Erfelijk en familiair ovariumcarcinoom

Initiatief: IKNL Aantal modules: 51

Erfelijk en familiair ovariumcarcinoom - Lynch syndroom

Uitgangsvraag
Wat is het risico op ovariumcarcinoom bij MMR-carriers (Lynch syndroom)?

Aanbeveling
De werkgroep is van mening dat vrouwen met (een erfelijke aanleg voor) het Lynch syndroom voorlichting dienen te krijgen over het risico op ovariumcarcinoom, waarbij marges worden gehanteerd, omdat de risico's per individu/familie en gen verschillen.

 

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de cumulatieve risico's op ovariumcarcinoom voor vrouwen met het Lynch syndroom en gegevens over de leeftijd van optreden (zie ook tabel 4). De mutaties bij het Lynch syndroom betreffen mutaties in één van de mismatch repair genen MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2. Over PMS2 en MSH6 zijn nauwelijks gegevens ten aanzien van het risico op ovariumcarcinoom voor handen. Hetzelfde geldt voor het risico op ovariumcarcinoom bij een EPCAM deletie. Er zijn tot heden geen aanwijzingen dat daarbij het risico op ovariumcarcinoom verhoogd is [Kempers 2011 (1)]. De studie van Aarnio [1999 (2)] geeft een overzicht van 1763 personen uit 50 families (47 MLH1 en 3 MSH2) en vindt een cumulatief risico op ovariumcarcinoom van 12%. Hierbij dient te worden aangetekend dat 2 van de 13 patiënten (25% en 50% risicodraagsters MLH1) ruim boven de 70 waren; de meeste overige patiënten met ovariumcarcinoom waren tussen de 40 en 56.

Histologisch gezien kunnen verschillende types voorkomen waarbij het sereuze type, dat het meest voorkomt in de algemene populatie en bij BRCA-mutaties, een minderheid betreft. De studie van Vasen [2001 (3)] beschrijft 79 families met een bewezen mutatie (34 in MLH1, 40 in MSH2 en 5 in MSH6). Het cumulatieve risico van MLH1-mutatiedragers (3,4%) is lager dan dat van MSH2-mutatiedragers (10,4%) op 70-jarige leeftijd. Hampel [2005 (4)] beschrijft 88 indexpersonen en 373 dragers uit 70 Lynch families met een cumulatief risico op ovariumcarcinoom van 13,5% (95%CI: 5,6-21,5) op 70-jarige leeftijd, met een gemiddelde leeftijd bij optreden van ovariumcarcinoom van 54. Barrow [2009 (5)] vond bij 839 mutatiedraagsters een risico op ovariumcarcinoom van 6,1 % (95%CI: 4,5-7,8) op 70-jarige leeftijd, waarbij het risico bij MSH2-mutatie iets hoger is dan bij MLH1. Geary [2008 (6)] berekent Odds ratio's voor 130 families (62 met MLH1-, 64 met MSH2-, en 4 families met MSH6-mutaties) tot 7,3 met voor MLH1-mutatiedraagsters een risico van 2,9 % en voor MSH2-mutatiedraagsters van 9,5% (berekend uitgaande van het populatie risico van 0,7% op 70-jarige leeftijd). Bij 70% van de patiënten trad ovariumcarcinoom voor het 50e jaar op. Parc [2003 (7)] geeft geen risicoberekening maar meldt wel dat er 7 ovariumcarcinomen werden gevonden in 163 MLH1- en MSH2-families, waarbij opvallend is te melden dat de leeftijd van optreden van het ovariumcarcinoom tussen de 35 en 53 lag met een gemiddelde van 40. Hendriks [2003 (8)] meldt 4 ovariumcarcinomen bij MSH6-mutatiedraagsters (te laag aantal voor een risicoberekening) met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar. Watson [2008 (9)] geeft gepoolde data aan van deels eerder gepubliceerde MLH1- en MSH2-families (261) met een lifetime risk van 7% waarbij het risico bij MSH2-mutatiedraagsters het dubbele is van MLH1-mutatiedraagsters. De leeftijden van optreden variëren met name tussen 40 en 55. Bonadona [2011 (10)] beschrijft het voorkomen van ovariumcarcinoom in 537 Lynch syndroom families met een cumulatief risico op ovariumcarcinoom van 9% op de leeftijd van 70 jaar. Het risico op ovariumcarcinoom bij MSH6-mutatiedraagsters is vergelijkbaar met het bevolkingsrisico terwijl het cumulatieve risico bij MLH1- en MSH2-mutatiedragers beduidend hoger dan voorgaande studies is; 20 respectievelijk 24% op de leeftijd van 70 jaar. Het valt hierbij op dat er een heel breed betrouwbaarheidsinterval is. Dit artikel geeft ook een leeftijdspecifiek cumulatief risico. Het risico op ovariumcarcinoom neemt toe vanaf 40-jarige leeftijd. Het artikel van Engel [2012 (11)] geeft een cumulatief risico op ovariumcarcinoom weer van 8% bij 2118 dragers van een mutatie in MLH1, MSH2 of MSH6 uit Nederland en Duitsland. De cumulatieve risico's op ovariumcarcinoom per gen zijn in een figuur weergegeven.

Tabel 4. Penetrantie voor ovariumcarcinoom bij Lynch syndroom mutaties

 

Aarnio 1999 (2)

Vasen

2001 (3)

Hampel

2005 (4)

Geary

2008 (6)

Barrow

2009 (5)

Bonadona 2011 (10)

Engel 2012 (11)

Dowty

2013

MLH1

 

3.4 %

(95%CI: 0-6.8)

 

2.9%

5.5%

(95%CI: 3-8.1)

20%

(95%CI: 1-65)

Circa 5%

20%

(95%CI: 9,5-38)

MSH2

 

10.4 %

(95%CI: 3.2-17.6)

 

9.5%

7.5 %

(95%CI: 5-10)

24%

(95%CI: 3-52)

Circa 10%

15%

(95% CI: 6,5-31)

gecombineerd MLH1 en MSH2

12%

 

 

5.1%

 

 

 

 

MSH6

 

 

 

 

 

1%

(95%CI: 0-3)

Circa 10%

 

Gecombineerd alle Lynch-genen

 

 

13.5%

(95%CI: 5.6-21.5)

 

6.1%

(95%CI: 4.5-7.8)

9%

(95%CI: 2-39)

8%

(95 CI: 5.8-10.3)

 

Cumulatieve risico's zijn berekend door de odds ratio's te vermenigvuldigigen met 0.7 (het cumulatieve risico in Nederland op 70-jarige leeftijd).

Tabel 4 laat zien dat de gecombineerde life-time risico's op ovariumcarcinoom bij Lynch syndroom liggen tussen de 6,1% en 13,5 %. Er is een duidelijke trend dat het risico bij MSH2 hoger ligt dan bij MLH1.

 

Vrouwen met Lynch syndroom hebben een cumulatief lifetime risico van 6,1-13,5% op ovariumcarcinoom.
Aarnio 1999 (2), Vasen 2001 (3), Hampel 2005 (4), Geary 2008 (6), Barrow 2009 (5), Bonadona 2011 (10), Engel 2012 (11).

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 15-06-2015

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Integraal Kankercentrum Nederland

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Beleid klinische genetica