Desinfectie huid en slijmvliezen plus puncties

Initiatief: SRI Aantal modules: 9

Punctie/biopsie/injectie buiten het OK-complex

Publicatiedatum: 01-07-2025
Beoordeeld op geldigheid: 29-08-2024

Uitgangsvraag

Wat is de plaats van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en het gebruik van steriel afdekmateriaal bij het uitvoeren van een punctie/biopsie/injectie die buiten het OK-complex plaatsvindt in het voorkómen van een zorggerelateerde infectie bij de patiënt?

Aanbeveling

Draag als medewerker ongeacht de gekozen risico-categorie:

Beoordeel tot welke van onderstaande risicocategorieën de punctie/biopsie/injectie behoort en pas daarbij als medewerker de beschreven maatregelen toe:

  • Risicogroep 1: Punctie/biopsie/injectie met laag risico op infectie.
    Maatregel: Handhygiëne.
  • Risicogroep 2: Punctie/biopsie met een laag risico op infectie maar ernstige gevolgen als er infectie ontstaat; geen noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium. 
    Maatregelen: Handhygiëne en steriele handschoenen. Mondneusmasker bij handelingen waarbij een infectie kan ontstaan met ernstige gevolgen.

  • Risicogroep 3: Punctie/biopsie van organen of holten OF complexe punctie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium met of zonder assistent.
    Maatregelen: Handhygiëne, steriele handschoenen, steriel afdekmateriaal en steriel veld. Chirurgisch mondneusmasker type IIR bij handelingen waarbij een infectie kan ontstaan met ernstige gevolgen.

  • Risicogroep 4: Complexe punctie/biopsie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium en waarbij assistent het steriel instrumentarium aanreikt en het inbrengen van een katheter of vreemd lichaamsmateriaal in lichaamsholten of diepe weefsels.
    Maatregelen: Handhygiëne, steriele handschoenen, chirurgisch mondneusmasker type IIR, steriele jas, steriel afdekmateriaal en steriel veld.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Voor deze module is systematisch gezocht naar wetenschappelijke literatuur om antwoord te geven op de vraag welke infectiepreventiemaatregelen genomen dienen te worden bij het uitvoeren van een punctie/biopsie om een infectie te voorkómen. Hierbij zijn geen studies gevonden die voldeden aan de PICO. Door het ontbreken van literatuur is er op basis van wetenschappelijk bewijs geen richting te geven aan de besluitvorming.

 

(Inter)nationale infectiepreventierichtlijnen

De werkgroep heeft gezocht naar andere richtlijnen over algemene voorzorgsmaatregelen bij puncties, biopsieën en injecties. Hierbij is één richtlijn van het Robert Koch Institut (RKI, 2011) naar voren gekomen. Het RKI is het centrale wetenschappelijke instituut van de Duitse overheid voor identificatie, surveillance en preventie van infectieziekten). De RKI-richtlijn bevat een tabel waarin de verschillende soorten puncties zijn ingedeeld in vier risicogroepen (zie onder kopje Tabel Robert Koch Institut onderaan deze moduletekst). 

 

De RKI-richtlijn (RKI, 2011) beschrijft de volgende risicogroepen:

  • Risicogroep 1: Punctie/biopsie/injectie met een laag risico op infectie.
  • Risicogroep 2: Punctie/biopsie met een laag risico op infectie maar ernstige gevolgen als er infectie ontstaat, geen noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium.
  • Risicogroep 3: Punctie/biopsie van organen of holten of complexe punctie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium met of zonder assistent.
  • Risicogroep 4: Complexe punctie/biopsie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium en waarbij assistent het steriel instrumentarium aanreikt en het inbrengen van een katheter of vreemd lichaamsmateriaal in lichaamsholten of diepe weefsels.

De werkgroep is van mening dat deze categorisering de gewenste ruimte biedt aan experts uit meerdere vakgebieden om een punctie/biopsie in te delen in een categorie. Deze categorisering biedt ook structuur voor de toekomst wanneer nieuwe interventies beschikbaar komen. 

 

Van belang hierbij is dat het de verantwoordelijkheid is van elk protocolhouder/vakgroep per instelling om hun interventies in te delen in desbetreffende risico categorieën voor lokaal gebruik/ter inzage. De basis vereisten per interventie kan theoretisch per instelling (bijvoorbeeld academisch versus perifeer ziekenhuis op basis van patiëntenpopulatie) verschillen per instelling. Wegens gebrek aan wetenschappelijk bewijs was het niet mogelijk een vaste lijst aan interventies per categorie te maken.

 

Om de gebruikers van de richtlijn te helpen aan welke puncties/biopsieën gedacht kan worden, zijn per risicocategorie enkele voorbeelden genoemd. In de RKI-richtlijn worden naast een punctie/biopsie ook de injectie benoemd onder risicogroep 1. De werkgroep acht het relevant om deze mee te nemen. Onderstaande interventies zijn puur bedoeld als enkel voorbeelden per categorie. 

 

Tenslotte acht de werkgroep het van belang dat ongeacht onder welke risicocategorie een punctie, biopsie of injectie wordt ingedeeld door experts: PBM gedragen dienen te worden conform de indicaties zoals beschreven in de richtlijn, ongeacht onder welke risicocategorie een punctie, biopsie of injectie wordt ingedeeld. 

 

Maatregelen per risicogroep

Risicogroep 1

Punctie/biopsie/injectie met een laag risico op infectie

Bij deze risicogroep is alleen handhygiëne conform richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker nodig. Er zijn geen handschoenen, mondneusmaskers, steriele jas of steriel afdekmateriaal nodig.

 

Enkele voorbeelden van handelingen die vallen onder deze categorie zijn: 

  • Intradermale injectie;
  • Subcutane injectie;
  • Intramusculaire injectie;
  • Peri-articulaire injectie;
  • Bloedafname via lancet;
  • Bloedafname;
  • Intraveneuze injectie;
  • Huidbiopten;
  • Mammapuncties (histologisch en cytologisch) en oppervlakkige gelegen lymfeklier puncties, zoals in de oksel (histologisch en cytologisch);
  • Puncties van de schildklier en oppervlakkige lymfklieren (hals, axilla, inguinaal).

Risicogroep 2

Punctie/biopsie waarbij geen noodzaak bestaat voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium met laag risico op infectie. Maar waarbij een infectie ernstige gevolgen kan hebben. 

Bij deze risicogroep zijn de volgende maatregelen van toepassing:

Er is geen steriele jas of steriel afdekmateriaal nodig.

 

Enkele voorbeelden van handelingen die vallen onder deze categorie zijn:

  • Lumbaalpunctie (diagnostisch);
  • Blaaspunctie;
  • Pleurapunctie, ascitespunctie (diagnostisch);
  • Single shot perifere zenuwcatheter;
  • Interventionele pijntechnieken van perifere zenuwen.

Risicogroep 3

Punctie/biopsie van organen of holten of complexe punctie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium met of zonder assistent.

Bij deze risicogroep zijn de volgende maatregelen van toepassing:

  • Handhygiëne conform richtlijn Handhygiëne en persoonlijke hygiëne medewerker;
  • Steriele handschoenen;
  • Chirurgisch mondneusmasker type IIR bij handelingen waarbij een infectie kan ontstaan met ernstige gevolgen;
  • Steriel afdekmateriaal;
  • Steriel veld.

Er is geen steriele jas nodig.

 

Enkele voorbeelden van handelingen die vallen onder deze categorie zijn:

  • Beenmergpunctie;
  • Amniocentese (vruchtwaterpunctie) of chorionvillusbiopsie (vlokkentest);
  • Transvaginale (ultrasound-geleide) cysten- of weefselpunctie;
  • Orgaanpunctie (bijvoorbeeld nieren, lever, lymfeklieren, milt); 
  • Puncties van diepe lymfklieren (intra-abdominaal, intrathoracaal)
  • Aanleggen suprapubische verblijfskatheter;
  • Spinaalanesthesie (single shot), intrathecale medicijntoediening;
  • Perifere zenuwblokkade met catheter;
  • Interventionele pijntechnieken single shot neuraxiaal;
  • Interventionele pijntechnieken zoals lumbale sympaticus blokkade.

Risicogroep 4

Complexe punctie/biopsie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium en waarbij een assistent het steriel instrumentarium aanreikt.

Bij deze risicogroep zijn de volgende maatregelen van toepassing:

Enkele voorbeelden van handelingen die vallen onder deze categorie zijn: 

  • Aanleggen Bülau-drain;
  • Monaldi-drain/pleuradrain;
  • Inbrengen van vreemd lichaamsmateriaal in lichaamsholten of diepe weefsels;
  • Punctie van Ommaya- of Rickham-reservoir (intracerebrale ventrikel catheter systeem);
  • Epiduraalkatheter;
  • Paravertebraal katheter.

De maatregelen behorende bij gewrichtspuncties zijn beschreven in de module Intra-articulaire injecties.

 

De maatregelen behorende bij intrathecale toediening van medicatie zijn beschreven in de module Intrathecale toediening van de richtlijn VTGM buiten de apotheek en toediening medicatie

Voor maatregelen bij intravitreale injecties wordt verwezen naar de richtlijn Maculadegeneratie).

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun verzorgers)

Voor de patiënt is het belangrijk dat hij/zij wordt meegenomen in wat er bij een behandeling gebeurt. Bij keuzes moeten alle opties worden besproken en met Samen Beslissen tot een behandeling worden gekomen. Verder is het voor patiënten van belang dat het maximale wordt gedaan om een zorginfectie tot een minimum te beperken tijdens de uitvoering van een punctie. Door het toepassen van huiddesinfectie, toepassen van handhygiëne, kennis van reiniging en desinfectie en het gebruik van patiëntgebonden (persoonlijke) beschermingsmiddelen en materialen wordt dit risico zo klein mogelijk gehouden. Hierbij horen juiste scholing van de medewerker en protocollen met werkinstructies die up-to-date zijn.

 

Kosten (middelenbeslag) 

De kosten die het gebruik van de middelen met zich meebrengen, wegen niet op tegen de kosten van een zorggerelateerde infectie bij een patiënt. 

 

In de toekomst kunnen mogelijk kosten bespaard worden door herbruikbare beschermende kleding. Hier wordt momenteel vanuit diverse green teams veel onderzoek naar gedaan en is in enkele instellingen al ingevoerd.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De aanbevelingen sluiten grotendeels aan bij de huidige praktijk. Op basis hiervan verwacht de werkgroep geen belemmeringen voor de aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie.

   

Duurzaamheid

De indeling van puncties, biopsieën en injecties in risicocategorieën met de daarbij behorende infectiepreventiemaatregelen draagt bij aan het niet onnodig gebruik van middelen en materialen. Enerzijds door wel infectiepreventiemaatregelen toe te passen als het risico op een infectie niet als laag te beschouwen is of een infectie ernstige gevolgen kan hebben. Bij de verpleging en behandeling van en patiënt met een infectie (met ernstige gevolgen) zijn immers extra middelen en materialen nodig. Anderzijds door het achterwege laten van materialen wanneer het risico op een infectie als laag te beschouwen is en ook geen ernstige gevolgen kan hebben.

 

Rationale van de aanbeveling

Voor deze module is systematisch gezocht in de wetenschappelijke literatuur maar er konden geen studies worden geïncludeerd. Door het ontbreken van literatuur is er op basis van wetenschappelijk bewijs geen richting te geven aan de besluitvorming. 

 

Bij het gebrek aan relevante literatuur baseert de werkgroep zijn aanbevelingen de richtlijn van het Robert Koch Instituut (RKI), 2011, en expert opinion. 

 

Het is voor de werkgroep niet mogelijk om een complete lijst van alle puncties, biopsieën en injecties op te stellen inclusief de bijbehorende infectiepreventiemaatregelen, omdat wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt en dit specifieke expertise uit alle vakgebieden vereist. Daarom heeft de werkgroep ervoor gekozen om risicogroepen op te stellen en per groep de maatregelen en voorbeelden te benoemen. Zorginstellingen en vakgroepen leggen de maatregelen vast in protocollen in samenspraak met gebruikers en ondersteunende diensten. 

 

De categorisering biedt de gewenste ruimte aan experts uit meerdere vakgebieden om een punctie/biopsie/injectie in te delen in een categorie. Deze categorisering biedt ook structuur voor de toekomst wanneer nieuwe interventies beschikbaar komen. Daarnaast acht de werkgroep het van belang dat PBM gedragen dienen te worden volgens de indicaties zoals beschreven in de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen, ongeacht onder welke risicocategorie een punctie, biopsie of injectie wordt ingedeeld.

Onderbouwing

In het ziekenhuis worden vaak en veel soorten puncties, biopsieën en injecties uitgevoerd. Deze puncties/injecties berusten min of meer op hetzelfde principe: in de huid wordt met een naald geprikt of door de huid heen wordt een naald het lichaam binnengebracht. De diepte en de organen die benaderd worden, wisselen en mogelijk wordt er kunstmateriaal in het lichaam achtergelaten. Bij een punctie worden er cellen en/of vocht uit het lichaam opgezogen met een dunne naald. Bij een biopsie wordt een klein stukje weefsel uit een orgaan afgenomen met een dikke naald. 

 

Het risico op een infectie is afhankelijk van het soort punctie/biopsie/injectie, de plaats en de immuunstatus van de patiënt (RKI, 2011). Puncties van organen(holtes) waarbij tijdens het aanprikken huidbiopten versleept of ingebracht worden in de katheter, geven een hoger risico op infecties. 

 

Om het risico op een infectie te voorkómen zijn er infectiepreventiemaatregelen nodig om veiligheid te geven in twee richtingen; bescherming van de patiënt en bescherming van de zorgmedewerker die de punctie/biopsie/injectie uitvoert of hierbij assisteert en in contact kan komen met de hieraan verbonden apparatuur.

 

In de praktijk bestaat discussie over de maatregelen in het huidige beleid. Deze module beschrijft de algemene voorzorgsmaatregelen bij punctie/biopsie/injectie van huid en slijmvliezen buiten het OK-complex. Voor intra-articulaire punctie (diagnostisch of met injectie zie module Intra-articulaire injectie/punctie van deze richtlijn, voor percutane endoscopische gastrostomie zie richtlijn Sondevoeding (in ontwikkeling), voor katheters zie richtlijn Arteriële & intraveneuze katheters (in ontwikkeling).

 

Voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) ter bescherming van de medewerker wordt verwezen naar de richtlijn PBM en voor de preventie van accidenteel bloedcontact naar de richtlijn Accidenteel bloedcontact

 

Als puncties/biopsies/injecties worden uitgevoerd op het OK-complex, gelden de persoonlijke beschermingsmiddelen zoals beschreven in de richtlijn Infectiepreventie op het OK-complex.

 

Voor de eisen aan de ruimte wordt verwezen naar de richtlijn Luchtbehandeling in operatiekamers en behandelkamers. Voor de noodzaak en het middel om de huid voorafgaand aan een punctie/biopsie/injectie te desinfecteren, zie module Ingrepen algemeen. Voor maatregelen bij intravitreale injecties wordt verwezen naar de richtlijn Maculadegeneratie).

No conclusions could be drawn because of the absence of relevant studies.

No GRADE

No evidence was found regarding the added value of skin disinfection prior to venous blood sampling.

Description of studies

It was not possible to provide a summary of literature because of the absence of relevant studies. 

 

Results

Not applicable.

 

Level of evidence of the literature

Not applicable.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question: What is the added value of personal protective equipment and sterile drape in carrying out a puncture/biopsy in the prevention of healthcare associated infection in patients. 

P: Patient receiving a puncture/biopsy
I:
 Hand hygiene, preoperative hand hygiene, gloves (sterile, non-sterile), gown, mask, sterile drape, sterile technique
C
: Not applicable
O
: Infection

 

Relevant outcome measures

The guideline development group considered infection as a critical outcome measure for decision making. 

 

Search and select (methods)

The database Embase was searched with relevant search terms until 20 December 2022 without limitation in date. The detailed search strategy is available on request (via info@sri-richtlijnen.nl). The systematic literature search resulted in 304 hits. Studies were selected based on the following criteria:

  • Systematic review (detailed search strategy, risk of bias assessment, and results of individual comparative studies available);
  • Research question includes all elements of the PICO;
  • Full text available;
  • Full text written in English or Dutch.

In total, 46 systematic reviews were initially selected based on title and abstract screening. After reading the full text, all studies were excluded (see the table with reasons for exclusion).

 

Results

No study was included in the analysis of the literature.

  1. Kommission für Krankenhaushygiene und Infektionsprävention, Robert Koch Institute. Anforderungen an die Hygiene bei Punktionen und Injektionen [Public health requirements in punctures and injections]. Bundesgesundheitsblatt Gesundheitsforschung Gesundheitsschutz. 2011 Sep;54(9):1135-44. German. Doi: 10.1007/s00103-011-1352-8. PMID: 21887628

Exclusie-tabel

Reference

Reason for exclusion

Bahji A, Yanagawa, B, Lamba, W. Harm Reduction for Injection Drug Users with Infective Endocarditis: A Systematic Review. The Canadian Journal of Addiction 11(2):p 13-23, June 2020. doi: 10.1097/CXA.0000000000000080 

Wrong population: people who inject drugs

Baums MH, Aquilina J, Pérez-Prieto D, Sleiman O, Geropoulos G, Totlis T. Risk analysis of periprosthetic knee joint infection (PJI) in total knee arthroplasty after preoperative corticosteroid injection: a systematic review : A study performed by the Early-Osteoarthritis group of ESSKA-European Knee Associates section. Arch Orthop Trauma Surg. 2022 Jul 12. doi: 10.1007/s00402-022-04532-z. Epub ahead of print. PMID: 35829737.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Liu W, Duan Y, Cui W, Li L, Wang X, Dai H, You C, Chen M. Skin antiseptics in venous puncture site disinfection for preventing blood culture contamination: A Bayesian network meta-analysis of randomized controlled trials. Int J Nurs Stud. 2016 Jul;59:156-62. doi: 10.1016/j.ijnurstu.2016.04.004. Epub 2016 Apr 25. PMID: 27222460.

Wrong intervention: skin antiseptics

Manchikanti L, Falco FJ, Benyamin RM, Caraway DL, Helm Ii S, Wargo BW, Hansen H, Parr AT, Singh V, Hirsch JA. Assessment of infection control practices for interventional techniques: a best evidence synthesis of safe injection practices and use of single-dose medication vials. Pain Physician. 2012 Sep-Oct;15(5):E573-614. PMID: 22996856.

Studies included in review contains mainly case reports. Two studies were prospective evaluations on compliance, one study on procedures performed in sterile operating room

Mischke C, Verbeek JH, Saarto A, Lavoie MC, Pahwa M, Ijaz S. Gloves, extra gloves or special types of gloves for preventing percutaneous exposure injuries in healthcare personnel. Cochrane Database Syst Rev. 2014 Mar 7;(3):CD009573. doi: 10.1002/14651858.CD009573.pub2. PMID: 24610769.

Double gloving will be adressed in another guideline

Polyzos SA, Anastasilakis AD. Infectious thyroiditis as a complication of fine-needle biopsy: a systematic review. Expert Rev Endocrinol Metab. 2010 Sep;5(5):673-679. doi: 10.1586/eem.10.50. PMID: 30764021.

Wrong studydesign: searched in one database. No detailed search strategy, no risk of bias). Aseptic condition, gloves and mask briefly reported with two case reports 

Singh R, Davoudi S, Ness S. Preventive factors, diagnosis, and management of injection-related endophthalmitis: a literature review. Graefes Arch Clin Exp Ophthalmol. 2022 Aug;260(8):2399-2416. doi: 10.1007/s00417-022-05607-8. Epub 2022 Mar 12. PMID: 35278125; PMCID: PMC8917335.

Wrong studydesign: does not include detailed search strategy and does not include risk of bias assessment. Masks versus "no-talking" policy, gloves/draping/mask briefly reported

Tanner J, Parkinson H. Double gloving to reduce surgical cross-infection. Cochrane Database Syst Rev. 2002;(3):CD003087. doi: 10.1002/14651858.CD003087. Update in: Cochrane Database Syst Rev. 2006;(3):CD003087. PMID: 12137673.

Double gloving will be adressed in another guideline

Williams J, Lye DC, Umapathi T. Diagnostic lumbar puncture: minimizing complications. Intern Med J. 2008 Jul;38(7):587-91. doi: 10.1111/j.1445-5994.2008.01631.x. Epub 2008 Apr 16. PMID: 18422562.

Wrong studydesign: searched in one database, no detailed search strategy and does no include risk of bias assessment. Mask, briefly reported

Avila A, Do MT, Acuña AJ, Samuel LT, Kamath AF. How do pre-operative intra-articular injections impact periprosthetic joint infection risk following primary total hip arthroplasty? A systematic review and meta-analysis. Arch Orthop Trauma Surg. 2023 Mar;143(3):1627-1635. doi: 10.1007/s00402-022-04375-8. Epub 2022 Feb 12. PMID: 35150302.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Belk JW, Keeling LE, Kraeutler MJ, Snow MG, Mei-Dan O, Scillia AJ, McCarty EC. Risk of Infection in Knee Arthroscopy Patients Undergoing Corticosteroid Injections in the Perioperative Period. Orthop J Sports Med. 2021 Aug 17;9(8):23259671211032941. doi: 10.1177/23259671211032941. PMID: 34423063; PMCID: PMC8375342.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Borghesi M, Ahmed H, Nam R, Schaeffer E, Schiavina R, Taneja S, Weidner W, Loeb S. Complications After Systematic, Random, and Image-guided Prostate Biopsy. Eur Urol. 2017 Mar;71(3):353-365. doi: 10.1016/j.eururo.2016.08.004. Epub 2016 Aug 17. PMID: 27543165.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Breimer L, Geijer H, Berggren L. Desinfektion av injektionsportar – 15 sekunders skrubbning rimligt - En systematisk översikt kring optimal tidsåtgång [Disinfection of injection ports - a systematic overview of optimal scrub-time]. Lakartidningen. 2018 Jun 15;115:E6AL. Swedish. PMID: 29917174.

Wrong intervention: disinfection. Wrong language: Swedish

Cancienne JM, Werner BC, Luetkemeyer LM, Browne JA. Does Timing of Previous Intra-Articular Steroid Injection Affect the Post-Operative Rate of Infection in Total Knee Arthroplasty? J Arthroplasty. 2015 Nov;30(11):1879-82. doi: 10.1016/j.arth.2015.05.027. Epub 2015 May 23. PMID: 26071248.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Infection Rate after Transperineal Prostate Biopsy with and without Prophylactic Antibiotics: Results from a Systematic Review and Meta-Analysis of Comparative Studies

Wrong intervention: prophylactic antibiotics

Cheok T, Jennings M, Aprato A, Jayasekera N, Jaarsma RL. Safety of intraarticular corticosteroid injection preceding hip and knee arthroplasty: a systematic review and meta-analysis amid resolving COVID-19 arthroplasty restrictions. J Hip Preserv Surg. 2021 Aug 24;8(3):215-224. doi: 10.1093/jhps/hnab064. Erratum in: J Hip Preserv Surg. 2021 Oct 04;9(1):60. PMID: 35578716; PMCID: PMC8499814.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Deng Z, Li Y, Storm GR, Kotian RN, Sun X, Lei G, Gao S, Lu W. The efficiency and safety of steroid addition to multimodal cocktail periarticular injection in knee joint arthroplasty: a meta-analysis of randomized controlled trials. Sci Rep. 2019 May 7;9(1):7031. doi: 10.1038/s41598-019-43540-9. PMID: 31065018; PMCID: PMC6505038.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Epis O, Bruschi E. Interventional ultrasound: a critical overview on ultrasound-guided injections and biopsies. Clin Exp Rheumatol. 2014 Jan-Feb;32(1 Suppl 80):S78-84. Epub 2014 Feb 17. PMID: 24529311.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Fan Z,, Su H,, Jiang T, Zhou J, Peng J, Hong W,, Zhou L, Huang H. Safety of intraarticular corticosteroid injections after arthroscopic shoulder surgery: a systematic review and meta-analysis[J]. Chinese Journal of Tissue Engineering Research, 2020, 24(24): 3931-3936.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Hamilton HC, Foxcroft DR. Central venous access sites for the prevention of venous thrombosis, stenosis and infection in patients requiring long-term intravenous therapy. Cochrane Database Syst Rev. 2007 Jul 18;(3):CD004084. doi: 10.1002/14651858.CD004084.pub2. Update in: Cochrane Database Syst Rev. 2012;3:CD004084. PMID: 17636746.

Intravenous therapy will be addressed in another guideline

Jazayeri SB, Kumar J, Nguyen S, Kuntz G, Alam MU, Tanneru K, Bazargani S, Costa J, Bandyk M, Ganapathi HP, Marino R, Koochekpour S, Balaji KC. A Systematic Review and Meta-Analysis of Methods Used to Reduce Infectious Complications Following Transrectal Prostate Biopsy. Urology. 2020 Oct;144:21-27. doi: 10.1016/j.urology.2020.06.005. Epub 2020 Jun 20. PMID: 32569659.

Wrong intervention: antibiotics

Jones TA, Radtke JP, Hadaschik B, Marks LS. Optimizing safety and accuracy of prostate biopsy. Curr Opin Urol. 2016 Sep;26(5):472-80. doi: 10.1097/MOU.0000000000000310. PMID: 27214580; PMCID: PMC5011431.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

José-Vieira R, Ferreira A, Menéres P, Sousa-Pinto B, Figueira L. Efficacy and safety of intravitreal and periocular injection of corticosteroids in noninfectious uveitis: a systematic review. Surv Ophthalmol. 2022 Jul-Aug;67(4):991-1013. doi: 10.1016/j.survophthal.2021.12.002. Epub 2021 Dec 9. PMID: 34896190.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Karakonstantis S, Kalemaki D. A significant percentage of patients with transrectal biopsy-related infections have positive blood cultures but negative urine cultures. A literature review and meta-analysis. Infect Dis (Lond). 2018 Nov-Dec;50(11-12):791-803. doi: 10.1080/23744235.2018.1508882. Epub 2018 Oct 29. PMID: 30372643.

Wrong intervention: taken urine and blood cultures to guide antimicrobial therapy

Karuppiah SV, Gibson P. The safety of hip injection with corticosteroid in the diagnosis and treatment of osteoarthritis. Hip Int. 2007 Jan-Mar;17(1):36-9. doi: 10.1177/112070000701700107. PMID: 19197841.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Kazarian GS, Steinhaus ME, Kim HJ. The Impact of Corticosteroid Injection Timing on Infection Rates Following Spine Surgery: A Systematic Review and Meta-Analysis. Global Spine J. 2022 Sep;12(7):1524-1534. doi: 10.1177/21925682211026630. Epub 2021 Sep 26. PMID: 34569332; PMCID: PMC9393993.

Wrong intervention: corticosteroid infection timing

Lai Q, Cai K, Lin T, Zhou C, Chen Z, Zhang Q. Prior Intra-articular Corticosteroid Injection Within 3 Months May Increase the Risk of Deep Infection in Subsequent Joint Arthroplasty: A Meta-analysis. Clin Orthop Relat Res. 2022 May 1;480(5):971-979. doi: 10.1097/CORR.0000000000002055. Epub 2021 Dec 17. PMID: 34919065; PMCID: PMC9007211.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Lee Y, Issa TZ, Kanhere AP, Lambrechts MJ, Ciesielka KA, Kim J, Hilibrand AS, Kepler CK, Schroeder GD, Vaccaro AR, Canseco JA. Preoperative epidural steroid injections do not increase the risk of postoperative infection in patients undergoing lumbar decompression or fusion: a systematic review and meta-analysis. Eur Spine J. 2022 Dec;31(12):3251-3261. doi: 10.1007/s00586-022-07436-z. Epub 2022 Nov 2. PMID: 36322212.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Li H, Xing D, Ke Y, Lin J. Safety of intra-articular steroid injections prior to arthroplasty: Best evidence selection and risk of bias considerations. Int J Rheum Dis. 2018 May;21(5):982-991. doi: 10.1111/1756-185X.13314. PMID: 29878619.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Liss MA, Ehdaie B, Loeb S, Meng MV, Raman JD, Spears V, Stroup SP. An Update of the American Urological Association White Paper on the Prevention and Treatment of the More Common Complications Related to Prostate Biopsy. J Urol. 2017 Aug;198(2):329-334. doi: 10.1016/j.juro.2017.01.103. Epub 2017 Mar 29. PMID: 28363690.

Wrong study design: narrative review. Principles of infection control briefly reported 

Loeb S, Vellekoop A, Ahmed HU, Catto J, Emberton M, Nam R, Rosario DJ, Scattoni V, Lotan Y. Systematic review of complications of prostate biopsy. Eur Urol. 2013 Dec;64(6):876-92. doi: 10.1016/j.eururo.2013.05.049. Epub 2013 Jun 4. PMID: 23787356.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Marsland D, Mumith A, Barlow IW. Systematic review: the safety of intra-articular corticosteroid injection prior to total knee arthroplasty. Knee. 2014 Jan;21(1):6-11. doi: 10.1016/j.knee.2013.07.003. Epub 2013 Aug 12. PMID: 23948421.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

uthor={Fantao Meng F, Gong B, Yang G, Zhang Y, Ding W, Shen Y.Intra-articular steroid injections and risk of infection following total hip replacement or total knee replacement: a meta-analysis of cohort studies. Int J Clin Exp Med. 2016;9:11002-8

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Mitchell BG, Gardner A. Addressing the need for an infection prevention and control framework that incorporates the role of surveillance: a discussion paper. J Adv Nurs. 2014 Mar;70(3):533-42. doi: 10.1111/jan.12193. Epub 2013 Jun 23. PMID: 23789617.

Wrong study design: discussion paper. Concerning role of surveillance

Pilatz A, Dimitropoulos K, Veeratterapillay R, Yuan Y, Omar MI, MacLennan S, Cai T, Bruyère F, Bartoletti R, Köves B, Wagenlehner F, Bonkat G, Pradere B. Antibiotic Prophylaxis for the Prevention of Infectious Complications following Prostate Biopsy: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Urol. 2020 Aug;204(2):224-230. doi: 10.1097/JU.0000000000000814. Epub 2020 Feb 27. PMID: 32105195.

Wrong intervention: antibiotics

Pilatz A, Veeratterapillay R, Köves B, Cai T, Bartoletti R, Wagenlehner F, Bruyère F, Geerlings S, Bonkat G, Pradere B. Update on Strategies to Reduce Infectious Complications After Prostate Biopsy. Eur Urol Focus. 2019 Jan;5(1):20-28. doi: 10.1016/j.euf.2018.11.009. Epub 2018 Nov 30. PMID: 30503175.

Wrong study design: narrative review

Pu C, Bai Y, Yuan H, Li J, Tang Y, Wang J, Wei Q, Han P. Reducing the risk of infection for transrectal prostate biopsy with povidone-iodine: a systematic review and meta-analysis. Int Urol Nephrol. 2014 Sep;46(9):1691-8. doi: 10.1007/s11255-014-0713-2. Epub 2014 Apr 18. PMID: 24743901.

Wrong intervention: antibiotics and technical interventions

Roberts MJ, Bennett HY, Harris PN, Holmes M, Grummet J, Naber K, Wagenlehner FME. Prostate Biopsy-related Infection: A Systematic Review of Risk Factors, Prevention Strategies, and Management Approaches. Urology. 2017 Jun;104:11-21. doi: 10.1016/j.urology.2016.12.011. Epub 2016 Dec 19. PMID: 28007492.

Wrong intervention: antibiotics and another prevention strategies (no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique)

Ruddick F, Sanders P, Bicknell SG, Crofts P. Sepsis rates after ultrasound-guided prostate biopsy using a bowel preparation protocol in a community hospital. J Ultrasound Med. 2011 Feb;30(2):213-6. doi: 10.7863/jum.2011.30.2.213. PMID: 21266559.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Santiago K, Cheng J, Jivanelli B, Lutz G. Infections Following Interventional Spine Procedures: A Systematic Review. Pain Physician. 2021 Mar;24(2):101-116. PMID: 33740341.

Wrong intervention: incidence of infections

Seavey JG, Balazs GC, Steelman T, Helgeson M, Gwinn DE, Wagner SC. The effect of preoperative lumbar epidural corticosteroid injection on postoperative infection rate in patients undergoing single-level lumbar decompression. Spine J. 2017 Sep;17(9):1209-1214. doi: 10.1016/j.spinee.2017.04.003. Epub 2017 Apr 17. PMID: 28428080.

Wrong intervention: no hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Xing D, Yang Y, Ma X, Ma J, Ma B, Chen Y. Dose intraarticular steroid injection increase the rate of infection in subsequent arthroplasty: grading the evidence through a meta-analysis. J Orthop Surg Res. 2014 Nov 13;9:107. doi: 10.1186/s13018-014-0107-2. PMID: 25391629; PMCID: PMC4245809.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Yang MG, Zhao XK, Wu ZP, Xiao N, Lü C, Hou Y. [Meta-analysis of antibiotic prophylaxis for postoperative bacteriuria in patients undergoing transrectal prostatic biopsy]. Zhonghua Yi Xue Za Zhi. 2009 Feb 3;89(4):254-9. Chinese. PMID: 19552843.

Wrong language: Chinese

Yang X, Li L, Ren X, Nie L. Do preoperative intra-articular injections of corticosteroids or hyaluronic acid increase the risk of infection after total knee arthroplasty? A meta-analysis. Bone Joint Res. 2022 Mar;11(3):171-179. doi: 10.1302/2046-3758.113.BJR-2021-0350.R1. PMID: 35311571; PMCID: PMC8962854.

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline

Caldeira D, David C, Sampaio C. Skin antiseptics in venous puncture-site disinfection for prevention of blood culture contamination: systematic review with meta-analysis. J Hosp Infect. 2011 Mar;77(3):223-32. doi: 10.1016/j.jhin.2010.10.015. Epub 2010 Dec 30. PMID: 21194791.

Wrong intervention: skin antiseptics

Haskel JD, Kaplan DJ, Kirby DJ, Bloom DA, Youm, T. Revisiting Intraarticular Corticosteroid Injections and Sports Medicine: Outcomes and Perioperative Considerations. SN Comprehensive Clinical Medicine. 2021;3.doi: 10.1007/s42399-021-00758-x. 

Intra-articular injection addressed in another module within this guideline. No hand hygiene, protective clothing or sterile drape/technique

Tabel Robert Koch Institut

Tabel uit document Robert Koch Institut’

Uit ‘Anforderungen an die Hygiene bei Punktionen und Injecktionen’ van het Robert Koch Institut (2011)*

Risicogroep

 

Uitvoerende

Assistent

Steriel afdek-

materiaal

 

 

Handschoenen

Chirurgische mond-/neusmasker

Steriele jas met lange mouwen

Hand-schoenen

Chirurgische mond-/neusmasker

Disposable schort

 

Risico-groep 1a

Intradermale injectie

Nee

Nee

Nee

Geen assistent vereist

Nee

 

Subcutane injectie

Nee

Nee

Nee

Nee

 

Bloedafname via lancet

Ja, onsteriele

Nee

Nee

Nee

 

Bloedafname

Ja, onsteriele

Nee

Nee

Nee

 

Intraveneuze injectie

Ja, onsteriele

Nee

Nee

Nee

 

Intramusculaire injectie (bv. vaccinatie)

Nee

Nee

Nee

Nee

Risico-groep 2b

Subcutane punctie gevolgd door laserbehandeling 

Ja, steriele

Nee

Nee

Geen assistent vereist

Nee

 

Aanleggen shunt t.b.v. hemodialyse

Ja, steriele

Nee

Nee

 

Nee

 

Lumbaalpunctie (diagnostisch)

Ja, steriele

Nee

Nee

Geen persoonlijke beschermingsmiddelen voor assistent vereist

Ja

 

Punctie van Ommaya- of Rickham reservoir

Ja, steriele

Ja, bij punctie met spuitwissel

Nee

Nee

 

Blaaspunctie

Ja, steriele

Nee

Nee

Nee

 

Pleurapunctie, ascitespunctie (diagnostisch)

Ja, steriele

Ja

Nee

Nee

Risico-groep 3c

Beenmergpunctie (Beckenkammpunktion)

Ja, steriele

Nee

Nee

Geen persoonlijke beschermingsmiddelen voor assistent vereist

Ja

 

Amniocentese (vruchtwaterpunctie) of chorionvillusbiopsie (vlokkentest)

Ja, steriele

Nee

Nee

Ja

 

Transvaginale (ultrasound-geleide) cysten- of weefselpunctie

Ja, steriele

Nee

Nee

Ja

 

Orgaanpunctie (bijv. nieren, lever, lymfeklieren, milt, schildklier)

Ja, steriele

Nee

Nee

Ja

 

Aanleggen suprapubische verblijfskatheter

Ja, steriele

Ja

Nee

Ja

 

Spinaalanesthesie (single shot), intrathecale medicijntoediening

Ja, steriele

Ja

Nee

Nee

Ja

Nee

Ja

 

Intravitreale punctie met toediening medicatie

Ja, steriele

Ja, bij punctie met spuitwissel

Nee

Nee

Ja, bij punctie met spuitwissel

Nee

Ja

Risico-groep 4d

Aanleggen Bülau drain, pleuradrain, Monaldi-drain

Ja, steriele

Ja

Ja

Nee

Ja, bij punctie met spuitwissel

Nee

Ja

 

Periduraal anesthesie/spinale anesthesie met inbreng katheter, aanleggen periduraal katheter t.b.v. pijnbestrijding

Ja, steriele

Ja

Ja

Ja, 

onsteriele

Ja

Nee

Ja

*Vertaald uit het Duits en deels aangepast. 

Voor intra-articulaire punctie (diagnostisch of met injectie zie kruisverwijzing module Intra-articulair), voor percutane endoscopische gastrostomie zie richtlijn Sondevoeding, voor katheters zie richtlijn Intraveneuze en intra-arteriële katheters

aRisicogroep 1: Punctie met laag risico op infectie.

bRisicogroep 2: Punctie met laag risico op infectie, maar ernstige gevolgen indien er infectie ontstaat; geen noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium.

cRisicogroep 3: Punctie van organen of holten OF complexe punctie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium met of zonder assistent.

dRisicogroep 4: Complexe punctie met noodzaak voor tussentijdse opslag van steriel instrumentarium en waarbij assistent het steriel instrumentarium aanreikt EN/OF inbrengen van katheter, vreemd lichaamsmateriaal in lichaamsholten of diepe weefsels 

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 01-07-2025

Beoordeeld op geldigheid  : 29-08-2024

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie
Geautoriseerd door:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en is gefinancierd door het ministerie van VWS. De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep).

 

Werkgroep:

  • Dr. B.C.G.C. Mason-Slingerland, arts-microbioloog, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), voorzitter
  • Dr. R.E. Genders, dermatoloog, Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)
  • Dr. J.L. de Bruin, vaatchirurg, Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Dr. S.H.M. van Romunde, oogarts/vitreoretinaal chirurg, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) 
  • Dr. E.S. Veltman, orthopedisch chirurg, Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
  • Dr. L.R. Lard, reumatoloog, Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR) 
  • Dr. P. Segers, cardiothoracaal chirurg, Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT)
  • Dr. J.H.L. van Hoorn, kinderarts, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)
  • H. Westland, deskundige infectiepreventie, Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG)
  • Z. Kolder, arbeidshygiënist, Nederlandse Vereniging van Arbeidshygiëne (NVvA) 
  • Drs. K. Spijkers, senior-adviseur patiëntenbelang, Patiëntenfederatie Nederland (PFNL) 

Met ondersteuning van:

  • I. van Dusseldorp, literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Bc. A. Eikelenboom-Boskamp, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. E. Belfroid, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. A.J. Versteeg, senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. 

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen 

Ondernomen actie

Bibi Mason-Slingerland (voorzitter)

Arts-microbioloog betaald werkzaam bij Erasmus MC Rotterdam

Onbetaalde participatie in commissie Nascholing van de beroepsvereniging NVMM

Boston Prevalentie Studie gefinancierd door Boston Scientific (US). Gaat over het voorkomen (kweken) van bepaalde bacteriën uit ERCP- scopen en het vinden van dezelfde bacteriën in klinische materialen van de patiënten die een ERCP-scopie hebben ondergaan.

Ik begeleid in het onderzoek vanuit de microbiologie, ik ben geen principal investor.

Geen actie vereist

Helma Westland

Deskundige infectiepreventie, Flevoziekenhuis

Op verzoek van GGD Flevoland via Tempo Team, hulp bij vaccinatie als prikker- alleen bij tekort personeel- eerste kwartaal 2022 vier keer geholpen, verder niet- betaald.

Geen

Geen actie vereist

Klaartje Spijkers

Senior-adviseur Patiëntenfederatie

Nvt

Geen

Geen actie vereist

Leroy Lard

Reumatoloog in HMC Den Haag 

Geen

Geen

Geen actie vereist

Patrique Segers

Cardiothoracaal chirurg

Geen

Geen

Geen actie vereist

Roel Genders

Dermatoloog in LUMC  0.5FTE,
dermatoloog in Roosevelt kliniek 0.4FTE.

Consultant Medicinfo

Bestuurslid NVDV

Geen actie vereist

Saskia van Romunde

Oogarts/ vitreoretinaal chirurg, betaald Het Oogziekenhuis Rotterdam

PhD student (komende januari verdediging), onbetaald
Rotterdams Oogheelkundig Instituut/Erasmus MC

Geen

Geen actie vereist

Wout Veltman

Orthopedisch chirurg Erasmus MC

Geen

Geen

Geen actie vereist

Zita Kolder

Arbeidshygiënist bij het Erasmus MC 

Geen

Geen

Geen actie vereist

Jorg de Bruin

Erasmus MC

Geen

Geen

Geen actie vereist

Jeroen van Hoorn

Kinderarts VieCuri Medisch Centrum Venlo

Geen

Geen

Geen actie vereist

 

 

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Patiëntfederatie Nederland (PFNL) voor de schriftelijke knelpuntenanalyse. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is ook voor commentaar voorgelegd aan PFNL en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijn is in overeenstemming met de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase). 

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Punctie/biopsie/injectie buiten het OK-complex

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (> 40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft]. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

 

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodule is opgesteld volgens de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010). 

 

Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de zorg voor patiënten waarbij de huid wordt gedesinfecteerd voorafgaand aan een ingreep, punctie/biopsie en injectie. De werkgroep beoordeelde de aanbeveling(en) uit de eerdere WIP-richtlijnen Desinfectie huid en slijmvliezen en Puncties op noodzaak tot revisie. Tevens zijn er knelpunten aangedragen door IGJ, KNMP, NAPA, NOG, NVAB, NVALT, NVvC, NVDV, NVIC, NVK, NVKC, NVKF, NVKG, NVMM, NVPC, NVU, NVvA, NVR, NVvR, NVZ, NVZA, SNV, VCCN, VDSMH, Verenso en VHIG via een schriftelijke knelpunteninventarisatie. Een verslag hiervan is opgenomen onder aanverwante producten. 

 

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld. 

 

Uitkomstmaten

Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Ook definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden. 

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder Zoeken en selecteren onder Onderbouwing. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs 

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation (zie www.gradeworkinggroup.org). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).

 

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017). 

GRADE

Definitie

Hoog

  • Er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • Het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • Er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • Het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • Er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • Er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • Er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • De literatuurconclusie is zeer onzeker.

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet een-op-een vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (minimal clinically important difference (MCID)). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming over de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje Overwegingen en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision-framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision-framework is een integraal onderdeel van de GRADE-methodiek.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Volgens de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen. 

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE-gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers 

 

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. 

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. 

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. 

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. 

Organisatie van zorg

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënten) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for  strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: 

PMC5701989.

 

Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.

 

Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.

 

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in healthcare. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

 

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

 

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit

 

Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.

 

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. 

Zoekverantwoording

Zoekverantwoording

Algemene informatie

Richtlijn:  SRI-richtlijn Desinfectie huid & slijmvliezen + puncties

Uitgangsvraag:   Oriënterend: Welke algemene voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden om te voorkómen dat de patiënt een zorggerelateerde infectie krijgt bij het uitvoeren van een punctie (buiten het OK-complex)?

Database(s): Embase, GIN, Trip

Datum: 20-12-2022

Periode: nvt

Talen: nvt

Literatuurspecialist: Ingeborg van Dusseldorp

BMI zoekblokken: voor verschillende opdrachten wordt (deels) gebruik gemaakt van de zoekblokken van BMI-Online https://blocks.bmi-online.nl/ Bij gebruikmaking van een volledig zoekblok zal naar de betreffende link op de website worden verwezen.

Toelichting:

Voor deze vraag is op twee manieren gezocht met de volgende concepten:

(Hygiene, PBM) EN (puncties, biopsie, injectie)

Besmetting, infectiecontrol EN (puncties, biopsie, injectie)

Daarnaast is een zoekactie uitgevoerd in de GIN database, waar geen richtlijnen werden gevonden.
In de Trip database is een selectie gemaakt van een paar richtlijnen. Er is gezocht met de concepten:

(Puncture OR biopsy) AND (infection control OR protective clothing OR protective equipment)

De volgende richtlijnen werden gevonden:

https://www.who.int/publications/i/item/9789241599252

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/29181694/

 

 

Zoekopbrengst

 

EMBASE

OVID/MEDLINE

Ontdubbeld

SRs PBM

55

 

55

Guidelines PBM

138

 

137

SR Infectie

253

 

249

Guidelines infectie

201

 

172

Totaal

 

 

613

 

Zoekstrategie

Embase

No.

Query

Results

#16

#15 NOT #14 Guidelines

201

#15

#6 AND #12

223

#14

#5 AND #13 SR

253

#13

#12 NOT #4

4906

#12

#11 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp) NOT 'human'/exp)

5823

#11

#1 AND #10

11796

#10

'microbial contamination'/exp/mj OR 'infection control'/mj OR 'drug contamination'/exp/mj OR 'infectious complication'/exp OR 'sepsis'/exp/mj Deel 2 infectie

376213

#9

#8 NOT #7 Guidelines

138

#8

#4 AND #6

145

#7

#4 AND #5 SR

55

#6

'practice guideline'/exp OR 'standard'/de OR guideline*:ti,kw

1040494

#5

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

885419

#4

#3 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp) NOT 'human'/exp)

1431

#3

#1 AND #2

9181

#2

'gown'/exp OR 'protective clothing'/exp OR 'surgical cap'/exp OR 'hand washing'/exp OR 'surgical drape'/exp OR 'handscrubbing':ti,ab,kw OR 'handwashing':ti,ab,kw OR 'surgical scrubbing':ti,ab,kw OR ((hand NEAR/3 (wash* OR scrub* OR sanit* OR hygien* OR drying OR clean*)):ti,ab,kw) OR 'surgical gown'/exp OR 'mask'/exp OR masks:ti,ab,kw OR mask:ti,ab,kw OR facemask$:ti,ab,kw OR respirator:ti,ab,kw OR respirators:ti,ab,kw OR n95:ti,ab,kw OR ffp1:ti,ab,kw OR ffp2:ti,ab,kw OR gown*:ti,ab,kw OR 'protective cloth*':ti,ab,kw OR 'safe use':ti,ab,kw OR contaminat*:ti,kw OR (((surg* OR sterile) NEAR/3 drape*):ti,ab,kw) OR 'hygiene'/exp OR hygiene:ti,kw Deel 1 PBM

313220

#1

'punch biopsy'/exp/mj OR micropunctur*:ti,ab,kw OR punction*:ti,ab,kw OR 'biopsy'/exp/mj OR biopt*:ti,ab,kw OR biops*:ti,ab,kw OR punctur*:ti,ab,kw OR injection*:ti,kw

989515