Multidisciplinaire behandeling
Uitgangsvraag
Welke disciplines zijn betrokken bij de zorg voor patiënten met systemische sclerose en hoe dient de onderlinge samenwerking plaats te vinden?
Aanbeveling
Betrek verschillende medisch specialisten bij de behandeling op basis van patroon en ernst van multi- orgaanbetrokkenheid. Stem hierbij af wie de regiebehandelaar is.
Coördineer de zorg en logistiek van betrokken behandelaars voor de individuele patiënt zoveel mogelijk om de belasting voor de patiënt te minimaliseren.
Zorg voor de mogelijkheid tot deelname aan een MDO met vertegenwoordiging van in ieder geval reumatoloog, longarts, cardioloog en gespecialiseerd verpleegkundige.
Betrek paramedici in het behandelteam, in lijn met de fysieke en/of psychosociale behoeften en orgaanbetrokkenheid van de patiënt.
Zorg voor voorlichting en educatie aan de patient, gegeven door een gespecialiseerd reumaverpleegkundige en/ of andere (para)medici.
Overwegingen
Behandelaar, regiebehandelaar en multidisciplinaire samenwerking
De werkgroep is van mening dat een patiënt met SSc primair onder behandeling moet zijn van een reumatoloog of internist-klinisch immunoloog. De behandeling kan ook worden uitgevoerd door een verpleegkundig specialist of physician assistant werkzaam in een van deze specialsmen. Daarnaast wordt aanbevolen om op basis van patroon en uitgebreidheid van orgaanbetrokkenheid andere medisch specialisten bij de behandeling van een patiënt met systemische sclerose te betrekken. Bijvoorbeeld, in geval van longbetrokkenheid wordt het sterk aanbevolen een longarts te betrekken als medebehandelaar. Op indicatie worden een cardioloog, MDL-arts, medisch psycholoog, nefroloog en dermatoloog direct bij de behandeling betrokken.
Alle betrokken zorgverleners hebben ten alle tijde een eigen professionele verantwoordelijkheid, daarnaast dienen zij met elkaar af te stemmen wie de rol van regiebehandelaar op zich neemt. Het goed op elkaar afstemmen van de zorg en logistiek door de betrokken behandelaars voor de individuele patiënt is essentieel voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.
De regiebehandelaar draagt onder andere zorg voor de continuïteit en de samenhang van de behandeling en het doelmatig met elkaar overleggen. Informeer de patiënt over wie de regiebehandelaar is. De regiebehandelaar dient met de patiënt te bespreken op welke wijze de patiënt contact kan opnemen om vragen te stellen, bijv. bij een toename van klachten, en wie de taken van de regiebehandelaar overneemt bij diens afwezigheid. Verder is het wenselijk dat de medebehandelaars laagdrempelig contact kunnen opnemen met de regiebehandelaar voor collegiaal overleg. Een structurele multidisciplinaire samenwerking wordt door patiënten als zeer belangrijk gewaardeerd (Spierings, 2020).
Het aanbieden van een multidisciplinair zorgpad waarin betrokken zorgverleners ieder een eigen taak hebben en de benodigde zorg en screening gecombineerd wordt aangeboden is de vorm van zorg die door patiënten geprefereerd wordt (Schouffoer, 2011). Een recente studie laat zien dat een dergelijk gestandaardiseerd programma bij zou kunnen dragen aan verbeterde overleving (Liem, 2023).
Ondanks de doorgaande ontwikkeling van nieuwe en meer effectieve medicamenteuze behandeling is SSc nog steeds een chronische aandoening met verhoogd sterfterisico en belangrijke impact op kwaliteit van leven door belemmeringen in het dagelijks functioneren (Elhai, 2011; van Leeuwen, 2021). Aanvullende behandeling door paramedisch specialisten gericht op verbetering van ziektegerelateerde kwaliteit van leven en in lijn met de behoeften van de patiënt wordt daarom sterk aanbevolen. Patiënten geven aan hier behoefte aan te hebben (Schouffoer, 2011; Spierings, 2019; Spierings, 2021). Idealiter vormen de betrokken paramedici een onderdeel van het multidisciplinair behandelteam. Hierbij valt te denken aan een rol voor:
- Arbeidsdeskundige
- Diëtist
- Ergotherapeut
- Fysiotherapeut
- Logopedist
- Maatschappelijk werker
- Oefentherapeut
- Psycholoog
- Seksuoloog
Het is belangrijk om bij een verwijzing de patiënt te instrueren om na te gaan of de individuele vergoeding voor de voorgestelde behandeling gegarandeerd is.
Verpleegkundige zorg
Naast de medische behandeling is het belangrijk de gevolgen van systemische sclerose op psychisch-, sociaal- en participatieniveau te onderkennen. De verpleegkundige zorg omvat onder meer educatie en instructie, advisering en psychosociale ondersteuning. Patiënten die hun ziekte en de behandeling ervan begrijpen en het gevoel hebben controle over hun ziekte te hebben, voelen zich minder vaak depressief of angstig. Tevens helpt het bij het herkennen van klachten die snel medisch ingrijpen noodzakelijk maken. Hierbij is het van belang de voorlichting te laten aansluiten op de persoonlijke leefwereld en doelen van de patiënt op gebeid van relaties, gezin, werk en vrije tijd.
Begrip van patiënten helpt hen ook in uitleg kunnen geven aan anderen zoals de partner, familie en vrienden. Uit onderzoek blijkt dat patiënt-educatie die gericht is op zelfredzaamheid, preventie van (toename van) ziekte, sociale ondersteuning en participatie effectief is. Deze educatie resulteert in verbetering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid en afname van vermoeidheid. Het betrekken van de partner en andere naasten in de educatie helpt in het verbeteren van de sociale support en stimuleert de probleemoplossende coping-vaardigheden van de sociale omgeving van de patiënt. Dit reduceert gezondheidsproblemen en de daarmee gemoeide kosten (Ferenkeh-Koroma, 2012; Spierings, 2020; van Leeuwen, 2020; Parodis, 2023). Zie ook de richtlijn Medicamenteuze behandeling en monitoren van Systemische Lupus Erythematodes (SLE)
In de voorlichting kunnen de volgende punten aan bod komen (gerangschikt op alfabetische volgorde):
- Achtergrondinformatie over de ziekte
- Bewegen
- Bijzondere tandheelkunde
- Cardiovasculair risicomanagement (CVRM)
- Chronische pijn
- Comorbiditeit
- Energiemanagement
- Infectie
- Gezond beweegpatroon
- Huidverzorging
- Leefregels, waaronder vermijden van koude-expositie en stoppen met roken
- Medicatie
- Osteoporose
- Patiëntenvereniging/lotgenotencontact
- Seksualiteit
- Vaccinatie
- Vermoeidheid/concentratiestoornis
- Voeding
- Zwangerschap, preconceptie, anticonceptie
Appendix Algemene aandachtspunten geeft een overzicht en verwijzing naar informatiebronnen voor voorlichting en educatie.
Lotgenotencontact/ervaringsdeskundigen
De patiëntenvereniging NVLE (Nationale Vereniging voor mensen met Lupus, APS, Sclerodermie en Mixed Connective Tissue Disease) biedt betrouwbare informatie voor patiënten en organiseert lotgenotencontact. De NVLE heeft een team van ervaringsdeskundigen dat voorlichting over de genoemde ziekten en de invloed ervan op het leven aan zorgprofessionals geeft. Ook bestaan er vormen van (online) lotgenoten contact georganiseerd door het ziekenhuis of andere patiëntenorganisaties, zoals ReumaNederland.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)
Het betrekken van verschillende medisch specialisten bij de behandeling van een patient met systemische sclerose wordt bepaald door de ernst en uitgebreidheid van de ziekte. De voorkeuren en waarden van de patient worden meegenomen in de keus waar de behandeling plaast vindt. Reisafstand, mobiliteit en wens van de patient zijn medebepalend in de afweging om een patient al dan niet door te verwijzen of (online) te overleggen met een centrum met expertise in SSc.
Verwijzing naar paramedici vindt plaats in lijn met de symptomen behoeften en van de patiënt. Het wordt door de werkgroep als belangrijk gezien om zowel de patient als hun partner/mantelzorgers te voorzien van educatie, instructie, advisering en psychosociale ondersteuning.
Kosten (middelenbeslag)
De kosten van de besproken interventies zijn over het algemeen laag. Check bij het adviseren t.a.v. vaccinaties op de actuele richtlijnen en de vergoeding om te voorkomen dat patient onverwacht geconfronteerd wordt met extra medische kosten.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Er worden geen grote problemen in de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van de bovengenoemde adviezen verwacht. Het kan zijn dat in bepaalde centra SSc-specifieke expertise niet voorhanden is. Overweeg in dat geval overleg met of verwijzing naar een centrum waar deze zorg beschikbaar is.
Onderbouwing
Achtergrond
SSc is a systemic disease in which multiple organs are involved, which urges involvement of different medical specialists. A multidisciplinary team in which each of the involved specialists are represented is an important tool to coordinate treatment for the individual patient and to guarantee continuity of care.
In addition, due to the chronicity of the disease, many patients experience limitations in everyday tasks which fuels the need for supportive treatment including for example occupational therapy and physical therapy. For specific symptoms including gastro-intestinal symptoms like reflux, early satiety and weight loss, advice of a dietician forms a cornerstone of the treatment.
Samenvatting literatuur
Bij deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek verricht, omdat er verwacht werd geen studies te vinden die antwoord geven op de specifieke vragen in deze module, voor de Nederlandse situatie. Er worden dan ook geen literatuurconclusies vermeld. De aanbevelingen zijn gebaseerd op overwegingen die zijn opgesteld door de werkgroepleden op basis van bij hen bekende relevante literatuur en best practices.
Zoeken en selecteren
No systematic literature search was performed.
Referenties
- Elhai M, Meune C, Avouac J, Kahan A, Allanore Y. Trends in mortality in patients with systemic sclerosis over 40 years: a systematic review and meta-analysis of cohort studies. Rheumatology (Oxford). 2012 Jun;51(6):1017-26. doi: 10.1093/rheumatology/ker269. Epub 2011 Sep 7. PMID: 21900368.
- van Leeuwen NM, Ciaffi J, Liem SIE, Huizinga TWJ, de Vries-Bouwstra JK. Health-related quality of life in patients with systemic sclerosis: evolution over time and main determinants. Rheumatology (Oxford). 2021 Aug 2;60(8):3646-3655. doi: 10.1093/rheumatology/keaa827. PMID: 33401302; PMCID: PMC8328503.
- Liem SIE, Ciaffi J, van Leeuwen NM, Boonstra M, Ahmed S, Beaart-van de Voorde LJJ, Corsel A, Dhondai T, Ninaber MK, Geelhoed-Veltman JJM, Heuvers ME, Tushuizen ME, Ajmone Marsan N, Kiès P, Schouffoer AA, Huizinga TWJ, Allaart CF, De Vries-Bouwstra J. Step forward in early recognition of systemic sclerosis: data from the Leiden CCISS cohort. RMD Open. 2023 Apr;9(2):e002971. doi: 10.1136/rmdopen-2022-002971. PMID: 37028816; PMCID: PMC10083842.
- Parodis I, Girard-Guyonvarc'h C, Arnaud L, Distler O, Domján A, Van den Ende CHM, Fligelstone K, Kocher A, Larosa M, Lau M, Mitropoulos A, Ndosi M, Poole JL, Redmond A, Ritschl V, Alexanderson H, Sjöberg Y, von Perner G, Uhlig T, Varju C, Vriezekolk JE, Welin E, Westhovens R, Stamm TA, Boström C. EULAR recommendations for the non-pharmacological management of systemic lupus erythematosus and systemic sclerosis. Ann Rheum Dis. 2023 Aug 23:ard-2023-224416. doi: 10.1136/ard-2023-224416. Epub ahead of print. PMID: 37433575.
- Schouffoer AA, Zirkzee EJ, Henquet SM, Caljouw MA, Steup-Beekman GM, van Laar JM, Vlieland TP. Needs and preferences regarding health care delivery as perceived by patients with systemic sclerosis. Clin Rheumatol. 2011 Jun;30(6):815-24. doi: 10.1007/s10067-010-1645-6. Epub 2011 Jan 18. PMID: 21243390; PMCID: PMC3101347.
- Spierings J, van den Ende CHM, Schriemer RM, Bernelot Moens HJ, van der Bijl EA, Bonte-Mineur F, de Buck MPD, de Kanter MAE, Knaapen-Hans HKA, van Laar JM, Mulder UDJ, Potjewijd J, de Pundert LAJ, Schoonbrood THM, Schouffoer AA, Stel AJ, Vercoutere W, Voskuyl AE, de Vries-Bouwstra JK, Vonk MC; ARCH Study Group. How do patients with systemic sclerosis experience currently provided healthcare and how should we measure its quality? Rheumatology (Oxford). 2020 Jun 1;59(6):1226-1232. doi: 10.1093/rheumatology/kez417. PMID: 31539063; PMCID: PMC7244783.
- Spierings J, van den Ende C, Schriemer R, de Pundert L, Moens HB, van Laar J, de Vries-Bouwstra J, Vonk M. Optimal care for systemic sclerosis patients: recommendations from a patient-centered and multidisciplinary mixed-method study and working conference. Clin Rheumatol. 2019 Apr;38(4):1007-1015. doi: 10.1007/s10067-018-4358-x. Epub 2018 Nov 17. PMID: 30448933.
- Spierings J, Schriemer R, Dittmar S, de Pundert L, de Vries-Bouwstra J, van den Ende E, Vonk M. Requirements for systemic sclerosis expert centres in the Netherlands: A Delphi consensus study. J Scleroderma Relat Disord. 2021 Feb;6(1):96-101. doi: 10.1177/2397198320953063. Epub 2020 Sep 10. PMID: 35382248; PMCID: PMC8922637.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 01-09-2025
Beoordeeld op geldigheid : 16-07-2025
Algemene gegevens
De ontwikkeling van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met systemische sclerose.
Werkgroep
- Dr. A. Schouffoer, reumatoloog, werkzaam in Hagaziekenhuis en LUMC, NVR (voorzitter)
- Drs. F. Bonte-Mineur, reumatoloog, klinisch immunoloog, werkzaam in Maasstad Ziekenhuis, NVR
- S. Dittmar, patiëntvertegenwoordiger, NVLE
- Drs. M. de Kanter, reumatoloog, werkzaam in ETZ, NVR
- Dr. M.K. Ninaber, longarts, werkzaam in LUMC, NVALT
- Drs. J. Potjewijd, internist-klinisch immunoloog, werkzaam in Maastricht UMC, NIV
- S.J. van Schaik-Mast, verpleegkundig specialist, werkzaam in UMC Utrecht, V&VN
- Dr. J. Spierings, reumatoloog, werkzaam in UMC Utrecht, NVR
- Dr. M. Vonk, reumatoloog, werkzaam in Radboudumc, NVR
- Dr. J. de Vries-Bouwstra, reumatoloog, werkzaam in LUMC, NVR
Klankbordgroep
- E. Collenteur, patiëntvertegenwoordiger, NVLE
- T. Dhondai, patiëntvertegenwoordiger, NVLE
- Dr. C.M. Gant, AIOS interne, werkzaam in Meander Medisch Centrum, NIV
- Dr. S.C.A. Meijvis, internist, werkzaam in UMC Utrecht, NIV
- Dr. M.M. Meurs-Szojda, MDL-arts, werkzaam bij Noordwest Ziekenhuisgroep, NVMDL
- Dr. D.J. Mulder, internist-vasculair geneeskundige, werkzaam in UMC Groningen, NIV/NVIVG
- Prof. dr. M.C. Post, cardioloog, werkzaam in Antonius Ziekenhuis en UMC Utrecht, NVVC
- Dr. C.C.J. Saris, neuroloog, werkzaam in Radboudumc, NVN
- Dr. R.L. Smeets, klinisch chemicus-medisch immunoloog, werkzaam in Radboudumc, NVKC, CMI
- Drs. E. Ton, reumatoloog, werkzaam in UMC Utrecht, NVR
- Prof. dr. A.E. Voskuyl, reumatoloog, werkzaam in Amsterdam UMC, NVR
- Prof. dr. B.J.M. Witteman, MDL-arts, werkzaam in Ziekenhuis Gelderse Vallei, NVMDL
- J. Welling, patiëntvertegenwoordiger, NVLE
Met ondersteuning van
- Dr. A.N. Nguyen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. J.M.H. van der Hart, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Dr. A. Schouffoer, NVR (voorzitter)
|
Reumatoloog |
Assistant professor Reumatologie LUMC |
Extern gefinancierd onderzoek: Hands On studie (sponsor: Skafit). Lezing gegeven aan verpleegkundigen in maart 2021 via MedClass https://medclass.nl/ (online scholingsplatform van Boehringer Ingelheim) over complicaties bij anti-fibrotica bij progressieve pulmonale fibrose (ILD). Deelname dec 2019 aan Brompton Course in Londen: Interstitiële Longziekte (via Boehringer Ingelheim) |
Restricties t.a.v. besluitvorming module Behandeling - ILD |
|
Dr. F. Bonte-Mineur, NVR |
Reumatoloog, klinisch immunoloog |
Bestuur ARCH |
2021: tweemaal nascholing ILD bij systeemziekten voor verpleegkundigen, gesponsord door Boehringer, inhoud onafhankelijk. Eenmalig Nascholingsmagazine Longziekten Special PF-ILD, tijdschrift iDoctor, inhoud onafhankelijk
2019 – heden: ACR Naderhand, jaarlijks congres, programmacommissie, gesponsord door Novartis, inhoud onafhankelijk
2018: ACR Naderhand, jaarlijks congres, programmacommissie, gesponsord door Roche, inhoud onafhankelijk.
Extern gefinancierd onderzoek: Hands On studie (sponsor: Skafit) |
Restricties t.a.v. besluitvorming module Behandeling - ILD |
|
S. Dittmar, NVLE |
Patiëntvertegenwoordiger |
Hoofdredacteur NVLE Magazine |
- |
Geen |
|
Drs. M. de Kanter, NVR |
Reumatoloog |
- |
- |
Geen |
|
Dr. M.K. Ninaber, NVALT |
Longarts |
|
Meerdere sprekersvergoedingen/research grants van Boehringer Ingelheim (uitbetaald aan afdeling Longziekten LUMC). PI van meerdere investigator initiated studies, zonder funding of financiering uit afdelingsbudget. Eerste geldstroom. |
Restricties t.a.v. besluitvorming module Behandeling - ILD |
|
Drs. J. Potjewijd, NIV |
Internist-klinisch immunoloog |
Sprekersgelden Janssen&Janssen, GSK |
Extern gefinancierd onderzoek: investigator-initiated en farmaceutische studies. Investigator-initiated onderzoek betreft een prospectief cohort onderzoek bij patiënten met SSc met of zonder PAH. Subsidie door MUMC. Farmaceutische studies (geen PI) betreffen met name complement blokkers bij Covid19 en ANCA vasculitis (vilobelimab). Lupus nefritis studie met een Jakstat inhibitor (geen inclusies) ZonMw-subsidie voor de VACOPID studie (2021), m.b.t. vaccinatieresponsen na coronavaccinatie in patienten met een primaire immuundeficiëntie. |
Geen |
|
S.J. van Schaik-Mast, V&VN |
Verpleegkundig specialist |
- |
- |
Geen |
|
Dr. J. Spierings, NVR |
Reumatoloog |
- |
Extern gefinancierd onderzoek: UPSIDE studie, PASTUL (gefinancierd door ZonMw, ReumaNederland, Miltenyi BV, Boehringer Ingelheim, SRUK) |
Restricties t.a.v. besluitvorming module Behandeling - ILD |
|
Dr. M. Vonk, NVR |
Reumatoloog |
- |
Incidenteel adviseur/spreker met vergoedingen door Boehringer Ingelheim, Janssen, MSD (spreker) en Astra, Boehringer Ingelheim, Corbus, Janssen (consultant). |
Restricties t.a.v. besluitvorming module Behandeling - ILD |
|
Dr. J. de Vries-Bouwstra, NVR |
Reumatoloog |
Bestuurslid stichting ARCH, onbezoldigd Medewerker voedselbank Leidschendam-Voorburg |
Sporadisch financieel advies aan verschillende partijen in het bedrijfsleven (afgelopen 3 jaar Janssen, Boehringer Ingelheim en Abbvie); uitbetaald aan afdelingsfonds van het LUMC.
Extern gefinancierd onderzoek: UPSIDE studie (gefinancierd door ZonMw, ReumaNederland |
Restricties t.a.v. besluitvorming module Behandeling - ILD |
Het Kennisinstituut in zijn rol als methodologisch ondersteuner, de NVR als initiërende vereniging en de richtlijnwerkgroep zijn zich bewust van de belangen die spelen binnen de richtlijnwerkgroep. Het werd echter toch noodzakelijk geacht om de betreffende inhoudelijk experts op dit gebied bij de richtlijn te betrekken. Tijdens de commentaarfase werd de NVALT verzocht om bij het aanleveren van commentaar kritisch te zijn op de gemelde belangen en geformuleerde aanbevelingen en onderbouwing.
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door een afgevaardigde van de patiëntenvereniging (NVLE) in de werkgroep. Daarnaast zijn aan het einde van het traject focusgroepen gehouden, geïnitieerd vanuit de NVLE. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan deelnemers van de focusgroepen en de NVLE en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Organisatie van zorg |
Geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zullen hebben voor de collectieve uitgaven. |
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010) richtlijnen, en vastgesteld op 27 juni 2017).
Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen
Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de huidige zorg middels een schriftelijke knelpunteninventarisatie. Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.
Uitkomstmaten
Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Methode literatuursamenvatting
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. Daarnaast is bij het ontwikkelen van de modules literatuur (beschrijving en beoordeling) overgenomen van de EULAR recommendations for the treatment of systemic sclerosis: 2023 update (Del Galdo, 2024). De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).
GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog |
|
|
Redelijk |
|
|
Laag |
|
|
Zeer laag |
|
Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op klinische praktijkervaring. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
|
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
|
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
|
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
|
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Organisatie van zorg
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt)organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
Del Galdo F, Lescoat A, Conaghan PG, et al
EULAR recommendations for the treatment of systemic sclerosis: 2023 update
Annals of the Rheumatic Diseases Published Online First: 11 October 2024. doi: 10.1136/ard-2024-226430
Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.