Bloedverlies in de tweede helft zwangerschap

Initiatief: NVOG Aantal modules: 2

Startpagina - Bloedverlies in de tweede helft zwangerschap

Bij aanverwante informatie is de PDF versie van deze richtlijn te vinden.

 

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg voor vrouwen die bloedverlies hebben in de tweede helft van de zwangerschap. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Analyse van de beschikbare kennis
  • Minimaal vereiste zorg

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor vrouwen met bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap.

 

Voor patiënten

De tweede helft van de zwangerschap begint bij een zwangerschapsduur van 20 weken. Als na een zwangerschap van 20 weken bloed uit de vagina komt, kan dit een aanwijzing zijn voor een (ernstig) probleem van de zwangerschap. Het is daarom belangrijk dat direct wordt onderzocht wat de oorzaak van de bloeding is en wat de eventuele gevolgen zijn voor het ongeboren kind. Het bloedverlies kan verschillende oorzaken hebben. De bloeding kan in de baarmoederhals of in de baarmoeder zitten. Er kan bij voorbeeld een bloedvaatje in de baarmoedermond of in de placenta zijn gesprongen, de placenta kan vlakbij of voor de baarmoedermond liggen of de placenta kan geheel of gedeeltelijk loslaten. Het bloedverlies kan bovendien een teken zijn van het begin van de bevalling.

 

Meer informatie: p.m.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). De richtlijn is opgesteld door een monodisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de gynaecologie.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 12-11-2015

Laatst geautoriseerd  : 12-11-2015

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van deze module is in 2015 afgevaardigde dr. J.B. Derks vanuit de Otterlo werkgroep gemandateerd voor het opstellen van deze module, onder eindverantwoordelijkheid van het Bestuur NVOG. De module is vastgesteld in de 622e ledenvergadering, Papendal te Arnhem, d.d. 12-11-2015.

Belangenverklaringen

De KNMG-code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement, kennisvalorisatie) hebben gehad. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten. De belangenformulieren zijn besproken binnen de betreffende werkgroep en de NVOG cie Kwaliteitsdocumenten, indien van toepassing. Geen van de belangen heeft tot een eventuele actie geleid.

 

NVOG-richtlijnen/modules beschrijven een minimum van zorg te verlenen door een gynaecoloog in gemiddelde omstandigheden. Zij hebben een adviserend karakter. Een gynaecoloog kan geargumenteerd afwijken van een richtlijn/module wanneer concrete omstandigheden dat noodzakelijk maken. Dat kan onder meer het geval zijn wanneer een gynaecoloog tegemoet moet komen aan de objectieve noden en/of subjectieve behoeften van een individuele patiënt. Beleid op instellingsniveau kan er incidenteel toe leiden dat (volledige) lokale toepassing van een richtlijn/module niet mogelijk is.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Modus partus placenta praevia marginalis