Borstkanker

Initiatief: NABON / NIV Aantal modules: 137

Borstkanker - DCIS

Onderbouwing

Ductaal carcinoom in situ (DCIS) is een intraductale proliferatie van maligne ogende cellen waarbij nog geen invasie in het omgevende stroma is opgetreden. DCIS wordt vaak ontdekt op basis van calcificaties op het mammogram die bij biopsie geassocieerd blijken te zijn met dit DCIS. DCIS metastaseert niet, en patiënten met DCIS hebben daarom met adequate lokale behandeling een uitstekende prognose. DCIS wordt algemeen beschouwd als een voorstadium van borstkanker, hoewel het niet zeker is welk percentage zich – indien onbehandeld – tot een invasief carcinoom zal ontwikkelen [Welch 1997]. Als gevolg van het bevolkingsonderzoek is er een enorme toename van het aantal vrouwen gediagnosticeerd met een DCIS: van alle vrouwen die in Nederland gediagnosticeerd werden met een DCIS of invasieve tumor in de borst, betrof dit bij 15% een DCIS (NKR cijfers).

 

Lobulair carcinoom in situ (LCIS) wordt incidenteel in ongeveer in 4% van de biopten met een verder benigne afwijking aangetroffen. In feite is LCIS, net als DCIS, een proliferatie van maligne cellen beperkt tot het ductolobulaire systeem. Er wordt onderscheid gemaakt tussen klassiek LCIS en pleiomorf LCIS. De klassieke variant bestaat uit een celtype dat morfologisch en moleculair overeenkomt met die van het infiltrerend lobulair carcinoom en gaat meestal niet gepaard met klinische en radiologische afwijkingen. Het pleiomorfe type toont meer kernpolymorfie en hogere proliferatie en is vaker geassocieerd met calcificaties. Het klinisch gedrag van pleiomorf LCIS lijkt op dat van DCIS. De cumulatieve incidentie van borstkanker na diagnose LCIS bedraagt 1-2% per jaar, resulterend in een relatief risico dat 8-10 maal hoger is dan de algemene populatie. Omdat het gebied met klassiek LCIS niet goed is af te grenzen en het cumulatief risico op progressie naar invasief lobulair carcinoom klein is, wordt vrouwen met klassiek LCIS active surveillance, in de vorm van jaarlijkse mammografie voorgesteld. Voor het pleiomorf LCIS wordt een behandeling als voor DCIS voorgesteld.

 

Zoals ook geldt voor invasieve borstkanker vormt DCIS een groep van heterogene laesies met wisselend klinisch gedrag. Bij de klassieke gradering van DCIS wordt er gekeken naar cytonucleaire differentiatie en groeipatroon. Hierbij wordt algemeen aangenomen dat een graad 1, goed gedifferentieerd DCIS bij progressie gedurende een langere tijdsperiode in bepaalde situaties aanleiding geeft tot een graad 1 invasief ductaal carcinoom (IDC), terwijl een graad 3 slecht gedifferentieerd DCIS zich sneller en vaker kan ontwikkelen tot een graad 3 IDC [Sanders 2005].

De behandeling van het DCIS heeft als doel om de kans op een lokaal recidief zo klein mogelijk te maken, mede omdat de helft van de recidieven een invasief carcinoom zal blijken te zijn [EBCTCG 2010].

 


Er zijn veel organisaties die zich bezighouden met de ontwikkeling van online ondersteuning voor mensen die te maken hebben (gehad) met borstkanker. De veelheid in aanbod maakt het echter onoverzichtelijk en het aanbod blijft groeien. De BVN houdt een overzicht van online ondersteuning bij op borstkanker.nl/nl/keuzehulp

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 31-12-2017

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nationaal Borstkanker Overleg Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Invasief carcinoom