Comprehensive geriatric assessment (CGA)

Initiatief: Cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde Aantal modules: 34

Ketensamenwerking en transmurale afspraken rondom het CGA

Publicatiedatum: 25-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 25-06-2026

Uitgangsvraag

Hoe kan optimale ketensamenwerking rondom het comprehensive geriatric assessment (CGA) worden gegarandeerd?

Aanbeveling

Maak regionaal met huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde afspraken over onderlinge verwijscriteria. Houd hierbij rekening mee met de overlap tussen de patiëntgroepen en problematiek, en de onderdelen van het (C)GA.

 

Bepaal regionaal met specialisten ouderengeneeskunde waar (welk deel van) het (C)GA plaats vindt. Maak hierbij onder andere afspraken over wat de minimale vereisten zijn voor de somatische screening voor een spoedopname in het verpleeghuis of de GGZ en door wie en waar (thuis, spoedpoli, SEH) de benodigde onderdelen voor dit (C)GA plaatsvinden. Stem dit regionaal ook af met de huisartsen.

 

Bepaal met regionale ketenpartners waar knelpunten zitten in de intramurale doorstroom en waarborg een uniforme werkwijze ter bevordering van deze doorstroom.

 

Stel vast wanneer betrokkenheid van een klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde nodig is om tot een passende nazorgaanvraag te komen en adequate triage door een specialist ouderengeneeskunde kan volgen.

 

Maak gebruik van een gestructureerde transmurale overdracht met betrokken ketenpartners conform de richtlijn Informatie-uitwisseling tussen Huisarts en Specialist (HASP) (paragraaf kwetsbare ouderen).

 

Borg deze afspraken in een regionale overlegstructuur in de keten (huisarts, specialist ouderengeneeskunde, GGZ, klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde). Een goed voorbeeld hiervan is de transmurale zorgbrug.

Overwegingen

Resultaten enquête

Uit de enquête komt naar voren dat het belangrijk is om duidelijke werkafspraken te maken tussen de verschillende zorgprofessionals binnen en buiten het ziekenhuis (huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, klinisch geriaters, internisten ouderengeneeskunde, verpleegkundigen, paramedici en GGZ). Daarbij is het van belang om regionaal goed af te stemmen wie welk deel van het CGA uitvoert en wanneer daarvoor expertise nodig is van een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde. Concrete en structurele regionale werkafspraken bleken een goede randvoorwaarde voor het tijdig kunnen betrekken van de juiste expertise. 

 

Plaats in de keten:

  • Onderdelen van het GA in de eerste lijn en GGZ (buiten het ziekenhuis) en het GA door Specialisten Ouderengeneeskunde in de eerste lijn volgens de handreiking Geriatrisch assessment  van Verenso.
  • (C)GA in het ziekenhuis (SEH, polikliniek, kliniek, consult, medebehandeling), zie module Organisatie van de uitvoering van het CGA.
  • Follow-up (C)GA na ziekenhuiszorg (ELV/GRZ, eerste lijn, poliklinische opvolging).

Organisatorisch werden enkele succesfactoren genoemd, zoals regelmatig gestructureerde regionale overleggen inplannen, het implementeren van een transmurale zorgbrug (zie beteroud.nl voor een voorbeeld van een best practice) en de gemaakte regionale werkafspraken inzichtelijk maken op een digitaal platform. Belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle ketensamenwerking waren onder andere het creëren van draagvlak binnen de regio en het formaliseren van de gemaakte werkafspraken.

 

Belemmerende factoren waren vooral het ontbreken van een goede digitale overdracht (met name tussen ziekenhuis en intramurale vervolgsetting/GGZ). Daarnaast kwam naar voren dat er kennislacunes zijn met betrekking tot de organisatie van zorg voor de groeiende groep thuiswonende ouderen met een toegekende WLZ-indicatie.

 

Aanvullende overwegingen

Het CGA wordt door klinisch geriaters en internisten ouderengeneeskunde in de tweede- en derde lijn verricht. Van oudsher werkt de klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde in en vanuit het ziekenhuis of een GGZ-instelling. Het CGA wordt dus verricht op de polikliniek en verpleegafdeling geriatrie of interne ouderengeneeskunde, bij klinische patiënten in medebehandeling, en in sommige ziekenhuizen op de SEH. Door middel van samenwerkingsafspraken kunnen deze taken uitgevoerd worden door een VS en/of PA en/of door een Arts (Niet) In Opleiding tot Specialist (A(N)IOS). Het cluster verwijst hiervoor ook naar de Handreiking Taakherschikking en Samenwerking in de Klinische Geriatrie/Interne Ouderengeneeskunde.

 

Met de toenemende ‘ontschotting’ van de zorg wordt samenwerking en afstemming tussen de verschillende professionals die betrokken zijn bij het (C)GA binnen en buiten het ziekenhuis steeds belangrijker. Dit is essentieel binnen het stepped care-model om continuïteit van zorg te waarborgen, dubbele of onnodige zorg te voorkomen en verlies van informatie tegen te gaan. Hierbij zal er over en weer meer expertise uitgewisseld moeten worden tussen de medisch specialisten in het ziekenhuis en de specialist ouderengeneeskunde en/of huisarts in de wijk.

 

Specialisten ouderengeneeskunde verrichten in de eerste lijn een geriatrisch assessment (GA) op basis van de handreiking Geriatrisch assessment. Lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend laboratoriumonderzoek kunnen binnen de reguliere huisartsenzorg worden uitgevoerd en leveren informatie op die aanvullend kan zijn voor het GA.

De handreiking GA en de richtlijn CGA wijken op onderdelen van elkaar af, passend bij de plaats in de keten waarin de zorg geleverd wordt (in de eerste lijn/verpleeghuis/ziekenhuis), waarbij andere zorgvragen aan bod komen. In grote lijnen is in de richtlijn CGA daarbij meer aandacht voor complexe- en/of acute somatische problemen, passend bij de medisch specialistische expertise van de klinisch geriater en internist ouderengeneeskunde. De Handreiking Geriatrisch assessment richt zich meer op een chronische zorgsetting (verpleeghuis, meest kwetsbare thuiswonende ouderen), waarbij de zorgvraag rondom het functioneren meer leidend is, passend bij de expertise van de specialist ouderengeneeskunde.

 

Daarnaast is ook de patiëntpopulatie verschillend: ouderen met een dermate hoge mate van kwetsbaarheid of palliatieve setting worden gezien door SO of huisarts, omdat ziekenhuis zorg niet meer passend is. Medisch specialistische expertise (ziekenhuiszorg) kan wel betrokken worden indien hulp nodig is bij het bereiken van symptoomverlichting. 

 

Het is wenselijk om onderlinge afspraken te maken wanneer een GA in de eerste lijn aanleiding geeft tot het betrekken van medisch specialistische expertise van een klinisch geriater of internist ouderengeneeskunde om met behulp van een CGA te komen tot een geïntegreerd behandelplan of op consultatieve basis te adviseren over complexe somatische problematiek. En andersom, wanneer het wenselijk is om tijdens of na een ziekenhuisopname de expertise van een specialist ouderengeneeskunde tijdig te betrekken voor passende nazorg of follow-up van bevindingen vanuit het CGA in het ziekenhuis.

 

Samenwerkingsafspraken

De complexiteit van deze transmurale samenwerking is beschreven en geanalyseerd in de leidraad Zorgpad kwetsbare oudere in het ziekenhuis en transmurale proces. De belangrijkste aandachtspunten voor het ziekenhuis en transmurale proces worden benoemd in hoofdstuk 4 van deze leidraad. Duidelijk is dat er per regio lokale afspraken gemaakt dienen te worden, passend bij de knelpunten en mogelijkheden in die betreffende regio.

 

Instroom

In steeds meer regio’s zijn er specialisten ouderengeneeskunde die werkzaam zijn in de eerste lijn, wat betekent dat huisartsen hen in consult kunnen vragen bij thuiswonende ouderen. Met deze groep specialisten ouderengeneeskunde bestaat enerzijds overlap qua patiëntenpopulatie en problematiek, maar anderzijds ook verschillen zoals hierboven beschreven. Door het bewegen van de patiënten over de verschillende domeinen (van eerste lijn, verpleeghuis en ziekenhuis) heen, is het verstandig om samen na te denken over verwijscriteria en onderlinge werkafspraken. Dit om twee redenen: enerzijds om elkaars expertise optimaal te benutten en anderzijds om een sluitend systeem voor diagnostiek, zorg en behandeling te borgen voor deze patiëntengroep met een kwetsbare gezondheid. Bij voorkeur vindt de zorg plaats in de eigen wijk volgens het stepped-care principe: als basis het GA in de eerste lijn/verpleeghuis bij een oudere met een kwetsbare gezondheid. Wanneer er op basis van de triage door huisarts/specialist ouderengeneeskunde toch een indicatie is voor medisch-specialistische zorg is het belangrijk hier heldere verwijsindicaties over af te spreken met ook onderlinge afspraken over de minimale input van de informatieoverdracht of wanneer vooraf overleg gewenst is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan concrete afspraken over de inhoud en locatie van somatische en cognitieve screening voorafgaand aan een crisisopname (ELV, GRZ, WLZ, PG, GGZ).

 

Intramurale doorstroom

Elke regio kent eigen knelpunten in intramurale doorstroomproblematiek (van ziekenhuis naar ELV, GRZ, WLZ, PG). Het is daarom verstandig om binnen de regio te zoeken naar passende oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan oudere patiënten met psychiatrische co-morbiditeit, verslavingsproblematiek, nog niet gediagnostiseerde cognitieve stoornissen en/of niet aangeboren hersenletsel (NAH), of aan patiënten met complexe somatische problematiek, bij wie vaak ingewikkelde nazorgvragen spelen. Door zorginnovatie is er technisch steeds meer mogelijk, waarbij de impact van deze behandelingen op de nazorg niet altijd tijdig in kaart wordt gebracht. Door patiënten zo vroeg mogelijk tijdens de opname of het behandeltraject in het ziekenhuis met behulp van een (C)GA in kaart te brengen kan tijdig geanticipeerd worden op mogelijke knelpunten voor de rest van de keten. Indien er vanuit de huisarts en/of specialist ouderengeneeskunde vooraf al belangrijke informatie bekend is over de kwetsbaarheid en cognitieve, functionele en sociale status, is het wenselijk deze informatie mee te sturen bij een eventuele verwijzing naar het ziekenhuis.

 

Uitstroom

Het verdient aanbeveling om met alle betrokken ketenpartners na te denken over een goede transmurale overdracht naar de eerste lijn na ziekenhuisopname. Denk hierbij ook aan de betrokken paramedici in de keten. Daarbij is het van belang te bepalen welke informatie uit het (C)GA hierin moet worden opgenomen. Met tevens aandacht voor nieuwe danwel aangepaste wensen en afspraken m.b.t. proactieve zorgplanning. Een goed voorbeeld hiervan is het model van de transmurale zorgbrug, dat in veel ziekenhuizen is geïmplementeerd om de overdracht naar de thuissituatie en VVT-sector te verbeteren en een proactief zorgplan mee te geven.

 

Duurzaamheid

Het tijdig verrichten van een CGA en goede afstemming hierover met de verschillende ketenpartners draagt bij aan zowel passende zorg als de juiste zorg op de juiste plek. Dit voorkomt onnodige diagnostiek en verplaatsing van patiënten, wat bijdraagt aan het doelmatig inzetten van middelen.

 

Haalbaarheid

De aanbevelingen zijn deels standaardzorg in de praktijk en daarmee over het algemeen haalbaar. De haalbaarheid van de beschreven aanbevelingen hangt af van verschillende succesfactoren en mogelijke belemmeringen.

 

Mogelijke succesfactoren:

  • Aanwezigheid van een regionale gestructureerde overlegstructuur met vaste feedback- en evaluatiemomenten.
  • Formaliseren van gemaakte afspraken en zorgen dat deze digitaal continu inzichtelijk zijn.
  • Een goede samenwerking tussen de verschillende lijnen met laagdrempelig intercollegiaal overleg.
  • Draagvlak voor gezamenlijke opgave zonder ervaren van concurrentie.
  • Specificeer transmurale afspraken altijd naar binnen én buiten kantoortijd.

Mogelijke belemmeringen

  • Het ontbreken van een gezamenlijk communicatiesysteem tussen de verschillende lijnen. De uitwerking van de Wegiz (Wet elektronische gegevensuitwisseling) waarbij zorgaanbieders wettelijk verplicht worden om zorggegevens elektronisch uit te wisselen, zal hierbij ondersteunend kunnen zijn in de toekomst.
  • Het blijven bestaan van de schotten in betaalstructuur voor bijvoorbeeld de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn kan beperkend werken in het stepped-care model, waardoor er beperkingen blijven in het verschuiven van een deel van het CGA naar de eerste lijn.

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Het snel veranderende zorglandschap en de fragmentatie van ketenpartners maken het uitdagend om tot regionaal gedragen afspraken te komen. Tegelijkertijd is er behoefte aan ontschotting van de zorg en het werken volgens het stepped-care model voor ouderen met een kwetsbare gezondheid. Deze combinatie van factoren maakt de situatie extra complex. Bovendien ontbreekt het op dit moment nog aan goed, kwalitatief wetenschappelijk onderzoek dat richting kan geven aan dit proces. De huidige aanbevelingen zijn gebaseerd op een enquête verricht door de NIV en NKVG. Ze steunen dus vooral op expert opinion. Het doel is om hiermee handvatten te bieden voor het maken van werkbare afspraken binnen de eigen regio en per setting in de keten.


Voor de huisartsen geldt dat zij geen (C)GA uitvoeren, maar wel onderdelen hiervan verzamelen. Het is wenselijk om regionale afspraken te maken welke informatie over specifieke onderdelen van het (C)GA transmuraal gedeeld dienen te worden. Bijvoorbeeld indien patiënt is aangemerkt als “kwetsbare oudere”, een zorgindicatie heeft, specifieke bevindingen uit het laboratoriumonderzoek etc.

Onderbouwing

Ouderen met een kwetsbare gezondheid maken frequent gebruik van de gehele zorgketen waarbij veel zorgprofessionals gelijktijdig betrokken zijn. Mede door het geleidelijk verminderen van de schotten tussen de lijnen (huisarts, verpleeghuis, ziekenhuis) is het van toenemend belang dat er duidelijke transmurale werkafspraken worden gemaakt tussen de betrokken zorgprofessionals, waaronder ook paramedici. Deze transmurale samenwerking is essentieel om de verschillende deskundigheden rondom het CGA optimaal te benutten en te borgen. Door tijdig de juiste expertise in de gehele keten te betrekken voorkom je overbehandeling en cognitieve of functionele achteruitgang. Tevens voorkom je daarmee een overlap in werkzaamheden met daardoor onnodig dubbelgebruik van schaarse zorg en verlies van informatie tijdens de overdracht.

Bij deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek gedaan, omdat er geen onderzoek van goede kwaliteit naar de diverse aspecten van organisatie van zorg in de keten rondom het (C)GA in de Nederlandse context beschikbaar is. De overwegingen zijn onderbouwd met niet-systematisch literatuuronderzoek en op basis van de resultaten van een enquête die is uitgezet onder leden van de NVKG en de NIV.

 

Totstandkoming enquête
De NVKG en de NIV hebben eind 2024 een enquête uitgezet onder hun achterban. De enquête is samengesteld door het cluster en is te vinden in de bijlage. Het doel van deze enquête was om meer inzicht te krijgen in de huidige lokale en regionale afspraken rondom de organisatie van de uitvoering van het (C)GA. Het tweede deel van de enquête richt zich specifiek op de ketensamenwerking en nazorg bij het (C)GA. De vragen richten zich op informatieoverdracht tussen verschillende specialismen bij triage/opname en bij ontslag. Tevens werd gevraagd naar positief ervaren aspecten en knelpunten met betrekking tot de transmurale-/ketensamenwerking rondom het (C)GA.

 

Er werd informatie opgehaald over zowel de inhoudelijke als organisatorische regionale werkafspraken. Hierin werd doorgevraagd naar eventuele belemmerende- en bevorderende factoren (succes factoren). De laatstgenoemde werden als mogelijke best practice uitgediept als voorbeeld voor andere regio’s.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 25-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 25-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Algemene geriatrie/ouderengeneeskunde bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Drs. A.J. (Arend) Arends (voorzitter), klinisch geriater, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, NVKG
  • Prof. Dr. S.P. (Simon) Mooijaart (vicevoorzitter), internist, werkzaam in het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden, NIV
  • Drs. R.L. (Rozemarijn) van Bruchem-Visser, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Erasmus MC te Rotterdam, NIV
  • Drs. N.S. (Niamh) Landa-Hoogerbrugge, verpleegkundig specialist, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, V&VN
  • Drs. E.M. (Eefje) Meulenberg, klinisch geriater, werkzaam in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis te Tilburg, NVKG
  • G.J.M. (Truus) Noij, vrijwilliger, Senioren Brabant-Zeeland
  • Dr. T.R. (Rikje) Ruiter, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam, NIV
  • Drs. F.J. (Erik) Slim, revalidatiearts, werkzaam in het Ziekenhuis Rivierenland te Tiel, VRA
  • Dr. W.M.W.H. (Walther) Sipers, klinisch geriater, werkzaam in het Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen/Sittard-Geleen, NVKG 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Drs. S.J.J. (Sietske) Broekstra, verpleegkundig specialist, werkzaam bij Laurens te Rotterdam, V&VN
  • Dr. F.M. (Frouke) Engelaer, internist ouderengeneeskunde, werkzaam in het Leids Universitair Medisch Centrum te Leiden en Haaglanden Medisch Centrum te Den Haag, NIV
  • Drs. F. (Floortje) Kamerman-Celie, klinisch geriater, werkzaam in het St. Anna Ziekenhuis te Geldrop, NVKG
  • Drs. M. (Marc) van der Vusse, revalidatiearts, werkzaam in het Laurentius ziekenhuis te Roermond, VRA
  • Drs. H.P.P.R. (Heike) de Wever, specialist ouderengeneeskunde, werkzaam bij TanteLouise te Bergen op Zoom, Verenso

Met ondersteuning van

  • Dr. R. (Renee) Bolijn, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. M. (Mischa) Lenaers, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Arends

klinisch geriater in SpijkenisseMC en VanWeel-Bethesdaziekenhuis; gedetacheerd

voorzitter Stichting Mentorschap Rotterdam per 1-1-2024

Geen

Geen restricties

 

Van Bruchem-Visser

internist ouderengeneeskunde/ethicus 1.0 fte Erasmus MC Rotterdam

koplopertraject cognitieve stoornissen,

inventarisatie diagnostische instrumenten

Lid sectie ouderengeneeskunde NIV, vacatiegelden

Presentaties over ethiek op congressen, opbrengsten gaan naar de stichting

Geen restricties

Landa-Hoogerbrugge

Verpleegkundig specialist bij Rivas Zorggroep (ouderengeneeskunde)

Bij start project verpleegkundig specialist geriatrie/chirurgie in het Maasstad ziekenhuis.

Geen

Geen

Geen restricties

Meulenberg

Klinisch geriater ETZ

Bestuurslid Coöperatie Medisch Specialisten Midden Brabant (stafbestuur ETZ, onderdeel van hoofdfunctie)

Geen

Geen restricties

Mooijaart

Hoogleraar interne geneeskunde i.h.b. ouderengeneeskunde, Leids Universitair Medisch Centrum

Werkgroep Spoedzorg, Nederlandse Internisten Vereniging (lid)

Cluster Geriatrie/Ouderengeneeskunde, FMS (vice-voorzitter)

Acuut Presenterende Oudere Patiënt studie (APOP; hoofdonderzoeker)

COVID-19 Outcomes in Older Peeople (COOP; hoofdonderzoeker; ZonMw)

COVID-19 Ouderen Landelijke Database (COVID-OLD; hoofdonderzoeker)

Chemotherapie Op Maat in Ouderen (COMO; hoofdaanvrager; ZEGG)

Cognition in Older People with End Stage Renal Disease (COPE; lid stuurgroep)

Pathway for Older People with ESRD studie (POLDER; lid stuurgroep)

DIAlysis or not: Outcomes in Older people With Geriatric Assessment study (DIALOGICA; lid stuurgroep; ZEGG)

Triage in Elderly people Needing Treatment study (TENT; lid stuurgroep)

Geen restricties

Noij

geen werkgever bekend

Vrijwilliger bij Senioren Brabant-Zeeland

Geen

Geen restricties

Ruiter

Internist ouderengeneeskunde, klinisch farmacoloog, Maasstad ziekenhuis 0.8 fte.

Mijn aanstelling bij het college ter beoordeling van Geneesmiddelen, ik ben daar collegelid, 0.16 fte

Postdoctoraal onderzoeker, afdeling epidemiologie, EMC, Rotterdam, 0.1 fte.

NIV:

Lid commissie richtlijnen - vacatie gelden.

Secretaris Forum Visitatorum - vacatie gelden.

Overig:

Lid Raad van Toezicht Stichting Landelijk Wonen Klein Houtdijk - vacatiegelden.

Redactie lid Tijdschrift voor gerontologie en geriatrie. - onbezoldigd.

Geen

Geen restricties

Sipers

scen-arts, klinisch geriater, opleider binnen Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen-Sittard-Geleen.

Richtlijn Ondervoeding en sarcopenie

Cluster algemene geriatrie

Namens NVKG afgevaardigd om de participeren in de werkgroep als voorzitter om deze richtlijn te ontwikkelen

Die heb ik niet. Na mijn promotie onderzoek is mijn interesse voor ondervoeding en sarcopenie alleen maar groter geworden en hoop ik een bijdrage te kunnen leveren aan zinnige zorg.

Geen restricties

Slim

Revalidatiearts ziekenhuis rivierenland Tiel (loondienst).

Revalidatiearts Jow Voetkliniek (vaste aanstelling) ZBC gericht op zkh verplaatste zorg in de eerstelijn.

2025 Revalidatiearts Deventer zkh (tijdelijke waarneming).

2025 Revalidatiearts CIR tijdelijk contract.

*Docent UMCU, onbetaald.

*Raad van Advies OIM-OSB van SEMH, onkostenvergoeding.

*Scientific Review Committee Leprosy Research Initiative. Lepastichting, onbetaald.

*Firma IPSEN. Onderwijsproject. Skills lab anatomie, onkostenvergoeding.

*ZonMW: deelname aan gesubsidieerd onderzoek naar gevolgen en revalidatie van post-IC patienten die Covid hebben gehad.

*ZonMW: deelname aan Shoe-OFF studie

Geen restricties

Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Broekstra

Verpleegkundig Specialist bij Goudenhart

Geen

Geen

Geen restricties

Engelaer

Internist ouderengeneeskunde HMC/LUMC

Geen

Geen

Geen restricties

Kamerman-Celie

Klinisch geriater Anna Ziekenhuis Geldrop, betaald

Geen

Geen

Geen restricties

De Wever

Specialist ouderengeneeskunde, werkgever stichting tanteLouise, Bergen op Zoom.

Neem deel aan platform Prothese van het VWS.

Geen

Geen restricties

Van der Vusse

revalidatiearts werkzaam in Laurentius ziekenhuis Roermond, gedetacheerd vanuit Adelante Hoensbroek

Geen

Geen

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van relevante patiëntenorganisaties aan de need-for-update en/of prioritering. Vanuit de stuurgroep nam tevens een lid deel namens Senioren Brabant Zeeland. De verkregen input is meegenomen bij het afbakenen en uitwerken van de modules. De conceptrichtlijnmodules zijn daarnaast ter commentaar voorgelegd aan alle relevante patiëntenorganisaties in de stuur- en expertisegroep (zie ‘Samenstelling cluster’ onder ‘Verantwoording’) en aan alle patiëntenorganisaties die niet deelnemen aan de stuur- en expertisegroep, maar wel hebben deelgenomen aan de need-for-update (zie ‘Need-for-update’ onder ‘Verantwoording’). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Ketensamenwerking en transmurale afspraken rondom het CGA

Geen financiële gevolgen

Uitkomst 3: Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling breed toepasbaar is (>40.000 patiënten), volgt uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten van zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Statusvoering