Diagnostiek bij angina pectoris (AP)

Initiatief: NVVC / NVvR Aantal modules: 2

Startpagina - Diagnostiek bij angina pectoris (AP)

Waar gaat deze richtlijnmodule over?

Deze richtlijnmodule richt zich op de beeldvormende diagnostiek bij patiënten met een verdenking op stabiele angina pectoris zonder bekend coronairlijden. Deze richtlijnmodule beoogt bij te dragen aan uniformiteit van diagnostiek en vermindering van overbodige diagnostiek, en is gebaseerd op recente internationale richtlijnen, aangevuld met recente literatuur, praktijk-overwegingen, consensus van de werkgroep en adviezen vanuit de beroepsgroep na een commentaarronde.

Deze richtlijnmodule sluit aan bij de ESC-richtlijn Chronic Coronary Syndromes 2019.

 

Voor wie is deze richtlijnmodule bedoeld?

Deze richtlijnmodule is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die primair betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met verdenking op stabiele angina pectoris zonder bekend coronairlijden buiten de eerste lijn. Hieronder vallen: cardiologen, radiologen en nucleair geneeskundigen.

 

Voor patiënten

Angina pectoris, ook wel hartkramp genoemd, is pijn op de borst doordat de hartspier niet voldoende zuurstof krijgt. Meestal wordt dit veroorzaakt door een vernauwing in een van de kransslagaders van het hart. Voor meer informatie over een hartkramp verwezen we u naar de websites van Thuisarts.nl en van de Hartstichting.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Initiatiefnemers voor deze richtlijnmodule zijn de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie en de Nederlandse Vereniging voor Radiologie. De richtlijnmodule is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de cardiologie, radiologie en nucleaire geneeskunde.

 

Toepassen

Bij deze richtlijnmodule is een stroomschema ontwikkeld.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-11-2021

Laatst geautoriseerd  : 01-11-2021

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Nucleaire geneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Doel en doelgroep

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2020 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met de verdenking op stabiele angina pectoris zonder bekend coronair lijden.

 

Werkgroep

  • Dr. S.C.A.M. (Bas) Bekkers, cardioloog, werkzaam in het Maastricht Universitair Medisch Centrum te Maastricht, NVVC (voorzitter)
  • Prof. dr. R. (Rozemarijn) Vliegenthart, radioloog, werkzaam in het Universitair Medisch Centrum Groningen te Groningen, NVvR (voorzitter)
  • P.C. (Peter) Barneveld, nucleair geneeskundige, werkzaam in het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch, NVNG
  • Dr. H.W. (Wouter) van Es, radioloog, werkzaam in het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein, NVvR
  • Dr. R.W.M. (Raymond) Hautvast, cardioloog, werkzaam in de Noordwest Ziekenhuisgroep te Alkmaar, NVVC
  • Dr. R.L.G. (Rogier) Nijhuis, cardioloog, werkzaam in de Ziekenhuisgroep Twente, te Hengelo & Almelo, NVVC
  • Dr. R.N. (Nils) Planken, radioloog, werkzaam in het Amsterdam Universitair Medisch Centrum te Amsterdam, NVvR

 

Met ondersteuning van

  • Dr. B.H. (Bernardine) Stegeman, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Bekkers (vz)

Cardioloog, afdeling Cardiologie, Maastricht UMC+

Voorzitter Werkgroep Cardiovasculaire Beeldvorming van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (tot november 2020)

-

Geen

Vliegenthart (vz)

 

  • Radioloog, afdeling Radiologie/Medical Imaging Center, UMCG
  • Hoogleraar cardiothoracale beeldvorming, UMCG/RUG
  • Secretaris (tot oktober 2020) & Vice President (vanaf oktober 2020), European Society of Cardiovascular Radiology (onbetaald)
  • Voorzitter, sectie cardiovasculaire radiologie NVvR (onbetaald)
  • Associate Editor, European Journal of Radiology (honorarium)

CONCRETE onderzoek, sponsor: Hartstichting

Geen (valt buiten de afbakening)

Planken

Radioloog, afdeling Radiologie en Nucleaire Geneeskunde, Amsterdam UMC, locatie AMC

-

-

Geen

Barneveld

Nucleair geneeskundige, Jeroen Bosch Ziekenhuis, 's-Hertogenbosch

Mede redacteur leerboek Nucleaire Geneeskunde (redactie vergoeding)

-

Geen

Hautvast

Cardioloog/Interventiecardioloog Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Alkmaar

  • Bestuurslid Werkgroep Interventie Cardiologie van de NVVC (onbetaald)
  • Bestuurslid Beroepsbelangen Commissie van de NVVC (gevaceerd met onkostenvergoeding)
  • Bestuurslid MSB Medisch Specialisten NoordWest (gevaceerd met onkostenvergoeding)
  • Bestuurslid Stichting Dutch Revascularisation and Electrophysiology Summit (DRES) (onbetaald)

-

Geen

Nijhuis

Cardioloog ZGT Almelo / Hengelo

  • Docent bij Schola Medica (betaald)
  • Voorzitter Twents Cardiologisch OpleidingsInstituut (gesponsord)

-

Geen

Es, van

Radioloog in het St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein

-

-

Geen

Stegeman

Senior adviseur, Kennisinstituut

-

-

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

De conceptmodule is voor commentaar voorgelegd aan Harteraad en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnmodule-ontwikkeling is rekening gehouden met de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Voor meer informatie wordt verwijzen naar het Implementatieplan in de bijlage.

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE-II-instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

 

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet.

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. https://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/richtlijnontwikkeling.html

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

Volgende:
Diagnostiek bij stabiele AP zonder bekend coronairlijden