Beperking van progressie van myopie op de kinderleeftijd

Initiatief: NOG Aantal modules: 9

Startpagina - Beperking van progressie van myopie op de kinderleeftijd

Publicatiedatum: 26-08-2026
Beoordeeld op geldigheid: 26-08-2026

Klik op de afbeelding om deze te vergroten

 

Deze richtlijn valt onder het cluster Oog.

 

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor kinderen met progressieve myopie. In deze richtlijn worden interventiemogelijkheden gegeven om de progressie van myopie en daarmee de kans op hoge myopie en bijkomende oogaandoeningen, waaronder slechtziendheid, te minimaliseren. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Indicatiestelling
  • Leefstijl
  • Atropine
  • Myopie remmende brillenglazen
  • Myopie remmende zachte lenzen
  • Orthokeratologie
  • Multi-modale myopieremming

Deze richtlijn beschrijft de interventies voor beperking van progressieve myopie op de kinderleeftijd. En om specifiek te zijn met name op de groep kinderen van zes tot en met twaalf jaar. De zorg rondom volwassenen met (progressieve) myopie valt buiten het kader van deze richtlijn.

 

De beperking van myopie in ontwikkeling

Myopie vormt wereldwijd een toenemend gezondheidsprobleem dat momenteel ongeveer een een derde van de bevolking treft. De voorspelling is dat dit in de toekomst de helft wordt (Holden, 2016). Naar verwachting ontwikkelt 10% van deze groep hoge myopie ≤ -6D, (Holden, 2016) wat het risico op oculaire complicaties zoals vroegtijdige cataract, glaucoom, netvliesloslating en myope maculadegeneratie sterk verhoogt (Wan, 2018). Vooral de laatste twee complicaties kunnen leiden tot (ernstige) slechtziendheid.

 

Hoge myopie gaat gepaard met een verhoogd risico op visusbedreigende complicaties, waaronder netvliesloslating en myope maculadegeneratie (Vongphanit, 2002; Wan, 2018). Hoewel het individuele risico op het westelijk halfrond relatief laag lijkt - ondanks continentale variatie en een exponentiële stijging bij extreme myopie - zorgt de hoge prevalentie maatschappelijk voor een aanzienlijke cumulatieve impact. Zo wordt het cumulatieve risico op slechtziendheid en blindheid (volgens WHO-criteria) op 75-jarige leeftijd bij een sterkte van ≤-6D geschat op 39% (Tideman, 2016).

 

Gezien de toenemende ziektelast zijn diverse interventies onderzocht om de progressie van myopie bij kinderen te remmen. Deze variëren van leefstijl aanpassingen en farmacologische behandelingen met atropine tot optische methodes middels specifieke brillenglazen of contactlenzen.

 

Deze richtlijn behandelt de wetenschappelijk onderbouwde indicaties, overwegingen, effectiviteit en risico's hiervan, waar nodig aangevuld met expert opinion. Er bestaat voor de interventies uit deze richtlijn wetenschappelijk bewijs dat zij de progressie van myopieremmen, echter bestaat er over het maximaal te behalen effect (in dioptrieën), de duur van het effect (effect van de behandeling is in het 2e jaar lager dan het 1e jaar), de mate van rebound (groei versnelt bij staken therapie) en de klinisch lange termijn waarde van de remming nog beperkte wetenschappelijke data (Brennan, 2019; Huang, 2016).

 

Concluderend, is het belangrijk om interventies voor de remming van progressieve myopie te bespreken en eventueel in te zetten als kinderen voldoen aan de gestelde indicatiestelling uit deze richtlijn; bespreek ook de limitaties en openstaande vragen juist als aanvulling voor een nauwkeurige, evidence-based voorlichting aan ouders en patiënten over verwachtingen ook op de lange termijn.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

De richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij eerste-(optometrist, orthoptist) tweede- of derdelijns zorg voor patiënten met myopie.

 

De richtlijn is primair geschreven vanuit oogheelkundig perspectief maar beperkt zich niet alleen tot oogartsen. Ook voor andere zorgverleners zoals optometristen, orthoptisten, opticiens en contactlensspecialisten is deze van belang. Daarnaast is de richtlijn ook ontwikkeld om ouders en patiënten te informeren over wat zij kunnen verwachten van de mogelijkheden om de progressie van myopie te beperken. Met deze richtlijn wordt ook aan andere beroepsgroepen zoals jeugdartsen en orthopedagogen duidelijk wat de richtlijn voor bepaalde zorgactiviteiten in de 1e/2e/3e lijn betreft.

 

Voor patiënten

Meer informatie over minder goed zien bij kinderen is te vinden op de website van Thuisarts

Minder goed zien bij kinderen

 

Meer informatie over minder goed zien bij kinderen is ook te vinden op de websites van het Oogfonds en de patiëntenvereniging van de Oogvereniging:

www.oogvereniging.nl/hogemyopie

www.oogfonds.nl/oogklacht/myopie/

www.ikbenbijziend.nl

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap. De richtlijnmodules zijn opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de oogartsen, orthoptisten, optometristen, gedragsdeskundigen en jeugdartsen. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door deelname van een patiëntvertegenwoordiger aan de werkgroep.

 

Onderbouwing

  1. Brennan NA, Cheng X. Commonly Held Beliefs About Myopia That Lack a Robust Evidence Base. Eye Contact Lens. 2019 Jul;45(4):215-225. doi: 10.1097/ICL.0000000000000566. PMID: 31241603.
  2. Holden BA, Fricke TR, Wilson DA, Jong M, Naidoo KS, Sankaridurg P, Wong TY, Naduvilath TJ, Resnikoff S. Global Prevalence of Myopia and High Myopia and Temporal Trends from 2000 through 2050. Ophthalmology. 2016 May;123(5):1036-42. doi: 10.1016/j.ophtha.2016.01.006. Epub 2016 Feb 11. PMID: 26875007.
  3. Huang J, Wen D, Wang Q, McAlinden C, Flitcroft I, Chen H, Saw SM, Chen H, Bao F, Zhao Y, Hu L, Li X, Gao R, Lu W, Du Y, Jinag Z, Yu A, Lian H, Jiang Q, Yu Y, Qu J. Efficacy Comparison of 16 Interventions for Myopia Control in Children: A Network Meta-analysis. Ophthalmology. 2016 Apr;123(4):697-708. doi: 10.1016/j.ophtha.2015.11.010. Epub 2016 Jan 27. PMID: 26826749.
  4. Tideman JW, Snabel MC, Tedja MS, van Rijn GA, Wong KT, Kuijpers RW, Vingerling JR, Hofman A, Buitendijk GH, Keunen JE, Boon CJ, Geerards AJ, Luyten GP, Verhoeven VJ, Klaver CC. Association of Axial Length With Risk of Uncorrectable Visual Impairment for Europeans With Myopia. JAMA Ophthalmol. 2016 Dec 1;134(12):1355-1363. doi: 10.1001/jamaophthalmol.2016.4009. PMID: 27768171.
  5. Vongphanit J, Mitchell P, Wang JJ. Prevalence and progression of myopic retinopathy in an older population. Ophthalmology. 2002 Apr;109(4):704-11. doi: 10.1016/s0161-6420(01)01024-7. PMID: 11927427.
  6. Wan L, Wei CC, Chen CS, Chang CY, Lin CJ, Chen JJ, Tien PT, Lin HJ. The Synergistic Effects of Orthokeratology and Atropine in Slowing the Progression of Myopia. J Clin Med. 2018 Sep 7;7(9):259. doi: 10.3390/jcm7090259. PMID: 30205439; PMCID: PMC6162849.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 26-08-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 26-08-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
Volgende:
Indicatie voor interventie