Organisatie van zorg
Uitgangsvraag
Hoe kan de zorg rondom patiënten met chronische hoest geoptimaliseerd worden en wat zijn de minimale voorwaarden om dit te waarborgen?
Aanbeveling
Maak regionale afspraken tussen longartsen en huisartsen voor verwijzing en terugverwijzing. Organiseer binnen dit netwerk scholing over chronische hoest.
Richt een multidisciplinair netwerk in waarbinnen de zorg voor de patiënt met chronische hoest wordt gewaarborgd. Dit netwerk moet minimaal bestaan uit een longarts, een KNO-arts, een hoestlogopedist en een MDL-arts. Andere disciplines kunnen op afroep beschikbaar zijn. Start binnen dit netwerk een periodiek multidisciplinair overleg.
Geef middels scholing en stages bekendheid aan het bestaan van chronische hoest en de behandeling daarvan.
Overwegingen
1. Onbekendheid en onderdiagnostiek
Chronische hoest wordt vooral gezien als een symptoom bij een andere onderliggende aandoening. De laatste jaren neemt de aandacht, onder andere via de media, voor onverklaarde en/of refractaire chronische hoest toe. Toch is de bekendheid van chronische hoest als entiteit beperkt bij longartsen en andere zorgverleners.
In Nederland zijn er nog relatief weinig medisch specialisten met chronische hoest als aandachtsgebied. Tot het verschijnen van deze richtlijn, bestond er geen landelijk geprotocolleerde aanpak om chronische hoest te analyseren en te behandelen. Hierdoor is er tot op heden zowel over- als onderdiagnostiek gedaan. Ook is er vertraging in behandeling ontstaan voor patiënten die niet tijdig bij de juiste zorgverlener zijn beland.
Voor de eerste lijn bestaat er een richtlijn acute hoest, welke vooral gericht is op hoest veroorzaakt door luchtweginfecties. Er zal vanuit de longgeneeskunde een inspanning geleverd moeten worden om de entiteit chronische hoest in de eerste lijn onder de aandacht te brengen.
2. Regionale werkafspraken maken
Idealiter is er in elk ziekenhuis een longarts met als expertise chronische hoest. Om de zorg rondom de patiënt met chronisch hoest te optimaliseren is het inrichten van twee netwerken van belang:
- Regionale werkafspraken, waarbinnen eenvoudig en laagdrempelig patiënten verwezen kunnen worden tussen de eerste en tweede lijn, waarbij de lokale contacten ook gebruikt dienen te worden voor kennisoverdracht en overleg.
- Multidisciplinair netwerk van behandelaars, waarbinnen volgens de vigerende richtlijnen wordt gewerkt met een vaste en duidelijk structuur van doorverwijzing.
Het regionale netwerk zou minimaal moeten bestaan uit een longarts, hoestlogopedist, KNO-arts en MDL-arts. Tevens adviseren we het opstarten van een periodiek multidisciplinair overleg.
Ter overweging is vanuit patiëntvriendelijkheid deze zorg te organiseren als “hoest-straatje” òf “one-stop-shop”. Patiënten reizen namelijk regelmatig ver voor deze specifieke zorg.
Daarnaast kan altijd worden doorverwezen naar een van de hoestpoli’s/hoestklinieken in het land.
3. Andere randvoorwaarden
- Scholing en expertise bij longartsen en logopedisten op het gebied van chronische hoest.
- Kennis hebben van landelijke hoeststages (nascholing, bijscholing).
- Chronische hoest moet een vaste plek hebben in het curriculum van de opleiding tot longarts.
- Ontwikkeling van een DLO (digitale leer omgeving).
- Invoering van de ICD-10 code voor chronische hoest (R05.3) in Nederland. Dit zal leiden tot meer bekendheid, een beter inzicht in epidemiologie en een beter zorgproduct (DBC). Dit is inmiddels in gang gezet bij het Zorginstituut.
Onderbouwing
Chronische hoest kent een prevalentie van ongeveer 10% in de Nederlandse volwassen populatie. Het percentage patiënten dat doorverwezen wordt naar de tweede lijn ligt veel lager. Uit onderzoek vanuit het Isala ziekenhuis blijkt dat het lang kan duren voordat een patiënt naar de longarts verwezen wordt. De mediane tijd tussen ontstaan van de hoest en het eerste bezoek bedroeg 8,5 jaar, en bij 40% van de mensen duurde dit zelfs langer dan 10 jaar (artikel gesubmit).
Deze lange periode kan leiden tot een cumulatief grote afname van de kwaliteit van leven en toename van ziektelast. In deze module worden aanbevelingen gedaan om de zorg rondom patiënten met chronische hoest te optimaliseren en wat daarbij de minimale voorwaarden zijn om dit te waarborgen.
De hierna benoemde overwegingen zijn opgesteld op basis van de expertise van de leden van binnen de richtlijncommissie.
- <p align="left">Thomas, E., van der Windt, D. A. W. M., Hay, E. M., Smidt, N., Dziedzic, K., Bouter, L. M., & Croft, P. R. (2005). Two pragmatic trials of treatment for shoulder disorders in primary care: generalisability, course, and prognostic indicators. Annals of the rheumatic diseases, 64(7), 1056-1061.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 08-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 08-06-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).
De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van deze richtlijn is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg rondom chronische hoest bij volwassen patiënten. De richtlijn is gelijktijdig ontwikkeld met de richtlijn Hoesten in de palliatieve fase voor volwassenen.
Werkgroep
- Dr. J.W.K. (Jan Willem) van den Berg (NVALT), longarts, voorzitter werkgroep
- Drs. E.J. (Eva) Japenga (NVALT), longarts
- Dr. J. (José) de Kluijver (NVALT), longarts
- Dr. M. (Martijn) Goosens (NVALT), longarts
- Dr. A.J. (Arent Jan) Michels (NVALT), longarts
- Dr. D.A. (Derrek) Heuveling (NVKNO), KNO-arts
- Dr. E.M.J.M. (Emke) van den Broek (NVKNO), KNO-arts
- Dr. H.W.M. (Marleen) van Casteren (Verenso), specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg
- Dr. N.J.J. (Eline) Neels (NHG), huisarts
- Dr. F.Y.F.L. (Filip) de Vos (NIV), Internist-oncoloog en kaderarts palliatieve zorg
Klankbordgroep
- Dr. E. (Ellen) Ricke, Longfonds, Sr. Beleidsadviseur
- Dr. L.R. (Laura) de Baaij (NVMDL), maag-darm-lever arts
- Dr. B.D.L. (Lidewij) Broekhuizen (NHG), huisarts
- H. (Heleen) van Woudenberg (NVLF), stem- en hoestlogopedist
- M. (Marjolein) Frelier (NVLF), stem- en hoestlogopedist
Met ondersteuning van
- Dhr. H. (Hans) Ket, Literatuurspecialist, Maatschap Van Dusseldorp, Delavux & Ket
- Dr. A.C. (Anniek) van Westing, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. J.C. (José) Maas, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Drs. P.G. (Phylisha) Bloemen - van Heemskerken, Junior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. N.L. (Nikita) van der Zwaluw, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, tot september 2025
- Dr. M.S. (Matthijs) Ruiter, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, vanaf september 2025
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Tabel Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke Financiële Belangen |
Persoonlijke Relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intell. belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Actie |
|
Arent Jan Michels |
Longarts vrij gevestigd |
Voorzitter MSB Anna ziekenhuis (onkostenvergoeding) |
geen vast dienstverband; |
Geen |
Geen |
Hoestpolikliniek |
Geen |
31-12-2024 |
Geen restricties |
|
Derrek Heuveling |
Lid, NVKNO |
Lid standpuntnota benigne speekselklierpathologie. NVKNO. |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
11-05-2024 |
Geen restricties |
|
Eline Neels |
* Huisarts, praktijkhouder |
* Medisch coördinator Hospice Clarahotje (betaald) |
- |
Nee |
- |
- |
- |
5-05-2024 |
Geen restricties |
|
Emke van den Broek |
UMC Utrecht |
Cluster laryngologie en kerngroep laryngologie |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Zie boven gedeeld belang wv kno |
Niet van toepassing |
26-03-2024 |
Geen restricties |
|
Eva Japenga |
Longarts |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Eenmalige bijeenkomst MSD-adviesraad Gefapixant (12-4-23) |
26-01-2024 |
Geen restricties |
|
Jan Willem van den Berg (voorzitter) |
longarts, |
Geen |
Geen |
Geen |
Ja:
Participatie BUS-P3-01 CALM-1-studie, GSK, P2X3 remmer |
Hoestpoli; national lead Neurocough CRC ERS |
Dienstverlening (adviesraad, spreker etc.) |
16-01-2024 |
Geen restricties. Onderwerpen van extern gefinancierd onderzoek komen niet terug in de uitgangsvragen. |
|
José de Kluijver |
Longarts |
Hoofdredactieraad NTvAAKI (onbetaald) – eind 2025 gestaakt |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Hoestpoli Reinier de Graaf Ziekenhuis |
Niet van toepassing |
5-01-2024 |
Geen restricties |
|
Marleen van Casteren |
Specialist ouderengeneeskunde bij St. Kalorama, betaald voor 0,8 FTE |
Palliatief consulent bij PZNL voor ongeveer 1 uur per week |
Geen |
Geen |
PALSED studie: |
Geen |
Geen |
28-02-2024 |
Geen restricties |
|
Martijn Goosens |
longarts |
Principal investigator meerdere trials, waaronder momenteel 1x studie chronische hoest met een P2X3-receptor antagonist. |
Geen actuele belangen |
Neen |
BUS-P3-01 CALM-1-studie: |
geen |
geen |
3-03-2024 |
Restricties op besluitvorming over P2X3-receptor antagonist. |
|
Filip de Vos |
Internist-oncoloog en kaderarts palliatieve zorg |
Geen |
Geen |
Geen |
Ja: |
Nee |
BMS Advisory Board; Faculty member ESMO CNS tumors; Quality of Care commission Dutch Society of Medical Oncology; |
20-12-2023 |
Geen restricties. Extern gefinancierd onderzoek buiten bestek van de richtlijn. |
|
Klankbordgroep |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ellen Ricke (tot 2025) |
Sr beleidsadviseur bij Longfonds |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
29-01-2024 |
Geen restricties |
|
Pascale Lubbers |
Beleidsadviseur Longfonds |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
21-05-2025 |
|
|
Laura de Baaij |
Maag-darm-leverarts, Reinier de Graaf Gasthuis |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
24-10-2024 |
Geen restricties |
|
Lidewij Broekhuizen |
Huisarts/praktijkhouder in |
Kaderarts astma COPD |
Geen |
Geen |
Nee |
Commissielid van de NHG-standaard COPD en Astma voor Volwassenen |
Geen |
22-08-2024 |
Geen restricties |
|
Heleen van Woudenberg |
Logopedie Voorburg - eigen praktijk |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
29-01-2025 |
Geen restricties |
|
Marjolein Frelier |
Logopedist |
gastlessen op scholen/opleidingen incidenteel |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
04-02-2025 |
Geen restricties |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afvaardiging van de Longfonds in de klankbordgroep en het uitnodigen van het Longfonds en de Patiëntenfederatie voor de knelpunteninventarisatie. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan het Longfonds en de Patiëntenfederatie en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Organisatie van zorg |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.