Uitgangsvraag

Welke opties zijn er op het gebied van palliatieve systemische therapie voor patiënten met een stadium IV colorectaal carcinoom?

Aanbeveling

De keuze van systemische therapie bij het gemetastaseerde colorectaal carcinoom wordt vooral bepaald door onderscheid te maken tussen patiënten met:

  1. primair resectabele metastasen (doel van behandeling: curatie)
  2. primair irresectabele maar potentieel resectabele metastasen na voldoende respons op systemische therapie (doel van behandeling: curatie)
  3. permanent irresectabele metastasen (doel van behandeling: levensverlenging met behoud of verbetering van kwaliteit van leven)

 

De bespreking van de systemische behandeling beperkt zich tot die geneesmiddelen die een positief resultaat in prospectief gerandomiseerd onderzoek hebben getoond. Dit zijn wat betreft chemotherapie de fluoropyrimidines (5FU, capecitabine), oxaliplatin, en irinotecan. En wat betreft de ‘targeted’ geneesmiddelen bevacizumab en aflibercept (antilichamen tegen de vasculaire endotheliale groeifactor, VEGF), cetuximab en panitumumab (antilichamen tegen de epidermale groeifactor receptor, EGFR), en regorafenib (een tyrosine multikinase inhibitor). Op grond van de thans beschikbare gegevens hebben cetuximab en panitumumab een vergelijkbare effectiviteit, en de resultaten van beide geneesmiddelen kunnen dus worden gebruikt om de plaats van anti-EGFR therapie vast te stellen.

 

Om de inhoud te kunnen bekijken klikt u op de 3 bovengenoemde onderliggende modules.

Zoeken en selecteren

 PICO

P

Patienten   met een stadium IV colorectaal carcinoom

 

I

palliatieve   systemische therapie vroeger

 

C

palliatieve   systemische therapie nu

 

O

PFS,   OS, kosten

 

GOLDEN HITS

 

gebruik   van chemotherapie

Koopman M et al. Lancet 2007

Seymour M et al. Lancet 2007

Masi G et al. J Natl Cancer Inst 2011

 
   

chirurgie   voor primaire tumor

Scheer M et al. Ann Oncol 2008

Poultsides G   et al. J Clin Oncol 2009

Venderbosch S et al. Ann Surg Oncol 2011

 
   

targeted   therapies

Saltz B et al. J Clin Oncol 2008

Tebbutt N et al. J Clin Oncol 2010

Fuchs C et al J Clin Oncol 2008

Tol J et al. NEJM 2009

Hecht J et al J Clin Oncol 2009

Van Cutsem E et al. NEJM 2009 en update J   Clin Oncol 2011

Bokemeyer C et al. J Clin Oncol 2009

Maughan T et al. Lancet 2011

Douillard J et al. J Clin Oncol 2010

Tveit K et al. J Clin Oncol 2012

Peeters M et al. J Clin Oncol 2010

Amado R et   al. J Clin 2008

Karapetis C et al NEJM 2008

Overwegingen

Er zijn geen overwegingen beschreven.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 16-04-2014

Laatst geautoriseerd : 16-04-2014

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie

Doel en doelgroep

Doelstelling

Deze richtlijn en de daarin gekoppelde modules zijn zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en/of consensus. Het is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering van zorgverleners die betrokken zijn bij patiënten met (een mogelijk) coloncarcinoom, rectumcarcinoom of colorectale lever- of longmetastase(n). De richtlijn en de daarin gekoppelde modules geven aanbevelingen over de diagnostiek, behandeling, nacontrole en nazorg en organisatie van zorg. De richtlijn en de daarin gekoppelde modules beogen hiermee de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren, het klinisch handelen meer te baseren op bewijs dan op ervaringen en meningen, de transparantie van keuze voor behandelingen te vergroten en de diversiteit van handelen door professionals te verminderen.

 

Doelpopulatie

Per jaar wordt het colorectaal carcinoom bij circa 13.000 nieuwe patiënten vastgesteld. Bij ongeveer 1 op de 3 patiënten van deze groep gaat het om een rectumcarcinoom. In Nederland staat het colorectaal carcinoom zowel bij mannen als bij vrouwen op de derde plaats van de oncologische aandoeningen qua incidentie. Bij mannen volgt het colorectaal carcinoom met 14% van het totaal aantal tumoren, na prostaatcarcinoom (22%) en huidkanker (exclusief basaalcelcarcinoom) (14%). Bij vrouwen staat deze aandoening met 13%, na mammacarcinoom (29%) en huidkanker (exclusief basaalcelcarcinoom) (15%) op de incidentielijst. Naar verwachting zal het aantal patiënten bij wie de diagnose colorectaal carcinoom gesteld wordt in 2020 gestegen zijn tot ongeveer 17.000, als gevolg van een licht stijgende incidentie (met name bij mannen), de bevolkingsgroei en de vergrijzing.

Het colorectaal carcinoom komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en negentig procent van de patiënten is 55 jaar of ouder. Meer informatie is te vinden op www.cijfersoverkanker.nl

 

Deze richtlijn en de daarin gekoppelde modules zijn van toepassing op alle volwassen patiënten met een (verdenking op) een primair colorectaal carcinoom als voor patiënten met (uitgebreid) gemetastaseerde ziekte. Er wordt extra aandacht besteedt aan de oudere patiënt. Voor volwassen patiënten met een verhoogd risico op erfelijke darmkanker is een aparte richtlijn beschikbaar.

 

Doelgroep

Deze richtlijn en de daarin gekoppelde modules zijn bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met een (gemetastaseerd) colorectaal carcinoom, zoals chirurgen, huisartsen, IKNL-consulenten, internisten, MDL-artsen, MDL-verpleegkundigen, klinisch genetici, paramedici, pathologen, radiologen, radiotherapeuten en verpleegkundig (specialist)en.

De complete richtlijn is gebruikt bij het ontwikkelen van een patiëntenvoorlichtingstekst vanuit de Nederlandse patiënten consumenten federatie (NPCF). Naast informatie over diagnostiek en behandeling geven we in deze richtlijn informatie over hoe de patiënt de verschillende ingrepen kan beleven.