Bone Conduction Devices (BCD)

Initiatief: Cluster Otologie Aantal modules: 21

Startpagina - Bone Conduction Devices (BCD)

Publicatiedatum: 08-09-2026
Beoordeeld op geldigheid: 08-09-2026

Deze richtlijn valt onder het cluster Otologie.

 

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met een indicatie voor een BCD. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • De indicatiestelling van een BCD bij verschillende soorten gehoorverliezen.
  • De klinische en audiologische diagnostiek bij patiënten met een indicatie voor een BCD.
  • De eisen die gesteld worden aan een proef met BCD.
  • De minimale criteria voor een proef met headband of softband.
  • Een handreiking bij de keuze voor een klasse BCD met daarbij in ogenschouw nemende, de afweging tussen een actief transcutane en percutane BCD.
  • Het effect van verschillende operatietechnieken in het kader van complicaties/risico’s bij patiënten met een indicatie voor een percutane BCD.
  • De voorlichting aan patiënten die in aanmerking komen voor een BCD.
  • De minimale kwaliteitseisen waaraan audiometrie, audiologische zorg, KNO-arts en een ziekenhuis moeten voldoen.
  • De organisatie van de patiëntenstroom en de nazorg voor patiënten met een BCD. 

Er is ook een stroomschema bij de richtlijn ontwikkeld.

 

Terminologie

In deze richtlijn is gekozen voor de term BCD. De afkorting staat voor Bone Conduction Device en beslaat daarmee strikt terminologisch enkel de geluidsprocessor. Echter, in deze richtlijn wordt met de term BCD de gehele toepassing bedoeld, tenzij nader gespecificeerd. De eerste versie van deze richtlijn, uit 2017, had een focus op de percutane BCD, de update van 2025 verbreed de richtlijn met de actieve transcutane BCD zich binnen het onderdeel van de ‘direct drive’ BCD’s. In een verklarende woordenlijst worden alle afkortingen en veel gebruikte termen toegelicht (zie aanverwante producten). De oorspronkelijk gebruikte term voor BCD was BAHA (Bone-Anchored Hearing Aid), dat is al enige tijd een merknaam, en is daarom komen te vervallen. Het cluster gebruikt binnen de richtlijn de overkoepelende term BCD en zal waar nodig toelichten over welke type implantaat, koppelstuk en/of geluidsprocessor het gaat.

 

BCD-toepassing: een geluidsprocessor kan op verschillende manieren worden toegepast. Dit kan via een implantaat (chirurgisch) of niet-chirurgisch (bijvoorbeeld een headband). Samen vormen dit de twee typen BCD toepassingen: percutaan en transcutaan. Niet-chirurgische BCD-toepassingen zijn altijd transcutaan, terwijl chirurgische BCD-toepassingen zowel transcutaan als percutaan kunnen zijn.

 

BCD soort: binnen de percutane toepassing is sprake van één soort. Binnen de transcutane toepassing onderscheiden we twee soorten: transcutaan actief en transcutaan passief.

 

Figuur 1 Overzicht van BCD

Figuur 1. Overzicht van Bone Conduction Devices

(bron: Proefschrift Teunissen, 2026) De genoemde merknamen zijn beschikbaar anno 2026

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners in de tweede of derde lijn die betrokken zijn bij de BCD zorg, met name behandelend KNO-artsen en klinisch fysici-audiologen.

 

Voor patiënten

Een bone conduction device (BCD) is een beengeleidingshoortoestel. Een KNO-arts of audioloog kan een (proef met een) BCD indiceren als een gewoon hoortoestel niet gedragen kan of mag worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij regelmatig terugkerende looporen en/of ontstekingen door afsluiting van de gehoorgang met het oorstukje van een gewoon hoortoestel of wanneer er geen gehoorgang/oorschelp is aangelegd (respectievelijk gehoorgangatresie/microtie). BCD’s slaan het middenoor over en stimuleren rechtstreeks het slakkenhuis door trillingen direct aan het schedelbot aan te bieden. Dit omzeilt eventuele problemen van geluidstransmissie in de gehoorgang of het middenoor. Of een BCD een optie is voor het verbeteren van het gehoor, kan worden ervaren tijdens een proef, dit is een tijdelijke hooroplossing. Het daadwerkelijk plaatsen van een implantaat voor een BCD gebeurt door middel van een operatie. Na plaatsing van het implantaat volgen controles en eventuele aanpassing van het toestel.

 

Er zijn verschillende type implantaten, en manieren om het implantaat te gebruiken. Als de trilling door de huid moet worden doorgegeven, zoals bij een softband of sticker, gaat er energie verloren. Een BCD kan ook worden gebruik op een geïmplanteerde abutment die door de huid naar buiten uitsteekt of via een implantaat dat volledig onder de huid zit. In beide gevallen moet er nog een (zichtbare) processor gebruikt worden, de ene wordt op de abutment geklikt de andere wordt met een magneet op het hoofd geplaatst. Wat de beste optie is, is afhankelijk van verschillende factoren als het gehoorverlies maar ook de medische voorgeschiedenis, zoals de noodzaak tot beeldvorming en dient te worden afgestemd met de behandelaar.

 

Meer informatie over BCD is te vinden op de website van de KNO-artsen (update volgt na publicatie van de richtlijn):

https://www.kno.nl/patienten-informatie/oor/bcd/

 

Meer informatie over BCD is ook te vinden op de website van de patiëntenverenigingen:

www.microtie-nederland.nl (naar verwachting in 2027 weer in de lucht)

www.stichtinghoormij.nl

 

Achtergrondinformatie en geschiedenis

Voor achtergrondinformatie omtrent anatomie, fysiologie en gehoorverlies wordt verwezen naar www.audiologieboek.nl, alsmede de inleiding van het proefschriften van Nelissen (2016), den Besten (2018), Kruyt (2020) en Caspers (2022). In de inleidingen van deze proefschriften vindt de geïnteresseerde lezer eveneens een historisch overzicht van ontwikkelde processoren, implantaten, chirurgische technieken en een grote hoeveelheid referenties. Het mag genoemd worden dat Dr. Anders Tjellström, uit Gothenburg, Zweden, in 1977 de initiator is geweest van behandeling met BCD’s. In de begin decades waren het drie Europese centra (Gothenburg, Nijmegen en Birmingham) die deze techniek verder ontwikkelden en later werd mede door deze centra ook in Amerika een FDA approval bewerkstelligd.

 

Voordat percutane beengeleidingstoestellen beschikbaar kwamen, waren er conventionele hoortoestellen (achter-het-oor of kasttoestellen) die met een aanpassing een transducer konden laten trillen. Dat trilbokje werd op een hoofdband (diadeem) gedragen. Een variant daarop is de beengeleiderbril, waarbij alles in een bril werd gemonteerd en de trilblokjes achter beide oren werden geklemd. Een algemeen probleem bij al deze soorten van beengeleidingshoren is enerzijds dat toestellen, ook nu nog, onvoldoende krachtig zijn om de hele hoorspan te kunnen aanspreken; de toestellen kunnen simpelweg niet hard genoeg. Anderzijds is er om toch nog enig geluid door te geven voldoende druk nodig, hetgeen kan resulteren in drukplekken en zelfs huiddefecten. Het nadeel ten aanzien van output (hoe krachtig een toestel klinkt) is nog groter met de transcutane route, zoals bij een hoofdband softband of hoorbril, daar energie verloren gaat; 10-15 dB gaat ‘in de huid zitten’. Dit maakt dat een percutane oplossing audiologisch gezien de beste oplossing is en zeker in het geval van perceptieve/gemengde gehoorverliezen.

 

Nadat in 1988 de eerste patiënt in Nederland weer kon horen middels een BCD, is het klinisch onderzoek zich verder gaan richten op een pre-postinterventie evaluatie dus conventioneel hoortoestel versus percutane BCD. Daarnaast werd getracht een kosten-baten analyse te verrichten. Dit soort onderzoeken, verricht in de negentiger jaren in Nederland maar ook daarbuiten, heeft geleid tot vergoeding (in meerdere landen). De gezondheidsautoriteiten eisten geen RCT in deze specifieke patiëntenpopulatie daar deze ethisch niet te verantwoorden is. Met name bij deze groep is de percutane BCD een ‘last resort’ oplossing (waarvan het werkingsmechanisme al decennia evident is) en hen daardoor nieuwe en ongekende hoormogelijkheden heeft gegeven (Snik, 2005). Er tekent zich in toenemende literatuur omtrent BCD wereldwijde consensus af rondom het gebruik van BCD’s (Gavilan, 2015; NHS, 2016, Maier 2022).

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging van Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (NVKNO). De richtlijn is in 2017 opgesteld in samenwerking met de NVKF en in 2024/5 herzien door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit KNO-artsen en klinisch fysici-audiologen. Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door inbreng van de patiëntenverenigingen Stichting Hoormij, Ouders van microtie/atresiepatiënten en Laposa.

 

Modulair onderhoud

Sinds 2021 wordt de richtlijn modulair herzien door het cluster otologie. Onder de tab ‘verantwoording’ staat beschreven welke organisaties uit het cluster betrokken waren bij herziening/herontwikkeling van de betreffende module. Meer informatie over werken in clusters en modulair onderhoud vindt u hier.

 

Geldigheid van de richtlijn

In onderstaande tabel is te zien wat de geldigheid is van de richtlijnmodules. Tevens zijn de aandachtspunten vermeld die van belang zijn voor een herziening. Het cluster otologie is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn.

Module

Geautoriseerd in

Laatst beoordeeld in

Geplande herbeoordeling (evt. de reden dat de herbeoordeling dan plaats zou moeten vinden)

Wijzigingen meest recente versie

2. Indicatiestelling

2018

2025

2028

Actief transcutaan toegevoegd

2.1 BCD bij bilaterale geleidingsverliezen

2018

2025

2028

Indicatie gelijk, helderheid ten aanzien van opties voor transcutaan/percutaan

2.2 BCD bij gemengde verliezen

2018

2025

2028

Indicatie gelijk, helderheid ten aanzien van opties voor transcutaan/percutaan

2.3 BCD bij unilaterale geleidingsverliezen

2018

2025

2028

Indicatie gelijk, helderheid ten aanzien van opties voor transcutaan/percutaan

2.4 BCD bij unilaterale perceptieve verliezen

2018

2025

2028

Zorgpad gewijzigd naar: start met een cros toestel, indien die gecontra-indiceerd is of niet adequaat aan te passen is, overweeg dan in 2e instantie een proef met bone conduction device en maak bij voorkeur de keuze voor een percutane bone conduction device.

3. Diagnostiek

2018

2021

2026

Nvt

3.1 Klinische diagnostiek voor BCD

2018

2021

2026

Nvt         

3.2 Audiologische diagnostiek voor BCD

2018

2021

2026

Nvt

3.3 Criteria voor headband/softband trial BCD

2018

2021

2026

Nvt

3.4 Instrumenten voor evaluatie BCD proef

2018

2021

2026

Nvt

4. Behandeling

2018

2021

2026

Nvt

4.1 Operatietechnieken BCD bij volwassenen

2018

2021

2026

Nvt

4.2 Operatietechnieken bij kinderen

2018

2021

2026

Nvt

 

4.3 BCD klasse bij type gehoorverlies/toepassing

2018

2025

2028

Geen wijzigingen, gekozen om een submodule toe te voegen in plaats van deze module te herzien.

4.4 percutaan versus transcutane BCD

2018

2025

2028

Nieuwe submodule met handvatten voor het afwegen van een keuze voor audioloog, kno-arts en patient

5. Informatieverstrekking aan de patiënt

2018

2021

2026

Nvt

6. Organisatie van zorg

2018

2021

2026

Nvt

6.1 Kwaliteitseisen audiologische zorg bij BCD

2018

2021

2026

Nvt

6.2 kwaliteitseisen KNO-arts bij BCD

2018

2021

2026

Nvt

6.3 Patiëntenstroom en nazorg bij BCD

2018

2021

2026

Nvt

Onderbouwing

  1. Caspers CJI. Percutaneous bone-anchored hearing systems: evaluating the state of the art, investigating new developments and exploring clinical challenges [dissertation]. Nijmegen: Radboud University Nijmegen; 2022.
  2. den Besten CA. An assessment of contemporary bone conduction devices [dissertation]. Nijmegen: Radboud University Nijmegen; 2018.
  3. Gavilan J, Adunka O, Agrawal S, et al. Quality standards for bone conduction implants. Acta Oto-laryngologica. 2015;135(12):1277–1285.
  4. Kruyt IJ. Bone conduction devices: reviewing the past, evaluating the present, considerations for the future [dissertation]. Nijmegen: Radboud University Nijmegen; 2020.
  5. Maier H, Lenarz T, Agha-Mir-Salim P, Agterberg MJH, Anagiotos A, Arndt S, Ball G, Bance M, Barbara M, Baumann U, Baumgartner W, Bernardeschi D, Beutner D, Bosman A, Briggs R, Busch S, Caversaccio M, Dahm M, Dalhoff E, Devèze A, Ebrahimi-Madiseh A, Fraysse B, Frenzel H, Gavilán J, et al. Consensus statement on bone conduction devices and active middle ear implants in conductive and mixed hearing loss. Otol Neurotol. 2022 Jun;43(5):513–529. doi: 10.1097/MAO.0000000000003491.
  6. Nelissen R. Bone conduction devices: implant designs and long-term use [dissertation]. Nijmegen: Radboud University Nijmegen; 2016.
  7. NHS Guideline. Clinical Commissioning Policy: Bone conducting hearing implants (BCHIs) for hearing loss (all ages). 2016.
  8. Snik AFM, Mylanus EAM, Proops DW, et al. Consensus statements on the BAHA system: where do we stand at present? Ann Otol Rhinol Laryngol Suppl. 2005;195:2–12.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 08-09-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 08-09-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Otologie
Volgende:
Indicatiestelling voor BCD