Uitgangsvraag

Welk postoperatief beleid dient in de tijd (dus wanneer) door welke professional (dus wie) op welke wijze (dus hoe) toegepast te worden bij een patiënt die een cataractoperatie heeft ondergaan?

Aanbeveling

De postoperatieve controle op de eerste dag kan zowel in de instelling als telefonisch uitgevoerd worden door de oogarts of een ervaren medewerker onder supervisie van de oogarts, mits de patiënt op een eenvoudige manier toegang heeft tot advies en behandeling.

 

De laatste controle moet binnen dezelfde instelling plaatsvinden door een oogarts of een ervaren medewerker onder supervisie van de oogarts.

 

De oogarts bepaalt het postoperatieve druppelbeleid. Er is geen voorkeur voor een specifieke medicatie keuze aan te geven.

Inleiding

Cataractchirurgie is de meest toegepaste oogheelkundige operatie. Mede door de toenemende vergrijzing zien we jaarlijks een toenemend aantal cataractoperaties verricht worden. Welke controles dienen te worden verricht en door wie? Het geven van de juiste informatie aan de patiënt, het voorschrijven van noodzakelijke oogheelkundige pharmaca en het (tijdig) beoordelen en behandelen van co-morbiditeit is namelijk van cruciaal belang voor een succesvolle operatie. Welke oogdruppels dienen te worden voorgeschreven en hoe lang? Kan worden volstaan met steroïden, of zijn NSAIDs en antibiotica even noodzakelijk ter preventie en/of behandeling van postoperatieve ontsteking, infectie en cystoid macula oedeem? De belangrijkste uitkomstmaten zijn: cellen voorste oogkamer, Tyndall voorste oogkamer, macula oedeem en de oogdruk.

Deelvragen waarop een antwoord gezocht wordt, zijn:

  1. welke controles dienen door welke professional bij patiënt die een Cataractoperatie heeft ondergaan postoperatief uitgevoerd te worden?
  2. welke instructies (druppel en gedrag) dienen postoperatief gegeven worden door welke professional aan patiënt die een Cataractoperatie heeft ondergaan?
  3. welk medicatiebeleid dient bij patiënt na een Cataract postoperatief uitgevoerd te worden?

Conclusies

Corticosteroïden

Niveau 2

Er zijn aanwijzingen dat het postoperatief toedienen van de corticosteroiden prednisolone, rimexolone, betamethasone en triamcinolone (via injectie) een vergelijkbaar positief effect hebben op de cellen voorste oogkamer, Tyndall voorste oogkamer en oogdruk.

 

B: Karalezli 2008, Yayali 2004, Negi 2006, Novitol 2004

 

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat een corticosteroid gecombineerd met een antibioticum (dexamethasone 1 mg/mL met tobramycin 3 mg/ml) ten opzichte van alleen een antibioticum (tobramycin) positief effect heeft op de cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer.

 

B: Novitol 2004

 

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is tussen het gecombineerd of apart toedienen van dexamethosone 0.1% en moxifloxacin 0.5% op de cellen voorste oogkamer en de oogdruk.

 

B: Freitas 2007

 

NSAIDs

Niveau 2

Het is aannemelijk dat het toedienen van een NSAID (nepafenac of ketorolac thromethamine) postoperatief geen aanvullend effect heeft op de oogdruk, cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer bij het gelijktijdig toedienen van een combinatie van een corticosteriod en antibioticum.

 

B: Mathys 2010, Chatzirally 2011

 

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in effectiviteit tussen diclofenac (met of zonder conserveermiddel) en ketorolac thromethamine op de oogdruk, gemiddelde foveale dikte en Tyndall voorste oogkamer.

 

B: Maca 2010

 

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat er geen verschil is in effectiviteit tussen diclofenac en 0,2% sodium naproxen op de cellen voorste oogkamer, Tyndall voorste oogkamer of de oogdruk.

 

B: Russo 2005

 

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat bromfenac in vergelijking met betamethasone bij diabetes patiënten een vergelijkbaar positief effect heeft op Tyndall voorste oogkamer, oogdruk of gemiddelde perifoveale dikte.

 

B: Endo 2010

 


Oogdrukverlagende middelen

Niveau 2

Het is aannemelijk dat het postoperatief toedienen van oogdrukverlagende middelen (Brinzolamide 1% of Acetozalamide) de oogdruk verlaagt.

 

B: Kir 2008, Dayanir 2005

Samenvatting literatuur

Er werden geen studies gevonden die ingaan op de vraag wie de controles zou moeten uitvoeren. Alleen Saeed et al. (2007) keek naar het tijdstip van de controles na een cataractoperatie.

 

De overige 14 geselecteerde RCTs gingen over het postoperatieve medicatie (oogdruppels of injectie). Het poolen van deze studies was niet mogelijk vanwege verschillen in eindpunt follow-up (18-24 uur tot 90 dagen na de operatie), toegediende hoeveelheid en methodes om de uitkomstmaten te meten. De cellen en Tyndall voorste oogkamer werden op diverse manieren gegradeerd. Daarnaast varieerden de inclusie en exclusiecriteriamet betrekking tot de patiënten tussen de studies. Ook verschilde de medicatie (soort en dosering) van de interventie en controlegroepen tussen de verschillende studies. Twee studies keken bijvoorbeeld allebei naar het effect van betamethasone sodium, maar één studie vergeleek het met bromfenac sodium, terwijl de andere studie het vergeleek met een injectie van triamcinilone. Er zijn geen studies gevonden waarbij een medicatie werd vergeleken met geen medicatie.

 

Tijdstip van de controles

Vanuit de systematische literatuursearch zijn geen relevante studies naar voren gekomen.

 

Postoperatieve medicatie

  1. Corticosteroïden

Zes studies hebben gekeken naar het effect van corticosteroiden op de oogdruk, anterior chamber cells en flare. De onderzochte corticosteroiden zijn: prednisolone 1%, rimexolone 1%, dexamethasone 0,1% / 1mg/ml, betamethasone sodium of triamcinolone.

 

  • Prednisolone 1%

Karalezli et al. (2008) en Yayali et al (2004) hebben gekeken naar het effect van prednisolone 1%. Beide studies vergeleken dit met een andere corticosteroid, namelijk triamcinolone (Karalezli, 2008) of rimexolone 1% (Yayali, 2004). Beide studies vonden geen significant verschil tussen het effect van prednisolone 1% in vergelijking met de controle op anterior chamber cell, flare of oogdruk. De oogdruk bij Karalezli et al. (2008) was bij de presnisolone 1% 14,86 mmHg (i.p.v. 14,9 mmHg bij de triamcinolone) na 30 dagen. Bij Yayali et al. (2004) was de oogdruk 10,8 mmHg (in plaats van. 11,2 mmHg bij de rimexolone 1%) na 15 dagen. Bij de cellen voorste oogkamer waren er bij beide studies minder dan vijf cellen zichtbaar in de interventie en controle groep en was er geen Tyndall voorste oogkamer zichtbaar.

Gayton et al. (2005) vergeleek het effect twee verschillende soorten van prednisolone 1% preparaten (Econopred Plus 1% en Pred Forte 1%) op cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer. Er werd geen significant verschil gevonden. Bij de cellen voorste oogkamer scoorde de interventie en de controle groep minder dan zes cellen. Bij de Tyndall voorste oogkamer was het Tyndall effect nauwelijks zichtbaar.

 

  • Rimexolone 1%

Yayali et al. (2004) keken naar het effect van rimexolone 1% op de oogdruk, cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer in vergelijking met prednisolone 1%. Er werden geen significante verschillen gevonden. Bij Yayali et al. (2004) was de oogdruk 11,2 mmHg (i.p.v. 10,8 mmHg bij de prednisolone) na 15 dagen.

 

  • Dexamethasone 0,1% / 1mg/mL

Novitol* et al. (2004) keken naar het effect van dexamethasone 1 mg/mL gecombineerd met tobramycin 3 mg/ml op cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer in vergelijking met alleen tobramycin. Er werd een significant effect gevonden bij de cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer. Dexamethasone gecombineerd met tobramycin scoorde 0,18 t.o.v. 0,75 bij de controlegroep met alleen tobramycin (0= < 5 cellen, 1= 5-10 cellen). Bij de Tyndall voorste oogkamer scoorde dexamethosone gecombineerd met tobramycin 0,12 t.o.v. 0,50 bij de controlegroep (0= none to trace, 1= mild clearly visible).

Freitas et al. (2007) hebben gekeken naar het effect van het gecombineerd of apart toedienen van dexamethosone 0,1% en moxifloxacin 0,5% op de cellen voorste oogkamer en de oogdruk. Hier bleek geen significant verschil tussen te zijn.

 

  • Betamethasone sodium

Negi et al. (2006) en Endo et al. (2010) keken naar het effect van betamethasone sodium op Tyndall voorste oogkamer, oogdruk en gemiddelde perifoveale dikte (alleen Endo, 2010). Endo et al. (2010) vergeleken dit met bromfenac sodium. Deze studie keek verder specifiek naar diabetespatiënten. Negi et al. (2006) vergeleken dit met een injectie van triamcinolone. Bij beide studies werden geen significante verschillen gerapporteerd.

 

  • Triamcinolone (injectie)

Karalezli et al. (2008) en Negi et al. (2006) hebben gekeken naar het effect van een injectie van triancinolone acetonie van 20 of 30 mg op de oogdruk, cystoid macula oedeem (alleen Negi, 2006), cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer (alleen Karalezli, 2008). Beide studies vergeleken dit met een andere corticosteroid, namelijk prednisolone 1% (Karalezli, 2008) of een combinatie van betamethasone sodium phoshate en bethnesol. Er werden geen significante effecten gevonden.

 

2. NSAIDs

Zes studies hebben gekeken naar het effect van NSAIDs op de oogdruk, anterior chamber cell en flare. De onderzochte NSAIDS zijn: ketorolac tromethamine 0,5%, diclofenac 0,1%, bromfenac sodium en nepafenac 0,1%.

a)      Ketorolac tromethamine 0,5%

Maca et al. (2010) en Chatziralli et al. (2011) onderzochte het effect van ketorolac tromethamine 0,5% op de oogdruk, de cellen voorste oogkamer en Tyndall voorste oogkamer. Maca et al. (2010) vergeleek dit met diclofenac (met of zonder conserveermiddel). Chatziralli et al. (2011) vergeleek een combinatie van dexamethasone en tobramycin met of zonder ketorolac tromethamine. De twee studies rapporteerden allebei geen significante verschillen.

b)      Diclofenac 0,1%
Maca et al. (2010), Russo et al. (2005) en Bodaghi (2005) hebben gekeken naar het effect van diclofenac. Bodaghi (2005) en Maca (2010) keken naar de verschillen tussen diclofenac 0,1% met of zonder conserveermiddel. Hier bleek geen significant verschil tussen te zitten wat betreft de oogdruk (alleen Maca, 2010), gemiddelde foveale dikte of Tyndall voorste oogkamer.

Russo et al. (2005) vergeleek diclofenac met 0,2% sodium naproxen, maar vond geen significant verschil bij cellen voorste oogkamer of de oogdruk.

c)       Bromfenac sodium

Endo et al. (2010) keek naar het effect van bromfenac in vergelijking met betamethasone bij diabetes patiënten. Zij rapporteerden geen significant verschil in Tyndall voorste oogkamer, oogdruk of gemiddelde perifoveale dikte.

d)      Nepafenac 0,1%

Mathys et al. (2010) keek naar het effect van nepafenac 0,1% in vergelijking met een niet nader genoemde combinatie van steroïden en antibiotica. Zij vonden geen significant verschil m.b.t. % verandering in centrale macula dikte (µm), macula volume (mm3) of foveale dikte (µm).

 

3. Oogdrukverlagende middelen

Twee studies hebben gekeken naar het effect van oogdrukverlagende middelen (carbonanhydraseremmer), namelijk brinzolamide 1% en Acetozalamide 250 mg.

a)      Brinzolamide 1%

Kir et al. (2008) en Dayanir et al. (2005) hebben gekeken naar het effect van Brinzolamide 1% op de oogdruk. Kir et al. (2008) keek twee verschillende doses van brinzolamide 1% in combinatie en vergelijking met niet nader gespecifieerde steroiden en antibiotica. Er was een significante lagere oogdruk bij het gebruik van twee druppels Brinzolamide 1%. De eerste druppel werd toegediend vlak na de operatie en de tweede druppel 12 uur postoperatief.

Dayanir et al. (2005) vonden een significante verlaging van de oogdruk bij gebruik van Brinzolamide 1% of Acetozalamide 250 mg in vergelijking met geen oculaire hypotensieve medicatie. De medicatie werd iedere zes uur (Acetozalamide) of iedere 12 uur (Brinzolamide) gegeven tot de oogdruk lager was dan 21 mmHg.

Zoeken en selecteren

In de databases Medline, Embase en Cochrane is met relevante zoektermen gezocht vanaf 2004 naar beleid na cataractoperatie. De zoekstrategie is weergegeven in de tabel hieronder. De literatuurzoekactie leverde 86 treffers op. Studies die voldeden aan de volgende selectiecriteria zijn opgenomen in de samenvatting van de literatuur: origineel onderzoek; gerandomiseerd onderzoek (RCT) of ander vergelijkend onderzoek van voldoende omvang; vergelijking van verschillende medicatie; en cellen voorste oogkamer, Tyndall voorste oogkamer, macula oedeem, oogdruk of tijdstip controle als uitkomstmaten.

Referenties

  1. Bodaghi, B., Weber, M.E., Arnoux, Y.V., Jaulerry, S.D., Le Hoang, P., & Colin, C. (2005). Comparison of the efficacy and safety of two formulations of diclofenac sodium 0.1% eyedrops in controlling postoperative inflammation after cataract surgery.. Eur J Ophthalmol, 15, 702-11.
  2. Chatziralli, I.P., Leonidas, P., & Sergentanis, T.N. (2011). Ketorolac plus tobramycin/dezamethasone versus tobramycin/dexamethasone after eventful phacoemulsification surgery: A randomized controlled trial. Ophthalmalogica, 225, 89-94.
  3. Congdon, N.G., Schein, O.D., von Kulajta, P., Lubomski, L. H., Gilbert, D., & Katz, J. (2001). Corneal complications associated with topical ophthalmic use of nonsteroidal antiinflammatory drugs. J Cataract Refract Surg, 27, 622-31.
  4. Dayanir, V., Özcura, F., Kir, E., & Topaloglu, A. (2005). Medical control of intraocular pressure after phacoemulsification. Journal of Cataract & Refractive Surgery, 31, 484-8.
  5. Endo, N., Kato, S., Haruyama, K., Shoji, M., & Kitano, S. (2010). Efficacy of bromfenac sodium ophthalmic solution in preventing cystoid macula oedema after cataract surgery in patiënts with diabetes. Acta Opthalmologica, 88, 896-900.
  6. Freitas, L.L., Soriano, E., Muccioli, C., Höfling-Lima, A.L., & Belfort, R. (2007). Efficacy and tolerability of a combined moxifloxacin/dexamethasone formulation for topical prophylaxis and reduction of inflammation in phacoemulsification: a comparative, double masked clinical trial. Current Medical Research & Opinion, 23, 3123-30.
  7. Gayton, J.L. (2005). A clinical comparison of two different prenisolone acetate formulations in patiënts undergoing cataract surgery. Current Medical Research & Opinion, 21, 1291-5.
  8. Karalezli, A., Borozan, M., & Akova, Y.A. (2008). Intracameral triamcinolone acetonide to control postoperative inflammation following cataract surgery with phacoemulsification. Acta ophthalmologica, 86, 183-7.
  9. Kir, E., Cakmak, H., & Dayanir, V. (2008). Medical control of intraocular pressure with brinzolamide 1% after phacoemulsification. Canadian Journal of Ophthalmology, 43, 559-62.
  10. Lin, J.C., Rapuano, C.J., Laibson, P.R., Eagle, R. C., & Cohen, E. J. (2000). Corneal melting associated with use of topical nonsteroidal anti-inflammatory drugs after ocular surgery. Arch Ophthalmol, 118, 1129-32.
  11. Maca, S.M., Amon, M., Findl, O., Kahraman, G., & Barisani-Asenbauer, T. (2010). Efficacy and tolerability of preservative-free and preserved diclofenac and preserved ketorolac eyedrops after cataract surgery. Am J Ophtalmol, 149, 777-84.
  12. Mathys, K.C., & Cohen, K.L. (2010). Impact of nepafenac 0.1% on macular thickness and postoperative visual acuity after cataract surgery in patiënts at low risk for cystoids macular oedema.. Eye, 24, 90-6.
  13. Negi, A.K., Browning, A.C., & Vernon, S.A. (2006). Single perioperative triamcinolone injection versus standard postoperative steroid drops after uneventful phacoemulsification surgery: randomized controlled trial. Journal of Cataract & refractive Surgery, 32, 468-74.
  14. Novitol, R., Amin, D. Whitling, A., Kennedy, M., Cockrum, P.C.,& International TobraDex Study Group. (2004). Prophylactic effectiveness of tobramycin-dexamethasone eye drops compared with tobramycin/vehicle eye drops in controlling post-surgical inflammation in cataract patiënts: prospective, randomized, double-masked, two-arm, parallel-group, placebo-controlled. Clin Drug Invest, 24, 523-33.
  15. Rossetti, L., Chaudhuri, J., & Dickersin, K. (1998). Medical prophylaxis and treatment of cystoid macular edema after cataract surgery. The results of a meta-analysis.. Ophthalmology, 105, 397-405.
  16. Russo, P., Papa, V., Di Bella, A., Pabst, G., Milazzo, G., Balestrazzi, A., & Caporossi, A. (2005). Topical nonsteriodal anti-inflammatory drugs in uncomplicated cataract surgery: effect of sodium naproxen. Eur J Ophthalmol, 15, 598-606.
  17. Saeed, A., Guerin, M., Khan, I., Keane, P., Stack, J., Hayes, P.,… Beatty, S. (2007). Deferral of first review after uneventful phacoemulsification cataract surgery until 2 weeks: randomized controlled study. Journal of Cataract & Refractive surgery, 33, 1591-6.
  18. Van Vliet, E.J., Reus, N.J., Sermeus, W., Vissers, J.H.M., Sol, J.C.A. & Lemij, H.G. (2011). Patiënts’ experiences and preferences with co-managed care in a cataract pathway. Br J Ophthalmol, 94, 1363-1368.
  19. Yaylali, V., Özbay, D., Tatlipinar, S., Yildirim, C., & Özden, S. (2004). Efficacy and safety of rimexolone 1% versus prednisolone acetate 1% in the control of postoperative inflammation following phacoemulsification cataract surgery. Int Ophthalmol, 25, 65-8.

Evidence tabellen

Study reference

Study characteristics

Patiënt characteristics

Intervention (I)

Comparison / control (C)

 

Follow-up

Outcome measures and effect size

Level of evidence

Bodaghi, 2005

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

France

 

Source of funding:

Not reported

Inclusion criteria:

-≥50 year

-Senile or pre-senile uncomplicated cataract who were scheduled to undergo cataract surgery

 

Exclusion criteria:

-combined surgery

-best-corrected visual acuity (VA) <1/10

-pupillary dilatation <6 mm

-intraocular pressure > 22 mm Hg

-inflammatory ocular disease

-exfoliative syndrome

-pigmentary dispersion syndrome

-corneal disease

-ocular trauma, infection, inflammation, surgery and/or laser treatment in the last 3 months

-surgical complication in the contralateral eye

-dry eye syndrome and/or break-up tine (BUT < 10 seconds

-systemic corticoids, immunosuppressants or NSAIDs before surgery and/or during the study

-topical ocular treatments other than the study drugs

-contact lenses

-perioperative intracamerular or subconjunctival injection

 

N=194 (ITT)

 

Intervention group:

N=96 (ITT)

Mean age ± SD: not reported

Sex: % M / % F not reported

 

Other important characteristics:

...

 

Control group:

N= 98 (ITT)

Mean age ± SD: not reported

Sex: % M / % F not reported

 

Other important characteristics:

...

 

Groups comparable at baseline in age and sex

Diclofenac sodium 0.1% eyedrops without preservative

 

 

Preoperative:

-diclofenac sodium 0.1% eyedrops without preservative,

one drop, two times (-1 H, -30 min) in the eye to be operated, during the hour preceding surgery

 

Surgery:

-Phacoemulsification with foldable intraocular lens

-diclofenac sodium 0.1% eyedrops without preservative, one drop at the end of surgery

-gentamicin eyedrops, one drop at the end of surgery, 5 min after the study product instillation

 

Postoperative:

-diclofenac sodium 0.1% eyedrops without preservative, two times during 3 hours after surgery and finally one drop, three times per day, in the operated eye from day 1 to day 28 ±3 days

-gentamicin eyedrops, one drop four times per day from day 0 to day 7 (antibiotic)

 

Diclofenac sodium 0.1% thiomersal-preserved eyedrops

 

 

Preoperative:

-diclofenac sodium 0.1% thiomersal-preserved eyedrops, one drop, two times (-1 H, -30 min) in the eye to be operated, during the hour preceding surgery

 

Surgery:

-Phacoemulsification with foldable intraocular lens

-diclofenac sodium 0.1% thiomersal-preserved eyedrops, one drop at the end of surgery

-gentamicin eyedrops, one drop at the end of surgery, 5 min after the study product instillation

 

Postoperative:

-diclofenac sodium 0.1% thiomersal-preserved eyedrops, two times during 3 hours after surgery and finally one drop, three times per day, in the operated eye from day 1 to day 28 ±3 days

-gentamicin eyedrops, one drop four times per day from day 0 to day 7

 

Endpoint of follow-up:

28 days ± 3 days after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

13 patiënts

 

Intervention group:

N (%):7/96 (7.3%)

 

Control group:

N (%): 6/98 (6.1%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

-adverse events (4 in intervention, 3 in control)

-treatment failures like severe anterior chamber inflammations(1 in intervention, 3 in control)

-other reasons (2 in intervention

 

Significant differences between groups?

Anterior chamber cells and flare (PP):

I: 0.08 ± 0.36

C: 0.05 ± 0.22

[-0.07; 0.13]95 parametric

[0; 0]95 non-parametric

 

 

 

B

Two different groups: intention-to-treat (ITT) and per protocol(PP).

 

Many variables reported no 95% CI and the p-value was available (subjective ocular symptoms, superficial punctuate keratitis, eye pain, conjunctivitis, dry eye, tearing, delay of the epithelial healing of traumatic perioperative ulceration)

Chatziralli, 2011

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Greece

 

Source of funding:

Not reported

Inclusion criteria:

-not reported

 

Exclusion criteria:

-history of intraocular surgery on the eye to be operated

-any previous episode of uveitis in the eye to be operated

-severe systemic disease

-regular, systemic use of steroid or NSAID during the last 3 months

 

N=145

 

Intervention group:

N=70

Mean age 74.3±7.3 SD:

Sex: 43 % M / 57 % F

 

Other important characteristics:

 ...

 

Control group:

N=68

Mean age 74.0±7.6 SD:

Sex:40 % M /60 % F

 

Other important characteristics:

....

 

Groups comparable at baseline?

....No statistical comparison of both groups was made

 

Use of ketorolac tromethamine 0.5% (NSAID) postoperative for 28 days

 

Preoperative:

-ketorolac tromethamine 0.5% (1 drop x 3) and trobramycin 0.3% (1 drop x 5) 3 days before surgery

-half a tablet of acetazolamide 250 mg the night before surgery and on the morning before surgery

- the pupil was dilated with tropicamide 0.5% and phenylephrine hydrochloride 5% drops every 10 min for 30 min before surgery

 

Surgery:

-Uneventful phacoemulsification

 

Postoperative:

-tobramycin 0.3%-dexamethasone 0.1% (Tobradex), 1 drop 4 times per day plus ketorolac tromethamine 0.5%, 1 drop 3 times per day for 28 days

 

 

 

 

 

Preoperatively:

See intervention

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Surgery:

See intervention

 

 

Postoperative:

-tobramycin 0.3%-dexamethasone 0.1% (Tobradex), 1 drop 4 times per day for 28 days

 

Endpoint of follow-up:

28 days after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

7 patiënts

 

Intervention group:

N (%): 3/73 (4.11%)

 

Control group:

N (%):4/72 (5.55%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

....

 

Significant differences between groups?

...

Outcome measures and effect size:

 

Presence of corneal edema:

I: 1/70 (1,43%)

C:0/68 (0%)

p>0.99

 

Presence of anterior chamber (Tyndall reaction)

I: 1/70 (1.43%)

C: 0/68 (0%)

p>0.99

 

 

B

Four weeks appeared as an adequate treatment interval

Dayanir, 2005

Type of study:

RCT

 

Setting:

 

Country:

Turkey

 

Source of funding:

Inclusion criteria:

-the presence of cataract that was suitable for topical phacoemulsification

-IOP of 21 mm Hg or lower on the day of surgery

 

Exclusion criteria:

-history of glaucoma or intraocular surgery

-a known allergy to carbonic anhydrase inhibitors

-a corneal scar

-IOP higher than 22 mm Hg the day before surgery

 

N=60

 

Intervention group 1:

N=20

Mean age ± SD: 69 ± 13

Sex: 60% M /40 % F

 

Intervention group 2:

N=20

Mean age ± SD: 70 ± 7

Sex:60 % M /40 % F

 

Other important characteristics:

 

Control group:

N=20

Mean age ± SD: 69 ± 7

Sex: 30% M /70 % F

 

Other important characteristics:

 

Groups comparable at baseline?

....No statistical comparison of the groups was made

Acetazolamide (Diazomid)

or

Brinzolamide 1% (Azopt)

 

Preoperative (group 1):

-500 mg oral acetazolamide (Diazomid) 1 hour before surgery

 

Preoperative (group 2):

1 drop of brinzolamide 1% (Azopt) after speculum removal

 

 Surgery:

-Uneventful small-incision phacoemulsification under topical anesthesia

 

Postoperative (group 1):

-250 mg oral acetazolamide (Diazomid) every 6 hours

 

Postoperative (group 2)

-1 drop of brinzolamide 1% (Azopt) every 12 hours

 

 

 

 

 

Preoperative:

not reported

 

 

 

 

 

 

 

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

Postoperative:

-no ocular hypotensive medication

 

Endpoint of follow-up:

18-24 hours after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

0 patiënts

 

Intervention group 1:

N (%):0/20 (0%)

 

Intervention group 2:

N (%):0/20 (0%)

 

Control group:

N (%):0/20 (0%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

Not reported/relevant

 

Significant differences between groups?

Not reported/relevant

Outcome measures and effect size (include 95%CI and p-value if available):

 

Change in intraocular pressure (mm Hg):

I 1: -1.8 ± 3.1

I 2: -2.8 ± 6.3

C: 1.3 ± 3.3

 

I1 – C: p=0.018

I2-C: p=0.001

I1 –I2: p=0.139

B

Endo, 2010

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Japan

 

Source of funding:

Inclusion criteria:

-patiënt with diabetes

 

Exclusion criteria:

-foveal thickness of 250 µm or more

-severe diabetic retinopathy (DR) for which ocular surgery was indicated

-use of topical medications for glaucoma

-uveitis and other diseases that cause CMO

-Ocular allergies to bromfenac or steroids

-Use of systemic steroids or NSAIDs

-serious cardiac, cerebral or renal disease

 

N=62 of 75?

 

Intervention group:

N=31

Mean age 68±7.8 SD:

Sex: 52% M /48 % F

 

Other important characteristics:

....

 

Control group:

N=31

Mean age 69±10.0 SD:

Sex:58 % M / 42% F

 

Other important characteristics:

....

 

Groups comparable at baseline in age, sex, hypertension, BUN and creatinine

A significant difference was found in HbA1c value

Bromfenac sodium ophthalmic solution

 

Preoperative:

-gatifloxacin four times daily for 1 day before surgery

-0.5% tropicamide, 0.5% phenylephrine hydrochloride and 5% phenylephrine hydrochloride every 30 min 2 hours before surgery

 

Surgery:

-Small incision phacoemulsification with intraocular lens (IOL) implantation

 

Postoperative:

Twice daily until week 6 bromfenac sodium ophthalmic solution

 

Steriodal solution

 

 

Preoperative:

See intervention

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

 

Postoperative:

Betamethasone sodium phosphate and fradiomycin sulphate four times daily for 1 week followed by fluorometholone for steroid withdrawal four times daily for 5 weeks

Endpoint of follow-up:

6 weeks postoperatively

 

For how many participants were no complete outcome data available?

14 patiënts

 

Intervention group:

N (%):??

Not reported

 

Control group:

N (%):??

Not reported

 

Reasons for incomplete outcome data described?

-difficulty with the OCT measurements (3 patiënts)

-poor health (8 patiënts)

-posterior capsular rupture (1 patiënt)

-epidemic keratoconjunctivitis (1 patiënt)

 

Significant differences between groups?

Not reported

Outcome measures and effect size:

 

Intraocular pressure (IOP)

I: ??

C: ??

P=0.91

 

Anterior chamber flare

I:

C:

Alleen waarden genoemd bij week 2

 

Average perifoveal thickness (AFT)

I: 216.9 ± 19.8 µm

C: 236.1 ± 63.6 µm

P=0.19

 

B

 

A separate analysis was performed in a group of 27 patiënts who had also non-proliferative diabetic retinopathy:

A significant difference was found in the anterior chamber flare and Average perifoveal thickness

 

Anterior chamber flare:

I: 3.1 ± 1.0 pc/msecond

C: 8.8 ±8.0 pc/msecond

P=0.005

 

AFT:

I: 214.5 ±18.0 µm

C: 272.5 ±86.3 µm

P < 0.0001

 

Freitas, 2007

Type of study:

RCT

 

Setting:

Ophthalmology clinic an outpatiënt surgery suite of a public hospital in Brazil

 

Country:

Brazil

 

Source of funding:

Supported by Alcon Laboratories, Inc., Fort Worth, TX, USA

Inclusion criteria:

-not reported

 

Exclusion criteria:

-use of nonsteroidal anti-inflammatory drugs or topical or inhaled systemic steroids in the 14 days before enrolment

-secondary implantation or IOL replacement in the treated eye

-contact lenses

-diagnoses of symptoms of diseases such as pseudoexfoliation syndrome, uncontrolled diabetes mellitus, proliferative diabetic retinopathy

- iris atrophy in the operated eye

-uncorrected logMAR vision of 1.0 or better

-history of ocular trauma or chronic or recurrent ocular inflammation

-participation in another clinical trail within 12 months

-pregnant and nursing women

-allergy or sensitivity to any component of the medications

-serious systemic diseases

 

N=126

 

Intervention group:

N=64

Mean age ± SD: 66.5 ± 10.7

Sex: 40.6% M / 59.4% F

 

Other important characteristics:

 

Control group:

N=62

Mean age ± SD: 67.6 ± 10.3

Sex: 40.3% M /59.7 % F

 

Other important characteristics:

 

Groups comparable at baseline in age, sex, race and iris color

Vigadexa (0.5% moxifloxacin and 0.1% dexamethasone formulation combined)

 

 

Preoperative:

5 min wait between the two bottles

- Vigadexa (0.5% moxifloxacin and 0.1% dexamethasone formulation combined), four times per day, 1 day before surgery

-placebo (dextran/methylcellulose), four times per day, 1 day before surgery

 

Surgery:

Phacoemulsification and intraocular lens (IOL) implantation using standard technique under topical anesthesia

 

Postoperative:

5 min wait between the two bottles

- Vigadexa (0.5% moxifloxacin and 0.1% dexamethasone formulation combined), four times per day for 15 days

-placebo (dextran/methylcellulose), four times per day for 15 days

 

Vigamox (0.5% concomitant moxifloxacin) and Maxidex (0.1% dexamethasone)

 

Preoperative:

5 min wait between the two bottles

- Vigamox (0.5% concomitant moxifloxacin), four times per day, 1 day before surgery

-Maxidex (0.1% dexamethasone), four times per day, 1 day before surgery

 

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

 

 

Postoperative:

5 min wait between the two bottles

- Vigamox (0.5% concomitant moxifloxacin), four times per day for 15 days

-Maxidex (0.1% dexamethasone), four times per day for 15 days

 

Endpoint of follow-up:

15 ± 1 days after the surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

1 patiënt

 

Intervention group:

N (%):0/64 (0%)

 

Control group:

N (%):1/62 (1.6%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

-patiënt died of an unrelated cause (myocardial infarction) approximately 1 weeks after the surgery

 

Significant differences between groups?

Not reported

Anterior chamber cells:

I: 0.03±0.18

C: 0.03 ±0.18

p=1.00

 

Mean IOP (mm Hg)

I: 13.2

C: 14.0

p>0.05

 

 

B

Gayton, 2005

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

USA

 

Source of funding:

Supported by an unrestricted educational grant from Alcon Laboratories Inc.

Inclusion criteria:

-≥18 year

-planned cataract extraction with IOL implantation

-healthy eyes

 

Exclusion criteria:

-History intraocular surgery or preoperative macular edema, dense cataract preventing preoperative evaluation of the retina

-diabetic retinopathy

-uncontrolled diabetes mellitus

-contraindications/ known hypersensitivity to study drugs or rugs components including preservative topical ocular or systemic non-steroidal anti-inflammatory drugs during the study and within 7 days prior to study entry

-use of ocular or systemic steroids during the study and within 14 days prior to study entry

-secondary implants or intraocular lens replacement in the treated eye

-Multiple procedures during cataract/IOL surgery

-history of chronic or recurrent inflammatory eye disease in the operative eye

 

N=101

 

Intervention group (EPP):

N=51

Mean age ± SD: 69.41 ± 6.48

Sex: 39.2% M /60.8 % F

 

Other important characteristics:

 

Control group (PF):

N=50

Mean age ± SD: 67.76 ± 8.01

Sex: 46% M / 54% F

 

Other important characteristics:

 

Groups comparable at baseline in age and gender

Econopred Plus 1%, prednisolone acetate 1% (EPP)

 

Preoperative:

- Econopred Plus 1%, prednisolone acetate 1% (EPP), 1 drop 4 times per day, 1 day before surgery

-2 drops of bupivacaine 0.75% and lidocaine jelly 2% 0.5 inch in the conjunctival sac

 

 

Surgery:

-Primary phacoemulsification with IOL

-povidone iodine 10% 1 drop, bupivacaine 0.75% 2 drops, moxifloxacin antibiotics 2 drops, pilocarpine 2% 2 drops and 0.5 inch of ciprofloxacin

 

Postoperative:

- Econopred Plus 1%, prednisolone acetate 1% (EPP), 4 times per day for 14 days postoperatively

 

Pred Forte 1%, prednisolone acetate 1% (PF)

 

Preoperative:

- Pred Forte 1%, prednisolone acetate 1% (PF), 1 drop 4 times per day, 1 day before surgery

-2 drops of bupivacaine 0.75% and lidocaine jelly 2% 0.5 inch in the conjunctival sac

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Postoperative:

- Pred Forte 1%, prednisolone acetate 1% (PF), 4 times per day for 14 days postoperatively

 

Endpoint of follow-up:

4 weeks after the surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

0 patiënts

 

Intervention group:

N (%):0/51 (0%)

 

Control group:

N (%):0/50 (0%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

Not reported/not relevant

 

Significant differences between groups?

Not reported/not relevant

 

Corneal surface keratitis score:

I: 0.00

C: 0.04

 

Anterior chamber cells:

I: 0.47

C: 0.53

 

Anterior chamber flare:

I: 0.47

C: 0.45

 

All differences were not statistically significant

 

B

Karalezli, 2008

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Turkey

 

Source of funding:

Not reported

Inclusion criteria:

-not reported

 

Exclusion criteria:

-diabetes

-current use of oral or topical anti-inflammatory agents (steroidal or non-steroidal)

-family history of glaucoma

-history of steroid responsiveness, uveitis, glaucoma, age-relate macular degeneration or corneal disease (including in de second eye)

 

N=60

 

Intervention group:

N=30

Mean age ± SD: 65.7 ± 7.6

Sex: 43.3% M / 56.7% F

 

Other important characteristics:

...

 

Control group:

N=30

Mean age ± SD: 66.2 ± 6.6

Sex: 46.6% M / 53.4% F

 

Other important characteristics:

 

Groups comparable at baseline in age and sex

1 mg intracameral triamcinolone acetonide (TA)

 

Surgery:

-uncomplicated phacoemulsification followed by posterior chamber IOL implantation

 

Postoperative:

-1 mg intracameral triamcinolone acetonide injected into the anterior chamber through a paracentesis using a 27-gauge cannulla

-topical antibiotics prophylaxis with ofloxacin 0.3%, one drop administered four times per day 15 mins after the topical steroid for 15 days

 

Topical prednisolone acetate 1% eyedrops

 

 

Surgery:

See intervention

 

Postoperative:

-topical prednisolone acetate 1% eyedrops administred six times per day for 7 days, then four times per day for 15 days

-topical antibiotics prophylaxis with ofloxacin 0.3%, one drop administered four times per day 15 mins after the topical steroid for 15 days

 

Endpoint of follow-up:

30 days

 

For how many participants were no complete outcome data available?

0 patiënts

 

Intervention group:

N (%):0/30 (0%)

 

Control group:

N (%):0/30 (0%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

 

Significant differences between groups?

Anterior chamber cells:

I: 0

C: 0

p=1.00

 

Anterior chamber flare:

I: 0

C:0

p=1.00

 

Mean intraocular pressure values (mmHg):

I: 14.9 ±1.7

C:14.86 ± 1.96

p=0.54

B

Kir, 2008

Type of study:

RCT

 

Setting:

....

 

Country:

Turkey

 

Source of funding:

Inclusion criteria:

 

Exclusion criteria:

-history of glaucoma or intraocular surgery

-known allergy to CAIs

-presence of any corneal scar

An IOP >21 mm Hg before the day of surgery

 

N= 60

 

Intervention group 1:

N=20

Mean age ± SD: 67 ±7

Sex: 70% M / 30 % F

 

Intervention group 2:

N=20

Mean age ± SD: 70 ± 8

Sex: 55% M / 45 % F

 

Other important characteristics:

....

 

Control group:

N= 20

Mean age ± SD: 70 ± 6

Sex: 30% M /70 % F

 

Other important characteristics:

....

 

Groups comparable at baseline?

....No statistical comparison of the groups was made

1 drop of topical brinzolamide 1% with dosing every 12 hours

 

Surgery:

-Uneventful clear corneal phacoemulsification surgery under topical anesthesia

 

Postoperative (group 1):

-1 drop of brinzolamide 1% immediately after surgery

-topical antibiotic and steroid drops

 

Postoperative (group 2):

-1 drop of brinzolamide 1% immediately after surgery followed by 1 drop of brinzolamide 1% q12h postoperatively

-topical antibiotic and steroid drops

 

 

 

 

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

 

 

Postoperative:

-no ocular hypotensive medication

Endpoint of follow-up:

 18-24 hours after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

0 patiënts

 

Intervention group 1:

N (%):0/20 (0%)

 

Intervention group 2:

N (%):0/20 (0%)

 

Control group:

N (%):0/20 (0%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

Not reported/relevant

 

Significant differences between groups?

Not reported/ relevant

Outcome measures and effect size (include 95%CI and p-value if available):

 

Intraocular pressure (IOP):

I 1: 18.4 ± 3.4 (CI 16.8-20.0)

I 2: 12.3 ± 3.5 (CI 10.6-13.9)

C: 17.8 ±4.8 (CI 15.6-20.0)

 

IOP changes:

I1 – C: p=0.489

I2-C: p=0.001

I1 –I2: p=0.000

 

B

 

Not reported which antibiotic and steroid drops were used in intervention group 1 and 2

Maca, 2010

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Austria

 

Source of funding:

The eyedrops applied were provided by allergen Austria an Novartis ophtalmics Austria. The patiënts’ insurance was funded via an unrestricted research grant form Novartis ophtmalmics Austria. Both companies had no influence on the design and conduct of the study of interpretation of study results

Inclusion criteria:

-older than 40 years

-Scheduled for phacoelmulsification surgery of cataract with posterior chamber intraocular lens implantation

 

Exclusion criteria:

-history of intraocular inflammation or uveitis

-pseudoexfoliation syndrome

-significant posterior segment disease involving the macular region

-previous ocular surgery

-recent topical glaucoma treatment

-known hypersensitivity to diclofenac sodium, ketorolac tromethamine, any ingredient of the study medication or a combination thereof

-recent use of topical or systemic NSAIs

-intraoperative or postoperative complications

Ook complicaties binnen deze studie??

 

N=102

 

Intervention group 1:

N=34

Mean age ± SD: 66.2 ± 10.4

Sex: 44.1% M /55.9 % F

 

Control group 2:

N=34

Mean age ± SD: 68.2 ± 10.4

Sex: 55.9% M / 44.1% F

Control group 3:

N=34

Mean age ± SD: 70.8 ± 9.9

Sex:44.1 % M / 55.9% F

 

Other important characteristics:

...

Groups comparable at baseline in age, gender, visual acuity, IOP, anterior chamber flare and retinal thickness

Preserved versus preservative free NSAID eyedrops

 

 Surgery:

-Phacoemulsification surgery

 

Postoperative:

-Group 1: preservative-free diclofenac sodium 0.1% eye drops four times a day

 

 

 

 

Surgery:

-See intervention

 

Postoperative:

-Group 2: preserved diclofenac sodium 0.1% eye drops four times a day

 

-Group 3: preserved ketorolac tromethamine 0.5% eye drops four times a day

Endpoint of follow-up:

1 month after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

9 patiënts

 

Intervention group 1:

N (%):3/34 (8.82%)

 

Control group 2:

N (%):5/34 (14.7%)

 

Control group 3:

N (%): 1/34 (2.94%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

-urgent orthopaedic surgery (1 patiënt)

-did not appear at follow-up (6 patiënts)

-surgery not performed according to the standard procedure (intraoperative prolapsed)

 

Significant differences between groups?

 

Anterior chamber flare:

No significant difference between the groups

 

Mean foveal thickness:

152.7 ± 20.0 µm

No significant change

 

Intraocular pressure:

No difference in IOP change was found between the groups.

B

 

Between day 1 and 1 week: Patiënts receiving preservative-free diclofenac eyedrops exhibited less conjunctival injection than the other 2 groups

P=0.029

 

>10% incomplete outcome data in control group 2

 

Mathys, 2010

Type of study:

RCT

 

Setting:

....

 

Country:

USA

 

Source of funding:

Research tot prevent Blindness, Inc., New York, NY

Inclusion criteria:

-patiënts planning to have cataract surgery by KLC at the Ambulatory Care Center, the University of North Carolina Hospitals

 

Exclusion criteria:

-medically treated diabetes mellitus

-history of uveitis

-use of topical prostaglandin analogues for glaucoma

-history of earlier intraocular surgery in the same eye

-retinal vascular disease

- macular degeneration

-abnormal preoperative OCT measurements

 

N=79

 

Intervention group:

N=39

Mean age ± SD: 73,95 ± 8,99

Sex: 18% M / 21% F

 

Other important characteristics:

....

 

Control group:

N=40

Mean age ± SD: 70,33 ± 8,04

Sex: 19% M / 21% F

 

Other important characteristics:

....

 

Groups comparable at baseline in sex and pre-op VA(letters)

Use of topical nepafenac 0.1% postoperative for 1 month

 

Surgery:

-Phacoemulsification with posterior chamber IOL lens implantation

 

Postoperative:

-moxifloxacin 0.5% four times per day for 10 days

–prednisolone acetate 1% four times per day for 1 month

-nepafenac 0.1% thrice per day for 1 month

 

 

 

 

 

Surgery: see description intervention

 

 

 

Postoperatively:

-moxifloxacin 0.5% four times per day for 10 days

–prednisolone acetate 1% four times per day for 1 month

 

Endpoint of follow-up:

2 months postoperatively

 

For how many participants were no complete outcome data available?

 

Intervention group:

N (%):3/42 (7.14%)

 

Control group:

N (%): 2/42 (4.76%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

The subjects had unreliable preoperative OCT scans because of dense posterior subcapsular cataracts

 

Significant differences between groups?

......

Outcome measures and effect size (CI = 0.90):

 

% changes in central macular thickness (µm):

I: 2.68% ±6.58 (CI: -16.35-19.63)

C: 1.4% ±6.05 (CI -12.75-13.25)

P=0.6922

 

% changes in foveal thickness (µm):

I: 2,96% ±10.88

(CI -22.60-37.09)

C: -0.38% ±12.00 (CI -24.6-30.88)

P=0.398

 

% changes in macular volume (mm3):

I: 1.60%±3.29

C: 0.68%±8.24

P=0.5450

 

B

Negi, 2006

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

United Kingdom

 

Source of funding:

Not reported

Inclusion criteria:

-uncomplicated, age-related cataract

 

Exclusion criteria:

-known diabetes

-patiënts receiving oral or topical anti-inflammatory agents (steroidal or nonsteroidal)

-family history of glaucoma

-history of steroid responsiveness

Eyes with uveitis, glaucoma, age-related macular degeneration or corneal disease

-history of cystoids macular edema (in second eye)

 

N=54

 

Intervention group:

N= 27

Mean age ± SD: 73.3 ± 8.0

Sex: 48% M /52 % F

 

Other important characteristics:

...

 

Control group:

N= 27

Mean age ± SD: 70.4 ± 8.4

Sex: 44% M / 56% F

 

Other important characteristics:

...

 

Groups comparable at baseline in age, sex, preoperative BCVA, IOP, an axial lengths and amount of ultrasound energy

A single perioperative sub-Tenon’s injection of triamcinolone

 

Preoperative:

-eyes were dilated with 2 drops of phenylephrine 2.5% and 2 drops of cyclopentolate 1%

 

 Surgery:

-Uneventful phacoemulsification and foldable IOL implantation

 

Postoperative:

-a single dose of 250 mg acetazolamide orally

-Use of a single sub-Tenon’s injection of 20 mg triamcinolone (10 patiënts) or 30 mg traimcinolone (17 patiënts)

The injection was made into the posterior sub-Tenon’s space inferotemporally using a 3/4 –inch 27-gauge needle on a 1 mL insulin syringe

 

 

 

 

 

Preoperative:

-see intervention

 

 

 

 

Surgery:

-see intervention

 

 

 

Postoperative:

Betamethasone sodium phosphate 0.1% and Betnesol-N drops 4 times a day for 30 days

-a single dose of 250 mg acetazolamide orally

Endpoint of follow-up:

90 days after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

0 patiënts

 

Intervention group:

N (%): 0/27 (0%)

 

Control group:

N (%): 0/27 (0%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

Not reported/relevant

 

Significant differences between groups?

Not reported/relevant

Outcome measures and effect size (include 95%CI and p-value if available):

 

Intraocular pressure:

I: 15.9 ±2.4

C: 14.5 ± 3.0

p=0.06

 

Angiographic CME:

I: 1/27 (3.7%)

C: 3/27(11.1%)

P was not mentioned

 

Mean laser flare meter values (photons/ms):

I (20 mg): 8.9 ± 2.9

I (30 mg): 9.7 ± 3.4

C: 10.4 ±3.6

p=0.46

Onduidelijk wat deze p aangeeft

 

B

 

The doses of the injection group was adjusted after complications in the intervention group

 

Additional intervention was performed in 4 patiënts because of complications.

 

Excluderen?

- Is dit wel een postoperative intervention??? Alleen controle is echt postoperatief

-dosis gedurende studie aangepast en niet altijd afzonderlijk gerapporteerd.

 

Novitol, 2004*

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Brazil, Belgium, Germany, Ireland, Portugal, Spain and Sweden

 

Source of funding: Supported by Alcon Research Ltd, Fort Worth, TX, USA

Inclusion criteria:

> 18 years

-normal fundus by direct or indirect ophtalmoscopy

-IOP readings ≤ 20 mm Hg in both eyes

-a negative pregnancy test in women of childbearing potential who were not using adequate methods of contraception

 

Exclusion criteria:

-patiënt selected for secondary implants or IOL replacement in the treated eye

-contact lens use in the operated/treated eye during the course of the study

-one useful eye only

-history or evidence of ocular or systemic disease that would interfere with efficacy evaluation

-diabetes mellitus (e.g. diabetic retinopathy)

-known or suspected hypersensitivity or intolerance to topical anaesthetics, ocular preservatives or any components of the study medications

-use of ocular medication other than a single ocular hypotensive agent

-treatment for an ocular infection within 30 days prior to the study

-use of topical or systemic corticosteroids within 30 days and topical anti-inflammatory drugs within 14 days prior to the study

-use of an investigational intraocular lens

-participation in a clinical study within the previous 30 days

 

N=401 (ITT)

 

Intervention group:

N=203 (ITT)

Mean age ± SD: 69.76 ± 10.53

Sex: 47.3% M / 52.7% F

 

Other important characteristics:

...

 

Control group:

N=198 (ITT)

Mean age ± SD: 68.97 ± 10.91

Sex: 36.4% M /63.6% F

 

Other important characteristics:

...

 

Groups comparable at baseline in age, race and iris colour

TobraDex®: Tobramycin 3 mg/mL, dexamethasone 1mg/mL

 

Preoperative:

- TobraDex®: Tobramycin 3 mg/mL, dexamethasone 1mg/mL, four times per day, 1 day before surgery

 

Surgery:

Extracapsular cataract extraction by phacoemulsification with a posterior chamber intraocular lens (IOL) implantation

 

Postoperative:

-TobraDex®: Tobramycin 3 mg/mL, dexamethasone 1mg/mL, four times per day in the conjunctival sac of the operated eye until day 21

 

Tobrex®: tobramycin 3 mg/mL

 

 

Preoperative:

- Tobrex®: tobramycin 3 mg/mL, four times per day, 1 day before surgery

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

 

 

 

Postoperative:

-Tobrex®: tobramycin 3 mg/mL, four times per day in the conjunctival sac of the operated eye until day 21

 

Endpoint of follow-up:

21 days after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

84 patiënts

 

Intervention group:

N (%):23/211 (11%)

 

Control group:

N (%):61/206 (30 %)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

-averse event(related and unrelated to the study medication (2 in the intervention, 11 in control)

-Lost to follow-up (2 in control)

-patiënt’s decision to postpone surgery day (2 in intervention, 5 in control)

-noncompliance (4 in intervention, 1 in control)

-treatment failure (9 in intervention, 32 in control)

-other (6 in intervention, 10 in control)

 

Significant differences between groups?

Yes (p<0.001)

Sum of cells

I: 0.18 ± 0.68

C:0.75 ± 1.18

p< 0.05

 

Flare scores

I: 0.13 ± 0.59

C: 0.50 ± 0.97

p<0.05

B

 

>10% incomplete outcome data in both groups

 

Increase of ≤10 mm Hg

I: 4.7%

C: 1%

at certain time

Russo, 2005

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Italy, Germany and France

 

Source of funding:

Not reported

Inclusion criteria:

-patiënts with a mild to moderate inflammation (ACI ≤ 4) in the operated eye the day after surgery

 

Exclusion criteria:

-IOP > 24 mm Hg

-any ocular pathology

-herpes infection

-proliferative diabetic retinopathy

-ocular medications other than topical beta-blockers or artificial tears

-previous ocular surgery or laser treatment in the operated eye in the 6 months preceding surgery

-known or suspected allergy to any of the ingredients in the study medications

-use of topical or systemic steroids or NSAIDs in the 15 days before surgery

 

N=328

 

Intervention group:

N=163

Mean age ± SD: 71.7 ± 9.7

Sex: 47.9% M / 52.1% F

 

Other important characteristics:

...

 

Control group:

N=165

Mean age ± SD: 73.7 ± 9.2

Sex: 46.7% M / 53.3% F

 

Other important characteristics:

...

 

Groups comparable at baseline in age, sex, race and surgical procedures

0.2% sodium naproxen preserved with 0.1% benzalkonium chloride

(NSAID)

 

 

Surgery:

- Phacoemulsification with posterior chamber intraocular lens (IOL) implantation

 

Postoperative:

-0.2% sodium naproxen preserved with 0.1% benzalkonium chloride, one drop three times per day until day 14

-antibiotic: see comments

0.1% sodium diclofenac preserved with 0.1% benzalkonium chloride

(NSAID)

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

Postoperative:

-0.1% sodium diclofenac preserved with 0.1% benzalkonium chloride, one drop three times per day until day 14

-antibiotic: see comments

 

Endpoint of follow-up:

14 days ± 1 after surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

Not reported

 

Intervention group:

N (%): ??

 

Control group:

N (%): ??

 

Reasons for incomplete outcome data described?

Not reported

 

Significant differences between groups?

Not reported

Outcome measures and effect size (include 95%CI and p-value if available):

 

IOP values (mm Hg)

I: 14.4 ± 2.7

C: 14.8 ±2.3

P=??

 

% change from baseline of ACI score:

Not statistical significant

 

B

 

85% of the study population received a postoperative antibiotic. The most used antibiotic (61%) was the aminoglycoside metilmicin

 

Yayali, 2004

Type of study:

RCT

 

Setting:

...

 

Country:

Turkey

 

Source of funding:

Not reported

Inclusion criteria:

- not reported

Exclusion criteria:

-not reported

 

N=48

 

Intervention group:

N= 27

Mean age ± SD: 63.8 ± 11.8

Sex: 48.1% M / 51.9% F

 

Other important characteristics:

 

Control group:

N=21

Mean age ± SD: 59.5 ±12.6

Sex: 61.9% M / 38.1% F

 

Other important characteristics:

 

Groups comparable at baseline in age and sex

Rimexolone 1% ophthalmic suspension

 

Surgery:

-Uncomplicated phacoemulsification followed by posterior chamber intraocular lens (IOL) implantation

 

Postoperative:

- Rimexolone 1% ophthalmic suspension, four times a day for 15 days

-topical antibiotics prophylaxis with ofloxacin 0.3% (Exocin®), one drop four times daily given 10 min after the topical steroid for 15 days

 

 

Prednisolone acetate 1%

 

 

Surgery:

See intervention

 

 

 

 

 

Postoperative:

- Prednisolone acetate 1%, four times a day for 15 days

-topical antibiotics prophylaxis with ofloxacin 0.3% (Exocin®), one drop four times daily given 10 min after the topical steroid for 15 days

Endpoint of follow-up:

Day 15 after the surgery

 

For how many participants were no complete outcome data available?

0 patiënts

 

Intervention group:

N (%):0/27 (0%)

 

Control group:

N (%): 0/21 (0%)

 

Reasons for incomplete outcome data described?

Not reported/relevant

 

Significant differences between groups?

Not reported/relevant

Anterior chamber cells:

I: 0

C:0

p=1.0

 

Anterior chamber flare

I: 0

C:0

p=1.0

 

IOP (mm Hg):

I: 11.2±1.4

C: 10.8±1.3

P=0.328

 

B

Overwegingen

Postoperatieve controles

Beoordeling op de eerste dag

De postoperatieve controle op de eerste dag kan worden uitgevoerd door de oogarts of optometrist, technisch oogheelkundig assistent (TOA) of orthoptist die volgens overeengekomen richtlijnen binnen de afdeling en onder supervisie van een verantwoordelijke oogarts werken. Veel afdelingen hebben dit bezoek vervangen door een ervaren verpleegkundige telefonisch contact met de patiënt op te laten nemen, of door de patiënt zelf te vragen indien nodig telefonisch contact op te nemen met een ervaren verpleegkundige. Indien op de eerste dag postoperatief geen controle wordt ingepland, moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt, zodat een patiënt die de volgende dag niet wordt gecontroleerd op eenvoudige wijze toegang heeft tot advies en beoordeling en dat postoperatieve complicaties snel kunnen worden herkend en behandeld.

 

Laatste beoordeling

Voor de patiënt is een afspraak voor een laatste beoordeling binnen dezelfde instelling noodzakelijk om:

  • de vooruitgang en de medicatie te beoordelen;
  • gegevens over het behandelresultaat (refractie, visus, oogdruk, beoordeling media en fundi) en de incidentie van complicaties te verzamelen;
  • daar waar nodig een operatie aan het tweede oog te bespreken;
  • een follow-up af te spreken voor een gelijktijdig bestaande oogziekte;
  • advies te geven over het voorschrijven van een bril (waarvoor ongeveer vier weken na de phaco-emulsificatie een bril advies kan worden gegeven).

 

Dit onderzoek kan worden verricht door oogartsen, optometristen, technisch oogheelkundig assistenten (TOA's) of orthoptisten, die volgens overeengekomen richtlijnen binnen de afdeling en onder supervisie van een verantwoordelijke oogarts werken en dient te geschieden na tenminste één week en maximaal 12 weken postoperatief. Uit een recente Nederlandse studie blijkt dat hoewel patiënten die de laatste beoordeling door een optometrist hebben even goede ervaringen met de kwaliteit van de geleverde zorg als patiënten die de laatste beoordeling door een oogarts hebben, patiënten de voorkeur gaven aan een laatste beoordeling door de oogarts (van Vliet et al., 2011).

 

Postoperatieve medicatie

Er is geen duidelijkheid over de voordelen en werkzaamheid van oogdrukverlagende druppels voor alle patiënten in de vroege postoperatieve fase. Ook het postoperatieve gebruik van lokale antibiotica, steroiden en non-steroidale ontstekingsremmers (of combinaties hiervan) varieert tussen oogartsen. Er zijn geen gecontroleerde onderzoeken die geleid hebben tot het vaststellen van een specifieke voorkeur voor een bepaald postoperatief oogdruppel beleid. De beslissing welke oogdruppel(s) te gebruiken ligt bij de behandelende oogarts. Nonsteroidale anti-inflammatoire oogdruppels zijn effectief gebleken in het voorkomen en behandelen van cystoide macula oedeem bij cataractchirurgie (Rosetti, 1998). In zeldzame gevallen zijn cornea afwijkingen, bestaande uit epitheel defecten en stromale melting en ulceratie, gerapporteerd na toepassing van enkele nonsteroidale anti-inflammatoire oogdruppels (Congdon, 2001; Lin, 2000).

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 11-03-2013

Laatst geautoriseerd : 11-03-2013

Uiterlijk in 2017 bepaalt het bestuur van de NOG of deze richtlijn nog actueel is. Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien. De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven om een herzieningstraject te starten.

De NOG is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijk verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlands Oogheelkundig Gezelschap

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

Algemene gegevens

Met ondersteuning van de afdeling Ondersteuning Professionele Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten.De richtlijnontwikkeling werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Doel en doelgroep

Het doel van deze richtlijn is het vaststellen van normen voor goede praktijkvoering, het opstellen van standaarden voor patiëntenzorg en veiligheid en het bieden van een referentiepunt voor de beoordeling van de resultaten waarbinnen cataractchirurgie van hoge kwaliteit kan plaatsvinden. In deze richtlijn wordt de huidige interpretatie van de werkgroep die de richtlijn heeft ontwikkeld weergegeven.

 

Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met cataract (oogartsen, assistenten in opleiding, optometristen, verpleegkundigen, Toa’s, anesthesiologen, anesthesiemedewerkers en recoveryverpleegkundigen, voor zover van toepassing bij de uitoefening van hun werk).

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in 2011 een werkgroep ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) en de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA). De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname. De werkgroep werkte gedurende een periode van één jaar aan de totstandkoming van de concept richtlijn. De werkgroep heeft de integrale tekst van deze concept richtlijn geaccordeerd.

 

Werkgroep:

  • mevr. dr. M.C. Bartels, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap;
  • mevr. dr. M. van Hecke, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (vanaf 11 augustus 2011);
  • drs. Y.P. Henry, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (voorzitter);
  • mevr. drs. R.C.M. Maatman, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap;
  • dr. R.M.M.A. Nuijts, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap;
  • dr. N.J. Reus, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap;
  • drs. A.H.F. Rulo, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap;
  • mevr. drs. A. Schuurhuis, anesthesioloog, Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie;
  • mevr. drs. O.A.M. Tigchelaar-Besling,oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (tot 11 augustus 2011);
  • drs. K.F. Tjia, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (vanaf 16 november 2011);
  • drs. N.H. Trap, oogarts, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (tot 16 november 2011).

 

 

Met ondersteuning van:

  • mevr. drs. J.W. Hagemeijer, senior adviseur, Orde van medisch Specialisten;
  • mevr. dr. N.H.J. van Veen, adviseur, Orde van medisch Specialisten;
  • mevr. drs. M. Wessels, informatiespecialist, Orde van Medisch Specialisten.

Belangenverklaringen

De werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste vijf jaar een (financieel ondersteunde) betrekking onderhielden met commerciële bedrijven, organisaties of instellingen die in verband staan met het onderwerp van de richtlijn.

 

Werkgroeplid

Belangen afgelopen vijf jaar en/of gedurende looptijd van het project (ja /nee)

Zo ja, welke

M. Bartels

nee

 

Y. Henry

ja

Adviesraad Alcon (1 jaar bijeen)

M. van Hecke

nee

 

M. Maatman

nee

 

R. Nuijts

ja

Adviesraad Alcon (1 jaar bijeen)

N. Reus

nee

 

A. Rulo

nee

 

A. Schuurhuis

nee

 

O. Tigchelaar-Besling

nee

 

K. Tjia

ja

Consultant voor Alcon
Onderzoek voor Bausch en Lomb
Onderzoek voor Hoya

N. Trap

nee

 

Inbreng patiëntenperspectief

De patiëntenvereniging Staar en Katarakt heeft via haar patiëntenforum mini-enquêtes uitgezet onder haar leden. De belangrijkste vragen die gesteld werden hadden betrekking op waardering van de oogarts en op de minimale gewenste tijd tussen operatie van het linker- en rechteroog. De resultaten van de belangrijkste knelpunten zijn verwerkt in de richtlijn. Tevens is de concept richtlijn voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenvereniging.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt digitaal verspreid onder alle relevante beroepsgroepen. Daarnaast wordt er een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en in tijdschriften van de deelnemende wetenschappelijke verenigingen. Ook is de richtlijn te downloaden via de website van het NOG (www.oogheelkunde.org) en van de Kwaliteitskoepel: (www.kwaliteitskoepel.nl).

Werkwijze

Inleiding

Deze richtlijn is opgesteld conform de adviezen in het rapport ‘Richtlijnen voor richtlijnen 2.0’ van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit van de Orde van Medisch Specialisten. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is voor de beoordeling van de kwaliteit van richtlijnen.

 

Knelpuntenanalyse

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerden de voorzitter van de werkgroep en de adviseur de knelpunten.

 

Uitgangsvragen en uitkomstmaten

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de voorzitter en de adviseur concept uitgangsvragen opgesteld. Deze zijn met de werkgroep besproken waarna de werkgroep de definitieve uitgangsvragen heeft vastgesteld. Vervolgens inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken.

 

Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur

Er werd eerst oriënterend gezocht naar bestaande buitenlandse richtlijnen en naar systematische reviews. Ook werd er gezocht naar studies over patiëntenperspectief. Vervolgens werd voor de afzonderlijke uitgangsvragen aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases (PubMed, Embase, Cochrane), waarbij in eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen. De werkgroepleden selecteerden de via de zoekactie gevonden artikelen op basis van op voorhand opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekactie of gebruikte trefwoorden van de zoekactie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden in het hoofdstuk van de desbetreffende uitgangsvraag.

 

Kwaliteitsbeoordeling van de literatuur

Individuele studies werden systematisch beoordeeld aan de hand van de GRADE methode (interventie) (GRADE Working Group, 2004) of de EBRO methode (diagnostiek, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose) (van Everdingen et al, 2004). De beoordeling is terug te vinden in de evidence-tabellen.

 

Samenvatting van de literatuur

De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidence-tabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur zijn beschreven in de samenvatting van de literatuur. Uit de literatuur zijn één of meerder conclusies getrokken waarbij het bewijsniveau van de literatuur weergegeven is.

 

Overwegingen

Voor een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijke bewijs nog andere aspecten van belang, zoals de expertise van de werkgroepleden, patiëntenvoorkeuren, kosten, beschikbaarheid van voorzieningen of organisatorische facetten. Deze aspecten zijn, voor zover niet of onvoldoende wetenschappelijk onderzocht, vermeld onder het kopje ‘Overwegingen’.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven een antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op zowel het beschikbare wetenschappelijke bewijs als op de belangrijkste overwegingen.

 

Indicatorontwikkeling

Bij deze richtlijn zijn kwaliteitsindicatoren ontwikkeld om het toepassen van de richtlijn in de praktijk te volgen en te versterken. In hoofdstuk 12 zijn een drietal indicaotren opgenomen.

 

Kennislacunes

Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is aandacht geschonken aan lacunes in wetenschappelijke kennis. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is. Een overzicht van aanbevelingen voor nader of vervolg onderzoek is opgenomen in hoofdstuk 11 van de richtlijn.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De concept richtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen voorgelegd voor commentaar. De commentaren zijn verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren isde concept richtlijn aangepast en definitief vastgesteld worden door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen voorgelegd voor autorisatie.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.