Borstchirurgie na NST
Uitgangsvraag
Wat zijn de criteria voor de keuze van borstsparende chirurgie na neoadjuvante systemische therapie?
Aanbeveling
Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor
Baseer de keuze voor borstsparende chirurgie na neoadjuvante systemische therapie op de residuele afwijkingen op beeldvorming.
Overwegingen
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
De gewenste effecten van neoadjuvante systemische therapie kunnen zijn dat borstsparende chirurgie mogelijk wordt voor patiënten die anders een mastectomie zouden ondergaan.
Het verrichten van de operatie op geleide van het residuele volume op beeldvorming is veilig (Elnga, 2025). Daarnaast leidt het naar verwachting naar betere cosmetische resultaten indien minder weggehaald kan worden. De kans op lokaal recidief lijkt meer van tumorbiologie en respons af te hangen dan van type chirurgie. (Zhou, 2016; Sun, 2017; Krug 2024, Cavelcante, 2025)
De werkgroep is dan ook van mening dat de operatieve planning post-NST gebaseerd moet worden op de residuele tumorgrootte na NSTAdequate markerplaatsing voorafgaand aan NST is hierbij essentieel.
Analoog aan de situatie bij primaire excisie, is re-excisie geïndiceerd bij meer dan focaal tumorpositieve snijvlakken (van de invasieve en/of DCIS-component). De uitgebreidheid van een re-excisie dient opnieuw in gedeelde besluitvorming met de patiënt genomen te worden, waarbij alle consequenties worden meegewogen.
Kwaliteit van bewijs
Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden om de samenvattingen van de literatuur inclusief GRADE beoordeling een update te geven.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Patiënten waarderen een gepersonaliseerde benadering waarbij de respons op neoadjuvante therapie bepaalt welke behandeling het beste is, met als doel overbehandeling te vermijden en de kans op bijwerkingen zoals lymfoedeem of verminderde schouderfunctie te minimaliseren. In het geval van axillaire stadiëring wordt een voorkeur gegeven aan minder ingrijpende technieken zoals MARI/verwijderen van geclipte lymfeklier en SWK, mits oncologisch verantwoord. Bij borstchirurgie na neoadjuvante therapie wordt borstsparende chirurgie als waardevol ervaren, vooral wanneer het risico op lokaal recidief laag is. Tevens hechten patiënten veel belang aan een cosmetisch goed resultaat en goed geïnformeerde, gedeelde besluitvorming over de ingreep en mogelijke vervolgbehandelingen zoals radiotherapie.
Kostenaspecten
De interventie (borstsparende chirurgie op geleide van respons op neoadjuvante systemische therapie) levert waarschijnlijk minder kosten ten opzichte van controle (primaire mastectomie) bij de diagnose van patiënten met borstkanker. Dit weegt wel op tegen het verschil in effectiviteit, aangezien er geen verschil in oncologische uitkomsten wordt verwacht bij een zorgvuldig geselecteerde populatie.
Hoewel er geen directe kosten-effectiviteitsstudies beschikbaar zijn, is het aannemelijk dat borstsparende chirurgie na neoadjuvante systemische therapie leidt tot lagere zorgkosten vergeleken met primaire mastectomie, onder meer door minder uitgebreide chirurgie, minder reconstructiebehoefte en mogelijk minder postoperatieve complicaties zoals lymfoedeem.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
De interventie leidt niet tot een verandering in gezondheidsgelijkheid.
Aanvaardbaarheid
Ethische aanvaardbaarheid
De interventie lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.
Duurzaamheid
Bij de interventie en controle spelen geen duurzaamheidsaspecten een rol.
Duurzaamheid heeft geen invloed op de keuze tussen de interventie en de controlebehandeling.
Haalbaarheid
De interventie is haalbaar. De interventie is over het algemeen al standaardzorg in de praktijk.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Na neoadjuvante systemische therapie (NST) is het oncologisch verantwoord om de mamma-operatie te baseren op het residuele tumorgebied zoals zichtbaar op post-NST beeldvorming, in plaats van op het oorspronkelijke tumorgebied. Cohortstudies tonen aan dat deze aanpak leidt tot goede locoregionale controle. Dit vergroot de mogelijkheid tot borstsparende chirurgie, wat gepaard gaat met een betere kwaliteit van leven en een positiever lichaamsbeeld vergeleken met mastectomie. De aanbeveling sluit daarmee aan bij klinische praktijk en wensen van patiënten.
Onderbouwing
Voor patiënten met lymfeklierpositieve en/of grote borsttumoren begint de behandeling steeds vaker met neoadjuvante systemische therapie (NST). Dit leidt bij de overgrote meerderheid tot verkleining van de borsttumor wat voor een deel van de patiënten leidt tot de mogelijkheid voor borstsparende chirurgie, waar in eerste instantie een indicatie was voor mastectomie.
Lokale chirurgie
Afhankelijk van tumor- en patiëntgebonden factoren en tumorrespons, wordt in het MDO een advies geformuleerd ten aanzien van mastectomie of borstsparende behandeling, al dan niet met oncoplastische technieken. Op basis hiervan kan in overleg met de patiënt een besluit genomen worden over de mamma operatie. Optimale informatie met anticiperen op eventuele postoperatieve radiotherapie, ook bij mastectomie en aanbieden van directe reconstructie, is hierbij de hoeksteen van gedeelde besluitvorming met patiënt. Deze afweging kan alleen met kennis van recidief- en complicatiekansen gemaakt worden.
Het doel van borstsparende behandeling is een combinatie van optimale locoregionale tumorcontrole en een goed cosmetisch resultaat. Over de uitgebreidheid van de resectie bij een borstsparende behandeling is er echter weinig literatuur beschikbaar. Bij patiënten die neoadjuvante systemische therapie (NST) ondergaan, is het primaire doel het behandelen van (micro)metastasen. Een gunstig bijkomend effect is het reduceren van de primaire tumor, waardoor deze makkelijker te reseceren wordt: borstsparend waar initieel een amputatie nodig leek, en cosmetisch optimaal sparend middels een beperktere resectie waar voorafgaand aan de systemische therapie een ruimere resectie aangewezen was. Het principe na NST is dat de resectie niet ruimer genomen moet worden dan op basis van de beeldvorming na afloop van de systemische therapie nodig wordt geacht. Het is daarom niet zinvol of wenselijk om de resectie te baseren op de afmetingen van de tumor bij de initiële presentatie. Bij blijvend grote of multifocale/multicentrische verdachte afwijkingen is het aanbevolen om borstsparende oncoplastische reconstructiemogelijkheden te overwegen.
NST maakt in 30-50% (Petruolo, 2021; Golshan, 2020; EBCTCG, 2018) van de patiënten met een aanvankelijke mastectomie-indicatie alsnog een sparende ingreep mogelijk. Ondanks het toenemende gebruik van NST neemt het percentage sparende behandeling echter niet evenzeer toe, een recente review belicht hiervan de oorzaken (Pfob en Dubsky, 2023). De belangrijkste oorzaken hiervan waren (zorgen over) oncologische uitkomsten, tumor lokalisatie en beoordeling van residuele ziekte, onzekerheid bij multifocale of multicentrische tumoren, twijfel over marges na NST, sociaaleconomische verschillen en shared-decision making.
Een EBCTCG meta-analyse uit 2018 van NST-studies van voor 2005 laat een hoger percentage lokaal recidief zien na borstsparende chirurgie na NST vergeleken met primaire chirurgie. Hierin werden echter ook twee studies meegenomen waarin mammachirurgie werd weggelaten op geleide van de klinische respons; bovendien was er geen informatie over de lokalisatie van de tumor pre-NST of over de gebruikte beeldvorming en radiotherapie. Ook was in deze studies geen sprake van HER2 bepaling/HER2 gerichte therapie. (EBCTCG, 2018). Er werden geen verschillen in DFS of OS gevonden.
Er is inmiddels echter in meerdere studies aangetoond dat borstsparende chirurgie na NST oncologisch veilig is. Voor het triple-negatief mammacarcinoom is dit in een grote Duitse cohortstudie (n = 2,632) uitgezocht, waarin type chirurgie niet van invloed was op de locoregionale controle (Krug, 2024). Dit betrof patiënten met een cT1-2 mammacarcinoom, derhalve waren dit geen patiënten bij wie conversie van mastectomie naar BCS plaatsvond. Andere studies onderzochten wel specifiek een geconverteerde patiëntenpopulatie.
In Nederland liet een cohortstudie onder 114 patiënten met cT3-tumoren zien dat bij 82% van hen borstsparende chirurgie kon worden verricht, op basis van de tumorrespons zoals zichtbaar op de post-NST MRI (van der Noordaa, 2021). De mediane tumorrest op MRI na NST was 4 mm (range 0–58 mm). MRI-analyse toonde complete radiologische respons (rCR) bij 45% van de patiënten, pregionale radiotherapieiële respons (rPR) bij 50% en stabiele ziekte bij 5%, volgens RECIST-criteria. In 17% van de gevallen was de tumor zichtbaar als een krimpende massa, in 16% als diffuse reductie en in 21% als kleine resthaarden in het oorspronkelijke tumorgebied. Deze respons op beeldvorming werd gebruikt als basis voor chirurgische planning: alleen het residuele gebied op post-NST MRI werd meegenomen in de resectie, in plaats van het volledige initiële tumorgebied. De lokale controle was uitstekend met een 7-jaars locoregionaal recidiefpercentage van 4.1%.
Een grotere Amerikaans cohortstudie (Mamtani, 2022) liet eveneens zien dat borstsparende chirurgie na downstaging geen verhoogde kans op locoregionaal recidief geeft. Downstaging werd prospectief bepaald door de behandelend chirurg, vóór en na NST, op basis van ziekte-uitgebreidheid in relatie tot borstgrootte. Van de 685 patiënten was 41% initieel niet geschikt voor borstsparende chirurgie, maar werd dit na NST wél, en onderging BCS. De 4-jaars locoregionale recidiefkans verschilde niet significant tussen groepen die pre- en post-NST borstsparende chirurgie ondergingen (1.9%), patiënten met tumor downstaging die werden behandeld met borstsparende chirurgie (6.3%), en bij patiënten met tumor downstaging maar alsnog kozen voor mastectomie (2.7%). Dit ondersteunt dat chirurgische besluitvorming kan worden aangepast op basis van respons, zonder verhoogd recidiefrisico.
Begeleidende DCIS blijkt ook geen reden voor terughoudendheid aangaande borstsparende therapie in geval van Her2+ en triple negatief mammacarcinoom, aangezien Nederlandse studies (Claassens, 2025; Ploumen, 2023; Ploumen, 2024) aantonen dat de kans op een complete respons van de DCIS respectievelijk 63% en 54% bedraagt. Dit moet uiteraard in overleg met de patiënt.
Nota bene: na neoadjuvante chemotherapie is de pathologische complete respons sterk subtype-afhankelijk. HR+/HER2– tumoren en met name invasief lobulaire carcinomen (ILC) bereiken veel lagere pCR-percentages (ca. 5–15%) dan triple-negatief of HER2+ tumoren (30–50%) [Cortazar 2014; Cristofanilli 2005]. Bovendien correleert beeldvorming bij ILC vaak minder goed met de uiteindelijke pathologie: MRI onderschat frequent residuele tumorgrootte, vooral bij non-mass enhancement, wat leidt tot hogere re-excisiecijfers [Mazouni 2018; Mann 2008]. In de chirurgische besluitvorming en counseling is het daarom belangrijk patiënten voor te lichten dat de kans op positieve marges en aanvullende chirurgie groter is bij HR+/lobulaire tumoren.
Nota bene 2: Of je meerdere markers plaatst (bracketing) versus één centrale marker hangt af van tumorconfiguratie, beeldvorming en chirurgische strategie — er is géén sterke evidence voor een standaard meerplaatsenstrategie. Voor multifocale tumoren / satellieten kan meer dan één marker zinvol zijn, maar dit is vooral gebaseerd op klinische logica en beperkte case-series, niet op grote vergelijkende trials.
Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd. De module is in 2025 geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe gegevens uit internationale cohortstudies en Nederlandse praktijkervaring, die laten zien dat chirurgische besluitvorming veilig kan worden gebaseerd op het residuele tumorgebied na NST. De aanbevelingen zijn gebaseerd op consensus binnen de expertisegroep en literatuur die door de leden is ingebracht. Er is geen GRADE-beoordeling toegepast. Waar relevant is verwezen naar andere richtlijnen.
- 1 - Abu Elnga NE, Kotb MBM, Ahmed MT, Mahmoud SH. Oncological Safety of Residual Tumor Size-Tailored Breast-Conserving Surgery After Neoadjuvant Chemotherapy Response. World J Surg. 2025 Dec;49(12):3335-3342. doi: 10.1002/wjs.70164. Epub 2025 Nov 20. PMID: 41265930.
- 2 - Cavalcante FP, Zerwes FP, Alcantara R, Millen EC, Mattar A, Antonini M, Lima ADN, Bines J, Brenelli FP, Novita GG, Berretini Junior A, Szymanski Machado RH, DE Souza ABA, Campelo DC, da Costa Vieira RA, Frasson AL. Oncological outcomes of breast-conserving surgery versus mastectomy following neoadjuvant chemotherapy in a contemporary multicenter cohort. Sci Rep. 2025 Mar 16;15(1):9032. doi: 10.1038/s41598-025-93491-7. PMID: 40091103; PMCID: PMC11911435.
- 3 - Claassens EL, Ploumen RAW, Kooreman LFS, van Kats MACE, Siesling S, van Nijnatten TJA, Smidt ML. The effect of neoadjuvant chemotherapy on ductal carcinoma in situ in triple-negative breast cancer patiënts: A nationwide analysis. Breast. 2025 Apr;80:104425. doi: 10.1016/j.breast.2025.104425. Epub 2025 Feb 18. PMID: 39983436; PMCID: PMC11889370.
- 4 - Early Breast Cancer Trialists' Collaborative Group (EBCTCG). Long-term outcomes for neoadjuvant versus adjuvant chemotherapy in early breast cancer: meta-analysis of individual patiënt data from ten randomised trials. Lancet Oncol. 2018 Jan;19(1):27-39. doi: 10.1016/S1470-2045(17)30777-5. Epub 2017 Dec 11. PMID: 29242041; PMCID: PMC5757427.
- 5 - Golshan M, Loibl S, Wong SM, Houber JB, O'Shaughnessy J, Rugo HS, Wolmark N, McKee MD, Maag D, Sullivan DM, Metzger-Filho O, Von Minckwitz G, Geyer CE Jr, Sikov WM, Untch M. Breast Conservation After Neoadjuvant Chemotherapy for Triple-Negative Breast Cancer: Surgical Results From the BrighTNess Randomized Clinical Trial. JAMA Surg. 2020 Mar 1;155(3):e195410. doi: 10.1001/jamasurg.2019.5410. Epub 2020 Mar 18. Erratum in: JAMA Surg. 2021 May 1;156(5):503. doi: 10.1001/jamasurg.2021.0396. PMID: 31913413; PMCID: PMC6990971.
- 6 - Krug D, Vladimirova V, Untch M, Kühn T, Schneeweiss A, Denkert C, Ataseven B, Solbach C, Gerber B, Tesch H, Golatta M, Seiler S, Heil J, Nekljudova V, Holtschmidt J, Loibl S. Breast-conserving surgery is not associated with increased local recurrence in patiënts with early-stage node-negative triple-negative breast cancer treated with neoadjuvant chemotherapy. Breast. 2024 Apr;74:103701. doi: 10.1016/j.breast.2024.103701. Epub 2024 Feb 24. PMID: 38422624; PMCID: PMC10910157.
- 7 - Mamtani A, Sevilimedu V, Le T, Morrow M, Barrio AV. Is local recurrence higher among patiënts who downstage to breast conservation after neoadjuvant chemotherapy? Cancer. 2022 Feb 1;128(3):471-478. doi: 10.1002/cncr.33929. Epub 2021 Oct 1. PMID: 34597420; PMCID: PMC8776569.
- 8 - Petruolo O, Barrio AV. ASO Author Reflections: Avoiding Mastectomy: The Benefit of Neoadjuvant Chemotherapy for Large Unifocal Breast Tumors. Ann Surg Oncol. 2020 Dec;27(Suppl 3):755-756. doi: 10.1245/s10434-020-08617-0. Epub 2020 May 22. PMID: 32444911.
- 9 - Pfob A, Dubsky P. The underused potential of breast conserving therapy after neoadjuvant system treatment - Causes and solutions. Breast. 2023 Feb;67:110-115. doi: 10.1016/j.breast.2023.01.008. Epub 2023 Jan 17. PMID: 36669994; PMCID: PMC9982288.
- 10 - Ploumen RAW, Claassens EL, Kooreman LFS, Keymeulen KBMI, van Kats MACE, Gommers S, Siesling S, van Nijnatten TJA, Smidt ML. Pathologic complete response of ductal carcinoma in situ to neoadjuvant systemic therapy in HER2-positive invasive breast cancer patiënts: a nationwide analysis. Breast Cancer Res Treat. 2023 Sep;201(2):227-235. doi: 10.1007/s10549-023-07012-z. Epub 2023 Jul 3. PMID: 37395816; PMCID: PMC10361905.
- 11 - Ploumen RAW, Claassens EL, Kooreman LFS, Keymeulen KBMI, van Kats MACE, van Kuijk SMJ, Siesling S, van Nijnatten TJA, Smidt ML. Surgical outcomes and prognosis of HER2+ invasive breast cancer patiënts with a DCIS component treated with breast-conserving surgery after neoadjuvant systemic therapy. Eur J Surg Oncol. 2024 Sep;50(9):108465. doi: 10.1016/j.ejso.2024.108465. Epub 2024 Jun 4. PMID: 38870869.
- 12 - Sun Y, Liao M, He L, Zhu C. Comparison of breast-conserving surgery with mastectomy in locally advanced breast cancer after good response to neoadjuvant chemotherapy: a PRISMA-compliant systematic review and meta-analysis. Medicine (Baltimore). (2017) 96(43):e8367. 10.1097/MD.0000000000008367
- 13 - van der Noordaa MEM, Ioan I, Rutgers EJ, van Werkhoven E, Loo CE, Voorthuis R, Wesseling J, van Urk J, Wiersma T, Dezentje V, Vrancken Peeters MTFD, van Duijnhoven FH. Breast-Conserving Therapy in Patiënts with cT3 Breast Cancer with Good Response to Neoadjuvant Systemic Therapy Results in Excellent Local Control: A Comprehensive Cancer Center Experience. Ann Surg Oncol. 2021 Nov;28(12):7383-7394. doi: 10.1245/s10434-021-09865-4. Epub 2021 May 12. PMID: 33978889.
- 14 - Zhou X, Li Y. Local Recurrence after Breast-Conserving Surgery and Mastectomy Following Neoadjuvant Chemotherapy for Locally Advanced Breast Cancer - a Meta-Analysis. Breast Care (Basel). 2016 Oct;11(5):345-351. doi: 10.1159/000450626. Epub 2016 Oct 14. PMID: 27920628; PMCID: PMC5123019.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 17-06-2026
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:
Clusterstuurgroepleden
- C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
- B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
- A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
- H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
- M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
- C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
- C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
- F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
- J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH
Betrokken clusterexpertisegroepleden
- H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN
- F. (Femke) Intema, Nucleaire geneeskunde, NVNG
- C.E. (Claudette) Loo, Radioloog, NVvR
- C. (Carla) Meeuwis, Mammaradioloog, NVvR
- D.J.P. (Dominique) van Uden, Chirurg, NVvH
- M.L. (Marjolein) Smidt, Chirurg, NVvH
- A.P.G. (Anne) Crijns, Radiotherapeut, NVRO
- S.C.J. (Sophie) Bosma, Radiotherapeut, NVRO
- C.P.H. (Celien) Vreuls, Patholoog, NVVP
Met ondersteuning van
- S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
- J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
- M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
- L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
- E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Belangrijk om te benoemen dat:
- Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
- Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
- In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
- Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.
Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.
De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Clusterstuurgroepleden
Tabel 4 Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
Birgit Vriens |
Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen. |
|
Annette van der Velden
|
Internist-oncoloog |
Kaderarts palliatieve zorg |
nvt |
nvt |
nee |
nee |
nee |
|
Desiree van den Bongard |
Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC |
Lid NABON bestuur (onbetaald) |
Geen |
Geen |
KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider. |
Geen |
Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom |
|
Marc Mureau |
Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam |
Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald) |
Geen |
Geen |
Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond) |
Geen |
Geen |
|
Cristina Guerreo Paez |
Directeur Borstkanker Vereniging Nederland |
Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider). |
Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie |
Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister. |
|
Christiaan van Swol |
* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte) |
Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Frederieke van Duijnhoven |
Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis |
* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group |
Geen |
Geen |
* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI |
In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang |
Geen |
|
Carolien Smorenburg |
* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald) |
Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres. |
|
José Volder s |
Oncologische chirurg |
* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Betrokken clusterexpertisegroepleden
Tabel 5 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
Sophie Bosma |
Radiotherapeut-oncoloog, LUMC (per 1-11-2024) |
Geen |
Geen |
Nee |
- |
Geen |
Nee |
|
Femke Intema |
Nucleair geneeskundige Meander Medisch Centrum |
Werkgroep Richtlijn botmetastasen. |
Inkomsten binnen MSB zijn zeer beperkt gerelateerd aan aantal radiologische en nucleaire verrichtingen dat geadviseerd wordt in de richtlijn. Dit effect wordt echter nagenoeg opgeheven door de landelijke normering van aantallen naar fte. |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Claudette Loo |
Radioloog, gespecialiseerd mammaradiologie & screening BVO (regio midden west). NKI-AVL (Nederlands Kanker Instituut, Antoni van Leeuwenhoek) en BVO midden west. |
wetenschappelijke cie NBCA (deels betaald/vakatie) accreditiatie cie NVVR (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Carla Meeuwis |
Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate
|
NABON werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald) |
Geen |
Geen |
1. SENO medical - Echografie gecombineerd met laeserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Dominique van Uden |
chirurg-oncoloog CWZ te Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Marjolein Smidt |
Oncologisch chirurg MUMC+; |
Research / Onderwijs |
Geen |
Geen |
1. Nutricia - MIcrobioom, CRC, chemotherapie en prebiotica (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Anne Crijns |
Radiotherapeut Oncoloog UMCG (Hans Langendijk) |
Geen |
Geen |
Geen |
1. Euratom research&training programme 2014-2018 grant agreement N0 755523 - EDIRAD BRACE en EARLY HEART; prediction models for radiation induced cardiac events; detection of the most important cardiac imaging (ECHO-ST, CT and MRI) and circulating biomarkers of radiation-induced cardiovascular changes (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Celien Vreuls |
patholoog, UMC Utrecht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Helma Dollevoet |
Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025. |
Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/ |
geen |
Nee |
Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek |
Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten. |
Zover ik weet niet. |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Borstchirurgie na NST |
Geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven. |