Borstkanker

Initiatief: NABON / NIV Aantal modules: 137

Borstkanker - Stadiëring

Aanbeveling

SWK’s moeten op tenminste 3 niveaus worden onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen, indien morfologisch negatief ook met behulp van keratine kleuringen.

SWK en OKD worden vastgelegd volgens de TNM classificatie, 8e editie

De status van de okseltopklier moet apart worden vermeld.

Massale extranodale groei moet worden vermeld.

 

 

Onderbouwing

In het verleden was de OKD een vast onderdeel van de behandeling van resectabel invasief borstkanker. De okselklierstatus is een belangrijke prognostische indicator en was van belang in de keuze voor het geven van adjuvante systemische therapie. Daarnaast vormde de dissectie een deel van de lokale therapie. Bij de SWK-biopsie worden selectief één of meer klieren uitgenomen die als eerste de lymfafvloed van de tumor draineren. De SWK-status voorspelt de kans op verdere okselkliermetastasering en bepaalt daarmee mede de indicatie voor eventuele okselklier behandeling.

Gezien het belang van de SWK-status bij de beslissing de oksel wel of niet te behandelen, worden deze klieren uitvoeriger dan gebruikelijk onderzocht, waarbij gebruik wordt gemaakt van sprongseries en immunohistochemie. In de verschillende series over resultaten van SWK-biopsie zijn er grote verschillen in de bewerking, met name in het aantal niveaus en de afstand er tussen. Het is duidelijk dat er een directe relatie is tussen de kans tumor in de SWK aan te treffen en de uitgebreidheid van onderzoek. Er moet daarbij een keuze gemaakt worden tussen algemene uitvoerbaarheid en effectiviteit van de SWK bewerking.

Vriescoupe onderzoek SWK
Desgewenst kan vriescoupe onderzoek plaatsvinden, waarbij de SWK voorzichtig dient te worden aangesneden (ter voorkoming van materiaalverlies) totdat een gehele centrale doorsnede verkregen is. De sensitiviteit van de vriescoupe is circa 75% bij een specificiteit van vrijwel 100% [Van Diest 1999; Jensen, 2010; Tille, 2009].

Bewerking SWK
Puur pragmatisch wordt voor de bewerking van de SWK het volgende geadviseerd:

  • lymfklieren tot 0,5 cm geheel insluiten; lymfklieren groter dan 0,5-1,0 cm overlangs halveren en beide helften zo inbedden dat de centrumzijde wordt aangesneden; klieren groter dan 1 cm in lamellen totaal inbedden.
  • de paraffineblokken worden op ten minste 3 niveaus aangesneden met 250 μm tussenruimte; van elk niveau wordt 1 coupe HE gekleurd. Immunohistochemisch onderzoek met antilichaam tegen keratine (CAM5.2 of AE1/AE3) wordt hieraan toegevoegd in geval van HE-negatieve SWK. Om praktische redenen kan het handig zijn om meteen immunohistochemie te doen [Jensen, 2010; Tille, 2009].
  • in de praktijk betekent dit dat vrijwel elke SWK gehalveerd wordt en dus op ten minste 6 niveaus wordt aangesneden.

Rapportage SWK
Wat betreft de rapportage van de SWK-status wordt geadviseerd de volgende categorieën te gebruiken:

  • SWK vrij van tumor (pN0(i-)(sn)).
  • SWK met geïsoleerde tumorcellen (ITC; solitaire cellen of celclusters kleiner dan of gelijk aan 0,2 mm) (pN0(i+)(sn)).
  • SWK met micrometastase (een focus > 0,2 mm en ≤ 2 mm of in totaal meer dan 200 cellen) (pN1(mi)(sn)).
  • SWK met macrometastase (groter dan 2 mm) (pN1(sn)).

Rapportage OKD
Wat betreft de rapportage van de OKD wordt geadviseerd de volgende items te vermelden:

  • aantal onderzochte lymfklieren
  • aantal klieren met metastasen en het soort metastasen (macro- (>2 mm), micro- (>0,2 -≤2 mm), ITC (≤ 0,2 mm)).
  • status mediale okseltopklier
  • eventuele aanwezigheid van convoluutvorming
  • uitbreiding van tumor in het perinodale vetweefsel en, indien van toepassing, eventuele bedreiging van het resectievlak

Criteria voor onderscheid ITC en micrometastase
Beslisdiagram voor maken onderscheid tussen ITC/pN0(i+) en micrometastases/pN1mi volgens de achtste editie van de TNM-classificatie.

  • Afstand tussen cellen/clusters, lokalisatie in de sinus of parenchym of uitbreiding buiten de lymfklier is niet van invloed op de classificatie.
  • Een cluster is een confluent focus van tumorcellen in contact met andere tumorcellen. Echter, tumorcellen van elkaar gescheiden door desmoplastisch/fibrotisch stroma worden geïnterpreteerd als confluent.
  • De bovengrens van 0,2 mm wordt gebruikt voor clusters en 200 cellen als bovengrens voor discohesieve cellen of vrijwel cohesief gelegen clusters.

Massale extranodale groei
Van massale extranodale groei is sprake als er zodanige tumorgroei is in het okselvet, dat er twijfel is over de radicaliteit ter plaatse van de oksel. In dat geval is er een indicatie voor nabestralen van de oksel.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 13-02-2012

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nationaal Borstkanker Overleg Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Risicoprofilering