Borstkanker

Initiatief: NABON / NIV Aantal modules: 137

Borstkanker - Palliatieve zorg

Aanbeveling

De werkgroep is van mening dat op het moment dat patiënt van de curatieve fase naar de palliatieve fase gaat er een slechtnieuwsgesprek moet plaats vinden (zie handreiking slechtnieuwsgesprek).

 

De werkgroep is van mening dat er op tijd met patiënt gesproken moet worden over het levenseinde (zie handreiking: tijdig spreken over het levenseinde) en dat de principes van advance care planning in acht genomen moeten worden.

 

De werkgroep is van mening dat alle dimensies van de zorg - lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel - aandacht gegeven dient te worden

 

Zorg en begeleiding dienen afgestemd te zijn op de veerkracht en de wijze waarop de patiënt met zijn of haar ziekte en situatie omgaat.

 

De werkgroep is van mening dat er een individueel zorg- en behandelplan dient te zijn, gebaseerd op de individuele doelen, behoeften, grenzen en wensen van de patiënt.

 

Betrek de huisarts actief bij de zorg en doe dit zo vroeg mogelijk in het behandeltraject. Zorg dat het de patiënt op ieder moment duidelijk is wie de hoofdbehandelaar en wie de regievoerder is.

 

Vraag bij refractaire symptomen en/of complexe problemen ondersteuning van deskundigen, bijvoorbeeld van een palliatief consultatieteam, en/of verwijs naar gespecialiseerde hulpverleners.

Onderbouwing

Niveau 3

Lichamelijke, psychische, sociale en spirituele factoren zijn van invloed op de klachten en de kwaliteit van leven van patiënten met kanker in de palliatieve fase.

 

C          Spreeuwenberg 2013

 

Niveau 3

Een individueel zorg- en behandelplan, waarin de individuele doelen, behoeften, wensen en grenzen van de patiënt worden weergegeven, draagt bij om te komen tot passende zorg.

 

B          Nederlands Huisartsen Genootschap 2014

C          Spreeuwenberg 2013

 

Niveau 3

Onderlinge afstemming en een goede overdracht tussen alle betrokkenen zorgverleners is een absolute vereiste zijn voor goede palliatieve zorg. De huisarts speelt hierbij een belangrijke rol.

 

C          Eizenga 2006, Spreeuwenberg 2013

 

Niveau 3

Tijdige consultatie en/of verwijzing naar gespecialiseerde hulpverleners bij complexe problematiek draagt bij aan de kwaliteit van de zorg.

 

C          Spreeuwenberg 2013

In de definitie van de WHO (2002) wordt palliatieve zorg omschreven als een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard. Gerandomiseerd onderzoek suggereert dat vroegtijdig inzetten van palliatieve zorg niet alleen bijdraagt aan de kwaliteit van leven maar ook de overleving kan verbeteren [Temel 2010, Markus 2017, Basch 2017, O’Conner 2015]. Deze module is gebaseerd op het ‘Kwaliteitskader Palliatieve Zorg (2017)’ en de richtlijn Algemene principes van palliatieve zorg. Beide documenten bieden zorgprofessionals handvatten voor verbetering van de palliatieve zorgverlening aan patiënt en naaste, zowel inhoudelijk als organisatorisch.


De palliatieve fase breekt aan als er voor de patiënt geen curatie meer mogelijk is en er alleen nog ziektegerichte of symptoomgerichte palliatie gegeven kan worden. Over het algemeen is dit op het moment dat er sprake is van gemetastaseerde borstkanker.


Uitgangspunten

Palliatieve zorg is multidimensionele zorg waarbij kwaliteit van leven centraal staat. Er wordt aandacht besteed aan de lichamelijke, psychische, sociale en spirituele dimensies [Spreeuwenberg 2013, Algemene principes van palliatieve zorg]. Deze zorg wordt vaak multidisciplinair aangeboden. Daarbij gaat de aandacht niet alleen uit naar degene die ziek is en gaat sterven maar ook naar diens naasten, tijdens de ziekte en nadat de betrokkene is overleden.


Palliatieve zorg wordt geleverd door formele zorgverleners, samen met informele zorgverleners als mantelzorgers en vrijwilligers. In de palliatieve zorg wordt ernaar gestreefd de patiënt te ondersteunen bij het vinden en handhaven van de balans tussen draaglast en draagkracht. De hulpvraag van de patiënt staat centraal. Daarbij komen niet alleen lichamelijke aspecten aan de orde, maar is er juist ook aandacht voor de psyche, sociale context en spirituele behoeften en wensen van de patiënt. Iedere patiënt gaat anders met de situatie om. (H)erkenning van de coping-stijl en veerkracht van de individuele patiënt en continue afstemming daarop van de zorg en begeleiding zijn noodzakelijk om tot het einde toe goede zorg te kunnen leveren. Zo nodig wordt gespecialiseerde psychosociale hulpverlening (maatschappelijk werker, psycholoog) en/of een geestelijk verzorger ingezet [Spreeuwenberg 2013].

In een open dialoog wordt informatie gegeven en getracht tot een gezamenlijk gedragen plan voor behandeling en zorg te komen op basis van enerzijds de kennis en de ervaring van de zorgverlener en anderzijds de ervaring, waarden en voorkeuren van de patiënt. In het behandel- en zorgplan worden de individuele doelen, behoeften, grenzen en wensen van de patiënt weergegeven [Nederlands Huisartsen Genootschap 2014].

In de loop van het ziektetraject wordt regelmatig nagegaan of er verandering is opgetreden van de behoeften en wensen van de patiënt.Onderlinge afstemming en een goede overdracht tussen alle betrokkenen is essentieel voor goede palliatieve zorg. De huisarts speelt hierbij een centrale rol [Eizenga 2006]. In het proces moet het voor de patiënt op ieder moment duidelijk zijn wie de hoofdbehandelaar is en wie de regie voert.

Palliatieve zorg vergt expertise. In alle regio’s van Nederland zijn palliatieve consultatieteams (intra-, trans- of extramuraal) beschikbaar voor advies bij refractaire symptomen en/of complexe problemen [Spreeuwenberg 2013].

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 01-07-2018

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nationaal Borstkanker Overleg Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Borstkanker bij mannen