Bone Conduction Devices (BCD)

Initiatief: Cluster Otologie Aantal modules: 21

BCD bij congenitale of verworven unilaterale perceptieve verliezen

Publicatiedatum: 08-09-2026
Beoordeeld op geldigheid: 08-09-2026

Uitgangsvraag

Wanneer is een bone conduction device (BCD) geïndiceerd bij congenitale of verworven unilaterale perceptieve verliezen?

Aanbeveling

Inventariseer de communicatieve hulpvraag en bespreek compensatiestrategieën. Weeg hierbij de ervaren problemen in verschillende luistersituaties mee.

 

Start bij mensen met unilateraal perceptief gehoorverlies (SSD) met een proefperiode met een (Bi)CROS hoortoestel en overweeg zeker bij kinderen een proef met een afstandsmicrofoon/solo-apparatuur. Hanteer een proefperiode van minimaal vier weken en evalueer daarna samen met de patiënt of dit leidt tot de beste audiologische uitkomst en aansluit bij de voorkeuren van de patiënt, zie richtlijnen Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 0 tot 4 jaar en Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 4 tot 18 jaar.

 

Overweeg een proeftraject met een BCD wanneer de patiënt na een proef met een (bi)CROS (subjectieve) bezwaren blijft ervaren (zie module Criteria voor headband/softband trial BCD). Evalueer de proef conform de module Instrumenten voor evaluatie BCD proef).

 

Kies het type BCD conform de module Type BCD: actief transcutaan versus percutaan. Maak deze keuze in gezamenlijk overleg met de patiënt en weeg daarbij de wensen en voorkeuren, de haalbaarheid, het draagcomfort, de audiologische uitkomstmaten, de kosten en de logistieke consequenties zorgvuldig mee.

 

Start bij mensen met perceptieve gehoordrempels van ≥ 20 dB aan het beter horende oor (waarbij strikt genomen geen sprake is van SSD) met een conventionele hoortoestelaanpassing aan dit oor, bijvoorbeeld een (bi)CROS. Houd daarbij rekening met mogelijke progressie van het gehoorverlies, zodat de aanpassing ook op langere termijn voldoende versterking kan blijven bieden.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

BCD versus andere audiologische revalidatietechnieken

Er is literatuuronderzoek gedaan naar het effect van BCD in vergelijking met andere audiologische revalidatietechnieken, zoals luchtgeleidingshoortoestellen, (bi)CROS-hoortoestellen en cochleaire implantaten, bij mensen met unilateraal perceptief gehoorverlies (SSD). Eén RCT is geïncludeerd waarin BCD werd vergeleken met CROS en met cochleaire implantatie (CI). Voor de cruciale uitkomstmaat spraakverstaan in rumoer is geen klinisch relevant verschil gevonden tussen BCD en CROS. Het verschil tussen BCD en CI hing af van de meetcondities – bij gescheiden bronnen voor spraak en ruis scoorde CI beter dan BCD.. De bewijskracht voor deze uitkomstmaat is laag. De cruciale uitkomstmaat spraakverstaan in stilte is in de geïncludeerde studie niet gerapporteerd.

 

BCD versus CROS

Voor de belangrijke uitkomstmaten geluidslokalisatie, kwaliteit van leven (vragenlijsten) en adverse events is geen klinisch relevant verschil gevonden. De bewijskracht voor deze uitkomstmaten is laag. Voor de belangrijke uitkomstmaat auditief functioneren op basis van vragenlijsten is een klinisch relevant verschil gevonden in het voordeel van BCD. Ook voor deze uitkomstmaat is de bewijskracht laag. De belangrijke uitkomstmaten huidreacties volgens IPS en implantaatverlies zijn niet gerapporteerd. Het cluster weegt het invasieve karakter van BCD, de hogere zorg- en kostenbelasting en de kans op niet-gebruik mee in de besluitvorming. Daarom adviseert het cluster bij mensen met unilateraal perceptief gehoorverlies (SSD) in eerste instantie een proef met (bi)CROS. Daarbij dient een mogelijke achteruitgang van de cochleaire functie te worden meegenomen in de afweging tussen BCD en CROS. Wanneer een proef met (bi)CROS niet succesvol is, kan een proef met BCD worden overwogen. Indien een proef met BCD succesvol wordt doorlopen, gaat de voorkeur uit naar een percutane BCD vanwege de hogere output en de mogelijkheid het abutment af te koppelen bij niet-gebruik.

 

BCD versus CI

Voor de belangrijke uitkomstmaten auditief functioneren (op basis van vragenlijsten), kwaliteit van leven (op basis van vragenlijsten) en adverse events is geen klinisch relevant verschil gevonden. De bewijskracht voor deze uitkomstmaten is laag. Voor de belangrijke uitkomstmaat geluidslokalisatie is een klinisch relevant verschil gevonden in het voordeel van cochleaire implantatie. Ook voor deze uitkomstmaat is de bewijskracht laag. De belangrijke uitkomstmaten huidreacties volgens IPS en implantaatverlies zijn niet gerapporteerd.

 

BCD versus ongeholpen situatie

Naast de vergelijking tussen BCD en andere hoortoestellen zijn in het literatuuronderzoek ook studies gevonden waarin BCD zijn vergeleken met de ongeholpen situatie. Deze vergelijking is vaak lastig met een RCT te onderzoeken, met name vanwege contra-indicaties voor het dragen van een hoortoestel. Daarom zijn deze studies niet systematisch uitgewerkt in de literatuursamenvatting. Het cluster acht dit type onderzoek wel relevant voor het beantwoorden van de uitgangsvraag. Het literatuuronderzoek uit 2024 leverde twaalf observationele studies op. In de richtlijn uit 2018 waren acht studies geïncludeerd. Een samenvatting van deze onderzoeken is opgenomen in de bijlage Samenvatting studies BCD versus unaided bij de module Indicatiestelling BCD bij perceptieve gehoorverliezen.

 

Prospectieve, retrospectieve en systematische studies laten zien dat BCD bij volwassenen en kinderen met unilateraal perceptief gehoorverlies, waaronder single sided deafness (SSD), doorgaans leiden tot verbeteringen in spraakverstaan, kwaliteit van leven en subjectieve luisterervaring (AlFarraj, 2022; Bonne, 2019; Cantore, 2023; Chandrasekar, 2023; Christensen, 2010; Di Stadio, 2018; Di Stadio, 2020; Elkins, 2020; Hol, 2004; Hol, 2010a; Kompis, 2017; Marx, 2021; Monini, 2020; Niparko, 2003; Peters, 2015; Peters, 2021; Pfiffner, 2010; Saliba, 2011; Snapp, 2012; Wazen, 2021). De grootste winst wordt gezien wanneer spraak aan de slechter horende zijde wordt aangeboden en ruis van voren of vanaf het beter horende oor komt; in omgekeerde luistercondities kan verslechtering optreden (Hol, 2004; Hol, 2010a; Niparko, 2003; Peters, 2015; Pfiffner, 2010; Saliba, 2011; Snapp, 2012).

 

De resultaten voor geluidslokalisatie zijn wisselend. Veel oudere studies rapporteren weinig verbetering (Christensen, 2010; Hol, 2004; Hol, 2010a; Peters, 2015; Pfiffner, 2010; Snapp, 2012). Recentere onderzoeken laten zien dat een deel van de patiënten wel winst ervaart, met name bij verworven unilateraal perceptief gehoorverlies of bij lage uitgangswaarden (AlFarraj, 2022; Cantore, 2023; Chandrasekar, 2023; Kompis, 2017; Marx, 2021; Monini, 2020; Peters, 2021; Wazen, 2021). Volledig herstel van binauraal horen wordt niet bereikt.

 

Subjectieve uitkomstmaten, waaronder APHAB, GHABP, CHILD, SSQ/SSQ-C en GBI, laten in de meeste studies verbeteringen zien in communicatie, ruimtelijk horen, luistercomfort en algemene tevredenheid, ook wanneer de objectieve winst beperkt is (Bonne, 2019; Christensen, 2010; Hol, 2010a; Peters, 2015; Snapp, 2012; Di Stadio, 2018; Di Stadio, 2020; Elkins, 2020; Marx, 2021; Monini, 2020; Wazen, 2021). De meeste gebruikers dragen het toestel langdurig dagelijks. Niet-gebruik komt echter voor, onder andere door audiologische of praktische redenen (Kompis, 2017; Monini, 2020; Wazen, 2021).

 

Percutane en transcutane systemen worden over het algemeen goed verdragen en geven weinig ernstige complicaties (AlFarraj, 2022; Chandrasekar, 2023; Peters, 2021). Bij kinderen moet rekening worden gehouden met een verhoogd risico op niet-gebruik. Percutane systemen kunnen indien nodig relatief eenvoudig worden afgekoppeld, terwijl actieve transcutane systemen groter en zichtbaarder zijn en gepaard gaan met hogere implantatiekosten.

 

Samenvattend bieden BCD zinvolle functionele en subjectieve voordelen voor zorgvuldig geselecteerde mensen met unilateraal perceptief gehoorverlies, waaronder SSD, met name in situaties waarin vermindering van het hoofdschaduweffect relevant is. De grote individuele variatie in uitkomsten, het ontbreken van volledig binauraal herstel en het beperkte inzicht in de effecten bij kinderen onderstrepen het belang van goede counseling, realistische verwachtingen en bij voorkeur een preoperatieve proefperiode.

 

Bij patiënten met SSD die na een proef met een (bi)CROS subjectieve bezwaren blijven ervaren, kan een proef met een BCD worden overwogen. Daarbij is het belangrijk te bespreken dat de audiologische doelen van een BCD bij SSD, zoals het compenseren van het hoofdschaduweffect, tijdens een proef op hoofdband, beugel of softband waarschijnlijk niet volledig worden bereikt. Door attenuatie door de huid bij deze proef kan het te verwachten effect van een geïmplanteerd systeem worden onderschat. Dit vraagt om expliciete toelichting tijdens de counseling, gebruik van een voldoende krachtig toestel en zorgvuldige verwachtingsvorming alsmede een kritische evaluatie.

 

Verdere overwegingen

Bij zowel kinderen als volwassenen is het belangrijk om zorgvuldig te werk te gaan bij de keuze voor een BCD binnen deze indicatie. Daarbij spelen onder andere de verwachte duur van de unilaterale slechthorendheid en de sociale, arbeids- en onderwijs/opleidingscontext van de patiënt een rol. Voor gehoorrevalidatie bij eenzijdige doofheid zijn meerdere behandelopties beschikbaar, zoals beschreven in de herziene module.

 

De meesttoegepaste en relatief eenvoudige behandeloptie bij eenzijdige doofheid bij volwassenen is een CROS-hoortoestel (bij schoolgaande kinderen wordt tevens regelmatig solo-apparatuur ingezet, zie solo-apparatuur bij kinderen met SSD). Hierbij vangt een microfoon aan de zijde van het dove oor het geluid op en stuurt dit draadloos door naar het hoortoestel aan het beter horende oor. Voor een optimale ervaring en gewenning wordt een proefperiode van vier tot zes weken geadviseerd (Gatehouse, 1992). Het voordeel van een CROS-hoortoestel is dat geluiden van de dove zijde hoorbaar worden gemaakt, doordat het hoofdschaduweffect wordt verminderd, zonder dat een medische of operatieve ingreep nodig is. Daarnaast kunnen CROS-systemen doorgaans meer output leveren dan een BCD. Hierdoor zijn zij met name geschikt voor een oudere populatie, bij wie verdere achteruitgang van de gehoordrempels te verwachten is.

 

Moderne CROS-systemen maken gebruik van dubbele microfoons en optimaliseren daarmee de signaal-ruisverhouding. De studies die in deze module zijn beschreven dateren grotendeels van vóór 2015. De destijds gebruikte systemen zijn daardoor niet vergelijkbaar met de huidige generatie CROS-hoortoestellen. Het cluster beschouwt dit als een kennislacune.

 

Een nadeel van CROS-hoortoestellen is dat op beide oren een oorstuk of oorhanger wordt gedragen, ook op het beter horende oor. Hierdoor kan het beter horende oor, zij het beperkt, worden afgesloten. Wanneer het beter horende oor ook een gehoorverlies heeft, kan dit nadeel een voordeel worden. In dat geval kan het systeem worden ingezet als bi-CROS, waarbij geluid aan beide zijden wordt opgevangen en het signaal aan het beste oor wordt versterkt.

 

Bij de afweging van behandelopties dienen alle alternatieven te worden meegenomen. Een BCD op softband of beugel heeft bij SSD, onder andere door attenuatie, doorgaans een minder gunstig effect dan een percutane BCD. Zowel bij BCD als bij CROS is verbetering van ruimtelijk horen niet mogelijk. Hoewel het spraakverstaan in rumoer kan verbeteren, blijft de winst beperkt in vergelijking met situaties waarin beide oren onafhankelijk worden gestimuleerd. Andere CROS-technieken, zoals completely-in-the-canal-toestellen toegepast als CROS, zijn niet meegenomen in deze richtlijn. Recent onderzoek laat gunstige effecten zien van cochleaire implantatie (CI) bij SSD, zie paragraaf Cochleaire Implantatie (CI) bij SSD. Verder wordt de conventionele CROS toepassing superieur geacht ten opzichte van BCD en derhalve is de aanbeveling in deze versie van de richtlijn navenant aangepast.

 

Langetermijngebruik bij mensen met SSD en een BCD laat zien dat het percentage gebruikers in de loop der jaren afneemt (Desmet, 2014; Faber, 2015). Voor conventionele CROS en andere alternatieve behandelopties zijn hierover geen lange termijn gegevens beschikbaar.

 

Afstandsmicrofoons bij patiënten met SSD

Bij kinderen met eenzijdig gehoorverlies is extra aandacht voor het auditief functioneren in de klas gewenst, omdat het verstaan in veel klassikale situaties moeilijker is bij eenorigheid. Omdat er sprake is van veelal één spreker, de docent, is in veel gevallen het gebruik van een afstandsmicrofoon, zoals solo-apparatuur in combinatie met een luidspreker of hoortoestel een goede manier om het verstaan te verbeteren. De apparatuur kan ook in sommige specifieke situaties buiten school worden gebruikt. Als een kind last lijkt te hebben van zijn of haar eenzijdige gehoorverlies in de klas is het raadzaam een proef met een afstandsmicrofoon te overwegen, conform de richtlijnen Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 0 tot 4 jaar en Hoorzorg voor slechthorende kinderen van 4 tot 18 jaar. Deze apparatuur is in deze situaties vaak effectiever dan een CROS-toestel of BCD.

 

Cochleaire Implantatie (CI) bij SSD

CI maakt geen onderdeel uit van deze richtlijn, maar uit de studie van Peters (2021) bleek dat een CI bij SSD bij verschillende uitkomstmaten een verbetering geeft en daarmee geschikte behandeloptie is.  Ook ander onderzoek dat niet in de literatuursearch van deze richtlijnrevisie naar voren komt bevestigt dat CI bij SSD een geschikte en kosteneffectieve behandeling kan zijn en soms een meerwaarde kan bieden ten opzichte van een BCD of CROS-toestel. Ten tijde van verschijnen van deze vernieuwde richtlijn BCD wordt een CI niet vergoed bij SSD in Nederland, terwijl dit in een aantal Europese landen wel het geval is. De auteurs van deze richtlijn lijkt het goed om in herziening van de richtlijn Perceptieve Slechthorendheid de meerwaarde en kosteneffectiviteit van CI bij SSD te onderzoeken en te beschrijven, zowel voor kinderen als volwassenen.

 

Kwaliteit van bewijs

BCD versus andere audiologische revalidatietechnieken

De overall kwaliteit van bewijs is laag. Dit betekent dat we onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de cruciale uitkomstmaten.

 

Er is afgewaardeerd vanwege zeer ernstige:

  • Imprecisie: onnauwkeurigheid, vanwege het niet bereiken van de optimale steekproefgrootte en vanwege de inclusie van maar één studie.

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Naast de algemene overwegingen uit de module Indicatiestelling zijn voor mensen met unilateraal perceptief gehoorverlies (SSD) aanvullende waarden en voorkeuren van belang.

 

Bij deze groep staat een zorgvuldige evaluatie van de communicatieve problemen centraal. Daarbij worden compensatiestrategieën en technische mogelijkheden besproken. Ook wordt rekening gehouden met de duur van de unilaterale slechthorendheid en met de sociale en arbeidssituatie van de patiënt. Bij kinderen met SSD is het van belang te benadrukken dat een BCD vooral effect heeft in specifieke luistercondities, zoals spraakaanbod aan de aangedane zijde en ruis van voren of aan het beter horende oor. In de dagelijkse praktijk bevinden kinderen zich echter vaak in rumoerige omgevingen, waardoor het te verwachten effect kan afnemen. Daarnaast ondergaan kinderen bij zowel percutane als actieve transcutane BCD een medische of operatieve ingreep.

 

Bij ouderen moet eveneens zorgvuldig worden afgewogen of een BCD voordelen biedt ten opzichte van een CROS-hoortoestel. Bij deze groep kan de cochleaire functie in de loop van de tijd afnemen, waardoor de BCD mogelijk sneller tegen de maximale versterking aanloopt.

 

Gezamenlijk onderstrepen deze bevindingen dat de keuze tussen een BCD en een CROS-hoortoestel sterk individueel bepaald is. Onbevooroordeelde counseling door zowel de audioloog als de KNO-arts is daarbij essentieel.

 

Kostenaspecten

Naast de algemene overwegingen uit de module Indicatiestelling zijn voor mensen met unilateraal perceptief gehoorverlies aanvullende kostenaspecten relevant.

 

De gemiddelde kosten van een conventioneel hoortoestel in Nederland bedragen circa € 500 per toestel, afhankelijk van type en kwaliteit, vóór vergoeding door de zorgverzekeraar. De gemiddelde kosten van een CROS-hoortoestel liggen rond € 2.000 per toestel, eveneens afhankelijk van type en kwaliteit, vóór vergoeding. Een CROS-hoortoestel kan zonder kosten worden uitgeprobeerd en weer worden ingeleverd. Een BCD kan kosteloos worden getest op softband of beugel. Hierbij speelt attenuatie een rol, waardoor deze proef een minder realistisch beeld geeft van de situatie met een implantaat. Het cluster vindt dat ook het risico op niet-gebruik moet worden meegewogen in de keuze tussen een CROS-hoortoestel en een BCD. Hoewel BCD doorgaans duurder zijn dan conventionele hoortoestellen of CROS, kunnen zij bij zorgvuldig geselecteerde patiënten wel geïndiceerd zijn.

 

Het cluster acht het belangrijk dat de hogere zorgkosten van BCD, zoals preoperatieve counseling, implantatie en medische follow-up, inclusief het risico op chirurgische complicaties bij zowel percutane als actieve transcutane systemen, worden meegenomen in de afweging met een CROS-hoortoestel. Daartegenover staat het lagere risico op complicaties en de bekende effectiviteit van CROS. Na vijf jaar is geen verschil aangetoond in kosteneffectiviteit en zorgkosten tussen percutane en actieve transcutane BCD (Amin, 2021; Aukema, 2023).

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Er zijn geen specifieke gelijkheidsaspecten gevonden die uitsluitend gelden voor patiënten met perceptief gehoorverlies. De algemene gelijkheidsoverwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid

Er zijn geen specifieke aspecten op het gebied van ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid gevonden die alleen gelden voor patiënten met perceptief gehoorverlies. De algemene overwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Haalbaarheid

Er zijn geen specifieke aspecten op het gebied van haalbaarheid gevonden die alleen gelden voor patiënten met perceptief gehoorverlies. De algemene overwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Bij patiënten met SSD is op basis van effectiviteit, kosten, medische risico’s en duurzaamheid het (bi)CROS-toestel een goede behandeloptie voor patiënten om in de basis mee behandeld te worden. BCD’s kunnen bij volwassenen (en kinderen) met SSD leiden tot verbeteringen in spraakverstaan in stilte en rumoer. BCDs zijn van toepassing bij volwassenen en kinderen met SSD die een contra-indicatie hebben voor bi-cros hoortoestellen of een proef met een bi(CROS)-subjectief  als niet succesvol hebben afgerond. De werkgroep kiest ervoor CI niet op te nemen in de aanbeveling, maar het is goed om te beseffen dat dit een alternatief is voor het revalideren van een eenzijdig perceptief verlies.

Onderbouwing

This guideline module describes in which cases a patient is a good candidate for a bone conduction device (BCD). The specific focus of this module is congenital or acquired unilateral sensorineural hearing losses.

Summary of Findings

BCD vs. other type of hearing aid

1. BCD vs. CROS

Population: patients with single-sided deafness

Intervention: BCD

Comparator: CROS

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

CROS

BCD

Speech perception in noise

 

Based on data from 54 participants in 1 studies

Follow up 6 months

The median difference between patients who received BCD and CROS was 1.0 dB, in favor of CROS.

Low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision1

BCD may result in little to no difference in speech perception in noise when compared with CROS in patients with single-sided deafness.

Improved sound localization

 

Based on data from 54 participants in 1 studies

Follow up 6 months

The median difference between patients who received BCD and CROS was -3.4%, in favor of CROS.

Low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision2

BCD may result in little to no difference in improved sound localization when compared with CROS in patients with single-sided deafness.

Improved quality of life based on questionnaire

 

Based on data from 52 participants in 1 studies

Follow up 6 months

The median difference in APHAB EC score between patients who received BCD and CROS was 0.01, in favor of CROS.

There was no difference in median GBI general scores between patients who received BCD and CROS.

The median difference in SSQ Speech score between patients who received BCD and CROS was 0.9, in favor of BCD.

The median difference in SSQ Spatial score between patients who received BCD and CROS was -1.0, in favor of CROS.

Low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision3

BCD may result in little to no difference in improved quality of life when compared with CROS in patients with single-sided deafness.

Speech perception in quiet, skin reactions according to IPS, and implant loss

 

 

The outcome measures were not reported in the included study.

 

 

 

1. Risk of bias: serious. Allocation concealment, lack of blinding, other bias. Imprecision: serious. Low number of patients; Only data from one study.

2. Risk of bias: serious. Allocation concealment, lack of blinding, other bias. Imprecision: serious. Low number of patients, Only data from one study.

3. Risk of bias: serious. Allocation concealment, lack of blinding, other bias. Imprecision: serious. Low number of patients, Only data from one study.

 

2. BCD vs. CI

Population: patients with single-sided deafness

Intervention: BCD

Comparator: CI

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

CI

BCD

Speech perception in noise

 

Based on data from 50 participants in 1 studies

Follow up 6 months

The median difference between patients who received BCD and CI was 1.9 dB, in favor of CI.

Low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision1

BCD may result in little to no difference in speech perception in noise when compared with CI in patients with single-sided deafness.

Improved sound localization

 

Based on data from 50 participants in 1 studies

Follow up 6 months

The median difference between patients who received BCD and CI was -30.0%, in favor of CI. 

Low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision2

BCD may reduce improved sound localization when compared with CI in patients with single-sided deafness.

Improved quality of life based on questionnaire

 

Based on data from 50 participants in 1 studies

Follow up 6 months

The median difference in APHAB EC score between the patients who received BCD and CI was 0.11, in favor of CI. 

The median difference in GBI general between patients who received BCD and CI was -4.17, in favor of CI.

The median difference in SSQ Speech score between patients who received BCD and CI was -11.9, in favor of CI.

The median difference in SSQ Spatial score between patients who received BCD and CI was -18.5, in favor of CI.

Low

Due to serious risk of bias, due to serious imprecision3

BCD may result in little to no difference in improved quality of life when compared with CI in patients with single-sided deafness.

Speech perception in quiet, skin reactions according to IPS, and implant loss

 

 

The outcome measures were not reported in the included study.

 

 

 

1. Risk of bias: serious. Allocation concealment, lack of blinding, other bias. Imprecision: serious. Low number of patients; Only data from one study.

2. Risk of bias: serious. Allocation concealment, lack of blinding, other bias. Imprecision: serious. Low number of patients, Only data from one study.

3. Risk of bias: serious. Allocation concealment, lack of blinding, other bias. Imprecision: serious. Low number of patients, Only data from one study.

Description of studies

One RCT was included in the analysis of the literature for the update in 2025. No studies were included from the original module (2018). Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’).

 

Peters (2021) performed a randomized controlled trial to provide higher level of evidence about the treatment outcomes of CI, BCD and CROS for single-sided deafness (SSD). Inclusion criteria were: age eighteen years or older, Pure Tone Average threshold at 0.5, 1, 2, 4 kHz: of the best ear maximum 30 dB HL and of the poor ear minimum 70 dB HL, duration of SSD of at least three months and maximum ten years, health status allows general anaesthesia and surgery for the potential implantation of BCD or CI, Dutch language proficiency, coverage of Dutch health insurance and willingness and ability to participate in all scheduled procedures. Patients were referred to the tertiary clinic by otolaryngologists or audiologists who were informed at national meetings.

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Individual studies update 2025

Peters, 2021

N at baseline

Intervention I: 29

Intervention II: 45

Intervention III: 46

 

 

Age (mean, SD)

Intervention I: 53.2 ± 13.1 years

Intervention II: 53.6 ± 12.6 years

Intervention III: 52.3 ± 11.2 years

 

Sex (male/female)

Intervention I: 14/15

Intervention II: 24/21

Intervention III: 20/26

 

Duration of deafness (mean ± SD)

Intervention I: 3.1 ± 2.8

Intervention II: 3.1 ± 3.3

Intervention III: 2.7 ± 2.7

 

Pure tone average (mean ± SD)

Intervention I: 15.6 ± 7.1

Intervention II: 15.6 ± 6.9

Intervention III: 15.1 ± 6.8

Intervention I: Cochlear implant (CI)

 

Intervention II: first BCD on headband, then CROS

 

Intervention III: first CROS, then BCD on headband

6 months

Speech perception in noise

 

Sound localisation

 

Tinnitus:
-TQ (Tinnitus Questionnaire)

-THI (Tinnitus Handicap Inventory)

 

Disease-specific quality of life

-SSQ (spatial hearing, qualities of hearing)

-APHAB (ease of communication, background noise, reverberant conditions, aversiveness of sounds)

-GBI (general)

 

Serious adverse events

 

Funding:

The study is partly funded by Cochlear Ltd. As an unrestricted research grant. They did not have influence on the study design, data collection, analysis, data interpretation and publication. The funders had no role in the study, design, data collection and analysis, decision to publish, or preparation of the manuscript.

 

Conflicts of interest: No competing interests for any of the authors.

Some concerns (allocation concealment, blinding, other problems)

*For further details, see risk of bias table in the appendix

 

Results

BCD versus other type of hearing aid

1. BCD vs. CROS

Speech perception in quiet (critical)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Speech perception in noise (critical)

Peters (2021) reported the outcome measure speech perception in noise at six months.

 

Speech and noise from the front

The patients who received BCD (n=23) had a median speech reception threshold of -3.4 dB (IQR -4.2 to -1.7), compared with a median speech reception threshold of -3.4 dB (IQR -3.9 to -2.5) for the patients who received CROS (n=31). There was no difference in medians between the groups.

 

Speech presented to the poor ear, noise presented to the better ear

The patients who received BCD (n=23) had a median speech reception threshold of -0.3 dB (IQR -1.4 to 1.6), compared with a median speech reception threshold of -1.3 dB (IQR -2.3 to 0.8) for the patients who received CROS (n=31). The median difference was 1.0 dB, in favor of the patients who received CROS. This difference is considered clinically relevant.

 

Speech presented to the better ear, noise presented to the poor ear

The patients who received BCD (n=23) had a median speech reception threshold of -7.8 dB (IQR -9.1 to -5.8), compared with a median speech reception threshold of -6.3 dB (IQR -8.4 to -5.0) for the patients who received CROS (n=31). The median difference was -1.5 dB, in favor of the patients who received BCD. This difference is considered clinically relevant.

 

Sound localization (important)

Peters (2021) reported the outcome measure sound localization in percentage correct scores at six months.

 

Five loudspeakers separated by an angle of 15 degrees

The patients who received BCD (n=23) had a median correct score of 26.7% (IQR 18.3 to 31.7), compared with a median correct score of 26.7% (IQR 20.0 to 35.0) for the patients who received CROS (n=31). There was no difference in medians between the groups.

 

Five loudspeakers separated by an angle of 30 degrees

The patients who received BCD (n=23) had a median correct score of 33.3% (IQR 26.7 to 40.0), compared with a median correct score of 36.7% (IQR 28.3 to 48.3) for the patients who received CROS (n=31). The median difference was -3.4%, in favor of the patients who received CROS. This difference is not considered clinically relevant.

 

Three loudspeakers separated by an angle of 60 degrees

The patients who received BCD (n=23) had a median correct score of 60.0% (IQR 53.3 to 76.7), compared with a median correct score of 66.7% (IQR 40.0 to 73.3) for the patients who received CROS (n=31). The median difference was -6.7%, in favor of the patients who received CROS. This difference is not considered clinically relevant.

 

Quality of life based on questionnaire (important)

Peters (2021) reported the outcome measure disease-specific quality of life at six months, measured by GBI general and APHAB ease of communication. The GBI general subscale ranges from -100 to +100, with higher scores indicating greater perceived benefit and negative scores indicating deterioration. The APHAB ease of communication subscale ranges from 0 to 100% (or in this case, from 0.0 to 1.0 as a proportion score), with lower scores indicating better performance.

 

GBI general

The patients who received BCD (n=23) had a median GBI general score of 20.83 (IQR 8.33 to 29.17), compared with a median GBI general score of 20.83 (IQR 10.80 to 29.17) for the patients who received CROS (n=31). There was no difference in medians between the groups.

 

APHAB ease of communication (EC)

The patients who received BCD (n=22) had a median APHAB EC score of 0.26 (IQR 0.14 to 0.31), compared with a median APHAB EC score of 0.25 (IQR 0.17 to 0.29) for the patients who received CROS (n=30). The median difference was 0.01, in favor of the patients who received CROS. This difference is not considered clinically relevant.

 

SSQ

Speech

The patients who received BCD (n=23) had a median SSQ Speech score of 49.4 (IQR 35.7 to 60.0), compared with a median SSQ Speech score of 48.5 (IQR 41.4 to 58.9) for the patients who received CROS (n=31). The median difference was 0.9, in favor of the patients who received BCD. This difference is not considered clinically relevant.

 

Spatial

The patients who received BCD (n=23) had a median SSQ Spatial score of 37.4 (IQR 23.4 to 56.8), compared with a median SSQ Spatial score of 38.4 (IQR 21.6 to 44.8) for the patients who received CROS (n=31). The median difference was -1.0, in favor of the patients who received CROS. This difference is not considered clinically relevant.

 

Skin reactions according to IPS (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Implant loss (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

2. BCD vs. CI

Speech perception in quiet (critical)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Speech perception in noise (critical)

Peters (2021) reported the outcome measure speech perception in noise at six months.

 

Speech and noise from the front

The patients who received BCD (n=23) had a median speech reception threshold of -3.4 dB (IQR -4.2 to -1.7), compared with a median speech reception threshold of -4.1 dB (IQR -5.5 to -2.8) for the patients who received CI (n=27). The median difference was 0.7 dB, in favor of the patients who received CI. This difference is not considered clinically relevant.

 

Speech presented to the poor ear, noise presented to the better ear

The patients who received BCD (n=23) had a median speech reception threshold of -0.3 dB (IQR -1.4 to 1.6), compared with a median speech reception threshold of -2.2 dB (IQR -3.8 to -1.4) for the patients who received CI (n=27). The median difference was 1.9 dB, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

Speech presented to the better ear, noise presented to the poor ear

The patients who received BCD (n=23) had a median speech reception threshold of -7.8 dB (IQR -9.1 to -5.8), compared with a median speech reception threshold of -11.6 dB (IQR -12.8 to -10.3) for the patients who received CI (n=27). The median difference was 3.8 dB, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

Sound localization (important)

Peters (2021) reported the outcome measure sound localization in percentage correct scores at six months.

 

Five loudspeakers separated by an angle of 15 degrees

The patients who received BCD (n=23) had a median correct score of 26.7% (IQR 18.3 to 31.7), compared with a median correct score of 50.0% (IQR 43.3 to 53.3) for the patients who received CI (n=27). The median difference was -23.3%, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

Five loudspeakers separated by an angle of 30 degrees

The patients who received BCD (n=23) had a median correct score of 33.3% (IQR 26.7 to 40.0), compared with a median correct score of 63.3% (IQR 53.3 to 75.0) for the patients who received CI (n=27). The median difference was -30.0%, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

Three loudspeakers separated by an angle of 60 degrees

The patients who received BCD (n=23) had a median correct score of 60.0% (IQR 53.3 to 76.7), compared with a median correct score of 93.3% (IQR 85.0 to 100.0) for the patients who received CI (n=27). The median difference was -33.3%, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

Quality of life based on questionnaire (important)

Peters (2021) reported the outcome measure disease-specific quality of life, measured by GBI general and APHAB ease of communication. The GBI general subscale ranges from -100 to +100, with higher scores indicating greater perceived benefit and negative scores indicating deterioration. The APHAB ease of communication subscale ranges from 0 to 100% (or in this case, from 0.0 to 1.0 as a proportion score), with lower scores indicating better performance.

 

GBI general

The patients who received BCD (n=23) had a median GBI general score of 20.83 (IQR 8.33 to 29.17), compared with a median GBI general score of 25.00 (IQR 10.80 to 33.33) for the patients who received CI (n=27). The median difference was -4.17, in favor of the patients who received CI. This difference is not considered clinically relevant.

 

APHAB ease of communication (EC)

The patients who received BCD (n=23) had a median APHAB EC score of 0.26 (IQR 0.14 to 0.31), compared with a median APHAB EC score of 0.15 (IQR 0.12 to 0.23) for the patients who received CI (n=26). The median difference was 0.11, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

SSQ

Speech

The patients who received BCD (n=23) had a median SSQ Speech score of 49.4 (IQR 35.7 to 60.0), compared with a median SSQ Speech score of 61.3 (IQR 53.6 to 70.1) for the patients who received CI (n=27). The median difference was -11.9, in favor of the patients who received CI. This difference is not considered clinically relevant.

 

Spatial

The patients who received BCD (n=23) had a median SSQ Spatial score of 37.4 (IQR 23.4 to 56.8), compared with a median SSQ Spatial score of 55.9 (IQR 42.1 to 65.3) for the patients who received CI (n=27). The median difference was -18.5, in favor of the patients who received CI. This difference is considered clinically relevant.

 

Skin reactions according to IPS (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Implant loss (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are (un)favorable effects of bone conduction devices compared with other audiological rehabilitation techniques in patients with congenital or acquired unilateral sensorineural hearing loss?

 

Table 1. PICO

Patients Congenital of acquired unilateral sensorineural hearing loss
Intervention BCD (including middle ear implants)
Control Other audiological technical rehabilitation techniques such as air conduction devices, (bi)cros hearing aid (CROS), cochlear implantation (CI), wait-and-see policy
Outcomes Speech perception in quiet, speech perception in noise, sound localization, quality of life based on questionnaire, skin reactions according to IPS, implant loss
Other selection criteria Study design: systematic reviews and randomized controlled trials

Relevant outcome measures

The guideline panel considered speech perception in quiet and speech perception in noise as critical outcome measures for decision making; and sound localization, quality of life based on questionnaires, skin reactions according to IPS, and implant loss as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following as minimal clinically (patient) important differences:

  • Speech perception in quiet: mean difference of 10%.
  • Speech perception in noise: mean difference of 10% or 1 dB.
  • Sound localization: 10 degrees or 20% MAE.
  • Hearing related quality of life (based on questionnaire): 15% (eventueel nog verder afbakenen afhankelijk van de vragenlijst).
  • Skin reactions according to IPS: 2 points.
  • Implant loss: absolute difference of 2%.

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from May 2016 to 17th of June 2024 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from two primary search concepts: (1) hearing loss; (2) Bone Conduction Device. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 1733 records were imported for title/abstract screening. Initially, 37 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 36 studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and one study was included.

 

This search was an update of the guideline published in 2018. In 2018, similar search strategy and similar search criteria were used. Eight observational studies and no systematic reviews or randomized controlled trials were included. The observational studies that were included in 2018 were not included in this updated summary of literature, since only randomized controlled trials and systematic reviews were considered relevant.

  1. AlFarraj A, AlIbrahim M, AlHajjaj H, Khater F, AlGhamdi A, Fayad J. Transcutaneous Bone Conduction Implants in Patients With Single-Sided Deafness: Objective and Subjective Evaluation. Ear Nose Throat J. 2025 Feb;104(2):NP92-NP100. doi: 10.1177/01455613221099996. Epub 2022 May 2. PMID: 35499947.
  2. Bonne NX, Hanson JN, Gauvrit F, Risoud M, Vincent C. Long-term evaluation of sound localisation in single-sided deaf adults fitted with a BAHA device. Clin Otolaryngol. 2019 Nov;44(6):898-904. doi: 10.1111/coa.13381. Epub 2019 Oct 8. PMID: 31134749.
  3. Cantore I, Cianfrone F, Tauro F, Bevilacqua P, De Carli P, Bianco F, Di Carmine F, Ruscito P. Bone-Anchored Hearing Devices for Single-Sided Deafness: A New Preoperative Evaluation Protocol and Widening of Indications Proposal. Audiol Neurootol. 2023;28(3):194-201. doi: 10.1159/000528412. Epub 2023 Jan 10. PMID: 36626873.
  4. Chandrasekar B, Hogg ES, Patefield A, Strachan L, Sharma SD. Hearing outcomes in children with single sided deafness: Our experience at a tertiary paediatric otorhinolaryngology unit. Int J Pediatr Otorhinolaryngol. 2023 Apr;167:111296. doi: 10.1016/j.ijporl.2022.111296. Epub 2022 Sep 5. PMID: 36924647.
  5. Christensen L, Richter GT, Dornhoffer JL. Update on bone-anchored hearing aids in pediatric patients with profound unilateral sensorineural hearing loss. Arch Otolaryngol Head Neck Surg. 2010 Feb;136(2):175-7. doi: 10.1001/archoto.2009.203. PMID: 20157065.
  6. Desmet J, Wouters K, De Bodt M, Van de Heyning P. Long-term subjective benefit with a bone conduction implant sound processor in 44 patients with single-sided deafness. Otol Neurotol. 2014 Jul;35(6):1017-25. doi: 10.1097/MAO.0000000000000297. PMID: 24751733.
  7. Di Stadio A, Dipietro L, De Lucia A, Ippolito V, Ishai R, Garofalo S, Pastore V, Ricci G, Della Volpe A. A Novel Bone Conduction Hearing System May Improve Memory Function in Children with Single Side Hearing loss: A Case-Control Study. J Int Adv Otol. 2020 Aug;16(2):158-164. doi: 10.5152/iao.2020.7941. PMID: 32784152; PMCID: PMC7419108.
  8. Di Stadio A, Dipietro L, Toffano R, Burgio F, De Lucia A, Ippolito V, Garofalo S, Ricci G, Martines F, Trabalzini F, Della Volpe A. Working Memory Function in Children with Single Side Deafness Using a Bone-Anchored Hearing Implant: A Case-Control Study. Audiol Neurootol. 2018;23(4):238-244. doi: 10.1159/000493722. Epub 2018 Nov 15. PMID: 30439708.
  9. Elkins E, Harvey A, Hillyer J, Hazlewood C, Watson S, Parbery-Clark A. Estimating Real-World Performance of Percutaneously Coupled Bone-Conduction Device Users With Severe-to-Profound Unilateral Hearing Loss. Am J Audiol. 2020 Jun 8;29(2):170-187. doi: 10.1044/2019_AJA-19-00088. Epub 2020 Apr 14. PMID: 32286081.
  10. Faber HT, Nelissen RC, Kramer SE, Cremers CW, Snik AF, Hol MK. Bone-anchored hearing implants in single-sided deafness patients: Long-term use and satisfaction by gender. Laryngoscope. 2015 Dec;125(12):2790-5. doi: 10.1002/lary.25423. Epub 2015 Jul 7. PMID: 26152833.
  11. Hol MK, Bosman AJ, Snik AF, Mylanus EA, Cremers CW. Bone-anchored hearing aid in unilateral inner ear deafness: a study of 20 patients. Audiol Neurootol. 2004 Sep-Oct;9(5):274-81. doi: 10.1159/000080227. Epub 2004 Aug 13. PMID: 15316200.
  12. Hol MK, Kunst SJ, Snik AF, Bosman AJ, Mylanus EA, Cremers CW. Bone-anchored hearing aids in patients with acquired and congenital unilateral inner ear deafness (Baha CROS): clinical evaluation of 56 cases. Ann Otol Rhinol Laryngol. 2010 Jul;119(7):447-54. doi: 10.1177/000348941011900704. PMID: 20734965.
  13. Kompis M, Wimmer W, Caversaccio M. Long term benefit of bone anchored hearing systems in single sided deafness. Acta Otolaryngol. 2017 Apr;137(4):398-402. doi: 10.1080/00016489.2016.1261410. Epub 2016 Dec 1. PMID: 27905206.
  14. Marx M, Mosnier I, Venail F, Mondain M, Uziel A, Bakhos D, Lescanne E, N'Guyen Y, Bernardeschi D, Sterkers O, Deguine O, Lepage B, Godey B, Schmerber S, Bonne NX, Vincent C, Fraysse B. Cochlear Implantation and Other Treatments in Single-Sided Deafness and Asymmetric Hearing Loss: Results of a National Multicenter Study Including a Randomized Controlled Trial. Audiol Neurootol. 2021;26(6):414-424. doi: 10.1159/000514085. Epub 2021 Mar 31. PMID: 33789270; PMCID: PMC8686720.
  15. Monini S, Battilocchi L, Salerno G, Filippi C, Barbara M. Bone conductive implantation in asymmetric hearing loss (AHL). Acta Otolaryngol. 2020 Aug;140(8):651-658. doi: 10.1080/00016489.2020.1752396. Epub 2020 Apr 24. PMID: 32329667.
  16. Niparko JK, Cox KM, Lustig LR. Comparison of the bone anchored hearing aid implantable hearing device with contralateral routing of offside signal amplification in the rehabilitation of unilateral deafness. Otol Neurotol. 2003 Jan;24(1):73-8. doi: 10.1097/00129492-200301000-00015. PMID: 12544032.
  17. Peters JPM, van Heteren JAA, Wendrich AW, van Zanten GA, Grolman W, Stokroos RJ, Smit AL. Short-term outcomes of cochlear implantation for single-sided deafness compared to bone conduction devices and contralateral routing of sound hearing aids-Results of a Randomised controlled trial (CINGLE-trial). PLoS One. 2021 Oct 13;16(10):e0257447. doi: 10.1371/journal.pone.0257447. PMID: 34644322; PMCID: PMC8513831.
  18. Peters JP, Smit AL, Stegeman I, Grolman W. Review: Bone conduction devices and contralateral routing of sound systems in single-sided deafness. Laryngoscope. 2015 Jan;125(1):218-26. doi: 10.1002/lary.24865. Epub 2014 Aug 14. PMID: 25124297.
  19. Pfiffner F, Kompis M, Flynn M, Asnes K, Arnold A, Stieger C. Benefits of low-frequency attenuation of baha® in single-sided sensorineural deafness. Ear Hear. 2011 Feb;32(1):40-5. doi: 10.1097/AUD.0b013e3181ecd002. PMID: 20940621.
  20. Saliba I, Nader ME, El Fata F, Leroux T. Bone anchored hearing aid in single sided deafness: outcome in right-handed patients. Auris Nasus Larynx. 2011 Oct;38(5):570-6. doi: 10.1016/j.anl.2011.01.008. Epub 2011 Feb 12. PMID: 21316882.
  21. Snapp H, Angeli S, Telischi FF, Fabry D. Postoperative validation of bone-anchored implants in the single-sided deafness population. Otol Neurotol. 2012 Apr;33(3):291-6. doi: 10.1097/MAO.0b013e3182429512. PMID: 22314919.
  22. Wazen JJ, Ortega C, Nazarian R, Smith J, Thompson J Jr, Lange L. Expanding the indications for the bone anchored hearing system (BAHS) in patients with single sided deafness. Am J Otolaryngol. 2021 May-Jun;42(3):102864. doi: 10.1016/j.amjoto.2020.102864. Epub 2021 Jan 5. PMID: 33476970.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 08-09-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 08-09-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Otologie
Geautoriseerd door:
  • Hoormij∙NVVS
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Stichting Kind & Zorg

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2020 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Dit cluster bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante organisaties die betrekking hebben op de zorg voor patiënten met gehoorproblemen.


Het cluster Otologie bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden worden indien nodig gevraagd om hun expertise in te zetten voor een specifieke richtlijnmodule. Het cluster Otologie bestaat uit de volgende personen:

 

Clusterstuurgroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, voorzitter cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Dr. E. (Erik) van Spronsen, KNO-arts, Amsterdam UMC locatie AMC, Amsterdam, NVKNO
  • Drs. R.M. (Robert) van Haastert, KNO-arts, Dijklander Ziekenhuis, Purmerend, 
  • Drs. M.J. (Thijs) Vaessen, Oogarts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NOG
  • Dr. ir. F.L. (Femke) Theelen, Audioloog, Amsterdam UMC, Amsterdam, NVKF
  • Drs. S.A.H. (Sjoert) Pegge, Radioloog, Radboudumc, Nijmegen, NVvR 

Betrokken clusterexpertisegroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Prof. Dr. M.K.S. (Myrthe) Hol, KNO-arts, UMC Groningen, Groningen (vz), NVKNO
  • Ir. M.S. (Martijn) Toll, Klinisch fysicus-audioloog, Erasmus MC, Rotterdam, NVKF
  • Dr. S.J.H. (Steven) Bom, KNO-arts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NVKNO
  • Dr. L.V. (Louise) Straatman, KNO-arts, UMC Utrecht, Utrecht, NVKNO
  • Drs. T.W. (Tjerk) Aukema, arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMC Groningen, Groningen, NVKNO
  • Ir. L.C. (Lucas) Stam, Klinisch fysicus-audioloog, Koninklijke Kentalis, NVKF

Met ondersteuning van

  • Dr. R. (Romy) Zwarts-van de Putte, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. D.G. (Dian) Ossendrijver, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E.R.L. (Evie) Verweg, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E. (Esther) van der Bijl, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle clusterstuurgroepleden en actief betrokken expertisegroepleden (fungerend als schrijver en/of meelezer bij tenminste één van de geprioriteerde richtlijnmodules) hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een richtlijnmodule worden wijzigingen in belangen aan de projectleider doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van de clusterleden en betrokken expertisegroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Smit

KNO arts UMC Utrecht, afdeling KNO

Medisch adviseur Stichting Hoormij, onbetaald

-Medeaanvrager en onderzoeker van de MinT-studie naar de toepassing van mindfulness bij tinnitus, gefinancierd door HandicapNL.

-Hoofdonderzoeker van de CINGLE-studie naar de toepassing van cochleaire implantatie, beengeleidingshoortoestellen en CROS bij mensen met single sided deafness, gefinancierd door Cochlear (unrestricted grant). Cochlear had geen invloed op het studiedesign, de uitvoering, analyse of publicatie. De resultaten (Peters et al.) zijn gebruikt als evidence in de module perceptief gehoorverlies van de BCD-richtlijn. Ik heb geen persoonlijk belang bij de uitkomsten van deze module.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar cochleaire implantatie bij mensen met tinnitus, gefinancierd door Cochlear.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar subtypering van tinnituspatiënten, gefinancierd door Cochlear.

Restricties ten aanzien van besluitvorming over aanbevelingen bij indicatiestelling voor perceptieve verliezen. Hol treedt als voorzitter op voor het onderdeel BCD binnen de derde cyclus.

Spronsen

KNO-arts, Amsterdam UMC

Raad van Advies START

Geen

Geen restrictie

Vaessen

Oogarts Deventer Ziekenhuis, Oogarts Streekziekenhuis Koningin Beatrix te Winterswijk

Geen

Samen met Sallandse Specialisten Coorporatie aandeelhouder in een drietal bedrijven: 1. eNose: een bedrijf dat een product ontwikkelt voor adem- en headspace-analyse om ziekten te detecteren waaronder tuberculose, hoofd-, hals- en longkanker(https://www.enose-company.com/). 2. Ventinova: een bedrijf dat verbeteringen in hart-long machines wil aanbrengen. (https://www.ventinovamedical.com/). 3. Novioscan: een bedrijf dat een blaas scan maakt ikv incontinentie. (https://novioscan.com/nl/)

Geen restrictie

 

Theelen

Klinisch Fysicus – Audioloog, Amsterdam UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Van Haastert

KNO-arts Dijklander ziekenhuis Hoorn/Purmerend

Geen

Geen

Geen restrictie

Pegge

Radioloog Radboud UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Gemelde (neven)functies en belangen betrokken expertisegroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Hol

KNO-arts, UMCG

Healthy hearing ears advisory board (betaalde functie, gefinancierd door Cochlear)

Financiering onderzoeksprojecten (uitbetaald aan Radboudumc en/of UMCG) op het gebied van beengeleidingshoortoestellen (BCD), gefinancierd door Cochlear en Oticon Medical:

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: principal (coördinerend) investigator. Het onderzoek werd uitgevoerd conform protocol in UMCG en Radboudumc; daarnaast verantwoordelijk voor data uit overige Europese centra en de publicatie (verwacht november). Het UMCG ontving contractuele financiering voor de uitvoering (sponsor-driven research). Er is geen directe overlap met de huidige richtlijnmodules; systemen worden niet per fabrikant benoemd.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Rol: lokale onderzoeker. Retrospectief dataonderzoek; het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering. De studie betreft kosten na implantatie en is relevant voor de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • Single-stage bone-anchored hearing implant surgery in children: a prospective comparative study.
    Gefinancierd door Oticon Medical en Cochlear. Investigator initiated research in Radboudumc en UMCG. Rol: principal investigator.
  • Evaluation of clinical performance of Ponto implantation using a minimally invasive surgical technique – a prospective multicenter study.
    Gefinancierd door Oticon Medical. Europese klinische studie. Geen rol als hoofdonderzoeker.
  • Long-term follow-up of a wide-diameter bone-anchored hearing implant: 10-year experience on stability, survival and tolerability of an implant–abutment combination.
    Gefinancierd door Cochlear. Investigator initiated research.

Geen restricties, advieswerk en extern gefinancierd onderzoek vallen buiten bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Toll

Klinisch-fysicus-audioloog, Erasmus MC Rotterdam

Lid programmacommissie neonatale gehoorscreening, onbetaald (via wg)

 

Lid Commissie van toezicht bij Penitentiaire inrichting Krimpen aan de IJssel, betaling op basis van vacatiegelden.

Onderzoek naar het optimaal instellen van een beengeleidingshoortoestel, waarin drie verschillende versterkingsstrategieën worden vergeleken. Deels gefinancierd door Cochlear. Geen rol als hoofdonderzoeker.

Geen restrictie, het onderzoek valt buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Bom

KNO-arts, Deventer Ziekenhius

Geen

Geen

Geen restrictie

Straatman

KNO-arts, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen restrictie

Aukema

arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMCG,

Geen

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: lokale onderzoeker in UMCG en Radboudumc. Beide centra ontvingen contractuele financiering voor de uitvoering van het onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd in de richtlijn.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Studie naar kosten na implantatie van beengeleidings-hoortoestellen. Dit onderwerp is onderdeel van de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering voor de uitvoering van dit onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd.
  • Office-based inferior turbinate coblation treatment: a randomized controlled trial on effectiveness and tolerability of medicinal honey. Rol: coördinerend onderzoeker.

Geen restrictie, de onderzoeken vallen buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Stam

Klinisch fysicus - audioloog bij Koninklijke Kantalis.

Geen

Geen

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

BCD bij congenitale of verworven unilaterale perceptieve verliezen

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Diagnostiek bij BCD