Uitgangsvraag

1. Met welke frequentie dient een galblaaspoliep vervolgd te worden?

2. Wanneer is er bij een galblaaspoliep een indicatie tot een cholecystectomie?

3. Welke consequenties moeten worden verbonden aan het vinden van een galblaascarcinoom bij patiënten die een (laparoscopische) cholecystectomie ondergaan wegens galstenen?

4. Heeft het uitvoeren van routine PA onderzoek zin op een peroperatief als normaal beoordeelde galblaas?

Aanbeveling

Niveau C

Wanneer achteraf bij toeval een galblaascarcinoom wordt ontdekt, is uitsluitend bij Tis en T1a, of bij T3/T4 een afwachtend beleid zonder twijfel gerechtvaardigd. In geval van T1b wordt een aanvullende lymfadenectomie geadviseerd, bij T2 in combinatie met een leverbedresectie, indien chirurgische expertise daarvoor aanwezig is.

Niveau C

Bij peroperatieve verdenking op een galblaascarcinoom met locale doorgroei wordt geadviseerd tot een open cholecystectomie, met lymfadenectomie en partiele leverbedresectie.

Niveau C

Het is niet zinvol routinematig de galblaas histologisch te onderzoeken bij een peroperatief normale ogende galblaas.

Inleiding

Het valt buiten het bereik van deze richtlijn het gehele beeld van galblaascarcinoom te behandelen. Deze richtlijn is gericht op de behandeling van het onverwachte galblaascarcinoom. Voor verdere informatie zie de richtlijn Galweg- en Galblaascarcinoom (2013) op Oncoline.

Conclusies

Vraag 1: Met welke frequentie dient een galblaaspoliep vervolgd te worden?

Niveau 2a

Het lijkt gerechtvaardigd bij toeval gevonden galblaaspoliepen van ≤ 5 mm niet te vervolgen. Op grond van de beschikbare literatuur is er geen consensus over de mate en duur van follow-up voor galblaaspoliepen tussen de 5 en 10 mm (Wiles 2014).

 

Vraag 2: Wanneer is er bij een galblaaspoliep een indicatie tot een cholecystectomie?

Niveau 2b

Galblaaspoliepen < 10 mm hebben een benigne natuurlijk beloop (Colecchia 2008).

Niveau 3

Bij verdenking op een galblaaspoliep van ≥ 10 mm wordt geadviseerd om een cholecystectomie uit te voeren (Ito 2009).

 

Vraag 3: Welke consequenties moeten worden verbonden aan het vinden van een galblaascarcinoom bij patiënten die een (laparoscopische) cholecystectomie ondergaan wegens galstenen?

Niveau 3

Voor patiënten bij wie de postoperatieve classificatie een Tis of T1a galblaascarcinoom betreft, volstaat de cholecystectomie in combinatie met follow-up. Voor patiënten met een T1b galblaascarcinoom leidt een aanvullende lymfadenectomie tot een overlevingswinst van 22%. Het nut van een aanvullende leverbedresectie bij occult T1b galblaascarcinoom is niet bewezen (Glauser 2010, Goetze 2008, Hari 2012, Lee 2011, Kraas 2002, Romano 2001, Yoon 2014, You 2008).

Bij een onverwacht T2 galblaascarcinoom verbetert een radicale re-resectie (leverbed- en lymfeklierdissectie) de overleving (Fuks 2011, Glauser 2010, Goetze 2008).

Bij T3 en T4 galblaascarcinomen geeft een re-resectie geen toename in overleving (Fuks 2011, Glauser 2010, Goetze 2008).

Niveau 3

Bij verdenking op een galblaascarcinoom tijdens laparoscopische cholecystectomie heeft conversie naar open cholecystectomie geen bewezen waarde (Box 1999, Kraas 2002, Kwon 2008, Pearlstone 1998, Ricardo 1997, Susuki 1998, Zhang 2009 Z’graggen 1998).

Niveau 3

Bij patiënten met een onverwacht galblaascarcinoom leidt een resectie van de ‘trocar site’ niet tot een verbeterde overleving (Fuks 2013, Maker 2012).

 

Vraag 4: Heeft het uitvoeren van routine PA onderzoek zin op een peroperatief als normaal beoordeelde galblaas?

Niveau 2a

Bij afwezigheid van macroscopische afwijkingen van het galblaaspreparaat lijkt het gerechtvaardigd om geen PA onderzoek uit te voeren (Deng, 2014, Swank 2013, Vliet 2013)

Niveau 2a

Routine histologisch onderzoek brengt geen verandering in de behandeling en uitkomst van patiënten met een galblaascarcinoom (Swank 2013)

Samenvatting literatuur

Er zijn enkele specifieke aandoeningen te onderscheiden zoals patiënten met een porselein galblaas (Khan 2011), een galblaassteen groter dan 3 cm (Lowenfels 1989) of een galblaaspoliep groter dan 1 cm (Cha 2011), waarbij een cholecystectomie valt te overwegen wegens de verhoogde kans op de ontwikkeling van een galblaascarcinoom.

Galblaascarcinomen worden peroperatief vaak niet herkend. De prevalentie van het onverwachte galblaascarcinoom tijdens of na cholecystectomie wegens cholecystolithiasis is in West Europa 0,4% (95% CI 0,3-0,6) (Swank 2013). Tweederde van alle galblaascarcinomen wordt op deze wijze vastgesteld. Het postoperatieve beleid bij deze patiënten hangt af van de stadiëring van het galblaascarcinoom.

Referenties

  1. (Box 1999) Box JS, Edge SB. Laparoscopic cholecystectomy and unsuspected gallbladder carcinoma. Semin Surg Oncol 1999;16(4):327-31.
  2. (Cha 2011) Cha BH, Hwang JH, Lee SH, Kim JE, Cho JY, Kim H et al. Pre-operative factors that can predict neoplastic polypoid lesions of the gallbladder. World.J.Gastroenterol. 2011;17(17):2216-22.
  3. (Colecchia 2008) Colecchia A, Larocca A, Scaioli E, Bacchi-Reggiani ML, Di Biase AR, Azzaroli et al. Natural history of small gallbladder polyps is benign: Evidence from a clinical and pathogenic study. Am.J.Gastroenterol. 2008;104(3):624-9.
  4. (Deng 2014) Deng YL, Xiong XZ, Zhou Y, Shrestha A, Li FY, Cheng NS. Selective histology of cholecystectomy specimens – is it justified? J Surg Res. 2014
  5. (French 2013) French DG, Allen PD, Ellsmere JC. The diagnostic accuracy of transabdominal ultrasonography needs to be considered when managing gallbladder polyps. Surg Endosc 2013;27(11):4021-5.
  6. (Fuks 2011) Fuks D, Regimbeau JM, Le Treut YP, Bachellier P, Raventos A, Pruvot FR et al. Incidental gallbladder cancer by the AFC-GBC-2009 study group. World.J.Surg. 2011;35(8):1887-97.
  7. (Fuks 2013) Fuks D, Regimbeau JM, Pessaux P, Bachellier P, Raventos A, Mantion G. Is port-site resection necessary in the surgical management of gallbladder cancer? J.Visc.Surg. 2013;150(4):277-84.
  8. (Glauser 2010) Glauser PM, Strub D, Käser SA, Mattiello D, Rieben F, Maurer CA. Incidence, management, and outcome of incidental gallbladder carcinoma: analysis of the database of the Swiss association of laparoscopic and thoracoscopic surgery. Surg.Endosc. 2010;24(9):2281-6.
  9. (Goetze 2008) Goetze TO, Paolucci V. Benefits of reoperation of T2 and more advanced incidental gallbladder carcinoma. Ann.Surg. 2008;247(1):104-8.
  10. (Goetze 2008) Goetze TO, Paolucci V. Immediate re-resection of T1 incidental gallbladder carcinomas: a survival analysis of the German Registry. Surg.Endosc. 2008;22(11):2462-5.
  11. (Hari 2012) Hari DM, Howard JH, Leung AM, Chui CG, Sim MS, Bilchik AJ. A 21-year analysis of stage I gallbladder carcinoma: is cholecystectomy alone adequate? HPB 2013;15(1):40-8.
  12. (Ito 2009) Ito H, Hann LE, D’Angelica M, Allen P, Fong Y, Dematteo RP et al. Polypoid lesions of the gallbladder: Diagnosis and followup. J.Am.Coll.Surg. 2009;208(4):570-5.
  13. (Kahn 2011) Kahn ZS, Livingston EH, Huerta S. Reassessing the need for prophylactic surgery in patients with porcelain gallbladder: case series and systematic review of the literature. Arch Surg 2011;146(10):1143-7.
  14. (Kraas 2002) Kraas E, Frauenschuh D, Farke S. Intraoperative suspicion of gallbladder carcinoma in laparoscopic surgery: what to do? Dig.Surg. 2002;19(6):489-93.
  15. (Kwon 2008) Kwon AH, Imamura A, Kitade H, Kamiyama Y. Unsuspected gallbladder cancer diagnosed during or after laparoscopic cholecystectomy. J.Surg.Oncol. 2008;97(3):241-5.
  16. (Lee 2011) Lee SE, Jang JY, Lim CS, Kang MJ, Kim SW. Systematic review on the surgical treatment for T1 gallbladder cancer. World.J.Gastroenterol. 2011;17(2):174-80.
  17. (Lowensfels 1989) Lowensfels AB, Walker AM, Althaus DP, Townsend G, Domellöf L. Gallstone growth, size, and risk of gallbladder cancer: an interracial study. Int J Epidemiol 1989;18(1):50-4.
  18. (Maker 2012) Maker AV, Butte JM, Oxenberg J, Kuk D, Gonen M, Fong Y et al. Is port site resection necessary in the surgical management of gallbladder cancer? Ann.Surg.Oncol. 2012;19(2):409-17.
  19. (Misra 2003) Misra S, Chaturvedi A, Misra NC, Sharma ID. Carcinoma of the gallbladder. Lancet Oncol. 2003;4(3):167-76.
  20. (Pearlstone 1998) Pearlstone DB, Curley SA, Feig BW. The management of gallbladder cancer: before, during, and after laparoscopic cholecystectomy. Semin.Laparosc.Surg. 1998;5(2):121-8.
  21. (Ricardo 1997) Ricardo AE, Feig BW, Ellis LM, Hunt KK, Curley SA, MacFadyen BV Jr et al. Gallbladder cancer and trocar site recurrences. Am.J.Surg. 1997;174(6):619-22.
  22. (Susuki 1998) Susuki 1998, Kimura T, Ogawa H. Is laparoscopic cholecystectomy hazardous for gallbladder cancer? Surgery 1998;123(3):311-4.
  23. (Swank 2013) Swank HA, Mulder IM, Hop WC, van de Vijver MJ, Lange JF, Bemelman WA. Routine histopathology for carcinoma in cholecystectomy specimens not evidence based: a systematic review. Surg.Endosc. 2013
  24. (Vliet 2013) Vliet van JLP, Gulik van TM, Verbeek PCM. Is it necessary to send gallbladder specimens for routine histological examination after cholecystectomy? The use of macroscopic examination. Dig.Surg. 2013;30(4-6):472-5.
  25. (Wiles 2014) Wiles R, Varadpande M, Muly S, Webb J. Growth rate and malignant potential of small gallbladder polyps – Systematic review of evidence. Surgeon 2014;12(4):221-226.
  26. (Yoon 2014) Yoon JH, Lee YJ, Kim SC, Lee JH, Song KB, Hwang JW et al. What is the better choice for T1b gallbladder cancer: simple versus extended cholecystectomy. World J Surg 2014
  27. (You 2008) You DD, Lee HG, Paik KY, Heo JS, Choi SH, Choi DW. What is an adequate extent of resection for T1 gallbladder cancers? Ann.Surg. 2008;247(5):835-8.
  28. (Zhang 2009) Zhang WJ, Xu GF, Zou XP, Wang WB, Yu JC, Wu GZ et al. Incidental gallbladder carcinoma diagnosed during or after laparoscopic cholecystectomy. World.J.Surg. 2009;33(12):2651-6.
  29. (Z’graggen 1998) Z’graggen K, Birrer S, Maurer CA, Wehrli H, Klaiber C, Baer HU. Incidence of port site recurrence after laparoscopic cholecystectomy for preoperatively unsuspected gallbladder carcinoma. Surgery 1998;124(5):831-8.

Evidence tabellen

Auteur, jaartal

Mate v bewijs

Studie type

Populatie

Inclusie criteria

Index test

Referentie test

Resultaat

Opmerkingen

Box, 1999

4

Review

USA

Patiënten met cholecystectomie en onverwacht galblaascarcinoom

Nvt

Nvt

Nvt

Bespreking van scenario´s van per- en postoperatieve vastelling van galblaas-carcinoom

Cha, 2011

3

Retrospec-tieve case serie

N=210 opeenvolgende ptn

Galblaaspoliep ≥10 mm

Nvt

Nvt

N=146 geen neoplasie;n= 64 (30,5%) neoplasie.  Factoren voor neoplasie: 65 ≥ jaar OR 2,27; DM OR 2,64; poliep ≥ 15 mm OR 4,94. Ook geassocieerd met maligniteit

Retrospectief, Aziatische studie.

Colecchia, 2008

2b

Prospectieve case-control

N=56 met galblaaspoliep ≤10 mm, n=30 gematchte galsteen patiënten, 30 controles.

Ptn met galblaaspoliep ≤10 mm

Galblaaspoliep ≤ 10 mm

Galsteen, geen afwijkingen

91% geen verandering tijdens follow-up

Follow-up slechts 5 jaar.Grootste poliep 8 mm in 2 ptn.

Deng, 2014

3

Retrospective case series

N=14.369 ptn die cholecystectomie ondergingen

Galblaaspreparaten tussen sept 2008 en sept 2013 na electieve cholecystectomie

Nvt

Nvt

Prevalentie galblaascarc 0,32%, 61% T1a, T1b galblaasca, anderen hadden preoperatief al verdenking

Retrospectief, Aziatisch cohort.

French, 2013

3

Retrospec-tieve case control

N=103740 echo verslagen; n=6612 galblaaspoliep

N=13278 pathologie verslagen; n=159 poliep

Echoverslagen galblaas en histologieverslagen van galblaas

Transabdomi-nale echo

Histopathologie

Sens 50%; spec 98%;

+PV 10; -PV 100

 

Fuks, 2011

3

Retrospec-tieve case serie

N=218 uit Franse registratie

Ptn met onverwacht galblaascarcinoom

Nvt

Nvt

Re-resectie verbeterde overleving bij T2 en T3 galblaasca, CBD resectie verbeterde de overleving niet, maar wel morbiditeit

Retrospectief

Fuks, 2013

3

Retrospec-tieve case control

Franse registratie n=218 met galblaasca, n=148 ondergingen re-resectie

Onverwacht galblaasca die re-resectie ondergingen met genezing tot doel

Trocar site resectie (n=54)

Geen trocar resectie (n=94)

54 resectie trocar site, 94 geen. Slechts in 1 ptn met T3 tumor met metastasen. Geen toename in overleving. 8% hernia

Kleine n, retrospectief

Glauser, 2010

3

Retrospec-tieve case serie

Zwitserse registratie n=69 uit n=89 ptn met galblaasca uit 30.960

Onverwacht galblaasca

Re-resectie met galblaasbed en lymfeklier resectie

Simpele cholecystectomie

Inc 0,28%. Re-resectie geeft betere overleving voor T2, T3. T2 geen verbetering

T2 maar 2 ptn.

Goetze, 2008

3

Retrospec-tieve case control

Prospectieve database met onverwacht galblaasca, n=439

Pt met T2 galblaasca of hoger. 85 van 200 T2 reresectie. 32 van 85 T3 reresectie. 6 van 33 T4 reresectie.

Onmiddelijke

re-resectie

Geen re-resectie

5 jaars overleving voor T2 bij re-resectie van 35% naar 55%. Geen meerwaarde voor T3/T4.

 

Goetze, 2008

3

Retrospec-tieve case control

Prospectieve database met onverwacht galblaasca n=83 uit 502

T1a en T1b galblaasca patiënten

Onmiddelijke re-resectie

Geen re-resectie

Geen meerwaarde voor 5 T1a ptn die re-resectie ondergingen, wel voor 23 T1b ptn. Recidief 3x minder.

 

Hari, 2012

3

Retrospec-tieve case serie

Nationale database USA. N=1115 T1 uit N=2788 met galblaasca

Patiënten met T1 galblaasca

Cholecystec-tomie

Chol met lymfeklier-dissectie, radicale cholecystect-tomie

Na mediaan van 22 maanden 25,8% overleden aan galblaascarcinoom.  5 jaars overleving voor alleen chol. 50%, met lymfeklierdissectie 70% en radicaal 79%.  Dus alleen chol inadequaat.

44,2% overleden aan onbekende oorzaak, retrospectief, geen comorbiditeit meegenomen.

Ito, 2009

3

Retrospec-tieve case serie

N=417. N=94 had buikklachten. 94% had poliep ≤10 mm; 7% > 10 mm

Ptn met galblaaspoliep op echografie

Nvt

Nvt

N=143 ptn toonde 8 groei. Cholecyst-ectomie 58% pseudopoliep of geen poliep 32%. 10% neoplastische poliep. Slechts 1 ptn met carcinoma in situ 14 mm

USA ptn, retrospectief

Kahn, 2011

3

Retrospec-tieve case serie

N=13 uit 1200 cholecystectomies

Porcelein galblaas

Nvt

Nvt

Ongeveer 3% kans op carcinoom in porcelein galblaas

Kleine n

Kraas, 2002

3

Retrospec-tieve case series, willekeurig

Berlijn 1990-2001 N=7130 cholecystectomieen

Ptn met cholecystectomie

Nvt

Nvt

Incidentie van galblaascarcinoom 47/7130=0,66% Hiervan 17 verwachte en 30 onverwachte carcinomen

Advies tot endobag gebruik bij verdenking (level 4 evidence)

Kwon, 2008

3

Retrospec-tieve case serie

N=38 uit 1793 opeenvolgende ptn die LC ondergingen

Ptn met onverwacht galblaasca

Nvt

Nvt

Geen verschil in overleving tussen galblaasca gediagnosticeerd tijdens of na LC

 

Lee, 2011

3

Syst review van retrospec-tieve studies

29 studies uit 2312 potentiele artikelen. N=1266 met galblaasca waarvan n=706 T1a, n=560 T1b

Alleen Engelstalige artikelen. Alle studies waarin T1a en T1b galblaasca histologisch zijn bewezen, chirurgisch interventie beschreven

Nvt

Nvt

N=590 T1a,  N=375 T1b simpele chol. Voor T1a 100% 5-jaars overleving. Lymfeklier metastasen bij 10.9% van T1b en bij 1,8 van T1a ptn. 1.1% van T1a en 9.3% van T1b gingen dood door recidief

Simpele cholecystectomie voor T1a. Voor T1b nog onduidelijk.

Lowensfels, 2011

3

Retrospec-tieve case serie

N=1676 vrouwen

Cholecystectom ie verslagen van vrouwen

Nvt

Nvt

RR 9.2 op galblaascarcinoom bij stenen > 3 cm tov stenen < 1 cm

Retrospectief

Maker, 2012

3

Retrospec-tieve case control

Tussen 1992-2009 113 ptn

Onverwacht galblaasca na LC welke chirurgische re-resectie ondergingen.

Trocar site  resectie (n=69)

Geen trocar site resectie (n=44)

Trocar site metastasen (incid 19%) alleen in ptn met T2 of T3 tumoren en gecorreleerd met de ontwikkeling van peritoneaal metastasen. Geen verschil in overleving of recidief ziekte.

 

Misra, 2003

4

Review

Nvt

Nvt

Nvt

Geen

Incidentie getallen wereldwijd

TNM classificatie en behandelings-overzicht

Pearlstone, 1998

4

Review

Texas

Patiënten met cholecystectomie en galblaascarcinoom

Nvt

Nvt

Nvt

Bij per operatieve verdenking:

-conversie naar open inspectie

-trocar site recidief getallen onbetrouwbaar

-excisie van trocar site t.t.v. extended cholecystectomie gebaseerd op theoretische oncologische behandelings-principes

Ricardo, 1997

3

Retrospec-tieve case series, willekeurig

Texas, N=93

Patiënten met galblaascarcinoom na cholecystectomie

Nvt

Nvt

Geen verschil in trocar site recidief tussen LC vs OC vs LC + open conversie

 

Romano, 2001

4

Review

Italië

Patiënten met cholecystectomie en galblaascarcinoom

Nvt

Nvt

Nvt

Bij per operatieve verdenking: conversie Tis en T1: cholecystectomie

T2 en hoger: conversie naar open procedure (direct of in 2e tempo): exploratie + eventueel cholecystectomie en radicale resectie

Susuki, 1998

3

Case-control

N=30

Galblaascarcinoom die cholecystectomie ondergingen

LC

Open

Prognose slechter bij LC

 

Swank, 2013

2a

Syst review en meta-analyse

N=30 artikelen waarvan 20 Europese en 10 Aziatische

Studie die de resultaten van routine histopathologie beschreven

Nvt

Nvt

Mediane prevalentie Europa 0,4%. 65% verdenking pre- of peroperatief. 72% van ptn onderging geen verdere behandeling.

Retrospecieve studies geincludeerd, vaak beperkt data beschikbaar en methoden beperkt beschreven

Tantia, 2009

3

Retrospec-tieve case serie

N=3205 opeenvolgend

Ptn die een LC ondergingen

Nvt

Nvt

Incidentie 19/3205=0,59%. Gemiddelde leeftijd 56 jaar. Allemaal T1/2.

2 ptn loss to followup.

Van Vliet, 2013

3

Retrospec-tieve case serie

N=1375

Ptn die een cholecystectomie ondergingen

Nvt

Nvt

0.4% galblaasca. Allen hadden macroscopisch afwijkingen

Retrospectief single centre

Yoon, 2014

3

Retrospectief case-control

N=54 met T1b uit 805 galblaasca ptn

T1b galblaascarcinoom

Simpele cholecystec-tomie (n=36)

Uitgebreide cholecystec-tomie (n=18)

Geen verschil in 5-jaarsoverleving. Echter lymfeklier metastasen in simpele chol groep

Aziatische studie

You, 2008

3

Retrospec-tieve case control

N=52 uit 290 met galblaasca

Ptn met T1a (n=27) of T1b (n=25) galblaasca

Nvt

Nvt

Geen verschil in locoregionale recidieven, metastasen of overleving tussen met of zonder resectie van aangrenzend orgaan.

Retrospectief, klein n, follow-up 3-145 maanden, mediaan 37,5

Z’graggen, 1998

2b

Prospectieve case control studie, opeenvolgend

Zwitserland, N=10925

Cholecystectomie patiënten in 82 Zwitserse chirurgische instituten

Nvt

Nvt

Incidentie 37/10925=0,34% postoperatief onverwacht galblaascarcinoom

‘Port-site’ recidief mogelijk hoger in patiënten met peroperatief perforatie (40% vs 9%;p=0,13) ‘port-site’ recidief echter sterk gecorreleerd aan gedissemineerde ziekte

Zhang, 2009

3

Retrospec-tieve case serie

Uit n=10.466 LC ptn, 20 ptn met galblaasca

Ptn met galblaasca

Nvt

Nvt

Incidentie onverwacht galblaasca 0,19%. Geen verschil in overleving tussen galblaasca tijdens operatie of postoperatief ontdekt.

Kleine n

Overwegingen

Vraag 1: Met welke frequentie dient een galblaaspoliep vervolgd te worden?

Transabdominale echo heeft een beperkte sensitiviteit (50%) en positief voorspellende waarde (10,5%) voor galblaaspoliepen. Dit duidt erop dat de kans om een galblaaspoliep te missen even groot is als te detecteren en een galblaaspoliep aangetoond op de echo vaak niet gevonden wordt bij histopathologie (French 2013).

 

Vraag 2: Wanneer is er bij een galblaaspoliep een indicatie tot een cholecystectomie?

Met name patiënten met een galblaaspoliep ≥10 mm ouder dan 65 jaar, met diabetes mellitus of met een poliep ≥15 mm hebben een verhoogde kans op neoplastische poliepen (Cha 2011).

 

Vraag 4: Heeft het uitvoeren van routine PA onderzoek zin op een peroperatief als normaal beoordeelde galblaas?

Een beeld van een acute of chronische cholecystitis kan niet beschouwd worden als een normaal galblaaspreparaat en dient PA onderzocht te worden.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 15-02-2016

Laatst geautoriseerd : 15-02-2016

De NVvH is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijk verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Algemene gegevens

De eerste herziening van de richtlijn: onderzoek en behandeling van galstenen, is ontwikkeld onder auspiciën van de commissie kwaliteit van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, in samenwerking met de Orde van Medisch Specialisten.

De richtlijnontwikkeling werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Doel en doelgroep

Doel

De richtlijn beoogt een rationale in het beleid van patiënten met galstenen bereikt te hebben door gebruik te maken van het beste voorhanden bewijs in de literatuur.

 

Doelgroep

Chirurgen, maag-darm leverartsen en radiologen.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in 2014 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met galstenen te maken hebben (zie hiervoor de samenstelling van de werkgroep).

De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname. De werkgroep werkte gedurende een jaar aan de totstandkoming van de richtlijn.

De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn.

  • Drs E de Boer
  • Dr D Boerma
  • Dr KJ van Erpecum
  • Dr Ir JJ Hermans
  • Drs MP Lamberts
  • Dr EAJ Rauws
  • Dr JMJ Schreinemakers
  • Prof Dr CJHM van Laarhoven MSc, voorzitter

Belangenverklaringen

Belangenverklaringen

De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling” is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met evt. belangen vindt u in onderstaande tabel.  De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

D. Boerma

Chirurg

geen

geen

Geen actie

J. Schreinemakers

Chirurg

geen

geen

Geen actie

E. de Boer

Radioloog

geen

geen

Geen actie

Dr. E.A.J. Rauws

MDL-arts

geen

geen

Geen actie

J.J. Hermans

Radioloog

geen

geen

Geen actie

M.P. Lamberts

Arts in opleiding tot MDL-arts

geen

geen

Geen actie

Dr. K.J. van Erpecum

MDL-arts

geen

geen

Geen actie

CJHM van Laarhoven

Afdelinshoofd heelkunde

Lid raad van toezicht MC Haaglanden

Lid Europese richtlijn onderzoek en behandeling van galstenen, Secure trial galstenen (ZonMW)

Geen actie

Methode ontwikkeling

Evidence based

Werkwijze

De richtlijn beoogt een rationale in het beleid van patiënten met galstenen bereikt te hebben door gebruik te maken van het beste voorhanden bewijs in de literatuur. Hiertoe zijn strikte ‘Evidence Based Medicine’ technieken gebruikt zoals terug te lezen in de “ter verantwoording” (Appendix A). Gebruik werd gemaakt van korte klinische vraagstellingen met antwoorden gebaseerd op literatuur die gerangschikt is op ‘level of evidence’. Hieraan werden aanbevelingen verbonden die eveneens ingedeeld zijn naar niveau. Van alle gebruikte literatuur werden, geordend naar hoofdstuk en vraagstelling, in bewijsklasse tabellen de studie karakteristieken en belangrijkste uitkomstmaten gepresenteerd als naslag. De richtlijn werd getoetst en becommentarieerd door een landelijk panel van experts.

 

De commissie heeft gezamenlijk een aantal vragen over galsteenlijden geformuleerd. Aan de hand van deze vragen zijn zoekstrategieën opgesteld, gebruikmakend van vrije tekst woorden met synoniemen en MeSH-termen. Er werd gezocht in Pubmed. De zoekvragen in Pubmed werden elke maand automatisch herhaald zodat nieuwe artikelen tot en met oktober 2014 zijn gebruikt. Als de zoekvraag meer dan duizend titels opleverde, werd de vraag versmald. De selectie op titelniveau werd verricht door 1 persoon. De geselecteerde titels werden vanuit de verschillende databases getransporteerd naar Endnote. Na verwijdering van dubbele titels bleef een database van 1560 artikelen over. Van deze artikelen zijn de abstracts beoordeeld door dezelfde persoon. Selectie werd bepaald door de kwaliteit van de aanwezige literatuur (level of evidence). Bij twijfel werd het betreffende artikel geselecteerd. Vervolgens werden de geselecteerde artikelen per onderwerp beoordeeld op level of evidence in groepen van 3 commissieleden. Bij de geselecteerde artikelen werden de referenties nagekeken.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.