Hematurie

Initiatief: NVU Aantal modules: 29

Hematurie en kinderen

Uitgangsvraag

Hematurie en kinderen.

Aanbeveling

Het onderwerp “Hematurie en kinderen” wordt uitgewerkt in verschillende modules. Specifieke aanbevelingen en onderbouwing kunt u vinden in deze (sub)modules.

Overwegingen

Bij deze module zijn geen overwegingen geformuleerd.

Onderbouwing

Over de definitie van microscopische hematurie bij kinderen bestaat geen consensus. Indien macroscopische hematurie iedere vorm van hematurie is die met het blote oog kan worden herkend, betekent dit dat microscopische hematurie die vorm van hematurie is die niet kan worden waargenomen maar die bijvoorbeeld door urine- screening met behulp van een urineteststrook wordt vastgesteld. In de literatuur over microscopische hematurie bij kinderen wordt een positieve urinescreening (zie hoofdstuk 3 en 4 en addendum I en IV) in de meeste gevallen bevestigd door micro­scopisch onderzoek op urinesediment. De getallen over de gevoeligheid van dipstick- analyse verschillen, maar indien men urine met welgedefinieerde hoeveelheden bloed erin test, benadert de dipstickanalyse een sensitiviteit van 100% en een specificiteit van 99% voor de aanwezigheid van één tot vijf rode bloedcellen per high-power field (high power field, hpf), wat overeen komt met vijf tot tien intacte rode bloedcellen per microliter urine.1 De American Academy of Pediatrics beschouwt 5-10 erytrocyten/gv als significant.2,3

De incidentie en de prevalentie van hematurie bij kinderen zijn in enkele grote onder­zoeken bestudeerd. De incidentie van microscopische hematurie is afhankelijk van de gebruikte definitie, maar het wordt bij 0,5-2% van de kinderen tussen 6 en 15 jaar vastgesteld.4- Het gaat hierbij over hematurie die werd vastgesteld in ten minste twee van drie urinemonsters die over een periode van drie weken werden afgenomen.5 Indien wordt gekeken naar één urinemonster per onderzocht kind, kan men micro­scopische hematurie vinden bij 6% van de kinderen.5,7 De incidentie van macro­scopische hematurie werd onderzocht in een survey van een algemene pediatrische praktijk en werd daarbij geschat op 1,3 per duizend kinderen. De piekprevalentie in deze populatie lag tussen de leeftijd van 3 en 4 jaar. Een ander onderzoek, uitgevoerd bij 342 kinderen met macroscopische hematurie, toonde aan dat het merendeel een benigne oorzaak heeft (dit in tegenstelling tot macroscopische hematurie bij volwas­senen, die vaak een maligne oorzaak heeft met de aanwezigheid van een urotheel carcinoom als meest voorkomende diagnose). In dit onderzoek werd namelijk bij slechts 1% van de kinderen een maligne aandoening gevonden, terwijl bij 34% geen afwijking werd vastgesteld ondanks uitgebreid onderzoek. De andere oorzaken van macroscopische hematurie in deze groep waren: benigne urethrorragie bij 19%, urogenitaal trauma bij 14%, urineweginfectie bij 14% en een urogenitale malformatie bij 13% van de onderzochte kinderen.9

Het onderwerp “Hematurie en kinderen” wordt uitgewerkt in verschillende modules. Specifieke conclusies kunt u vinden in deze (sub)modules.

  1. Moore GP, Robinson M. Do urine dipsticks reliably predict microhematuria? The bloody truth! Ann Emerg Med 1988;I7(3):257-6O.
  2. Dodge wF, west EF, Smith EH, et al. Proteinuria and hematuria in school children: epidemiology and early natural history. j Pediatr 1976^8(2)327-47.
  3. Fassett RG, Horgan BA, Mathew TH. Detection of glomerular bleeding by phase-contrast microscopy. lancet 1982;1(8287):1432-4.
  4. Dodge WF. cost effectiveness of renal disease screening. Am j Dis child 1977 P31 (11^1274-82.
  5. Meyers KE. Evaluation of hematuria in children. ürol clin North Am 2004 31(3)359-73, x.
  6. Murakami M, Yamamoto H, üeda Y, et al. ürinary screening of elementary and junior high-school children over a 13-year period in Tokyo. Pediatr Nephrol 1991 ;5(I):50-3.
  7. Feld LG, Meyers KE, Kaplan BS, et al. Limited evaluation of microscopie hematuria in pediatrics. Pediatrics 1998;IO2(4):E42.
  8. Ingelfinger JR, Davis AE, Grupe WE. Frequency and etiology of gross hematuria in a general pediatric setting. Pediatrics 1977;59(4):557-6I.
  9. Greenfield SP, Williot P, Kaplan D. Gross hematuria in children: a ten-year review. ürology 2007;69(I):I66-9.
  10. Kaplan RE, Springate JE, Feld LG. Screening dipstick urinalysis: a time to change. Pediatrics 1997;IOO(6):919-21.
  11. Vehaskari VM, Rapola j, Koskimies O, et al. Microscopic hematuria in school children: epidemiology and clinico- pathologic evaluation. j Pediatr 1979;95(5 Pt 1^676-84.
  12. Park YH, Choi jY, Chung HS, et al. Hematuria and proteinuria in a mass school urine screening test. Pediatr Nephrol 2005;2O(8):1126-30.
  13. Quigley R. Evaluation of hematuria and proteinuria: how should a pediatrician proceed? Curr Opin Pediatr 2008;20(2):140-4.
  14. Halachmi S, Kakiashvili D, Meretyk S. A review on hematuria in children. Scientific World journal 2006;6:311-7.
  15. Meglic A, Cavic M, Hren-Vencelj H, et al. Chlamydial infection of the urinary tract in children and adolescents with hematuria. Pediatr Nephrol 2000;15(1-2):132-3.
  16. Zerin JM. üroradiologic emergencies in infants and children. Radiol Clin North Am 1997;35(4):897-919.
  17. Stapleton FB, Roy S III, Noe HN, et al. Hypercalciuria in children with hematuria. N Engl j Med 1984 310(21^1345-8.
  18. Schwartz G, et al. New equations to estimate GFR in children with CKD. Am j Soc Nephrol 2009;20:629-37.
  19. Patel HP, Bissler jj. Hematuria in children. Pediatr Clin North Am 2001;48(6):1519-37.
  20. jones GR, Newhouse I. Sport-related hematuria: a review. Clin j Sport Med 1997 3(2^119-25.
  21. Kohler H, Wandel E, Brunck B. Acanthocyturia -- characteristic marker for glomerular bleeding. Kidney Int 1991;4O(1):115-2O.
  22. Dennery MP, Rushton HG, Belman AB. Sonography for the detection and follow-up of primary nonsarcomatous bladder tumors in children. ürology 2002;59(1):119-21.
  23. Strouse Pj, Bates DG, Bloom DA, et al. Non-contrast thin-section helical CT of urinary tract calculi in children. Pediatr Radiol 2002 32(5)326-32.
  24. Muraoka N, Sakai T, Kimura H, et al. Rare causes of hematuria associated with various vascular diseases involving the upper urinary tract. Radiographics 2008;28(3):855-67.
  25. Lall A, Webb Nj, Dickson A. Episodic painless hematuria of unusual etiology - a case report and review of literature. j Pediatr Surg 2007;42(8):146O-2.
  26. Suzuki K, Tsugawa K, Oki E, et al. Vesical varices and telangiectasias in a patient with ataxia telangiectasia. Pediatr Nephrol 2008;23(6):1OO5-8.
  27. Mahan jD, Turman MA, Mentser MI. Evaluation of hematuria, proteinuria, and hypertension in adolescents. Pediatr clin North Am 1997;44(6):1573-89.
  28. walker BR, Ellison ED, Snow Bw, et al. the natural history of idiopathic urethrorrhagia in boys. j urol 2001;166(1):231-2.
  29. Spetie DN, Nadasdy T, Nadasdy C, et al. Proposed pathogenesis of idiopathic loin pain-hematuria syndrome. Am j Kidney Dis 2006;47(3):419-27.
  30. Feldman KW, Feldman MD, Crady R, et al. Renal and urologie manifestations of pediatrie condition falsification/ Munchausen by proxy. Pediatr Nephrol 2007 42(6^849-56.
  31. Cordon C, Stapleton FB. Hematuria in adolescents. Adolesc Med Clin 2005^6(9:229-39.
  32. Fine SW, Humphrey PA, Dehner LP, et al. Ürothelial neoplasms in patients 20 years or younger: a clinicopathological analysis using the World Health Organization 2004 bladder consensus classification. j Urol 2005^74(5^1976-80.
  33. Kersun LS, Wimmer RS, Hoot AC, et al. Secondary malignant neoplasms of the bladder after cyclophosphamide treatment for childhood acute lymphocytic leukemia. Pediatr Blood Cancer 2004 42(3^289-91.
  34. Mateos Bj, Santamaria Ossorio jl, et al. [Transitional-cell bladder tumor in childhood]. Cir Pediatr 1999;I2(4):I68-7O.
  35. Patel R, Tery T, Ninan CK. Transitional cell carcinoma of the bladder in first decade of life. Pediatr Surg Int 2008 44(19:1265-8.
  36. Benz MR, Stehr M, Kammer B, et al. Foreign body in the bladder mimicking nephritis. Pediatr Nephrol 2007 42(3)467-70.
  37. Ahn jH, Morey AF, McAninch jW. Workup and management of traumatic hematuria. Emerg Med Clin North Am 1998;I6(I):I45-64.
  38. Morey AF, Bruce jE, McAninch jW. Efficacy of radiographic imaging in pediatric blunt renal trauma. j Urol 1996;I56(6):2014-8.
  39. Perez-Brayfield MR, Catti jM, Smith EA, et al. Blunt traumatic hematuria in children. Is a simplified algorithm justified? j Urol 2002;I67(6):2543-6.
  40. Santucci RA, Langenburg SE, Zachareas Mj. Traumatic hematuria in children can be evaluated as in adults. j Urol 2004;i7i(2 Pt I):822-5.
  41. Jankowski jT, Spirnak jP. Current recommendations for imaging in the management of urologic traumas. Urol Clin North Am 2006;33(3):365-76.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-10-2010

Laatst geautoriseerd  : 01-10-2010

Geplande herbeoordeling  :

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde

Algemene gegevens

Indeling van de richtlijn

Om de richtlijn overzichtelijk te maken is er gebruikgemaakt van een blok met daarin de conclusies met niveau van bewijs en een blok met aanbevelingen. Daarnaast zijn in de tekst de overwegingen en onderbouwing aangegeven. 

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Een richtlijn is geen wettelijk voorschrift, maar bevat wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval of in een bepaalde regio niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken. De toepassing van de richtlijn in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelend arts.

 

Financiering

De financiering kwam tot stand via de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten. 

Doel en doelgroep

In 1998 werd de richtlijn Hematurie onder leiding van Henk van der Poel vastgesteld. Ondertussen zijn we ruim tien jaar verder en blijken er vooral op beeldvormend diagnostisch vlak nieuwe ontwikkelingen gaande te zijn.

 

Doelstelling

Een richtlijn is een document met aanbevelingen, adviezen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de besluitvorming van professionals in de zorg en van patiënten. De aanbevelingen berusten op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek met daarop gebaseerde discussie en aansluitende meningsvorming.

Deze richtlijn beoogt een leidraad te geven voor het handelen in de dagelijkse praktijk en geeft aanbevelingen voor de diagnostiek van volwassenen en kinderen met hematurie.

Daarnaast biedt de richtlijn aanknopingspunten voor transmurale afspraken of lokale protocollen. Ook kan de richtlijn worden gebruikt bij het geven van adviezen en informatie aan patiënten.

 

Doelgroep

De doelgroep betreft patiënten met hematurie in de urologische praktijk. Omdat de differentiaaldiagnose bij kinderen afwijkt van volwassenen, heeft Goedele Beckers, namens de werkgroep Kinderurologie, plaatsgenomen in de werkgroep Richtlijn Hematurie.

Samenstelling werkgroep

Mw. drs. M.C. Hovius, uroloog, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam, voorzitter

Mw. dr. G.M.A. Beckers, kinderuroloog, VU medisch centrum, Amsterdam

Dr. A. Bex, uroloog, Anthonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam

Mw. dr. A.Y. Demir, klinisch chemicus, Meander Medisch Centrum, Amersfoort

Drs. A.J. van der Molen, radioloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden

Dr. H. van der Poel, uroloog, Anthonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam

Dr. B.P.H. Schrier, uroloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis, ’s-Hertogenbosch

Dr. Y.F.C. Smets, nefroloog, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam

 

Het concept is voorgelegd aan de leden van de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), de kwaliteitscommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN), de Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR) en de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC).

Werkwijze

Wetenschappelijke onderbouwing

In de voorliggende richtlijn is gebruikgemaakt van de criteria voor evidence-based medicine (EBM). Voor zover mogelijk zijn de levels of evidence aangegeven beschreven door het kwaliteitsinstituut voor gezondheidszorg CBO (Centraal BegeleidingsOrgaan).[1]

 

Tabel: Indeling van de onderbouwing naar de mate van bewijskracht

Voor artikelen betreffende diagnostiek

A1

Onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op grond van de te onderzoeken testuitslagen, of besliskundig onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A2-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met onderlinge afhankelijkheid van diagnostische tests

A2

Onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruikgemaakt zijn van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de test en de ‘gouden standaard’ moeten onafhankelijk zijn beoordeeld; in situaties waarbij multipele, diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met logistische regressie

B

Vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie, maar niet de kenmerken die verder onder niveau A staan genoemd

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld de werkgroepleden

 

Voor artikelen betreffende schade/bijwerkingen, etiologie, prognose

A1

Systematische review van ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau

A2

Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor confounding en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten

B

Prospectief cohortonderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 of retrospectief cohortonderzoek of patiëntcontroleonderzoek

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen

 

Niveau van bewijs van de conclusies

1

Eén systematische review (A1) of ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A1 of A2

2

Ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B

3

Eén onderzoek van niveau A2 of B of onderzoek van niveau C

4

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld de werkgroepleden

 

Het wetenschappelijk bewijs is samengevat in een ‘Conclusie’, waarbij het niveau van het meest relevante bewijs is weergegeven. Daarnaast wordt een aanbeveling gegeven. Deze is gebaseerd op het bewijs en de mening van de werkgroepleden. 

 

Overige richtlijnen Hematurie

De European Association of Urology (EAU) heeft geen richtlijn Hematurie. De American Urological Association (AUA) heeft een best practice policy over asymptomatische microscopische hematurie uit 2001.[2,3] In de database van National Guideline Clearinghouse vonden we wel hematurierichtlijnen van de American College of Radiology, Primary Care British Colombia en Finnish Medical Society.[4-6] Recentelijk (2009) verscheen er van Kelly et al. een clinical review over microscopische hematurie in de eerste lijn.[7] Daarnaast is er een zeer uitgebreide systematic review van Rodgers et al. verschenen in 2006, Diagnostic tests and algorithms used in the investigation of haematuria: systematic reviews and economic evaluation.[8]

 

De literatuurzoekopdracht op ‘hematuria, haematuria, microhematuria, macrohematuria, microhaematuria, macrohaematuria, erythrocyturia’ werd uitgevoerd in Pubmed in de periode van 1 januari 1997 tot en met 8 september 2008, in het Engels, Frans en Duits. Daarnaast is in de Cochrane-database, de Trip-database, Sum-search, National Guideline Clearinghouse en Bandolier gezocht. Op basis van de abstracts is een selectie gemaakt. De referenties van de hematurierichtlijn uit 1998 zijn ook gebruikt.

Er werd regelmatig een up-to-date zoekopdracht verricht; de laatste in januari 2010.

Een aparte gerichte zoekopdracht werd uitgevoerd door de klinisch chemicus, de radioloog en de nefroloog. 

Volgende:
Organisatie van zorg