Borstkanker

Initiatief: Cluster Borstkanker Aantal modules: 149

Locoregionale behandeling na neo-adjuvant systemische therapie (NST): chirurgie en radiotherapie

Publicatiedatum: 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 17-06-2026

Uitgangsvraag

Wat is de optimale locoregionale behandeling van de oksel en borst(wand) na neoadjuvante systemische therapie bij patiënten met initieel tumorpositieve okselklieren (cN+)?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

1. Hoe kan de axilla chirurgisch worden gestadieerd na neoadjuvante systemische therapie (NST) voor patiënten met een tumorpositieve axilla voor aanvang van de systemische behandeling?
2.

Wat is de rol van okselklierdissectie en (loco)regionale radiotherapie na NST bij patiënten met cN+, afhankelijk van de initiële axillaire klierbelasting en de reststatus van gemarkeerde aangedane klieren na behandeling (ypN0 of ypN+)?

  • Patiënten met cN+, ypN0:
    • a. < 4 verdachte lymfeklieren
    • b. ≥ 4 verdachte lymfeklieren
  • Patiënten met cN+, ypN+:
    • a. < 4 verdachte lymfeklieren
    • b. ≥ 4 verdachte lymfeklieren
3.  Wat is de rol van radiotherapie op de borst(wand) na NST bij patiënten met een ypT0?

 

Aanbeveling

Aanbeveling 1 (deelvraag 1 en 2) eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Bij een patiënt met cN+ ziekte die wordt behandeld met neoadjuvante systemische therapie (NST), dient de grootste of meest suspecte lymfeklier te worden gemarkeerd. Na NST moet de axilla chirurgisch worden geherstadieerd middels een van de 3 voorgestelde technieken (SWK), MARI of TAD).

 

cN+ (<4 lymfeklieren) en ypN0:

Laat adjuvante okselbehandeling (OKD en regionale radiotherapie) achterwege bij patiënten, conform de resultaten van NSABP-51 en de Nederlandse cohortstudies. Beiden hebben geen invloed op axillair recidiefrisico, DFS en OS.

 

cN+ (<4 lymfeklieren) en ypN0(i+):

Overweeg achterwege laten van adjuvante okselbehandeling. Indien wel regionale radiotherapie; beperk dit bij voorkeur tot axilla levels I en II, en interpectoraal.

 

cN+ (< 4 lymfeklieren) en ypN+:

Geef adjuvante okselbehandeling middels regionale radiotherapie op axilla levels I, II,interpectoraal, III, en IV. Overweeg bij micrometastasen (ypNmicro) in afwezigheid van RF het achterwege laten van radiotherapie op level III en IV.

 

cN+ (≥ 4 lymfeklieren) en ypN0 of ypN0(i+):

Laat OKD achterwege. Behandel deze patiënten met regionale radiotherapie op axilla levels I, II, interpectoraal, III en IV.

 

cN+ (≥ 4 lymfeklieren) en ypN+:

Verricht een OKD en geef adjuvante RT op axilla levels III en IV bij patiënten met 4 of meer aangedane axillaire klieren en residuele axillaire ziekte (ypNmicro of macro) na NST, zoals aangetoond middels post-NST SWK biopt en/of MARI-procedure. Bij patiënten met initieel aangedane lymfeklieren buiten het OKD-gebied kan overwogen worden om een OKD achterwege te laten en regionale radiotherapie (axilla levels I, II, interpectoraal, III en IV en eventueel parasternaal) toe te passen, eventueel met een boost op restklieren. De meerwaarde van OKD in deze situatie dient te worden beoordeeld in het multidisciplinair overleg (MDO).

 

Behandel met locoregionale radiotherapie in de volgende overige situaties:

  • Inoperabele lokale ziekte;
  • Positieve mediale okseltop na OKD;
  • ypT4;
  • ypN2/3.

Aanbeveling 2 (deelvraag 3) eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Alleen binnen studieverband kan bij een ypT0 radiotherapie van de borst achterwege worden gelaten in patiënten met een cT1-2, N0 tumor.

 

Behandel met locoregionale radiotherapie bij cT4, of cN2-3 (ongeacht ypN-status).

 

Zie voor overige indicaties lokale radiotherapie hoofdstuk primaire behandeling.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

 

Axillaire stadiëring na NST

Concluderend lijkt de-escalatie van de axillaire behandeling afhankelijk van de initiële klierbelasting en van de respons van aangedane klieren veilig (Boersma, 2023). De werkgroep adviseert om de chirurgische okselbehandeling na neoadjuvante therapie aan te passen op basis van de pathologische respons en de klinische uitgangssituatie. Het doel is een lage kans op axillair recidief en goede oncologische controle, met minder ingrijpende chirurgie.

Bij patiënten met cN+ ziekte blijft er, ondanks negatieve SWK- en/of MARI-biopsie, een kleine kans op achtergebleven positieve klieren (Donker, 2015). Deze kans is het kleinst als beide technieken worden toegepast (Simons, 2022). Toch lijken deze verschillen geen invloed te hebben op de locoregionale controle (Montana, 2024).

Herstadiëring met technieken zoals MARI of TAD wordt aanbevolen, afhankelijk van de ervaring van het centrum. Deze aanpak leidt tot een laag recidiefpercentage (<3%) (Barrio, 2021; Cabioglu, 2021) zonder negatieve impact op oncologische uitkomsten, en vermindert de kans op complicaties zoals lymfoedeem (Bartels, 2022). Er is echter gebrek aan prospectieve studies met langdurige FU die de verschillende stadieringsprocedures vergelijken. Als de restziekte in de axilla consequenties heeft voor eventuele adjuvante systemische therapie lijkt het aan te bevelen de techniek te kiezen met de kleinste kans op missen van restziekte.

 

Regionale radiotherapie na NST

Een algemene bijwerking van radiotherapie is vermoeidheid. Vroege bijwerkingen van locoregionale radiotherapie bestaan uit radiatiedermatitis, oedeem (mamma), toename seroom (borstwand) en oesofagitis. Late bijwerkingen zijn radiatiepneumonitis, gevoelige ribben, ribfractuur en fibrose met mogelijk verminderde cosmetiek. Daarbij is er na regionale radiotherapie kans op schouderproblemen, lymfoedeem en hypothyreodie (level III-IV). Verder is er met de huidige radiotherapietechnieken (bestraling met ingehouden adem en volumetrische modulerende boogtherapie) een geringe kans op, cardiale toxiciteit en secundair contralateraalborstkanker (m.n. bij vrouwen 40 jaar of jonger) of longkanker (m.n. bij rokers en 50 jaar of jonger). Indien desondanks de cardiale, contralaterale borst of long dosis te hoog is, dan wordt na planvergelijking (model-based selectieprocedure voor protonentherapie) zo nodig verwezen naar een centrum voor protonentherapie (zie Landelijk Implementatie Platform Protonentherapie, LIPP) (NVRO, 2021).

 

Het achterwege laten van lokale en/of regionale radiotherapie op basis van de respons op neoadjuvante systeemtherapie (NST) zou de kwaliteit van leven van een groep borstkankerpatiënten kunnen verbeteren, doordat ongewenste bijwerkingen van radiotherapie worden voorkomen

 

Het lijkt de werkgroep zeer onwaarschijnlijk dat een OKD na een geconverteerde MARI klier (ypN0) een relevante bijdrage inzake regionaal recidief en overleving levert. Bij cN1 (<4 axillaire klieren) en ypN0 dient een OKD alsook regionale radiotherapie conform de resultaten van de NSABP B-51 (Mamounas, 2025) en de Nederlandse resultaten (van Loevezijn, 2022; van Hemert 2025b; de Wild 2024) achterwege te worden gelaten.

 

In geval van cT1-3N+ (<4 verdachte klieren) en indien er nog aangetoonde macroscopische regionale ziekte aanwezig is (ypN+; positieve MARI-klier en/of SWK), is aanvullende regionale radiotherapie (bij voorkeur) of OKD vooralsnog geïndiceerd (conform de AMAROS en Z0011 studie in primair chirurgische setting) (Donker 2014; Bartels 2023;

 

In geval van cT1-3N+ (4 of meer verdachte klieren) is er vooralsnog onvoldoende bewijs voor de veiligheid van het weglaten van een OKD bij een positieve MARI-klier en/of SWK; bovendien is dan ook aanvullende radiotherapie geïndiceerd (van Hemert, 2025a). Bij verdachte lymfeklieren buiten OKD gebied kan overwogen worden de OKD achterwege te laten en alle pathologische klieren levels 1 t/m 4 te boosten.

 

Lokale radiotherapie

Daarentegen zijn er onvoldoende studies beschikbaar over de toepassing van lokale radiotherapie na NST om duidelijke, evidence-based aanbevelingen te doen betreffende RT van de borst(wand) na NST. De indicaties voor lokale radiotherapie van de borst(wand) komen derhalve grotendeels overeen met die zonder NST (zie hoofdstuk primaire behandeling). Op basis van de beschikbare literatuur is de werkgroep van mening dat het buiten studieverband nog te vroeg is om bij een ypT0 -radiotherapie (altijd WBRT) van de borst achterwege te laten in patiënten met een cT1-2, N0 tumor. Een boost op het tumorbed kan de lokale controle verbeteren, maar verbetert de overleving niet ( Bartelink, 2007) en heeft als nadeel een verhoogd risico op borstfibrose met als gevolg pijn en slechtere cosmetische resultaten. Conform de LPRM-consensus 2021 (NVRO, Landelijk Platform Radiotherapie en Mammaoncologie) wordt bij patiënten >40 jaar en ypT0N0 de boost achterwege gelaten. Bij patiënten <40 jaar en ypT0N0 dient deze te worden besproken.

 

Voor de indicatie voor radiotherapie post-mastectomie is nuancering op basis van aanvullende (risico)factoren zeker mogelijk (o.a. Mamounas, 2012). Het delen van de beschikbare overwegingen met patiënt is een voorwaarde voor de uiteindelijke behandelkeuze. Eind 2025, n.a.v. de publicatie van de SUPREMO-trial (Kunkler, 2025), worden duidelijke richtlijnen verwacht voor PMRT bij patiënten met intermediate-risk na NST.

 

Ondanks de beperkte evidence blijft radiotherapie standaard voor patiënten met cT4 of cN2-3, onafhankelijk van de ypN-status, gezien de grote omvang van het voordeel (Huang, 2005). Voor patiënten met cN2 of cN3 ziekte wordt radiotherapie van de borst(wand), supraclaviculair en niet-geopereerde axillaire lymfeklieren over het algemeen geadviseerd.

 

Kwaliteit van bewijs

Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden om de samenvattingen van de literatuur inclusief GRADE beoordeling een update te geven.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Axillaire stadiëring na NST

Patiënten waarderen een gepersonaliseerde benadering waarbij de respons op neoadjuvante systemische therapie bepaalt welke behandeling het beste is, met als doel overbehandeling te vermijden en de kans op bijwerkingen zoals lymfoedeem of verminderde schouderfunctie te minimaliseren. In het geval van axillaire stadiëring wordt een voorkeur gegeven aan minder ingrijpende technieken zoals MARI en/of SWK, mits oncologisch verantwoord.

 

Radiotherapie na NST

Gezamenlijke besluitvorming is van belang bij de keuze voor adjuvante radiotherapie bij intermediair risico na NST en mastectomie.

 

Kostenaspecten

Het is onbekend of de interventie meer of minder kosten met zich meebrengt ten opzichte van controle bij de diagnose van patiënten met borstkanker. Dit weegt wel op tegen het verschil in effectiviteit.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

De interventie leidt niet tot een verandering in gezondheidsgelijkheid.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De interventie lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.

 

Duurzaamheid

Bij de interventie en controle spelen geen duurzaamheidsaspecten een rol. Duurzaamheid heeft geen invloed op de keuze tussen de interventie en de controlebehandeling.

 

Haalbaarheid

De interventie is haalbaar. De interventie is over het algemeen al standaardzorg in de praktijk.

 

Rationale van de 1e aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Analoog aan de-escalatie van axillaire chirurgie bij pN+ bij cN0 na schildwachtklierprocedure in primaire setting, kan axillaire chirurgie na neoadjuvante systemische therapie eveneens worden gede-escaleerd. Daarnaast kan in de groep cN1 (<4 verdachte lymfeklieren), ypN0 naast axillaire chirurgie ook regionale radiotherapie worden weggelaten. In de neoadjuvante setting is de veiligheid in meerdere cohortstudies aangetoond en in 1 RCT (NSABP-51 bij cN1 (<4 verdachte lymfeklieren), ypN0).
Het gunstige effect op kwaliteit van leven is reeds aangetoond in de AMAROS-studie. Bovendien sluit deze richtlijn hiermee aan bij de klinische praktijk.

 

Rationale van de 2e aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Radiotherapie van de borst is standaard geïndiceerd, ook bij pathologisch complete respons, waarbij het toevoegen van een boost afhankelijk is van de leeftijd. Post mastectomie radiotherapie wordt geadviseerd op basis van risicoprofielen, waarbij een individuele afweging en shared decision making gewenst zijn (zie module radiotherapie borstwand).

Onderbouwing

Neoadjuvante systemische therapie (NST) leidt bij een groot deel van de patiënten, afhankelijk van het tumortype, tot een pathologisch complete respons. Dit roept de vraag op of - en hoe - de oksel- en borst(wand)behandeling kan worden aangepast aan de behandelrespons, om onnodige morbiditeit, zoals lymfoedeem, verminderde schouderfunctie, gevoelige ribben en verminderde cosmetiek te voorkomen. Bij patiënten met tumor-positieve axillaire lymfeklieren bestond de chirurgische behandeling na NST traditioneel uit een okselklierdissectie (OKD). Er is toenemend bewijs dat regionale radiotherapie in sommige gevallen een OKD kan vervangen, of dat verdere axillaire behandeling (inclusief radiotherapie) op basis van post-NST-stadiëring zelfs achterwege kan blijven. In deze module worden aanbevelingen gedaan over de chirurgische axillaire stadiëring na systeemtherapie, en over wanneer de-escalatie van de okselbehandeling als veilig wordt beschouwd.

Regionale radiotherapie kan niet los worden beschouwd van lokale radiotherapie; daarom worden in deze richtlijn aanbevelingen voor locoregionale radiotherapie geformuleerd.

Chirurgische axillaire stadiëring

Een eventuele chirurgische behandeling van de okselklieren – een okselklierdissectie (OKD) – is afhankelijk van de regionale stadiëring vóór de systeemtherapie en de respons na de systemische therapie. Indien er voorafgaande aan neoadjuvante systemische therapie sprake was van een pN+ (schildwachtklier (SWK) of cytologisch/histologisch bewezen pathologische klier op beeldvorming) is een OKD inmiddels niet noodzakelijkerwijs geïndiceerd, maar hangt dit af van cN-status en respons op systemische therapie (ypN-status). Meerdere studies hebben aangetoond dat chirurgische herstadiëring middels SWK, MARI (markering van de axilla met radioactieve jodiumbron) of TAD (targeted axillaire dissectie, i.e. combinatie van SN en verwijdering gemarkeerde en/of palpabele okselklieren) de oncologische uitkomst niet nadelig beïnvloedt. Het verwijderen van alleen een pre-NST gemarkeerde positieve klier met jodiumbron (de MARI-procedure) heeft een fout negatief percentage van 7% (Donker, 2015). De RISAS-studie (Simons, 2022) heeft laten zien dat het fout negatief percentage van een herstadiëring middels de combinatie MARI in combinatie met SWK nog lager is, namelijk 3.5%.

 

Een cohortstudie bij 234 cN1/ypN0 (≥3 SNs) patiënten liet een laag axillair recidiefpercentage zien (0.5%) na herstadiëring met alleen SWK (Barrio, 2021). Ook een recente meta-analyse van 13 studies laat lage recidiefpercentages zien na SWK of TAD (≥3 SNs) bij cN+ patiënten, van 1.0% (95% CI 0.49-2.0%) op 5 jaar zonder verschil tussen TAD en SWK (0.5% vs. 0.9%, p = 0.55) (Montana, 2024).

De NEOSENTI-TURK cohortstudie publiceerde eveneens lage axillaire recidiefpercentages (<1%) voor HER2neu-positief en triple-negatief cN+ mammacarcinoom bij wie de okselbehandeling na NST bestond uit SWK gevolgd door RT, ongeacht de aanwezigheid van een pathologisch complete respons (Cabıoğlu, 2021).

 

Regionale behandeling

Diverse cohortstudies hebben de oncologische uitkomsten van de-escalatie van de okselbehandeling beschreven. In een cohort van 272 patiënten met cytologisch bewezen cN+ ziekte werd de oksel herstadieerd middels verwijdering van de pre-NST grootste tumor-positieve MARI klier. Een OKD werd alleen verricht indien er pre-NST sprake was van uitgebreide axillaire ziekte (d.w.z. 4 of meer aangedane klieren op PET-CT) en er nog residuele ziekte aanwezig was in de MARI-klier. In alle overige gevallen werd geen okselbehandeling toegepast (bij cN1/ypN0-1), of uitsluitend regionale radiotherapie gegeven (bij cN≥4 klieren/ypN0), met een axillair recidiefpercentage van 2% na een mediane follow-up duur van drie jaar (Van Loevezijn, 2022). Okselbehandeling middels alleen regionale radiotherapie bij patiënten met uitgebreide kliermetastasering (4 of meer klieren op PET-CT) en pCR van de MARI klier resulteerde in een laag 5-jaars axillair recidiefpercentage van 2.9%, versus 3.5% na OKD + regionale radiotherapie bij patiënten zonder pCR (van Hemert, 2025a). Het weglaten van okselbehandeling (geen OKD en geen regionale radiotherapie) bij patiënten met beperkte kliermetastasering (minder dan 4 klieren) en pCR van de MARI klier resulteerde in een axillair recidiefpercentage van slechts 0.7% na 4 jaar follow-up (van Hemert, 2025b).

 

Regionale behandeling (chirurgie en radiotherapie) na NST

 

Hieronder volgt afhankelijk van de initiële axillaire belasting (<4 of ≥4 klieren) en de reststatus van de gemarkeerde aangedane klieren na NST (ypN0 of ypN+) een literatuursamenvatting over de rol van okselklierdissectie en (loco)regionale radiotherapie.

 

3a. Patiënten met cN+, ypN0: < 4 verdachte lymfeklieren

 

De MARI-studie geeft sterke aanwijzingen dat de-escalatie van de axillaire behandeling veilig is. Patiënten met <4 axillaire klieren voor start van de NST en ypN0, werden niet adjuvant axillair behandeld (geen OKD en geen regionale RT). In het cohort van 350 patiënten hadden 139 patiënten (39%) ypN0 en ontvingen dus geen axillaire behandeling. Na een mediane follow-up van 49 maanden, was het axillaire recidiefpercentage 0.7%; de 5-jaars invasieve ziektevrije overleving was 93% en de algehele overleving 98% (Van Hemert, 2025b).

Nijveldt liet in een retrospectieve analyse van de implementatie van de TAD-procedure een vergelijkbare pathologische complete respons percentage zien als ook lage axillaire recidiefpercentages (Nijveldt, 2024).

 

De Nederlandse MINIMAX studie is een landelijke registratiestudie om de praktijkvariatie in stadiërings- en behandelstrategieën te onderzoeken en hun veiligheid in 3550 patiënten met cN1-3 borstkanker behandeld met NST in 2014-2017 (De Wild, 2024). Het achterwege laten van OKD en regionale radiotherapie in cN+, ypN0 patiënten resulteerde in excellente 5-jaar ziektevrije overleving en algehele overleving (respectievelijk, 89.6% en 95%).

De NSABP B-51/NRG 9353 trial (n=1556) onderzocht de meerwaarde van aanvullende regionale radiotherapie bij een ypN0 onder patiënten met cT1-3N0-1 voor NST. Na een mediane follow-up van 59.5 maanden was er geen verschil in geschatte 5-jaars invasief borstkanker recidief-vrije overleving na achterwege laten van adjuvante regionale radiotherapie (92.7% met RT vs. 91.8% zonder RT), locoregionale recidief-vrije overleving (98.9% vs. 98.4%), metastase-vrije overleving (93.4% voor beide groepen) of overleving (93.6% vs. 94.0%) (Mamounas, 2025). In deze trial werd de oksel post-NST chirurgisch gestadieerd middels SNB (55.4%) of OKD (44.6%). De explorerende subgroep analyse liet zowel in de OKD (HR 1,02 (0,59-1,75)) als in de SNB (HR 0,75 (0,44-1,26)) groep geen voordeel zien van regionale radiotherapie. Exploratieve analyse toonde dat regionale radiotherapie mogelijk minder effect heeft in patiënten met triple-negatieve tumoren (HR 2,3 (1,00-5,25) dan in patiënten met oestrogeenreceptor-positieve en HER2-negatieve tumoren HR 0,41 (0,17-0,99).

De lopende ATNEC-studie (NCT 041079) heeft een vergelijkbare opzet en onderzoekt het achterwege laten van de okselbehandeling bij cT1-3N1, ypN0 patiënten.

 

3b. Patiënten met cN+, ypN0: 4 verdachte lymfeklieren

Conform het MARI protocol werd in patiënten met ≥ 4 axillaire klieren en pCR van de MARI klier, de okselbehandeling beperkt tot regionale radiotherapie, en werd er geen OKD verricht. Van de 215 patiënten met een cN+ met ≥ 4 verdachte lymfeklieren hadden 103 patiënten (47%) ypN0. Na een mediane follow-up van 44 maanden, was het axillaire recidiefpercentage 2.9%, de 5-jaars invasieve ziektevrije overleving was 89% en de algehele overleving 95% (van Hemert, 2025a).

 

3c. Patiënten met cN+, ypN+: < 4 verdachte lymfeklieren

In de eerdergenoemde MARI studie werden 215 patiënten (van de 350) met ypN+ (61%) behandeld met locoregionale radiotherapie. Na een mediane follow up van 49 maanden, was het axillaire recidiefpercentage 2.3%, de 5-jaars invasieve ziektevrije overleving 87% en de overleving 93%.

 

3d. Patiënten met cN+, ypN+: ≥ 4 verdachte lymfeklieren

In de MARI studie werd bij patiënten met cN+, ypN0 ≥ 4 verdachte lymfeklieren een OKD verricht gevolgd door locoregionale radiotherapie. Van de 215 patiënten met een cN+ met ≥ 4 verdachte lymfeklieren hadden 115 patiënten (53%) ypN0. Na een mediane follow-up van 44 maanden, was het axillaire recidiefpercentage 3.5%, de 5-jaars invasieve ziektevrije overleving (iDFS) 89% en de algehele overleving 95% (van Hemert, 2025a). Er hadden 115 van de 218 patiënten (53%) ypN+. Na een mediane follow-up van 44 maanden, was het axillaire recidiefpercentage 3.5%, de 5-jaars invasieve ziektevrije overleving was 76% en de algehele overleving 84% (van Hemert, 2025a).

Er is geen (direct) wetenschappelijk bewijs beschikbaar ter onderbouwing van het weglaten van een OKD indien er sprake is van aangedane klieren buiten het OKD-gebied.

 

Een aantal lopende studies die chirurgie met radiotherapie vergelijken bij cN+, ypN+ patiënten zijn de RCT’s de Alliance A011202 trial (NCT01901094) (OKD + locoregionale RT vs. locoregionale RT alleen), de TAXIS-trial (Tailored axillary dissection (TAS) + OKD + RT aansluitend op OKD vs. TAS met RT gehele axilla) (Heidinger, 2023), de ADARNAT (NCT NCT04889924) (OKD + locoregionale RT vs. locoregionale RT alleen). De prospectieve cohortstudies AXSANA (NCT04373655) (Banys-Paluchowski, 2021) en de Nederlandse MINIMAX (NCT04486495) (de Wild, 2022) onderzoeken eveneens de de-escalatie van okselbehandeling.

 

Radiotherapie na NST

Lokale radiotherapie (mamma/borstwand)

Lokale borst(wand) indicaties hangen samen met regionale (axillaire) indicaties voor radiotherapie, daarom wordt in onderstaande samenvatting van de literatuur over radiotherapie na NST geen duidelijk onderscheid gemaakt in lokaal en regionaal.

De limitaties van onderstaande samenvatting en aanbevelingen zijn dat er nog geen prospectieve (gerandomiseerde) literatuur is over de indicatie om lokale radiotherapie na NST achterwege te laten. Tevens is er geen evidence over of er naast regionale radiotherapie ook standaard een indicatie voor lokale radiotherapie is. Derhalve is er praktijkvariatie binnen Nederland. Zo nodig wordt verwezen naar de betreffende hoofdstukken primaire behandeling zonder NST.

 

Verschillende retrospectieve studies laten zien dat het risico op een lokaal recidief binnen 5 jaar bij een pathologisch complete respons (pCR: ypT0N0) laag is. Voor patiënten behandeld met borstsparende chirurgie en radiotherapie ligt dit risico tussen de 0-3.5% (Gillon, 2017). Radiotherapie verlaagt de kans op een lokaal recidief met 2/3e (EBCTCG). Uit een subgroep van cT1-2N0 patiënten zonder radiotherapie werd in een andere studie een lokaal recidief percentage van 1.8% gevonden (Asaoka, 2019). In een retrospectieve analyse van 5383 real-world patiënten werd in 364 (7%) patiënten met een pCR bij wie radiotherapie achterwege was gelaten een vergelijkbare overleving gevonden vergeleken met de overige patiënten die wel radiotherapie ondergingen; de 5-jaars overleving zonder radiotherapie was 93% en met 94.1% (Mandish, 2022).

 

Vanwege het lage lokaal recidief percentage, onderzoekt de BOOG 2022-02 Descartes studie momenteel of radiotherapie achterwege gelaten kan worden bij unilateraal c1T-2N0, ypT0N0 niet-erfelijk borstkanker behandeld met NST en een borstsparende operatie met SWK. Echter, er zijn nog geen resultaten verschenen die aantonen dat in deze groep patiënten radiotherapie veilig achterwege gelaten kan worden.

 

Verder toonde Mamounas dat voor patiënten met een T1-3N0-1M0 die een mastectomie ondergingen, dat het lokaal recidiefpercentage 8.9% is, terwijl voor patiënten die behandeld worden met een lumpectomie en adjuvante radiotherapie van alleen de borst, de kans 8.1% is (Mamounas, 2012). Bij patiënten die een mastectomie zonder radiotherapie ondergingen, bleken klinische tumorgrootte, klinische klierstatus en de pathologische klierstatus/borsttumorrespons onafhankelijke voorspellers van een locoregionaal recidief. Voor patiënten die mammasparende therapie kregen, waren leeftijd, klinische klierstatus en eveneens de pathologische klierstatus/borsttumorrespons voorspellend. Er werd in deze studie echter niet specifiek gekeken naar onafhankelijke voorspellers van uitsluitend een lokaal recidief.

 

cT1-2, N0-1

Bij patiënten met stadium I en II borstkanker die na NST een pCR bereiken, zijn er aanwijzingen dat de kans op locoregionale recidieven na 10 jaar zonder radiotherapie niet heel groot is.

De Nederlandse RAPCHEM-studie onderzocht de locoregionale recidiefkans bij patiënten met cT1-2N1 mammacarcinoom waarvoor NST, verdeeld over drie risicogroepen:

  • Laag-risico (ypN0): radiotherapie van de borst of geen radiotherapie van de borstwand en geen regionale radiotherapie;
  • Middel-risico (ypN1): alleen lokale radiotherapie van de borst(wand) met of zonder axilla levels I en II*; en
  • Hoog-risico (ypN2-3): locoregionale radiotherapie van de borst(wand) en axilla levels (I,II,) III en IV*.

*Parasternale radiotherapie was optioneel.

De studie liet zien dat de 5-jaars locoregionale recidiefkans in alle drie de risicogroepen minder dan 4% was. Bovendien leidde minder of meer locoregionale radiotherapie dan voorgeschreven door de studierichtlijn niet tot een significant veranderde locoregionale recidiefpercentage (De Wild, 2022). Dit suggereert dat de risico gebaseerde aanpak in de RAPCHEM-studie effectief is in het minimaliseren van locoregionale recidieven zonder over- of onderbehandeling.

In de SUPREMO-studie wordt onderzocht of radiotherapie op de borstwand na mastectomie (PMRT) in patiënten met een intermediair-risico overlevingswinst geeft. Hierin zijn zowel stadium II patiënten geïncludeerd primair behandeld met mastectomie als met NST gevolgd door mastectomie. De definitieve resultaten hiervan worden in de tweede helft van 2025 verwacht. De preliminaire resultaten toonden geen winst in 10-jaars overleving (Kunkler, 2025). De aanbevelingen worden opgenomen in het hoofdstuk post mastectomie radiotherapie

 

cT3N0

Mamounas et al. toonden dat bij patiënten met een cT3N0, ypT0N0 tumor die een mastectomie zonder radiotherapie ondergingen geen lokale recidieven optraden (n = 11) (Mamounas, 2012). Daarentegen hadden patiënten met dezelfde preoperatieve kenmerken die restziekte hadden na NST 10-jaars locoregionaalrecidief-percentages van 9,2% (rest in de borst alleen) en 22,4% (rest in de lymfeklieren); dit suggereert dat patiënten met resterende pathologische nodale betrokkenheid voldoende risico hebben om radiotherapie post-mastectomie te rechtvaardigen.

MD Anderson toonde dat in een groep van 162 cT3N0-patiënten die NST ontvingen het 5-jaars locoregionaalrecidief-percentage 24% was onder degenen die geen radiotherapie post-mastectomie ontvingen (n = 43). In deze groep voorspelde de pathologische axillaire klierstatus het locoregionaalrecidief-percentage, met een 5-jaars locoregionaalrecidief-percentage van 53% onder degenen met positieve klieren, vergeleken met 14% met negatieve klieren. Kleine aantallen beperken het vermogen om definitieve conclusies te trekken over het risico van locoregionaal recidief bij patiënten met pathologisch kliernegatieve ziekte die geen radiotherapie ontvangen (n = 32) (Nagar, 2011).

 

cT4, of cN2-3

Bij patiënten met lokaal gevorderde borstkanker (T4, of cN2 of hoger) is er meer voordeel van radiotherapie, ook bij patiënten met een pCR na NST. Huang et al. rapporteerden over 134 patiënten met lokaal gevorderde ziekte die preoperatieve chemotherapie ondergingen, gevolgd door een mastectomie. Het 10-jaars locoregionaal recidiefpercentage was 11% bij degenen die locoregionale radiotherapie kregen, vergeleken met 22% zonder. Ook bij patiënten die een pCR hadden, verlaagde radiotherapie het locoregionaalrecidiefpercentage; 10-jaars percentage van 33% zonder RT vergeleken met 3% met RT). (Huang, 2005)

Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd. De module is in 2025 geactualiseerd op basis van recente cohortstudies en internationale RCT’s naar axillaire chirurgie en radiotherapie na neoadjuvante behandeling (o.a. MARI, RISAS, NSABP B-51, MINIMAX, NEOSENTI-TURK) die bekend zijn bij het cluster. De aanbevelingen zijn tot stand gekomen door consensus binnen de expertisegroep, onderbouwd met deze studies en praktijkervaring. Er is niet gewerkt met GRADE-beoordeling van de bewijskracht. Waar relevant is verwezen naar andere actuele richtlijnen.

  1. 1 - Barrio AV, Montagna G, Mamtani A, Sevilimedu V, Edelweiss M, Capko D, Cody HS 3rd, El-Tamer M, Gemignani ML, Heerdt A, Kirstein L, Moo TA, Pilewskie M, Plitas G, Sacchini V, Sclafani L, Tadros A, Van Zee KJ, Morrow M. Nodal Recurrence in Patiënts With Node-Positive Breast Cancer Treated With Sentinel Node Biopsy Alone After Neoadjuvant Chemotherapy-A Rare Event. JAMA Oncol. 2021 Dec 1;7(12):1851-1855. doi: 10.1001/jamaoncol.2021.4394. PMID: 34617979; PMCID: PMC8498932.
  2. 2 - Bartelink H, Horiot JC, Poortmans PM, Struikmans H, Van den Bogaert W, Fourquet A, Jager JJ, Hoogenraad WJ, Oei SB, Wárlám-Rodenhuis CC, Pierart M, Collette L. Impact of a higher radiation dose on local control and survival in breast-conserving therapy of early breast cancer: 10-year results of the randomized boost versus no boost EORTC 22881-10882 trial. J Clin Oncol. 2007 Aug 1;25(22):3259-65. doi: 10.1200/JCO.2007.11.4991. Epub 2007 Jun 18. PMID: 17577015.
  3. 3 - Bartels SAL, Donker M, Poncet C, Sauvé N, Straver ME, van de Velde CJH, Mansel RE, Blanken C, Orzalesi L, Klinkenbijl JHG, van der Mijle HCJ, Nieuwenhuijzen GAP, Veltkamp SC, van Dalen T, Marinelli A, Rijna H, Snoj M, Bundred NJ, Merkus JWS, Belkacemi Y, Petignat P, Schinagl DAX, Coens C, van Tienhoven G, van Duijnhoven F, Rutgers EJT. Radiotherapy or Surgery of the Axilla After a Positive Sentinel Node in Breast Cancer: 10-Year Results of the Randomized Controlled EORTC 10981-22023 AMAROS Trial. J Clin Oncol. 2023 Apr 20;41(12):2159-2165. doi: 10.1200/JCO.22.01565. Epub 2022 Nov 16. PMID: 36383926.
  4. 4 - Boersma LJ, Mjaaland I, van Duijnhoven F. Regional radiotherapy after primary systemic treatment for cN+ breast cancer patiënts. Breast. 2023 Apr;68:181-188. doi: 10.1016/j.breast.2023.02.006. Epub 2023 Feb 15. PMID: 36805769; PMCID: PMC9975253.
  5. 5 - Cabıoğlu N, Karanlık H, Yıldırım N, Müslümanoğlu M, Çakmak Karadeniz G, Trabulus Can D, Tükenmez M, Ersoy YE, Uras C, Zengel B, Emiroğlu S, Polat AK, Yeniay L, Özkurt E, Kara H, İbiş K, Aydıner A, Özmen V, İğci A. Favorable outcome with sentinel lymph node biopsy alone after neoadjuvant chemotherapy in clinically node positive breast cancer at diagnosis: Turkish Multicentric NEOSENTI-TURK MF-18-02-study. Eur J Surg Oncol. 2021 Oct;47(10):2506-2514. doi: 10.1016/j.ejso.2021.06.024. Epub 2021 Jun 24. PMID: 34217580.
  6. 6 - de Wild SR, van Roozendaal LM, de Wilt JHW, van Dalen T, van der Hage JA, van Duijnhoven FH, Simons JM, Schipper RJ, de Munck L, van Kuijk SMJ, Boersma LJ, Linn SC, Lobbes MBI, Poortmans PMP, Tjan-Heijnen VCG, van de Vijver KKBT, de Vries J, Westenberg AH, Strobbe LJA, Smidt ML. De-escalation of axillary treatment in the event of a positive sentinel lymph node biopsy in cT1-2 N0 breast cancer treated with mastectomy: nationwide registry study (BOOG 2013-07). Br J Surg. 2024 Apr 3;111(4):znae077. doi: 10.1093/bjs/znae077. PMID: 38597154; PMCID: PMC11004788.
  7. 7 - Donker M, Straver ME, Wesseling J, Loo CE, Schot M, Drukker CA, van Tinteren H, Sonke GS, Rutgers EJ, Vrancken Peeters MJ. Marking axillary lymph nodes with radioactive iodine seeds for axillary staging after neoadjuvant systemic treatment in breast cancer patiënts: the MARI procedure. Ann Surg. 2015 Feb;261(2):378-82. doi: 10.1097/SLA.0000000000000558. PMID: 24743607.
  8. 8 - Donker M, van Tienhoven G, Straver ME, Meijnen P, van de Velde CJ, Mansel RE, Cataliotti L, Westenberg AH, Klinkenbijl JH, Orzalesi L, Bouma WH, van der Mijle HC, Nieuwenhuijzen GA, Veltkamp SC, Slaets L, Duez NJ, de Graaf PW, van Dalen T, Marinelli A, Rijna H, Snoj M, Bundred NJ, Merkus JW, Belkacemi Y, Petignat P, Schinagl DA, Coens C, Messina CG, Bogaerts J, Rutgers EJ. Radiotherapy or surgery of the axilla after a positive sentinel node in breast cancer (EORTC 10981-22023 AMAROS): a randomised, multicentre, open-label, phase 3 non-inferiority trial. Lancet Oncol. 2014 Nov;15(12):1303-10. doi: 10.1016/S1470-2045(14)70460-7. Epub 2014 Oct 15. PMID: 25439688; PMCID: PMC4291166.
  9. 9 - Huang EH, Tucker SL, Strom EA, McNeese MD, Kuerer HM, Buzdar AU, Valero V, Perkins GH, Schechter NR, Hunt KK, Sahin AA, Hortobagyi GN, Buchholz TA. Postmastectomy radiation improves local-regional control and survival for selected patiënts with locally advanced breast cancer treated with neoadjuvant chemotherapy and mastectomy. J Clin Oncol. 2004 Dec 1;22(23):4691-9. doi: 10.1200/JCO.2004.11.129. Erratum in: J Clin Oncol. 2005 Jan 1;23(1):248. PMID: 15570071.
  10. 10 - Kunkler I, Russell N, Anderson N, Muturi F, van Tienhoven G, Cameron D, Bregionale radiotherapielett J, Taylor K, Piper T, Dixon M, Velikova G, Aird E, Chua B, Hurkmans C, Venables K, Williams L, Thomas J, Maclennan M, Sainsbury R, Cleator S, Verghese E, Li Y, Wang S, Canney P. Does postmastectomy radiotherapy in 'intermediate-risk' breast cancer impact overall survival? 10 year results of the BIG 2-04 MRC SUPREMO randomised trial: on behalf of the SUPREMO trial investigators. Clin Cancer Res. 2025 Jun 15;31(12_Suppl):GS2-03. doi: 10.1158/1557-3265.SABCS24-GS2-03.
  11. 11 - Mamounas EP, Anderson SJ, Dignam JJ, Bear HD, Julian TB, Geyer CE Jr, Taghian A, Wickerham DL, Wolmark N. Predictors of locoregional recurrence after neoadjuvant chemotherapy: results from combined analysis of National Surgical Adjuvant Breast and Bowel Project B-18 and B-27. J Clin Oncol. 2012 Nov 10;30(32):3960-6. doi: 10.1200/JCO.2011.40.8369. Epub 2012 Oct 1. PMID: 23032615; PMCID: PMC3488269.
  12. 12 - Mamounas EP, Bandos H, White JR, Julian TB, Khan AJ, Shaitelman SF, Torres MA, Vicini FA, Ganz PA, McCloskey SA, Lucas PC, Gupta N, Li XA, McCormick B, Smith BD, Tendulkar RD, Kavadi VS, Matsumoto K, Seaward SA, Irvin WJ Jr, Lin JY, Mutter RW, Muanza TM, Stromberg J, Jagsi R, Weiss A, Curran WJ Jr, Wolmark N. Omitting Regional Nodal Irradiation in Responders to Neoadjuvant Chemotherapy. N Engl J Med. 2025 Jun 4;392:2113-2124. doi: 10.1056/NEJMoa2414859.
  13. 13 - Montagna G, Morrow M, Weber WP. Differences in Sentinel Node Biopsy and Targeted Axillary Dissection Following Neoadjuvant Chemotherapy-Reply. JAMA Oncol. 2024 Oct 10. doi: 10.1001/jamaoncol.2024.4572. Epub ahead of print. PMID: 39388153.
  14. 14 - Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO). Landelijk Platform Radiotherapie en Mammaoncologie (LPRM). NVRO. Accessed July 3, 2025. https://nvro.nl/platform/lprm
  15. 15 - Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO). Mammaca versie 2 – Preventie tweede primaire tumoren. Utrecht: NVRO; 2021 Oct 1 [cited 2025 Jul 3]. Available from: https://nvro.nl/commissies/onderwijscommissie/documenten/1145-lipp-mammaca-versie-2-preventie-sec-tumoren-1-oktober-2021-2
  16. 16 - Nijveldt JJ, Rajan KK, Boersma K, Noorda EM, van der Starre-Gaal J, Kate MV'V, Roeloffzen EMA, Vendel BN, Beek MA, Francken AB. Implementation of the Targeted Axillary Dissection Procedure in Clinically Node-Positive Breast Cancer: A Retrospective Analysis. Ann Surg Oncol. 2024 Jul;31(7):4477-4486. doi: 10.1245/s10434-024-15182-3. Epub 2024 Mar 24. PMID: 38523225.
  17. 17 - Simons JM, van Nijnatten TJA, van der Pol CC, van Diest PJ, Jager A, van Klaveren D, Kam BLR, Lobbes MBI, de Boer M, Verhoef C, Sars PRA, Heijmans HJ, van Haaren ERM, Vles WJ, Contant CME, Menke-Pluijmers MBE, Smit LHM, Kelder W, Boskamp M, Koppert LB, Luiten EJT, Smidt ML. Diagnostic Accuracy of Radioactive Iodine Seed Placement in the Axilla With Sentinel Lymph Node Biopsy After Neoadjuvant Chemotherapy in Node-Positive Breast Cancer. JAMA Surg. 2022 Nov 1;157(11):991-999. doi: 10.1001/jamasurg.2022.3907. PMID: 36069889; PMCID: PMC9453629.
  18. 18 - van Hemert AKE, van Loevezijn AA, Baas MSPD, Stokkel MP, Groen EJ, van der Noort V, Loo CE, Sonke GS, Russell N, van Duijnhoven FH, Vrancken Peeters MJTFD. Omitting axillary lymph node dissection in breast cancer patiënten with extensive nodal disease and excellent response to primary systemic therapy using the MARI protocol. Breast. 2025;104411. doi:10.1016/j.breast.2025.104411.
  19. 19 - van Hemert AKE, van Loevezijn AA, Baas MPD, Stokkel MPM, Groen EJ, van der Noort V, Loo CE, Sonke GS, Russell N, van Duijnhoven FH, Vrancken Peeters MTFD. Iodine Seed-Marking Protocol for Response-Guided Axillary Treatment After Systemic Therapy for Node-Positive Breast Cancer. JAMA Oncol. 2025 Oct 1;11(10):1204-1212. doi: 10.1001/jamaoncol.2025.2752. Erratum in: JAMA Oncol. 2025 Dec 11. doi: 10.1001/jamaoncol.2025.5629. PMID: 40875213; PMCID: PMC12395359.
  20. 20 - van Loevezijn AA, van der Noordaa MEM, Stokkel MPM, van Werkhoven ED, Groen EJ, Loo CE, Elkhuizen PHM, Sonke GS, Russell NS, van Duijnhoven FH, Vrancken Peeters MTFD. Three-year follow-up of de-escalated axillary treatment after neoadjuvant systemic therapy in clinically node-positive breast cancer: the MARI-protocol. Breast Cancer Res Treat. 2022 May;193(1):37-48. doi: 10.1007/s10549-022-06545-z. Epub 2022 Mar 3. PMID: 35239072; PMCID: PMC8993719.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 17-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 17-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Borstkanker

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
  • B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
  • A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
  • H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
  • M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
  • C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
  • C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
  • F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
  • J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH

 Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN
  • F. (Femke) Intema, Nucleaire geneeskunde, NVNG
  • C.E. (Claudette) Loo, Radioloog, NVvR
  • C. (Carla) Meeuwis, Mammaradioloog, NVvR
  • D.J.P. (Dominique) van Uden, Chirurg, NVvH
  • M.L. (Marjolein) Smidt, Chirurg, NVvH
  • A.P.G. (Anne) Crijns, Radiotherapeut, NVRO
  • S.C.J. (Sophie) Bosma, Radiotherapeut, NVRO
  • C.P.H. (Celien) Vreuls, Patholoog, NVVP

Met ondersteuning van

  • S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
  • J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
  • M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
  • L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
  • E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
  • M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
  • J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

 

Belangrijk om te benoemen dat:

  • Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
  • Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
  • In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
  • Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.

Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.

 

De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Clusterstuurgroepleden

Tabel 4 Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Birgit Vriens

Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen.

Annette van der Velden

 

 Internist-oncoloog

 Kaderarts palliatieve zorg

 nvt

 nvt

 nee

 nee

 nee

Desiree van den Bongard

Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC

Lid NABON bestuur (onbetaald)
Voorzitter Landelijk Platform Radiotherapie Mammacarcinoom (LPRM) bestuur (onbetaald)
Faculty ESTRO teaching course Advanced Treatment Planning (eenmalige vergoeding)
Lid adviesraad Borstkanker Vereniging Nederland (onbetaald)
Lid redactie BVN (onbetaald)
Lid NTVO redactie (vergoeding gaat naar Amsterdam UMC)
Lid Locoregionale werkgroep BOOG
lid van ESTRO preoperative committee for guidelines in preoperative radiotherapy in breast cancer.

Geen

Geen

KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider.
* KWF/Pink Ribbon - Postoperative Re-irradiaTion with or without HYPErthermia: Toxciety, quality of life with locoreginal recurrent breast cancer (RT-HYPE, 2022) - Projectleider
* ARTILLERY (HORIZON project) co-investigator

Geen

Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom

Marc Mureau

Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam

Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald)
Vicevoorzitter clinical audit board Dutch Breast Implant Registry, mede beheren landelijke kwaliteitsregistratie borstimplantaten (vacatiegelden)
Lid European Commission Expert Panel Medical Devices, General and Plastic Surgery and Dentistry, beoordelen documenten medical devices in kader CE-marketing (betaald) Zit er niet meer in.

Geen

Geen

Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond)

Geen

Geen

Cristina Guerreo Paez

Directeur Borstkanker Vereniging Nederland

Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald)
- raad van toezicht Bureau Clara Wichman onbetaald
- raad van toezicht Systemic Justice onbetaald
- excutive board Europa Donna onbetaald

Geen

Geen

Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider).
Verder werken wij met de PAG samen en allerlei vrijwillgers.

Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie

Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister.

Christiaan van Swol

* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte)
* Hoofd Zorgketen Borstkanker, St. Antonius Ziekenhuis (0,1 fte)

Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Frederieke van Duijnhoven

Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis

* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group
* Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie, subgroep Mammachirurgie - werkgroep Wetenschap
* Borstkanker Onderzoeks Groep BOOG - bestuur werkgroep Gemetastaseerde ziekte
* Borstkanker Onderzoeks groep BOOG - bestuur werkgroep Locoregionaal
* NEO ALLTO study Steering committee

Alle nevenwerkzaamheden zijn onbetaald

Geen

Geen

* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI
* KWF - Management of low risk ductal carcinoma in situ (low-risk DCIS): a non-randomized, multicenter, non-inferiority trial between standard therapy approch versus active surveillance - clinical trial ongoing - Geen projectleider, co-PI
* KWF - Clinically node negative breast cancer patiënts undergoing breast conserving therapy: Sentinel lymph node procedure versus follow-up - randomized clinical trial, accural complete January 2022 - Geen projectleider, local PI
* EORTC-quality of life group - Follow-up in Early and Locally Advanced Breast Cancer Patiënts: An EORTC QLG-BCG-ROG Protocol - clinical study in which quality of life data are registered in patiënts treated for breast cancer < 3 years ago - Geen projectleider, local PI

In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang

Geen

Carolien Smorenburg

* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald)
* Opleider oncologie Antoni van Leeuwenhoek

Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres.

José Volder s

Oncologische chirurg
* tot 31-12-2021 Gelre Ziekenhuis Apeldoorn/Zutphen
* per 10-1-2022 Diakonessehuis Utrecht

* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald
* Voorzitter subgroep positionering en profilering NVCO werkgroep Mammachirurgie
Nieuwe nevenfuncties
Voorzitter Werkgroep mammachirurgie NVCO
Bestuurslid NABON
Chair Education and Training Committee Breast ESSO
Lid programmacommissie Borstkanker

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Tabel 5 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Sophie Bosma

Radiotherapeut-oncoloog, LUMC (per 1-11-2024)

Geen

Geen

Nee

-

Geen

Nee

Femke Intema

Nucleair geneeskundige Meander Medisch Centrum
Lid MSB

Werkgroep Richtlijn botmetastasen.
Voorzitter onderwijscommissie NVNG (onbetaald) Lid examencommissie NVvR (onbetaald)
Lid commissie onderwijs NVvR (onbetaald)

Onderwijscommissie NVNG
Examencommissie NVvR
Commissie onderwijs NVvR
allen onbetaald

Inkomsten binnen MSB zijn zeer beperkt gerelateerd aan aantal radiologische en nucleaire verrichtingen dat geadviseerd wordt in de richtlijn. Dit effect wordt echter nagenoeg opgeheven door de landelijke normering van aantallen naar fte.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Claudette Loo

Radioloog, gespecialiseerd mammaradiologie & screening BVO (regio midden west). NKI-AVL (Nederlands Kanker Instituut, Antoni van Leeuwenhoek) en BVO midden west.
Naast het werk als radioloog in het AVL ben ik ook werkzaam bij het bevolkingsonderzoek borstkanker.
Daarnaast verzorg ik incidenteel (tegen betaling) visitaties en onderwijs bij het LRCB (landelijk referentie centrum bevolkingsonderzoek).

wetenschappelijke cie NBCA (deels betaald/vakatie) accreditiatie cie NVVR (onbetaald)
uitkomst gerichte zorg borstkanker (afgevaardigd vanuit mammasectie NVVR)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Carla Meeuwis

Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate

 

NABON werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald)
Nabon werkgroep voorlichting (onbetaald)
- NWR mammasectie (DCBI) bestuur secretaris (onbetaald)
- NVVR kwaliteitsvisitatiecommissie (betaald)

- CPME / KNMG werkgroep digital healt (EHDS) - deels betaald
- ONCONEXT stuurgroep gegevensuitwisseling in de oncologische zorg - deels betaald
- NABON commissie standaardisering - onbetaald
- NABON commissie voorlichting - onbetaald
- NVVR mammasectie bestuur (secretaris) - onbetaald
- IHE-NL bestuur gebruikersvoorzitter - onbetaald
- Chipsoft gebruikersvoorzitter - onbetaald
- BVO programmacommissie gegevensuitwisseling
- BOOG - onbetaald

Geen

Geen

1. SENO medical - Echografie gecombineerd met laeserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst (Projectleider)
2. GE Healthcare - 30 echografie bij patiënten die doorverwezen zijn met een B1-RA0S O afwijking. Zij kregen aanvullend een 30 echo (Geen projectleider)

1. KWF - DENSE2-studie (Geen projectleider)
2. Radbouw UMC- MINIVAB-studie: echogeleide vacuumexcisie van tumoren < 1.5 cm (Geen projectleider)
3. Rijnstate - DECREAS-studie: spectrale CT bij T3 tumoren en dens klierweefsel (mammadensiteit C en D) (Projectleider)

Geen
Indien een module gereviseerd gaat worden die raakvlakken heeft met mijn onderzoek zal ik geen werkzaamheden verrichten m.b.t. deze module.

Geen

Dominique van Uden

chirurg-oncoloog CWZ te Nijmegen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Marjolein Smidt

Oncologisch chirurg MUMC+;
Hoogleraar oncologische chirurgie

Research / Onderwijs

Geen

Geen

1. Nutricia - MIcrobioom, CRC, chemotherapie en prebiotica (Projectleider)
2. KOFL - PET-MRI bij vroegstadium borstkanker (Projectleider)
3. Illumina - materiaal voor microbioom onderzoek (geen geld) (Projectleider)
4. KWF- Refine studie: verfijnen van beeldvorming in neoadjuvante setting (Geen projectleider)
5. Servier Pharma - Microbiome onderzoek bij CRC en chemotherapie (Projectleider)
6. Roche -Systemische therapie na risas (Projectleider)

Geen

Geen

Anne Crijns

Radiotherapeut Oncoloog UMCG (Hans Langendijk)

Geen

Geen

Geen

1. Euratom research&training programme 2014-2018 grant agreement N0 755523 - EDIRAD BRACE en EARLY HEART; prediction models for radiation induced cardiac events; detection of the most important cardiac imaging (ECHO-ST, CT and MRI) and circulating biomarkers of radiation-induced cardiovascular changes (Projectleider)
2. ZonMw - CONRAD project: borstreconstructie en radiotherapie; praktijkvariatie en zoektocht naar optimale strategie (Geen projectleider)
3. From the European Partnership for Radiation Protection Research (Pianoforte) and the Saxon Ministry of Science (SMWK) - KAYAC; therefore explore which approaches in radiation therapy can improve treatment outcomes and prevent the occurrence of secondary tumors in adolescents and young adults (Projectleider Lokale)
4. CIHR; Canadian Institutes of Health Research / Instituts de recherche en santé du Canada - Development of a novel risk prediction model for chronic postsurgical pain after breast cancer surgery (Geen projectleider)

Geen

Geen

Celien Vreuls

patholoog, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Helma Dollevoet

Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025.

Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/

geen

Nee

Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek

Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten.

Zover ik weet niet.

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Chirurgische axillaire stadiëring en behandeling na NST: chirurgie en radiotherapie

Geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven.

Volgende:
Inflammatoire borstkanker