Constitutioneel eczeem

Initiatief: NVDV Aantal modules: 89

Indicatie

Publicatiedatum: 12-12-2025
Beoordeeld op geldigheid: 12-12-2025

Uitgangsvraag

Voor welke indicaties bij kinderen en adolescenten met CE worden biologics en JAK-remmers aanbevolen?

 

Disclaimer Ten tijde van de ontwikkeling van deze module waren uitsluitend dupilumab, tralokinumab en upadacitinib geregistreerd en vergoed voor de behandeling van kinderen met constitutioneel eczeem. Inmiddels zijn ook lebrikizumab, baricitinib en abrocitinib voor specifieke leeftijdsgroepen geregistreerd en is hiervoor een vergoedingsstatus beschikbaar. Deze middelen zijn echter niet meegenomen in de huidige module. Standpunten van de NVDV met betrekking tot nieuwe geneesmiddelen die (nog) niet zijn opgenomen in de richtlijnen zijn te vinden via de volgende pagina: Standpunten en leidraden

Aanbeveling

De richtlijnwerkgroep beveelt het gebruik van dupilumab, tralokinumab en upadacitinib aan, wanneer het CE onvoldoende onder controle is ondanks optimale topicale therapie, bij:

  • Dupilumab
    • Adolescenten 12 t/m 17 jaar oud met matig tot ernstig CE
    • Kinderen 6 maanden t/m 11 jaar oud met ernstig CE
  • Tralokinumab
    • Adolescenten 12 t/m 17 jaar oud met matig tot ernstig CE
  • Upadacitinib
    • Adolescenten 12 t/m 17 jaar oud met matig tot ernstig CE
  • Zie voor toekomstige nieuwe middelen ook de pagina “Standpunten en leidraden” voor aanvullende standpunten.

Aanvullend zijn de volgende aanbevelingen/voorwaarden van toepassing:

 

  • Herevalueer voorafgaand aan de start met systemische therapie zo nodig de diagnose CE met name bij falen van (topicale) behandeling en/of atypische presentatie: 
    • Overweeg in het geval van early onset dermatitis (vóór de leeftijd van 6 weken oud), ontbreken van atopische constitutie in de familieanamnese, forse aanhoudende exacerbatie, erytrodermie, therapieresistentie op topicale therapie, achterblijvende groei en ontwikkeling en/of recidiverende (huid)infecties een onderliggende immuundeficiëntie of zeldzame genodermatose (o.a. severe combined immunodeficiency (SCID), Netherton syndroom). Bij twijfel, verwijs naar een expertise centrum/dermatoloog met aandachtsgebied kinderdermatologie, of doe aanvullend onderzoek.
    • Overweeg de mogelijkheid van een bijkomend irritatief contacteczeem of allergisch contacteczeem bij een therapieresistent eczeembeeld. Saneer potentiële irritatieve en/of contactallergenen in huidverzorgingsproducten en topicale medicatie en verricht zo nodig epicutaan allergologisch onderzoek.
    • Verifieer correct gebruik van de topicale therapie en beoordeel de therapietrouw voor een periode van minimaal 6 weken.
  • Ondanks dat dit geen vereiste is, overweeg het starten van een conventioneel systemisch middel zoals ciclosporine (kinderen vanaf 1 jaar oud) of methotrexaat (kinderen vanaf 2 jaar oud) voorafgaand aan het starten van biologics of JAK-remmers en maak deze keuze op basis van patiëntkarakteristieken en in overleg met de patiënt (zie module Monitoring en dosering van conventionele systemische immunosuppressieve therapie bij kinderen met CE).  
  • Zorg voor een optimale multidisciplinaire structuur voor kinderen met CE (verwijs zo nodig).
    • Matig-ernstig CE gaat vaak gepaard met atopische co-morbiditeiten waarbij een multidisciplinair team met kinderartsen, kinderallergologen, (kinder)longartsen, (kinder)KNO-artsen, (kinder)immunologen en/of (kinder)oogartsen belangrijk is. Ook zijn deze disciplines van belang bij het herkennen en behandelen van eventuele bijwerkingen van biologics en JAK-remmers.
    • Kinderen moeten toegang hebben tot gespecialiseerde pedagogische en psychologische ondersteuning en begeleiding, met name voor diegenen die kampen met prikangst of andere sociaal-emotionele uitdagingen.
  • Registreer bij het starten van een biologic of JAK-remmer, waar mogelijk, patiënten in een landelijk register, zoals BioDay (www.BioDay.nl) of TREAT NL (www.treatregister.nl).

Maak een keuze door middel van ‘samen beslissen’. Houd daarbij rekening met patiëntkenmerken (leeftijd, voorgeschiedenis, familieanamnese), comorbiditeiten (zie overwegingen) en de wensen en voorkeuren van de patiënt en ouders (toedieningsvorm, injectiefrequentie, mogelijke bijwerkingen).

Overwegingen

Kwaliteit van het bewijs

Voor deze uitgangsvraag is de literatuur niet systematisch beoordeeld. Er is geen GRADE-analyse verricht. Overwegingen en aanbevelingen zijn tot stand gekomen op basis van expert opinie. Hierbij is gebruik gemaakt van de NVDV-richtlijn constitutioneel eczeem (volwassenen).

 

Indien de aanbevelingen overeenkwamen, werden deze overgenomen. Eventuele verschillen tussen diverse richtlijnen en/of onduidelijkheden werden besproken binnen de werkgroep.

 

Professioneel perspectief en balans van gewenste en ongewenste effecten

Topicale therapie is bij milde vormen van eczeem vaak voldoende. Bij onvoldoende respons op (optimale) topicale therapie en/of bij matig en ernstig eczeem kan daarnaast een systemische therapie nodig zijn.

 

Dupilumab mag volgens label gegeven worden aan adolescenten ≥ 12 jaar met matig-ernstig tot ernstig CE en kinderen van 6 maanden t/m 11 jaar met ernstig CE. Tralokinumab en upadacitinib staan geregistreerd voor adolescenten ≥ 12 jaar met matig-ernstig tot ernstig CE [SmPC].

 

Hoewel dit geen vereiste is, overweeg om voorafgaand aan de start van, of bij het switchen tussen een biologic of JAK-remmer, te behandelen met een conventioneel systemisch middel, zoals ciclosporine (kinderen vanaf 1 jaar oud) of methotrexaat (kinderen vanaf 2 jaar oud) (zie module Monitoring en dosering van conventionele systemische immunosuppressieve therapie bij kinderen met CE). De keuze hiervoor dient gemaakt te worden samen met ouders en de patiënt, waarbij factoren zoals bijvoorbeeld de toedieningsvorm van het medicijn, bijkomende co-morbiditeiten (zoals het hebben van een voedselallergie, allergische rhinoconjunctivitis en/of astma, acne of pre-existente oogklachten), de verwachtingen ten aanzien van een kortdurende of langdurige behandeling en patiëntvoorkeuren meegenomen worden in de keuze. Bij verdenking op onvoldoende therapietrouw is educatie van belang.

 

Voorafgaand aan het starten met systemische therapie zoals een biologic of JAK-remmer, dient de diagnose CE te worden heroverwogen. Een onderliggende immuundeficiëntie of zeldzame genodermatose (o.a. severe combined immunodeficiency (SCID), Netherton syndroom) moet worden overwogen bij early onset dermatitis (vóór de leeftijd van 6 weken oud), ontbreken van atopische constitutie in de familieanamnese, forse aanhoudende exacerbatie, erytrodermie, therapieresistentie op topicale therapie, achterblijvende groei en ontwikkeling en/of recidiverende (huid)infecties. De werkgroep adviseert om bij twijfel over de diagnose aanvullend onderzoek te doen, of door te verwijzen naar een expertise centrum/dermatoloog met aandachtsgebied kinderdermatologie.

 

Daarnaast moet differentiaal diagnostisch de mogelijkheid van een bijkomend irritatief en/of contact allergologisch eczeem bij een therapieresistent eczeembeeld worden overwogen. Saneer potentiële irritatieve en/of contactallergenen in huidverzorgingsproducten en topicale medicatie en verricht zo nodig epicutaan allergologisch onderzoek. Een contactallergisch eczeem op zeer jonge leeftijd is zeldzaam.

 

Matig-ernstig CE gaat vaak gepaard met atopische comorbiditeiten waarbij een multidisciplinair team met bijvoorbeeld kinderartsen, kinderallergologen, kinderlongartsen, kinderKNO-artsen, kinderimmunologen en kinderoogartsen, kinderpsychologen en diëtisten belangrijk is. Dit kan consequenties hebben voor de keuze van de systemische medicatie en het wel of niet verrichten van aanvullende onderzoeken. Ook zijn deze disciplines van belang bij het herkennen en behandelen van eventuele bijwerkingen van biologics en JAK-remmers.

 

Besteed aandacht aan procedurele comfortzorg en zo nodig gespecialiseerde pedagogische en psychologische ondersteuning en begeleiding, met name voor diegenen die kampen met prikangst of andere sociaal-emotionele uitdagingen.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten

Vanzelfsprekend is het belangrijk om in een gezamenlijke beslissing met de patiënt te komen tot een behandelstrategie, waarbij de voordelen en nadelen van dupilumab, tralokinumab en upadacitinib besproken moeten worden.

 

Naast de medische argumenten zijn er verschillende andere factoren die meespelen bij de beslissing om biologics of JAK-remmers voor te schrijven. De waarden en voorkeuren van patiënten en hun ouders/verzorgers hebben hierbij een belangrijke rol. De voorkeur voor pillen of injecties speelt mee in de keuze, alsook het gebruik van alcohol. Met name de adolescenten zijn een kwetsbare patiëntengroep, mede vanwege de grote sociaal-emotionele ontwikkeling die zij doormaken.  

 

Aanvaardbaarheid en haalbaarheid

De werkgroep acht het aannemelijk dat de toepasbaarheid van systemische medicatie voor kinderen met eczeem in de dagelijkse praktijk in de komende jaren zal toenemen. Bij onvoldoende ervaring met het voorschrijven van systemische medicatie bij kinderen en bij onvoldoende voorwaarden zoals hierboven beschreven verdient het de voorkeur te overleggen met een dermatoloog die ervaring heeft met het voorschrijven van systemische therapie bij kinderen.

Onderbouwing

  1. Chu, D. K., Schneider, L., Asiniwasis, R. N., Boguniewicz, M., De Benedetto, A., Ellison, K.,  & National Eczema Association. (2024). Atopic dermatitis (eczema) guidelines: 2023 American Academy of Allergy, Asthma and Immunology/American College of Allergy, Asthma and Immunology Joint Task Force on Practice Parameters GRADE–and Institute of Medicine–based recommendations. Annals of Allergy, Asthma & Immunology, 132(3), 274-312.
  2. Simpson EL, Bruin-Weller M, Flohr C, Ardern-Jones MR, Barbarot S, Deleuran M, Bieber T, Vestergaard C, Brown SJ, Cork MJ, Drucker AM, Eichenfield LF, Foelster-Holst R, Guttman-Yassky E, Nosbaum A, Reynolds NJ, Silverberg JI, Schmitt J, Seyger MMB, Spuls PI, Stalder JF, Su JC, Takaoka R, Traidl-Hoffmann C, Thyssen JP, van der Schaft J, Wollenberg A, Irvine AD, Paller AS. When does atopic dermatitis warrant systemic therapy? Recommendations from an expert panel of the International Eczema Council. J Am Acad Dermatol. 2017 Oct;77(4):623-633. doi: 10.1016/j.jaad.2017.06.042. Epub 2017 Aug 10. PMID: 28803668.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 12-12-2025

Beoordeeld op geldigheid  : 12-12-2025

De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) is regiehouder van deze richtlijn en eerstverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling van het richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van deze richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem

Algemene gegevens

Aanleiding en afbakening onderwerp

Op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) is de richtlijn Constitutioneel Eczeem (CE) in de periode 2022-2025 gedeeltelijk herzien. Deze herziening betreft de toevoeging van modules over de ‘nieuwe systemische middelen’: biologics en JAK-remmers, in deze verantwoording gaat het specifiek om de module biologics en JAK-remmers bij kinderen en adolescenten met CE.

 

CE is een veel voorkomende aandoening met een grote impact op het leven van patiënten. Ondanks goede therapeutische opties hebben nog steeds veel patiënten suboptimale behandeling van hun CE. In een in Europa uitgevoerde enquête onder 1189 patiënten met ernstig CE, geven tot wel 1 op de 4 patiënten aan niet goed om te kunnen gaan met hun eczeem en het gevoel te hebben de aandoening niet onder controle te kunnen houden. Daarnaast geeft 23% aan géén positieve kijk te hebben op hun leven (met eczeem). Patiënten ervaren tevens veel problemen als gevolg van onbeheersbare en persisterende jeuk, die een groot deel (57%) drijft tot wanhoop.[EFA, 2018]

 

Het Nationaal CE Project [NCEP (nvdv.nl)], opgesteld door meerdere partijen, heeft als doel het verbeteren van de CE-zorg in en voor de gehele keten; onder meer door het verschaffen van goede voorlichting die aansluit bij de behoefte van de patiënt, verbeterde voorlichting over de behandelmogelijkheden en goede voorlichting en begeleiding tijdens de behandeling. Dit zijn bij uitstek doelen die aan bod dienen te komen in medisch specialistische richtlijnen (als ook die van de NVDV), te meer sinds de komst van relatief nieuwe medicamenten.

 

Met de komst van biologics en Januskinase (JAK)-remmers voor patiënten met CE is het arsenaal aan behandelmogelijkheden uitgebreid, hetgeen bijdraagt om patiënten met CE die niet uitkomen met conventioneel systemische middelen controle van ziekte te bieden, met inherent een betere kwaliteit van leven.

Derhalve zijn de modules over de herziene en toegevoegde onderwerpen (biologics, JAK-remmers) zo opgesteld dat ze relevante en praktische aanbevelingen bieden voor de verschillende momenten (indicatiestelling en keuze van middel, vóór start behandeling/screening, tijdens de behandeling/monitoring en bij het stoppen van de behandeling) van de specialistische dermatologische zorg in de tweede/derde lijn.

 

De module over dupilumab is herzien t.o.v. de richtlijn uit 2019. De overige modules in deze richtlijn zijn toegevoegd. Eind 2024 volgt naar verwachting een toevoeging over de behandeling van kinderen met CE middels biologics en JAK-remmers.

Doel en doelgroep

Doel

Deze modulaire herziening is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming (expert opinion) gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Deze modulaire herziening geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met CE die in aanmerking komen voor een biologic of JAK-remmer.

 

Doelgroep

De richtlijn is primair bestemd voor dermatologen. Alhoewel de indicatiestelling en het voorschrijven van biologics en JAK-remmers bij CE primair door de dermatoloog plaatsvindt, zijn verpleegkundig specialisten en physician assistants nauw betrokken bij de zorg voor patiënten met CE. Derhalve is de richtlijn ook relevant voor deze doelgroep. Secundair is de richtlijn eventueel nuttig voor oogartsen, internisten, (ziekenhuis)apothekers, allergologen en gynaecologen. Voor patiënten werd informatie ontwikkeld voor www.thuisarts.nl. Voor huisartsen geldt primair de NHG-Standaard. Vooralsnog zijn biologics en JAK-remmers voor de behandeling van CE middelen die in de 2de, maar met name in de 3de lijn worden voorgeschreven.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden.

 

Tabel 2: Overzicht werkgroepleden - Herziening NVDV-richtlijn CE 2022-2025 – specifiek voor de Kindermodule

Werkgroepleden – kindermodule

Vereniging/affiliatie

S. van den Ham-Stewart, dermatoloog (voorzitter)

NVDV

S.Pasmans, (kinder)dermatoloog

NVDV

P.A. Middelkamp Hup, (kinder)dermatoloog

NVDV

E. Mendels, (kinder)dermatoloog

NVDV

M. de Graaf, (kinder)dermatoloog

NVDV

M.A.J. van Rossum, kinderarts-reumatoloog

NVK

Ondersteuning – kindermodule

Vereniging/affiliatie

M.R. Masselink, arts-onderzoeker

NVDV

M.O. Hoogeveen, arts-onderzoeker

NVDV

W.A. van Enst, klinisch epidemioloog

NVDV

Belangenverklaringen

De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel (tabel 3). De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.

 

Tabel 3: Overzicht belangenverklaringen werkgroepleden - Herziening NVDV-richtlijn CE 2022-2024

Werkgroep

lid

Hoofdfunct-

ie(s)

Nevenfunctie(s)

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Getekend op

Acties

drs. S. van den Ham-Stewart

Dermatoloog IJsselland ziekenhuis

Project Huid in de Klas – Huidpatiënten Nederland: 1 sessie betaald, de rest onbetaald 

Geen

Geen

IJsselland ziekenhuis neemt deel aan Bioday Registry

Geen

Geen

13 maart 2022

-

dr. F.M. Garritsen

Dermatoloog Haga ziekenhuis

Lid domeingroep kinderdermatologie NVDV

In 2021 deelname aan adviesraad over eczeem bij Abbvie en LeoPharma

Geen

Geen

Geen

Geen

17 maart 2022

-

dr. J.M. Oldhoff

Dermatoloog UMC Groningen

Voorzitter domeingroep SOA en huidinfecties

Lid MDR SOA 

Lid leidraad PeIN

Lid richtlijn alopecia

 

Allen onbetaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

29 maart 2022

-

dr. L.A.A. Gerbens

Dermatoloog Amsterdam UMC en Huid Medisch Centrum

- Co-auteur European Dermatology Forum (EDF) EuroGuiDerm Atopic Dermatitis

 guideline, geleid doorprof. dr. A. Wollenberg en prof. dr. C. Flohr. Onbetaald.

 

- Projectleider UPDATE trial, beurs ZonMw. Mijn functie is in-kind.

 

- Data Monitoring Board (DMC) van A-STAR registry UK/Ireland. Onbetaald.

 

- Lid Board of Directors C3: The CHORD COUSIN Collaboration for Dermatology

 Outcomes. Onbetaald.

 

- Lid Scientific Committee Skin Inflammation & Psoriasis International Network

 (SPIN). Onbetaald.

 

- Advisory journal editor of Dutch Amsterdam Medical Student journal (AMSj). Onbetaald.

 

- Lid Executive Committee Harmonising Outcome Measurements for Eczema (HOME) initiative. Onbetaald.

 

- Lid steering committee of the international TREatment of ATopic eczema (TREAT)

Registry Taskforce and of the Dutch TREAT NL registry. Onbetaald.

Geen

Geen

Geen.

Wel projectleider UPDATE trial; NB-UVB bij atopisch eczeem. Geen systemische medicatie is hierbij betrokken.

Geen

Geen

11 maart 2022

-

dr. M. de Graaf

Dermatoloog, met aandachtsgebied kinderen (kinderdermatoloog) UMC Utrecht

Geen

Geen financieel belang

Wel lid van adviesraad over systemische medicatie voor Constitutioneel Eczeem (CE) van Sanofi Genzyme, Eli Lilly en Leo Pharma.

Geen

Betrokken bij CE onderzoek naar:

- JAK remmers (Eli Lilly, Abbvie, Pfizer)

- Biologicals (Sanofi Genzyme, Leo Pharma)

- anti bacteriële verbandmiddelen (ZonMW)

Geen

Geen

11 maart 2022

-

dr. I.M. Haeck

Dermatoloog Reinier de Graaf ziekenhuis

Adviesraad/consultant voor: Lilly, Abbvie, Sonofi/Regeneron, LEO Pharma

 

M18-891 studie Abbvie

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

29 maart 2022

-

dr. J.L. Thijs

AIOS dermatologie en post-doctoraal onderzoeker UMC Utrecht

Spreker voor Sanofi, LeoPharma, Almirall (betaald)

Geen

Geen

Medewerking aan wetenschappelijk onderzoek gefinancierd door Sanofi-Regeneron en LeoPharma

Geen

Geen

16 maart 2022

-

dr. G.E. Hoogslag

AIOS interne geneeskunde, fellow allergologie/klinische immunologie

UMC Groningen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

29 maart 2022

-

dr. C.M. van Luijk

Oogarts

UMC Utrecht.

 

Subspecialisme voorsegment: chirurgisch en medisch cornea, conjunctiva en complexe cataract operaties.

Eenmalig betaalde nascholing door Santen (4-2021)

 

Eenmalig deelname adviescommissie bijwerkingen dupilumab waarvoor vergoeding door Regeneron (12-2019)

Geen

Geen

Beurs voor onderzoek te besteden aan ciclosporine door Santen. Onderzoek nog niet gestart. Onafhankelijkheid verklaard in overeenkomst.

Bijzondere en unieke expertise in atopische oogpathologie binnen multidisciplinair eczeem zorg team in UMC Utrecht

Geen

29 maart 2022

-

dr. M.A.J. van Rossum

Kinderarts-reumatoloog/immunoloog Amsterdam UMC en gedetacheerd naar Reade Reumatologie Amsterdam

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

17 maart 2022

-

drs. F. Korving

Poliklinisch ziekenhuis apotheker

Tergooi MC

Werkgroeplid NVDV-richtlijn psoriasis

Beoordeling NVDV-richtlijn Acne Vulgaris

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

23 maart 2022

-

mw. K. Sterkenburg

Beleidsmedewerker onderzoek & kwaliteit bij de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten

Projectlid 'Eczeemvriendelijk Veenendaal'. Betaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

17 maart 2022

-

mw. F. Schussler-Raymakers

Verpleegkundig specialsist UMC Utrecht

Adviesraad Sanofi genzyme (betaald)

Adviesraad Leo Pharma (betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10 juni 2022

-

dhr. W. Kouwenhoven

Patiëntvertegenwoordiger

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14 maart 2022

-

Inbreng patiëntenperspectief

Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de zitting neming van een patiëntvertegenwoordiger in de werkgroep en verwerking van het patiëntperspectief in de richtlijnmodules. Het conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem (VMCE).

 

Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

Module

Uitkomst Raming

Toelichting

Biologics en JAK-remmers bij kinderen en adolescenten met CE

Geen substantiële financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000  patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven

Implementatie

In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het richtlijn is rekening gehouden met de implementatie van het richtlijn(modules) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan deze richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt.

Het implementatieplan is te vinden als bijlage per module.

Werkwijze

Knelpuntenanalyse

In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden en gemandateerden van verschillende wetenschappelijke verenigingen en stakeholders. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar tabel 1.

 

Uitgangsvragen en uitkomstmaten

De uitgangsvragen van de EDF-guideline werden geadapteerd naar de Nederlandse situatie. De modules over de herziene onderwerpen (biologics, JAK-remmers,) zo opgesteld dat ze relevante en praktische aanbevelingen bieden voor de verschillende momenten (indicatiestelling en keuze van middel, vóór start behandeling/screening, tijdens de behandeling/monitoring en bij stoppen van de behandeling) van de specialistische dermatologische zorg in de tweede/derde lijn.

 

Indicatorontwikkeling

Er werden geen nieuwe indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn. De huidige indicatoren volstaan.

 

Kennislacunes

Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, als uitgangsvraag beschreven, is te vinden in bijlage 3.

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist en na overleg met de patiënt, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron (Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt). Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijn is medio september tot november 2025 aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar.

 

Referenties
  • Drucker AM, Morra DE, Prieto-Merino D, Ellis AG, Yiu ZZN, Rochwerg B, et al. Systemic Immunomodulatory Treatments for Atopic Dermatitis: Update of a Living Systematic Review and Network Meta-analysis. JAMA Dermatol. 2022;158; 523-532.
  • Drucker AM. Systemic immunomodulatory treatments for atopic dermatitis: a living systematic review and network meta-analysis. 2022. https://eczematherapies.com/research/.
  • EFA: Giuseppe de Carlo, Sofia Romagosa, Isabel Proaño, Susanna Palkonen. Itching for Life: Quality of Life and costs for people with severe atopic eczema in Europe. EFA, European Federation of Allergy and Airways Diseases Patients’ Associations. 2018

 

Volgende:
Overige systemische therapie