Bone Conduction Devices (BCD)

Initiatief: Cluster Otologie Aantal modules: 21

Type BCD: actief transcutaan versus percutaan

Publicatiedatum: 08-09-2026
Beoordeeld op geldigheid: 08-09-2026

Uitgangsvraag

Wat is het aanbevolen type BCD voor patiënten met een BCD-indicatie: een actief transcutaan BCD of een percutaan BCD?

Aanbeveling

Controleer of er contra-indicaties bestaan voor één van beide systemen en beoordeel of er redenen zijn voor een duidelijke voorkeur. Betrek hierbij onder andere de noodzaak van (herhaalde) beeldvorming, een verhoogd risico op infecties of complicaties en eventuele belemmeringen in het gebruik van een BCD.

 

Bespreek bij alle patiënten met een indicatie voor een BCD zowel de percutane als actieve transcutane BCD als behandeloptie. Ga in op de verschillen tussen beide systemen, waaronder comfort voor de patiënt en continuïteit in de nazorg, en het indicatiegebied (zie ook de module BCD klasse bij type gehoorverlies/toepassing). Houd er rekening mee dat bij aanzienlijk perceptief gehoorverlies, verwachte progressie van het gehoorverlies of de noodzaak tot contralaterale stimulatie het uitgangsvermogen richtinggevend is voor het uiteindelijke audiologische resultaat en daarom zwaar dient mee te wegen in de keuze. Houd daarbij rekening met de beperktere lange-termijnervaring en met beperkingen in de mogelijkheden voor beeldvorming, met name in de regio rondom het implantaat.

 

Betrek de patiënt actief in de besluitvorming door de voor- en nadelen van beide systemen te bespreken en deze af te stemmen op persoonlijke waarden, voorkeuren en praktische omstandigheden.

 

Geef de voorkeur aan een percutane BCD, gezien de beschikbaarheid aan powertoestellen anno 2026, wanneer optimale versterking voor de patiënt de hoogste prioriteit heeft, of wanneer er een aanzienlijke kans bestaat dat beeldvorming nodig is.

 

Borg de lange termijn nazorg in het implantatiecentrum.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er is literatuuronderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van actieve transcutane BCD in vergelijking met percutane BCD bij mensen met conductief, gemengd of eenzijdig perceptief gehoorverlies die in aanmerking komen voor een BCD. Er zijn geen gerandomiseerde onderzoeken gevonden waarin deze twee typen BCD rechtstreeks zijn vergeleken.

 

Voor het toestel-specifieke aspect van de richtlijn is anno 2024 opnieuw besloten de aMEI geen onderdeel te maken van de modulaire revisie. Het proces van kiezen tussen een BCD en aMEI kan lastig zijn vanwege de overlappende reikwijdte. De door de werkgroep opgestelde flowchart reflecteert het klinisch relevante werk en besproken criteria van deze revisie. De professional wordt geacht de aMEI criteria te kennen en hierin een zorgvuldige afweging te maken.   

 

Wel zijn twee systematische reviews gevonden, met respectievelijk 52 en 56 observationele studies, en drie afzonderlijke observationele studies. In deze onderzoeken zijn de volgende uitkomstmaten gerapporteerd: spraakverstaan in stilte, spraakverstaan in rumoer, kwaliteit van leven, huidirritatie (volgens IPS) en implantaatverlies. Observationeel onderzoek heeft van nature een lage bewijskracht. Daarnaast kennen de geïncludeerde studies beperkingen in de opzet, zoals het niet corrigeren voor confounders. Hierdoor is het onzeker of de onderzochte groepen goed vergelijkbaar waren.

 

De bewijskracht voor alle uitkomstmaten is zeer laag (GRADE: very low). Dit betekent dat er veel onzekerheid bestaat over de gevonden effecten. Op basis van de beschikbare literatuur kunnen geen conclusies worden getrokken over de effecten van actieve transcutane BCD in vergelijking met percutane BCD.

 

Enkele studies laten zien dat directe stimulatie via een abutment kan leiden tot betere herkenning van bekende woorden, betere categorisatie en herhaling van nonsenswoorden en een sneller woordleerproces dan indirecte stimulatie via een softband (Dahm, 2019; Pitmann, 2019). Dit suggereert dat directe stimulatie een sterker en zuiverder signaal biedt. Omdat deze processen van belang zijn voor de ontwikkeling van woordenschat en taal, kunnen kinderen hierdoor mogelijk niet alleen op korte termijn beter communiceren, maar ook op langere termijn profiteren in leren, sociale interactie en schoolse vaardigheden.

 

In de literatuur wordt beschreven dat de ADHEAR, een BCD op sticker, tijdelijk kan worden ingezet bij kinderen. Hoewel deze toepassing veelbelovend is, is de ervaring van het cluster dat de beschikbare geluidsprocessoren niet vergelijkbaar zijn met de processoren die beschikbaar zijn voor percutane of actieve transcutane BCD. De ADHEAR is een alternatief voor een softband of hoofdband. Doordat geen powervarianten beschikbaar zijn, is het systeem echter minder geschikt voor bredere toepassing binnen deze indicatie (zie de module BCD klasse bij type gehoorverlies/toepassing).

 

Hoewel de beschikbare studies geen harde conclusies toelaten, laten enkele resultaten wel een consistent patroon zien. Voor de audiologische uitkomstmaten spraakverstaan in stilte, spraakverstaan in rumoer en verbetering van het gehoor zijn verschillen gevonden tussen actieve, passieve transcutane en percutane BCD. Drie studies lieten een verschil zien in het voordeel van percutane systemen (Fan, 2019; Gerdes, 2016; Gutierrez, 2024-1). Gutierrez (2024-1) liet een klinisch relevant verschil zien in het voordeel van percutane BCD. Ray (2022) rapporteerde een niet-klinisch relevant verschil in spraakverstaan in stilte in het voordeel van de groep die transcutane BCD ontving. Voor de uitkomstmaten spraakverstaan in rumoer en verbetering in spraakherkenningsdrempel in rumoer rapporteerden respectievelijk Fan (2019) en Gerdes (2016) een niet-klinisch relevant verschil in het voordeel van percutane BCD.

 

Het waargenomen audiologische voordeel van de percutane BCD kan mogelijk worden verklaard door technische verschillen tussen de systemen. Het is lastig om het uitgangsvermogen van de  systemen klinisch met elkaar te vergelijken. Wel kan de Maximal Force Output (MFO), een product specificatieproductspecificatie die de fabrikant aanlevert bij de verschillende systemen worden vergelen. Als we en dan blijkt dat doen met de huidige op de markt verkrijgbare systemen, zien we dat hethet uitgangsvermogen van de huidige actieve transcutane BCD is vergelijkbaar met dat van normale of power-percutane BCD, maar lager dan dat van superpower-systemen. Hierdoor kan een percutane BCD in theorie uiteindelijk meer effectieve versterking bieden dan een actieve transcutane BCD anno 2026. Tegelijkertijd werkt het feedback-pad bij beide systemen verschillend en zijn hierover nog onvoldoende gegevens beschikbaar. Het is mogelijk dat de maximale stabiele versterking, dat wil zeggen de versterking zonder hoorbare feedback, wel gunstiger is bij actieve transcutane BCD.

 

Voor kwaliteit van leven zijn alleen kleine, niet-klinisch relevante verschillen gevonden. Deze verschillen waren in alle studies in het voordeel van de actieve transcutane BCD.

 

De geïncludeerde studies laten zien dat mensen met een actieve transcutane BCD minder complicaties en minder huidreacties rapporteren dan volwassenen met een percutane BCD. Hoewel deze resultaten dezelfde richting op wijzen, bestaat er nog veel onzekerheid over de grootte van de effecten. Het cluster herkent dit voordeel in de dagelijkse praktijk niet als eenduidig of uitgesproken.

 

Bij het plaatsen van een actieve transcutane BCD ontstaat een litteken. De huid kan daarbij onder spanning komen te staan en de processor wordt met lichte druk op de huid geplaatst. In de meeste gevallen verloopt dit zonder problemen, maar de ingreep is niet volledig vrij van complicaties. Theoretisch kan een gesloten huid leiden tot minder complicaties, doordat het infectierisico lager is. Het cluster adviseert daarom om bij mensen met een verhoogd risico op infecties vóór de operatie (zoals bij voorbeeld bij mensen die niet zelf voor hun implantaat kunnen zorgen)  een actieve transcutane BCD te overwegen in plaats van een percutane BCD.

 

Daarnaast bestaan er verschillen tussen landen en regio’s. In sommige delen van de wereld worden meer infectieproblemen gemeld dan in Nederland en is de acceptatie van een percutane abutment door de huid geringer, mogelijk ten gevolge van culturele aspecten. In die context wordt een actieve transcutane BCD vaker gezien als een passende oplossing.

 

Tot slot wijst het cluster erop dat een actieve transcutane BCD beperkingen kan geven voor toekomstige beeldvorming (artefacten). De huidige actieve toestellen MRI zijn compatibel tot een bepaalde sterkte (www.MRIsafety.com). Wanneer beeldvorming nodig is, met name een MRI waarbij structuren aan de ipsilaterale zijde van een actief transcutaan systeem in beeld moeten worden gebracht, moet rekening worden gehouden met uitgebreide slagschaduw waarvan de grootte verschilt tussen merken. Het middenoor en grote delen van de interne en externe gehoorgang worden hierdoor niet goed afgebeeld, ook bij gebruik van specifieke MRI-sequenties (Wimmer, 2019) Deze slagschaduw wordt veroorzaakt door de intern, subcutaan geplaatste magneet. Pijnklachten door tractie als gevolg van magnetische krachten tijdens een MRI-scan lijken verwaarloosbaar (presentation Osseo 2025 conference, unpublished data at this timepoint) (Hajema, 2026). Afhankelijk van het merk, kan de interne magneet chirurgisch worden verwijderd om MRI-beeldvorming te faciliteren. Het is essentieel hierover tijdens de informed consent goed te informeren. Bij aandoeningen waarbij follow-up met MRI nodig is, zoals cholesteatoom, zal daarom een actieve transcutane BCD daarom een minder geschikte keuze zijn.

 

Alles overwegend kan niet worden vastgesteld dat één type BCD beter is dan het andere. De keuze voor een actief transcutane of percutane BCD vraagt om gezamenlijke besluitvorming in de spreekkamer en hangt af van de individuele situatie en voorkeuren van de patiënt, in samenspraak met behandelend kno-arts en audioloog.

 

Onderstaand overzicht kan hierbij wellicht helpend zijn:

 

Percutaan

Transcutaan actief

Operatietype

Plaatselijke verdoving ip bij kinderen algehele verdoving

Algehele verdoving

Operatie duur

30 min

60 min

MRI

Compatibel  en geen slagschaduw/beeldartefact

Compatibel tot 1.5 of 3T en wel slagschaduw/ beeldartefact

Implantaat verlies

3-5% (kinderen en verstandelijk beperkten)

<2%

Huidreacties waarvoor antibiotica zalf nodig is

5-10%

<5%

Powertoestellen

ja

Nee anno 2026

Lock in naar fabrikant

Compleet systeem heeft voordelen maar uitwisselen is mogelijk afhankelijk van gebruikte implantaat

Ja.

Muts dragen over toestel 

Nee

Ja

Regelmatige inspectie gebied rond implantaat

Ja

Minder frequent

 Verlies toestel

Minder gemakkelijk

Afhankelijk van magneetsterkte

Kwaliteit van bewijs

Het bewijs is afkomstig uit observationele studies. De overall kwaliteit van bewijs is zeer laag. Dit betekent dat we zeer onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de cruciale uitkomstmaten. Er is afgewaardeerd vanwege ernstige:

  • Risk of Bias: methodologische beperkingen waaronder een gebrek aan correctie voor confounders waardoor het onzeker is of de interventie- en controlegroep vergelijkbaar zijn.
  • Imprecisie: onnauwkeurigheid, omdat het betrouwbaarheidsinterval beide grenzen van klinische relevantie overschrijdt. 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Bij de keuze tussen een percutane en een actieve transcutane BCD spelen de waarden en voorkeuren van patiënten een belangrijke rol. Veel patiënten hechten waarde aan esthetiek. Het ontbreken van een zichtbaar abutment bij een actieve transcutane BCD wordt vaak als aantrekkelijker ervaren dan een percutane BCD. Tegelijkertijd zijn gebruikers van percutane BCD doorgaans tevreden over het uiterlijk van hun systeem. Bij de afweging is het zinvol rekening te houden met de haarlengte. Bij kort haar is een abutment duidelijker zichtbaar, terwijl bij zeer kort haar ook de contouren van een actieve transcutane BCD zichtbaar kunnen zijn. Ook op het gebied van comfort en gebruiksgemak gaat de voorkeur regelmatig uit naar een actieve transcutane BCD, omdat dagelijkse reiniging rond een abutment niet nodig is. Daar staat tegenover dat percutane BCD bekendstaan om hun betrouwbare signaaloverdracht en hogere maximale versterking. Voor sommige mensen weegt dit zwaar, met name bij ernstiger gehoorverlies, omdat zij veel waarde hechten aan geluidskwaliteit en voorspelbare prestaties. Actieve transcutane systemen benaderen deze resultaten steeds beter, maar bij sommige gebruikers bestaan zorgen over de duurzaamheid van het implantaat of de kans op technische problemen.

 

Daarnaast ervaren sommige mensen een actieve transcutane BCD als minder belastend, terwijl anderen juist vertrouwen ontlenen aan de langere ervaring en bewezen resultaten van percutane systemen. Voor veel mensen zijn de verschillen tussen beide systemen beperkt. Voor specifieke groepen, zoals mensen die begeleid wonen, kunnen verschillen in gebruiksgemak, het eenvoudig op- en afdoen van de processor en het behoud van een gesloten huid echter zwaarder wegen. In deze situaties kan dit bepalend zijn voor het effectief gebruik van hoorrevalidatie.

 

Mogelijk kan voor sommige patiënten Ook de leefstijl van een patiënt kan invloed zijnhebben op de voorkeur voor een actief transcutaan of percutaan systeem. Patiënten die veel zwemmen zouden wellicht meer huidirritatie kunnen krijgen rondom het abutment bij een Kinderen of volwassenen met een actieve levensstijl, zoals sporters of mensen die veel buiten zijn, kunnen een verhoogd risico hebben op huidirritaties of -infecties wanneer zij een percutaan systeem. Ook geldt dit voor recreatie of werken in vochtige omgevingen. In omgevingen met sterk magnetische velden of staal zou dragen. Voor deze groep kan een actief transcutaan systeem mogelijk minder aantrekkelijkeen aantrekkelijker alternatief zijn., omdat hierbij de huid intact blijft en de kans op complicaties vermindert. Ook patiënten die werkzaam zijn in vochtige of stoffige omgevingen, zoals de voedingsindustrie, de gezondheidszorg of een timmerwerkplaats, evenals personen die frequent zwemmen, kunnen heel algemeen meer baat hebben bij een actief transcutaan systeem. Een zorgvuldige afweging hierin dient ten allen tijde in samenspraak met de patient weloverwogen plaats te vinden.

Naast persoonlijke voorkeuren spelen ook audiologische factoren, zoals de grootte van het gehoorverlies, en medische factoren een rol, zoals de duur van de operatie en narcose, de conditie van de huid en de eventuele noodzaak voor (herhaalde) beeldvorming (module Indicatiestelling voor BCD).

 

Kostenaspecten

Bij de keuze tussen een percutane en een actieve transcutane BCD spelen, naast cosmetische, audiologische en medische overwegingen, ook de kosten een rol. De materiaal- en implantatiekosten van een actieve transcutane BCD liggen hoger dan die van een percutane BCD. Dit hangt samen met de complexere technologie en het implantaatontwerp van actieve transcutane systemen. Er wordt verondersteld dat het lagere aantal huidproblemen bij actieve transcutane BCD kan leiden tot minder vervolgbezoeken en daarmee tot lagere zorgkosten op de langere termijn, maar hierover bestaat nog onzekerheid.

 

Amin (2021) laat zien dat ondanks de hogere aanschafkosten van een actieve transcutane BCD, na vijf jaar geen significant verschil meer bestaat in de totale kosten ten opzichte van een percutane BCD. Ook in een recente studie van Aukema (2024), waarin de medische en audiologische kosten in de vijf jaar na implantatie zijn onderzocht bij 34 mensen met een percutane BCD en 9 mensen met een actieve transcutane BCD, werden geen significante kostenverschillen gevonden.

 

Naast directe zorgkosten kunnen ook indirecte kosten en praktische belasting een rol spelen in de keuze. Voorbeelden zijn het dagelijks reinigen van de huid rond het abutment bij een percutane BCD en het plannen van aanvullende medische controles. Deze factoren kunnen de voorkeur voor een bepaald systeem beïnvloeden.

 

Per 1 januari 2024 is een DBC beschikbaar voor de vergoeding van actieve middenoorimplantaten, waardoor de kosten voor implantatie van een actieve transcutane BCD doorgaans kostendekkend zijn (zorgproductcodes 089999105, 089999106 en 089999107). Hierbij geldt dat per centrum verschillende prijsafspraken met leveranciers kunnen bestaan. Het zorgkostenplafond vormt anno 2026 nog een knelpunt voor het realiseren van implantaties, met name in relatie tot de cumulatieve nazorg. Dit vraagt aandacht in de nabije toekomst.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Voor de meeste mensen zijn zowel een percutane als een actieve transcutane BCD een passende optie. Er zijn echter groepen patiënten, met name mensen die ondersteuning nodig hebben bij praktische handelingen in het dagelijks leven, bij wie het gebruik van een percutane BCD onvoldoende van de grond komt. Voor deze groep kan een actieve transcutane BCD in de praktijk gebruiksvriendelijker zijn, doordat het dagelijks op- en afdoen eenvoudiger is en geen huidverzorging rond een abutment nodig is. Dit kan ertoe bijdragen dat hoorrevalidatie daadwerkelijk effectief wordt ingezet.

 

Uit de literatuur zijn geen aanwijzingen dat één van beide systemen systematisch betere of slechtere uitkomsten geeft voor specifieke groepen op basis van geslacht, leeftijd, sociaaleconomische positie of etnische achtergrond. Beide systemen zijn in principe beschikbaar voor alle mensen die in aanmerking komen voor een BCD, mits er geen medische contra-indicaties zijn.

 

Verschillen in vergoeding of beschikbaarheid tussen ziekenhuizen of regio’s kunnen echter leiden tot ongelijkheid in toegang. Dit kan met name gevolgen hebben voor mensen met een lagere sociaaleconomische positie, voor wie aanvullende kosten of reisbelasting zwaarder kunnen wegen. Het is daarom belangrijk dat zorgverleners streven naar gelijke toegang tot beide behandelmogelijkheden en dat bij de keuze rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden en voorkeuren van de patiënt.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De keuze tussen een percutane en een actieve transcutane BCD is ethisch aanvaardbaar, mits deze plaatsvindt binnen gezamenlijke besluitvorming tussen patiënt en behandelaar. Daarbij is het belangrijk dat beide opties evenwichtig en transparant worden gepresenteerd, zodat patiënten op basis van hun waarden, voorkeuren en medische situatie een weloverwogen keuze kunnen maken. Het is onwenselijk dat de keuze uitsluitend wordt bepaald door financiële of logistieke overwegingen, zonder dat de patiënt volledig inzicht heeft in de voor- en nadelen.

 

Vanuit ethisch perspectief is het bovendien van belang dat alle patiënten, ongeacht achtergrond of sociaaleconomische positie, gelijke toegang hebben tot beide behandelopties. Ongelijkheid in beschikbaarheid of vergoeding kan leiden tot ongewenste verschillen in zorg en dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.

 

Duurzaamheidsaspecten

Percutane systemen kunnen door het hogere risico op complicaties en revisies leiden tot extra ingrepen, meer materiaalgebruik en hogere milieubelasting op de langere termijn (Cushing, 2024). Actieve transcutane systemen kennen hogere initiële materiaalkosten. Revisie en vervangen van implantaten zijn doorgaans duurder. Over de levensduur van actief transcutane BCD-implantaten zijn nog geen cijfers. Aspecten zoals de levensduur van het implantaat, de mogelijkheid tot hergebruik van componenten en de milieubelasting van productie en afvalverwerking zijn relevant om in de toekomst nader te onderzoeken.

 

Actieve transcutane en percutane BCD-systemen verschillen anno 2026 in energievoorziening: transcutane systemen zijn doorgaans oplaadbaar, wat samenhangt met lagere terugkerende kosten en een lagere milieubelasting, terwijl percutane systemen meestal nog gebruikmaken van wegwerpbatterijen, met hogere gebruikskosten, meer afval en mogelijke drempels in langdurige toegankelijkheid.

 

Haalbaarheid

Zowel percutane als actieve transcutane BCD zijn in Nederland technisch en organisatorisch haalbaar. Implantatie is mogelijk in de meeste centra met ervaring in BCD-chirurgie. Voor percutane systemen is de chirurgische techniek breed ingebed en bestaat ruime ervaring onder KNO-artsen. Actieve transcutane systemen zijn relatief nieuw en vragen specifieke kennis en apparatuur, maar worden inmiddels in meerdere centra toegepast.

 

Beide systemen zijn daarmee praktisch uitvoerbaar binnen de huidige zorgstructuur. De keuze tussen beide typen BCD dient mede te worden gebaseerd op de beschikbare expertise per centrum, de verwachte belasting van nazorg en de financiële randvoorwaarden.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

De aanbevelingen zijn gebaseerd op bewijs uit observationeel onderzoek, waarvan de kwaliteit zeer laag is. Hierdoor bestaat er veel onzekerheid over de exacte verschillen in effectiviteit tussen actieve transcutane en percutane BCD’s. In de beschikbare studies laten percutane systemen vaker een audiologisch voordeel zien, met name bij spraakverstaan in stilte, al is dit niet in alle onderzoeken klinisch relevant. Actieve transcutane systemen laten daarentegen minder huidreacties en complicaties zien, maar dit beeld is in de praktijk minder eenduidig.

 

Ook spelen andere aspecten een belangrijke rol. De keuze kan worden beïnvloed door individuele factoren zoals risico op infecties, noodzaak van (herhaalde) beeldvorming, variaties in praktische belasting, en voorkeuren voor cosmetiek, comfort of gebruiksgemak. Daarnaast zijn er specifieke patiëntengroepen voor wie deze verschillen bepalender zijn, zoals mensen die begeleid wonen of kinderen die nog niet in aanmerking komen voor implantatie.

 

Omdat beide systemen sterke en zwakke punten hebben, en er geen overtuigend bewijs is dat één van beide categorieën als geheel beter presteert, adviseert het cluster om beide opties te bespreken binnen gezamenlijke besluitvorming. Hierbij moet worden uitgegaan van de waarden, voorkeuren en medische situatie van de individuele patiënt.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor (Doen).

Onderbouwing

For patients with an indication for a bone conduction device (BCD), anno 2025, a choice can be made between a transcutaneous and a percutaneous application. Both systems aim to improve hearing through bone conduction but differ in technology, effectiveness, user experience, and potential complications. The choice between the two systems depends on various factors, including age, type and severity of hearing loss, anatomical characteristics, center, caregiver and patient-specific preferences. It is important that patients are well-informed about the advantages and disadvantages of both options, so that a well-considered (informed) decision can be made. This module outlines the considerations and recommendations to guide the choice between percutaneous and transcutaneous BCDs.

Summary of Findings

Population: BCDs for Hearing loss

Intervention: Transcutaneous BCD

Comparator: percutaneous BCD

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

 

Percutaneous BCD

Transcutaneous BCD

Speech perception in quiet

 

Based on data from 241 participants in 3 studies1

 

Gutierrez (2024)-1 reported MD in improvement in speech reception threshold was -5.90 (95% CI -6.55 to -5.25) dB.

 

Fan (2019) reported MD in speech recognition percentages were -3.30 (95% CI: -7.47 to 0.87) and -1.90 (95% CI -5.58 to 1.78)

 

Gerdes (2016) reported MD in word recognition score was 2.5% (95% CI: -12.6 to 17.6)

Very low

Due to very serious risk of bias1

The evidence is very uncertain about the effect of a transcutaneous BCD on speech perception in quiet when compared to a percutaneous BCD in patients with hearing loss.

Speech perception in noise

 

Based on data from 79 participants in 2 studies1

 

Fan (2019) reported MD in speech recognition percentages were --1.70 (95% CI -3.74 to 0.34) and -4.00 (95% CI -10.1 to 2.08)

 

Gerdes (2016) reported MD in OLSA -0.30 (95%CI: -4.57 to 3.97) SNR.

Very low

Due to very serious risk of bias2

The evidence is very uncertain about the effect of a transcutaneous BCD on speech perception in noise when compared to a percutaneous BCD in patients with hearing loss.

Quality of life

 

Measured by:

Scale: APHAB, GBI and GHABP

Based on data from 474 participants in 2 studies2

 

 

Gutierrez (2024)-2 reported a MD of 5.6 (95% CI 4.8 to 6.4) for the APHAB score and a MD of 2.1 (95% CI 1.4 to 2.8) for the GBI score.

 

Ray (2022) reported a MD of -0.80 (95% CI -9.54 to 7.94) for the GHABP benefit score and a MD of was -7.30 (95% CI -15.7 to 1.05) for the GHABP-satisfaction score

 

Very low

Due to serious risk of bias3

The evidence is very uncertain about the effect of a transcutaneous BCD on quality of life when compared to a percutaneous BCD in patients with hearing loss.

Skin reactions according to IPS

 

 

Based on data from 129 participants in 2 studies1

 

Fan (2019) reported a RR of 0.17 (95% CI: 0.01 to 3.04). for skin irritation

 

Ray (2022) reported a RR of 1.90 (95% CI: 1.28 to 2.82) for normal skin.

Very low

Due to serious risk of bias and serious imprecision4

The evidence is very uncertain about the effect of a transcutaneous BCD on skin reactions when compared to a percutaneous BCD in patients with hearing loss.

Sound localization, implant loss

 

The outcome measures were not reported in the included studies.

 

 

1. Risk of Bias: serious. Lack of correction for confounding factors

2. Risk of Bias: serious. Lack of correction for confounding factors

3. Risk of Bias: serious. Lack of correction for confounding factors

4. Risk of Bias: serious. Lack of correction for confounding factors

Imprecision: serious. Due to overlap of the limits of the 95% confidence interval with the minimal clinically important difference.

Description of studies

Two systematic reviews and three individual observational studies were included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’).

 

Systematic reviews:

Gutierrez (2024)-1 performed systematic review and meta-analysis conducted to compare audiometric outcomes, complications, and revision rates between percutaneous and transcutaneous implantable bone conduction devices (BCDs) for the treatment of congenital aural atresia. The review included studies published in English from database inception up to December 14, 2022. The databases searched included PubMed, Scopus, and CINAHL. Studies were eligible for inclusion if they reported outcomes following surgery with implantable BCDs in patients with congenital aural atresia. Only studies that specifically separated outcomes for implantable devices (as opposed to atresia surgery or nonsurgical devices) and distinguished between percutaneous and transcutaneous devices were included. Studies that did not stratify results by device type, did not report audiometric outcomes specifically for the affected ear, or involved non-English text, non-human subjects, reviews, or case reports were excluded. In total, 56 studies were included, comprising 756 patients. Of these, 190 received percutaneous BCDs and 566 received transcutaneous BCDs. The included studies spanned from 2001 to 2022 and were conducted in 18 countries. They consisted of 37 retrospective cohort studies, 16 prospective cohort studies, and 3 case series. Devices tested in the included studies were Soundbridge, BAHA, Bonebridge, Sophono, Osia, Ponto, and Baha Attract.

 

Gutierrez (2024)-2 performed a systematic review and meta-analysis to compare quality of life outcomes between percutaneous and transcutaneous bone conduction devices. The review included data from 52 studies, published between 2001 and 2023. The study followed PRISMA guidelines and searched databases including PubMed, Scopus, and CINAHL up to March 15, 2023. The inclusion criteria required studies to report QOL outcomes measured with validated instruments such as the Glasgow Benefit Inventory (GBI), Glasgow Children's Benefit Inventory (GCBI), Abbreviated Profile of Hearing Aid Benefit (APHAB), or the Speech, Spatial, and Qualities of Hearing Scale (SSQ) pre and post operation/intervention. Studies had to stratify outcomes by device type and provide comparisons to a baseline or unaided condition. Both randomized and non-randomized studies, including prospective and retrospective cohort studies and case series, were eligible. In total, the review analyzed 1469 patients, with 689 patients receiving percutaneous BCDs and 780 receiving transcutaneous BCDs. The smallest study included only 2 patients, while the largest included 81 patients. Devices tested in the included studies were BAHA, Ponto, Bonebridge, Osia, Soundbridge, Baha Attract and Sophono.

 

Individual studies

Fan (2019) performed a single-center prospective cohort study in Beijing, China. The research aimed to evaluate the long-term outcomes of three different types of bone conduction hearing implants - percutaneous: BAHA, Ponto and transcutaneous active: Bonebridge - in Mandarin-speaking patients with bilateral microtia-atresia. Patients were eligible for inclusion if they were older than six years, had a height over 1.28 meters, and had bilateral conductive hearing loss due to congenital microtia-atresia. In addition, candidates had to have bone conduction thresholds below 30 dB HL at frequencies from 0.5 to 4 kHz and a minimum skull thickness of 3 mm, verified by high-resolution CT scanning. Patients with unilateral microtia or sensorineural hearing loss were excluded. A total of 59 patients were included in the study: 26 received BAHA implants, 10 received Ponto implants (pBCD, n = 36 in total), and 23 received Bonebridge implants (taBCD). The study reported longterm outcomes: audiometric outcomes, speech recognition in quiet and in noise, patient satisfaction through questionnaires, and complications such as skin irritation or implant extrusion. Follow-up data were collected up to 24 months after implantation.

 

Gerdes (2016) performed a retrospective, observational, single-center study conducted in Germany. Audiological data were collected from patients implanted with the transcutaneous Bonebridge (MED-EL) and compared with a matched control group fitted with percutaneous BAHA devices. Participants were eligible for inclusion if they were 18 years or older, had postlingual hearing loss, and were fluent in German. They needed to have preoperative bone conduction thresholds of 45 dB HL or better (averaged across 0.5 to 3 kHz) on the ear receiving the implant, with less than a 15 dB difference in bone conduction thresholds between the two ears to avoid cross-hearing effects. Additionally, subjects were required to have at least eight weeks of experience using the device prior to testing. Patients with single-sided deafness were excluded.

 

Ray (2023) performed a prospective comparative cohort study conducted at a tertiary Hospitals in the UK. Patients were eligible if they were 16 years or older and had conductive hearing loss, mixed hearing loss, or single-sided deafness with normal or near-normal bone conduction thresholds on the better-hearing side. In addition, their bone conduction thresholds had to fall within the manufacturer’s recommended range (up to 45 dB for Bonebridge, up to 55 dB for Osia), and they had to have not benefited adequately from conventional air conduction hearing aids. Transcutaneous BCD’s (Baha attract, OSIA and Bonebridge devices) were compared to percutaneous BCD’s (BAHA connect or Oticon Ponto device).

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Systematic reviews

Gutierrez 2024-1 (SR)

56 studies with 756 patients with congenital aural atresia

 

N at baseline

I: 566

C: 190

 

Age (mean, SD)

I: 12.8 (3 mo – 71) yr

C: 10.8 (3-82) yr

 

Transcutaneous BCD

 

Percutaneous BCD

 

Pure tone audiometry (PTA), speech reception threshold (SRT), complications, revision rates

37 retrospective cohort studies, 16 prospective cohort studies and 3 case series were included.

 

The authors have no conflicts of interest and reported no funding

Risk of bias was assessed with the ROBINS tool. It was reported that there was an ‘acceptably low risk of bias for the majority of included studies. Potential sources of bias were most pronounced in bias due to confounding and bias due to missing data’

Gutierrez, 2024-2 (SR)

52 studies with 1469 patients.

N at baseline

I: 780

C: 689

 

Age (mean, SD)

I: 41.2 ± 2.9 yr

C: 43.9 ± 5.2 yr

 

Sex: no information

Transcutaneous BCD

 

Percutaneous BCD

 

Quality of life

the Glasgow Benefit Inventory (GBI), Glasgow Children's Benefit Inventory (GCBI), Abbreviated Profile of Hearing Aid Benefit (APHAB), or the Speech, Spatial, and Qualities of Hearing Scale (SSQ)

 

Risk of bias was assessed with the ROBINs tool. It was reported that ‘the majority of studies had an acceptably low risk of bias. Bias due to confounding and bias due to missing data were the two highest potential sources of bias.’

Individual studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Fan, 2019

Patients with bilateral microtia-atresia

 

N at baseline

BAHA: 26

BB: 23

Ponto: 10

 

Age (mean, SD)

BAHA: 8.7 ± 1.9

BB: 9.0 ± 1.8

Ponto: 11.7 ± 2.8

 

Sex (% Female)

BAHA: 31%

BB: 39%

Ponto: 30%

Transcutaneous:

bonebridge (BB)

 

Percutaneous:

Ponto

BAHA

Years, mean ± SD

 

BAHA: 2.9 ± 0.4

BB: 2.5 ± 0.3

Ponto; 2.5 ± 0.2

Long term: Word recognition scores (in quite and noise), hearing threshold, complications

 

 

Self-rated quality of life and APHAB were also reported however, due to the graphical presentation of the data it was not possible to include these findings in the summary of literature

 

Parents choose the BCD device after a counseling session

 

Gerdes, 2016

Patients had CHL or mixed hearing loss

 

N at baseline

I: 10

C: 10

 

Age (mean, SD)

I: 51.1 ± 17.7

C: 51.0 ± 8.3

 

Sex (% female)

I: 50%

C: 60%

 

Pre-operative BC pure-tone threshold at 0.5, 1, 2 and 4 kHZ (PTA4):

I: 15.3 ± 8.1 dB

C: 15,9 ± 7.3 dB

Transcutaneous bone conduction implant

Bone Bridge (MED-EL)

 

Percutaneous device BP100 (Cochlear LTD)

Min. 8 weeks experience

I: 42 weeks

C: 145 weeks

Functional gain (pure-tone threshold at 0.5, 1, 2 and 4 kHZ)

 

Words recognition scores (WRS) in quiet

 

Oldenburg sentence test in noise (65 dB)

 

 

Patients in the control group were matched to patients in the intervention group.

 

Financial support and travel sponsorship from MED-EL for several authors

 

APHAB was also reported however, due to the graphical presentation of the data it was not possible to include these findings in the summary of literature

 

Ray, 2023

Patients had conductive or mixed hearing loss or SSD

 

N at baseline

I: 37

C: 33

 

Age (mean, SD)

I: 51.3 ± 14.1

C: 55.9 ± 18.9

 

Sex (% female)

I: 54.1%

C: 57.6%

 

Hearing loss

I: 32.4% CHL, 51.4% mixed, 16.2% SSD

C: 9.1% CHL, 66.7% mixed, 24.2% SSD

Transcutaneous BCD (Baha attract, OSIA and Bonebridge devices)

 

Percutaneous BCD: BAHA connect or Oticon Ponto device

 

Free field thresholds

 

Adaptive speech recognition in noise and quiet (reported in method section but not under results)

 

QoL:

*glasgow hearing aid benefit profile (GHABP)

*client oriented scale of improvement (COSI)

 

Holgers Skin reaction

No funding or conflicts of interest

 

*For further details, see risk of bias table in the appendix

I = intervention; C = control; CHL = conductive hearing loss; SSD = single sided deafness

 

Results

Speech perception in quiet (critical)

The outcome speech perception in quiet was reported by the systematic review from Gutierrez (2024)-1 and in Fan (2019), Gerdes (2016) and Ray (2022). Due to heterogeneity in reporting, the results could not be pooled.

 

Gutierrez (2024)-1 reported for children with congenital aural atresia a mean improvement in speech reception threshold of 32.7 ± 1.6 dB for transcutaneous BCD group (n = 85) and a mean improvement of 38.6 ± 2.5 dB for percutaneous BCD group (n = 77). The mean difference in improvement in speech reception threshold was -5.90 (95% CI -6.55 to -5.25) dB in favor of the percutaneous BCDs. This difference is considered clinically relevant.

 

Fan (2019) reported the mean percentage of subjects recognizing speech at 65 dB under quit conditions. The mean speech recognition percentages was and 94.4 ± 9.4% for the transcutaneous BCD group n = 23) and 97.7 ± 4.2% (n = 26 BAHA) and 96.3 ± 1.1% (n = 10 Ponto) for the percutaneous BCD group. The mean differences in speech recognition percentages were -3.30 (95% CI: -7.47 to 0.87) and -1.90 (95% CI -5.80 to 2.00), in favor of the percutaneous BCDs. This difference is not considered clinically relevant.

 

Gerdes (2016) reported word recognition score (WRS) in quiet. The mean WRS was 89% (min 65%, max 100%) for transcutaneous BCD group (n = 10) and 86.5% (min 60%, max 100%) for the percutaneous BCD group. The mean difference in word recognition score was 2.5% (95% CI: -12.6 to 17.6) in favor of the percutaneous BCD’s. This difference is not considered clinically relevant.

 

Ray (2022) reported free field speech scores in the transcutaneous group of 97.3 ± 2.1 (n = 37) compared to 96.2 ± 2.5 in the percutaneous group (n = 33). The mean difference was 1.10 (95% CI: 0.01 to 2.19), in favor of the transcutaneous group. This difference is not considered clinically relevant.

 

Speech perception in noise (critical)

The outcome speech perception in noise was reported in two studies (Fan, 2019; Gerdes, 2016).

 

Fan (2019) reported the mean percentage of subjects recognizing speech in noise condition. The mean speech recognition in noise condition percentages was and 85.3 ± 4.7% for the transcutaneous BCD group (n = 23) and 87.0 ± 1.8% (n = 26 BAHA) and 89.3 ± 9.3 (n = 10 Ponto) for the percutaneous BCD group. The mean differences in speech recognition percentages were -1.70% (95% CI -3.74 to 0.34) and -4.00% (95% CI -10.1 to 2.08) in favor of the pBCD group These differences are not considered clinically relevant.

 

Gerdes (2016) reported improvement in speech recognition threshold in noise with the Oldenburg Sentence Test (OLSA), expressed as signal to noise ratio (SNR). In the transcutaneous group the mean speech recognition threshold improved to -2.8 dB (min – 5.9 dB, max 1.7 dB) SNR (n = 10). The improvement of SNR was 6.3 dB for the transcutaneous group. In the percutaneous group, the mean SRT improved to -2.5 dB (min -4.5 dB, max -0.2 dB) SNR. The improvement of SNR was 7.7 dB for the percutaneous group. The mean difference in OLSA was -0.30 dB (95%CI: -4.57 to 3.97) SNR, and the mean difference in improvement was -1.4 dB, in favor of the percutaneous group. This difference is not considered clinically relevant.

 

Sound localization (important)

None of the included studies reported the outcome measure sound localization.

 

Quality of life (based on questionnaire) (important)

Quality of life was reported in the systematic review from Gutierrez (2024)-2 and in the study from Ray (2022). Fan (2019) and Gerdes (2016) also reported quality of life, however due to graphical representation of the data, the results could not be summarized. The included studies used different questionnaires and measurements to get insight in quality of life. The three questionnaires that were most frequently reported in Gutierrez (2024)-2 and Ray (2022) are described below.

 

APHAB

The Abbreviated Profile of Hearing Aid Benefit (APHAB) questionnaire was used in the studies included in Gutierrez (2024-2). APHAB is scored on a 0-100 scale, with higher scores indicating more difficulty with hearing in daily situations. Gutierrez (2024-2) reported a mean APHAB gain score of 25.9 (95% CI 20.8 to 31.0) for patients with transcutaneous BCD’s (n = 404) compared to a score of 20.3 (95% CI 8.4 to 32.2) for patients with percutaneous BCD’s (n = 53). The mean difference was 5.6 (95% CI 4.8 to 6.4) in favor of transcutaneous BCD’s. This difference is not considered clinically relevant.

 

GBI

The Glasgow Benefit Inventory (GBI) questionnaire was used in the studies included in Gutierrez (2024). The GBI-scores range between -100 (poorest outcome) through 0 (no change compared to pre-intervention) and +100 (best outcome). Gutierrez reported a mean GBI score of 33.0 (95% CI 22.7 to 43.3) for patients with transcutaneous BCD’s (n = 204) compared to a mean score of 30.9 (95% CI: 25.2 to 36.3) for patients with percutaneous BCD (n = 401). The mean difference was 2.1 (95% CI 1.4 to 2.8) in favor of transcutaneous BCD’s. This difference is not considered clinically relevant.

 

GHABP

The Glasgow Hearing Aid Benefit Profile (GHABP) was used in Ray (2022). The GHABP uses a 5-point scale for different items, which are converted to 0-100 scale with higher scores indicating more benefit. The mean GHABP-benefit score was 70.6 ± 21.1 in the transcutaneous group (n = 37) compared to 71.4 ± 16.1 in the percutaneous group (n = 33). The mean difference was -0.80 (95% CI -9.54 to 7.94). The mean GHABP-satisfaction score was 74.7 ± 20.8 in the transcutaneous group (n = 37) compared to 82.0 ± 14.6 in the percutaneous group (n = 33). The mean difference was -7.30 (95% CI -15.7 to 1.05) in favor of percutaneous BCD’s. This difference is not considered clinically relevant.

 

Skin reactions according to IPS (important)

Skin reactions were reported in the study from Fan (2019) and Ray (2022).

 

Fan (2019) reported skin irritation (Holgers 1-2). In the transcutaneous Bonebridge group 0/23 (0%) patients experienced skin irritation. In the percutaneous BAHA group, 3/26 (11.5%) patients experienced skin irritation. In the Ponto group 1/10 (10%) patients experienced skin irritation. The total number of patients with skin irritation in the percutaneous group was 4/36 (11.1%). The RR was 0.17 (95% CI: 0.01 to 3.04). This difference is considered clinically relevant.

 

Ray (2022) reported the percentage of patients with normal skin. In the transcutaneous group 32/37 (86.5%) of the patients had normal skin. In the percutaneous group 15/33 (45.5%) of the patients had normal skin. The RR for a normal skin was 1.90 (95% CI: 1.28 to 2.82). This difference in favor of the taBCD is considered clinically relevant.

 

Implant loss (important)

None of the studies included reported the outcome measure implant loss.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What are the favorable and unfavorable effects of a transcutaneous BCD compared to a percutaneous BCD for patients with hearing loss and an indication for a BCD?

 

Table 1. PICO

Patients Patients with hearing loss with indication BCD
Intervention Active transcutaneous BCD’s
Control Percutaneous BCD’s
Outcomes Speech perception in quiet, speech perception in noise, sound localization, hearing related quality of life, skin reactions according to IPS, implant loss
Other selection criteria

Study design: systematic reviews, randomized controlled trials and observational studies

Relevant outcome measures

The guideline panel considered speech perception in quiet and speech perception in noise as critical outcome measures for decision making; and sound localization, quality of life based on questionnaires, skin reactions according to IPS, and implant loss as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following as minimal clinically (patient) important differences:

  • Speech perception in quiet: mean difference of 10%.
  • Speech perception in noise: mean difference of 10% or 1 dB.
  • Sound localization: 10 degrees or 20% MAE.
  • Hearing related quality of life (based on questionnaire): 15% (eventueel nog verder afbakenen afhankelijk van de vragenlijst).
  • Skin reactions according to IPS: 2 points.
  • Implant loss: absolute difference of 2%.

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from May 2016 to 17th of June 2024 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from two primary search concepts: (1) hearing loss; (2) Bone Conduction Device. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 1733 records were imported for title/abstract screening. Initially, sixteen studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, eleven studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and five studies were included.

  1. Amin N, Soulby AJ, Borsetto D, Pai I. Longitudinal economic analysis of Bonebridge 601 versus percutaneous bone-anchored hearing devices over a 5-year follow-up period. Clin Otolaryngol. 2021 Jan;46(1):263-272. doi: 10.1111/coa.13659. Epub 2020 Nov 12. PMID: 33068331.
  2. Aukema TW, Teunissen EM, Janssen AM, Hol MKS, Mylanus EAM. Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices. Eur Arch Otorhinolaryngol. 2024 Jan;281(1):117-127. doi: 10.1007/s00405-023-08099-2. Epub 2023 Jul 8. PMID: 37421428; PMCID: PMC10764476.
  3. Cushing SL, Goh S, Treble A, Papsin BC, Gordon KA. Feasibility and Outcomes of an Active Osseointegrated Bone Conduction Implant in Children as Young as 5 Years of Age. Otol Neurotol. 2024 Sep 1;45(8):913-918. doi: 10.1097/MAO.0000000000004279. PMID: 39142312.
  4. Dahm V, Auinger AB, Liepins R, Baumgartner WD, Riss D, Arnoldner C. A Randomized Cross-over Trial Comparing a Pressure-free, Adhesive to a Conventional Bone Conduction Hearing Device. Otol Neurotol. 2019 Jun;40(5):571-577. doi: 10.1097/MAO.0000000000002184. PMID: 31083074.
  5. Gerdes T, Salcher RB, Schwab B, Lenarz T, Maier H. Comparison of Audiological Results Between a Transcutaneous and a Percutaneous Bone Conduction Instrument in Conductive Hearing Loss. Otol Neurotol. 2016 Jul;37(6):685-91. doi: 10.1097/MAO.0000000000001010. PMID: 27093021.
  6. Gutierrez-1 JA 3rd, Shannon CM, Nguyen SA, Meyer TA, Lambert PR. Comparison of Transcutaneous and Percutaneous Implantable Hearing Devices for the Management of Congenital Aural Atresia: A Systematic Review and Meta-Analysis. Otol Neurotol. 2024 Jan 1;45(1):1-10. doi: 10.1097/MAO.0000000000004061. Epub 2023 Nov 26. PMID: 38085758.
  7. Gutierrez-2 JA 3rd, Shannon CM, Nguyen SA, Meyer TA, Lambert PR. Comparison of Quality of Life Outcomes for Percutaneous Versus Transcutaneous Implantable Hearing Devices: A Systematic Review and Meta-analysis. Otol Neurotol. 2024 Mar 1;45(3):e129-e136. doi: 10.1097/MAO.0000000000004111. Epub 2024 Jan 24. PMID: 38270194.
  8. Fan X, Yang T, Niu X, Wang Y, Fan Y, Chen X. Long-term Outcomes of Bone Conduction Hearing Implants in Patients With Bilateral Microtia-atresia. Otol Neurotol. 2019 Sep;40(8):998-1005. doi: 10.1097/MAO.0000000000002370. PMID: 31318785; PMCID: PMC6733601.
  9. Pittman AL. Bone Conduction Amplification in Children: Stimulation via a Percutaneous Abutment versus a Transcutaneous Softband. Ear Hear. 2019 Nov/Dec;40(6):1307-1315. doi: 10.1097/AUD.0000000000000710. PMID: 30870242; PMCID: PMC7664715.
  10. Ray J, Wanees E, Dawoud MM, Abu Elnaga H, Abdelhafez TA. Evaluating the effectiveness of bone conduction hearing implants in rehabilitation of hearing loss. Eur Arch Otorhinolaryngol. 2023 Sep;280(9):3987-3996. doi: 10.1007/s00405-023-07889-y. Epub 2023 Feb 23. PMID: 36813860; PMCID: PMC9946869.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 08-09-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 08-09-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Otologie
Geautoriseerd door:
  • Hoormij∙NVVS
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Stichting Kind & Zorg

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodules is in 2020 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Dit cluster bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante organisaties die betrekking hebben op de zorg voor patiënten met gehoorproblemen.


Het cluster Otologie bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden worden indien nodig gevraagd om hun expertise in te zetten voor een specifieke richtlijnmodule. Het cluster Otologie bestaat uit de volgende personen:

 

Clusterstuurgroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, voorzitter cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Dr. E. (Erik) van Spronsen, KNO-arts, Amsterdam UMC locatie AMC, Amsterdam, NVKNO
  • Drs. R.M. (Robert) van Haastert, KNO-arts, Dijklander Ziekenhuis, Purmerend, 
  • Drs. M.J. (Thijs) Vaessen, Oogarts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NOG
  • Dr. ir. F.L. (Femke) Theelen, Audioloog, Amsterdam UMC, Amsterdam, NVKF
  • Drs. S.A.H. (Sjoert) Pegge, Radioloog, Radboudumc, Nijmegen, NVvR 

Betrokken clusterexpertisegroep

  • Dr. A.L. (Diane) Smit, cluster otologie, KNO-arts, UMC Utrecht, NVKNO
  • Prof. Dr. M.K.S. (Myrthe) Hol, KNO-arts, UMC Groningen, Groningen (vz), NVKNO
  • Ir. M.S. (Martijn) Toll, Klinisch fysicus-audioloog, Erasmus MC, Rotterdam, NVKF
  • Dr. S.J.H. (Steven) Bom, KNO-arts, Deventer Ziekenhuis, Deventer, NVKNO
  • Dr. L.V. (Louise) Straatman, KNO-arts, UMC Utrecht, Utrecht, NVKNO
  • Drs. T.W. (Tjerk) Aukema, arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMC Groningen, Groningen, NVKNO
  • Ir. L.C. (Lucas) Stam, Klinisch fysicus-audioloog, Koninklijke Kentalis, NVKF

Met ondersteuning van

  • Dr. R. (Romy) Zwarts-van de Putte, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. D.G. (Dian) Ossendrijver, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E.R.L. (Evie) Verweg, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E. (Esther) van der Bijl, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle clusterstuurgroepleden en actief betrokken expertisegroepleden (fungerend als schrijver en/of meelezer bij tenminste één van de geprioriteerde richtlijnmodules) hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een richtlijnmodule worden wijzigingen in belangen aan de projectleider doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase. Een overzicht van de belangen van de clusterleden en betrokken expertisegroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Smit

KNO arts UMC Utrecht, afdeling KNO

Medisch adviseur Stichting Hoormij, onbetaald

-Medeaanvrager en onderzoeker van de MinT-studie naar de toepassing van mindfulness bij tinnitus, gefinancierd door HandicapNL.

-Hoofdonderzoeker van de CINGLE-studie naar de toepassing van cochleaire implantatie, beengeleidingshoortoestellen en CROS bij mensen met single sided deafness, gefinancierd door Cochlear (unrestricted grant). Cochlear had geen invloed op het studiedesign, de uitvoering, analyse of publicatie. De resultaten (Peters et al.) zijn gebruikt als evidence in de module perceptief gehoorverlies van de BCD-richtlijn. Ik heb geen persoonlijk belang bij de uitkomsten van deze module.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar cochleaire implantatie bij mensen met tinnitus, gefinancierd door Cochlear.

- Medeaanvrager en onderzoeker van een studie naar subtypering van tinnituspatiënten, gefinancierd door Cochlear.

Restricties ten aanzien van besluitvorming over aanbevelingen bij indicatiestelling voor perceptieve verliezen. Hol treedt als voorzitter op voor het onderdeel BCD binnen de derde cyclus.

Spronsen

KNO-arts, Amsterdam UMC

Raad van Advies START

Geen

Geen restrictie

Vaessen

Oogarts Deventer Ziekenhuis, Oogarts Streekziekenhuis Koningin Beatrix te Winterswijk

Geen

Samen met Sallandse Specialisten Coorporatie aandeelhouder in een drietal bedrijven: 1. eNose: een bedrijf dat een product ontwikkelt voor adem- en headspace-analyse om ziekten te detecteren waaronder tuberculose, hoofd-, hals- en longkanker(https://www.enose-company.com/). 2. Ventinova: een bedrijf dat verbeteringen in hart-long machines wil aanbrengen. (https://www.ventinovamedical.com/). 3. Novioscan: een bedrijf dat een blaas scan maakt ikv incontinentie. (https://novioscan.com/nl/)

Geen restrictie

 

Theelen

Klinisch Fysicus – Audioloog, Amsterdam UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Van Haastert

KNO-arts Dijklander ziekenhuis Hoorn/Purmerend

Geen

Geen

Geen restrictie

Pegge

Radioloog Radboud UMC

Geen

Geen

Geen restrictie

Gemelde (neven)functies en belangen betrokken expertisegroepleden

Clusterlid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Hol

KNO-arts, UMCG

Healthy hearing ears advisory board (betaalde functie, gefinancierd door Cochlear)

Financiering onderzoeksprojecten (uitbetaald aan Radboudumc en/of UMCG) op het gebied van beengeleidingshoortoestellen (BCD), gefinancierd door Cochlear en Oticon Medical:

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: principal (coördinerend) investigator. Het onderzoek werd uitgevoerd conform protocol in UMCG en Radboudumc; daarnaast verantwoordelijk voor data uit overige Europese centra en de publicatie (verwacht november). Het UMCG ontving contractuele financiering voor de uitvoering (sponsor-driven research). Er is geen directe overlap met de huidige richtlijnmodules; systemen worden niet per fabrikant benoemd.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Rol: lokale onderzoeker. Retrospectief dataonderzoek; het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering. De studie betreft kosten na implantatie en is relevant voor de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • Single-stage bone-anchored hearing implant surgery in children: a prospective comparative study.
    Gefinancierd door Oticon Medical en Cochlear. Investigator initiated research in Radboudumc en UMCG. Rol: principal investigator.
  • Evaluation of clinical performance of Ponto implantation using a minimally invasive surgical technique – a prospective multicenter study.
    Gefinancierd door Oticon Medical. Europese klinische studie. Geen rol als hoofdonderzoeker.
  • Long-term follow-up of a wide-diameter bone-anchored hearing implant: 10-year experience on stability, survival and tolerability of an implant–abutment combination.
    Gefinancierd door Cochlear. Investigator initiated research.

Geen restricties, advieswerk en extern gefinancierd onderzoek vallen buiten bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Toll

Klinisch-fysicus-audioloog, Erasmus MC Rotterdam

Lid programmacommissie neonatale gehoorscreening, onbetaald (via wg)

 

Lid Commissie van toezicht bij Penitentiaire inrichting Krimpen aan de IJssel, betaling op basis van vacatiegelden.

Onderzoek naar het optimaal instellen van een beengeleidingshoortoestel, waarin drie verschillende versterkingsstrategieën worden vergeleken. Deels gefinancierd door Cochlear. Geen rol als hoofdonderzoeker.

Geen restrictie, het onderzoek valt buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Bom

KNO-arts, Deventer Ziekenhius

Geen

Geen

Geen restrictie

Straatman

KNO-arts, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen restrictie

Aukema

arts-assistent in opleiding tot medisch specialist KNO-arts, UMCG,

Geen

  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Gefinancierd door Oticon Medical. Rol: lokale onderzoeker in UMCG en Radboudumc. Beide centra ontvingen contractuele financiering voor de uitvoering van het onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd in de richtlijn.
  • Post-implantation clinical cost analysis between transcutaneous and percutaneous bone conduction devices.
    Gefinancierd door Cochlear. Studie naar kosten na implantatie van beengeleidings-hoortoestellen. Dit onderwerp is onderdeel van de overwegingen in de module waarin transcutane en percutane BCD’s worden vergeleken.
  • A prospective, multicenter, single-arm clinical investigation of the safety and performance of the Sentio system bij mensen met gemengd/conductief gehoorverlies en single sided deafness. Het uitvoerende centrum ontving contractuele financiering voor de uitvoering van dit onderzoek. Er is geen directe overlap met de modules in de derde herzieningscyclus; fabrikantspecifieke systemen worden niet benoemd.
  • Office-based inferior turbinate coblation treatment: a randomized controlled trial on effectiveness and tolerability of medicinal honey. Rol: coördinerend onderzoeker.

Geen restrictie, de onderzoeken vallen buiten het bestek van de modules waaraan is gewerkt.

Stam

Klinisch fysicus - audioloog bij Koninklijke Kantalis.

Geen

Geen

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Type BCD: actief transcutaan versus percutaan

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Informatieverstrekking aan de patiënt bij BCD