Uitgangsvraag

Hoe kan de medicatieveiligheid worden gewaarborgd?

Aanbeveling

Op lokaal niveau dient afgesproken en schriftelijk vastgelegd te worden wie (operateur of anesthesioloog) in welke fase van het perioperatieve traject verantwoordelijk is voor het vastleggen en voorschrijven van medicatie en voor pijnbestrijding.

 

Het is de verantwoordelijkheid van de operateur en de anesthesioloog om, in een lokaal protocol dat opgesteld is volgens de geldende richtlijnen, aan te geven bij welke ingrepen anticoagulantia en antibiotica gewenst zijn.

 

In iedere fase wordt de medicatie op eenduidige en transparante wijze in het geïntegreerde dossier vastgelegd.

 

De aanvrager van de consulten is verantwoordelijk voor het verwerken van de uit het consult voortvloeiende (medicatie-)adviezen.

Referenties

  1. Greenberg, C.C., Regenbogen, S.E., Studdert, D.M., Lipsitz, S.R., Rogers, S.O., Zinner, M.J., Gawande, A.A. (2007). Patterns of communication breakdowns resulting in injury to surgical patients. J Am Coll Surg, 204, 533-540.
  2. Grol, R (2001). Successes and failures in the implementation of evidence-based guidelines for clinical practice. Med Care., 39, II46-54.
  3. Haynes, A.B., Weiser, T.G., Berry, W.R., Lipsitz, S.R., Breizat, A.S., Dellinger, E.P. Safe Surgery Saves Lives Study Group. (2009). A surgical safety checklist to reduce morbidity and mortality in a global population. N Engl J Med, 360, 491-499.
  4. Inspectie voor de Gezondheidszorg (2008). Circulaire. Medische gassen, 4, X-.
  5. Inspectie voor de Gezondheidszorg (2009). Deel 3: Postoperatieve zorg in ziekenhuizen op onderdelen voldoende, maar kent nog teveel risico’s. Toezicht Operatief Proces. , 0, X-.
  6. Joint Commission on Accreditation of Healthcare Organizations (JCAHO) (2010). Universal Protocol for preventing wrong site, wrong procedure, wrong person surgery. X, 0, X-.
  7. Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) (2006). Wegwijzer Richtlijnen steriliseren/steriliteit. 47-Steriliteit:2006nl, 0, X-.
  8. Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) (2009). Chirurgisch afdekmateriaal, operatiejassen en clean air suits, gebruikt als medische hulpmiddelen voor patiënten, klinisch personeel en apparatuur. X, 0, X-.
  9. Nederlandse Hartstichting (2008). Richtlijn Preventie bacteriële endocarditis. X, 0, X-.
  10. Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) (2004). Ziekenhuisapotheekstandaard (ZAS). X, 0, X-.
  11. Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) (2004). Kwaliteitsborging van medische systemen. Praktische gids voor een goede aanpak. X, 0, X-.
  12. Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) (2007). Praktijkgids Risicomanagement en Medische technologie. Praktische gids voor een goede aanpak. X, 0, X-.
  13. Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, & Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) (2010). Richtlijn Het Preoperatieve Traject. X, 0, X-.
  14. Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), & Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) (2011). Richtlijn Het Peroperatieve Traject. X, 0, X-.
  15. Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) (2004). Standpunt Verkoeverperiode en de inrichting en de organisatie van de verkoeverafdeling. X, 0, X-.
  16. Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) (2011). Visiedocument Post Anesthesia Care Unit (PACU). X, 0, X-.
  17. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) (2012). Normering Chirurgische Behandelingen, versie 3. X, 0, X-.
  18. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) (2003). Richtlijn Operatieverslag. X, 0, X-.
  19. Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) (2000). Richtlijn Criteria voor opname en ontslag van Intensive Care afdelingen in Nederland. X, 0, X-.
  20. Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) (2007). Prestatie-indicatoren Kwaliteitsborging Medische Systemen. X, 0, X-.
  21. Neily, J., Mills, P.D., Young-Xu, Y., Carney, B.T., West, P., Berger, D.H., Bagian, J.P. (2010). Association between implementation of a medical team training program and surgical mortality. JAMA, 304, 1693-1700.
  22. Orde van Medisch Specialisten (2008). Leidraad Verantwoordelijkheid medisch specialist bij onderhoud en beheer van medische apparatuur. X, 0, X-.
  23. RIVM/Centrum Infectieziektenbestrijding (2007). Landelijke richtlijn Preventie iatrogene Hepatitis B. X, 0, X-.
  24. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (2000). Richtlijn Perioperatieve antibiotische profylaxe. X, 0, X-.
  25. Stuurgroep Overdracht van Medicatiegegeven (2008). Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten. X, 0, X-.
  26. VMS Veiligheidsprogramma (2009). Praktijkgids ‘Verwisseling van en bij patiënten’. X, 0, X-.
  27. VMS Veiligheidsprogramma (2009). Praktijkgids ‘Voorkomen van wondinfecties na een operatie’. X, 0, X-.
  28. VMS Veiligheidsprogramma (2008). Praktijkgids ‘Medicatieverificatie bij opname en ontslag’. X, 0, X-.
  29. VMS Veiligheidsprogramma (2011). Praktijkgids ‘Veilige zorg voor zieke kinderen’. X, 0, X-.
  30. Vries, E.N. de, Hollmann, M.W., Smorenburg, S.M., Gouma, D.J., Boermeester, M.A. (2009). Development and validation of the SURgical PAtient Safety System (SURPASS) checklist. Qual Saf Health Care., 18, 121-6.
  31. Vries, E.N. de, Prins, H.A., Crolla, R.M., Outer, A.J. den, Andel, G. van, Helden, S.H. van, SURPASS Collaborative Group. (2010). Effect of a comprehensive surgical safety system on patient outcomes. N Engl J Med., 363 (20), 1928-37.
  32. Weiser, T.G., Haynes, A.B., Dziekan, G., Berry, W.R., Lipsitz, S.R., Gawande, A.A. (2010). Effect of a 19-item surgical safety checklist during urgent operations in a global patient population. Safe Surgery Saves Lives Investigators and Study Group. Ann Surg, 251, 976-980.
  33. Weiser, T.G., Regenbogen, S.E., Thompson, K.D., Haynes, A.B., Lipsitz, S.R., Berry, W.R., Gawande, A.A. (2008). An estimation of the global volume of surgery: a modelling strategy based on available data. Lancet, 372, 139-44.
  34. Werkgroep Infectiepreventie (2005). Beheersplan luchtbehandeling voor de operatieafdeling. X, 0, X-.
  35. Werkgroep Infectiepreventie (2010). Richtlijn Veilig werken in de anesthesiologie. X, 0, X-.
  36. Werkgroep Infectiepreventie (2006). Richtlijn Operatie geïsoleerde patiënten. X, 0, X-.
  37. Werkgroep Infectiepreventie (2006). Richtlijn Preventie van postoperatieve wondinfecties. X, 0, X-.
  38. Werkgroep Infectiepreventie (2007). Richtlijn Bewaren en transporteren van gebruikt instrumentarium voor sterilisatie. X, 0, X-.
  39. Werkgroep Infectiepreventie (2012). Richtlijn Microbiologische veiligheid bij onderhoud aan medische en laboratoriumapparatuur. X, 0, X-.
  40. WHO (2008). Safe Surgery Guidelines. X, 0, X-.
  41. Wolff, A, Boermeester, M., Janssen, I., Pols, M., Damen, J (2010). De landelijke CBO-richtlijn ‘Preoperatief traject’. Ned Tijdschr Geneeskd, 154, A2184-.
  42. Wolff, A.P, Damen, J., Boermeester, M., Janssen, I., Pols, M. (2010). Perioperatief proces met tussenstops: Nieuwe richtlijn voor veilig opereren bouwt vier evaluatiemomenten in. Medisch Contact, 65, 812-816.
  43. www.medirisk.nl/ schadepreventie/schadepreventieOK/OK-project. (0000). www.medirisk.nl/ schadepreventie/schadepreventieOK/OK-project.. www.medirisk.nl/ schadepreventie/schadepreventieOK/OK-project., 0, X-.

Overwegingen

Coördinatie medicatie

Om de patiënt optimaal voor te bereiden op de operatie kan het zijn dat medicatie gestart, aangepast of gestopt moet worden vóór de operatie. Het is tevens van groot belang dat er goede afspraken gemaakt worden wie verantwoordelijk is voor het zo nodig afbouwen, herstarten of weer aanpassen van de gewijzigde medicatie ná de operatie.  

Op lokaal niveau dient afgesproken en schriftelijk vastgelegd te worden wie (operateur of anesthesioloog) in welke fase van het perioperatieve traject verantwoordelijk is voor het vastleggen en voorschrijven van medicatie en voor pijnbestrijding.

In de regel is de anesthesioloog tijdens de verkoeverperiode verantwoordelijk voor het medicatiebeleid. De operateur en anesthesioloog moeten voor elke fase afspreken wie wanneer voor welke type medicatie verantwoordelijk is. Voor algemene pijnstilling hoort er een ziekenhuisprotocol te zijn. Voor specifieke aanbevelingen met betrekking tot postoperatieve pijnbehandeling wordt verwezen naar de (concept-)richtlijn Postoperatieve Pijn (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie).

Voor aanbevelingen betreffende de overdracht van medicatiegegeven naar andere zorgverleners, wordt verwezen naar de richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’ (2008), en naar de WMS praktijkgids ‘Medicatieverificatie bij opname en ontslag’(2008).

 

In iedere fase van het traject wordt de medicatie op eenduidige en transparante wijze in het geïntegreerde dossier vastgelegd.

De NVZA heeft in 2004 de Ziekenhuisapotheekstandaard (ZAS) opgesteld waarin de taken en verantwoordelijkheden rondom geneesmiddelgebruik zijn vastgelegd. Voorts is de richtlijn medicatieoverdracht sinds 2011 van kracht.

Bij het toedienen van medicatie dient altijd een “dubbel check” te worden uitgevoerd.

 

Schema verantwoordelijkheden medicatiebeleid

 

* Op lokaal niveau dient afgesproken en schriftelijk vastgelegd te worden wie (operateur of anesthesioloog) in de verschillende fasen van het traject verantwoordelijk is voor het beleid rondom medicatie.

 

De volgende onderdelen kunnen hier onderscheiden worden:

 

Onderdeel

Wat moet geregeld worden

(i.v.t. = indien van toepassing)

Fase of (stop)moment

Uitvoerende

Eindverantwoordelijke

8

Afspraken over hervatten / continueren / stoppen van de thuismedicatie

einde operatie

 

Operateur / anesthesioloog*

8

Het aangeven van veranderingen in medicatie nodig na de ingreep (bv corticosteroiden, insuline, sandostatine)

einde operatie

 

Operateur / anesthesioloog*

8

(Eventueel) voorschrijven van benodigde bloedproducten/kruisbloed

einde operatie

 

Operateur / anesthesioloog*

8

(Eventueel) continueren of starten van antibiotica

einde operatie

 

Operateur / anesthesioloog*

8

(Eventueel) voorschrijven van tromboseprofylaxe/antistollingsbeleid

einde operatie

 

Operateur / anesthesioloog*

8

Voorschrijven van pijnstilling

einde operatie

 

Anesthesioloog*

8

Voorschrijven van anti-emetica

einde operatie

 

Anesthesioloog*

8

Vocht, zuurstof

einde operatie

 

Operateur / anesthesioloog*

 

 

 

 

 

10.4

Afspraken over hervatten / continueren / stoppen van de thuismedicatie

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

Het aangeven van veranderingen in medicatie nodig na de ingreep (bv corticosteroiden, insuline, sandostatine)

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

(Eventueel) voorschrijven van benodigde bloedproducten/kruisbloed

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

(Eventueel) continueren of starten van antibiotica

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

(Eventueel) voorschrijven van tromboseprofylaxe/antistollingsbeleid

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

Voorschrijven van pijnstilling

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

Voorschrijven van anti-emetica

ontslag verkoever / ICU

 

Operateur / anesthesioloog/intensivist*

10.4

Verificatie toedieningsweg, oplossingen en pompstand

Ontslag verkoever / ICU

 

Verpleegkundige

 

 

 

 

 

12

Afspraken over hervatten / continueren / stoppen van de thuismedicatie

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

Het aangeven van veranderingen in medicatie nodig na de ingreep en eventuele stopdatum

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

(Eventueel) continueren of starten van antibiotica en stopdatum

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

 

(Eventueel) voorschrijven van tromboseprofylaxe/antistollingsbeleid en stopdatum

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

Voorschrijven van pijnstilling en afbouwschema cq stopdatum

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

Informatie over gestaakte en gewijzigde medicatie en de reden daarvoor, naar de apotheek, huisarts en andere zorginstellingen

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur (dagbehandeling Anesthesioloog ook)

12

Medicatielijst is gecontroleerd, identificatie juiste patient en juiste lijst, en getekend

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

(dagbehandeling Anesthesioloog ook)

12

Instructies t.a.v. antistolling

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

Medicatie t.a.v. pijnstilling

ontslag uit het ziekenhuis

 

Operateur

12

Controleren of medicatielijst aanwezig is

 

ontslag uit het ziekenhuis

 

Verpleegkundige

12

Instructies t.a.v. medicatie thuis zijn aan patiënt uitgelegd

ontslag uit het ziekenhuis

 

Verpleegkundige

12

Door arts ondertekend recept is aanwezig

ontslag uit het ziekenhuis

 

Verpleegkundige

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De anesthesioloog is tijdens de verkoeverperiode verantwoordelijk voor het medicatiebeleid. De operateur en anesthesioloog (en in het geval van opname op de IC de intensivist) moeten voor elke fase afspreken wie wanneer voor welke type medicatie verantwoordelijk is. Voor speciale pijnmedicatie, zeker als het om bv pompen gaat tbv bv epidurale toediening van medicatie is de anesthesioloog verantwoordelijk.  Voor algemene pijnstilling hoort er een ziekenhuisprotocol te zijn.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-01-2013

Laatst geautoriseerd : 01-01-2013

Mede omdat deze richtlijn voor een groot deel gebaseerd is op best practices en expert opinion zal het nodig zijn om de richtlijn te onderhouden op continue basis. Het up-to-date houden van richtlijnen op continue basis duiden we aan met het begrip ‘levende richtlijnen’. Goedbeschouwd is het meer dan dat. Beoogd wordt dat richtlijnen 'leven' bij professionals, dat kennis uit richtlijnen gebruikt wordt door behandelaars, dat er terugkoppeling plaatsvindt over toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk en dat de richtlijnen op grond hiervan op continue basis worden herzien, zodat er voor professionals en patiënten een steeds actueel, hanteerbaar en werkzaam beslissingsondersteunend instrument voorhanden is. De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde zijn samen verantwoordelijk voor het onderhoud van deze richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Geautoriseerd door:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Nederlandse Vereniging voor Medische microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie

Algemene gegevens

Deze richtlijn is tot stand gekomen met financiering van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). Met ondersteuning van de Orde van Medisch Specialisten.

Samenstelling werkgroep

  • A.P. Wolff, voorzitter (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie)
  • A. Schuurhuis (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie)
  • M.C.O. van den Nieuwenhuyzen (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie)
  • P.A. Nolte (Nederlandse Orthopaedische Vereniging)
  • J. van Bavel (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie)
  • P.M.N.Y.H. Go (Nederlandse Vereniging voor Heelkunde)
  • M.A. Boermeester (Nederlandse Vereniging voor Heelkunde)
  • R. Tromp (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen)
  • M.M. Versluijs (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie)
  • M.J. Schoemaker-Kaper (Beroepsvereniging Recovery Verpleegkundigen)
  • W. de Ruijter (Nederlandse Vereniging voor Intensive Care)
  • F. Simon Thomas (V&VN IC Verpleegkundigen)
  • P.J. Schuil (Nederlandse Verenging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-halsgebied)
  • B.A. Coert (Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen)
  • M.N. Copper (Nederlands Oogheelkundig Gezelschap)
  • M.M. P. Schuckman (Nederlandse Verenging voor Plastische Chirurgie)
  • J.G.H. van Roermund (Nederlandse Verenging voor Urologie)
  • W. Stooker (Nederlandse Verenging voor Thoraxchirurgie)
  • E.E.A. Hentzen-Alders (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde)
  • K.P. van Lienden (Nederlandse Vereniging voor Radiologie)
  • C.P. Timmerman (Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie)
  • B.M. Wijsen (Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis)
  • C.A. Veldhuis (Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland)
  • M. Duyvendak (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers)          
  • M. Sprenger (Nationaal ICT Instituut in de Zorg (advies))
  • Chr. van Swol (Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica)         
  • M.J. Hinkema TNO Bouw en Zorg (advies) 
  • G. Lelieveld-Vroom (Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg)

 

Met ondersteuning van:

  • M.A. Pols, senior adviseur afdeling OPK, Orde van Medisch Specialisten
  • M. Ouwens, senior onderzoeker IQ Healthcare, UMC St Radboud
  • J. Stienen, junior onderzoeker IQ Healthcare, UMC St Radboud

Belangenverklaringen

Voor de ontwikkeling van deze richtlijn is financiering verkregen vanuit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten. Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de farmaceutische industrie aangeven. Een overzicht van deze belangenverklaringen ligt ter inzage bij de Orde van Medisch Specialisten.

Inbreng patiëntenperspectief

De richtlijn is uiteraard gericht op verbetering van de veiligheid van zorg rondom de patiënt die een operatie moet ondergaan. Bij de ontwikkeling van de richtlijn heeft daarom het patiëntenperspectief een belangrijke rol gespeeld. In de kerngroep is geparticipeerd door de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, en in de brede werkgroep is daarnaast vertegenwoordigd de Stichting Kind en Ziekenhuis. Bij het gereed komen van de richtlijn postoperatief traject wordt ook een richtlijn vanuit het patiëntenperspectief uitgebracht.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De richtlijn is bedoeld voor elke zorgverlener die betrokken is bij een ingreep zoals boven beschreven. De implementatie van de richtlijn is de verantwoordelijkheid van de instellingen en van de zorgverleners. Op basis van de richtlijnen worden indicatoren en een nalevingsplan ontwikkeld die implementatie moeten bevorderen. Het is hierbij essentieel dat de professionals feedback krijgen op hun handelen. Het implementeren van deze richtlijn zal voor veel instellingen betekenen dat de organisatie moet worden aangepast en processen opnieuw moeten worden vormgegeven. Dit kost tijd en professionals zullen hierbij organisatorisch moeten worden ondersteund. De werkgroep ziet hier ook een belangrijke rol voor de raden van bestuur.

 

Implementatie zal ook worden bevorderd doordat naast de Inspectie andere partijen aandacht besteden aan veiligheid op en rond de OK. Binnen het VMS-veiligheidsprogramma heeft een aantal van de thema’s betrekking op het operatieve proces (verwisselingen, postoperatieve wondinfecties), en ook de vangnetten van verzekeraar Medirisk (www.medirisk.nl) in het kader van het project ‘Schadepreventie op de OK’ zijn bedoeld om de veiligheid op de OK te vergroten. Deze richtlijn sluit zoveel mogelijk aan bij de VMS-thema’s, en ook de genoemde vangnetten (achterblijvende materialen, verwisselingsfouten, apparatuur en materialen, medicatiefouten, intubatieschade en positionering) komen grotendeels terug in deze richtlijn.

 

Het doel van deze richtlijn is een bijdrage te leveren aan veilige zorg rondom een operatie. Het is bekend uit de literatuur dat aanbevelingen uit een richtlijn niet vanzelf worden nageleefd in de praktijk. Eveneens is bekend dat voor een goede implementatie de volgende stappen doorlopen dienen te worden (Grol, 2001):

-          vaststellen van de wenselijke zorg of het te bereiken doel;

-          opstellen en meten van indicatoren;

-          bepalen waar de zorg afwijkt van de wenselijke zorg zoals beschreven in de richtlijn;

-          nagaan hoe dit komt (barrière-inventarisatie);

-          ontwikkelen van oplossingen (implementatiestrategie of nalevingsplan).

 

Naast het beschrijven van de wenselijke zorg zijn er ten behoeve van de implementatie van de richtlijn ook indicatoren ontwikkeld, is er een barrière-inventarisatie gedaan en worden er suggesties gedaan voor een implementatiestrategie of nalevingsplan. Dit staat beschreven in hoofdstuk 3.

Werkwijze

Ontwikkeltraject

De werkgroep heeft beoogd een korte, handzame richtlijn op te stellen, waarin informatie-overdracht en afstemming van verantwoordelijkheden de belangrijkste elementen zijn. De veiligheid van de patiënt staat hierbij centraal.

Een kerngroep, ondersteund door adviseurs van de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten, is verantwoordelijk voor het zoeken en beoordelen van de literatuur, het opstellen van de tekst, de redactie van de richtlijn en de begeleiding van het ontwikkelproces. De kerngroep legt haar resultaten voor aan een brede werkgroep van vertegenwoordigers uit het werkveld. Evidence based richtlijnontwikkeling houdt in dat op een systematische manier gezocht wordt in de wetenschappelijke literatuur naar onderbouwing van aanbevelingen, waarbij gezocht wordt naar de hoogste graad van bewijs. Wanneer geen wetenschappelijke onderbouwing voorhanden is, kunnen ervaringen van deskundigen of goede voorbeeldpraktijken gebruikt worden. Omdat er weinig onderzoek is gedaan naar de organisatorische aspecten van het perioperatieve proces, vormen naast bestaande richtlijnen en adviezen, goede praktijken en ervaringen van experts belangrijke onderbouwende elementen. In dit traject is ervoor gekozen om de consensusvorming in die gevallen zo gestructureerd en transparant mogelijk te laten verlopen (zie paragraaf ‘Synmind’).

De strategie voor het zoeken naar literatuur wordt beschreven in bijlage 6.

 

Synmind

Om het proces van consensusvorming tussen experts transparant en gestructureerd te laten verlopen is gebruik gemaakt van Synmind. Synmind is een webbased methode waarmee werkgroepleden binnen een periode van enkele weken geconsulteerd werden over de voorgestelde aanbevelingen. Hierbij waren commentaren en ideeën direct zichtbaar, waardoor snel helder werd op welke gebieden wel of geen consensus was. Deelnemers konden ook op elkaars commentaar reageren. Deze werkwijze maakt de manier waarop de aanbevelingen tot stand komen meer transparant en gestructureerd: reacties van experts staan op schrift en worden bewaard. Via Synmind was snel zichtbaar op welke vlakken mensen het met elkaar eens waren en in welke mate, en op welke vlakken nog weinig consensus bestond. Dit hielp om een keuze te maken welke conceptaanbevelingen nadere discussie of bijstelling vergden. Doordat deelnemers op een kwantitatieve schaal aangaven in hoeverre zij het eens waren met een aanbeveling, en dit grafisch werd weergegeven (spinnewebgrafieken), was in één oogopslag te zien in welke mate er consensus bestond over een aanbeveling. Op deze manier konden snel die aanbevelingen worden geïdentificeerd waarvoor breed draagvlak bestond, en die welke aanpassing behoefden. Omdat deelnemers hun score motiveerden met argumenten, was ook direct zichtbaar waarom deelnemers het al dan niet eens waren met een aanbeveling. Op basis van de resultaten van deze consultatie werden door de projectgroep de aanbevelingen bijgesteld. De samenvatting van de Synmind-discussie is op te vragen bij de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten.

 

Autorisatie

Deze richtlijn is voor commentaar voorgelegd aan alle betrokken verenigingen en

organisaties. Het ontvangen commentaar is door de werkgroep gewogen en waar mogelijk

verwerkt. Hierna is de aangepaste richtlijn ter autorisatie aangeboden. De volgende

verenigingen en organisaties hebben de richtlijn geautoriseerd dan wel hun instemming met

de inhoud van de richtlijn uitgesproken:

-              Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (m.u.v. stap 10 en 11)

-              Nederlandse Orthopaedische Vereniging

-              Nederlandse Sociëteit voor Extra Corporale Circulatie

-              Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Cardiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

-              Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied

-              Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie

-              Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

-              Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie

-              Nederlandse Vereniging voor Radiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Urologie

-              Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg 

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.