Uitgangsvraag

Voorkomen van terugval na herstel met psychotherapie bij depressie.

Aanbeveling

Bij patiënten met een depressieve stoornis die na respons op een acute behandeling met een antidepressivum nog restsymptomen hebben, wordt cognitieve (gedrags)therapie aanbevolen.

 

Bij patiënten met een depressieve stoornis die hebben gerespondeerd op een acute behandeling met CGT, wordt een vervolgbehandeling na herstel met preventieve CT aanbevolen ter preventie van terugval.    

 

Bij patiënten met een depressieve stoornis die hebben gerespondeerd op een acute behandeling met een antidepressivum of anderszins, wordt een vervolgbehandeling met preventieve CT of MBCT ter preventie van terugval aanbevolen.

Conclusies

Niveau 1

Het is aangetoond dat bij patiënten met een depressieve stoornis die goed hebben gereageerd op een acute behandeling met een antidepressivum of anderszins, een vervolgbehandeling met preventieve CT of MBCT terugval kan voorkomen. Dit geldt met name bij patiënten met 3 of meer voorgaande depressieve episoden.

 

A1 Vittengl e. a., 2007; Piet e.a. 2011; Guidi e.a., 2011

 

Niveau 1

Het is aangetoond dat bij patiënten met een depressieve stoornis die goed hebben gereageerd op een acute behandeling met CGT, vervolgbehandeling na herstel met CT, terugval kan voorkomen, met name bij patiënten met recidiverende depressie.

 

A1 Vittengl e. a., 2007

 

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat MBCT toegepast na herstel bij patiënten met recidiverende depressie even effectief is als het doorgebruiken van een antidepressivum.

 

B Kuyken e. a., 2008

Samenvatting literatuur

Drie meta-analyses wezen uit dat de toepassing van een kortdurende Cognitieve gedragstherapie (CGT), inclusief Mindfullness Based Cognitieve Therapie (MBCT), na herstel (al dan niet na een andersoortige behandeling, inclusief antidepressiva) bij patiënten met recidiverende depressie beschermend werkt tegen opeenvolgende terugval (Vittengl e.a., 2007; Coelho e.a., 2007; Piet e.a., 2011). In een systematische review van Guidi e.a. (2011) werd de effectiviteit van CGT alleen of in combinatie met een antidepressivum onderzocht als vervolgbehandeling na respons op een acute farmacotherapeutische behandeling danwel een psychotherapeutische behandeling of reguliere zorg. De meta-analyse bevat 8 RCT's met in totaal 875 patiënten met een ernstige depressie (gemiddelde leeftijd 45 jaar, tweederde vrouwelijke patiënten). Voor de profylactische effecten van psychotherapeutische interventies zoals gegeven tijdens de depressie verwijzen we naar paragraaf 9.3 (Duurzaamheid van de resultaten). De interventie betrof face-to-face CGT (alleen of in combinatie met een antidepressivum) met een duur van 8 tot 26 weken met doorgaans wekelijkse sessies. De controlecondities waren antidepressiva met clinical management (3 RCT's; clinical management bestond uit het monitoren van medicatie, het monitoren van de klinische status van de patiënt en het geven van beperkt steun aan de patiënt), gebruikelijke zorg (3 RCT's; gebruikelijke zorg bestond in de studies doorgaans uit zorg zoals gegeven wordt bij herstelde mensen zoals contact met de huisarts, laag frequente onderhoudscontacten met een behandelaar uit de GGZ of geen zorg) of clinical management (2 RCT's; clinical management bestond uit het monitoren van de klinische status van de patiënt en het geven van beperkt steun aan de patiënt). De follow-up varieerde van een half jaar tot 6 jaar. Deze meta-analyse toont het relatieve voordeel aan van de toepassing van preventieve CGT (de meeste studies onderzochten een interventie bestaande uit 8 sessies) na herstel en na herstel met restklachten (na herstel op een antidepressivum danwel een psychologische behandeling) als vervolgbehandeling in het voorkomen van een recidief-episode bij een ernstige depressieve stoornis (RR 0.80, 95% BI 0.66-0.96, significant), een daling van 20% ten opzichte van de andere controle behandelingen. Toekomstig onderzoek zal duidelijkheid moeten geven over de relatieve effectiviteit van CGT ten opzichte van antidepressiva danwel de combinatie van antidepressiva met CGT ter preventie van terugval. Bijwerkingen van de interventie en het aantal patiënten dat gedurende het onderzoek uitviel werden door Guidi e.a. (2011) niet gerapporteerd.

 

In twee gerandomiseerde studies werd de preventieve werking van kortdurende psychologische behandelingen opnieuw bevestigd en uitgebreid (Kuyken e. a., 2008; Bockting e. a., 2009). In de eerste studie werden 123 patiënten gerandomiseerd (Kuyken e.a., 2008) over een groep MBCT terwijl de behandeling met een antidepressivum werd afgebouwd en een groep met voortzetten van het antidepressivum bij patiënten die hersteld zijn van 3 of meer voorgaande episodes. De terugvalpercentages over 15 maanden waren niet hoger in de psychologische interventie-groep ten opzichte van de antidepressiva-groep (47% bij MBCT, 60% bij de AD groep). De tweede studie (n=172) wees uit dat het beschermend effect van de kortdurende preventieve CT, na herstel op diverse behandelingen voor de acute depressie, voortduurde over 5,5 jaar (Bockting e. a., 2009).

 

Het onderzoek heeft zich tot nog toe hoofdzakelijk beperkt tot vormen van cognitieve therapie. Een onderzoek naar onderhouds-interpersoonlijke therapie (IPT) na herstel liet zien dat IPT in het bijzonder effectief is bij vrouwen die opknapten op alleen IPT (IPT frequentie van 1 keer per maand, voortgezet na herstel). Echter, vrouwen die opgeknapt waren op de combinatie van IPT met een antidepressivum profiteerden niet van onderhouds-IPT (Frank e.a., 2007).

 

De meeste onderzochte interventie betrof een preventieve cognitieve behandeling gericht op het voorkomen van terugval bestaande uit 8-10 sessies toegepast na herstel van een recidiverende depressies (Vittengl e. a., 2007; Piet e.a. 2011; Guidi e.a., 2011). Het is nog niet onderzocht of het effect groter is of langer aanhoudt in geval men meer sessies ontvangt. De meeste studies lieten zien dat het beschermende effect van de interventie toenam met het aantal voorgaande episodes. Dit in tegenstelling tot de bevinding bij antidepressiva dat het beschermende effect afneemt met het aantal voorgaande episodes (Kaymaz et al., 2008).

Zoeken en selecteren

Er is gezocht naar wetenschappelijke artikelen over farmacotherapeutische en/of psychotherapeutische interventies voor het voorkomen van terugval bij volwassenen met depressieve stoornissen. In de databases PsycInfo, PubMed en CINAHL is gezocht naar systematische reviews en meta-analyses over de periode 1 januari 2001 t/m 16 mei 2011. Alleen artikelen in het Engels, Duits, Frans en Nederlands zijn meegenomen.

De zoekstrategie is aangevuld met een handmatige search in de literatuurlijst van de geselecteerde studies. Daarnaast droegen werkgroepleden mogelijk relevante artikelen aan.

Referenties

  1. Anderson, I.M., Nutt, D.J., & Deakin, J.F.W. (2000). Evidence-based guidelines for treating depressive disorders with antidepressants: a revision of the 1993 British Association for Psychopharmacology guidelines. Journal of Psychopharmacology, 14, 3-20. (A1/B)
  2. Barbui C, Cipriani A. Review: Maintenance antidepressants reduce risk of relapse but effect is not as great in recurrent depression. Evidence Based Mental Health 2009; 12(3):79.
  3. Beshai, S., Dobson, K.S., Bockting, C.L.H., Quigley, L. (2011). Relapse and recurrence prevention in depression: Current research and future prospects. Clinical Psychology Review, 31,8, 1349-60.
  4. Bialos D, Giller E, Jatlow P, Docherty J, HarknessL: Recurrence of depression after discontinuation of long-term amitriptyline treatment. Am J Psychiatry 1982; 139: 325-329.
  5. Bockting, C.L.H., Spinhoven, Ph., Koeter, M.W.J, Schene, A.H. (2009). Long term effects of preventive cognitive therapy in recurrent depression using: 5.5 years follow-up. Journal of Clinical Psychiatry, 70, 1621-1628.
  6. Bockting, C.L.H., Spinhoven, Ph., Koeter, M.W.J., Wouters, L.F., Schene, A.H. & the DELTA study group (2006). Prediction of recurrence in recurrent depression and the influence of consecutive episodes on vulnerability: a 2-year prospective study. Journal of Clinical Psychiatry, 67,747-755.
  7. Bockting, C.L.H., Spinhoven, Ph., Huibers, M.J.H. (2010). Relapse prevention in recurrent depression using CBT. In: Richards, S., Perry, M. (Eds.) Relapse prevention for depression, American Psychological Association. Washington D.C.
  8. Coelho, H.F. Canter, P.H., Ernst, E. (2007). Mindfulness-based cognitive therapy: evaluating current evidence and informing future research. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 75, 1000-1005. Review.
  9. Cook BL, Helms PM, Smith RE, Tsai M: Unipolar depression in the elderly: reoccurrence on discontinuation of tricyclic antidepressants. J Affect Disord 1986; 10: 91-94.
  10. Coppen A, Ghose K, Montgomery S, Rama RV, Bailey J, Jorgensen A: Continuation therapy with amitriptyline in depression. Br J Psychiatry 1978; 133: 22-33.
  11. Davidson J, Raft D: Use of phenelzine in continuation therapy. Neuropsychobiology 1984; 11: 191-194.
  12. Dobson KS, Hollon SD, Dimidjian S, Schmaling KB, Kohlenberg RJ, Gallop RJ, Rizvi SL, Gollan JK, Dunner DL, Jacobson NS (2008). Randomized trial of behavioral activation, cognitive therapy, and antidepressant medication in the prevention of relapse and recurrence in major depression. J Consult Clin Psychol. Jun; 76(3): 468-77.
  13. Eric L. A prospective double-blind comparative multi-centre study of paroxetine in preventing recurrent major depressive episodes. Biol Psychiatry 1991; 29: 11-14.
  14. Frank, E., Kupfer, D.J., Buysse, D.J., Swartz, H.A., Pilkonis, P.A., Houck, P.R., Rucci, P., Novick, D.M., Grochocinski, V.J., Stapf, D.M. (2007). Randomized trial of weekly, twice-monthly, and monthly interpersonal psychotherapy as maintenance treatment for women with recurrent depression. American Journal of Psychiatry,164,761-7.
  15. Frank, E., Kupfer, D.J., Perel, J.M., Cornes, C., Jarrett, D.B., e.a. (1990). Three-year outcomes for maintenance therapies in recurrent depression. Archives of General Psychiatry, 47, 1093-1099. (B)
  16. Frank, E., Kupfer, D.J., Perel, J.M., Cornes, C., Mallinger, A.G., e.a. (1993). Comparison of full-dose versus half-dose pharmacotherapy in the maintenance treatment of recurrent depression. Journal of Affective Disorders, 27, 139-145. (B)
  17. Geddes, J.R., Carney, S.M., Davies, C., e.a. (2003). Relapse prevention with antidepressant drug treatment in depressive disorders: a systematic review. Lancet, 361,653-661. (A1)
  18. Glen AI, Johnson AL, Shepherd M: Continuation therapy with lithium and amitriptyline in unipolar depressive illness: a randomized, double-blind, controlled trial. Psychol Med 1984; 14: 37-50.
  19. Glue P, Donovan MR, Kolluri S, Emir B. Meta-analysis of relapse prevention antidepressant trials in depressive disorders. Aust N Z J Psychiatry 2010; 44(8):697-705.
  20. Guidi J, Fava GA, Fava M, & Papakostas GI (2011). Efficacy of the sequential integration of psychotherapy and pharmacotherapy in major depressive disorder: a preliminary meta-analysis. Psychological Medicine, 41, 321-31.
  21. Hansen R, Gaynes B, Thieda P, Gartlehner G, Deveaugh-Geiss A, Krebs E et al. Meta-analysis of major depressive disorder relapse and recurrence with second-generation antidepressants. Psychiatric Services 2008; 59(10):1121-1130.
  22. Hardeveld F, Spijker J, De Graaf R, Nolen WA, Beekman AT. Recurrence of major depressive disorder and its predictors in the general population: results from The Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). Psychol Med. 2012 Oct 31:1-10.
  23. Hardeveld, F., Spijker,J., de Graaf, R., Nolen, WA., Beekman, AT (2010). Prevalence and predictors of recurrence of major depressive disorder in the adult population. Acta Psychiatrica Scandinavica, 122, 184-191.
  24. Harrison W, Rabkin J, Stewart JW, Grath PJ,Tricamo E, Quitkin F: Phenelzine for chronic depression: a study of continuation treatment.J Clin Psychiatry 1986; 47: 346-349.
  25. Kaymaz, N., van Os, J., Loonen, A.J.M., Nolen, W.A. (2008). Long-term treatment with antidepressants: evidence that patients with single verus recurrent depressive episodes are differentially sensitive to treatment discontinuation. A meta-analysis of placebo controlled trials Journal of Clinical Psychiatry, 69, 1423-36.
  26. Keller, M.M., Trivedi, M.H., Thase, M.E. Shelton, R.C., Kornstein, S.G e.a. (2007). The prevention of recurrent episodes of depression with venlafaxine for two years (PREVENT) study: outcomes of the two year and combined maintenance phases. J Clin Psychiatry 68, 1246-1256.
  27. Klerman GL, Dimascio A, Weissman M, Prusoff B, Paykel ES: Treatment of depression by drugs and psychotherapy. Am J Psychiatry 1974; 131: 186-191.
  28. Kupfer DJ, Frank E, Perel JM, Cornes C,Mallinger AG, Thase ME, McEachran AB, Grochocinski VJ (1992). Five-year outcome for maintenance therapies in recurrent depression. Archives of General Psychiatry, 49, 769-773. (B)
  29. Kuyken W, Byford S, Taylor RS, Watkins E, Holden E, White K, Barrett B, Byng R, Evans A, Mullan E, Teasdale JD. Mindfulness-based cognitive therapy to prevent relapse in recurrent depression. J Consult Clin Psychol. 2008;76:966-78.
  30. Lendresse PH, Chen MC, LeMarie JC: Traitement prolonge par nomifensine 75 mg dans les etats depressifs neurotiques et reactionnels. Psychiatr Fr 1985; 16: 56-158.
  31. Loonen, A.J., Peer, P.G., & Zwanikken, G.J. (1991). Continuation and maintenance therapy with antidepressive agents. meta-analysis of research. Pharmaceutisch Weekblad, Scientific Edition, 13, 167-175. (A1/B).
  32. Mindham RH, Howland C, Shepherd M: Continuation therapy with tricyclic antidepressants in depressive illness. Lancet 1972;2: 854-855.
  33. Peeters FPML, Ruhé HG, Beekman ATF, Spijker J, Schoevers R, Zitman F, Schene A. Stagering en profilering van unipolaire depressies. Tijdschrift voor Psychiatrie 54 (2012) 11,957-963.
  34. Piet, J. Hougaard, P.J. (2011). The effect of mindfulness-based cognitive therapy for prevention of relapse in recurrent major depressive disorder: a systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology Review, 31, 1032-40
  35. Stein MK, Rickels K, Weise CC: Maintenance therapy with amitriptyline: a controlled trial. Am J Psychiatry 1980; 137: 370-371.
  36. Ten Doesschate, M.C., Bockting, C.L.H., Koeter, M.W.J., & Schene, A.H. (2010). Prediction of recurrence in recurrent depression: a 5.5-year prospective study. Journal of Clinical Psychiatry, 71,984-91.
  37. Thornton A, Lee P: Publication bias in metaanalysis:its causes and consequences. J Clin Epidemiol 2000; 53: 207-216.
  38. Vittengl JR, Clark LA, Dunn TW, Jarrett RB. Reducing relapse and recurrence in unipolar depression: a comparative meta-analysis of cognitive-behavioral therapy's effects. J Consult Clin Psychol. 2007;75:475-88.
  39. Vos, T., Haby, M.M., Barendregt, J.J., Kruijshaar, M., Corry, J., Andrews, G. (2004). The burden of major depression avoidable by longer-term treatment strategies. Archives of General Psychiatry, 6, 1097-103.
  40. Williams N, Simpson AN, Simpson K, Nahas Z. Relapse rates with long-term antidepressant drug therapy: A meta-analysis. Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental 2009; 24(5):401-408.

Evidence tabellen

NB: Het niveau van bewijs geldt voor de primaire uitkomstmaat. Het niveau van bewijs voor andere uitkomstmaten kan lager zijn.

 

 Bewijstabel

Overwegingen

Voor sommige mensen is het belangrijk (veel) langer dan een jaar te behandelen met psychotherapie, vanwege de beschermende werking. Studies laten zien dat langer behandelen zinvol is, maar wat dit betekent voor de praktijk is niet bekend; voor welke patiënten dit zinvol is weten we niet.

 

Nader onderzoek moet uitwijzen voor wie welke vorm van preventie van terugval het beste werkt en wat de meest optimale duur en duurzaamheid is van de huidige preventieve psychologische interventies die beschermen tegen terugval over langer dan 2-5.5 jaar (Beshai e.a., 2011; Bockting e. a., 2010).

 

Er is over het algemeen te weinig informatie over de negatieve gevolgen van een behandeling, waardoor het maken van een afweging tussen verschillende behandelmogelijkheden bemoeilijkt wordt.

 

Toekomstig interventieonderzoek dient bijwerkingen van de interventies (zowel psychotherapeutische als farmacotherapeutische interventies) standaard mee te nemen. Het vervangen van het doorgebruiken van een antidepressivum door preventieve CT of MBCT is een te overwegen behandelalternatief. Toekomstig onderzoek dient het effect hiervan aan te tonen.

 

Bij het opnieuw uitvoeren van interventieonderzoek is het belangrijk dat er ook uitkomstmaten ten aanzien van participatie worden meegenomen, zoals baan-behoud, productieverlies en maatschappelijk functioneren.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-08-2013

Laatst geautoriseerd : 01-08-2013

Een richtlijn berust op resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming door beroepsbeoefenaren en patiënten, gericht op het uitdrukkelijk omschrijven van goed handelen. Bij deze gedeeltelijke richtlijnherziening is de EBRO-methode van evidence-based richtlijnontwikkeling gevolgd en zijn de uitgangspunten van de Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ nagevolgd. Ook is het Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation (AGREE) instrument gehanteerd. Dit instrument is in Europees verband opgesteld om de kwaliteit van richtlijnen te kunnen beoordelen. Tenslotte heeft Health Technology Assessment een rol gekregen in de onderbouwing van de aanbevelingen.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers

Algemene gegevens

Deze richtlijn is tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en het ministerie van VWS en met ondersteuning van het Trimbos-Instituut. Deze richtlijnherzieningen zijn tot stand gekomen met financiële steun van ZonMw in het kader van het programma Kennisbeleid, Kwaliteit Curatieve zorg (KKCZ).

Doel en doelgroep

Doel

Het ontwikkelen van richtlijnen is geen doel op zich, maar dient op de eerste en de laatste plaats de kwaliteit van zorg. De patiënt moet er beter van worden en de behandelaar moet er daadwerkelijk advies aan kunnen ontlenen bij beslissingen in het behandelbeleid. Een multidisciplinaire richtlijn is een leidraad met aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. Dit uitgangspunt wordt geregeld met evaluatieonderzoek getoetst. De Multidisciplinaire richtlijn Depressie (eerste revisie) is te zien als een “moederrichtlijn”: een multidisciplinair basisdocument. Op basis hiervan zal een vertaling kunnen plaatsvinden naar monodisciplinaire richtlijnen van de afzonderlijke beroepsgroepen. De richtlijn biedt ook aanknopingspunten voor transmurale afspraken of lokale protocollen, hetgeen de implementatie van de aanbevelingen zal bevorderen.

Samenstelling werkgroep

De Richtlijnwerkgroep is multidisciplinair samengesteld: naast psychiaters, psychotherapeuten, (eerstelijns)psychologen, huisartsen en verpleegkundigen in de GGZ nemen ook patiënten, maatschappelijk werkers, bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, ziekenhuisapothekers, sociaal pedagogisch hulpverleners en vaktherapeuten deel. Onderdeel van de Richtlijnwerkgroep is de Kerngroep, samengesteld uit twee psychiaters, twee psychotherapeuten, een eerstelijnspsycholoog, twee huisartsen, een voorzitter (psychiater) en secretaris (psycholoog). De voorzitter van deze Kerngroep is tevens voorzitter van de voltallige Richtlijnwerkgroep. Daarnaast werd een breed samengestelde Klankbordgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de Richtlijnwerkgroep en de Kerngroep is rekening gehouden met de geprioriteerde uitgangsvragen in deze ronde van richtlijnherziening.

 

Projectgroep

  • Mw. drs. J.A.C. Meeuwissen (projectleider), senior wetenschappelijk medewerker Trimbos-instituut
  • Mw. drs. E. Fischer, adviseur, wetenschappelijk medewerker Trimbos-instituut
  • Mw. drs. A. Hagemeijer, adviseur, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO
  • Dr. H.C.A.M. van Rijswijk, adviseur-huisartsen, Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Dhr. Drs. H.J.H. in den Bosch, adviseur Landelijk Expertisecentrum voor Verpleging & Verzorging (LEVV). Tot Juni 2008
  • Mw. Drs. E.P. Poot, senior adviseur-verpleegkundigen, Landelijk Expertisecentrum voor Verpleging & Verzorging (LEVV). Vanaf Juni 2008
  • Mw. Dr. T.L. Feenstra, gezondheidseconoom, UMCG
  • Prof. Dr. E. Buskens, hoogleraar HTA, UMCG

 

Samenstelling van de Kerngroep Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling Angststoornissen/Depressie

  • Prof. dr. A.J.L.M. van Balkom, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (voorzitter)
  • Mw. drs. J.A.C. Meeuwissen, psycholoog, Trimbos-instituut (secretaris)
  • Mw. dr. C.L.H. Bockting, klinisch psycholoog-psychotherapeut, Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie
  • Prof. dr. P. Emmelkamp, psychotherapeut, Nederlands Instituut van Psychologen
  • Dr. P. Kop, psycholoog, Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen
  • Dr. H.W.J. van Marwijk, huisarts, Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Dr. J. Spijker, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Dr. B. Terluin, huisarts, Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Mw. dr. I.M. van Vliet, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

 

Samenstelling van de Werkgroep Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling Angststoornissen/Depressie (de Richtlijnwerkgroep)

  • Prof. dr. A.J.L.M. van Balkom, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (voorzitter)
  • Mw. drs. J.A.C. Meeuwissen, psycholoog, Trimbos-instituut (secretaris)
  • Mw. dr. C.L.H. Bockting, klinisch psycholoog-psychotherapeut, Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie
  • Dr. R.J. Bosscher, psychomotorisch therapeut, Federatie Vaktherapeutische Beroepen
  • Dr. P. Brock, verzekeringsarts, Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
  • Dr. D.J. Bruinvels, bedrijfsarts, Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde
  • Prof. dr. P. Emmelkamp, psychotherapeut, Nederlands Instituut van Psychologen
  • Mw. drs. A. Van Geleuken, Depressiecentrum/Fonds Psych. Gezondheid
  • Dhr. O. Glas, psychomotorisch therapeut, Federatie Vaktherapeutische Beroepen
  • Mw. J. van Hamersveld, Angst Dwang en Fobie stichting
  • Mw. B. Hoitzing, Federatie Verpleegkunde in de Geestelijke Gezondheidszorg
  • Dr. J. Huijser, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Dr. P. Kop, psycholoog, Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen
  • Dhr. I. Keuchenius, Angst Dwang en Fobie stichting
  • Dr. H.W.J. van Marwijk, huisarts, Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Mw. E.M.A.A. Rozenbroek, ziekenhuisapotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Dr. J. Spijker, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Mw. S. Stevens, Federatie Verpleegkunde in de Geestelijke Gezondheidszorg
  • Dr. B. Terluin, huisarts, Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Prof. dr. S. Visser, klinisch psycholoog-psychotherapeut Nederlands Instituut van Psychologen
  • Mw. dr. I.M. van Vliet, psychiater, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Mw. S.J.W. Wessels-Basten, ziekenhuisapotheker, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers

 

Samenstelling van de Klankbordgroep Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling Angststoornissen/Depressie

  • Dr. F.A. Albersnagel, psycholoog
  • Dhr. R. van Alphen, muziektherapeut
  • Dhr. W.A. de Boer, verzekeringsarts
  • Mw. M. Clijsen, verpleegkundige
  • Dhr. M. Cox, huisarts
  • Drs. J.A.C. Delimon, psychotherapeut
  • Mw. L. Doomen, dramatherapeut
  • Dhr. J. Dopper, huisarts
  • Dhr. R. van Dyck, psychiater
  • Dhr. W. Houtjes, verpleegkundige
  • Dhr. C. Hulshof, bedrijfsarts
  • Dhr. F. Jansen, nurse practitioner
  • Mw. M. de Kater, senior maatschappelijk werk
  • Mw. J. Kil, danstherapeut
  • Dhr. drs. H. van der Kleij, Directeur VGCT
  • Dhr. K. Korrelboom, psychotherapeut
  • Mw. Y. van der Leest-Tijmense, verpleegkundige
  • Drs. A. de Leeuw, psychiater
  • Dhr. P. Lucassen, huisarts
  • Dhr. K. van der Meer, huisarts
  • Mw. P. Moelker, verpleegkundige
  • Prof. Dr. W.A. Nolen, psychiater
  • Drs. J.C.G.J. Oomen, psychotherapeut
  • Mw. I. van der Padt, docent verpleegkundige
  • Dhr. H. Penninx, psychomotorisch therapeut
  • Mw. G.J.M. Roodbol, verpleegkundig specialist
  • Drs. A.G. Rutgers, verpleegkundig onderzoeker
  • Mw. R. Schalk, danstherapeut
  • Prof. dr. A.H. Schene, psychiater
  • Mw. K. Schouten, beeldend therapeut
  • Mw. M. Schouten, nurse practitioner
  • Dhr. F. Schüsler, apotheker
  • Mw. M.L. Seelen, nurse practitioner
  • Prof. dr. P. Spinhoven, psychotherapeut
  • Mw. T. Sporrel, huisarts
  • Dhr. R. Starmans, huisarts
  • Dr. J.C. van der Stel, senior onderzoeker
  • Dhr. A.H.J.M. Sterk, bedrijfsarts
  • Drs. J.M. Tromp, arts
  • Mw. E. van Weel-Baumgarten, huisarts
  • Dhr. P. Voskuilen, verpleegkundige

Belangenverklaringen

Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met de geografische spreiding van Richtlijnwerkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen, “scholen” en academische achtergronden. De Richtlijnwerkgroepleden handelen onafhankelijk en zijn gemandateerd door hun vereniging. De Richtlijnwerkgroepleden hebben geen relevante binding met (farmaceutische) industrieën, producten of diensten, noch met enige andere relevante derde partij.

Inbreng patiëntenperspectief

Bijzonder aandachtspunt bij deze richtlijnrevisie is het patiëntenperspectief vanuit de inbreng van patiëntenvertegenwoordigers. Een geïntegreerde richtlijn is uitdrukkelijk ook een beslissingsondersteunend instrument voor de patiënt, als medebeslisser in de behandeling.

De Multidisciplinaire richtlijn Depressie (eerste revisie) beoogt de patiënt in staat te stellen een actieve rol te vervullen in de behandeling. Hiervoor kunnen patiëntversies van de richtlijn worden gebruikt.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

Toepassing van de richtlijn

Het toepassingsgebied van de Multidisciplinaire richtlijn Depressie (eerste revisie) is de diagnostiek en behandeling van volwassen patiënten met een depressieve stoornis (depressie). Indien aanbevelingen uit de richtlijn in de concrete praktijksituatie niet aansluiten bij de wensen of behoeften van de patiënt of de mening van de behandelaar kan beredeneerd worden afgeweken van de richtlijn. Deze richtlijnherzieningen bevatten aanbevelingen die op een transparante manier gebaseerd zijn op bewijs in combinatie met ervaring en opinie. De aanbevelingen zijn geldig voor de in de aanbeveling besproken patiëntengroep en zijn geldig voor zoveel mogelijk zorgverleners en settingen. Uiteraard vallen beslissingen over de daadwerkelijk toe te passen zorg onder de verantwoordelijkheid van de individuele zorgverlener in overleg met de individuele zorgvrager, toegespitst op diens unieke situatie. Tevens is het volgens de WGBO een vereiste om iedere behandelstap in overleg met de patiënt vast te stellen. Het is belangrijk om het systeem rondom de patiënt te betrekken in het overleg waarin een keuze wordt gemaakt over aanvullende interventies. Eveneens is het in de vervolgbehandeling belangrijk om het sociale systeem rondom de patiënt te betrekken in het afwegingsproces bij het bepalen van het behandelbeleid.

Werkwijze

De Kerngroep werkte aan de totstandkoming van deze conceptrichtlijnherzieningen en tevens aan de conceptrichtlijnherzieningen voor de Multidisicplinaire richtlijn Angststoornissen. De Kerngroepleden werkten aan de feitelijke revisie van de richtlijn door de betreffende uitgangsvragen te prioriteren en vervolgens te beantwoorden. De Kerngroepleden, ondersteund door de Projectgroep, droegen zoektermen voor de literatuursearches en literatuur aan, selecteerden, beoordeelden en wogen de literatuur op inhoud en betrouwbaarheid van de resultaten naar mate van bewijs en beoordelen en wegen praktijkkennis uitmondend in wetenschappelijke onderbouwing voor concrete conclusies en aanbevelingen. De Kerngroepleden, ondersteund door de Projectgroep, schrijven conceptrichtlijnteksten, met inbegrip van de formulering van overige overwegingen en van richtlijnaanbevelingen, en redigeren de conceptrichtlijnherzieningen teneinde deze gereed te maken voor commentaar van de voltallige Richtlijnwerkgroep, de Klankbordgroep en anderen. De voltallige Richtlijnwerkgroep is actief betrokken bij het proces van richtlijnherziening door gevraagd en ongevraagd advies te geven, met name in de startfase en commentaarfase van het traject. De Richtlijnwerkgroepleden worden hierin ondersteund door de adviseurs. De adviseurs in de Projectgroep adviseerden de Kerngroep en voltallige Richtlijnwerkgroep bij de richtlijnherzieningen, wat betreft zowel proces als inhoud, en geven methodologische en organisatorische ondersteuning volgens het format voor richtlijnherziening in het werkplan. De adviseurs ordenden commentaar op de conceptrichtlijnherzieningen en leggen dit voor aan de Kerngroep. De adviseurs schrijven mee met de Kerngroep aan de conceptrichtlijnteksten en redigeren de conceptrichtlijnherzieningen. HTA-experts in de Projectgroep droegen bij aan het gezondheidseconomische perspectief bij richtlijnontwikkeling.

 

Wetenschappelijke onderbouwing

De richtlijn is voor zover mogelijk gebaseerd op bewijs uit gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek. Relevante artikelen werden gezocht door het verrichten van systematische zoekacties. Er werd gezocht naar vanaf 2001 gepubliceerde artikelen in PsychINFO, Medline, Cochrane, Embase en databases. De zoekacties werden gesloten per juni 2007. Daarnaast werden artikelen uit referentielijsten van opgevraagde literatuur gehaald. Ook werden andere (buitenlandse) richtlijnen aangaande depressie geraadpleegd. De geselecteerde artikelen zijn door de Kerngroepleden beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijskracht (zie tabel 1.1). De beoordeling van de verschillende artikelen is in de verschillende teksten terug te vinden onder het kopje Samenvatting van de literatuur. Het wetenschappelijke bewijs is vervolgens kort samengevat in de Conclusies, met daarbij een niveau van bewijs (zie tabel 1.1). Om te komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijk bewijs nog andere aspecten van belang, zoals patiëntenvoorkeuren, kosten, beschikbaarheid (in verschillende echelons) of organisatorische aspecten. Deze aspecten worden vermeld onder het kopje Overige overwegingen. De Aanbevelingen zijn het resultaat van het beschikbare bewijs en de overige overwegingen. Het volgen van deze procedure verhoogt de transparantie van de richtlijn. Het biedt ruimte voor een efficiënte discussie in de Richtlijnwerkgroep en vergroot bovendien de helderheid voor de gebruiker van de richtlijn.

 

Tabel 1.1: Indeling van methodologische kwaliteit van individuele studies.

 

Interventie

Diagnostisch accuratesse onderzoek

Schade of bijwerkingen, etiologie, prognose*

A1

Systematisch review van tenminste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau.

A2

Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang.

Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad.

Prospectief cohort onderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten.

B

Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controle onderzoek, cohort-onderzoek).

Onderzoek ten opzichte van een referentietest, maar niet met alle kenmerken die onder A2 zijn genoemd.

Prospectief cohort onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 of retrospectief cohort onderzoek of patiënt- controle onderzoek.

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen

*Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.

 

Tabel 1.2: Niveau van conclusies

 

Conclusie gebaseerd op

1

Onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2.

2

1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B.

3

1 onderzoek van niveau B of C.

4

Mening van deskundigen.

Bron: Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, EBRO Handleiding voor werkgroepleden, november 2007

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.