Borstkanker

Initiatief: NABON / NIV Aantal modules: 137

Borstkanker - Classificatiesystemen

Onderbouwing

Verschillende classificatiesystemen gebruiken de klassieke risicofactoren om de kans op metastasering en sterfte van individuele patiënten met borstkanker in te schatten. De voornaamste zijn Adjuvant! (www.newadjuvant.com) en PREDICT (www.predict.nhs.uk). Daarnaast bestaan de Nottingham Prognostic Index (NPI: www.pmidcalc.org) [Galea 1992] en de St. Gallen classificatie [Goldhirsch 2009].

Adjuvant! is al lange tijd niet bruikbaar (offline) vanwege een toegezegde update met toevoeging van de HER2 status als prognostische factor. Naar verwachting komt de update als Newadjuvant online. Adjuvant! biedt als enige classificatieschema de mogelijkheid om bij de predictie rekening te houden met de aanwezigheid van co-morbiditeit ten tijde van diagnose. In Adjuvant! wordt per patiënt een schatting gemaakt van de afname van de sterftekans en recidiefkans die met de gangbare medicamenteuze behandelingen gerealiseerd kan worden. Deze schattingen zijn afkomstig uit de meta-analyses van de Early Breast Cancer Trialists’ Collaborative Group (EBCTCG). Het is een hulpmiddel bij de gedeelde besluitvorming met de patiënt.

De risicoschattingen in Adjuvant! zijn gebaseerd op data van enkele tienduizenden patiënten uit de Amerikaanse Surveillance, Epidemiology, and End-Results (SEER) registratie [Ravdin 2001]. De predicties van het systeem zijn gevalideerd in een onafhankelijke population-based serie van 4.083 Canadese patiënten [Olivotto 2005]. De predicties bleken in grote mate betrouwbaar, met uitzondering voor vrouwen jonger dan 35 jaar, waar Adjuvant! de absolute borstkankergerelateerde sterftekans met ongeveer 10% te laag inschatte. Mede op basis van deze bevindingen zijn in Adjuvant! de predicties voor vrouwen jonger dan 35 jaar bijgesteld. In een groep van 5.380 Nederlandse patiënten met een mediane follow-up van 11,7 jaar bleek de voorspelling van 10-jaars totale overleving en specifieke overleving met Adjuvant! betrouwbaar, met uitzondering van een te lage inschatting van de sterftekans met 4% voor patiënten jonger dan 40 jaar, ondanks eerdere aanpassing op basis van het Canadese onderzoek [Mook 2009]. In een groep van 2.012 Nederlandse patiënten van 65 jaar en ouder gaf Adjuvant! een onjuiste voorspelling van de totale overleving, maar in deze studie waren gegevens van borstkankergerelateerde sterfte niet aanwezig [de Glas 2014]. In een Belgische en Italiaanse serie met 1.283 patiënten gaf Adjuvant! bij patiënten ouder dan 55 jaar een onderschatting van 7,2% voor de 10-jaars overleving en een onderschatting van 3,3% voor de 10-jaars DFS [Lambertini 2016].

Het model van PREDICT is ontwikkeld met gegevens van de Engelse kankerregistratie van 5.694 patiënten uit de periode 1999-2003. In een herziene versie (PREDICT 2.0) zijn HER2-status en Ki67 als prognostische factoren toegevoegd, en de predicties zijn gevalideerd in een groep van 1.653 patiënten uit Brits Columbia [Wishart 2012]. In een serie van 2.710 patiënten met borstkanker ouder dan 50 jaar gaf PREDICT een onderschatting van de totale sterfte bij de goede prognosegroep, en een overschatting hiervan bij de slechte prognosegroep. PREDICT resulteerde tevens in een overschatting van borstkanker-specifieke sterfte van 3,2% bij diverse subgroepen [Engelhardt 2017]. Validatie van PREDICT 2.0 bij Nederlandse patiënten die in 2005 gediagnosticeerd waren met borstkanker liet een overschatting van 10 jaars overleving zien bij patiënten ouder dan 75 jaar en een onderschatting bij pT3 tumoren en bij patiënten die zowel endocriene therapie als adjuvante chemotherapie kregen [van Maaren 2017].

De NPI is een in 1982 ontwikkelde calculator gebaseerd op tumorgrootte, aantal positieve lymfklieren en de tumorgraad [Haybitttle 1982]. De NPI onderschatte de 10-jaars overleving en DFS in een serie van 1.283 patiënten [Lambertini 2016]. Varianten van de NPI als ‘NPI Plus’ of de ‘modified NPI’ zijn combinaties van de NPI met moleculaire kenmerken en zijn ontworpen om de NPI als classificatiesysteem te verbeteren [Rakha 2014, Green 2016]. Verbetering van de prognostische waarde van de NPI door deze toevoegingen zijn nog niet gevalideerd.

In de St. Gallen classificatie uit 2009 werd gebruik gemaakt van de leeftijd bij diagnose, het aantal positieve lymfklieren, de oestrogeenreceptor status, de aanwezigheid van peritumorale vasculaire invasie en de overexpressie van HER2 om een schatting te maken naar een laag, gemiddeld of hoog risico. Latere St. Gallen consensus meetings hebben de indicatie voor adjuvante chemotherapie gerelateerd aan een luminal A of luminal B subtype, waarbij het gebruik van een genexpressieprofiel overwogen kon worden [Goldhirsch 2015]. Vijf verschillende subtypes werden relevant geacht voor de inschatting van prognose [Vasconcelos 2016].

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 01-07-2018

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nationaal Borstkanker Overleg Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Adjuvante systemische therapie