Erfelijk en familiair ovariumcarcinoom

Initiatief: IKNL Aantal modules: 51

Erfelijk en familiair ovariumcarcinoom - Draagsters van een BRCA1/2-mutatie

Uitgangsvraag
Wat is het leeftijdsspecifieke risico voor een vrouw op ovariumcarcinoom als zij draagster is van een BRCA1- of BRCA2-mutatie?

Aanbeveling
Vrouwen met een mutatie in BRCA1- of BRCA2 dienen gecounseld te worden aan de hand van de tabel met penetrantiegegevens om inzicht te krijgen in hun leeftijdsspecifieke risico.

 

In deze paragraaf geven wij een overzicht van de leeftijdspecifieke cumulatieve risico's om ovariumcarcinoom te ontwikkelen, voor vrouwen met een BRCA1 of BRCA2-mutatie. De schattingen per studie lopen erg uiteen. In 2007 is een meta-analyse verschenen waarin op basis van de gepubliceerde risico's een prospectieve risicoschattingentabel is ontwikkeld (zie tabel 1) [Chen 2007 (1)]. 
 

Tabel 1. Gemiddelde cumulatieve kans voor alle vrouwen en BRCA1/BRCA2-mutatiedraagsters om ovariumcarcinoom te ontwikkelen met 95% betrouwbaarheidsintervallen.

   Gemiddelde cumulatieve kans op het ontwikkelen van ovariumcarcinoom (%)

 

Huidige leeftijd

Bereikte leeftijd

30 jaar

40 jaar

50 jaar

60 jaar

70 jaar

           

Nederlandse bevolking

20 jaar

30 jaar

40 jaar

50 jaar

60 jaar



0,01

 


0,04

0,03



0,14

0,12

0,10



0,35

0,34

0,31

0,22



0,68

0,66

0,64

0,55

0,34

BRCA1

20 jaar

30 jaar

40 jaar

50 jaar

60 jaar


1 (0,68-1,8)


3,2 (2,3-5,1)

2,2 (1,6-3,4)


9,5 (7,3-13)

8,7 (6,7-12)

6,7 (5,2-8,9)


23 (18-28)

22 (18-27)

20 (17-24)

15 (12-17)


39 (34-44)

39 (34-43)

38 (33-41)

34 (29-36)

22 (20-23)

BRCA2

20 jaar

30 jaar

40 jaar

50 jaar

60 jaar


0,19 (0,09-0,47)

 

0,7 (0,37-1,5)

0,52 (0,28-1)

 

2,6 (1,5-4,5)

2,4 (1,5-4,2)

1,9 (1,2-3,2)

 

7,5 (5,1-11)

7,4 (5,1-11)

7 (4,8-10)

5,2 (3,7-7,2)

 

16 (12-20)

16 (12-20)

16 (12-20)

14 (11-17)

9,8 (7,8-11)

 

 

 

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de cumulatieve kans om ovariumcarcinoom te ontwikkelen bij vrouwen uit de Nederlandse bevolking, en bij vrouwen met een BRCA1 respectievelijk BRCA2-mutatie.
Als een vrouw uit de Nederlandse bevolking 20 jaar is, dan heeft zij 0,01% kans om tijdens de komende tien jaar ovariumcarcinoom te ontwikkelen (tussen 20 en 30 jaar), en 0,68% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 70e.

Als een vrouw met een BRCA1-mutatie 20 jaar is, dan heeft zij 1% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 30e (risico voor de komende tien jaar) en 39% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 70e. Als deze vrouw 40 jaar is, en nog geen ovariumcarcinoom heeft ontwikkeld, dan heeft zij 6,7% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 50e, en 38% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 70e.
Als een vrouw met een BRCA2-mutatie 20 jaar is, dan heeft zij 0,19% kans om ovariumcarcinoom te ontwikkelen voor haar 30e, en 16% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 70e. Als deze vrouw 40 jaar is, en nog geen ovariumcarcinoom heeft ontwikkeld, dan heeft zij 1,9% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 50e, en 16% kans om ovariumcarcinoom te hebben ontwikkeld op haar 70e.

Deze tabel geeft gemiddelde kansen aan en betreft het risico op alleen ovariumcarcinoom; de risico's op het ontwikkelen van zowel mamma- als ovariumcarcinoom zijn anders. De percentages wisselen onder andere door verschillen in de studiepopulatie en het al dan niet meenemen van een aangedane indexpatiënt in de analyses. Vrijwel alle studies melden dat de risico's ook verschillend zijn afhankelijk van de lokalisatie van de mutatie op het gen, maar vooralsnog is het niet mogelijk om per specifieke mutatie risico's te berekenen. Hieraan worden in de counselings-praktijk dan ook nog geen consequenties verbonden.

In tegenstelling tot mammacarcinoom is er geen leeftijd waarna het risico op ovariumcarcinoom weer afneemt [Antoniou 2003 (2)]. Ook de Nederlandse studie van Van der Kolk [2010 (3)] illustreert dat ook op hogere leeftijd het risico op ovariumcarcinoom verhoogd is en dat dus bij BRCA1 en BRCA2-mutatiedragerschap boven de leeftijd van 60 jaar nog steeds een preventieve adnexextirpatie geïndiceerd is. Uit tabel 1 valt af te lezen, dat de laagste risico's gevonden worden bij BRCA2- mutatiedraagsters. Zo is voor een vrouw van 60 jaar de kans op ovariumcarcinoom tot 70 jaar 9,8% en hoger indien geëxtrapoleerd tot 80 jaar. In het algemeen wordt preventieve adnectomie geadviseerd bij een lifetime risico van 10% of hoger, en eerder uiteraard afhankelijk van individuele patiëntgegevens. Hieruit valt af te leiden, dat in principe voor alle BRCA1/2-mutatiedraagsters preventieve adnectomie in aanmerking komt, ook op hogere leeftijd. Het is niet goed mogelijk om een bovengrens aan die leeftijd te definiëren.

 

Vrouwen met een BRCA1- of BRCA2-mutatie hebben een oplopend risico op ovariumcarcinoom, dat toeneemt met de leeftijd.
Chen 2007 (1)

Vrouwen met een BRCA1-mutatie hebben een cumulatief lifetime risico van 39 % (95%CI: 34-44) op ovariumcarcinoom.
Chen 2007 (1

Vrouwen met een BRCA2-mutatie hebben een cumulatief lifetime risico van 16 % (95%CI: 12-20) op een ovariumcarcinoom.
Chen 2007 (1)

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 15-06-2015

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Integraal Kankercentrum Nederland

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Beleid klinische genetica