Handhygiëne en huidverzorging
Uitgangsvraag
Wat is de aanbevolen methode voor het verzorgen en beschermen van de huid van zorgmedewerkers?
Aanbeveling
- Verzorg de handen met een handverzorgingsmiddel op het moment dat dit de verdere zorg niet in de weg staat, bijvoorbeeld voor de (lunch)pauze of aan het einde van de dienst en thuis.
- Gebruik huidverzorgingsmiddelen volgens aanwijzing van de fabrikant. Houd hier het volgende aan:
- Breng niet te veel crème per keer aan. Houd een hoeveelheid ter grootte van een streepje crème over de lengte van het laatste vingerkootje van de wijsvinger aan.
- Breng liever een aantal keren per dag een dunne laag crème op dan een of twee keer een hele dikke laag.
- Gebruik handdesinfectiemiddel dat een terugvettend bestandsdeel bevat.
- Gebruik een handverzorgingsmiddel dat goed in te wrijven is.
- Gebruik handverzorgingsmiddel uitsluitend vanuit een persoonsgebonden tube of vanuit uit een dispenser.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en kwaliteit van bewijs
Voor deze module is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur, om antwoord te geven op de vraag wat de aanbevolen methode is voor het verzorgen en beschermen van de huid van zorgmedewerkers. Hierbij zijn geen vergelijkende studies gevonden die voldoen aan de PICO. Door het ontbreken van literatuur is geen richting te geven aan de besluitvorming op basis van wetenschappelijk bewijs.
Waarden en voorkeuren van patiënten en/of zorgmedewerkers
Voor patiënten en zorgmedewerkers is het van belang dat het risico op transmissie van pathogene micro-organismen en het ontstaan van zorggerelateerde infecties zo laag mogelijk is. Een goede handhygiëne draagt hieraan bij. Bij een goede handhygiëne hoort ook een goede handverzorging. Een goed verzorgde huid van de handen is minder vatbaar voor irritaties en voor de overdracht van micro-organismen (1, 2).
Kosten en middelen
De werkgever is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een handverzorgingsmiddel op de werkplek, bijvoorbeeld in een ruimte waar medewerkers pauzeren of zich omkleden. De werkgroep verwacht dat de kosten en middelen geen bepalende factor zullen zijn voor zorgorganisaties.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Door het veelvuldig toepassen van handhygiëne, vooral bij het wassen van de handen, kan de huid uitdrogen en geïrriteerd raken. Zo werd in de studie van Jungbauer et al. (3) onderzocht wat de effecten op de huid zijn bij blootstelling aan handhygiënemiddelen (water/zeep en handdesinfectiemiddel). Er werd aangetoond dat handhygiënemiddelen een uitdrogingseffect hebben op de huid. Daarbij vonden zij een verschil tussen personen die in hoge mate werden blootgesteld aan handhygiënemiddelen ten opzichte van personen die gemiddeld werden blootgesteld.
In een cluster-gerandomiseerde cross-over-studie van Menegueti et al. (4) werd onderzocht welke concentratie van glycerine in handdesinfectiemiddel (0%, 0,50%, 0,75% en 1,45%) het best getolereerd werd door zorgmedewerkers. Hierbij werd ook de aanbevolen hoeveelheid glycerol vanuit de WHO-richtlijn getest (1, 2). Bij de beoordeling was er geen verschil zichtbaar tussen de concentraties, met uitzondering van de 0% groep, die een significant lagere huidkwaliteit had.
In een gerandomiseerde studie van Williams et al. (5) werd het preventieve effect van vijf verschillende vochtinbrengende huidverzorgingsmiddelen na het wassen van de handen op de huidkwaliteit onderzocht. Alleen in de groep zonder gebruik van vochtinbrengende huidverzorgingsproducten werd een verminderde huidkwaliteit waargenomen. De mate van huidhydratatie verschilde tussen de groepen. De onderzoekers geven geen details over de ingrediënten van de verschillende crèmes die zijn getest.
De werkgroep concludeert dat het nodig is om een terugvettend middel te gebruiken als de huid eerst door een ontvettend desinfectiemiddel of door het wassen van de handen ontvet is. Het ontvetten kan (ook) worden tegengegaan door het gebruik van een handverzorgingsmiddel. Verzorg alle onderdelen van de handen, vergeet bij handverzorging de nagelriemen niet. De huid kan maar een bepaalde mate vet per keer opnemen, het restant blijft op de huid achter en vormt een vette laag die het werken bemoeilijkt. De hoeveelheid handverzorgingsmiddel wat per keer wordt aangebracht is een punt van aandacht.
Een ander punt van aandacht is onnodige belasting van de huid. Door direct na handreiniging handdesinfectie toe te passen kan dit de huid extra belasten en sneller uitdrogen.
Duurzaamheid en hergebruik
Voor zover bekend bij de werkgroep zijn er geen overwegingen voor verzorging van de handen die een directe relatie hebben met duurzaamheid en hergebruik. Hergebruik van flacons en handverzorgingsmiddelen in potten zijn niet geschikt vanwege het risico op contaminatie en kruisbesmettingen.
Onderbouwing
Achtergrond
Deze module geeft zorgmedewerkers aanbevelingen over de verzorging van de handen om huidklachten te voorkomen en/of te verminderen. Dit moet ertoe bijdragen dat de huid intact blijft wat zorgmedewerkers in staat stelt om handhygiëne toe te passen met geschikte middelen op de aanbevolen momenten.
Zoeken en selecteren
Voor het beantwoorden van deze uitgangsvraag is een systematische zoekopdracht uitgevoerd. Daarbij werd de volgende onderzoeksvraag gebruikt:
Wat zijn de positieve en negatieve effecten van handhygiëneproducten (zeep, handdesinfectiemiddel, papieren droogdoekjes, handcrème) en methoden op de huid?
|
P: |
Medewerkers met patiëntgebonden werkzaamheden of gezonde vrijwilligers |
|
I: |
Toepassing van handhygiëne producten en methoden intact huid |
|
C: |
Toepassing van handhygiëne producten en methoden niet-intacte huid |
|
O: |
Verminderde overdracht en infecties zorginstellingen, microbiële belasting op handen |
In de databases PubMed en Embase is op 18 februari 2022 met relevante zoektermen (huid, huidbehandeling, huidbeschadiging, handhygiëne, handhygiëneproducten) gezocht naar wetenschappelijke literatuur over huidverzorging in relatie tot handhygiëne. De zoekactie is uitgevoerd in combinatie met zoektermen voor momenten van handhygiëne uit Module Techniek en handhygiëne en techniek en huidbeschadigingen in Module Handhygiëne en huidbeschadiging.
Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria:
- Het gaat om een systematische review of vergelijkend onderzoek, zoals een (gerandomiseerd) gecontroleerd onderzoek of observationeel onderzoek.
- De participanten zijn mensen die werken in de gezondheidszorg.
- De interventie bestaat uit handhygiëneproducten zoals zeep, handdesinfectiemiddel, droogdoekjes en huidverzorgingsmiddel.
- De uitkomst richt zich op verminderde overdracht en infecties in zorginstellingen, microbiële belasting en huidkwaliteit van de handen.
Op basis van titel en samenvattingen van de referenties werden studies geselecteerd die aan bovenstaande criteria voldeden. Dit leverde achttien studies op. Na de beoordeling van de volledige tekst zijn deze studies geëxcludeerd, omdat deze niet voldeden aan de selectiecriteria.
Referenties
- 1. WHO guidelines on hand hygiene in health care. WHO Library Cataloguing-in-Publication Data (2009).
- 2. Gould DJ et al. Interventions to improve hand hygiene compliance in patient care (Review). Cochrane, Cochrane Database of Systematic Reviews (2017).
- 3. Jungbauer FHW, van der Harst JJ, Groothoff JW, Coenraads PJ. Skin protection in nursing work: promoting the use of gloves and hand alcohol. Contact Dermatitis 2004; 51: 135–40.
- 4. Menegueti MG, Laus AM, Ciol MA, Auxiliadora-Martins M, Basile-Filho A, Gir E et al. Glycerol content within the WHO ethanol-based handrub formulation: Balancing tolerability with antimicrobial efficacy. Antimicrob Resist Infect Control 2019; 8: 1–8.
- 5. Williams C, Wilkinson SM, McShane P, Lewis J, Pennington D, Pierce S et al. A double-blind, randomized study to assess the effectiveness of different moisturizers in preventing dermatitis induced by hand washing to simulate healthcare use. Br J Dermatol 2010; 162: 1088–92.
Evidence tabellen
Exclusie-tabel
|
Referentie |
Reden van exclusie |
|
Drexler et al. (2003). Evidence-based recommendations for skin protection at the workplace on the basis of 3 representative cases |
Verkeerd studiedesign |
|
Jing et al. (2020). Hand sanitizers: A review on formulation aspects, adverse effects, and regulations. International Journal of Environmental Research and Public Health. |
Verkeerd studiedesign |
|
Hines et al. (2017). The three moments of skin cream application: an evidence-based proposal for use of skin creams in the prevention of irritant contact dermatitis in the workplace. Journal of the European Academy of Dermatology and Venereology. |
Verkeerd studiedesign |
|
Williams et al. (2010). A double-blind, randomized study to assess the effectiveness of different moisturizers in preventing dermatitis induced by hand washing to simulate healthcare use. |
Verkeerd studiedesign |
|
Soltanipoor et al. (2019) Evaluating the effect of electronic monitoring and feedback on hand cream use in healthcare workers: Healthy Hands Project. Contact Dermatitis. |
Verkeerd studiedesign |
|
Poopat et al. (2021). Efficacy of a protective hand cream versus a conventional cream to improve skin barrier function among pediatric intensive care unit healthcare workers: A pilot study. Journal of the Medical Association of Thailand. |
Verkeerd studiedesign |
|
Önder et al. (2014). Treatment of hand eczema. Turk Dermatoloji Dergisi. |
Verkeerd studiedesign |
|
Madan et al. (2020). A behaviour change package to prevent hand dermatitis in nurses working in the National Health Service: results of a cluster randomized controlled trial. British Journal of Dermatology. |
Verkeerd studiedesign |
|
Madan et al. (2016). A behavioural change package to prevent hand dermatitis in nurses working in the national health service (the SCIN trial): Study protocol for a cluster andomized controlled trial. Trials. |
Verkeerd studiedesign |
|
Ibler et al. (2012). Skin care education and individual counselling versus treatment as usual in healthcare workers with hand eczema: Randomised clinical trial. BMJ (Online). |
Verkeerd studiedesign |
|
Van Der Meer et al. (2015). The effects of a multifaceted implementation strategy on hand eczema prevalence in a healthcare setting. Results of a randomized controlled trial. Contact Dermatitis. |
Verkeerd studiedesign |
|
Van Der Meer et al. (2014). The effectiveness of a multifaceted implementation strategy on behaviour related to the prevention of hand eczema – A andomized controlled trial among healthcare workers. Occupational and Environmental Medicine. |
Verkeerd studiedesign |
|
Soltanipoor et al. (2019). Effectiveness of a skin care programme for the prevention of contact dermatitis in healthcare workers (the Healthy Hands Project): A single-centre, cluster randomized controlled trial”. Contact Dermatitis. |
Verkeerd studiedesign |
|
Menegueti et al. (2019). Glycerol content within the WHO ethanol-based handrub formulation: Balancing tolerability with antimicrobial efficact. Antimicrobial Resistance and Infection Control. |
Verkeerde uitkomstmaten |
|
Laffler et al. (2006). Primary prevention in health care employees: A prospective intervention study with a 3-year training period. Contact Dermatitis. |
Verkeerd studie design |
|
Jungbauer et al. (2004). Skin protection in nursing work: Promoting the use of gloves and hand alcohol. Contact Dermatitis. |
Verkeerde uitkomstmaten |
|
Inuzuka et al. (2020). Washing with water alone versus soap in maintaining remission of eczema. Pediatrics International. |
Verkeerd studiedesign |
|
Graversgaard et al. (20118). A long-term follow-up study of the Hand Eczema Trial (HET): a randomized clinical trial of a secondary preventive programme introduced to Danish healthcare workers. Contact Dermatitis. |
Verkeerd studiedesign |
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 01-07-2025
Beoordeeld op geldigheid : 19-09-2023
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is ondersteund door het RIVM en SKILZ en is gefinancierd door het ministerie van VWS. De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in 2021 een multidisciplinaire werkgroep samengesteld, bestaande uit deskundigen en vertegenwoordigers van specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten. De werkgroep bestond uit vertegenwoordigers en deskundigen vanuit het RIVM en de verenigingen NVMM, NVDV, VHIG, NVvA, NVAB, V&VN en NVAVG. Hierbij heeft de vertegenwoordiger van de NVAVG afgestemd met Verenso om zo beide partijen te vertegenwoordigen. De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen/organisaties gemandateerd voor deelname. De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn.
De werkgroep bestaat uit:
- M. van der Jagt-Zwetsloot, voorzitter en deskundige infectiepreventie, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);
- prof. dr. A. Voss, arts-microbioloog, Nederlandse Vereniging van Medische Microbiologie (NVMM);
- prof. dr. T. Rustemeyer, dermatoloog, Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV);
- drs. S. Mulder, deskundige infectiepreventie, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);
- C. Kooyman, deskundige infectiepreventie, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG);
- M. Nillesen, deskundige infectiepreventie, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG);
- E. Hagelen, arbeidshygiënist, Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA);
- drs. G. de Groene, bedrijfsarts, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB);
- I. Verzijl, verpleegkundig specialist, Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN);
- drs. I. van Zoest, arts verstandelijk gehandicapten, Nederlandse Vereniging Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (NVAVG).
Met ondersteuning van:
- drs. K. Weijdema, senior procesbegeleider richtlijnontwikkeling RIVM;
- F.E.M. Aanhane, senior procesbegeleider richtlijnontwikkeling, SKILZ;
- dr. I. van Dusseldorp, informatiespecialist, Maatschap Van Dusseldorp, Delvaux & Ket;
- dr. E. Delvaux, informatiespecialist, Maatschap Van Dusseldorp, Delvaux & Ket;
- dr. N. Molenaar, arts-epidemioloog, Medical Research Consulting;
- mr. S. Otters, jurist, Federatie Medisch Specialisten.
De volgende personen waren onderdeel van de klankbordgroep en hebben input gegeven tijdens de ontwikkelfase vanuit hun specifieke expertise:
- A. Haenen, deskundige infectiepreventie en promovendus, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Radboudumc;
- ir. J.W. Andriessen, beleidsmedewerker, College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Belangenverklaringen
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen via info@sri-richtlijnen.nl.
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfunctie(s) |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
M. van der Jagt-Zwetsloot |
deskundige infectiepreventie |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
Prof. dr. A. Voss |
arts-microbioloog |
lid WHO IPC-expert group for COVID-19, lid WHO Hand hygiene core group, voorzitter SRI Coördinatie & uitvoeringsorgaan |
geen |
geen actie vereist |
|
Prof. dr. T. Rustemeyer |
dermatoloog |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
Drs. S. Mulder |
deskundige infectiepreventie |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
C. Kooyman |
deskundige infectiepreventie |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
M. Nillesen |
deskundige infectiepreventie |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
E. Hagelen |
arbeidshygiënist |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
Drs. G. de Groene |
bedrijfsarts |
Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) |
geen |
geen actie vereist |
|
I. Verzijl |
verpleegkundig specialist |
geen |
geen |
geen actie vereist |
|
Drs. I. van Zoest |
arts verstandelijk gehandicapten |
geen |
geen |
geen actie vereist |
Inbreng patiëntenperspectief
Inbreng patiëntenperspectief
De Patiëntenfederatie Nederland is betrokken geweest in de knelpuntenanalyse en heeft het raamwerk ontvangen voor commentaar in de voorfase. Zij hebben aangegeven geen zitting te willen nemen in de werkgroep of klankbordgroep. Tijdens de commentaarfase hebben zij meegelezen met de conceptteksten.
Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst.
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn; zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Handhygiëne en methode |
Geen financiële gevolgen |
- |
Werkwijze
Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen zoals vastgesteld in het SRI document ‘procedure SRI richtlijnontwikkeling’. Dit document beschrijft een stappenplan dat gebaseerd is op de kwaliteitscriteria uit de documenten: Richtlijn voor richtlijnen (2012), AQUA Leidraad voor Kwaliteitsstandaarden (2014), de HARING-tools (2013), AGREE-II (2010). Ook bevat het stappenplan verwijzingen voor methodieken van het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit en het stappenplan ‘Ontwikkeling van Medisch Specialistische Richtlijnen van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten’.
Knelpuntenanalyse
Tijdens de voorbereidende fase hebben de voorzitter van de werkgroep, de werkgroepleden en de procesbegeleiding de knelpunten geïnventariseerd. Een verslag is terug te vinden in de bijlage Rapportage knelpunteninventarisatie.
Uitkomstmaten
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Vervolgens heeft de werkgroep per uitgangsvraag geïnventariseerd welke uitkomstmaten relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken.
Methode literatuur (samenvatting)
In 2009 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een richtlijn Handhygiëne uitgebracht (10). Deze richtlijn wordt wereldwijd onderschreven, vanwege de brede wetenschappelijke onderbouwing. Sinds 2009 zijn er meerdere tussentijdse actualisaties van de WHO-richtlijn geweest. Daarnaast is er in 2017 een Cochrane review gepubliceerd over handhygiëne (11). Vanwege de goede kwaliteit van deze twee bronnen vormen deze de basis bij de beantwoording van de opgestelde uitgangsvragen in Module Handhygiene: methode en Module Handhygiene: middelen.
Aanvullend is er bij sommige uitgangsvragen aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases (vanaf het jaar 2002). De werkgroepleden selecteerden de via de zoekactie gevonden artikelen op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De zoekacties zijn opvraagbaar bij het bureau van het RIVM en SKILZ.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gebruikte methode per module.
|
Module |
Gebruikte methode |
|
Momenten van handhygiëne |
WHO + Cochrane |
|
Techniek van handhygiëne |
WHO + Cochrane + aanvullende zoekopdracht |
|
Handhygiëne en huidverzorging |
Zoekopdracht |
|
Handhygiëne en huidbeschadigingen |
Zoekopdracht |
|
Randvoorwaarden handdesinfectiemiddelen |
WHO + Cochrane |
|
Randvoorwaarden handreinigingsmiddelen |
WHO + Cochrane + aanvullende zoekopdracht |
|
Kranen en dispensers |
WHO + Cochrane |
|
Droogsystemen |
WHO + aanvullende zoekopdracht |
|
Handschoenen |
WHO + aanvullende zoekopdracht |
|
Normen en wettelijke eisen handdesinfectiemiddelen |
N.v.t. |
|
Hand- en polssierraden en accessoires |
Zoekopdracht |
|
Vingernagels |
Zoekopdracht |
|
Onbedekte onderarmen |
Zoekopdracht |
|
Kleding |
Zoekopdracht |
|
Gezicht en haardracht |
Zoekopdracht |
|
Infectie(ziekte) bij de medewerker |
Consensus |
Overzicht van gebruikte methode voor wetenschappelijke onderbouwing voor beantwoording van de uitgangsvragen per submodule.
Kwaliteitsbeoordeling individuele studies
Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de risk-of-bias-tabellen.
Samenvatten van de literatuur
De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn weergegeven in evidence-tabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kwaliteit van bewijs (‘quality of evidence’) werd beoordeeld met behulp van GRADE. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (5). GRADE is een methode die per uitkomstmaat van een interventie, of voor een risico- of prognostische factor, een gradering aan de kwaliteit van bewijs toekent op basis van de mate van vertrouwen in de schatting van de effectgrootte.
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Voor het formuleren van een aanbeveling zijn naast de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs over de gewenste en ongewenste effecten van een interventie of over de effectgrootte van een risico- of prognostische factor vaak ook nog andere factoren van belang (2).
Genoemd kunnen worden:
- kosten;
- waarden, voorkeuren en ervaringen van patiënten en zorgmedewerkers met betrekking tot interventies en uitkomsten van zorg;
- balans van gewenste en ongewenste effecten van interventies ten opzichte van geen of andere interventies;
- aanvaardbaarheid van interventies;
- haalbaarheid van een aanbeveling.
Deze aspecten worden per module besproken onder het kopje ‘Overwegingen’.
Formuleren van de aanbevelingen
De aanbevelingen geven een antwoord op de uitgangsvragen en zijn gebaseerd op het beste beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet uit en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (1, 8). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, zorgmedewerkers en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor zorgmedewerkers |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers.
Randvoorwaarden (organisatie van zorg)
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag.
Formuleren van kennislacunes
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is. Een overzicht van aanbevelingen voor nader onderzoek staat in het hoofdstuk Kennislacunes.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en andere relevante partijen voorgelegd voor commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd.
Literatuur
- Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
- Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
- Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.
- Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
- GRADE. http://www.gradeworkinggroup.org/.
- Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
- Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html.
- Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
- Schünemann H, Brożek J, Guyatt G et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. https://gdt.gradepro.org/app/handbook/handbook.html.
- WHO guidelines on hand hygiene in health care, WHO Library Cataloguing-in-Publication Data (2009).
- Gould DJ et al. Interventions to improve hand hygiene compliance in patient care (Review), Cochrane, Cochrane Database of Systematic Reviews (2017).