Chronische posttraumatische anterieure schouderinstabiliteit

Initiatief: NOV Aantal modules: 11

Startpagina - Chronische posttraumatische anterieure schouderinstabiliteit

Publicatiedatum: 17-02-2026
Beoordeeld op geldigheid: 17-02-2026

Deze richtlijn valt onder het cluster Bovenste Extremiteiten.

 

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten die meer dan één keer hun schouder naar voren uit de kom hebben gehad (schouderinstabiliteit).

In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Anamnese en klinisch onderzoek
  • Beeldvorming middels MRI of CT
  • Meetmethoden om glenoïdaal en humeraal botverlies te bepalen op CT of MRI
  • Niet-operatieve behandeling
  • Operatieve behandeling bij verschillende typen schouderinstabiliteit
  • Immobilisatie bij de nabehandeling
  • Terugkeer naar functie en sport

De begrippen dislocatie en (sub)luxatie, worden vaak door elkaar gebruikt. In deze richtlijn wordt gekozen om de termen luxatie en subluxatie te gebruiken (Alkaduhimi, 2021). Laxiteit is een fysiologische term die verwijst naar flexibiliteit van weke delen wat kan leiden tot hypermobiliteit van het schoudergewricht.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de tweedelijns zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.

 

Voor patiënten

Instabiliteit van de schouder is een veelvoorkomende oorzaak van klachten in de schouderregio, zoals pijn en afname van kracht en (functionele) belastbaarheid. Tijdens de anamnese stelt de arts vragen over de klachten, bijvoorbeeld wanneer en hoe vaak de schouder uit de kom is gegaan en bij welke activiteit dit gebeurt. Daarna volgt een klinisch onderzoek, waarbij de arts de schouder onderzoekt op beweeglijkheid en stabiliteit. Soms is aanvullend beeldvormend onderzoek nodig, zoals een CT-scan of MRI-scan. Behandeling van schouderinstabiliteit kan zowel niet-operatief als operatief plaatsvinden. Na de behandeling volgt altijd een periode van nabehandeling, zoals revalidatie of oefentherapie, om goed te herstellen.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de orthopedie, heelkunde, radiologie, sportgeneeskunde en fysiotherapie. Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname aan de werkgroep van een vertegenwoordiger van de Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 17-02-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 17-02-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
Volgende:
Anamnese en klinisch onderzoek