Bone Conduction Devices (BCD)

Initiatief: Cluster Otologie Aantal modules: 21

BCD bij gemengde verliezen

Publicatiedatum: 08-09-2026
Beoordeeld op geldigheid: 08-09-2026

Uitgangsvraag

Wanneer is een bone conduction device (BCD) geïndiceerd bij gemengde verliezen?

Aanbeveling

Start, indien mogelijk, met revalidatie met een luchtgeleidingshoortoestel bij een invaliderend en persisterend gemengd gehoorverlies.

 

Bied een proeftraject met een BCD aan bij patiënten met gemengd gehoorverlies waarbij luchtgeleidingshoortoestellen niet toepasbaar zijn of het gehoor onvoldoende revalideren (zie module Criteria voor headband/softband trial BCD). Evalueer na afloop of de proef heeft geleid tot verbetering van het spraakverstaan en/of de kwaliteit van leven conform de module Instrumenten voor evaluatie BCD proef).

 

Kies het type BCD conform de module type BCD: actief transcutaan versus percutaan. Doe dit in gezamenlijk overleg met de patiënt. Weeg daarbij de wensen en voorkeuren van de patiënt, de haalbaarheid, het draagcomfort, de audiologische uitkomstmaten, de kosten en de logistieke consequenties zorgvuldig mee.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Studies met een vergelijking tussen BCD en andere revalidatietechnieken

Aanvullend op het literatuuronderzoek dat is uitgevoerd voor de richtlijn uit 2018 is voor de huidige richtlijnherziening (2024) een aanvullend literatuuronderzoek verricht naar het effect van een BCD ten opzichte van andere audiologische revalidatietechnieken bij patiënten met een gemengd gehoorverlies. Hierbij is gekeken naar vergelijkingen met onder andere luchtgeleidingshoortoestellen, (bi)CROS-hoortoestellen en cochleaire implantaten, evenals naar verschillen tussen percutane BCD’s (pBCD) en actief transcutane BCD’s (atBCD). Er werden geen systematische reviews, gerandomiseerde studies of observationele onderzoeken gevonden waarin deze vergelijkingen zijn onderzocht. Ook voor actief transcutane BCD-systemen, die inmiddels in de klinische praktijk zijn geïntroduceerd, zijn geen studies gevonden waarin zij worden vergeleken met andere revalidatietechnieken.

 

Uit de richtlijn uit 2018 zijn drie studies opnieuw geïncludeerd waarin de uitkomsten van een percutane BCD werden vergeleken met luchtgeleidingshoortoestellen bij patiënten met een gemengd gehoorverlies. Voor de cruciale uitkomstmaat spraakverstaan in stilte werden geen significante verschillen gevonden tussen beide interventies. Voor spraakverstaan in rumoer werd een verbetering gerapporteerd in het voordeel van de BCD. Voor de belangrijke uitkomstmaat kwaliteit van leven werden geen significante verschillen gevonden. De belangrijke uitkomstmaten geluidslokalisatie, huidreacties (IPS-score) en implantaatverlies werden in de geïncludeerde studies uit de richtlijn van 2018 niet gerapporteerd en zijn anno 2024 wel meegenomen in de modulaire revisie.

 

Studies met een pre-post design

Het aanvullende literatuuronderzoek uit 2024 identificeerde vier nieuwe observationele studies met een pre-postdesign, waarin metingen zijn verricht vóór en na implantatie van een BCD (Brkic, 2019; Bruschini, 2020; Skarzynski, 2022; Song, 2022). De studies zijn uitgevoerd in uiteenlopende patiëntengroepen, voornamelijk met een gemengd gehoorverlies, symmetrisch of asymmetrisch van aard. In deze studies zijn verschillende implanteerbare en op beengeleiding gebaseerde hoorsystemen onderzocht. De uitkomstmaten betroffen zowel audiologische resultaten als complicaties.

 

Alle vier de studies laten zien dat de onderzochte systemen leiden tot aanzienlijke verbeteringen in objectieve audiologische uitkomsten, waaronder spraakverstaan in stilte en in rumoer, ten opzichte van de situatie vóór implantatie van een BCD. Daarnaast rapporteren alle onderzoeken een duidelijke afname van subjectief ervaren luisterproblemen. Dit werd gemeten met vragenlijsten zoals de APHAB en de SSQ en vertaalt zich in een hogere tevredenheid en een verbeterde kwaliteit van leven na BCD-implantatie.

 

In drie van de vier geïncludeerde pre-poststudies (Brkic, 2019; Skarzynski, 2022; Song, 2022) is ook het voorkomen van complicaties onderzocht (zie ook Tabel 4). Daarbij werden met name huid- en wondcomplicaties gerapporteerd. In één studie werd daarnaast het optreden van aangezichtsverlamming beschreven als mogelijke complicatie (Song, 2022). In de studie van Skarzynski (2022) werden bij zes van de zestien patiënten die waren geïmplanteerd met een percutane BCD huid- of wondcomplicaties gezien. Het betrof pijn en gevoeligheid rond het implantaat (n = 1), een Holgers graad 4-huidreactie waarvoor een re-operatie nodig was (n = 2) en Holgers graad 2-huidreacties waarvoor conservatieve behandeling volstond (n = 3). Alle patiënten gebruikten het toestel na twaalf maanden follow-up nog steeds. In de studie van Song (2022) werden 27 patiënten beschreven die waren geïmplanteerd met een Vibrant Soundbridge. Bij één patiënt trad een tijdelijke aangezichtsverlamming op. Bij twee patiënten werd een wondinfectie vastgesteld, waarvan één patiënt een heroperatie onderging vanwege huidnecrose. In de studie van Brkic (2019) ontwikkelden zes van de 64 patiënten met een actief transcutane BCD een wond- of huidinfectie die leidde tot dehiscentie en explantatie.

 

Op basis van deze studies kan worden geconcludeerd dat complicaties, met name huid- en wondcomplicaties, voorkomen. Ernstige of blijvende bijwerkingen zijn echter zeldzaam.

 

Tabel 4. Complicaties

Studie

Systeem

Totaal aantal patiënten

Aantal complicaties (aantal patiënten)

Soort complicatie

Brkic, 2019

Bonebridge (atBCD)

64

6 (6)

Infectie/wond dehiscentie

Bruschini, 2020

Bone anchored hearing aid (BAHA) (pBCD)

27

NR

NR

Skarzynski, 2022

Ponto (pBCD)

16

6 (6)

Roodheid/vocht/ infectie

Song, 2022

Vibrant Soundbridge (aMEI)

27

3 (3)

Aangezichts-verlamming/ infectie

De bevindingen uit zowel vergelijkende studies als pre-poststudies ondersteunen het gebruik van botgeleidingssystemen en actieve middenoorimplantaten als effectieve revalidatieopties voor patiënten met een matig tot (zeer) ernstig gemengd gehoorverlies of asymmetrisch gehoorverlies. Neem het indicatiegebied BCD hierbij in ogenschouw, zie module Indicatiestelling voor BCD. Verschillen in complicaties tussen percutane en actief transcutane BCD’s worden besproken in de module type BCD: actief transcutaan versus percutaan.

 

Kwaliteit van bewijs

De gevonden studies betreffen uitsluitend niet-gerandomiseerde, observationele onderzoeken waarin patiënten vóór en na toepassing van verschillende typen BCD en aMEI met elkaar werden vergeleken. Dit studieontwerp brengt een hoge kans op verschillende vormen van bias met zich mee, waardoor de bewijskracht laag is. Daarnaast zijn de onderzochte populaties klein, wat de betrouwbaarheid van de resultaten verder beperkt.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Er zijn geen aanvullende waarden en voorkeuren gevonden die specifiek gelden voor patiënten met gemengd gehoorverlies. De algemeen beschreven punten uit de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Kostenaspecten

Er zijn geen specifieke kostenaspecten gevonden die uitsluitend gelden voor patiënten met gemengd gehoorverlies. De algemene kostenoverwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Er zijn geen specifieke gelijkheidsaspecten gevonden die uitsluitend gelden voor patiënten met gemengd gehoorverlies. De algemene gelijkheidsoverwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid

Er zijn geen specifieke aspecten op het gebied van ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid gevonden die alleen gelden voor patiënten met gemengd gehoorverlies. De algemene overwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Haalbaarheid

Er zijn geen specifieke aspecten op het gebied van haalbaarheid gevonden die alleen gelden voor patiënten met gemengd gehoorverlies. De algemene overwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Overall overweging vanuit werkgroep ten aanzien van: van bewijs naar aanbeveling (NL):

Gezien de lagere initiële kosten en de geringere belasting voor zowel patiënt als zorg adviseert het cluster om in de klinische praktijk bij patiënten met een gemengd gehoorverlies in eerste instantie een luchtgeleidingshoortoestel te proberen. De aanpassing dient te worden geëvalueerd door het audiologisch centrum, conform de richtlijn Audiologische zorg voor slechthorende volwassenen, richtlijn Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 0 tot 4 jaar en richtlijn Hoorzorg voor slechthorende kinderen van 4 tot 18 jaar. Relevante factoren bij de keuze tussen been- en luchtgeleidingstimulatie, zoals interaurale verzwakking bij been- en luchtgeleiding en de efficiëntie van luchtgeleidingshoortoestellen en BCD’s als cochleaire stimulator, kennen een grote intra-individuele variatie.

 

Wanneer luchtgeleidingshoortoestellen niet worden verdragen, niet toepasbaar zijn of onvoldoende versterking bieden, wordt ondanks de lage bewijskracht een sterke aanbeveling gedaan voor een proef met een BCD. Het cluster adviseert in dat geval een proef met een BCD aan te bieden en deze zorgvuldig te evalueren. Daarbij dient specifiek aandacht te zijn voor het audiologisch bereik, zie ook BCD klasse bij type gehoorverlies en let hierbij op de longivity, de praktische toepasbaarheid en de voorkeur van de patiënt voor de verschillende typen BCD, waaronder percutane en actief transcutane systemen, en aMEIs. Bij de uiteindelijke keuze moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met de wensen en voorkeuren van de patiënt, evenals met de haalbaarheid, het draagcomfort en de gevolgen voor kosten en logistiek.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Op basis van de beschikbare literatuur bij patiënten met een gemengd gehoorverlies lijkt een BCD voordelen te bieden ten opzichte van een luchtgeleidingshoortoestel wat betreft spraakverstaan in rumoer en auditief functioneren. Voor spraakverstaan in stilte en kwaliteit van leven zijn geen significante verschillen aangetoond. Deze conclusies zijn gebaseerd op studies met een zeer lage bewijskracht. Voor veel andere relevante uitkomstmaten zijn geen gegevens beschikbaar.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor (Doen).

Onderbouwing

This guideline module describes in which cases a patient is a good candidate for a bone conduction device (BCD) and compares outcomes of a BCD with conventional air conduction hearing aids (ACHA) for these patients and tries to find guidance for percutaneous versus transcutaneous active application. The specific focus of this module is mixed hearing loss.

Table 3 Summary of Findings

Population: Mixed hearing loss

Intervention: BCD

Comparator: LGHT

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

LGHT

BCD

Speech perception in quiet

 

Based on data from 48 participants in 2 studies

 

Both Bance (2002) and De Wolf (2010) reported no significant difference for speech reception in quiet between BCD and ACHA. 

Very low

Due to serious risk of bias1

The evidence is very uncertain about the effect of BCD on speech perception in quiet when compared with ACHA in patients with mixed hearing loss.

Speech perception in noise

 

Based on data from 43 participants in 2 studies

 

Bance (2002) reported no significant difference in speech perception in noise between BCD and ACHA.

Flynn (2009) reported more improvement in speech perception in noise when using BCD compared with ACHA. 

Very low

Due to serious risk of bias2

The evidence is very uncertain about the effect of BCD on speech perception in noise when compared with ACHA in patients with mixed hearing loss.

Quality of life based on questionnaire

 

Based on data from 52 participants in 2 studies

 

Bance (2002) reported no significant difference for quality of life between BCD and ACHA. For domains physical limitation and emotional limitation the results were in favor of BCD. 

Very low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision3

The evidence is very uncertain about the effect of BCD on quality of life when compared with ACHA in patients with mixed hearing loss.

Sound localization, skin reactions to IPS, implant loss

 

The outcome measures were not reported in the included studies.

 

 

1. Risk of Bias: serious. selection of participants, measurement of exposure, measurement of outcomes; Imprecision: not possible to assess because confidence intervals were not available

2. Risk of Bias: serious. selection of participants, measurement of outcomes, missing data; Imprecision: not possible to assess because confidence intervals were not available

3. Risk of Bias: serious. selection of participants, measurement of outcomes, missing data; Imprecision: serious. The confidence interval exceeds the limits of the minimal clinically important difference.

Description of studies

No studies were included in the analysis of the literature for the update in 2024. Three studies were included in the original module in 2018. Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’).

 

Original module

Bance (2002) compared audiological functioning with a bone conduction device (BCD) and air conduction hearing aid (ACHA) in a non-randomized experimental study of adult patients with chronic suppurative otitis media and a unilaterally implanted BCD (n=17). Unaided air conduction thresholds ranged from 35 dB to 85 dB at 2 kHz, air-bone gaps from 5 to 55 dB and bone conduction levels for some patients indicative of a mixed hearing loss. If a patient could hear functionally with the unimplanted ear, this ear was blocked for all measurements. Audiological tests were performed in a semi-reverberant room using three loudspeakers to create a uniform sound field. Stimuli were presented in eight different 1/3-octave noise bands between 250 Hz and 8000 Hz and, depending on the degree of hearing loss, delivered at an intensity of 75 or 85 dB in the aided condition and 85 or 95 dB in the unaided condition. A modified version of the Békésy tracking method was used to measure hearing thresholds. Speech intelligibility in quiet was expressed as the percentage of correctly recognized monosyllabic words. To measure speech intelligibility in noise, speech noise was added (intensity not reported). Auditory functioning was measured using the Sanders Profile Questionnaires, and quality of life was measured using the MOS SF-36.

 

De Wolf (2010) conducted a non-randomized experimental study in 16 adult patients with bilateral mixed hearing loss. All participating patients suffered from chronic middle ear problems, without ear discharge. Bone conduction thresholds were 45 dB or better. The air-bone gap in this patient group varied between 15 and 65 dB. Patients received a BCD at least 6 months previously and were fitted with a conventional air conduction device for the study. The benefit of the BCD was compared with the benefit of a conventional air conduction device. All audiological measurements took place in a sound-isolated room. Air and bone conduction thresholds were determined in free field (PTA). Speech intelligibility in quiet was measured using monosyllabic Dutch words at a volume of 65 dB. The percentage of correctly recognized words was used as the outcome. Speech intelligibility in noise was measured using the Plomp test. The APHAB was used to measure auditory functioning.

 

Flynn (2009) compared the effect of a unilaterally implanted BCD (> 1 year postoperatively) with a digital superpower air conduction device in a non-randomized experimental study among ten adult patients with mixed hearing loss. Mixed hearing loss was defined as hearing loss with mean bone conduction thresholds of 25 dB HL or worse and an air-bone gap of at least 30 dB. Unaided air conduction thresholds (PTA 55 to 108 dB HL) and bone conduction thresholds (PTA 25 -66 dB HL) were determined. Aided thresholds (with BCD or superpower air conduction device) were measured in free field. Speech perception in noise was measured using adaptive procedures (unspecified), as described in the Swedish version of the Speech in Noise Test. All measurements were performed in a double-walled, soundproof chamber, with sounds presented from two loudspeakers positioned 1 meter from the patient (at 0° and 180°). Speech stimuli were presented directly in front, noise was presented directly behind.

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Individual studies (original module 2018)

Bance, 2002 (data retrieved from RLDB)

N at baseline

Intervention: 17

Control: 15

 

Age (mean, SD)

Intervention: 16-67 years

Control: 20-48 years

 

Sex (male/female)

NR

Intervention: percutaneous BCD implantation

 

Control: normal hearing subjects - ACHA

NR

Speech perception in noise

 

Speech perception in quiet

 

quality of life based on questionnaire

NR

Some concerns

De Wolf, 2010 (data retrieved from RLDB)

N at baseline

Intervention: 16

 

Age (mean, SD)

Intervention: 56 (range 26-75) years

 

Sex (male/female)

Intervention: 12/4

Intervention: percutaneous BCD implantation

 

Control: ACHA fitting after at least 6 months BCD

 

(within-group analysis)

1.5 months

Speech perception in quiet

 

quality of life based on questionnaire

NR

Some concerns

Flynn, 2009 (data retrieved from RLDB)

N at baseline

Intervention: 10

 

Age (mean, SD)

Intervention: 59 (range 32-5) years

 

Sex (male/female)

Intervention: 5/5

Intervention: percutaneous BCD implantation

 

Control: Air conduction hearing aid (ACHA)

Cross-sectional

Speech perception in noise (speech in noise ratio)

Conflicts of interest: first author is director of research and applications, Cochlear Bone Anchored Solutions

Low

*For further details, see risk of bias table in the appendix

 

Results (retrieved from richtlijnendatabase.nl)

Speech perception in quiet (critical)

Two studies reported the outcome measure speech reception in quiet (Bance, 2002; De Wolf, 2010). Both Bance (2002) and De Wolf (2010) reported no significant difference for speech reception in quiet between BCD and LGHT.

 

Speech perception in noise (critical)

Two studies reported the outcome measure speech perception in noise (Bance, 2002; Flynn, 2009). Bance (2002) reported no significant difference in speech perception in noise between BCD and air conduction hearing aids (ACHA). Flynn (2009) reported speech perception in noise when using a BCD compared to a conventional super power air conduction hearing aid. The patients who received BCD (n=10) had a speech in noise ratio of 0.88 dB, and the patients who received hearing aids (n=10) had a speech in noise ratio of 3.44 dB. The mean difference was -2.56 dB, in favor of the patients who received BCD. This difference is considered clinically relevant.

 

Sound localization (important)

None of the studies reported the outcome measure improved sound localization.

 

Quality of life based on questionnaire (important)

Two studies reported the outcome measure quality of life based on questionnaires (Bance, 2002; De Wolf, 2010). Bance (2002) reported no significant difference in quality of life between the use of a conventional air conduction hearing aid and a BCD across any of the domains of the MOS SF-36. However, average scores on the domains physical limitation and emotional limitation showed differences of 18% and 12%, respectively, in favor of the BCD condition. These differences were not statistically significant, likely due to the small study population.

 

Bance (2002) reported general health score of the MOS SF-36 health survey. The patients who received a BCD (n=17) had a mean health score of 71.4 (SD ± 17.1), and the patients who received ACHA (n=15) had a mean health score of 72.5 (SD ± 18.5). The mean difference was -1.1 (95% CI -14.0 to 12.0), in favor of the patients who received a hearing aid. This difference is not considered clinically relevant.

 

De Wolf (2010) reported the overall score of the APHAB. In total, twelve of the 41 patients (30%) who received a BCD experienced benefit, compared with 26 of the 81 patients (32%) who received a ACHA. The risk ratio (RR) was 0.91 (95% CI 0.51 to 1.61), in favor of the patients who received a hearing aid. This difference is not considered clinically relevant.

 

Skin reactions according to IPS (important)

None of the included studies reported the outcome measure skin reactions according to Holgers/IPS.

 

Implant loss (important)

None of the included studies reported the outcome measure implant loss.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are (un)favorable effects of bone conduction devices compared with other audiological rehabilitation techniques in patients with mixed hearing loss?

 

Table 1. PICO

Patients Mixed hearing loss
Intervention BCD (including middle ear implants)
Control Other audiological technical rehabilitation techniques such as air conduction devices, (bi)cros hearing aid (CROS), cochlear implantation (CI), wait-and-see policy
Outcomes Speech perception in quiet, speech perception in noise, sound localization, quality of life based on questionnaire, skin reactions according to IPS, implant loss
Other selection criteria Study design: systematic reviews, randomized controlled trials, and observational studies

Relevant outcome measures

The guideline panel considered speech perception in quiet and speech perception in noise as critical outcome measures for decision making; and sound localization, quality of life based on questionnaires, skin reactions according to IPS, and implant loss as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following as minimal clinically (patient) important differences:

  • Speech perception in quiet: mean difference of 10%.
  • Speech perception in noise: mean difference of 10% or 1 dB SNR.
  • Sound localization: mean difference of 10 degrees or 20% MAE.
  • Hearing related quality of life (based on questionnaire): 15% score difference.
  • Skin reactions according to IPS: 2 points difference.
  • Implant loss: absolute difference of 2%.

Search and select (Methods)

For the update in 2024, a systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from May 2016 to 17th of June 2024 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from two primary search concepts: (1) hearing loss; (2) Bone Conduction Device. Duplicates were removed using EndNote software. As no systematic reviews and randomized controlled trials were identified, observational studies were also screened.

 

After deduplication a total of 1733 records were imported for title/abstract screening. Initially, 37 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 37 studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and no studies were included. This search was an update of the guideline published in 2018. In 2018, similar search strategy and similar search criteria were used. Three observational studies and no systematic reviews or randomized controlled trials were included. The publications after June 2024 were not included.

  1. Bance M, Abel SM, Papsin BC, Wade P, Vendramini J. A comparison of the audiometric performance of bone anchored hearing aids and air conduction hearing aids. Otol Neurotol. 2002 Nov;23(6):912-9. doi:10.1097/00129492-200211000-00017. PMID: 12438855.
  2. Brkic FF, Riss D, Scheuba K, Arnoldner C, Gstöttner W, Baumgartner WD, Vyskocil E. Medical, Technical and Audiological Outcomes of Hearing Rehabilitation with the Bonebridge Transcutaneous Bone-Conduction Implant: A Single-Center Experience. J Clin Med. 2019 Oct 3;8(10):1614. doi: 10.3390/jcm8101614. PMID: 31623414; PMCID: PMC6832994.
  3. Bruschini L, Canelli R, Morandi A, Cambi C, Fiacchini G, Berrettini S, Forli F. Bone Anchored Hearing Aids for the Treatment of Asymmetric Hearing Loss. J Int Adv Otol. 2020 Dec;16(3):313-317. doi:10.5152/iao.2020.8879. PMID: 33136009; PMCID: PMC7901467.
  4. Den Besten CA, Mylanus EAM, Hol MKS, Tange RA, Snik AFM, Bosman AJ. Why bone conduction device candidates refuse implantation. Eur Arch Otorhinolaryngol. 2021;278(8):2899-906.
  5. Den Besten CA, Ramakers GGJ, Hol MKS. Shared decision making in bone conduction hearing implants: a consensus statement. Front Neurol. 2022;13:832551.
  6. Den Besten CA, Stalfors J, Wigren S, Tjellström A, Blechert J, Hakansson B, et al. Long-term patient satisfaction and quality of life with bone conduction hearing implants: 5-year outcomes. Eur Arch Otorhinolaryngol. 2019;276(6):1585-94.
  7. de Wolf MJ, Shival ML, Hol MK, Mylanus EA, Cremers CW, Snik AF. Benefit and quality of life in older bone-anchored hearing aid users. Otol Neurotol. 2010 Jul;31(5):766-72. doi: 10.1097/MAO.0b013e3181e3d740. PMID: 20581615.
  8. Flynn MC, Sadeghi A, Halvarsson G. Baha solutions for patients with severe mixed hearing loss. Cochlear Implants Int. 2009;10 Suppl 1:43-7. doi:10.1179/cim.2009.10.Supplement-1.43. PMID: 19195004.
  9. Hui Y, Stokroos R, Schrauwen I, Janssen AML, Hensen EF, Hol MKS. A comparison of patient perspectives between percutaneous and transcutaneous bone conduction hearing implant systems: functionality versus aesthetics. Eur Arch Otorhinolaryngol. 2020;277(1):69-76.
  10. Lassaletta L, Calvino M, Sanchez-Cuadrado I, Muñoz E, Gavilan J. Active transcutaneous bone conduction implant: audiological and subjective benefits. Otol Neurotol. 2020;41(4):e471-478.
  11. Skarzynski PH, Dziendziel B, Wlodarczyk E, Skarzynski H. The Oticon Ponto System in Adults With Severe-to-Profound and Mixed Hearing Loss: Audiologic Outcomes and Patient Satisfaction. Otol Neurotol. 2022 Oct 1;43(9):987-994. doi:10.1097/MAO.0000000000003664. Epub 2022 Aug 30. PMID: 36040042; PMCID: PMC9477862.
  12. Song CI, Cho HH, Choi BY, Choi JY, Choi JW, Choung YH, Chung JW, Chung WH, Hong SH, Kim Y, Lee BD, Lee IW, Lee JD, Lee JH, Lee KY, Moon IJ, Moon IS, Oh SH, Park HJ, Park SN, Seo JW. Results of Active Middle Ear Implantation in Patients With Mixed Hearing Loss After Middle Ear Surgery: A Prospective Multicenter Study (the ROMEO Study). Clin Exp Otorhinolaryngol. 2022 Feb;15(1):69-76. doi:10.21053/ceo.2020.01851. Epub 2021 Apr 9. PMID: 33848418; PMCID: PMC8901952.
  13. van Lieshout C, Abraham K, Smit AL, Frederix GWJ. A cost-utility analysis of cochlear implants for single sided deafness in adults and children in the Netherlands. PLoS One. 2024 Aug 5;19(8):e0307881. doi: 10.1371/journal.pone.0307881. PMID: 39102399; PMCID: PMC11299827.
  14. Zeitler DM, Slattery WH, Arts HA, Monfared A, Schwartz SR, Batra PS, et al. Subjective Benefits of the Cochlear™ Osia® System Compared to Bone Anchored Hearing Systems. Otol Neurotol. 2019;40(8):1023-9.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 08-09-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 08-09-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Otologie
Geautoriseerd door:
  • Hoormij∙NVVS
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Stichting Kind & Zorg

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2020 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Dit cluster bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante organisaties die betrekking hebben op de zorg voor patiënten met gehoorproblemen.


Het cluster Otologie bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden worden indien nodig gevraagd om hun expertise in te zetten voor een specifieke richtlijnmodule. Het cluster Otologie bestaat uit de volgende personen:

 

Clusterstuurgroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, voorzitter cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Dr. E. (Erik) van Spronsen, KNO-arts, Amsterdam UMC locatie AMC, Amsterdam, NVKNO
  • Drs. R.M. (Robert) van Haastert, KNO-arts, Dijklander Ziekenhuis, Purmerend, 
  • Drs. M.J. (Thijs) Vaessen, Oogarts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NOG
  • Dr. ir. F.L. (Femke) Theelen, Audioloog, Amsterdam UMC, Amsterdam, NVKF
  • Drs. S.A.H. (Sjoert) Pegge, Radioloog, Radboudumc, Nijmegen, NVvR 

Betrokken clusterexpertisegroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Prof. Dr. M.K.S. (Myrthe) Hol, KNO-arts, UMC Groningen, Groningen (vz), NVKNO
  • Ir. M.S. (Martijn) Toll, Klinisch fysicus-audioloog, Erasmus MC, Rotterdam, NVKF
  • Dr. S.J.H. (Steven) Bom, KNO-arts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NVKNO
  • Dr. L.V. (Louise) Straatman, KNO-arts, UMC Utrecht, Utrecht, NVKNO
  • Drs. T.W. (Tjerk) Aukema, arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMC Groningen, Groningen, NVKNO
  • Ir. L.C. (Lucas) Stam, Klinisch fysicus-audioloog, Koninklijke Kentalis, NVKF

Met ondersteuning van

  • Dr. R. (Romy) Zwarts-van de Putte, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. D.G. (Dian) Ossendrijver, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E.R.L. (Evie) Verweg, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E. (Esther) van der Bijl, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle clusterstuurgroepleden en actief betrokken expertisegroepleden (fungerend als schrijver en/of meelezer bij tenminste één van de geprioriteerde richtlijnmodules) hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een richtlijnmodule worden wijzigingen in belangen aan de projectleider doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van de clusterleden en betrokken expertisegroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Smit

KNO arts UMC Utrecht, afdeling KNO

Medisch adviseur Stichting Hoormij, onbetaald

-Medeaanvrager en onderzoeker van de MinT-studie naar de toepassing van mindfulness bij tinnitus, gefinancierd door HandicapNL.

-Hoofdonderzoeker van de CINGLE-studie naar de toepassing van cochleaire implantatie, beengeleidingshoortoestellen en CROS bij mensen met single sided deafness, gefinancierd door Cochlear (unrestricted grant). Cochlear had geen invloed op het studiedesign, de uitvoering, analyse of publicatie. De resultaten (Peters et al.) zijn gebruikt als evidence in de module perceptief gehoorverlies van de BCD-richtlijn. Ik heb geen persoonlijk belang bij de uitkomsten van deze module.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar cochleaire implantatie bij mensen met tinnitus, gefinancierd door Cochlear.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar subtypering van tinnituspatiënten, gefinancierd door Cochlear.

Restricties ten aanzien van besluitvorming over aanbevelingen bij indicatiestelling voor perceptieve verliezen. Hol treedt als voorzitter op voor het onderdeel BCD binnen de derde cyclus.

Spronsen

KNO-arts, Amsterdam UMC

Raad van Advies START

Geen

Geen restrictie

Vaessen

Oogarts Deventer Ziekenhuis, Oogarts Streekziekenhuis Koningin Beatrix te Winterswijk

Geen

Samen met Sallandse Specialisten Coorporatie aandeelhouder in een drietal bedrijven: 1. eNose: een bedrijf dat een product ontwikkelt voor adem- en headspace-analyse om ziekten te detecteren waaronder tuberculose, hoofd-, hals- en longkanker(https://www.enose-company.com/). 2. Ventinova: een bedrijf dat verbeteringen in hart-long machines wil aanbrengen. (https://www.ventinovamedical.com/). 3. Novioscan: een bedrijf dat een blaas scan maakt ikv incontinentie. (https://novioscan.com/nl/)

Geen restrictie

 

Theelen

Klinisch Fysicus – Audioloog, Amsterdam UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Van Haastert

KNO-arts Dijklander ziekenhuis Hoorn/Purmerend

Geen

Geen

Geen restrictie

Pegge

Radioloog Radboud UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Gemelde (neven)functies en belangen betrokken expertisegroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Hol

KNO-arts, UMCG

Healthy hearing ears advisory board (betaalde functie, gefinancierd door Cochlear)

Financiering onderzoeksprojecten (uitbetaald aan Radboudumc en/of UMCG) op het gebied van beengeleidingshoortoestellen (BCD), gefinancierd door Cochlear en Oticon Medical:

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: principal (coördinerend) investigator. Het onderzoek werd uitgevoerd conform protocol in UMCG en Radboudumc; daarnaast verantwoordelijk voor data uit overige Europese centra en de publicatie (verwacht november). Het UMCG ontving contractuele financiering voor de uitvoering (sponsor-driven research). Er is geen directe overlap met de huidige richtlijnmodules; systemen worden niet per fabrikant benoemd.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Rol: lokale onderzoeker. Retrospectief dataonderzoek; het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering. De studie betreft kosten na implantatie en is relevant voor de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • Single-stage bone-anchored hearing implant surgery in children: a prospective comparative study.
    Gefinancierd door Oticon Medical en Cochlear. Investigator initiated research in Radboudumc en UMCG. Rol: principal investigator.
  • Evaluation of clinical performance of Ponto implantation using a minimally invasive surgical technique – a prospective multicenter study.
    Gefinancierd door Oticon Medical. Europese klinische studie. Geen rol als hoofdonderzoeker.
  • Long-term follow-up of a wide-diameter bone-anchored hearing implant: 10-year experience on stability, survival and tolerability of an implant–abutment combination.
    Gefinancierd door Cochlear. Investigator initiated research.

Geen restricties, advieswerk en extern gefinancierd onderzoek vallen buiten bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Toll

Klinisch-fysicus-audioloog, Erasmus MC Rotterdam

Lid programmacommissie neonatale gehoorscreening, onbetaald (via wg)

 

Lid Commissie van toezicht bij Penitentiaire inrichting Krimpen aan de IJssel, betaling op basis van vacatiegelden.

Onderzoek naar het optimaal instellen van een beengeleidingshoortoestel, waarin drie verschillende versterkingsstrategieën worden vergeleken. Deels gefinancierd door Cochlear. Geen rol als hoofdonderzoeker.

Geen restrictie, het onderzoek valt buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Bom

KNO-arts, Deventer Ziekenhius

Geen

Geen

Geen restrictie

Straatman

KNO-arts, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen restrictie

Aukema

arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMCG,

Geen

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: lokale onderzoeker in UMCG en Radboudumc. Beide centra ontvingen contractuele financiering voor de uitvoering van het onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd in de richtlijn.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Studie naar kosten na implantatie van beengeleidings-hoortoestellen. Dit onderwerp is onderdeel van de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering voor de uitvoering van dit onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd.
  • Office-based inferior turbinate coblation treatment: a randomized controlled trial on effectiveness and tolerability of medicinal honey. Rol: coördinerend onderzoeker.

Geen restrictie, de onderzoeken vallen buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Stam

Klinisch fysicus - audioloog bij Koninklijke Kantalis.

Geen

Geen

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

BCD bij gemengde verliezen

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Diagnostiek bij BCD