Startpagina - Intracranieel Meningeoom
| Wat is nieuw? | Publicatiedatum |
|---|---|
| Startpagina - Intracranieel Meningeoom | 29-09-2026 |
| Diagnostiek - Intracranieel meningeoom | 29-09-2026 |
| Beeldvorming | 29-09-2026 |
| Pathologie | 29-09-2026 |
| Modificeerbare risicofactoren: hormoonsuppletie | 29-09-2026 |
| Eerstelijnsbehandeling | 29-09-2026 |
| Behandelindicaties asymptomatisch meningeoom | 29-09-2026 |
| Eerstelijnsbehandeling symptomatisch meningeoom | 29-09-2026 |
| Postoperatieve radiotherapie | 29-09-2026 |
| Follow-up | 29-09-2026 |
| Primair wait-and-scan beleid bij asymptomatisch meningeoom | 29-09-2026 |
| Radiologische follow-up na chirurgische behandeling bij symptomatisch meningeoom | 29-09-2026 |
| Radiologische follow-up na radiotherapeutische behandeling bij symptomatisch meningeoom | 29-09-2026 |
| Behandeling recidief | 29-09-2026 |
| Cognitie, Revalidatie en Begeleiding | 29-09-2026 |
| Neuropsychologisch functioneren en revalidatie | 29-09-2026 |
| Patiëntbegeleiding en communicatie | 29-09-2026 |
Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn beschrijft wat volgens de huidige maatstaven de beste medisch-specialistische zorg is voor volwassen patiënten met een intracranieel meningeoom.
In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Diagnostiek van intracraniële meningeomen, inclusief radiologische evaluatie en histopathologische en moleculaire classificatie volgens de WHO-classificatie (2021), met inachtneming van relevante updates vanuit het cIMPACT-NOW-consortium.
- Beleid bij asymptomatische (incidenteel ontdekte) meningeomen, inclusief wait-and-scan-schema’s met gestructureerde radiologische follow-up.
- Behandeling van symptomatische meningeomen, waaronder chirurgie, gefractioneerde radiotherapie en radiochirurgie.
- Postoperatieve behandeling, inclusief indicatiestelling voor gefractioneerde radiotherapie of radiochirurgie.
- Follow-up na behandeling, inclusief wait-and-scan-schema’s met gestructureerde radiologische follow-up afhankelijk van tumorgraad en behandeling.
- Beleid bij resttumor, recidief of progressie van een intracranieel meningeoom.
- Cognitie en revalidatie.
- Patiëntbegeleiding en communicatie.
De richtlijn is niet primair gericht op patiënten met een spinaal meningeoom, hoewel er wel veel overlap in pathologische classificatie en behandelopties bestaat.
In de richtlijn wordt geen aparte aandacht besteed aan patiënten met multipele meningeomen. De meeste adviezen uit de richtlijn zijn ook toepasbaar op patiënten met multipele meningeomen, waarbij specifieke aspecten van het behandeltraject (Welke meningeomen worden wel en niet behandeld? Is er een plaats voor systemische/experimentele therapie?) op individuele basis, in multidisciplinair verband en in gedeelde besluitvorming met de patiënt vastgesteld moeten worden.
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners in de tweede en derde lijn die betrokken zijn bij de zorg voor volwassen patiënten met een intracranieel meningeoom.
Zorgverleners die hierbij een rol (kunnen) spelen, zijn onder meer neurologen, neurochirurgen, radiotherapeuten, (neuro)radiologen, nucleair geneeskundigen en (neuro)pathologen. Daarnaast is de richtlijn relevant voor klinisch genetici, revalidatieartsen, (neuro)psychologen, verpleegkundig specialisten en neuro-oncologieverpleegkundigen.
Al deze zorgverleners kunnen betrokken zijn bij verschillende fasen van het zorgtraject, waaronder diagnostiek, multidisciplinaire besluitvorming, uitvoering van behandeling, follow-up en begeleiding bij neurologische en cognitieve gevolgen. De verschillende disciplines hebben elk een eigen expertise binnen de zorg voor patiënten met een intracranieel meningeoom. Afhankelijk van de zorgbehoefte en hulpvraag van de patiënt wordt in multidisciplinair verband en in samenspraak met de patiënt (gedeelde besluitvorming) het meest passende beleid gekozen.
Voor patiënten
Een intracranieel meningeoom is een tumor die ontstaat uit de vliezen rondom de hersenen. Het is de meest voorkomende primaire tumor in het hoofd bij volwassenen. In Nederland wordt een intracranieel meningeoom jaarlijks bij meerdere duizenden volwassenen vastgesteld. Naar schatting zijn er in Nederland meer dan 17 500 mensen met een bekende diagnose (Ho, 2023). Meningeomen komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en worden meestal vastgesteld op middelbare of hogere leeftijd. De prognose is sterk afhankelijk van het type (graad) meningeoom.
Veel meningeomen groeien langzaam. Een deel wordt bij toeval ontdekt bij een scan die om een andere reden is gemaakt en veroorzaakt geen klachten. Andere meningeomen kunnen klachten geven, afhankelijk van de plaats in de hersenen, zoals epileptische aanvallen, krachtsverlies, veranderingen in het zien of veranderingen in denken en gedrag.
De meeste meningeomen zijn goedaardig (WHO graad 1). In dat geval is de levensverwachting meestal nauwelijks of niet verkort, zeker wanneer de tumor volledig kan worden verwijderd of stabiel blijft onder controle. Wel kunnen de klachten als gevolg van de tumor invloed hebben op het dagelijks leven. Een kleiner deel van de meningeomen (WHO graad 2 of 3) kan sneller terugkomen of agressiever verlopen. In die situaties kan aanvullende behandeling nodig zijn en kan de ziekte meer invloed hebben op de levensverwachting.
Niet ieder meningeoom hoeft direct behandeld te worden. In sommige gevallen wordt gekozen voor een gecontroleerd afwachtend beleid met regelmatige scans (wait-and-scan). Wanneer behandeling nodig is, bestaat dit meestal uit een operatie, bestraling of een combinatie daarvan. De keuze voor behandeling wordt afgestemd op de kenmerken van de tumor en de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt.
Voor betrouwbare en begrijpelijke informatie kunnen patiënten terecht bij onder andere:
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Deze richtlijn betreft een modulaire herziening van de richtlijn Intracranieel Meningeoom uit 2015. Sinds de vorige versie zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten beschikbaar gekomen, onder andere op het gebied van moleculaire diagnostiek, prognostische stratificatie en radiotherapeutische technieken. Daarnaast waren de eerdere literatuursearches verouderd.
De richtlijn is ontwikkeld volgens de GRADE-methodiek. Per uitgangsvraag is systematisch literatuuronderzoek verricht, is de bewijskracht beoordeeld en zijn aanbevelingen geformuleerd op basis van wetenschappelijk bewijs en aanvullende overwegingen, waaronder waarden en voorkeuren van patiënten, haalbaarheid en organisatorische aspecten. Waar relevant zijn internationale literatuur en richtlijnen (zoals de EANO-richtlijn) meegewogen, met expliciete vertaling naar de Nederlandse zorgcontext.
De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep met vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie, de Nederlandse Vereniging voor Radiologie, de Nederlandse Vereniging voor Pathologie, de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie, de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde, de Vereniging van Revalidatieartsen, het Nederlands Instituut van Psychologen en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door inbreng van Hersenletsel.nl.
Onderbouwing
- 1 - Ho VKY, Anten MM, Garst A, Bos EMJ, Snijders TJ, Eekers DBP, Seute T. Epidemiology of adult meningioma: Report from the Dutch Brain Tumour Registry (2000–2019). Eur J Neurol. 2023 Oct;30(10):3244-3255. doi:10.1111/ene.15979.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 29-09-2026
Beoordeeld op geldigheid : 29-09-2026