Organisatie van de uitvoering van het CGA
Uitgangsvraag
Welke aandachtspunten zijn er voor de lokale/regionale organisatie van zorg en uitvoering van het comprehensive geriatric assessment (CGA) en het geriatrisch assessment (GA) in het ziekenhuis/de GGZ?
Aanbeveling
Instellingen maken afspraken en leggen deze ook vast als het gaat om lokale/regionale toegang tot het volledige spectrum van zorg rondom het (C)GA waaronder geïntegreerde geriatrische zorg op een afdeling. Daarbij beschrijven instellingen welke patiënten waar terechtkunnen en welke geriatrische zorg beschikbaar is.
Maak op lokaal/regionaal niveau werkafspraken met andere professionals die verbonden zijn aan een vakgroep geriatrie of interne ouderengeneeskunde over de verantwoordelijkheden en taakverdeling bij het CGA in samenspraak met klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde.
Bespreek de uitkomsten van een GA op indicatie binnen een multidisciplinair overleg in aanwezigheid van een klinische geriater of internist ouderengeneeskunde om de kwaliteit te waarborgen.
Maak op lokaal/regionaal niveau werkafspraken met de betrokken medisch specialist over de verantwoordelijkheden, taakverdeling en inhoud van het GA. Een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde (of gemandateerde zorgprofessional namens deze) maakt deel van uit van het multidisciplinair overleg.
Overwegingen
De enquête werd ingevuld door 45 respondenten, waarvan 38 klinisch geriaters, vijf internisten ouderengeneeskunde, en twee specialisten met een gecombineerde klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde-functie. De respondenten waren werkzaam bij 41 verschillende ziekenhuizen/instellingen.
Organisatie van zorg rondom de uitvoering van het (C)GA
Het uitvoeren van zorg rondom oudere patiënten is een stapsgewijs proces (stepped-care).
Hierbij kunnen grofweg drie onderdelen worden onderscheiden:
- Triage en screening
- Het GA
- MDO: multidisciplinair overleg
- Het CGA
- Regiebehandelaar (CGA): Het komen tot een geïntegreerd behandelplan: een passend diagnostisch en therapeutisch behandelplan afgestemd op de individuele patiënt. Alsmede ook regievoering en de controle daarop.
- Medebehandeling of gestructureerde medebehandeling.
Bovenstaande onderdelen kunnen in verschillende settings plaatsvinden, zowel op de polikliniek, kliniek als SEH. Internisten ouderengeneeskunde en klinisch geriaters zijn bevoegd en bekwaam om een CGA te verrichten. Voor professionals die verbonden zijn aan een vakgroep geriatrie of interne ouderengeneeskunde moeten werkafspraken gemaakt worden over samenwerking en taakherschikking. Denk hierbij aan zorgprofessionals zoals verpleegkundig specialisten en physician assistents. De Handreiking Taakherschikking en Samenwerking in de Klinische Geriatrie/Interne Ouderengeneeskunde kan hierbij ondersteunend zijn.
Toepassing van het CGA in relatie tot stepped care
In afstemming met de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde dient het volledige spectrum van zorg rond het CGA voor de grote heterogene groep oudere patiënten met een kwetsbare gezondheid/patiënten met multimorbiditeit worden geleverd, waarbij ziekenhuizen in de regio (dat wil zeggen dicht bij de woonplaats van de patiënt) onderling afspraken maken welke zorg waar en wanneer wordt geleverd. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden in welke setting en op welk moment deze zorg wordt geleverd. Uitgangspunt is daarbij het stepped care principe. Dat betekent dat de zorg zo dicht mogelijk bij de patiënt en zo laag mogelijk in de keten wordt geleverd. Wat in de eerste lijn kan, eventueel met behulp van de specialist ouderengeneeskunde, hoeft niet in de tweede lijn gedaan te worden. Maar ook dat ouderengeneeskundige expertise efficiënt wordt ingezet. Wat de orgaanspecialist zelf kan, moet hij zelf doen. Ouderengeneeskundige expertise wordt in stappen ingezet: maken van een protocol/werkwijze, zodat maatwerk geboden kan worden aan oudere patiënten, extra basis-geriatrische expertise bij behandelteam (GA), structureel bespreken van ouderen met een kwetsbare gezondheid met klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde en als laatste stap: een CGA door de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden in welke setting en op welk moment deze zorg wordt geleverd. Hieronder worden verschillende settings benoemd met bijbehorende aandachtspunten in de organisatie van deze zorg. Voor de uitwerking van de onderdelen van het CGA wordt verwezen naar module Onderdelen van het CGA van deze richtlijn.
Triage
Op basis van de enquête wordt duidelijk dat triage van verwijzing vaak een goede onderlinge afstemming kent met de eerste lijn. De wijze van informatieoverdracht verschilt per regio. Hierbij lijkt een warme overdracht (telefonische verwijzing) bij een spoedopname de voorkeur te hebben. Er worden verschillen bemerkt wat betreft poliklinische verwijzingen. Er zijn ziekenhuizen waarbij alle verwijzingen worden getrieerd door een geriater of internist ouderengeneeskunde, triage wordt verricht door een andere zorgprofessional en alleen twijfelgevallen overlegd worden met een specialist, of eerst een MDO plaatsvindt bij complexe patiënten alvorens patiënten te plannen. Op basis hiervan kan geen eenduidige aanbeveling geformuleerd worden. Wel lijkt het van belang goede afspraken te maken zodat de patiënten met de meest kwetsbare gezondheid geïdentificeerd kunnen worden en de juiste zorgsetting kan worden gekozen. Een doel van de triage is ook om te beoordelen of patiënten eventueel in de eerste lijn door een zorgprofessional kan worden beoordeeld middels een GA in de eerste lijn. Voor de identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen wordt verwezen naar module Identificatie van kwetsbaarheid bij ouderen van deze richtlijn.
Screening
Screening kan op verschillende manieren plaatsvinden. Er zijn die meetinstrumenten die kwetsbaarheid in kaart brengen, zoals dit bijvoorbeeld op basis van de G8 bij patiënten met een oncologische diagnose gebeurt. Hierbij kunnen patiënten worden geïdentificeerd die baat kunnen hebben bij een CGA. Ook de APOP en VMS-criteria zijn screeningsinstrumenten die kwetsbaarheid in verschillende settings in kaart brengen.
GA in het ziekenhuis/de GGZ
Naast screening middels een vragenlijst kan ook een GA ingezet worden voor het screenen op kwetsbaarheid. Het GA is gericht op het herkennen van risico’s op functieverlies. Omdat in de regel veel verschillende (para)medici betrokken zijn, is het essentieel dat bevindingen van het GA dat in het ziekenhuis of GGZ uitgevoerd wordt (door andere zorgmedewerkers dan klinisch geriaters of internisten ouderengeneeskunde) multidisciplinair kan worden besproken met een klinisch geriater en/of internist ouderengeneeskunde. Het GA dient in samenspraak met de lokale/regionale organisaties (bijvoorbeeld afdeling geriatrie of interne-ouderengeneeskunde) vormgegeven te worden. Dit wordt verder uitgewerkt in module Geriatrisch assessment (GA) van deze richtlijn.
Het ontwikkelen van zorgpaden voor een electieve operatie (gastro-enterologische oncologie of hartklepoperaties) of nierfalen of vaatlijden wordt gezien als een positieve ontwikkeling. Het cluster is van mening dat organisatie hiervan plaatsvindt in samenspraak met de vakgroep klinische geriatrie/interne ouderengeneeskunde. De module Geriatrisch assessment (GA) kan gezien worden als een handreiking voor zorgprofessionals (zonder specialisatie in de ouderengeneeskunde) om meer grip te krijgen op de identificatie van kwetsbaarheden van de oudere patiënt. Een MDO kan als middel dienen om dit onderling te bespreken. Er wordt geen CGA uitgevoerd maar de geriater of internist ouderengeneeskunde vervult een rol als medebehandelaar.
MDO
Binnen ziekenhuizen worden vele multidisciplinaire overleggen georganiseerd waarbij in meer of mindere mate ouderen met een kwetsbare gezondheid de revue passeren. Hier wordt het MDO bedoeld in het kader van stepped care bij ouderen met een kwetsbare gezondheid, die behandeld worden door een orgaanspecialist/ een orgaan-specialistisch team. Er zijn meerdere doelen mogelijk: onder andere het optimaliseren van het behandelbeleid in overleg met paramedici (bijvoorbeeld op afdeling geriatrie/ouderengeneeskunde), collega-specialisten van andere afdelingen adviseren, dan wel ouderen met een kwetsbare gezondheid te identificeren waarbij een CGA meerwaarde kan bieden. Hierbij is het denkbaar dat er lokale en of regionale verschillen bestaan in volgordelijkheid van het CGA, GA en het MDO.
Regiebehandelaar (CGA)
Het CGA in poliklinische setting
Bij het CGA op de polikliniek is de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde regiebehandelaar en voert regie over de patiënt. De onderdelen van het CGA worden uitgesplitst in module Onderdelen van het CGA. Het komen tot het geïntegreerd behandelplan wordt beschreven in module Behandelplan.
CGA op de SEH/spoedpoli
Het CGA op de SEH dient er op gericht te zijn om de acute problemen op verschillende domeinen te identificeren om zo snel mogelijk tot een behandelplan te komen. Het bepalen van de mate van kwetsbaarheid is nodig om te komen tot een passend behandelplan aangepast op de behoeften, wensen en mogelijkheden van de patiënt.
Hierbij is het cluster van mening dat de doorstroomtijd op de SEH zo kort mogelijk dient te zijn. Uit de enquête is gebleken dat het wenselijk is om afspraken te maken over het indiceren van patiënten voor een psychogeriatrische (PG)crisisopname of GRZ. Hierbij kan het inrichten van spoedpoli’s helpend zijn. Het ontlasten van de SEH dient hierbij als uitgangspunt.
Klinische setting
De literatuur is niet eenduidig over de effectiviteit van het CGA in de verschillende settings. Er lijken voordelen te zijn van een klinische afdeling met geriatrische/interne ouderen geneeskundige expertise; namelijk dat ouderen vaker naar huis werden ontslagen en tijdens follow-up zelfstandig woonden. Bij een CGA in medebehandeling lijkt er een voordeel te zijn voor patiënten met een heupfractuur, tevens is er mogelijk sprake van een lagere delier incidentie. Bij een CGA op de SEH of polikliniek lijkt er enig bewijs te zijn dat mensen langer zelfstandig wonen, en is er mogelijk een effect op duur van ziekenhuisopname. Dit wordt ook beschreven in module Effectiviteit van CGA. Er zijn geen studies die de effectiviteit van het verrichten van een CGA op een geriatrische/interne ouderen geneeskundige afdeling vergelijken met een CGA verricht in medebehandeling.
Op grond van expertise en ervaring is het cluster van mening dat er een specifieke groep ouderen met zeer kwetsbare gezondheid is waarvoor geïntegreerde geriatrische zorg op een afdeling van meerwaarde is. Er is echter tot dusver geen valide triage instrument met voldoende onderscheidend vermogen beschikbaar om deze groep specifiek te identificeren. Afstemming tussen verwijzer en klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde zijn hierbij essentieel.
Naar aanleiding van de uitkomsten van het CGA is het van belang afspraken te maken over de mate van regievoering van de klinisch geriater en/of internist ouderengeneeskunde en de setting waarin dit plaatsvindt. Het cluster is van mening dat de benodigde expertise zowel regionaal/lokaal als in ziekenhuizen aanwezig moet zijn om zorg aan ouderen met een kwetsbare gezondheid te bieden. De aanwezigheid van een klinische geriatrische/interne ouderengeneeskundige afdeling heeft tevens meerwaarde vanwege opleidingsredenen en onderzoek.
Medebehandeling of gestructureerde medebehandeling
Medebehandeling kent in het huidige zorglandschap meerdere uitwerkingsvormen. Voor de organisatie van zorg rondom het CGA is het belangrijk om onderscheid te maken tussen ‘gewone’ medebehandeling en gestructureerde (intensieve) medebehandeling. Het is belangrijk om in het kader van medebehandeling het doel van het consult af te bakenen en het CGA te richten op de hulpvraag van de regiebehandelaar. Bij deze reguliere medebehandeling heeft de geriater of internist ouderengeneeskunde een primair adviserende rol. Hoewel de effectiviteit (module Effectiviteit van CGA) van het CGA beperkt onderzocht is in verschillende settings, lijkt er een positief effect te zijn op verschillende uitkomstmaten. Dit wordt verder uitgewerkt in submodule Het CGA bij medebehandeling van deze richtlijn.
Bij structurele medebehandeling, zoals op een geriatrische trauma unit (GTU) wordt een regiefunctie bedoeld, waarbij de geriater of internist ouderengeneeskunde als regisseur van de behandeling tijdens opname wordt gezien in samenwerking met de orgaanspecialist. Hierbij is nadrukkelijk sprake van een proactieve rol. Dit wordt verder uitgewerkt in module Structurele geriatrische medebehandeling CGA van deze richtlijn.
Netwerkaspecten
Vanuit de enquête worden geen specifieke best practices benoemd die bijdragen aan de effectieve en doelgerichte uitvoering van het CGA, waarbij het cluster zich bewust is van de lokale en regionale verschillen die bestaan. Verdere aandachtspunten over ketensamenwerking en nazorg worden beschreven in module Ketensamenwerking en transmurale afspraken rondom het CGA.
Rationale van de aanbevelingen
Deze aanbevelingen zijn voorwaardelijk voor goede afstemming van zorg op zowel lokaal als regionaal niveau voor ouderen met een kwetsbare gezondheid, doordat zij sturen op duidelijke afspraken over toegankelijkheid, verantwoordelijkheden, taakverdeling, inhoud van het (C)GA en multidisciplinaire afstemming.
Onderbouwing
Het comprehensive geriatric assessment (CGA) is gericht op het behoud van zelfstandig functioneren en kwaliteit van leven van ouderen die het ziekenhuis bezoeken. Door de vergrijzing van de bevolking neemt de behoefte aan gespecialiseerde zorg voor ouderen toe, wat vraagt om een efficiënte regionale organisatie van het CGA. Daarin spelen samenwerking, coördinatie en integratie van verschillende zorgprofessionals een cruciale rol. Hierbij kan worden gedacht aan klinisch geriaters, internisten ouderengeneeskunde, specialisten ouderengeneeskunde en zorgprofessionals in de eerste lijn. Het borgen van toegankelijke, gepersonaliseerde zorg vraagt om goed georganiseerde netwerken en gestandaardiseerde werkprocessen. Daarvoor is het van belang om afspraken te maken en kennishiaten te identificeren om deze zorg te leveren.
Voor de uitgangssituatie is het van belang om de volgende begrippen voor de huidige richtlijn te definiëren:
- GA: hiermee wordt het geriatrisch assessment in de tweede lijn bedoeld, een onderzoek dat, na training door een bekwaam persoon in het afnemen van meetinstrumenten, kan worden uitgevoerd door een zorgprofessional, anders dan de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde. Het GA wordt verricht wanneer bij screening een verhoogd risico blijkt op negatieve uitkomstmaten. Dit wordt verder uitgewerkt in module Geriatrisch assessment (GA).
- CGA: hiermee wordt het comprehensive geriatric assessment bedoeld, een voorbehouden handeling voor klinisch geriaters en internisten ouderengeneeskunde in het ziekenhuis.
- Het CGA bij medebehandeling: een CGA welke wordt uitgevoerd bij patiënten waarbij de geriater in consult/medebehandeling wordt gevraagd. De vraag van de regiebehandelaar is leidend en de analyse is gebaseerd op de beschikbare informatie van de regiebehandelaar. Hier hoort de verrichting-term ‘beperkt CGA’ bij. Omdat dit in wezen een contradictio-in-terminus is, hebben we die term verlaten.
- Het CGA bij structurele geriatrische medebehandeling: het CGA dat wordt verricht bij structurele medebehandeling zoals dit gebeurt bij alle patiënten >70 jaar met een heupfractuur op een daarvoor speciaal ingerichte afdeling zoals een Geriatrische Trauma Unit. Hierbij wordt proactief meegedacht bij een (bij aanvang) kwetsbare groep patiënten.
- Het GA in de eerste lijn is het geriatrisch assessment wat is voorbehouden aan de specialist ouderengeneeskunde (en de VS/PA in deze setting) conform de Handreiking Geriatrisch assessment van Verenso.
Bij deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek gedaan, omdat er geen onderzoek van goede kwaliteit naar de diverse aspecten van organisatie van zorg rondom het CGA en GA in de Nederlandse context beschikbaar is. In plaats van literatuuronderzoek is een kwalitatieve enquête uitgezet onder leden van de NVKG en NIV.
Totstandkoming enquête
De NVKG en de NIV hebben in november en december 2024 een online enquête uitgezet onder hun achterban. De enquête is samengesteld door het cluster en is te vinden in de bijlage. Het doel van deze enquête was om meer inzicht te krijgen in de huidige lokale en regionale afspraken rondom de organisatie van de uitvoering van het (C)GA. Ook werd uitgevraagd welke aspecten van de huidige organisatie en uitvoering goed gaan en waar verbeterpunten liggen. Het is opvallend dat er bij de enquête veel ziekenhuizen zijn die aangeven dat er geen specifieke lokale/regionale werkafspraken zijn rondom de uitvoering van het (C)GA. Toch lijkt het het cluster aannemelijk dat waar afspraken zijn gemaakt, het netwerk beter functioneert. Er bestaan te veel verschillen om een valide uitspraak te doen over wat goede afspraken zijn. Voorbeelden van afspraken worden in de uitwerking meegenomen.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 25-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 25-06-2026
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:
Clusterstuurgroepleden
- Drs. A.J. (Arend) Arends (voorzitter), klinisch geriater, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, NVKG
- Prof. Dr. S.P. (Simon) Mooijaart (vicevoorzitter), internist, werkzaam in het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden, NIV
- Drs. R.L. (Rozemarijn) van Bruchem-Visser, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Erasmus MC te Rotterdam, NIV
- Drs. N.S. (Niamh) Landa-Hoogerbrugge, verpleegkundig specialist, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, V&VN
- Drs. E.M. (Eefje) Meulenberg, klinisch geriater, werkzaam in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis te Tilburg, NVKG
- G.J.M. (Truus) Noij, vrijwilliger, Senioren Brabant-Zeeland
- Dr. T.R. (Rikje) Ruiter, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, NIV
- Drs. F.J. (Erik) Slim, revalidatiearts, werkzaam in het Ziekenhuis Rivierenland te Tiel, VRA
- Dr. W.M.W.H. (Walther) Sipers, klinisch geriater, werkzaam in het Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen/Sittard-Geleen, NVKG
Betrokken clusterexpertisegroepleden
- Drs. M. (Marjolijn) Broers, verpleegkundig specialist, werkzaam bij ViVa! Zorggroep te Heemskerk, V&VN
- Dr. F.M. (Frouke) Engelaer, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden en Haaglanden Medisch Centrum te Den Haag, NIV
- Drs. H.P.P.R. (Heike) de Wever, specialist ouderengeneeskunde, werkzaam bij TanteLouise te Bergen op Zoom, Verenso
Met ondersteuning van
- Dr. R. (Renee) Bolijn, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. M. (Mischa) Lenaers, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Arends |
klinisch geriater in SpijkenisseMC en VanWeel-Bethesdaziekenhuis; gedetacheerd |
voorzitter Stichting Mentorschap Rotterdam per 1-1-2024 |
Geen |
Geen restricties
|
|
Van Bruchem-Visser |
internist ouderengeneeskunde/ethicus 1.0 fte Erasmus MC Rotterdam |
koplopertraject cognitieve stoornissen, inventarisatie diagnostische instrumenten Lid sectie ouderengeneeskunde NIV, vacatiegelden |
Presentaties over ethiek op congressen, opbrengsten gaan naar de stichting |
Geen restricties |
|
Landa-Hoogerbrugge |
Verpleegkundig specialist bij Rivas Zorggroep (ouderengeneeskunde) Bij start project verpleegkundig specialist geriatrie/chirurgie in het Maasstad ziekenhuis. |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Meulenberg |
Klinisch geriater ETZ |
Bestuurslid Coöperatie Medisch Specialisten Midden Brabant (stafbestuur ETZ, onderdeel van hoofdfunctie) |
Geen |
Geen restricties |
|
Mooijaart |
Hoogleraar interne geneeskunde i.h.b. ouderengeneeskunde, Leids Universitair Medisch Centrum |
Werkgroep Spoedzorg, Nederlandse Internisten Vereniging (lid) Cluster Geriatrie/Ouderengeneeskunde, FMS (vice-voorzitter) |
Acuut Presenterende Oudere Patiënt studie (APOP; hoofdonderzoeker) COVID-19 Outcomes in Older Peeople (COOP; hoofdonderzoeker; ZonMw) COVID-19 Ouderen Landelijke Database (COVID-OLD; hoofdonderzoeker) Chemotherapie Op Maat in Ouderen (COMO; hoofdaanvrager; ZEGG) Cognition in Older People with End Stage Renal Disease (COPE; lid stuurgroep) Pathway for Older People with ESRD studie (POLDER; lid stuurgroep) DIAlysis or not: Outcomes in Older people With Geriatric Assessment study (DIALOGICA; lid stuurgroep; ZEGG) Triage in Elderly people Needing Treatment study (TENT; lid stuurgroep) |
Geen restricties |
|
Noij |
geen werkgever bekend |
Vrijwilliger bij Senioren Brabant-Zeeland |
Geen |
Geen restricties |
|
Ruiter |
Internist ouderengeneeskunde, klinisch farmacoloog, Maasstad ziekenhuis 0.8 fte. Mijn aanstelling bij het college ter beoordeling van Geneesmiddelen, ik ben daar collegelid, 0.16 fte |
Postdoctoraal onderzoeker, afdeling epidemiologie, EMC, Rotterdam, 0.1 fte. NIV: Lid commissie richtlijnen - vacatie gelden. Secretaris Forum Visitatorum - vacatie gelden. Overig: Lid Raad van Toezicht Stichting Landelijk Wonen Klein Houtdijk - vacatiegelden. Redactie lid Tijdschrift voor gerontologie en geriatrie. - onbezoldigd. |
Geen |
Geen restricties |
|
Sipers |
scen-arts, klinisch geriater, opleider binnen Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen-Sittard-Geleen. |
Richtlijn Ondervoeding en sarcopenie Cluster algemene geriatrie Namens NVKG afgevaardigd om de participeren in de werkgroep als voorzitter om deze richtlijn te ontwikkelen |
Die heb ik niet. Na mijn promotie onderzoek is mijn interesse voor ondervoeding en sarcopenie alleen maar groter geworden en hoop ik een bijdrage te kunnen leveren aan zinnige zorg. |
Geen restricties |
|
Slim |
Revalidatiearts ziekenhuis rivierenland Tiel (loondienst). Revalidatiearts Jow Voetkliniek (vaste aanstelling) ZBC gericht op zkh verplaatste zorg in de eerstelijn. 2025 Revalidatiearts Deventer zkh (tijdelijke waarneming). 2025 Revalidatiearts CIR tijdelijk contract. |
*Docent UMCU, onbetaald. *Raad van Advies OIM-OSB van SEMH, onkostenvergoeding. *Scientific Review Committee Leprosy Research Initiative. Lepastichting, onbetaald. *Firma IPSEN. Onderwijsproject. Skills lab anatomie, onkostenvergoeding. |
*ZonMW: deelname aan gesubsidieerd onderzoek naar gevolgen en revalidatie van post-IC patienten die Covid hebben gehad. *ZonMW: deelname aan Shoe-OFF studie |
Geen restricties |
Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Broers |
Verpleegkundig Specialist AGZ, 32 uur per week. Werkzaam als regiebehandelaar op GRZ afdeling bij ViVa! Zorggroep |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
Engelaer |
Internist ouderengeneeskunde HMC/LUMC |
Geen |
Geen |
Geen restricties |
|
De Wever |
Specialist ouderengeneeskunde, werkgever stichting tanteLouise, Bergen op Zoom. |
Neem deel aan platform Prothese van het VWS. |
Geen |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van relevante patiëntenorganisaties aan de need-for-update en/of prioritering. Vanuit de stuurgroep nam tevens een lid deel namens Senioren Brabant Zeeland. De verkregen input is meegenomen bij het afbakenen en uitwerken van de modules. De conceptrichtlijnmodules zijn daarnaast ter commentaar voorgelegd aan alle relevante patiëntenorganisaties in de stuur- en expertisegroep (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’) en aan alle patiëntenorganisaties die niet deelnemen aan de stuur- en expertisegroep, maar wel hebben deelgenomen aan de need-for-update (zie ‘Need-for-update’ onder ‘Verantwoording’). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Organisatie van de uitvoering van het CGA |
Geen financiële gevolgen |
Uitkomst 3: Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling breed toepasbaar is (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten van zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.