Bone Conduction Devices (BCD)

Initiatief: Cluster Otologie Aantal modules: 21

BCD bij bilaterale conductieve gehoorverliezen

Publicatiedatum: 08-09-2026
Beoordeeld op geldigheid: 08-09-2026

Uitgangsvraag

Wanneer is een BCD geïndiceerd bij bilaterale conductieve gehoorverliezen?

Aanbeveling

Revalideer een invaliderend en persisterend conductief gehoorverlies in eerste instantie met luchtgeleidingshoortoestellen. Gebruik twee toestellen bij een bilateraal gehoorverlies. Controleer of deze toestellen toepasbaar, goed bruikbaar en voldoende effectief zijn (zie relevante richtlijnen voor hoorzorg bij volwassenen en kinderen).

 

Bied, wanneer luchtgeleidingshoortoestellen niet toepasbaar zijn of onvoldoende effect hebben, een proef aan met één of twee BCD’s. Evalueer na afloop of de proef heeft geleid tot verbetering van het auditief functioneren en/of de kwaliteit van leven conform de module Instrumenten voor evaluatie BCD proef).  Vergelijk deze, indien van toepassing, met de resultaten met luchtgeleidingshoortoestellen. Overweeg bij een symmetrische cochleaire functie een bilaterale (proef)aanpassing met BCD’s, met als doel het gehoor zo optimaal en binauraal mogelijk te herstellen.

 

Adviseer bij volwassenen en bij kinderen vanaf vier tot vijf jaar, na een succesvolle proef, een geïmplanteerde BCD. Gebruik bij jongere kinderen en tijdens de proefperiode een BCD op softband. 

 

Start bij kinderen met een permanent congenitaal bilateraal conductief gehoorverlies, zoals bij gehoorgangatresie of microtie, zo vroeg mogelijk met hoorrevalidatie. Begin bij voorkeur rond de leeftijd van drie maanden, of eerder indien mogelijk, met één BCD op softband. Breid de revalidatie uit naar een bilaterale softband aanpassing zodra het kind het hoofd stabiel kan houden, meestal rond de leeftijd van zes tot negen maanden.

 

Kies het type BCD conform de module type BCD: actief transcutaan versus percutaan. Doe dit in gezamenlijk overleg met de patiënt. Weeg daarbij de wensen en voorkeuren van de patiënt, de haalbaarheid, het draagcomfort, de kosten, de audiologische uitkomstmaten en de logistieke consequenties zorgvuldig mee.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Studies met een vergelijking tussen BCD en andere revalidatietechnieken

Er is literatuuronderzoek verricht naar studies waarin een BCD werd vergeleken met andere hoorrevalidatie technieken bij patiënten met bilateraal gehoorverlies. In de update search van 2025 zijn geen nieuwe onderzoeken gevonden waarin deze vergelijking werd gemaakt. In de oorspronkelijke module is één studie geïncludeerd waarin een BCD op een hoofdband werd vergeleken met een luchtgeleidingshoortoestel. Voor de cruciale uitkomstmaat spraakverstaan in stilte werd in deze studie geen klinisch relevant verschil gevonden (Verhagen, 2008). Overige uitkomstmaten zijn niet gerapporteerd.

 

Studies met een vergelijking tussen BCD en de ongeholpen situatie

Naast studies waarin een BCD wordt vergeleken met een ander type gehoortoestel, is ook gezocht naar onderzoeken waarin BCD’s zijn vergeleken met de ongeholpen situatie. Omdat deze vergelijking doorgaans lastig met een RCT te onderzoeken is als het gaat om contra-indicaties om een hoortoestel te dagen, zijn deze studies niet systematisch uitgewerkt in de literatuursamenvatting. Het cluster is echter van mening dat dit type onderzoek wel bijdraagt aan het beantwoorden van de uitgangsvraag. Het literatuuronderzoek in 2025 leverde negen observationele studies op. De literatuursearch voor de richtlijn uit 2018 leverde daarnaast vijf relevante onderzoeken op.

 

Observationele studies (Bravo-Torres, 2018; Fan, 2014; Fan, 2019; Fan, 2020-1; Fan, 2020-2; Fuchsmann, 2010; Heath, 2022; Holland Brown, 2019; Liu, 2023; Nicholson, 2009; Pfiffner, 2009; Ren, 2021; Tietze, 2001; Wang, 2018) laten consistent zien dat zowel percutane als transcutane beengeleidingshoortoestellen, waaronder BAHA, Ponto, Bonebridge, ADHEAR en softbandtoepassingen, bij kinderen en volwassenen met bilateraal conductief gehoorverlies of gehoorgangatresie leiden tot duidelijke verbeteringen in audiologische uitkomsten. In alle studies wordt een significante verbetering gerapporteerd van gehoordrempels en spraakverstaan in stilte.

 

Daarnaast beschrijven de studies een hoge gebruikstrouw en tevredenheid bij gebruikers en ouders, evenals positieve effecten op communicatie, participatie en kwaliteit van leven. In de klinische praktijk wordt bij invaliderend bilateraal conductief gehoorverlies een duidelijke meerwaarde gezien van het gebruik van een BCD, met name bij patiënten voor wie een luchtgeleidingshoortoestel geen passende optie is. In de Britse NHS-richtlijnen (NHS, 2013; NHS, 2016) heeft dit geleid tot de conclusie dat er voldoende bewijs is om deze behandeling beschikbaar te stellen. Een uitgebreidere samenvatting van deze onderzoeken is opgenomen in de bijlage: Samenvatting studies BCD vs. unaided.

 

Bilaterale toepassing van een BCD levert in de meeste gevallen extra voordeel op, met name voor geluidslokalisatie. De resultaten zijn echter wisselend en mede afhankelijk van adaptatie en individuele anatomie. De review van Heath (2022) benadrukt dat bilaterale toepassing het potentieel heeft om binaurale functies gedeeltelijk te herstellen, maar dat aanvullend onderzoek nodig is naar kosteneffectiviteit, complicaties en het gebruik van uniforme meetmethoden. Vroege inzet van softband-BCD’s ondersteunt de auditieve en taalontwikkeling. Hierdoor sluit de ontwikkeling van bilateraal gerevalideerde kinderen beter aan bij die van normaalhorende leeftijdsgenoten. Vragenlijsten laten daarnaast verbeteringen zien in communicatie, functioneren en kwaliteit van leven. Complicaties zijn doorgaans beperkt en goed behandelbaar. Gezamenlijk laten deze studies zien dat BCD’s een waardevolle en goed verdraagbare bilaterale interventie vormen, die zowel op korte als langere termijn klinisch relevante voordelen biedt voor deze patiëntengroep.

 

Bij de systematische literatuursearch zijn twee studies gevonden waarin horen met één versus twee BCD’s is onderzocht (Stenfelt & Zeitoni, 2013; Zeitoni, 2016). In deze studies is bij normaalhorende proefpersonen aangetoond dat binaurale functies gedeeltelijk kunnen worden hersteld met bilaterale percutane BCD’s. De behaalde resultaten zijn, zoals verwacht, minder groot dan bij bilaterale luchtgeleidingsrevalidatie of actieve middenoorimplantaten. Dit hangt samen met een grotere kans op overhoren bij beengeleiding. Desondanks blijkt binauraal functioneren met beengeleiding wel degelijk mogelijk, vooralsnog aangetoond bij personen met een normale cochleaire functie aan beide zijden. Theoretisch kan een beperkte winst in spraakverstaan in stilte worden verwacht door het sommatie-effect, van circa 3 dB. Grotere effecten worden verwacht voor geluidslokalisatie en voor spraakverstaan in rumoer. In de klinische praktijk wordt bij kinderen een verbetering in richtinghoren gemeten bij gebruik van een tweede toestel (Dun, 2013). Ook uitkomsten uit vragenlijsten laten een meerwaarde zien van bilaterale toepassing.

 

Bij patiënten met een bilateraal conductief of gemengd gehoorverlies kan bilaterale aanpassing met actieve middenoorimplantaten, zoals de Vibrant Soundbridge (VSB), een behandeloptie zijn. Omdat de VSB de cochlea direct via de ovale of ronde venster stimuleert, is de stimulatie meer oorspecifiek. Een bilaterale toepassing kan daardoor leiden tot een beter gescheiden stimulatie van beide cochleae. Theoretisch kan dit resulteren in een beter herstel van binauraal horen, met mogelijk verbeterde geluidslokalisatie en spraakverstaan in rumoer. Een recent onderzoek bij patiënten met bilateraal conductief en/of gemengd gehoorverlies ondersteunt deze veronderstelling (onder andere Agterberg, 2024). Om deze mogelijke meerwaarde in volledige context te plaatsen ten opzichte van andere bilateraal aangemeten beengeleiding opties is meer onderzoek nodig. Hier ligt anno 2026 nog een kennislacune.

 

Uit de literatuursearch blijkt een duidelijke meerwaarde van één of twee BCD’s ten opzichte van de ongeholpen situatie. Complicaties blijven doorgaans beperkt tot huidreacties rond het implantaat en vormen zelden een reden om de behandeling te staken. Deze bevindingen ondersteunen het gebruik van een BCD als een betrouwbare en effectieve vorm van hoorrevalidatie bij bilateraal conductief gehoorverlies en congenitale gehoorgang atresie, met een hoge therapietrouw en duurzame subjectieve en objectieve baten.

 

Bij geïndiceerde hoorrevalidatie worden luchtgeleidingshoortoestellen (LGHT) beiderzijds vergoed, vanuit het uitgangspunt dat patiënten hiermee optimaal gebruik kunnen maken van binaurale functies. Het cluster hanteert het uitgangspunt dat bij een beiderzijds invaliderend gehoorverlies optimale revalidatie in principe bilateraal plaatsvindt, ook bij toepassing van BCD’s. Daarbij is extra aandacht nodig voor symmetrie in de cochleaire functie, omdat de kans op hinderlijke contralaterale stimulatie bij BCD’s groter is dan bij LGHT. In deze situatie kunnen actieve middenoorimplantaten ook worden overwogen, aangezien deze, net als LGHT, deze meer oorspecifiek stimuleren. 

 

Voor (jonge) kinderen is optimale hoorrevalidatie extra belangrijk. Zij zijn nog in ontwikkeling en beschikken over een minder uitgebreid woordbeeld, wat het verstaan van spraak bemoeilijkt. Voor kinderen met  (tijdelijke) bilaterale conductieve gehoorverliezen is het geadviseerd om twee toestellen aan te bieden.

 

Tijdige revalidatie

Bij kinderen wordt het belang van vroege hoorrevalidatie sterk benadrukt, met als uitgangspunt: hoe eerder, hoe beter. Vroege toegang tot spraak is essentieel voor een optimale spraak en taalontwikkeling. Een van de kwaliteitscriteria voor de follow-up van de neonatale gehoorscreening is dat hoorrevalidatie tijdig start, uiterlijk vóór de leeftijd van zes maanden. Een start vóór drie maanden heeft daarbij de voorkeur. Dit geldt ook voor kinderen met een groot congenitaal bilateraal conductief gehoorverlies, zoals bij gehoorgangatresie. Bij deze kinderen is het gehoorverlies vaak snel duidelijk en is de toegang tot gesproken taal ernstig beperkt. Een vroege start met hoorrevalidatie is daarom noodzakelijk. Fabrikanten geven aan dat er vanuit hen geen leeftijdsgrens geldt voor het gebruik van een of twee bcd’s op softband. Er zijn echter geen studies gevonden die de veiligheid van het gebruik van softband op zeer jonge leeftijd (<3maanden) expliciet hebben onderzocht. Alles overwegende adviseert het cluster om bij kinderen met bilateraal conductief gehoorverlies te starten met hoorrevalidatie met één BCD op softband rond de leeftijd van drie maanden, of indien mogelijk eerder. Op basis van praktische overwegingen (de zuigeling ligt veelal plat) kan in eerste instantie één toestel worden ingezet. Zodra het kind het hoofd voldoende stabiel kan houden, wordt het gebruik van een tweede toestel geadviseerd.

 

Bij indicatie BCD

Voor volwassenen wordt geadviseerd te starten met een proef met een BCD op een head- of softband (zie de module ‘Criteria voor headband/softband trial BCD’). Na een succesvolle proef kan worden overgegaan op een percutane of actief transcutane toepassing. Wanneer een eenzijdige toepassing goed bevalt, kan op termijn een vergelijkbare headbandproef met een tweede BCD worden overwogen. Na een succesvolle proef kan vervolgens worden overgegaan tot bilaterale (sequentiële) implantatie.

 

Bij kinderen jonger dan vier jaar wordt het gebruik van een BCD op softband (niet-chirurgische hooroplossing) geadviseerd en wordt een percutane of actief transcutane toepassing niet aangemoedigd. Voor kinderen  vanaf vijf jaar wordt overgang naar chirurgische toepassing geadviseerd, omdat de geluidsoverdracht, met name in de hoge frequenties, bij deze geïmplanteerde toepassingen beter is (zie module actief transcutane BCD versus percutane BCD.  De leeftijd van vier tot vijf jaar kan daarbij worden beschouwd als een overgangsperiode.

 

De werkgroep heeft een voorstel gedaan in de vorm van een tabel, welke voor een overzicht van items diehet maken van een keuze een rol kunnen spelen, kan bijdragen.

 

Bij microtie en gehoorgangatresie moet bij de planning van een BCD-ingreep rekening worden gehouden met mogelijke andere ingrepen in hetzelfde gebied, zoals oorschelpreconstructie en de noodzaak van beeldvorming. In deze situaties is vaak sprake van gecombineerde en soms complexe problematiek. Het cluster adviseert daarom om patiënten met microtie te verwijzen naar een centrum met specifieke expertise op dit gebied. Zie hiervoor ook de modules ‘Kwaliteitseisen audiologische zorg bij BCD’ en ‘Kwaliteitseisen KNO-arts bij BCD’.

 

Bij het gebruik van een BCD op softband zijn bij het cluster geen complicaties bekend, anders dan drukplekken bij langdurig dragen. Ouders en verzorgers dienen hier alert op te zijn. Om hinder te beperken kan de positie van het toestel worden aangepast.

 

Een audiologisch nadeel van de softband is dat de effectieve output lager is dan bij een percutane of actief transcutane toepassing. Met name in de schoolsituatie is het voor een goede spraak- en taalontwikkeling belangrijk dat kinderen zoveel mogelijk versterking ontvangen. Daarnaast kan het toenemende actieve gedrag van het kind het dragen van een softband bemoeilijken. Om deze redenen dient een percutane of actief transcutane oplossing te worden overwogen vanaf de leeftijd van vier jaar en in elk geval vanaf vijf jaar (McDermott, 2009; Verhagen 2008).

 

Het gebruik van een percutane BCD kan als veilig worden beschouwd vanaf de leeftijd van vier jaar. Voor transcutane implantaten geldt dit vanaf vijf jaar. Ernstige complicaties komen zelden voor. Huidreacties en implantaatverlies komen iets vaker voor bij kinderen dan bij volwassenen, maar zijn doorgaans goed te behandelen. Zie hiervoor ook de module ‘Indicatiestelling voor BCD’. Met de introductie van de nieuwe generatie implantaten en abutments zijn zowel huidreacties als implantaatverlies sterk afgenomen.

 

Kwaliteit van bewijs

De overall kwaliteit van bewijs is zeer laag. Dit betekent dat we zeer onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de cruciale uitkomstmaten.

Er is afgewaardeerd vanwege ernstige:

  • Risk of Bias: methodologische beperkingen (selectie van deelnemers, meting van blootstelling en van uitkomsten).
  • Imprecisie: onnauwkeurigheid, omdat het betrouwbaarheidsinterval beide grenzen van klinische relevantie overschrijdt. 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Er zijn geen aanvullende waarden en voorkeuren gevonden die specifiek gelden voor patiënten met bilateraal gehoorverlies. De algemeen beschreven punten uit de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Kostenaspecten

Er zijn geen specifieke kostenaspecten gevonden die uitsluitend gelden voor patiënten met bilateraal gehoorverlies. De algemene kostenoverwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Er zijn geen specifieke gelijkheidsaspecten gevonden die uitsluitend gelden voor patiënten met bilateraal gehoorverlies. De algemene gelijkheidsoverwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid

Er zijn geen specifieke aspecten op het gebied van ethische aanvaardbaarheid en duurzaamheid gevonden die alleen gelden voor patiënten met bilateraal gehoorverlies. De algemene overwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Haalbaarheid

Er zijn geen specifieke aspecten op het gebied van haalbaarheid gevonden die alleen gelden voor patiënten met bilateraal gehoorverlies. De algemene overwegingen zoals beschreven in de module indicatiestelling zijn ook voor deze groep van toepassing.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Samenvattend kan worden gesteld dat bij patiënten met een bilateraal invaliderend conductief gehoorverlies, voor wie een luchtgeleidingshoortoestel geen passende optie is, hoorrevalidatie met een BCD is geïndiceerd. Bij volwassenen betreft dit een percutane of actief transcutane toepassing. Bij kinderen wordt tot de leeftijd van 4-5 jaar een BCD op softband geadviseerd, waarna bij deze groep patiënten kan worden overgegaan naar een chirurgische toepassing. Bij een symmetrische cochleaire functie levert een bilaterale aanpassing in het algemeen de beste resultaten op.

 

De literatuur laat zien dat BCD’s bij bilateraal conductief gehoorverlies duidelijke voordelen bieden ten opzichte van de ongeholpen situatie. Het enige vergelijkende onderzoek met een luchtgeleidingshoortoestel vond geen klinisch relevant verschil, waardoor luchtgeleidingshoortoestellen de voorkeur behouden, mits deze toepasbaar en voldoende effectief zijn. Observationele studies laten daarnaast verbeteringen zien in communicatie en kwaliteit van leven, met een hoge gebruikstrouw en beperkte complicaties.

 

Voor kinderen is vroege hoorrevalidatie van groot belang. Vanaf de leeftijd van vier tot vijf jaar geven geïmplanteerde BCD-systemen betere audiologische resultaten dan softband toepassingen.

 

Alles overwegend acht het cluster BCD’s een effectieve en veilige vorm van hoorrevalidatie wanneer luchtgeleidingshoortoestellen niet geschikt zijn. Dit ondersteunt een sterke aanbeveling voor het gebruik van BCD’s binnen deze indicatie.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor (Doen).

Onderbouwing

This initial question examines in which cases a patient is a good candidate for BCD. This is divided into four sub-questions, which vary in the type of hearing loss and/or whether the hearing loss is unilateral or bilateral. Each module describes whether alternative rehabilitation is possible, as in those cases, these alternatives should at least have been discussed and sometimes attempted. It is important for the reader to realize that these alternatives are not part of this guideline.

 

BCD rehabilitation involves both audiological and medical aspects, and for effective collaboration, both must be addressed. Therefore, the working group believes that good collaboration between an ENT specialist and a clinical physicist-audiologist (KFA) is a prerequisite for optimal indications and aims to provide guidance for a correct indication in this initial question. See the module "Quality requirements for audiological care in BCD."

 

In total, four different types of hearing loss for which BCD may be indicated are described in this way. A separate module has been developed for each of these indications.

Table 3. Summary of Findings

Population: Bilateral hearing loss

Intervention: BCD

Comparator: LGHT

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

LGHT

BCD

Speech perception in quiet

 

Measured by:

Scale: High better

Based on data from 20 participants in 1 studies

 

25

Mean

27

Mean

Very low

Due to serious risk of bias, Due to very serious imprecision1

The evidence is very uncertain about the effect of BCD on speech perception in quiet when compared with LGHT in patients with bilateral hearing loss.

Verhagen (2008)

Difference: MD 2.00 higher

(CI 95% 3.37 lower - 7.37 higher)

Speech perception in noise, sound localization, quality of life based on questionnaire, skin reactions according to IPS, implant loss

 

The outcome measures were not reported in the included study.

 

 

1. Risk of Bias: serious. selection of participants, measurement of exposure, measurement of outcomes; Imprecision: very serious. Due to overlap of both the lower and the upper limit of the 95% confidence interval with the minimal clinically important difference.

Description of studies

No studies were included in the analysis of the literature for the update in 2025. One study was included from the original module in 2018. Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’).

 

Original module

Verhagen (2008) compared the effect of a unilateral BCD on a softband in twelve children with the effect of an LGHT in eight children with bilateral congenital atresia and pure conductive hearing loss (air conduction threshold approximately 60 dB) in a multicenter, cross-sectional study. Tone audiometric thresholds were determined (free-field VRA or headphone audiometry) with and without BCD. In children, this measurement is used as a benchmark for speech intelligibility in quiet. The inclusion criterium was bilateral congenital aural atresia. No exclusion criteria were reported in the study.

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Individual studies (original module 2018)

Verhagen, 2008

N at baseline

Intervention: 12

Control: 8

 

Age (mean, SD)

NR

 

Sex (male/female)

NR

Intervention: BCD softband

 

Control:

LGHT (conventional bone conductor)

NR

Speech perception in quiet (aided threshold)

 

 

Source of funding: not specified

Some concerns

*For further details, see risk of bias table in the appendix

 

Results (retrieved from richtlijnendatabase.nl)

Speech perception in quiet (critical)

Verhagen (2008) reported the outcome measure speech perception in quiet, measured using tone audiometric thresholds. The patients who received BCD (n=12) had a speech perception in quiet of 27 dBHL (SD ± 6 dBHL), compared with 25 dBHL (SD ± 6 dBHL) for the patients who received LGHT (n=8). The mean difference was 2 dB (95% CI -3 to 7), in favor of the patients who received LGHT. This difference is not considered clinically relevant.

 

Speech perception in noise (critical)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Sound localization (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Quality of life based on questionnaire (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Skin reactions according to IPS (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

 

Implant loss (important)

The outcome measure was not reported in the included study.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are (un)favorable effects of bone conduction devices compared with other audiological rehabilitation techniques in patients with bilateral hearing loss?

 

Table 1. PICO

Patients Bilateral conductive hearing loss
Intervention BCD
Control Other audiological technical rehabilitation techniques such as air conduction devices, (bi)cros hearing aid (CROS), cochlear implantation (CI), expectant
Outcomes Speech perception in quiet, speech perception in noise, sound localization, quality of life based on questionnaire, skin reactions according to IPS, implant loss
Other selection criteria Study design: systematic reviews, randomized controlled trials and observational studies

Relevant outcome measures

The guideline panel considered speech perception in quiet and speech perception in noise as critical outcome measures for decision making; and sound localization, quality of life based on questionnaires, skin reactions according to IPS, and implant loss as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following as minimal clinically (patient) important differences:

  • Speech perception in quiet: mean difference of 10%.
  • Speech perception in noise: mean difference of 10% or 1 dB.
  • Sound localization: 10 degrees or 20% MAE.
  • Hearing related quality of life (based on questionnaire): 15% (eventueel nog verder afbakenen afhankelijk van de vragenlijst).
  • Skin reactions according to IPS: 2 points.
  • Implant loss: absolute difference of 2%.

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from May 2016 to 17th of June 2024 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from two primary search concepts: (1) hearing loss; (2) Bone Conduction Device. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 1733 records were imported for title/abstract screening. Initially, 34 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 34 studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and no studies were included.

 

This search was an update of the guideline published in 2018. In 2018, similar search strategy and similar search criteria were used. One observational study and no systematic reviews or randomized controlled trials were included.

  1. Agterberg MJH, Straatman L, Bruchhage KL, Jürgens T, Hollfelder D, Leichtle A. The Merits of Bilateral Application of Middle Ear Implants in Patients With Bilateral Conductive and/or Mixed Hearing Loss. Trends Hear. 2024 Jan-Dec;28:23312165241264466. doi: 10.1177/23312165241264466. PMID: 39106413; PMCID: PMC11304489.
  2. Bravo-Torres S, Der-Mussa C, Fuentes-López E. Active transcutaneous bone conduction implant: audiological results in paediatric patients with bilateral microtia associated with external auditory canal atresia. Int J Audiol. 2018 Jan;57(1):53-60. doi: 10.1080/14992027.2017.1370137. Epub 2017 Aug 31. PMID: 28857620.
  3. Fan X, Ping L, Yang T, Niu X, Chen Y, Xia X, Gao R, Fan Y, Chen X. Comparative effects of unilateral and bilateral bone conduction hearing devices on functional hearing and sound localization bilities in patients with bilateral microtia-atresia. Acta Otolaryngol. 2020 Jul;140(7):575-582. doi: 10.1080/00016489.2020.1745883. Epub 2020 Apr 11. PMID: 32281462.
  4. Fan Y, Niu X, Chen Y, Ping L, Yang T, Chen X. Long-term evaluation of development in patients with bilateral microtia using softband bone conducted hearing devices. Int J Pediatr Otorhinolaryngol. 2020 Nov;138:110367. doi: 10.1016/j.ijporl.2020.110367. Epub 2020 Sep 8. PMID: 33152961.
  5. Fan X, Yang T, Niu X, Wang Y, Fan Y, Chen X. Long-term Outcomes of Bone Conduction Hearing Implants in Patients With Bilateral Microtia-atresia. Otol Neurotol. 2019 Sep;40(8):998-1005. doi: 10.1097/MAO.0000000000002370. PMID: 31318785; PMCID: PMC6733601.
  6. Fan Y, Zhang Y, Wang P, Wang Z, Zhu X, Yang H, Chen X. The efficacy of unilateral bone-anchored hearing devices in Chinese Mandarin-speaking patients with bilateral aural atresia. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg. 2014 Apr;140(4):357-62. doi: 10.1001/jamaoto.2013.6642. PMID: 24503772.
  7. Fuchsmann C, Tringali S, Disant F, Buiret G, Dubreuil C, Froehlich P, Truy E. Hearing rehabilitation in congenital aural atresia using the bone-anchored hearing aid: audiological and satisfaction results. Acta Otolaryngol. 2010 Dec;130(12):1343-51. doi: 10.3109/00016489.2010.499879. Epub 2010 Aug 24. PMID: 20735185.
  8. Heath E, Dawoud MM, Stavrakas M, Ray J. The outcomes of bilateral bone conduction hearing devices (BCHD) implantation in the treatment of hearing loss: A systematic review. Cochlear Implants Int. 2022 Mar;23(2):95-108. doi: 10.1080/14670100.2021.2001926. Epub 2021 Dec 1. PMID: 34852723.
  9. Holland Brown T, Salorio-Corbetto M, Gray R, James Best A, Marriage JE. Using a Bone-Conduction Headset to Improve Speech Discrimination in Children With Otitis Media With Effusion. Trends Hear. 2019 Jan-Dec;23:2331216519858303. doi: 10.1177/2331216519858303. PMID: 31464177; PMCID: PMC6716182.
  10. Liu Y, Wang Y, Yang L, Zhu J, Wang D, Zhao S. Bilateral adhesive bone conduction devices in patients with congenital bilateral conductive hearing loss. Am J Otolaryngol. 2023 Jul-Aug;44(4):103923. doi: 10.1016/j.amjoto.2023.103923. Epub 2023 May 4. PMID: 37167858.
  11. Nicholson N, Christensen L, Dornhoffer J, Martin P, Smith-Olinde L. Verification of speech spectrum audibility for pediatric Baha Softband users with craniofacial anomalies. Cleft Palate Craniofac J. 2011 Jan;48(1):56-65. doi: 10.1597/08-178. Epub 2010 Feb 22. PMID: 20180710.
  12. Pfiffner F, Kompis M, Stieger C. Bone-anchored Hearing Aids: correlation between pure-tone thresholds and outcome in three user groups. Otol Neurotol. 2009 Oct;30(7):884-90. doi: 10.1097/MAO.0b013e3181b4e8eb. PMID: 19730146.
  13. Ren LJ, Duan YS, Yu JC, Xie YZ, Zhang TY. Instant auditory benefit of an adhesive BCHD on children with bilateral congenital microtia. Clin Otolaryngol. 2021 Sep;46(5):1089-1094. doi: 10.1111/coa.13770. Epub 2021 Apr 21. PMID: 33768714.
  14. Tietze L, Papsin B. Utilization of bone-anchored hearing aids in children. Int J Pediatr Otorhinolaryngol. 2001 Apr 6;58(1):75-80. doi: 10.1016/s0165-5876(00)00472-9. PMID: 11249984.
  15. Verhagen CV, Hol MK, Coppens-Schellekens W, Snik AF, Cremers CW. The Baha Softband. A new treatment for young children with bilateral congenital aural atresia. Int J Pediatr Otorhinolaryngol. 2008 Oct;72(10):1455-9. doi: 10.1016/j.ijporl.2008.06.009. Epub 2008 Jul 29. PMID: 18667244.
  16. Wang Y, Fan X, Wang P, Fan Y, Chen X. Hearing improvement with softband and implanted bone-anchored hearing devices and modified implantation surgery in patients with bilateral microtia-atresia. Int J Pediatr Otorhinolaryngol. 2018 Jan;104:120-125. doi: 10.1016/j.ijporl.2017.11.010. Epub 2017 Nov 14. PMID: 29287851.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 08-09-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 08-09-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Otologie
Geautoriseerd door:
  • Hoormij∙NVVS
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Stichting Kind & Zorg

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2020 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Dit cluster bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante organisaties die betrekking hebben op de zorg voor patiënten met gehoorproblemen.


Het cluster Otologie bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden worden indien nodig gevraagd om hun expertise in te zetten voor een specifieke richtlijnmodule. Het cluster Otologie bestaat uit de volgende personen:

 

Clusterstuurgroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, voorzitter cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Dr. E. (Erik) van Spronsen, KNO-arts, Amsterdam UMC locatie AMC, Amsterdam, NVKNO
  • Drs. R.M. (Robert) van Haastert, KNO-arts, Dijklander Ziekenhuis, Purmerend, 
  • Drs. M.J. (Thijs) Vaessen, Oogarts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NOG
  • Dr. ir. F.L. (Femke) Theelen, Audioloog, Amsterdam UMC, Amsterdam, NVKF
  • Drs. S.A.H. (Sjoert) Pegge, Radioloog, Radboudumc, Nijmegen, NVvR 

Betrokken clusterexpertisegroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Prof. Dr. M.K.S. (Myrthe) Hol, KNO-arts, UMC Groningen, Groningen (vz), NVKNO
  • Ir. M.S. (Martijn) Toll, Klinisch fysicus-audioloog, Erasmus MC, Rotterdam, NVKF
  • Dr. S.J.H. (Steven) Bom, KNO-arts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NVKNO
  • Dr. L.V. (Louise) Straatman, KNO-arts, UMC Utrecht, Utrecht, NVKNO
  • Drs. T.W. (Tjerk) Aukema, arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMC Groningen, Groningen, NVKNO
  • Ir. L.C. (Lucas) Stam, Klinisch fysicus-audioloog, Koninklijke Kentalis, NVKF

Met ondersteuning van

  • Dr. R. (Romy) Zwarts-van de Putte, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. D.G. (Dian) Ossendrijver, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E.R.L. (Evie) Verweg, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E. (Esther) van der Bijl, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle clusterstuurgroepleden en actief betrokken expertisegroepleden (fungerend als schrijver en/of meelezer bij tenminste één van de geprioriteerde richtlijnmodules) hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een richtlijnmodule worden wijzigingen in belangen aan de projectleider doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van de clusterleden en betrokken expertisegroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Smit

KNO arts UMC Utrecht, afdeling KNO

Medisch adviseur Stichting Hoormij, onbetaald

-Medeaanvrager en onderzoeker van de MinT-studie naar de toepassing van mindfulness bij tinnitus, gefinancierd door HandicapNL.

-Hoofdonderzoeker van de CINGLE-studie naar de toepassing van cochleaire implantatie, beengeleidingshoortoestellen en CROS bij mensen met single sided deafness, gefinancierd door Cochlear (unrestricted grant). Cochlear had geen invloed op het studiedesign, de uitvoering, analyse of publicatie. De resultaten (Peters et al.) zijn gebruikt als evidence in de module perceptief gehoorverlies van de BCD-richtlijn. Ik heb geen persoonlijk belang bij de uitkomsten van deze module.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar cochleaire implantatie bij mensen met tinnitus, gefinancierd door Cochlear.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar subtypering van tinnituspatiënten, gefinancierd door Cochlear.

Restricties ten aanzien van besluitvorming over aanbevelingen bij indicatiestelling voor perceptieve verliezen. Hol treedt als voorzitter op voor het onderdeel BCD binnen de derde cyclus.

Spronsen

KNO-arts, Amsterdam UMC

Raad van Advies START

Geen

Geen restrictie

Vaessen

Oogarts Deventer Ziekenhuis, Oogarts Streekziekenhuis Koningin Beatrix te Winterswijk

Geen

Samen met Sallandse Specialisten Coorporatie aandeelhouder in een drietal bedrijven: 1. eNose: een bedrijf dat een product ontwikkelt voor adem- en headspace-analyse om ziekten te detecteren waaronder tuberculose, hoofd-, hals- en longkanker(https://www.enose-company.com/). 2. Ventinova: een bedrijf dat verbeteringen in hart-long machines wil aanbrengen. (https://www.ventinovamedical.com/). 3. Novioscan: een bedrijf dat een blaas scan maakt ikv incontinentie. (https://novioscan.com/nl/)

Geen restrictie

 

Theelen

Klinisch Fysicus – Audioloog, Amsterdam UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Van Haastert

KNO-arts Dijklander ziekenhuis Hoorn/Purmerend

Geen

Geen

Geen restrictie

Pegge

Radioloog Radboud UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Gemelde (neven)functies en belangen betrokken expertisegroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Hol

KNO-arts, UMCG

Healthy hearing ears advisory board (betaalde functie, gefinancierd door Cochlear)

Financiering onderzoeksprojecten (uitbetaald aan Radboudumc en/of UMCG) op het gebied van beengeleidingshoortoestellen (BCD), gefinancierd door Cochlear en Oticon Medical:

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: principal (coördinerend) investigator. Het onderzoek werd uitgevoerd conform protocol in UMCG en Radboudumc; daarnaast verantwoordelijk voor data uit overige Europese centra en de publicatie (verwacht november). Het UMCG ontving contractuele financiering voor de uitvoering (sponsor-driven research). Er is geen directe overlap met de huidige richtlijnmodules; systemen worden niet per fabrikant benoemd.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Rol: lokale onderzoeker. Retrospectief dataonderzoek; het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering. De studie betreft kosten na implantatie en is relevant voor de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • Single-stage bone-anchored hearing implant surgery in children: a prospective comparative study.
    Gefinancierd door Oticon Medical en Cochlear. Investigator initiated research in Radboudumc en UMCG. Rol: principal investigator.
  • Evaluation of clinical performance of Ponto implantation using a minimally invasive surgical technique – a prospective multicenter study.
    Gefinancierd door Oticon Medical. Europese klinische studie. Geen rol als hoofdonderzoeker.
  • Long-term follow-up of a wide-diameter bone-anchored hearing implant: 10-year experience on stability, survival and tolerability of an implant–abutment combination.
    Gefinancierd door Cochlear. Investigator initiated research.

Geen restricties, advieswerk en extern gefinancierd onderzoek vallen buiten bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Toll

Klinisch-fysicus-audioloog, Erasmus MC Rotterdam

Lid programmacommissie neonatale gehoorscreening, onbetaald (via wg)

 

Lid Commissie van toezicht bij Penitentiaire inrichting Krimpen aan de IJssel, betaling op basis van vacatiegelden.

Onderzoek naar het optimaal instellen van een beengeleidingshoortoestel, waarin drie verschillende versterkingsstrategieën worden vergeleken. Deels gefinancierd door Cochlear. Geen rol als hoofdonderzoeker.

Geen restrictie, het onderzoek valt buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Bom

KNO-arts, Deventer Ziekenhius

Geen

Geen

Geen restrictie

Straatman

KNO-arts, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen restrictie

Aukema

arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMCG,

Geen

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: lokale onderzoeker in UMCG en Radboudumc. Beide centra ontvingen contractuele financiering voor de uitvoering van het onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd in de richtlijn.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Studie naar kosten na implantatie van beengeleidings-hoortoestellen. Dit onderwerp is onderdeel van de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering voor de uitvoering van dit onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd.
  • Office-based inferior turbinate coblation treatment: a randomized controlled trial on effectiveness and tolerability of medicinal honey. Rol: coördinerend onderzoeker.

Geen restrictie, de onderzoeken vallen buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Stam

Klinisch fysicus - audioloog bij Koninklijke Kantalis.

Geen

Geen

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

BCD bij bilaterale conductieve gehoorverliezen

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat [het overgrote deel (+/- 90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet OF het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft]. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Diagnostiek bij BCD