Phyllodestumoren - Systemische therapie
Uitgangsvraag
Wat is de plaats van systemische therapie bij een gemetastaseerde maligne phyllodestumor?
Aanbeveling
Overweeg palliatieve chemotherapie bij een gemetastaseerd maligne phyllodestumor en kies dan voor ifosfamide al of niet gecombineerd met adriamycine.
Overweeg lokale behandeling bij beperkte metastasen.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
De plaats van systemische therapie bij een gemetastaseerde maligne phyllodestumor is tot op heden onduidelijk. De systematische search van de scoping review van Bogach (2022) leverde geen studies op over het effect van systemische therapie versus geen systemische therapie op overall overleving, ziektevrije overleving en kwaliteit van leven. Er is alleen advies op basis van export opinion te geven.
Het is belangrijk te kijken naar de kenmerken van de maligniteit om op individueel niveau patiënten te kunnen adviseren omtrent een behandelingsmogelijkheid. Hierbij is ten eerste belangrijk dat gemetastaseerde maligne phyllodestumoren meestal kenmerken hebben van sarcomen en ten tweede dat zij vallen onder ‘uncommon cancers’, in dit geval per definitie van phyllodestumoren of Cystosarcoma Phyllodes uitgaande van de borst. De plaats waar patiënten multidisciplinair besproken worden, zal in eerste instantie op het MDO mamma zijn. Daarnaast dient overwogen te worden om aan internist-oncologen met expertise van sarcomen advies te vragen. Er is momenteel geen landelijke of regionale commissie die zich bezighoudt met uitzonderlijke mammatumoren. Bij sarcomen is het gebruikelijk om in eerste instantie te beoordelen of een metastase die volledig operatief verwijderd kan worden, operatief te benaderen en dan (nog) geen systemische therapie in te zetten. Ook wordt palliatieve bestraling van niet te opereren metastasen op individuele basis net als voor sarcomen gebruikt. Systemische therapie bij niet operatief te verwijderen metastasen wordt op individuele basis gebruikt, waarbij vaak gekozen wordt voor een schema dat ook bij sarcomen vaak wordt toegepast, zoals een antracycline houdend schema. Bij ‘uncommon cancers’ wordt naar de rol van Whole Genome Sequencing gekeken (WGS), waarbij er op dit moment geen specifieke expertise is op het gebied van gemetastaseerde maligne phyllodestumoren.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)
Patiënten met gemetastaseerde maligne phyllodestumoren zijn geïnteresseerd in systemische behandelingsmogelijkheden en hopen dat nieuwe ontwikkelingen of studies behulpzaam zijn om nieuwe behandelmogelijkheden te krijgen. Uiteraard is de wens tot behandeling shared decision making en een balans tussen wensen, verwachte voor- en nadelen.
Kosten (middelenbeslag)
Er is geen informatie beschikbaar over middelenbeslag van diagnostiek en systemische therapie. Voor het eventueel inzetten van WGS ten behoeve van gerichte individuele behandeling is geen informatie m.b.t. de kosten versus baten, gezien de afwezige expertise m.b.t. het gebruik van deze techniek bij phyllodestumoren.
Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie
Op dit moment is er weinig aandacht voor onderzoek naar behandeling van gemetastaseerde maligne phyllodestumoren.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies (Aanbeveling 1)
Er zijn geen gerandomiseerde studies die onderzoeken welke systemische behandeling van gemetastaseerde phyllodestumoren het beste ingezet kan worden en op welke kenmerken van de tumor of van het metastaseringspatroon dit advies gebaseerd kan worden. In de review van Bogach (2022) wordt geen informatie gegeven over subtypen maligne phyllodestumoren en is er geen informatie te vinden over het metastaseringspatroon. In het artikel van Morales-Vásquez (2007) worden 17 patiënten beschreven met een maligne phyllodestumor, waarvan bij zeven patiënten metastasen ontstaan (vier naar de longen, twee naar de lever en één naar longen en lever). Parkes (2021) geeft aan dat van 61 patiënten met metastasen dit in 71% van de gevallen over longmetastasen gaat, 18% anders visceraal, 6% bot en 6% anders. Bij 76% van de patiënten gaat het over één metastaseringsplaats. In leerboeken wordt gesproken over een metastaseringspatroon vergelijkbaar met sarcomen.
In de review van Bogach (2022) wordt onder de bespreking van adjuvante behandelmogelijkheden gesproken over twee studies die gaan over gemetastaseerde systeemtherapie. Dit zijn de studie van Neron (2020) en Parkes (2021). Volgens Neron, die informatie geeft over 51 patiënten uit tien Franse centra, is het effect van operatieve behandeling van metastasen het beste. Er waren 37 patiënten die chemotherapie kregen. Clinical benefit (complete response (CR), partial response (PR) en stable disease (SD)) voor alle chemotherapie schema’s wordt aangegeven op 50%. Er is geen verschil tussen antracycline bevattende en alkylerende middelen bevattende schema’s. Er is geen significante winst van chemotherapie ten opzicht van geen chemotherapie op overleving. De combinatie alkylerend middel met antracycline is beter dan alleen een antracycline (Neron, 2020). Volgens Parkes wordt bij 61 patiënten de beste respons en progressievrije overleving behaald met adriamycine in combinatie met ifosfamide(AI) of met monotherapie ifosfamide (I), waarbij alleen adriamycine (A) of gemcitabine (G) bevattende schema’s minder effectief zijn. De mediane overleving van alle door Parkes beschreven patiënten was 10,7 maanden. De overall respons rate (ORR bestaande uit CR en PR) was onder 19 patiënten van de 61 die de combinatie adriamycine met ifosfamide (AI) kregen 56%. Zeven patiënten kregen alleen ifosfamide (I), waarbij de ORR 50% was. Twaalf patiënten kregen een ander antracycline bevattend schema (A), waarbij de ORR 42% was. Negen patiënten kregen een gemcitabine gebaseerd schema (G), waarbij de ORR 33% was. De progressievrije overleving was voor AI 9,1 maanden, voor I 5,1 maanden, voor A 3,6 maanden en voor G 2,8 maanden. De auteurs concluderen dat AI en I de beste schema’s zijn (Parkes, 2021).
Van palliatieve chemotherapie is hooguit een beperkte winst op overleving te verwachten en daarom is het belangrijk ook afzien van palliatieve chemotherapie met patiënten in een shared decision gesprek te bespreken.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies (Aanbeveling 2)
Er zijn geen gerandomiseerde studies die onderzoeken welke lokale behandeling van gemetastaseerde phyllodestumoren het beste ingezet kan worden en op welke kenmerken van de tumor of van het metastaseringspatroon dit advies gebaseerd kan worden.
Bogach (2022) geeft aan dat indien er oligometastasen zijn, deze het beste chirurgisch behandeld kunnen worden. In de review van Bogach (2022) wordt onder de bespreking van adjuvante behandelmogelijkheden na de lokale chirurgie voor metastasen gesproken over twee studies die gaan over systeemtherapie. Dit zijn de studie van Neron (2020) en Parkes (2021). Volgens Neron, die informatie geeft over 51 patiënten uit 10 Franse centra, is het effect van operatieve behandeling van metastasen het beste. De mediane overleving van alle patiënten was 11,5 maanden en deze zou lager liggen dan bij andere gemetastaseerde sarcoompatiënten, waarbij in dezelfde Franse registratie gesproken werd over 13 maanden mediane overleving. In totaal werden 16 van de 51 patiënten geopereerd voor metastasen, waarbij de HR 0,33 was en de mediane overleving 9,9 maanden zonder en 25,9 maanden met operatieve behandeling van metastasen. Er waren 15 patiënten die palliatief bestraald werden, gericht op pijn van botmetastasen en niet gericht op lokale controle.
Van palliatieve lokale behandeling is geen of hooguit een beperkte winst op de overleving te verwachten en daarom is het belangrijk om ook afzien van palliatieve lokale behandeling met patiënten in een shared decision gesprek te bespreken.
Onderbouwing
Achtergrond
Er was geen richtlijn met betrekking tot systemische therapie bij gemetastaseerde phyllodestumoren. Phyllodestumoren van de borst komen in 0,5% tot 1% van de mammacarcinomen voor. Het zijn fibroepitheliale tumoren. Ongeveer 25% van de phyllodestumoren is maligne en voor de maligne phyllodestumoren wordt ook wel de term cystosarcoma phyllodes gereserveerd. Van de maligne phyllodestumoren ontstaan er bij ongeveer 18% metastasen op afstand. De component die metastasen geeft, is meestal de sarcomateuze component van het stroma, waarbij dit kan bestaan uit fibrosarcoom, liposarcoom, chondrosarcoom, osteosarcoom of rhabdomyosarcoom. Metastasen gaan meestal naar long, pleura, bot en lever, vergelijkbaar met het metastaseringspatroon van sarcomen. Er is geen informatie hoe moleculaire diagnostiek of whole genome sequencing ingezet zou moeten worden. Er is geen standaard systemische therapie beschikbaar. Voor deze module is gekeken of en hoe systemische therapie eventueel ingezet zou kunnen worden en welke werkwijze hierin gevolgd kan worden gezien de zeldzaamheid van deze situatie.
Conclusies
Overall survival, disease-free survival, quality of life
- GRADE |
No studies were found that compared systemic therapy with no systemic therapy in patients with metastatic malignant phyllodes tumors on the outcomes: overall survival, disease-free survival and quality of life.
Source: - |
Samenvatting literatuur
Description of studies
Not applicable.
Results
Overall survival, disease-free survival, quality of life
No studies were found that compared systemic therapy with no systemic therapy in patients with metastatic malignant phyllodes tumors on the outcomes: overall survival, disease-free survival and quality of life.
Level of evidence of the literature
Overall survival, disease-free survival, quality of life
The level of evidence for the comparison systemic therapy versus no systemic therapy in patients with metastatic malignant phyllodes tumors could not be assessed for the outcomes: overall survival, disease-free survival and quality of life since no appropriate studies were found.
Zoeken en selecteren
A systematic review of the literature was performed to answer the following question:
What is the effect of systemic therapy compared to no systemic therapy in patients with metastatic malignant phyllodes tumors?
P: patients with metastatic malignant phyllodes tumor
I: systemic therapy
C: no systemic therapy
O: overall survival, disease-free survival, quality of life, complications
Relevant outcome measures
The guideline development group considered overall survival and disease-free survival as critical outcome measures for decision making; and quality of life and complications as important outcome measures for decision making. A priori, the working group did not define minimally clinically (patient) important differences.
Search and select (Methods)
Bogach (2022) published a scoping review of the literature on phyllodes tumors. The included papers resulting from the systematic search were reviewed for eligibility.
The databases Medline (via OVID), Embase (via Embase.com) and Cochrane CENTRAL were searched with relevant search terms until 10-08-2020. The detailed search strategy of the scoping review is depicted under the tab Methods.
In total, Bogach (2022) included 183 papers. Five studies reported on systemic therapy. Studies were selected based on the following criteria:
- Systematic reviews, randomized controlled trials, or observational comparative studies;
- Full-text English language publication;
- Complying with the PICO criteria.
After reading the full text, five studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and no studies were included.
Results
No studies were included in the analysis of the literature.
Referenties
- 1 - Atlas of Breast Cancer 1993; Mosby-Year Book Europe Ltd, editor Daniel F Hayes, Pathology of breast cancer Stuart J Schnitt H 8.10, figure 8.17
- 2 - Bogach J, Shakeel S, Wright FC, Hong NJL. Phyllodes Tumors: A Scoping Review of the Literature. Ann Surg Oncol. 2022 Jan;29(1):446-459. doi: 10.1245/s10434-021-10468-2. Epub 2021 Jul 22. PMID: 34296360.
- 3 - Morales-Vásquez F, Gonzalez-Angulo AM, Broglio K, Lopez-Basave HN, Gallardo D, Hortobagyi GN, De La Garza JG. Adjuvant chemotherapy with doxorubicin and dacarbazine has no effect in recurrence-free survival of malignant phyllodes tumors of the breast. Breast J. 2007 Nov-Dec;13(6):551-6. doi: 10.1111/j.1524-4741.2007.00510.x. PMID: 17983394.
- 4 - Narayanakar RP, Gangaiah DM, Althaf S, Dev K, Kurpad V, Gurawalia J. Cystosarcoma phyllodes: Pathological enigma: A retrospective review of 162 cases. Indian J Cancer. 2015 Jul-Sep;52(3):365-8. doi: 10.4103/0019-509X.176698. PMID: 26905140.
- 5 - Neron M, Sajous C, Thezenas S, Piperno-Neumann S, Reyal F, Laé M, Chakiba C, Penel N, Ryckewaert T, Honoré C, Bertucci F, Monneur A, Salas S, Duffaud F, Saada-Bouzid E, Isambert N, Brahmi M, Ray-Coquard I, Blay JY, Firmin N; French Sarcoma Group (GSF-GETO). Impact of Metastasis Surgery and Alkylating-Agent-Based Chemotherapy on Outcomes of Metastatic Malignant Phyllodes Tumors: A Multicenter Retrospective Study. Ann Surg Oncol. 2020 May;27(5):1693-1699. doi: 10.1245/s10434-019-08097-x. Epub 2019 Nov 26. PMID: 31773519.
- 6 - Parkes A, Wang WL, Patel S, Leung CH, Lin H, Conley AP, Somaiah N, Araujo DM, Zarzour M, Livingston JA, Ludwig J, Roland CL, Ravi V, Benjamin RS, Ratan R. Outcomes of systemic therapy in metastatic phyllodes tumor of the breast. Breast Cancer Res Treat. 2021 Apr;186(3):871-882. doi: 10.1007/s10549-021-06116-8. Epub 2021 Feb 11. PMID: 33575859.
Evidence tabellen
Table of excluded studies
Reference |
Reason for exclusion |
Chao X, Chen K, Zeng J, Bi Z, Guo M, Chen Y, Yao Y, Wu W, Liang S, Nie Y. Adjuvant radiotherapy and chemotherapy for patients with breast phyllodes tumors: a systematic review and meta-analysis. BMC Cancer. 2019 Apr 23;19(1):372. doi: 10.1186/s12885-019-5585-5. PMID: 31014268; PMCID: PMC6480723. |
Wrong intervention (adjuvant chemotherapy). |
Morales-Vásquez F, Gonzalez-Angulo AM, Broglio K, Lopez-Basave HN, Gallardo D, Hortobagyi GN, De La Garza JG. Adjuvant chemotherapy with doxorubicin and dacarbazine has no effect in recurrence-free survival of malignant phyllodes tumors of the breast. Breast J. 2007 Nov-Dec;13(6):551-6. doi: 10.1111/j.1524-4741.2007.00510.x. PMID: 17983394. |
Wrong intervention (adjuvant chemotherapy). |
Neron M, Sajous C, Thezenas S, Piperno-Neumann S, Reyal F, Laé M, Chakiba C, Michot A, Penel N, Honoré C, Owen C, Bertucci F, Salas S, Saada-Bouzid E, Valentin T, Bompas E, Brahmi M, Ray-Coquard I, Blay JY, Firmin N; French Sarcoma Group (GSF-GETO). Surgical Margins and Adjuvant Therapies in Malignant Phyllodes Tumors of the Breast: A Multicenter Retrospective Study. Ann Surg Oncol. 2020 Jun;27(6):1818-1827. doi: 10.1245/s10434-020-08217-y. Epub 2020 Jan 27. PMID: 31989361. |
Wrong intervention (adjuvant chemotherapy). |
Neron M, Sajous C, Thezenas S, Piperno-Neumann S, Reyal F, Laé M, Chakiba C, Penel N, Ryckewaert T, Honoré C, Bertucci F, Monneur A, Salas S, Duffaud F, Saada-Bouzid E, Isambert N, Brahmi M, Ray-Coquard I, Blay JY, Firmin N; French Sarcoma Group (GSF-GETO). Impact of Metastasis Surgery and Alkylating-Agent-Based Chemotherapy on Outcomes of Metastatic Malignant Phyllodes Tumors: A Multicenter Retrospective Study. Ann Surg Oncol. 2020 May;27(5):1693-1699. doi: 10.1245/s10434-019-08097-x. Epub 2019 Nov 26. PMID: 31773519. |
Wrong comparison. |
Parkes A, Wang WL, Patel S, Leung CH, Lin H, Conley AP, Somaiah N, Araujo DM, Zarzour M, Livingston JA, Ludwig J, Roland CL, Ravi V, Benjamin RS, Ratan R. Outcomes of systemic therapy in metastatic phyllodes tumor of the breast. Breast Cancer Res Treat. 2021 Apr;186(3):871-882. doi: 10.1007/s10549-021-06116-8. Epub 2021 Feb 11. PMID: 33575859. |
Wrong comparison. |
Verantwoording
Autorisatiedatum en geldigheid
Laatst beoordeeld : 01-11-2021
Laatst geautoriseerd : 01-12-2023
Geplande herbeoordeling : 01-01-2024
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Doel en doelgroep
Deze richtlijn is een document met aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Er wordt aangegeven wat in het algemeen de beste zorg is voor de patiënt met (verdenking op) borstkanker of voor hen die voor screening in aanmerking komen. De richtlijn beoogt een leidraad te geven voor de dagelijkse praktijk van de screening, diagnostiek, behandeling en nazorg van borstkanker. Tevens wordt deze richtlijn gebruikt voor het maken van informatiemateriaal voor patiënten, in samenwerking met kanker.nl en thuisarts.nl. Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die aan de ontwikkeling van deze richtlijn hebben bijgedragen.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2021 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met borstkanker.
Werkgroeplid |
Namens |
dr. M.A.W.M.C. (Marlene) Hoynck van Papendrecht |
BVN |
drs. C. (Cristina) Guerrero Paez |
BVN |
drs. M.A. (Marjolein) Scholten |
BVN |
C.M. (Marco) van Esterik |
Contactgroep Phyllodes |
M. (Michelle) Verseveld MSc |
KNGF |
prof. dr. G.H. (Truuske) de Bock |
NHG |
dr. B.E.P.J. (Birgit) Vriens |
NIV |
dr. A. (Agnes) Jager |
NIV |
dr. C.H. (Carolien) Smorenburg, voorzitter |
NIV |
dr. H. (Hiltje) de Graaf |
NIV |
dr. J.R. (Judith) Kroep |
NIV |
dr. H.H. (Huub) van Rossum |
NVKC |
dr. ir. C. (Christiaan) van Swol |
NVKF |
dr. F. (Frederiek) van den Bos |
NVKG |
dr. C.D.L. (Carine) Bavelaar-Croon |
NVNG |
dr. L.A.E. (Leonie) Woerdeman |
NVPC |
prof. dr. M.A.M. (Marc) Mureau |
NVPC |
dr. A.N. (Astrid) Scholten |
NVRO |
dr. H.J.G.D. (Desiree) van den Bongard |
NVRO |
dr. J.H. (John) Maduro |
NVRO |
dr. M.J.C. (Maurice) van der Sangen |
NVRO |
dr. N. (Nina) Bijker |
NVRO |
prof. dr. L.J. (Liesbeth) Boersma |
NVRO |
dr. D.J.P. (Dominique) van Uden |
NVvH |
dr. E.L. (Emily) Postma |
NVvH |
dr. J.H. (José) Volders |
NVvH |
dr. L.J.A. (Luc) Strobbe |
NVvH |
mr. dr. F.H. (Frederieke) van Duijnhoven |
NVvH |
drs. E.M. (Elise) Bekers |
NVVP |
dr. A.I.M. (Inge-Marie) Obdeijn |
NVvR |
dr. C.E. (Claudette) Loo |
NVvR |
dr. M.B.I. (Marc) Lobbes |
NVvR |
dr. C. (Carla) Meeuwis |
NVvR |
drs. L.M.H. (Lidy) Wijers |
NVvR |
drs. M.W. (Mechli) Imhof-Tas |
NVvR |
A. (Angelie) van den Bosch |
V&VN |
C. (Celine) Zoetbrood |
V&VN |
A.M.J. (Antoinette) Holterman |
V&VN oncologie |
drs. J.M. (Margriet) Collée |
VKGN |
Met ondersteuning van
Drs. S.N. (Sarah) van Duijn
Dr. L. (Linda) Oostendorp
Drs. M. (Miriam) te Lintel Hekkert
Dr. N. (Nadine) Zielonke
Dr. J. (Joppe) Tra
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.
Clusterstuurgroep
Clusterlid |
Functie |
Nevenwerkzaamheden |
Gemelde belangen |
Smorenburg (voorzitter) |
* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald) |
Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald) |
In 2018 een vergoeding van €1,307,00 ontvangen van Pfizer.
|
Guerrero Paez |
Directeur Borstkanker Vereniging Nederland |
Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald) |
Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit patïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consortium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider). Verder werken wij met de PAG samen en allerlei vrijwilligers. Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister. |
Vriens |
Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven |
In 2018 een vergoeding van €870,00 ontvangen van Novartis. |
|
Mureau |
Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam |
* Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald) |
Polytech Health & Aesthetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider |
Lobbes |
* Radioloog - Zuyderland Medisch Centrum, afdeling Medische Beeldvorming (0,9 fte) |
Lid wetenschappelijke adviesraad LRCB - Lid wetenschappelijke raad Zuyderland Medisch Centrum |
* GE Healtcare - Rapid Access to Contrast-Enchanced mammography in Recalls form breast cancer screening (RACER) – Projectleider * Boegbeeldfunctie wereldwijd van contrast-enhance mammography (CEM) * Betrokkenen heeft financiële vergoedingen gekregen voor het verzorgen van workshops, presentatie en deelname van medical advisory boards van onder andere GE Healthcare, Hologic, Tromp Medical, Suazio, Bayer |
Bosch, van den |
Verpleegkundig specialist mammacarcinoom in het Catherinaziekenhuis te Eindhoven |
Gast-docent HBO-V studenten aan Fontys Hogeschool te Eindhoven (betaald) |
Geen |
Bongard, van den |
Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC |
* Lid NABON bestuur (onbetaald) |
* KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patients (BREAST-ART, 2020) - Projectleider. * Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom |
Van Swol |
* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte) |
Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl |
Geen |
Van Duijnhoven |
Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis |
* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group |
* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patients with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI * KWF - Management of low risk ductal carcinoma in situ (low-risk DCIS): a non-randomized, multicenter, non-inferiority trial between standard therapy approach versus active surveillance - clinical trial ongoing - Geen projectleider, co-PI * KWF - Clinically node negative breast cancer patients undergoing breast conserving therapy: Sentinel lymph node procedure versus follow-up - randomized clinical trial, accural complete January 2022 - Geen projectleider, local PI * EORTC-quality of life group - Follow-up in Early and Locally Advanced Breast Cancer Patients: An EORTC QLG-BCG-ROG Protocol - clinical study in which quality of life data are registered in patients treated for breast cancer < 3 years ago - Geen projectleider, local PI * Als arts ook betrokken bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. |
Volders |
Oncologische chirurg |
* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald |
Geen |
Van der Sangen |
Radiotherapeut-oncoloog, afdeling Radiotherapie, Catharina Ziekenhuis Eindhoven |
Bestuurslid BOOG (Borstkanker Onderzoeksgroep Nederland), onbetaald |
NVRO/IKNL - Retrospectief onderzoek naar het gebruik van radiotherapie in Nederland - Geen projectleider |
Clusterexpertisegroep
Clusterlid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Bavelaar-Croon |
Nucleair Geneeskundige - Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede |
* Voorzitter werkgroep mammacarcinoom NVNG (Nederlandse Vereniging Nucleaire Geneeskunde) |
Geen |
Imhof-Tas |
Mammaradioloog en screeningsradioloog Radboud UMC (100%) |
Geen |
Geen |
Obdeijn |
Mammaradioloog in het Erasmus MC |
Geen |
* ZonMw - KWF, Sisters Hope, Pink Ribbon Stichting… - MRI versus mammography for breast cancer screening in women with familial risk (FAMRIsc: a multicentre randomised, controlled trial (Lancet Oncology 2019) |
Wijers |
Mamma- en neuroradioloog Alrijne Zorggroep (Leiderdorp - Leiden - Alphen) |
* Lid NABON |
In 2020 een vergoeding van €1270,00 ontvangen van Bayer. |
Collée |
Klinisch geneticus, Erasmus MC Rotterdam |
Geen |
* KWF - Nationwide infrastructure integrating research and health care to improve management for Dutch women with familial breast cancer risk Infrastructure Initiatives – * KWF Building in the Archipelago of Ovarian Cancer Research - Geen projectleider |
Rossum, van |
Laboratorium specialist Klinische Chemie, Afdeling Algemeen Klinisch Laboratorium Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis Amsterdam |
* Eigenaar en directeur Huvaros B.V. (onbetaald) |
* Health Holland - Subsidie voor vingerprik bloedafname systeem voor Covid-19 serologie - Projectleider
|
Bock, de |
Hoogleraar oncologische epidemiologie en interim afdelingshoofd afdeling Epidemiologie van het UMCG (voltijds aanstelling) |
* Lid werkgroep herziening richtlijn familiaire en erfelijke eierstokkanker |
* W.J. Thijnstichting - STIC, het begin of het einde - Projectleider samen met gynaecoloog
|
Bos, van den |
Internist-ouderengeneeskunde LUMC |
Voorzitter kerngroep ouderen NIV (onbetaald) |
SKMS - Keuzehulpen nij patiënten met multimorbiditeit - Projectleider
|
Verseveld |
* Bestuurslid Nederlandse Vereniging voor fysiotherapie bij Lymfologie en Oncologie, portefeuilehouder Wetenschap Oedeem en Oncologie: 8 uur per week |
* NVFL: vrijwillige functie |
Geen |
Loo |
Radioloog, gespecialiseerd mammaradiologie & screening BVO (regio midden west). NKI-AVL (Nederlands Kanker Instituut, Antoni van Leeuwenhoek) en BVO midden west |
* Wetenschappelijke cie NBCA (deels betaals/vacatie) |
In 2019 een vergoeding van €1749,00 ontvangen van Bayer. |
Meeuwis |
Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate |
* NABON - werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald) |
* SENO medical - Echografie gecombineerd met laserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst - Projectleider
|
Louwe |
Gynaecoloog, 0,9 aanstelling Leids Universitair Medisch Centrum |
Geen |
Geen |
Graaf, de |
Internist-oncoloog MCL |
Lid commissie kwaliteit NVMO. Medisch manager Oncologisch Netwerk Friesland (ONF) Coach Coassistenten Lid raad van toezicht zorg en welzijn |
Geen |
Jager |
Internist-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam |
* Voorzitter Stichting BOOG (Borstkanker onderzoeksgroep) - onbezoldigd |
* KWF - Prediction of Breast Cancer chemotherapy response in patients by determination of chemosensitivity in tumor tissue ex vivo - Projectleider In 2019 een vergoeding van €980,00 ontvangen van Roche Pharma. |
Strobbe |
Borstkankerchirurg CWZ Nijmegen fulltime staflid |
Geen |
Geen |
Maduro |
Radiotherapeut oncoloog, Universitaire Medische Centrum Groningen en Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie |
Bestuur BOOG, onbetaald |
EU - HARMONIC, gevolgen straling bij kinderen - Geen projectleider
|
Boersma |
Radiotherapeut-oncoloog Maastro, Maastricht |
* Klinische werkzaamheden en wetenschappelijke werkzaamheden * Voorzitter van Landelijk Platform Protonentherapie en lid van commissie kwaliteit NVRO |
ZonMw - MOVE project: verbeteren zorgpaden protonentherapie; SKMS project: INNOVATE: verbeteren implementatie van innovaties. KWF: Descartes studie: de-escalatie van bestraling bij patiënten met pCR na Neoadjuvante chemotherapie
|
Scholten |
Radiotherapeut-oncoloog, NKI-AVL |
- |
KWF - PPAPBI-2 trial - Projectleider
|
Postma |
Oncologisch chirurg Antonius Ziekenhuis Nieuwegein |
Geen |
Geen |
Uden |
Fellow chirurgische oncologie: per 17-1-2022 te Gelre Ziekenhuizen (hiervoor fellow chirurgische oncologie in het Rijnstate Ziekenhuis) |
Niet van toepassing |
Onbetaald en ongefinancierd promotie onderzoek naar inflammatoir mammacarcinoom: nu geen aandachtspunt voor de revisie. |
Bijker |
Radiotherapeut-oncoloog Amsterdam UMC |
* Kartrekker lateralisatie mammazorg AmsterdamUMC, onbetaald |
* KWF 12900 - Reduction of organ motion during radiotherapy by non-invasive mechanical ventilation supported berating control - Geen projectleider
|
Kroep |
Internist-Oncoloog, LUMC |
Betaald adviseurschap: AstraZeneca, GSK, Eisai, Lilly, MSD, Novartis |
* AstraZeneca - FAB, DOMEC en MMRd-GREEN studie; behandeling ovariumca (FAB) en endometrium carcinoom (DOMEC en MMRd-GREEN) drugs (olaparib, durvalumab) en onregstricted grant - Projectleider * Novartis - NEOLBC studie met neoadjuvant chemotherapie vs ribociclib en letrozol in hormoongevoelig mammacarcinoom. ribociclib en unregstricted grant - Projectleider * Philips - NEOLBC studie met neoadjuvant chemotherapie vs ribociclib en letrozol in hormoongevoelig mammacarcinoom. unrestricted grant - Projectleider |
Woerdeman |
Plastisch chirurg Antoni van Leeuwenhoek Amsterdam |
* Hoofd afdeling plastische chirurgie Antoni van Leeuwenhoek |
Dutch Cancer Society, Grand/Award Number: - Ontwikkeling borst reconstructie keuzehulp - Projectleider
|
Esterik, van |
Tot 2014 zelfstandige als Invalbakker |
* Brood en Banker Bakker |
Geen |
Scholten, M |
* Belangenbehartiger bij BVN (Borstkankervereniging), 50% |
* Zitting in Medische Advies Raad Parkinsonvereniging (vrijwillig) |
Geen |
Hoynck van Papendrecht |
Vrijwilligster BVN |
* Gepensioneerd arts |
Geen |
Bekers |
Patholoog, Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis |
Geen |
Geen |
Zoetbrood |
|
|
|
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de Borstkankervereniging Nederland (BVN) uit te nodigen voor de invitational conference en de werkgroep. Het verslag hiervan [zie aanverwante producten] is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan BVN en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). De eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en waar mogelijk verwerkt.
Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er [waarschijnlijk geen/ mogelijk] substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
Module HER2-gerichte therapie in adjuvante setting |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met HER2-positieve borstkanker) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module HER2-gerichte therapie in gemetastaseerde setting |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met HER2-positieve borstkanker) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module immuuntherapie in gemetastaseerde setting |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met borstkanker en indicatie immuuntherapie in gemetastaseerde setting) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module directe borstreconstructie en radiotherapie |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met borstkanker, directe borstreconstructie en radiotherapie) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module uitgestelde borstreconstructie en radiotherapie |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met borstkanker, uitgestelde borstreconstructie en radiotherapie) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module nacontrole: detectie van nieuwe carcinoom manifestaties |
geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>5.000 patiënten jaarlijks in nacontrole voor borstkanker), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Module Phyllodestumoren – beeldvorming en pathologie |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met Phyllodestumoren) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module phyllodestumoren - radiotherapie |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met Phyllodestumoren) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module phyllodestumoren – resectiemarges |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met Phyllodestumoren) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module phyllodestumoren – systemische therapie |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met Phyllodestumoren) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Phyllodestumoren - nacontrole |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met Phyllodestumoren) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module screening buiten het bevolkingsonderzoek tijdens zwangerschap en borstvoeding |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met indicatie screening buiten het bevolkingsonderzoek tijdens zwangerschap en borstvoeding) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Module immuuntherapie in neoadjuvante setting |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten met borstkanker en indicatie immuuntherapie in neoadjuvante setting) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven |
Werkwijze
AGREE
Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).
Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen
Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep schriftelijk de knelpunten in de zorg voor patiënten met borstkanker. Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.
Uitkomstmaten
Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Methode literatuursamenvatting
Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model met behulp van Review Manager 5.4. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).
GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).
Definitie |
|
Hoog |
|
Redelijk |
|
Laag |
|
Zeer laag |
|
Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.
In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.
Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers |
||
|
Sterke aanbeveling |
Zwakke (conditionele) aanbeveling |
Voor patiënten |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet. |
Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. |
Voor behandelaars |
De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen. |
Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren. |
Voor beleidsmakers |
De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid. |
Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. |
Organisatie van zorg
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.
Literatuur
Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.
Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.
Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.
Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.
Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.
Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html
Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.
Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.
Zoekverantwoording
Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.