Uitgangsvraag

  • Wat dient in het peroperatieve proces geregeld te worden en waarom?
  • Welke informatie moet in het peroperatieve proces uitgevraagd en/of gedeeld en vastgelegd worden om de veiligheid van de patiënt perioperatief te bewaken/vergroten? 
  • Wie is waarvoor verantwoordelijk?

Aanbeveling

Deze richtlijn sluit aan op de richtlijn Preoperatief Traject en volgt de daarin aangehouden structuur: het proces dat de patiënt doorloopt wordt beschreven. Per stap in het proces wordt aangegeven welke informatie relevant is, wie de informatie aanlevert, wie de informatie moet ontvangen en waar de verantwoordelijkheden voor het aanleveren en verwerken/toepassen van de informatie en voor het uitvoeren van bepaalde taken liggen.

 

Aan de rechterkant onder 'Schema routing en stopmomenten' wordt het proces schematisch weergegeven. De stappen 0 tot en met 6 worden beschreven in de richtlijn Preoperatief Traject. Bij stap 5 begint het peroperatieve gedeelte.  De stappen 5 en 6 vormen de overlap tussen  beide richtlijnen.

 

5         Aankomst OK-complex

STOPMOMENT IVa: pre time out op de holding (veiligheid):

Wanneer op de holding invasieve voorbereidende handelingen moeten plaatsvinden, wordt een zogenaamde pre time out uitgevoerd. Hierbij wordt in aanwezigheid van de anesthesioloog en een assisterende, samen met de patiënt*, tenminste de identiteit van de patiënt, de plaats/zijde van operatie, de soort operatie, allergieën, de stollingsstatus en de aanwezigheid van benodigde materialen gecontroleerd. Deze pre time out komt niet in plaats van de time out maar is een extra veiligheidsmoment. De anesthesioloog is ervoor verantwoordelijk dat het stopmoment wordt uitgevoerd en wordt vastgelegd.

* in het geval van een minderjarige of wilsonbekwame patiënt tevens indien mogelijk in aanwezigheid van een ouder/verzorger of vertegenwoordiger.

 

6         Aankomst operatiekamer

Wanneer dit volgens protocol geïndiceerd is, wordt antibioticaprofylaxe 15-60 minuten voorafgaand aan de incisie gegeven. Het tijdstip wordt genoteerd in het dossier.

 

STOPMOMENT IV: time-out (patiëntveiligheid):

Voordat de patiënt daadwerkelijk geopereerd wordt, vindt een structureel overleg plaats tussen operateur, anesthesioloog* en OK-personeel. Besproken wordt tenminste: juiste patiënt, juiste operatie, zijde/locatie, stollingsstatus, antibioticabeleid, allergieën, comorbiditeit, positionering van de patiënt, aanwezigheid juiste personeel en juiste materialen en bijzonderheden. Dit overleg dient op de operatiekamer, vóór de start van de anesthesie, plaats te vinden in aanwezigheid van de patiënt**. De operateur is ervoor verantwoordelijk dat het stopmoment wordt uitgevoerd en wordt vastgelegd. Bepaalde technische aspecten van de operatie kunnen ook na de inleiding van de anesthesie besproken worden door het operatieteam.

 

* In specifieke omstandigheden kan de aanwezigheid bij de time-out door de anesthesioloog gedelegeerd worden naar de anesthesiemedewerker (de eindverantwoordelijkheid blijft in dit geval bij de anesthesioloog):

  • er is sprake van een locoregionale techniek als solitaire anesthesievorm, én
  • er heeft een pre-time out plaatsgevonden door de anesthesioloog, én
  • deze werkwijze is vastgelegd in een lokaal protocol dat regelmatig wordt geëvalueerd.

Aan alle drie de voorwaarden moet zijn voldaan.

 

** In het geval van een minderjarige of wilsonbekwame patiënt tevens indien mogelijk in aanwezigheid van een ouder/verzorger of vertegenwoordiger.

 

De positionering van de patiënt dient reeds bij de planning van de operatie bekend te zijn.

Het OK-team controleert bij de time-out procedure of de afgesproken positionering correct is.

 

7. Operatie

Op de operatieafdeling zijn protocollen aanwezig voor het uitvoeren en controleren van de veiligheid van de patiënt bij de positionering.

 

Tijdens de operatie vindt communicatie plaats tussen de operateur en de anesthesioloog* op tenminste de volgende momenten:

  • Bij start en einde van de ingreep;
  • Bij alle gebeurtenissen die raken aan de activiteit van de ander, of die van belang zijn voor de conditie of veiligheid van de patiënt.

 

De hierboven genoemde momenten en de hieraan gerelateerde communicatie tussen operateur en anesthesioloog worden geregistreerd, zodat essentiële informatie later terug te vinden is. 

 

De werkgroep beveelt aan dat onderzoek wordt verricht naar de optimale manier om het verloop van de operatie en de hieraan gerelateerde communicatie te registreren.

 * deze taak kan door de anesthesioloog gedelegeerd worden naar de anesthesiemedewerker.

De eindverantwoordelijkheid blijft bij de anesthesioloog.

 

8. Sluiten wond en uitleiding

STOPMOMENT V: sign out voor verlaten operatiekamer

Voordat de patiënt de operatiekamer verlaat, vindt een sign out plaats op de operatiekamer in aanwezigheid van het hele team*. Minimaal wordt besproken en vastgelegd:

  • essentiële informatie over de verrichte procedure,
  • telling materialen,
  • afspraken met betrekking tot postoperatieve zorg.

De operateur is ervoor (eind)verantwoordelijk dat het stopmoment wordt uitgevoerd en wordt vastgelegd.

*  deze taak kan door de anesthesioloog gedelegeerd worden naar de anesthesiemedewerker.

De eindverantwoordelijkheid voor het anesthesiologisch deel blijft bij de anesthesioloog.

 

Direct na de ingreep dient essentiële informatie (chirurgisch en anesthesiologisch) over de verrichte operatie vastgelegd te zijn en beschikbaar voor alle bij de postoperatieve zorg betrokken personen.

 

9. Patiënt verlaat operatiekamer

Hier start het postoperatieve traject.

Overwegingen

5.1          De patiënt wordt besteld

De verpleegafdeling waar de patiënt verblijft wordt geïnformeerd dat de patiënt naar de operatieafdeling gebracht kan worden. Hierbij wordt vermeld:

-          Naam

-          Geboortedatum

-          Soort operatie

-          Operatiekamer en -complex

 

Patiënt komt aan op het OK-complex

De anesthesioloog (of gedelegeerde) neemt kennis van het preoperatieve dossier zoals is beschreven in de richtlijn Preoperatief proces. De chirurg is verantwoordelijk voor het aanleveren van deze informatie.

Bij aankomst op het OK-complex moet het juiste dossier compleet en beschikbaar zijn. Hierbij hoort ook een actuele medicatielijst.

Het uitvoeren van de informatieoverdracht (geven en ontvangen van informatie) vindt plaats door daartoe bekwame medewerkers aan de hand van een checklist.

Informatieoverdracht:

-          Dossier: juiste dossier compleet en beschikbaar;

-          Identiteit patiënt: naam, geboortedatum en patiëntnummer.

Er vindt een identificatie plaats aan de hand van drie onafhankelijke bronnen:

-          (wakkere) patiënt of wettelijk vertegenwoordiger, het EPD/de status en de identiteitsbandje(s);

-          Brenger van de patiënt;

-          Ontvanger van de patiënt.

Juiste ingreep:

-          Eventuele bijzonderheden (bijvoorbeeld temperatuursverhoging, wel/niet nuchter).

-          Verpleegkundige en holdingmedewerker controleren of de operatieplaats gemarkeerd is.

 

 

5.2       Pre time out.

Deze vindt plaats wanneer er buiten de operatiekamer al invasieve handelingen moeten plaatsvinden (bijvoorbeeld locoregionale anesthesie en inbrengen van centraal veneuze lijn en arterielijn).

Anesthesioloog controleert: dossier compleet en beschikbaar?

Pre time-out bespreking tussen anesthesioloog, assisterende en patiënt

Tenminste wordt besproken:

-          Identiteit van de patiënt;

-          Plaats/zijde van operatie;

-          Soort operatie;

-          Allergieën;

-          Stollingsstatus;

-          Aanwezigheid benodigde materialen voor buiten de OK te verrichten invasieve handeling.

 

  

Overdracht van holding naar OK

Voordat de patiënt naar de OK gaat wordt het effect van een eventuele regionale blokkade getest.

Bij de overdracht van de holding naar de OK (kan zowel op de holding als op de OK plaatsvinden) wordt minimaal de volgende informatie gecontroleerd:

-          Identificatie patiënt (naam, geboortedatum en patiëntnummer);

-          Welke operatie en zijde;

-          Welke operatiekamer.

Eindverantwoordelijk: anesthesioloog.

 

Voordat de patiënt de operatiekamer op kan, wordt gecontroleerd of de kamer is vrijgegeven (anesthesietoestel, alle apparatuur, instrumentarium, materialen controleren).

 

6         Aankomst operatiekamer

 

6.1       Op operatiekamer voor de start van de anesthesie (of indien 5.2 van toepassing: voor de incisie):

Voor de start van de ingreep vindt een finale controle plaats van apparatuur en instrumentarium, onder verantwoordelijkheid van operateur c.q. anesthesioloog.

Operateur controleert: dossier compleet en beschikbaar?

 

Wanneer dit volgens protocol geïndiceerd is, wordt antibioticaprofylaxe 15-60 minuten voorafgaand aan de incisie (of bloedleegte) gegeven, en dit wordt in het dossier vastgelegd (naam antibioticum, dosering en tijdstip van toediening). Voor de gift (bij voorkeur op het moment van voorschrijven) wordt gecontroleerd op een eventuele allergie voor het betreffende antibioticum.

 

De operateur en de anesthesioloog dragen zorg voor het communiceren en afstemmen van de handelingen en belangrijke informatie ter voorbereiding van de operatie, bijvoorbeeld te verwachten intubatieproblemen of bloedverlies.

 

Time out bespreking tussen operateur, anesthesioloog, anesthesiemedewerker, operatie­assistent (in de aanwezigheid van de patiënt),  vóór de inleiding van anesthesie.

Tenminste wordt besproken:

-          Identiteit van de patiënt;

-          Soort operatie;

-          Plaats/zijde van operatie;

-          Verwachte intubatieproblemen;

-          Stollingsstatus;

-          Antibioticabeleid;

-          Allergieën;

-          Comorbiditeit;

-          Positionering van de patiënt;

-          Aanwezigheid van bevoegd en bekwaam personeel en van materialen;

-          Bijzonderheden.

Indien het aanwezige personeel niet bevoegd en/of bekwaam is ten aanzien van de betreffende operatie of te gebruiken apparatuur, is het de verantwoordelijkheid van de operateur c.q. de anesthesioloog om te besluiten of de operatie plaats kan vinden.

 

Conclusie: OK start ja/nee

 

 

7. Operatie

 

7.1      Start anesthesie

Bij de inleiding van de anesthesie is het stil op de OK.

De patiënt wordt aangesloten op de monitoring/registratie (zie standpunten Anesthesiologische zorgverlening en Apparatuur, NVA).

Op de operatieafdeling moeten protocollen zijn voor het uitvoeren en controleren van de positionering van de patiënt. De operateur is eindverantwoordelijk voor de positionering ten behoeve van de ingreep. De anesthesioloog en operateur delen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de positionering.

 

7.2     Operatie

Tijdens de operatie vindt communicatie plaats tussen operateur en anesthesioloog op tenminste de volgende momenten:

-          Bij start en einde van de ingreep;

-          Bij alle gebeurtenissen die raken aan de activiteiten van de ander, of die van belang zijn voor de conditie of veiligheid van de patiënt. Voorbeelden: start incisie, positieverandering patiënt, zetten vaatklemmen door operateur, verandering in de conditie van de patiënt (bv significante bloeddrukdaling), complicaties, peroperatieve beleidsverandering, etc.

Het vastleggen van deze communicatie heeft tot doel ‘real time’ verslagleggen van het medisch handelen en vergroten van de veiligheid van de patiënt.

Operateur en anesthesioloog zijn beide verantwoordelijk voor deze communicatie. De communicatie tussen anesthesioloog en operateur wordt geregistreerd, in die zin dat zaken die essentieel zijn voor de veiligheid van de patiënt en de voortgang van de operatie later terug te vinden zijn. 

In het verslag moeten minimaal de  hierboven genoemde momenten (inclusief complicaties) worden vastgelegd en de communicatie met betrekking tot deze momenten.

 

Tijdens de operatie worden het aantal deurbewegingen en het aantal in- en uitlopende  personen zoveel mogelijk beperkt.

Het aflossen van instrumenterenden en anesthesiemedewerkers tijdens de ingreep dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Indien toch de verwachting is dat instrumenterenden of anesthesiemedewerkers worden afgelost tijdens de operatie wordt dat bij de time-out  gemeld. 

Bij aflossen dient de vertrekkende medewerker zorg te dragen voor correcte overdracht van belangrijke informatie aan de komende medewerker.

Het aflossen gebeurt niet tijdens risicomomenten.

 

8. Sluiten wond en uitleiding

De operateur geeft aan hoe ver de operatie gevorderd is en wanneer de wond gesloten wordt.

Voordat de wond wordt gesloten vergewist de operateur zich ervan dat er geen materialen onbedoeld zijn achtergebleven in de patiënt.

Nadat de wond gesloten is en in ieder geval voordat er iemand van het team of de patiënt de OK verlaat moet een sign out/debriefing plaatsvinden in aanwezigheid van het hele team. Hierbij wordt tenminste besproken en vastgelegd:

-          Verrichte procedure is in decursus genoteerd;

-          Instructies t.a.v. maagsonde (uit, hevel, zuig) zijn gegeven;

-          Instructies t.a.v. drains, voedingsfistel zijn gegeven;

-          Instructies t.a.v. medicatie (voortzetting en/of wijzigingen) zijn gegeven;

-          Instructies t.a.v. bestrijding pijn en misselijkheid zijn gegeven;

-          Instructies t.a.v. bewaken vitale functies zijn gegeven;              

-          Overige instructies (radiodiagnostiek, dieet, wondverzorging, mobiliseren/belasten etc.) zijn gegeven;

-          Postoperatieve instructies zijn afgestemd met anesthesioloog;

-          Opgetreden complicaties;

-          Materialen zijn geteld en telling klopt;

-          Overige bijzonderheden;

-          Telefoonnummer waaronder operateur en anesthesioloog bereikbaar zijn (24/7);

-          Inlichten van de familie.

Postoperatieve orders worden afgestemd tussen operateur en anesthesioloog.

De operateur controleert met de operatieassistent de identificatie en markering van het patiëntmateriaal van de interventie (bijvoorbeeld biopten, kweekmateriaal of PA-preparaat),

en de juistheid en compleetheid van de bijbehorende formulieren. Tevens wordt afgesproken wie de preparaten wegbrengt.

 

Het (voorlopige) operatie- en anesthesieverslag moet klaar zijn op het moment dat de patiënt het operatiecomplex verlaat. 

 

9. Patiënt verlaat operatiekamer

Hier start het postoperatieve traject.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-11-2011

Laatst geautoriseerd : 01-11-2011

Mede omdat deze richtlijn voor een groot deel gebaseerd is op best practices en expert opinion zal het nodig zijn om de richtlijn te onderhouden op continue basis. Het up-to-date houden van richtlijnen op continue basis duiden we aan met het begrip ‘levende richtlijnen’. Goedbeschouwd is het meer dan dat. Beoogd wordt dat richtlijnen 'leven' bij professionals, dat kennis uit richtlijnen gebruikt wordt door behandelaars, dat er terugkoppeling plaatsvindt over toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk en dat de richtlijnen op grond hiervan op continue basis worden herzien, zodat er voor professionals en patiënten een steeds actueel, hanteerbaar en werkzaam beslissingsondersteunend instrument voorhanden is. De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde zijn samen verantwoordelijk voor het onderhoud van deze richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Geautoriseerd door:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Nederlandse Vereniging voor Medische microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers

Algemene gegevens

Voor de ontwikkeling van deze richtlijn is financiering verkregen van ZorgOnderzoek Nederland - medische wetenschappen (ZonMw).

Samenstelling werkgroep

Richtlijnwerkgroep

-     Dhr. Dr. A.P. Wolff, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), voorzitter

-     Dhr. Dr. R. Bekkers, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)

-     Mw. Dr. M.A. Boermeester, Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)

-     Dhr. Drs. J.G. Bollemeijer, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG)

-     Dhr. Dr. M. Duyvendak, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA)

-     Dhr. M. van Essen, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)

-     Dhr. Dr. W.R. van Furth, Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVVN)

-     Dhr. J. Hoekman, Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers (NVAM)

-     Mw Y. Maatjens, Landelijke Vereniging van Operatie-assistenten (LVO)

-     Mw. Dr. D. Lichtendahl, Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC)

-     Dhr. Drs. K.P. van Lienden, Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)

-     Dhr. Dr. H.H.E. van Melick, Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)

-     Mw. Dr. M.C.O. van den Nieuwenhuyzen, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA)

-     Mw. K. Nolte, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)

-     Dhr. Dr. P.J. Schuil, Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (NVKNO)

-     Mw. A. Schuurhuis, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA)

-     Dhr. Dr. W. Stooker, Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT)

-     Dhr. Dr. Ir. C.F.P. van Swol, Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF)

-     Dhr. Dr. C.P. Timmerman, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM)

-     Mw. Mr. Drs. M.M. Versluijs, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF)

-     Mw. B. Wijsen, Stichting Kind en Ziekenhuis

 

Kerngroep

-     Dhr. Dr. A.P. Wolff, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA), voorzitter

-     Dhr. Dr. R. Bekkers, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)

-     Mw. Dr. M.A. Boermeester, Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)

-     Dhr. M. van Essen, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)

-     Dhr. J. Hoekman, Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers (NVAM)

-     Mw Y. Maatjens, Landelijke Vereniging van Operatie-assistenten (LVO)

-     Mw. M.C.O. van den Nieuwenhuyzen, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA)

-     Mw. A. Schuurhuis, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA)

-     Dhr. M. Sprenger, Nationaal ICT Instituut in de Zorg (NICTIZ, advies)

-     Mw. Mr. Drs. M.M. Versluijs, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF)

 

Advies

-     Dhr. Prof. Dr. J. Damen, hoogleraar Anesthesiologie en perioperatieve patientveiligheid, UMC St Radboud

-     Dhr. M. Verweij, Dhr. M.J. Hinkema, TNO (advies)

-     Dhr. P. Wortel, Nederlandse Sociëteit voor Extra Corporale Circulatie (NESECC, advies)

-     Dhr. M. Sprenger, Nationaal ICT Instituut in de Zorg (NICTIZ, advies)

 

Ondersteuning

-     Mw. Dr. M.A. Pols, senior adviseur afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit, Orde van Medisch Specialisten

-     Mw. Dr. M.M.T.J. Ouwens, senior onderzoeker, IQ healthcare, UMC St Radboud, Nijmegen

-     Mw. J.J.C. Stienen MSc, onderzoeker, IQ healthcare, UMC St Radboud, Nijmegen

Belangenverklaringen

Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de farmaceutische industrie aangeven. Een overzicht van deze belangenverklaringen ligt ter inzage bij de Orde van Medisch Specialisten.

Inbreng patiƫntenperspectief

De richtlijn is uiteraard gericht op verbetering van de veiligheid van zorg rondom de patiënt die een operatie moet ondergaan. Bij de ontwikkeling van de richtlijn heeft daarom het patiëntenperspectief een belangrijke rol gespeeld. In de kerngroep is geparticipeerd door de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, en in de brede werkgroep is daarnaast vertegenwoordigd de Stichting Kind en Ziekenhuis. Een patiëntenversie van de richtlijn, geschreven vanuit het perspectief van en belang voor de patiënt, zal voor het gehele perioperatieve traject met de richtlijn Postoperatief Traject meegeleverd worden.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De richtlijn is bedoeld voor elke zorgverlener die betrokken is bij een ingreep zoals boven beschreven.  De implementatie van de richtlijn is de verantwoordelijkheid van de instellingen en de zorgverleners. Op basis van deze richtlijn en de richtlijn Preoperatief Traject worden indicatoren en een nalevingsplan ontwikkeld die implementatie moeten bevorderen. Het is hierbij essentieel dat de professionals feedback krijgen op hun handelen. Het implementeren van deze richtlijn zal voor veel instellingen betekenen dat de organisatie moet worden aangepast en processen opnieuw moeten worden vormgegeven. Dit kost tijd en professionals zullen hierbij organisatorisch ondersteund moeten worden.  De werkgroep ziet hier ook een belangrijke rol voor de Raden van Bestuur.

 

Implementatie zal ook bevorderd worden doordat naast de Inspectie andere partijen aandacht besteden aan veiligheid op en rond de OK. Binnen het VMS-veiligheidsprogramma heeft een aantal van de thema’s betrekking op het operatieve proces (verwisselingen, postoperatieve wondinfecties), en ook de vangnetten van verzekeraar Medirisk (www.medirisk.nl) in het kader van het project ‘Schadepreventie op de OK’ zijn  bedoeld om de veiligheid op de OK te vergroten.  Deze richtlijn sluit zoveel mogelijk aan bij de VMS-thema’s, en ook de genoemde vangnetten (achterblijvende materialen, verwisselingsfouten, apparatuur en materialen, medicatiefouten, intubatieschade en positionering) komen grotendeels terug in deze richtlijn.

 

Het doel van deze richtlijn is een bijdrage te leveren aan veilige zorg rondom een operatie.  Het is bekend uit de literatuur dat aanbevelingen uit een richtlijn niet vanzelf worden nageleefd in de praktijk. Wel is bekend dat voor een goede implementatie de volgende stappen doorlopen dienen te worden (Grol, 2001):

-         Vaststellen van de wenselijke zorg of het te bereiken doel;

-         Opstellen en meten van indicatoren;

-         Bepalen waar de zorg afwijkt van de wenselijke zorg zoals beschreven in de richtlijn;

-         Nagaan hoe dit komt (barrière-inventarisatie);

-         Ontwikkelen van oplossingen (implementatiestrategie of nalevingsplan).

Naast het beschrijven van de wenselijke zorg zijn er ten behoeve van de implementatie van de richtlijn ook  indicatoren ontwikkeld, is er een barrière-inventarisatie gedaan en worden er suggesties gedaan voor een implementatiestrategie of nalevingsplan. Dit is beschreven in Hoofdstuk 3.

Werkwijze

Ontwikkeltraject

De werkgroep heeft beoogd een korte, handzame richtlijn op te stellen, waarin informatieoverdracht en afstemming van verantwoordelijkheden de belangrijkste elementen zijn. De veiligheid van de patiënt staat hierbij centraal.

Een kerngroep, ondersteund door adviseurs van de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten en van IQ healthcare, is verantwoordelijk voor het zoeken en beoordelen van de literatuur, het opstellen van de tekst, de redactie van de richtlijn en de begeleiding van het ontwikkelproces. De kerngroep legt haar resultaten voor aan een brede werkgroep van vertegenwoordigers uit het werkveld. Evidence based richtlijnontwikkeling houdt in dat op een systematische manier gezocht wordt in de wetenschappelijke literatuur naar onderbouwing van aanbevelingen, waarbij gezocht wordt naar de hoogste graad van bewijs. Wanneer geen wetenschappelijke onderbouwing voorhanden is, kunnen ervaringen van deskundigen of goede voorbeeldpraktijken gebruikt worden. Omdat er weinig onderzoek is gedaan naar de organisatorische aspecten van het perioperatieve proces, vormen naast bestaande richtlijnen en adviezen, goede praktijken en ervaringen van experts belangrijke onderbouwende elementen. In dit traject is ervoor gekozen om de consensusvorming in die gevallen zo gestructureerd en transparant mogelijk te laten verlopen (zie paragraaf ‘Synmind’).

De strategie voor het zoeken naar literatuur wordt beschreven in bijlage 6.

 

Synmind

Om het proces van consensusvorming tussen experts transparant en gestructureerd te laten verlopen is gebruik gemaakt van Synmind. Synmind is een webbased methode waarmee werkgroepleden binnen een periode van enkele weken geconsulteerd werden over de voorgestelde aanbevelingen. Hierbij waren commentaren en ideeën direct zichtbaar, waardoor snel helder werd op welke gebieden wel of geen consensus was. Deelnemers konden ook op elkaars commentaar reageren. Deze werkwijze maakt de manier waarop de aanbevelingen tot stand komen meer transparant en gestructureerd: reacties van experts staan op schrift en worden bewaard. Via Synmind was snel zichtbaar op welke vlakken mensen het met elkaar eens waren en in welke mate, en op welke vlakken nog weinig consensus bestond. Dit hielp om een keuze te maken welke conceptaanbevelingen nadere discussie of bijstelling vergden. Doordat deelnemers op een kwantitatieve schaal aangaven in hoeverre zij het eens waren met een aanbeveling en dit grafisch werd weergegeven (spinnewebgrafieken), was in één oogopslag te zien in welke mate er consensus bestond over een aanbeveling. Op deze manier konden snel die aanbevelingen worden geïdentificeerd waarvoor breed draagvlak bestond en die welke aanpassing behoefden. Omdat deelnemers hun score motiveerden met argumenten, was ook direct zichtbaar waarom deelnemers het al dan niet eens waren met een aanbeveling. Op basis van de resultaten van deze consultatie werden door de projectgroep de aanbevelingen bijgesteld. De samenvatting van de Synmind-discussie is op te vragen bij de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten.

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op ‘evidence’ gebaseerde inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien deze aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de ‘gemiddelde patiënt’, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zo nodig afwijken van de richtlijn (incidenteel of structureel). Afwijken van richtlijnen kan in bepaalde situaties zelfs noodzakelijk zijn. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden, bij incidentele afwijkingen in het dossier van de patiënt, bij structurele afwijkingen in een lokaal protocol. De veiligheid van de patiënt dient gewaarborgd te zijn.

In deze fase van het ontwikkeltraject is nog niet gekeken naar de juridische aspecten van een perioperatief dossier (met name voor wat betreft eigenaarschap en toegankelijkheid van informatie). In een later stadium zal hieraan aandacht besteed worden.

 

Autorisatie

Deze richtlijn is voor commentaar voorgelegd aan alle betrokken verenigingen en

organisaties. Het ontvangen commentaar is door de werkgroep gewogen en waar mogelijk

verwerkt. Hierna is de aangepaste richtlijn ter autorisatie aangeboden. De volgende

verenigingen en organisaties hebben de richtlijn geautoriseerd dan wel hun instemming met

de inhoud van de richtlijn uitgesproken:

-          Landelijke Vereniging van Operatieassistenten

-          Nederlandse Orthopaedische Vereniging

-          Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers

-          Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

-          Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

-          Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd- Halsgebied

-          Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica

-          Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie

-          Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

-          Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie

-          Nederlandse Vereniging voor Radiologie

-          Nederlandse Vereniging voor Urologie

-          Nederlandse vereniging voor Ziekenhuisapothekers

-          Stichting Kind en Ziekenhuis

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.