Uitgangsvraag

Het postoperatieve traject.

Aanbeveling

Het onderwerp “Het postoperatieve traject” wordt uitgewerkt in verschillende modules. Specifieke aanbevelingen en onderbouwing kunt u vinden in deze (sub)modules.

Conclusies

Het onderwerp “Het postoperatieve traject” wordt uitgewerkt in verschillende modules. Specifieke conclusies en onderbouwing kunt u vinden in deze (sub)modules.

Overwegingen

Het onderwerp “Het postoperatieve traject” wordt uitgewerkt in verschillende modules. Specifieke overwegingen kunt u vinden in deze (sub)modules.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-01-2013

Laatst geautoriseerd : 01-01-2013

Mede omdat deze richtlijn voor een groot deel gebaseerd is op best practices en expert opinion zal het nodig zijn om de richtlijn te onderhouden op continue basis. Het up-to-date houden van richtlijnen op continue basis duiden we aan met het begrip ‘levende richtlijnen’. Goedbeschouwd is het meer dan dat. Beoogd wordt dat richtlijnen 'leven' bij professionals, dat kennis uit richtlijnen gebruikt wordt door behandelaars, dat er terugkoppeling plaatsvindt over toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk en dat de richtlijnen op grond hiervan op continue basis worden herzien, zodat er voor professionals en patiënten een steeds actueel, hanteerbaar en werkzaam beslissingsondersteunend instrument voorhanden is. De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde zijn samen verantwoordelijk voor het onderhoud van deze richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Geautoriseerd door:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Nederlandse Vereniging voor Medische microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie

Algemene gegevens

Deze richtlijn is tot stand gekomen met financiering van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). Met ondersteuning van de Orde van Medisch Specialisten.

Samenstelling werkgroep

  • A.P. Wolff, voorzitter (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie)
  • A. Schuurhuis (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie)
  • M.C.O. van den Nieuwenhuyzen (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie)
  • P.A. Nolte (Nederlandse Orthopaedische Vereniging)
  • J. van Bavel (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie)
  • P.M.N.Y.H. Go (Nederlandse Vereniging voor Heelkunde)
  • M.A. Boermeester (Nederlandse Vereniging voor Heelkunde)
  • R. Tromp (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen)
  • M.M. Versluijs (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie)
  • M.J. Schoemaker-Kaper (Beroepsvereniging Recovery Verpleegkundigen)
  • W. de Ruijter (Nederlandse Vereniging voor Intensive Care)
  • F. Simon Thomas (V&VN IC Verpleegkundigen)
  • P.J. Schuil (Nederlandse Verenging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-halsgebied)
  • B.A. Coert (Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen)
  • M.N. Copper (Nederlands Oogheelkundig Gezelschap)
  • M.M. P. Schuckman (Nederlandse Verenging voor Plastische Chirurgie)
  • J.G.H. van Roermund (Nederlandse Verenging voor Urologie)
  • W. Stooker (Nederlandse Verenging voor Thoraxchirurgie)
  • E.E.A. Hentzen-Alders (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde)
  • K.P. van Lienden (Nederlandse Vereniging voor Radiologie)
  • C.P. Timmerman (Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie)
  • B.M. Wijsen (Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis)
  • C.A. Veldhuis (Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland)
  • M. Duyvendak (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers)          
  • M. Sprenger (Nationaal ICT Instituut in de Zorg (advies))
  • Chr. van Swol (Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica)         
  • M.J. Hinkema TNO Bouw en Zorg (advies) 
  • G. Lelieveld-Vroom (Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg)

 

Met ondersteuning van:

  • M.A. Pols, senior adviseur afdeling OPK, Orde van Medisch Specialisten
  • M. Ouwens, senior onderzoeker IQ Healthcare, UMC St Radboud
  • J. Stienen, junior onderzoeker IQ Healthcare, UMC St Radboud

Belangenverklaringen

Voor de ontwikkeling van deze richtlijn is financiering verkregen vanuit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten. Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de farmaceutische industrie aangeven. Een overzicht van deze belangenverklaringen ligt ter inzage bij de Orde van Medisch Specialisten.

Inbreng patiƫntenperspectief

De richtlijn is uiteraard gericht op verbetering van de veiligheid van zorg rondom de patiënt die een operatie moet ondergaan. Bij de ontwikkeling van de richtlijn heeft daarom het patiëntenperspectief een belangrijke rol gespeeld. In de kerngroep is geparticipeerd door de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, en in de brede werkgroep is daarnaast vertegenwoordigd de Stichting Kind en Ziekenhuis. Bij het gereed komen van de richtlijn postoperatief traject wordt ook een richtlijn vanuit het patiëntenperspectief uitgebracht.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De richtlijn is bedoeld voor elke zorgverlener die betrokken is bij een ingreep zoals boven beschreven. De implementatie van de richtlijn is de verantwoordelijkheid van de instellingen en van de zorgverleners. Op basis van de richtlijnen worden indicatoren en een nalevingsplan ontwikkeld die implementatie moeten bevorderen. Het is hierbij essentieel dat de professionals feedback krijgen op hun handelen. Het implementeren van deze richtlijn zal voor veel instellingen betekenen dat de organisatie moet worden aangepast en processen opnieuw moeten worden vormgegeven. Dit kost tijd en professionals zullen hierbij organisatorisch moeten worden ondersteund. De werkgroep ziet hier ook een belangrijke rol voor de raden van bestuur.

 

Implementatie zal ook worden bevorderd doordat naast de Inspectie andere partijen aandacht besteden aan veiligheid op en rond de OK. Binnen het VMS-veiligheidsprogramma heeft een aantal van de thema’s betrekking op het operatieve proces (verwisselingen, postoperatieve wondinfecties), en ook de vangnetten van verzekeraar Medirisk (www.medirisk.nl) in het kader van het project ‘Schadepreventie op de OK’ zijn bedoeld om de veiligheid op de OK te vergroten. Deze richtlijn sluit zoveel mogelijk aan bij de VMS-thema’s, en ook de genoemde vangnetten (achterblijvende materialen, verwisselingsfouten, apparatuur en materialen, medicatiefouten, intubatieschade en positionering) komen grotendeels terug in deze richtlijn.

 

Het doel van deze richtlijn is een bijdrage te leveren aan veilige zorg rondom een operatie. Het is bekend uit de literatuur dat aanbevelingen uit een richtlijn niet vanzelf worden nageleefd in de praktijk. Eveneens is bekend dat voor een goede implementatie de volgende stappen doorlopen dienen te worden (Grol, 2001):

-          vaststellen van de wenselijke zorg of het te bereiken doel;

-          opstellen en meten van indicatoren;

-          bepalen waar de zorg afwijkt van de wenselijke zorg zoals beschreven in de richtlijn;

-          nagaan hoe dit komt (barrière-inventarisatie);

-          ontwikkelen van oplossingen (implementatiestrategie of nalevingsplan).

 

Naast het beschrijven van de wenselijke zorg zijn er ten behoeve van de implementatie van de richtlijn ook indicatoren ontwikkeld, is er een barrière-inventarisatie gedaan en worden er suggesties gedaan voor een implementatiestrategie of nalevingsplan. Dit staat beschreven in hoofdstuk 3.

Werkwijze

Ontwikkeltraject

De werkgroep heeft beoogd een korte, handzame richtlijn op te stellen, waarin informatie-overdracht en afstemming van verantwoordelijkheden de belangrijkste elementen zijn. De veiligheid van de patiënt staat hierbij centraal.

Een kerngroep, ondersteund door adviseurs van de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten, is verantwoordelijk voor het zoeken en beoordelen van de literatuur, het opstellen van de tekst, de redactie van de richtlijn en de begeleiding van het ontwikkelproces. De kerngroep legt haar resultaten voor aan een brede werkgroep van vertegenwoordigers uit het werkveld. Evidence based richtlijnontwikkeling houdt in dat op een systematische manier gezocht wordt in de wetenschappelijke literatuur naar onderbouwing van aanbevelingen, waarbij gezocht wordt naar de hoogste graad van bewijs. Wanneer geen wetenschappelijke onderbouwing voorhanden is, kunnen ervaringen van deskundigen of goede voorbeeldpraktijken gebruikt worden. Omdat er weinig onderzoek is gedaan naar de organisatorische aspecten van het perioperatieve proces, vormen naast bestaande richtlijnen en adviezen, goede praktijken en ervaringen van experts belangrijke onderbouwende elementen. In dit traject is ervoor gekozen om de consensusvorming in die gevallen zo gestructureerd en transparant mogelijk te laten verlopen (zie paragraaf ‘Synmind’).

De strategie voor het zoeken naar literatuur wordt beschreven in bijlage 6.

 

Synmind

Om het proces van consensusvorming tussen experts transparant en gestructureerd te laten verlopen is gebruik gemaakt van Synmind. Synmind is een webbased methode waarmee werkgroepleden binnen een periode van enkele weken geconsulteerd werden over de voorgestelde aanbevelingen. Hierbij waren commentaren en ideeën direct zichtbaar, waardoor snel helder werd op welke gebieden wel of geen consensus was. Deelnemers konden ook op elkaars commentaar reageren. Deze werkwijze maakt de manier waarop de aanbevelingen tot stand komen meer transparant en gestructureerd: reacties van experts staan op schrift en worden bewaard. Via Synmind was snel zichtbaar op welke vlakken mensen het met elkaar eens waren en in welke mate, en op welke vlakken nog weinig consensus bestond. Dit hielp om een keuze te maken welke conceptaanbevelingen nadere discussie of bijstelling vergden. Doordat deelnemers op een kwantitatieve schaal aangaven in hoeverre zij het eens waren met een aanbeveling, en dit grafisch werd weergegeven (spinnewebgrafieken), was in één oogopslag te zien in welke mate er consensus bestond over een aanbeveling. Op deze manier konden snel die aanbevelingen worden geïdentificeerd waarvoor breed draagvlak bestond, en die welke aanpassing behoefden. Omdat deelnemers hun score motiveerden met argumenten, was ook direct zichtbaar waarom deelnemers het al dan niet eens waren met een aanbeveling. Op basis van de resultaten van deze consultatie werden door de projectgroep de aanbevelingen bijgesteld. De samenvatting van de Synmind-discussie is op te vragen bij de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten.

 

Autorisatie

Deze richtlijn is voor commentaar voorgelegd aan alle betrokken verenigingen en

organisaties. Het ontvangen commentaar is door de werkgroep gewogen en waar mogelijk

verwerkt. Hierna is de aangepaste richtlijn ter autorisatie aangeboden. De volgende

verenigingen en organisaties hebben de richtlijn geautoriseerd dan wel hun instemming met

de inhoud van de richtlijn uitgesproken:

-              Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (m.u.v. stap 10 en 11)

-              Nederlandse Orthopaedische Vereniging

-              Nederlandse Sociëteit voor Extra Corporale Circulatie

-              Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Cardiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

-              Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied

-              Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie

-              Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

-              Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie

-              Nederlandse Vereniging voor Radiologie

-              Nederlandse Vereniging voor Urologie

-              Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg 

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.