal tarief lijkt het de werkgroep verstandig om tarieven af te spreken op basis van het onderliggend lijden omdat de complexe wond niet bestaat en diagnostiek een centrale rol speelt bij multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg. Daarnaast adviseert de werkgroep om eerst regionaal in kaart te brengen welke kosten momenteel gemaakt worden voor multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg (nulmeting) waarbij onder andere een analyse plaatsvindt op basis van coderingen, zorgproducten en gebruik van hulpmiddelen.

 

Verder bouwend op het concept van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg zoals beschreven in de kwaliteitsstandaard zou dit bijvoorbeeld kunnen betekenen dat een organisatie, het expertteam, belast is met de organisatie van de regionale multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg en de betaling van de zorgverleners. Door gebruik te maken van het expertteam in de bekostiging kan beter invulling worden gegeven aan:

  1. substitutie van zorg met behoud hoogwaardige kwaliteit;
  2. preventie van nieuwe wonden.

 

Deze twee punten werden onder andere benoemd door de Evaluatiecommissie Integrale Bekostiging in 2012 (Bakker, 2012). Daarnaast kan integrale bekostiging van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg belemmerd worden doordat het vooral chronische zieken betreft met verscheidene aandoeningen/ multi-morbiditeit waar ook reeds ketenzorgtrajecten voor georganiseerd zijn. Tot slot beschrijft de commissie dat contracteren vaak lastig verloopt omdat weinig inzichtelijk is welke kwaliteit geleverd wordt. Daarom vindt de werkgroep dat het inzichtelijk maken van geleverde kwaliteit prioriteit heeft.

 

Met name bekostiging en kwaliteitsanalyse van de gehele keten beschouwt de werkgroep als een essentieel punt omdat zowel kwaliteit als kosten sterk beïnvloed worden door ieders afzonderlijke inbreng binnen de keten. Een wond die slecht geneest en niet tijdig wordt aangeboden voor nadere diagnostiek en behandeling levert ook verder in het behandeltraject hoge kosten en mogelijk een slechtere uitkomst op. De werkgroep adviseert het veld hier de komende jaren verder invulling aan te geven door de opties van ketenzorg financiering nader te analyseren in samenspraak met zorgverzekeraars, VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Terecht schrijft de NZa in haar rapport ‘Ruimte voor Innovatie’ (2010): “In de zorg is het minder vanzelfsprekend dat veranderingen die de consument als verbetering ervaart voor de aanbieder rendabel zijn” (Nederlandse Zorgautoriteit, 2010). Onder andere bij procesinnovaties, zoals ketenzorg, kan het dan ontbreken aan extrinsieke prikkels tot participatie in innovaties. Adequate bekostiging van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg is volgens de werkgroep essentieel om deze kwaliteitstandaard ook in de dagelijkse praktijk te laten landen.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 20-06-2018

Laatst geautoriseerd : 20-06-2018

Module Regiehouder(s) Jaar van autorisatie Eerstvolgende beoordeling actualiteit Frequentie van beoordeling op actualiteit Wie houdt toezicht op actualiteit Relevante factoren voor wijzigingen in aanbeveling
1 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk
2 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk
3 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk
4 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk
5 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk
6 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk
7 NVVH 2018 2020 Over twee jaar Wondplatform  Praktijk

Initiatief en autorisatie

Initiatief : NVVH/ NVDV/ NVPC

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten
  • Nederlandse Vereniging van Diabetes Podotherapeuten
  • WCS Kenniscentrum Wondzorg

Algemene gegevens

Op initiatief van het Wondplatform Nederland (WPN) heeft een werkgroep onder leiding van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVVH), de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) en de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) de kwaliteitsstandaard geschreven. De kwaliteitsstandaard is ontwikkeld onder begeleiding van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en de financiering werd verstrekt door het Zorginstituut Nederland en de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten. Patiëntenparticipatie bij deze kwaliteitsstandaard werd mede gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Patiënten Consumenten (SKPC) binnen het programma Kwaliteit, Inzicht en Doelmatigheid in de medisch specialistische Zorg (KIDZ).

Doel en doelgroep

Doel

Het doel van het ontwikkelen en implementeren van de kwaliteitsstandaard Organisatie van wondzorg in Nederland is de patiënt met een wond zo snel als mogelijk de regie over zijn of haar leven terug te geven, kwaliteit van leven te verbeteren en de lijdensdruk te verminderen. Hiertoe is het essentieel de expertise rondom wondzorg te verenigen en een optimale organisatie van wondzorg in de keten te realiseren. De kwaliteitsstandaard richt zich daarvoor op alle zorgverleners betrokken bij wondzorg, in alle bijbehorende locaties.

 

De kwaliteitsstandaard heeft nadrukkelijk niet tot doel het geven van een beschrijving hoe de wondzorg er medisch-inhoudelijk uit hoort te zien. Hiervoor wordt verwezen naar de medisch-specialistische richtlijnen en NHG-standaarden.

 

Doelgroep

De kwaliteitsstandaard is gericht op alle disciplines die met wondzorg in aanraking komen. Daarnaast is het van belang dat ook andere zorgverleners in de keten kennisnemen van de inhoud van deze kwaliteitsstandaard. Voor patiënten en naasten is een patiëntenversie van de kwaliteitsstandaard ontwikkeld.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de kwaliteitsstandaard is in 2015 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg.

  • Dr. R. Meerwaldt, Vaatchirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede, voorzitter, NVvH
  • mevrouw F. Das, Patiëntvertegenwoordiger, Huidpatiënten Nederland, Nieuwegein
  • mevrouw J. Fentener van Vlissingen, Huid- en oedeemtherapeut, Huidtherapie Heuvelrug, Driebergen, NVH
  • mevrouw E. de Lange, Huidtherapeut, CosMed Kliniek, Bosch en Duin, NVH
  • Dr. M.B. Maessen-Visch, Dermatoloog, Rijnstate, Arnhem, NVDV
  • Dr. C. van Montfrans, Dermatoloog, Erasmus MC, Rotterdam, NVDV
  • Dr. J. Oskam, Vaatchirurg, Isala Klinieken, Zwolle, NVvH
  • de heer P. Quataert MSc, Verpleegkundig specialist, ZorgSaam, Terneuzen, V&VN
  • Dr. K.F. Reiding, Huisarts, IJmuiden, NHG
  • mevrouw L. Stoeldraaijers, Diabetespodotherapeut, Podotherapie Valkenswaard, NVvDP
  • mevrouw K.C. Timm MA ANP, Verpleegkundig specialist, Allerzorg, Woerden, WCS Kenniscentrum Wondzorg
  • Prof. dr. P.P.M. van Zuijlen, Plastisch chirurg, Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk, NVPC

 

Met ondersteuning van:

  • Ir. T.A. van Barneveld, Directeur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, Utrecht
  • Drs. E.E.M. Kolsteren, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, Utrecht
  • Drs. L. Niesink-Boerboom, Literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, Utrecht

 

Met dank aan:

  • mevrouw R. Lammers, Beleidsmedewerker, Patiëntenfederatie Nederland, Utrecht
  • mevrouw C. van Batenburg, Beleidsmedewerker, Stomavereniging Nederland, Houten
  • de heer H. Blaauwbroek, Beleidsadviseur, Huidpatiënten Nederland, Nieuwegein
  • mevrouw D. Coffie, Beleidsadviseur, Diabetesvereniging Nederland, Houten
  • de heer J. Dekkers, Voorzitter Dwarslaesie Organisatie Nederland, Utrecht
  • de heer K. Hoogewerf, Beleidsadviseur, Nederlandse Brandwonden Stichting, Beverwijk
  • mevrouw H. Verhoef, Secretaris, Debra Nederland
  • Mr. E. van Zadel, Voorzitter, Hidradenitis Patiëntenvereniging, Nieuwegein

Belangenverklaringen

De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met evt. belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Barneveld, van

Directeur Kennisinstituut van de Federatie van Medisch Specialisten

Voorzitter richtlijn advies en autorisatiecommissie in de jeugd en gezondheidzorg

Gezondheidsraadcommissie (Medicalisering)

Lid van Raad van Advies Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek (SKML)

Lid van Advies- en expertgroep kwaliteitsstandaarden (AQUA), van het Zorginstituut Nederland

Geen

Geen

Das

Penningmeester Huidpatiënten Nederland (HPN)

Penningmeester Hidradenitis Vereniging Nederland (HPV)

Raad van Advies Vereniging Huidtherapeuten

HPN: reis- en onkostenvergoeding

HPV: reis- en onkostenvergoeding

Geen

Geen

Fentener van Vlissingen

Eigenaar/ huid- en oedeemtherapeut bij Huidtherapie Heuvelrug

Directie en uitvoering behandelingen die gebruikelijk zijn voor het voeren van een eigen onderneming. Betaald: winst uit eigen onderneming

Geen

Geen

Kolsteren

Junior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Kwaliteitsbeleidsadviseur Kwaliteit Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO)

Geen

Geen

Lammers

Beleidsadviseur Patiëntenfederatie Nederland

Geen

Geen

Geen

Lange, de

Huidtherapeut

Opstellen kwaliteitsstandaard ter optimalisering en standaardisering van de multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg

Geen

Geen

Maessen-Visch

Dermatoloog

Voorzitter richtlijn ulcus cruris venosum: onbetaald

Lid bestuur NVDV: penningmeester, onbetaald

Opleider (perifeer) dermatoloog: onbetaald

Domeingroeplid Domeingroep vaten NVDV

Geen

Geen

Meerwaldt

Voorzitter werkgroep

Secretaris WPN (onbetaald)

Vicevoorzitter Beroepsbelangen NVvH (onbetaald) per mei 2016 voorzitter Beroepsbelangenvereniging (BBV) en penningmeester NVvH (betaald)

METC Twente (onbetaald)

Lid werkgroep ketenzorg complexe wonden Twente (onbetaald)

Geen

Geen

Montfrans

Dermatoloog ErasmusMC

Board member European Academy of Dermatology and Venereology, onbetaald

member scientific programming committee, onbetaald

Domeingroeplid domeingroep vaten NVDV

Geen

Geen

Oskam

Chirurg

Tot 1-1-2015 minderheidsbelang aandelen Qualityzorg BV, thuiszorgorganisatie Zwanenburg              Minderheidsbelang aandelen Keizerkliniek Assen, ZBC voor onder andere Vaat-Wondzorg

Geen

Geen

Quataert

Verpleegkundig Specialist Intensieve zorg

Secretaris/penningmeester V&VN Wondexpertise (onbetaald)

Voorzitter WCS decubituscommissie (vrijwilligersvergoeding)

Lid WPN (onbetaald)

Geen

Geen

Reiding

Huisarts

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) Stip Cursus wondbehandeling (docent + ontwikkelaar) (betaald per gegeven cursus)

Lid wondplatform namens het NHG vacatiegeld

Geen

Geen

Stoeldraaijers

Diabetespodotherapeut

Bestuurslid Nederlandse Vereniging van Diabetes Podotherapeuten (NVvDP), betaling vacatiegelden bestuursvergaderingen

Geen

Geen

Timm

Verpleegkundig specialist Allerzorg

Bestuurslid WCS Kenniscentrum Wondzorg (vrijwilligersvergoeding)

Vicevoorzitter Wondplatform Nederland (WPN) (onbetaald)

Tot dec 2016 lid ledenraad Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) (onbetaald)

Tot dec 2016 eindredacteur WCS Nieuws (vrijwilligersvergoeding)

Eigenaar Cutis Cura – Vakblad dermatologieprofessionals

Beroepslid Regionaal Tuchtcollege Den Haag (betaald)

Presentaties aan verschillende verenigingen over dermatologie, wonden en verpleegkundig leiderschap (betaald)

Geen

Geen

Zuijlen, van

Plastisch chirurg, Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk

Bijzonder hoogleraar brandwondengeneeskunde VUmc Amsterdam

Expert in advieskamer van TRIP. Werkzaamheden: adviserend lid, betaald: nee

Medical Resonance Board (MRB) of the EU-. FP7 Collaborative Project Fullphase. Werkzaamheden: adviserend lid (onbetaald)

Geen

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

In de kwaliteitsstandaard is het patiëntenperspectief het uitgangspunt van waaruit de multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg wordt vormgegeven. Dit perspectief is bewaakt tijdens werkgroepvergaderingen door de patiëntvertegenwoordiger van Huidpatiënten Nederland en de Patiëntenfederatie Nederland welke beiden zitting hadden in de werkgroep, en tevens is het patiëntenperspectief besproken tijdens de Invitational conference met het veld die plaats vond in maart 2015. Daarnaast is er in september 2015 een aparte bijeenkomst voor de patiënten(vertegenwoordigers) georganiseerd in samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland. De volgende verenigingen waren hierbij aanwezig:

  • Nederlandse Brandwonden Stichting/Vereniging van Mensen met Brandwonden;
  • Debra Nederland;
  • Diabetesvereniging Nederland;
  • Dwarslaesie Organisatie Nederland;
  • Huidpatiënten Nederland;
  • Hidradenitis Patiëntenvereniging.

 

Het doel van deze bijeenkomst met patiëntverenigingen was het inbrengen van onderwerpen/(knel)punten die van belang zijn voor de patiënt op het gebied van wondzorg, naast het bespreken van de knelpunten die tijdens de Invitational conference met het veld benoemd waren. Hieruit bleek dat onderwerpen die voor de patiënt van belang zijn, grotendeels ook door andere stakeholders werden genoemd. Deze knelpunten omvatten onder andere het tijdig verwijzen, het organiseren van een regionale aanpak van wondzorg, bekostiging, goede (schriftelijke) voorlichting, communicatie, behalen van het behandeldoel en het meten van geschikte uitkomstmaten (waaronder patiëntgerapporteerde uitkomsten).

 

Een tweede bijeenkomst voor de patiëntenverenigingen werd een jaar later georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst werden de inmiddels geschreven conceptmodulen van de kwaliteitsstandaard aan de patiëntverenigingen voorgelegd en bediscussieerd. Tevens is de kwaliteitsstandaard zowel voorafgaand als tijdens de algemene commentaarronde in zijn geheel voorgelegd aan de Patiëntenfederatie en de diverse patiëntverenigingen.

Methode ontwikkeling

Consensus based

Werkwijze

In maart 2015 vond een brede Invitational conference plaats waar medisch specialisten, verpleegkundigen, patiëntvertegenwoordigers, zorgverzekeraars en andere betrokkenen zich bogen over de onderwerpen die in de kwaliteitsstandaard thuishoren en de prioritering hiervan. In diverse medisch-specialistische richtlijnen en NHG-standaarden staat veel over diagnostiek en behandeling van wonden maar het veld heeft duidelijk aangegeven behoefte te hebben aan een overkoepelend document. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling bestaande richtlijnen te herschrijven. Het verslag van de Invitational is, evenals de lijst met geprioriteerde onderwerpen, opgenomen in de aanverwante producten.

 

Zowel patiënten als zorgverleners hebben aangegeven dat de kwaliteitsstandaard niet de plaats is voor het beschrijven van de keuze voor bepaalde hulpmiddelen zoals wondverbandmiddelen. Bestaande regionale protocollen en afspraken blijven leidend in de keuze voor bepaalde hulpmiddelen en de kwaliteitsstandaard geeft hiertoe de ruimte.

 

Oriënterende search

Via Medline en Ovid werd een oriënterende search uitgevoerd naar (inter)nationale literatuur over de organisatie van (multidisciplinaire, gespecialiseerde) wondzorg. Details van deze search zijn opgenomen in de zoekverantwoording. Uit de gevonden literatuur bleek dat het beschrijven van de organisatie van (multidisciplinaire, gespecialiseerde) wondzorg zich vaak beperkt tot een bestaande, gediagnosticeerde wond en veelal gedocumenteerd is in richtlijn(achtige) documenten of (regionale) protocollen. Het beschrijven van de organisatie van multidisciplinaire, gespecialiseerde wondzorg vanuit een overkoepelende visie, waarvoor deze kwaliteitsstandaard dient, maakt dat de gevonden documenten veelal niet geschikt werden geacht als onderbouwing en daarom niet zijn opgenomen in deze kwaliteitsstandaard. De werkgroep heeft de Nederlandse medisch-specialistische richtlijnen en NHG-standaarden geraadpleegd op het gebied van organisatie van wondzorg en baseert zich daarnaast voornamelijk op expert opinion en consensus. Enkele (inter)nationale richtlijnen, wondzorgdocumenten en -rapporten die buiten het bestek van de search vallen, dienden als inspiratie en werden waar mogelijk als onderbouwing toegepast. Tevens werd door de gehele kwaliteitsstandaard onderbouwende literatuur ter ondersteuning van de overwegingen en geformuleerde aanbevelingen toegepast.