Borstkanker

Initiatief: NABON / NIV Aantal modules: 137

Borstkanker - Locoregionaal recidief

Onderbouwing

 

Niveau 2

Na een geïsoleerd locoregionaal recidief borstkanker na MST of mastectomie varieert de vijfjaars overlevingskans tussen 40 en 65%.

A2        van Tienhoven, 1999
B          Clemons, 2001; Voogd, 2005

 

 

Deze module is in 2017 redactioneel aangepast.

 

Een locoregionaal recidief wordt gedefinieerd als een terugkomen van de ziekte in de borst, de thoraxwand, de oksel, het infraclaviculaire, supraclaviculaire of parasternale lymfkliergebied na in opzet curatieve behandeling [UICC, 2002]. In een uitvoerig literatuuroverzicht van Clemons (2001) is de overall tienjaars incidentie van locoregionaal recidief 13% na mastectomie en 12% na MST. Driekwart van deze recidieven is lokaal en een kwart regionaal.

De kans op het ontwikkelen van een lokaal recidief is vooral afhankelijk van het tumorstadium en na MST ook van de leeftijd. Bij DCIS is de tienjaars lokale recidiefkans na MST 10-15% en na mastectomie 0-4%. De helft van deze recidieven is invasief [EORTC, 2006; Fisher, 2001]. In trials die randomiseerden tussen mastectomie en MST is het lokaal recidiefpercentage na mastectomie doorgaans lager dan na MST zonder dat dit invloed heeft op de overleving, ook op de lange termijn [Poggi, 2003; Kroman, 2004]. Jonge leeftijd is specifiek bij MST ongunstig voor de lokale recidiefkans [Poggi, 2003; Kroman 2004; Bartelink, 2007]. In de tienjaars update van de EORTC boost - no boost trial was de overall lokale recidiefkans bij de patiënten die een boost ontvingen 6% en voor patiënten jonger dan 40 jaar 13,5% [Bartelink, 2007].

Regionale recidieven worden wisselend opgegeven, onder andere afhankelijk van het oorspronkelijk stadium van de ziekte, de uitgebreidheid van de axillaire chirurgie en postoperatieve radiotherapie. Bij DCIS komt in principe geen regionale metastasering of recidivering voor. Bij stadium I-II borstkanker worden percentages van 1-5% opgegeven [Newman, 2000; de Boer, 2001; Voogd, 2001], bij pT3 of pN2 patiënten hogere percentages (7-15%) [van Tienhoven, 1999, Jager, 1999]. Een aparte situatie vormt het - zeldzaam voorkomende - okselrecidief na een SWK-procedure. In een Amerikaanse serie van ruim 4.000 SWK-procedures werd met een mediane follow-up van 31 maanden een okselrecidiefpercentage gevonden van 0,25% [Naik, 2004]. Van de 210 patiënten met een positieve SWK bij wie geen OKD was uitgevoerd kreeg slechts 1,4% een okselrecidief [Naik, 2004]. Een systematic review van 68 studies bevestigt dat bij het nalaten van OKD na een negatieve SKW, maar ook bij een positieve SWK het okselrecidiefpercentage erg laag is, zoals ook in de gerandomiseerde Amerikaanse ACOZOG Z-11 studie werd gevonden [Pepels, 2011; Giuliano, 2010].

Het vijfjaars locoregionaal recidiefpercentage voor locoregionaal uitgebreide borstkanker is na behandeling met een combinatie van chemotherapie en radiotherapie, met of zonder chirurgie 20-30% [Piccart, 1988; Hunt, 1996; Merajver, 1997]. Voor alle groepen geldt dat de locoregionale recidiefkans toeneemt naarmate de tumorload (T-stadium, hoeveelheid tumorpositieve lymfklieren) toeneemt [Clemons, 2001]. Ongeveer 60% van de locoregionale recidieven na een mastectomie treedt binnen drie jaar na de oorspronkelijke behandeling op, maar ook na langere tijd kunnen recidieven nog optreden [Poggi, 2003; Kroman, 2004; Bartelink, 2007; Recht, 1988; Kurtz, 1990]. Na MST lijkt de kans op een lokaal recidief op langere termijn (na ongeveer 7 jaar) een tweede piek te vertonen [Recht, 1988].

Een locoregionaal recidief impliceert een slechtere prognose, zowel na mastectomie [Aberizk, 1986; Mendenhall, 1988; Schwaibold, 1991] als na MST [Voogd, 2005; Fisher, 1991; Whelan, 1994; Elkhuizen, 2001]. Verschillende series zijn moeilijk te vergelijken, omdat het oorspronkelijk tumorstadium in mastectomie series in het algemeen hoger is dan in MST series. In bovengenoemde review van Clemons (2001) werd na thoraxwandrecidieven na mastectomie een vijfjaars overleving van gemiddeld 49% gevonden en na borstrecidieven na MST een vijfjaars overleving van gemiddeld 64%. In twee Europese fase III trials die randomiseerden tussen mastectomie en MST bleek de overleving en locoregionale controle van de 133 patiënten met een locoregionaal recidief na salvagebehandeling identiek ongeacht de oorspronkelijke behandeling [van Tienhoven, 1999]. Zowel na MST als na mastectomie treedt tweederde van de locoregionale recidieven geïsoleerd op, dat wil zeggen: zonder gelijktijdige metastasering op afstand [Clemons, 2001; van Tienhoven, 1999; Jager, 1999; Recht, 1988; Kurtz, 1990; Voogd, 2005]. Lokale recidieven langer dan vijf jaar na MST hebben een betere prognose dan lokale recidieven binnen vijf jaar [van der Sangen, 2006].

De vijfjaars overleving van patiënten met een geïsoleerd locoregionaal recidief is in de orde van ongeveer 40-65% [van Tienhoven, 1999; Voogd, 2005]. Hoewel dit niet zeer gunstig is, blijft curatie zeker mogelijk. De behandeling van een geïsoleerd locoregionaal recidief moet dus curatief van opzet zijn.

 


Er zijn veel organisaties die zich bezighouden met de ontwikkeling van online ondersteuning voor mensen die te maken hebben (gehad) met borstkanker. De veelheid in aanbod maakt het echter onoverzichtelijk en het aanbod blijft groeien. De BVN houdt een overzicht van online ondersteuning bij op borstkanker.nl/nl/keuzehulp

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 31-12-2017

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nationaal Borstkanker Overleg Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Gemetastaseerde borstkanker