CIN, AIS en VAIN

Initiatief: IKNL / NVOG Aantal modules: 64

Startpagina - CIN, AIS en VAIN

Waar gaat deze richtlijn over?

De richtlijn CIN, AIS en VAIN (Cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN), adenocarcinoom in situ (AIS) en vaginale intra-epitheliale neoplasie (VAIN)) geeft aanbevelingen op het gebied van de pathofysiologie, preventie, screening, diagnostiek, pathologie, behandeling, nacontrole en organisatie van zorg bij patiënten met (verdenking op) CIN. De richtlijn beoogt hiermee de kwaliteit van de zorgverlening te verbeteren, het klinisch handelen meer te baseren op wetenschappelijk bewijs dan op ervaringen en meningen, de transparantie te vergroten en de diversiteit van handelen door professionals te verminderen. Bij de besluitvorming is de professional zich ervan bewust dat keuzes altijd gemaakt worden in samenspraak met de patiënt (shared decision making). Het is van belang de patiënt goed te informeren over de verschillende opties en hem/haar te betrekken bij de besluitvorming omdat dit leidt tot een hogere patiënttevredenheid en betere uitkomsten van zorg.

De richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering van zorgverleners die betrokken zijn bij patiënten met (verdenking op) CIN. De richtlijn wordt tevens gebruikt bij het ontwikkelen van (digitaal) patiëntenvoorlichtingsmateriaal van de NVOG.

 

Deze richtlijn is in 2015 ontwikkeld en zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek of consensus. Er is in 2019 gestart met de actualisatie van 3 modules inclusief enkele subvragen op het gebied van:

  • Management van CIN2 incl. flowchart;
  • Behandeling CIN 2/3 met imiquimod;
  • Cervixscreening in immunogecompromitteerde patiënten.

Daarnaast wordt er tevens patiëntinformatie voor Thuisarts ontwikkeld.

 

Herziene modules/aanbevelingen

Module

Publicatiedatum

Follow-up: Module Management van CIN2 (herziene module)
Wat is de beste behandelstrategie voor vrouwen bij wie tijdens colposcopiegerichte biopten een CIN2 is vastgesteld?
De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

1. Wanneer dient een CIN2 behandeld te worden en wanneer kan worden afgewacht?

2. Indien voor een expectatief beleid wordt gekozen, wat is dan het follow-up-schema en welke onderzoeken moeten worden uitgevoerd?

3 september 2021

Behandeling: Behandeling CIN 2/3 met imiquimod (herziene module)
Welke plaats heeft medicamenteuze behandeling met imiquimod voor vrouwen met CIN2/3?

3 september 2021

Specifieke patiëntgroepen: Cervixscreening in immunogecompromitteerde patiënten (herziene module)
Is er binnen de groep immuungecompromitteerde vrouwen, een groep die vaker gescreend zou moeten
worden? En zo ja, met welke frequentie?

3 september 2021

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met een CIN, AIS of VAIN zoals gynaecologen, huisartsen, pathologen, medisch microbiologen en psychologen. De richtlijn kan door de doelgroep worden gebruikt voor klinische besluitvorming, beleidsbepaling en opstellen van zorgstandaarden.

 

Voor patiënten

De richtlijn beschrijft het ontstaan van baarmoederhals afwijkingen, hoe deze te voorkomen en als er toch een afwijking optreedt, hoe deze te behandelen.

Als het uitstrijkje bij de huisarts of het bevolkingsonderzoek een afwijkende uitslag heeft, wordt de patiënt doorverwezen naar een gynaecoloog in het ziekenhuis. Deze gynaecoloog doet verder onderzoek door met kleurstoffen en vergroting (colposcopie) naar de baarmoedermond te kijken en neemt eventueel een stukje weefsel (biopt) weg in de baarmoederhals. Dit weefsel wordt onderzocht en ingedeeld in een CIN-klasse. CIN betekent cervicale intra-epitheliale neoplasie en is een voorstadium van baarmoederhalskanker. Deze varieert van I (minimale afwijking) tot III (ernstige afwijkingen). Bij CIN II volgt soms, en bij CIN III volgt in principe altijd een behandeling. De behandeling kan bestaan uit het weghalen van het afwijkende weefsel, of behandeling met een vaginale crème gedurende 16 weken. De arts bespreekt met patiënte samen welke behandeling het meest geschikt is, en samen maken ze een behandelplan. Na behandeling (maar ook als er niet behandeld hoeft te worden) vinden er nog een aantal controle uitstrijkjes plaats, soms kan dit ook bij de huisarts plaatsvinden.

 

Er wordt op dit moment nog gewerkt aan de ontwikkeling van patiëntinformatie t.b.v. Thuisarts.nl en een consultkaart. Kijk ook voor patiëntinformatie op Kanker.nl.

Volgende:
Algemeen