Medicamenteuze behandeling secundaire metabole gevolgen van CNS

Laatst beoordeeld: 18-01-2018

De gevolgen van CNS met sterk verhoogd risico [zie risicotabel] (rode risicocategorie CNS) zijn veel omvangrijker dan bij de patiënten met CNS met mild (gele risicocategorie CNS) tot matig (oranje risicocategorie CNS) verhoogd risico. Niet alleen zijn de gevolgen wat betreft progressief verlies van nierfunctie en progressieve vaatschade in deze fase nog meer uitgesproken, ook treden nu meer complicaties op, die voornamelijk het gevolg zijn van het verlies aan nierfunctie (zie tabel 1). Zo zijn er verschillende metabole complicaties, zoals een gestoord fosfaatuitscheiding en een gestoord vitamine D metabolisme, waardoor secundaire hyperparathyreoïdie kan optreden en uiteindelijk renale osteodystrofie. Ook kan in deze fase een gestoorde aanmaak van erythropoietine optreden, waardoor zich renale anemie ontwikkelt. Vaak is er ook sprake van een gestoorde trombocytenfunctie. Gastro-intestinale klachten kunnen optreden. Met name een afgenomen eetlust is vaak in het spel die bijdraagt tot een (ongewenst) gewichtsverlies van de patiënt. Daarnaast kunnen er seksuele stoornissen en neurologische stoornissen optreden.

 

Tabel 1. Prevalentie van CNS complicaties per GFR categorie. Data verkregen uit observationele cohorten met CNS patiënten [Levin, 2007; Inker, 2011]

GFR categorie

G1

G2

G3a

G3b

G4/5

GFR (ml/min/1,73m2)

>90

90-60

60-45

45-30

<30

N

13.915

9407

1733

636

157

Anemie1

4%

4,7%

12,3%

22,7%

51,5%

25(OH) deficiëntie2

14,1%

9,1%

10,7%

27,2%

Acidose3

11,2%

8,4%

9,4%

18,1%

31,5%

Hyperfosfatemie4

7,2%

7,4%

9,2%

9,3%

23,0%

Hypoalbuminemie5

1,0%

1,3%

2,8%

9,0%

7,5%

Hyperparathyreoidie6

5,5%

9,4%

23,0%

44,0%

72,5%

1Gedefinieerd als hemoglobine <7,4 mmol/l voor vrouwen en <8,4 voor mannen; 2Gedefinieerd als <37 nmol/l; 3Gedefinieerd als <21 mmol/l; 4Gedefinieerd als ≥1,5 mmol/l ; 5Gedefinieerd als <35 g/l; 6Gedefinieerd als ≥7,4 pmol/l

 

Deze module is onderverdeeld in de volgende submodules:

  • Hyperparathyreoïdie bij CNS (NIV-module)
  • Verhoogd urinezuur bij CNS (NIV-module)
  • Renale anemie bij CNS (NIV-module)
  • Metabole acidose bij CNS (NIV-module)
  • Hyperkaliëmie bij CNS (NIV-module)

 

Referenties

  • Inker LA, Coresh J, Levey AS, Tonelli M, Muntner P. Estimated GFR, albuminuria, and complications of chronic kidney disease. J Am Soc Nephrol 2011;22:2322-31
  • Levin A, Bakris GL, Molitch M et al. Prevalence of abnormal serum vitamin D, PTH, calcium, and phosphorus in patients with chronic kidney disease: results of the study to evaluate early kidney disease. Kidney Int 2007;71:31-8.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 18-01-2018

Laatst geautoriseerd : 18-01-2018

De Nederlandse Federatie voor Nefrologie monitort de geldigheid van de aanbevelingen in deze modules. Indien nieuwe knelpunten of nieuwe evidence aanleiding zijn tot herziening van (delen van) deze modules, dan zal de NFN in overleg met de NIV hiertoe het initiatief nemen.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging

Algemene gegevens

De NIV-Modules zijn aanvullend op de multidisciplinaire richtlijn Chronische Nierschade. Voor verdere afbakening en verantwoording van de gevolgde procedures wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn Chronische Nierschade.

 

Deze richtlijn is ontwikkeld in samenwerking met:

  • Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NfN)
  • PROVA

 

De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd vanuit een projectbudget door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten.

Doel en doelgroep

De doelgroep van deze NIV-Modules zijn internisten-(nefrologen) en internisten in opleiding.

Samenstelling werkgroep

Aanvullend op de MDR Chronische Nierschade zijn 2e lijns knelpunten uitgewerkt door de drie internist-nefrologen uit de MDR werkgroep, te weten:

  • Dhr. dr. Marc Hemmelder, internist-nefroloog, Nefrovisie, Utrecht, namens de Nederlandse Internisten Vereniging en de Nederlandse Federatie voor Nefrologie – voorzitter
  • Dhr. prof. dr. Ron Gansevoort, internist-nefroloog, UMC Groningen, namens de Nederlandse Internisten Vereniging en de Nederlandse Federatie voor Nefrologie
  • Mw. dr. Neelke van der Weerd, internist-nefroloog, AMC, Amsterdam, namens de Nederlandse Internisten Vereniging en de Nederlandse Federatie voor Nefrologie

Zij zijn daarbij ondersteund door. Mw. drs. Mariska Tuut, epidemioloog, PROVA, Varsseveld, in  de rol van secretaris en methodoloog. Deze uitwerking heeft geresulteerd in 10 extra modules.

 

Bij het uitwerken van deze 2e lijns knelpunten is gebruik gemaakt van richtlijncommissie van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NfN) en van de voorbereidende werkzaamheden van een reeds bestaande NfN werkgroep Chronische Nierschade, te weten prof.dr P.M. ter Wee (voorzitter), internist-nefroloog, VUmc, Amsterdam; prof.dr R.T. Gansevoort (secretaris), internist-nefroloog, UMC Groningen; dr E.C. Hagen, internist-nefroloog, Meander MC, Amersfoort; prof dr H.A.H. Kaasjager, internist-nefroloog, vasculair-geneeskundige, UMC Utrecht; dr C.J.A.M. Konings, internist-nefroloog, Catharina ziekenhuis, Eindhoven. (lid kwaliteitscommissie NfN); dr M.B. Rookmaaker, internist-nefroloog, UMC, Utrecht. (lid kwaliteitscommissie NfN); dr P.L. Rensma, internist-nefroloog, St Elisabeth ziekenhuis, Tilburg; dr N.C. van de Weerd, internist-nefroloog, AMC, Amsterdam; prof.dr J.F.M. Wetzels internist-nefroloog, Radboudumc, Nijmegen.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

Gedurende het hele proces van richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met implementatie van de richtlijn in de praktijk, bijvoorbeeld bij de samenstelling van de werkgroep, de brede knelpunteninventarisatie en de uitgebreide commentaarronde. De werkgroep heeft adviezen voor implementatie (implementatieplan) en indicatoren geformuleerd. Deze zijn opgenomen onder de aanverwante producten.

 

Na autorisatie van de richtlijn wordt deze ten minste op de website van de Nederlandse Internisten Vereniging en het Nederlands Huisartsen Genootschap gepubliceerd. Ook andere deelnemende partijen zijn vrij de richtlijn op hun website te publiceren. De richtlijn wordt ter publicatie aangeboden aan www.richtlijnendatabase.nl. Daarnaast wordt getracht samenvattingen van de richtlijn in Nederlandse tijdschriften te publiceren, aandacht aan de richtlijn te besteden op congressen, en nascholingsmateriaal en voorlichtingsmateriaal te ontwikkelen, om zo de implementatie van de richtlijn te bevorderen.

 

Een voor patiënten begrijpelijke samenvatting van de aanbevelingen uit deze richtlijn komt beschikbaar via www.thuisarts.nl. Een verdieping daarvan komt beschikbaar via de website van de Nierstichting/Nederlandse Vereniging van Nierpatiënten.