Behandeling van kinderen met Obesitas

Initiatief: Cluster Obesitas Aantal modules: 8

Medicamenteuze behandeling bij kinderen met obesitas

Publicatiedatum: 18-08-2026
Beoordeeld op geldigheid: 18-08-2026

Uitgangsvraag

Wat is de rol van farmacotherapie bij kinderen en adolescenten met obesitas op gezondheidsuitkomsten?

 

Deelvragen

  • Wat is de rol van metformine bij kinderen en adolescenten met obesitas op gezondheidsuitkomsten?
  • Wat is de rol van GLP-1ra bij kinderen en adolescenten met obesitas op gezondheidsuitkomsten?
  • Wat is de rol van naltrexon bupropion bij kinderen en adolescenten met obesitas op gezondheidsuitkomsten?

Aanbeveling

  • Overweeg farmacotherapie (off-label metformine of EMA geïndiceerde GLP-1ra) bij geselecteerde kinderen vanaf 6 jaar met obesitas graad 2 of 3, of obesitas graad 1 met co-morbiditeit en na individuele risicobaten-afweging.
  • Reserveer farmacotherapie (metformine of GLP-1ra) voor patiënten bij wie het effect van leefstijlinterventie onvoldoende is om ernstig of extreem gezondheidsrisico (zie Gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico in de richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen) te verlagen.
  • Geef farmacotherapie (metformine of GLP-1ra) als aanvulling op leefstijlinterventie zoals die beschreven staat in de module Kenmerken van een succesvolle GLI.
  • Gebruik gezamenlijke besluitvorming (shared decision making) met kind en ouders en stel realistische verwachtingen, waarbij onzekerheid in effectiviteit en veiligheidsgegevens duidelijk wordt besproken.
  • Schrijf farmacotherapie alleen voor in centra met zorgprofessionals met ervaring en bekwaamheid in deze farmacotherapeutische behandeling en een gespecialiseerd zorgpad voor obesitas, dat onderdeel is van een zorgnetwerk dat de leefstijlinterventie voldoende kan ondersteunen.
  • Stopcriteria: stop obesitas farmacotherapie indien er sprake is van:
    • Geen klinisch relevante BMI-daling of toename ondanks volledig gedoseerd gebruik na 3 maanden.
    • Geen verbetering in comorbiditeit. Als vooraf vastgestelde behandeldoelen (zoals verlaging systolische bloeddruk of verbetering glucosecontrole) niet zijn bereikt, ondanks adequate dosering na 3–6 maanden.
    • Bijwerkingen: Bij aanhoudende bijwerkingen ondanks dosis aanpassing. Bijvoorbeeld dagelijkse gastro-intestinale klachten (nausea, braken, diarree); pancreatitis. Het al dan niet stoppen hangt af van de ernst van de klachten en vraagt om een zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen. Op het moment dat misselijkheid nog aanwezig is, dient de dosis niet verhoogd te worden.
    • Intercurrente, acute ziekten. Bij ernstige intercurrente ziekten (bv. infecties, ziekenhuisopnames) overweeg tijdelijk pauzeren.
    • Zwangerschap.
    • Bij vermoeden van aan het medicijn gerelateerde vertraagde groei, skeletontwikkeling of puberteitsstoornissen. Stop totdat verdere diagnostiek is uitgevoerd.
    • Voedingsdeficiënties. Stop bij vermoeden van aan therapie gerelateerde ernstige tekorten van micro- of macronutriënten (bijv. B12), die persisteren ondanks dosis aanpassing en adequate substitutie niet normaliseren.
    • Monitor regelmatig of dosisaanpassing of voortzetting nodig is.
  • Zorg bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar voor een adequate transitie naar volwassen zorg (bijvoorbeeld een internist endocrinologie of een obesitas behandelteam voor volwassenen).
  • Genereer lange termijn follow up gegevens tijdens de behandeling. De centra monitoren behandeling op lange termijn en stellen deze gegevens beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek en/of een register, dat onafhankelijk van farmaceutische industrie functioneert.
  • Gebruik geen Naltrexon / buproprion en Tirzepatide in de behandeling van obesitas bij kinderen of adolescenten.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er is literatuur naar het effect van farmacotherapie (metformine, GLP-1ra en naltrexon bupropion) vergeleken met placebo bij kinderen en adolescenten met obesitas. Er is een Cochrane review geïncludeerd, waarvan zes geïncludeerde studies een follow-up duur van 12 maanden of langer hadden. Daarnaast zijn vier aanvullende studies, waarvan twee RCTs en twee observationele studies, geïncludeerd.

 

Metformine

Voor de cruciale uitkomstmaat BMI is met een lage bewijskracht gevonden dat metformine mogelijk leidt tot een verlaging van BMI. Voor de uitkomstmaat bloeddruk is geen effect van metformine gevonden. Voor de cruciale uitkomstmaten kwaliteit van leven en bijwerkingen kon geen richting worden gegeven vanwege een zeer lage bewijskracht.

Voor de belangrijke uitkomstmaat buikomvang is met een redelijke bewijskracht gevonden dat metformine mogelijk leidt tot een verlaging van de buikomvang.

 

GLP-1ra

Voor de cruciale uitkomstmaat systolische bloeddruk is met een redelijke bewijskracht gevonden dat GLP-1ra waarschijnlijk leidt tot een verlaging van systolische bloeddruk. Voor diastolische bloeddruk kon geen richting worden gegeven vanwege een zeer lage bewijskracht door o.a. inconsistentie resultaten en imprecisie. Voor de cruciale uitkomstmaat BMI en de belangrijke uitkomstmaat buikomvang kon geen richting worden gegeven voor GLP-1ra vanwege grote betrouwbaarheidsintervallen (imprecisie). Echter, met subgroep analyses is met een lage bewijskracht gevonden dat semaglutide mogelijk leidt tot een verlaging van BMI en buikomvang.

 

Kwaliteit van bewijs

De overall kwaliteit van bewijs is zeer laag. Dit betekent dat we zeer onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van metformine en GLP-1ra op de cruciale uitkomstmaten.

 

Er is afgewaardeerd vanwege:

  • Risk of Bias: methodologische beperkingen door gebreken in het randomisatieproces en blindering en sponsoring vanuit de industrie.
  • Imprecisie: onnauwkeurigheid, omdat het betrouwbaarheidsinterval een of meerdere grenzen voor klinische relevantie overschrijdt bij meerdere uitkomstmaten.

Naast gerandomiseerde gecontroleerde studies zijn enkele niet-vergelijkende, observationele onderzoeken gepubliceerd die in de overwegingen zijn meegenomen.

 

Dauleh (2024) rapporteerde bij 12 kinderen tussen de 12 en 18 jaar een gemiddelde BMI van 41,5 kg/m² op baseline, die na 72 weken behandeling met liraglutide daalde tot 39,54 kg/m². Boxel (2024) vond bij 14 kinderen een gemiddelde BMI-SDS van 3,49 (SD 0,42) op baseline, die na 12 maanden behandeling met semaglutide daalde tot 2,95 (SD 0,67).

 

Hieronder worden aanvullende overwegingen beschreven. Hierin zijn de geneesmiddelen specifieke uitkomsten, de evaluatie van de European Medical Association (EMA) en het label meegenomen:

  • Metformine: off-label voor indicatie obesitas. On-label voor indicatie diabetes melltus type 2 vanaf 10 jaar en ouder.
  • Liraglutide. In onze literatuuranalyse vonden we een gemiddeld verschil van 5,2% verlaging in BMI voor liraglutide. Op basis van het wetenschappelijk bewijs werd liraglutide bij beoordeling door EMA veilig en effectief bevonden en is on-label voor de volgende indicatie: adolescenten van 12 jaar en ouder met obesitas en een gewicht van meer dan 60 kg en kinderen van 6-12 jaar met obesitas en een gewicht van meer dan 45 kg. Uitgebreider informatie over doseringen, bijwerkingen en contraindicaties zijn voor Nederlandse kinderartsen te vinden in het kinderformularium.nl.
  • Semaglutide. In onze literatuuranalyse vonden we een gemiddeld verschil van 5,2% verlaging in BMI voor liraglutide en gemiddeld verschil van 16,7% verlaging in BMI voor semaglutide. Hierbij moet aangetekend worden dat dit slechts op basis van 1 RCT is. Op basis van dit wetenschappelijk bewijs werd semaglutide bij beoordeling door EMA veilig en effectief bevonden en is on-label voor de volgende indicatie: Semaglutide is geïndiceerd voor adolescenten van 12 jaar en ouder, als aanvulling op een caloriebeperkt dieet en verhoogde lichamelijke activiteit voor gewichtsbeheersing bij obesitas en een lichaamsgewicht van meer dan 60 kg. Obesitas is in het label gedefinieerd als (BMI ≥95e percentiel) zoals gedefinieerd op geslachts- en leeftijdsspecifieke BMI-groeicurves (CDC.gov). De behandeling met semaglutide moet worden stopgezet en opnieuw worden geëvalueerd als adolescenten hun BMI niet met ten minste 5% hebben verlaagd na 12 weken op de dosis van 2,4 mg of de maximaal verdragen dosis. Uitgebreider informatie over doseringen, bijwerkingen en contraindicaties zijn voor Nederlandse kinderartsen te vinden in het kinderformularium.nl.
  • Hierbij dient te worden opgemerkt dat er slechts beperkte literatuur beschikbaar is over de farmacokinetiek en -dynamiek van deze medicijnen bij adolescenten. Wel zijn ondertussen enkele observationele en real world studies verschenen die het beeld van de RCTs ondersteunen. Tevens werd eenzelfde conclusie getrokken in de recente clinical practice guideline van Canada waar de aanbeveling volgde om GLP-1ra behandeling te overwegen.
  • In de genoemde studies zijn telkens de volwassen doseringen gebruikt, terwijl dit mogelijk van invloed is op de effectiviteit en het bijwerkingenprofiel bij jeugdigen.
  • Naltrexon/Bupropion geen klinische trial of label voor kinderen of adolescenten.
  • Tirzepatide, geen klinische trial of label voor kinderen of adolescenten. Klinische trial is nog niet afgerond.

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Binnen de kinderleeftijd (<18 jaar) is de urgentie en noodzaak voor toegang tot farmacotherapeutische behandeling van obesitas hoog. Dit wordt breed gesignaleerd door kinderartsen binnen het NVK netwerk en door kinderen met obesitas en hun ouders. De behoefte aan aanvullende behandelopties ontstaat met name bij kinderen die door obesitas beperkingen ervaren in het dagelijks functioneren, zowel fysiek als mentaal. Fysiek, waaronder kortademigheid, verminderde conditie, inspanningsintolerantie, mobiliteitsproblemen en gewrichtsklachten. En mentaal, waaronder schaamte, laag zelfbeeld en pesten. Ook de aanwezigheid van co morbiditeiten, zoals diabetes type 2, hypertensie, intracraniële hypertensie, MASH en slaapapneu, draagt bij aan deze behandelvraag. Daarnaast zijn er kinderen waarbij bijkomende aandoeningen, zoals ernstige psychiatrische problematiek, een barrière vormen voor (deelname aan) leefstijlinterventies.

 

Gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR) hangt af van de ernst van obesitas en aanwezigheid van comorbiditeiten. Zie de richtlijn Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen voor een toelichting over de GGR. De kans op ernstige gezondheidsschade neemt toe naarmate GGR hoger is. Deze fysieke en psychosociale gevolgen leiden geregeld tot verminderde kwaliteit van leven en beperkingen in maatschappelijke participatie, zoals schoolverzuim, verminderde deelname aan sport, uitval uit stages en beperkingen in (bij)baanmogelijkheden.

 

Hoewel kinderen en ouders vaak aangeven behoefte te hebben aan aanvullende behandelopties, gaat het daarbij niet primair om “een middel” op zichzelf. Wat voor gezinnen centraal staat, is verlichting van de dagelijkse beperkingen die obesitas met zich meebrengt. Kinderen willen beter kunnen meedoen op school en sport, minder benauwdheid of pijn ervaren en een grotere sociale veiligheid voelen, met minder schaamte, stigmatisering en pesten. Het perspectief op verbeterde kwaliteit van leven vormt voor veel gezinnen een belangrijk motief om farmacotherapie te overwegen.

 

Tegelijkertijd leven er duidelijke zorgen en voorkeuren ten aanzien van medicamenteuze behandeling. Veel gezinnen zijn terughoudend vanwege prikangst of spanning rond injecties, en hebben vragen over de veiligheid op de lange termijn. Het idee van langdurig medicijngebruik roept regelmatig onzekerheid op, evenals bezorgdheid over wat er gebeurt bij het stoppen van de behandeling, zoals terugval of hernieuwde gewichtstoename. Belemmeringen in therapietrouw door factoren zoals medicijntekorten, wisselende beschikbaarheid en financiële lasten verdienen ook aandacht. Onderbrekingen in de behandeling leiden niet alleen tot praktische problemen, maar vormen ook een aanzienlijke emotionele belasting. Kinderen en ouders beschrijven gevoelens van stress, teleurstelling en onzekerheid wanneer een werkend middel tijdelijk of langdurig niet beschikbaar is. Continuïteit en betrouwbare beschikbaarheid van farmacotherapie zijn daarom belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle en duurzame behandeling van obesitas bij kinderen. Deze zorgen vragen expliciet om aandacht in het proces van gezamenlijke besluitvorming, zodat verwachtingen realistisch kunnen worden afgestemd en adequate ondersteuning kan worden geboden.

 

Kinderartsen melden bovendien een toenemende vraag naar obesitasmedicatie vanuit gezinnen, zoals blijkt uit de notulen van het NVK netwerk expertisegroep obesitas farmacotherapie. Tegelijkertijd wordt oneigenlijk en ongecontroleerd gebruik van deze medicatie gesignaleerd via commerciële aanbieders en online kanalen. Deze ontwikkelingen onderstrepen de behoefte aan veilige, effectieve en gecontroleerde inzet van farmacotherapeutische behandeling binnen een geïntegreerde, multidisciplinaire zorgstructuur. De huidige beschikbare behandelingen schieten in veel gevallen tekort om ernstig en extreem verhoogd GGR substantieel te verlagen, wat de roep om aanvullende behandelmogelijkheden verder vergroot.

 

Gewenste effecten

Gewenste effecten van obesitasmedicatie op relevante uitkomstmaat BMI is onderzocht en voor sommige middelen niet onderzocht (naltrexon/bupropion en tirzepatide), klein maar klinisch significant voor metformine, liraglutide en matig tot groot voor semaglutide.

 

Metformine is voornamelijk onderzocht bij adolescenten 10-18 jaar. Daar heeft het gemiddeld een effect op BMI van 0.2 SD daling (in combinatie met leefstijlinterventie).

 

Liraglutide is onderzocht bij kinderen en adolescenten van 6 jaar en ouder. Liraglutide heeft gemiddeld een bescheiden effect op BMI 5-10% daling (extra bovenop het effect van leefstijlinterventie)

 

Semaglutide is onderzocht, EMA veilig en effectief bevonden bij adolescenten van 12-18 jaar. Semaglutide heeft gemiddeld een sterker effect op BMI dan liraglutide of metformine, met een gemiddelde daling van 13-20%. Daarnaast daalde 45% van de kinderen in de semaglutide groep van obesitas naar overgewicht of normaal gewicht.

 

Individuele effecten kunnen sterk verschillen. 

 

Gewenste effecten van obsitasmedicatie op relevante uitkomstmaten: buikomtrek, co-morbiditeiten en kwaliteit van leven zijn onvoldoende onderzocht bij kinderen. Bij volwassenen zijn deze maten wel onderzocht en is een positief effect gevonden op buikomtrek en multipele comorbiditeiten zoals DM2, cardiovasculaire aandoeningen, nefropathie, OSAS en artrose (McGowan, 2025).

 

Ongewenste effecten

Bijwerkingen per middel:

Metformine:

  • De kans op ernstige bijwerkingen is klein.
  • De kans op milde bijwerkingen is groot. Maag-darmkanaal klachten treden vaak op aan het begin van de behandeling en zijn meestal van voorbijgaande aard.  De studies naar bijwerkingen van metformine voor de indicatie obesitas zijn schaars. Metformine wordt sinds enkele decaden gebruikt bij DM2, waar veel ervaring is opgedaan met mogelijke bijwerkingen.   Metformine is niet voor de indicatie obesitas geregistreerd en wordt off-label toegepast. . 
  • De meest voorkomende bijwerkingen zijn maag-darm bijwerkingen, zoals misselijkheid en diarree. Om deze bijwerkingen zoveel mogelijk te beperken wordt een lage startdosering die langzaam opgebouwd. Daarbij wordt de dosering aangepast op de mate van impact van de bijwerkingen op het functioneren.
  • Een zeldzame maar ernstige bijwerking is lactaat acidose. Deze treedt vooral op als de concentratie metformine in het bloed verhoogd raakt, bijvoorbeeld door uitdroging of verminderde klaring. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nierproblemen of tijdens intercurrente ziekten met braken/diarree.

Liraglutide:

  • De kans op milde bijwerkingen is groot. Maag-darmkanaal klachten treden vaak op aan het begin van de behandeling en zijn meestal van voorbijgaande aard. Om deze bijwerkingen zoveel mogelijk te beperken wordt een lage startdosering die langzaam opgebouwd. Daarbij wordt het tempo van ophogen en de dosering aangepast op de mate van impact van de bijwerkingen op het functioneren.
  • De kans op ernstige bijwerkingen op korte termijn is klein. Een zeldzame maar belangrijke gemelde bijwerking is acute pancreatitis. Dit is waargenomen bij het gebruik van GLP-1ra. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van pancreatitis.
  • Lange termijn bijwerkingen (>5 jaar) is bij kinderen nog niet bekend.

Semaglutide:

  • De kans op milde bijwerkingen is groot. Maag-darmkanaal klachten treden vaak op aan het begin van de behandeling en zijn meestal van voorbijgaande aard. Om deze bijwerkingen zoveel mogelijk te beperken wordt een lage startdosering die langzaam opgebouwd. Daarbij wordt het tempo van ophogen en de dosering aangepast op de mate van impact van de bijwerkingen op het functioneren.
  • De kans op ernstige bijwerkingen op korte termijn is klein. Een zeldzame maar belangrijke gemelde bijwerking is acute pancreatitis. Dit is waargenomen bij het gebruik van GLP-1ra bij volwassenen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van pancreatitis. Zeer zeldzaam (1 op de 10.000 mensen): niet-arteriële anterieure ischemische optische neuropathie (NAION). Een oogaandoening die tot verlies van het gezichtsvermogen kan leiden. 
  • Lange termijn bijwerkingen (>5jaar) zijn bij adolescenten nog niet bekend.

Tirzepatide:

Bij kinderen en adolescenten geen onderzoeken bekend.

 

Natrexon/Buproprion:

Bij kinderen en adolescenten geen onderzoeken bekend.

 

Kostenaspecten

Maatschappelijke impact en economische overwegingen:

  • Prevalentie is hoog, groeiend probleem. Veel uitval uit maatschappelijke deelname (zoals school) door mentale en fysieke gevolgen van obesitas.
  • Er zijn geen Nederlandse kosteneffectiviteit studies bij kinderen of adolescenten bekend.
    • Er is een aanzienlijke variatie in kosten tussen de verschillende middelen (Zorginstituut Nederland | Medicijnkosten.nl, geraadpleegd april 2026).
    • Daarbij veranderen de kosten van GLP-1ra nog veel in de tijd. Een grove indicatie van de kosten rond april 2026. De variatie hangt af van dosis en middel:
      • Metformine ~3-4 euro per maand
      • Liraglutide ~50-250 euro per maand
      • Semaglutide ~50-250 euro per maand

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Gelijkheid betekent dat de te leveren zorg/interventie ongeacht gender, geslacht, etniciteit, woonplaats en sociaal-economische status niet leidt tot verschillen in gezondheidsgelijkheid.

 

Metformine wordt vergoed binnen de zorgverzekering, maar liraglutide en semaglutide worden momenteel niet vergoed binnen de zorgverzekering. Dit vergoedingssysteem leidt momenteel tot zorgongelijkheid. Slechts een klein deel van de ouders is in staat om liraglutide of semaglutide zelf te betalen.

 

De interventie leidt mogelijk tot verlaging van zorgongelijkheid indien medicatie vergoed wordt binnen de zorgverzekering. Obesitas treft onevenredig vaak het deel van de bevolking met een laag sociaal economisch profiel. Dit geeft verhoogd risico op gezondheidsschade in dit deel van de bevolking. Effectieve behandeling tegen obesitas kan dit gezondheidsverschil verkleinen.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De interventie kan de volgende ethische dilemma’s opleveren:

  • De lange termijn effecten (>5jaar) van obesitasmedicatie bij kinderen is nog onbekend. Hier staat tegenover dat er wel lange termijn ervaring is bij kinderen en volwassenen met diabetes mellitus (ander label en andere dosering), en bij volwassenen met obesitas (hetzelfde label en dezelfde dosering).
  • Veiligheid en bijwerkingen. Het bijwerkingenprofiel voor kinderen is beperkt onderzocht de invloed op groei en puberteit. Tot nu toe zijn er geen bijwerkingen op groei of puberteit gemeld. Je wil zeker weten dat de interventie en mogelijke bijwerkingen opwegen tegen de mogelijke gezondheidsschade van de obesitas. De huidige stand van zaken is dat er veel kans is op milde bijwerkingen en een lage kans op ernstige bijwerkingen.
  • Kan onethisch zijn om het obesitasmedicatie niet te geven als het gezondheidsrisico extreem is.
  • Leefstijlinterventie en het succes daarvan als voorwaarde stellen alvorens obesitasmedicatie kan worden gestart kan ethische dilemma’s opleveren:
    • Wie bepaalt of er voldoende aan leefstijl is gedaan?
    • GLI is niet overal beschikbaar, wat als kinderen geen toegang hebben tot GLI?
    • Sommige kinderen zijn niet in staat tot GLI (denk aan syndromale kinderen met ernstige beperkingen, adolescenten met psychoses, kinderen met hypothalame obesitas door een hersentumor.
    • Schrijnende gevallen kunnen niet wachten op (implementatie van) GLI. Denk bijvoorbeeld aan kinderen die opgenomen worden wegens obesitas complicaties of niet voor operatie in aanmerking komen omdat de chirurg pas aan operatie wil beginnen als patient sterk is afgevallen (vanwege operatierisico)

Voor sommige gezinnen kan het advies om eerst een leefstijlinterventie te volgen als belastend worden ervaren of als een vorm van afwijzing worden gezien, met name wanneer er omstandigheden zijn die deelname aan dergelijke trajecten ernstig bemoeilijken. Het is van belang te benadrukken dat een onvoldoende effect van leefstijlinterventies niet automatisch wijst op gebrek aan motivatie of inzet van het kind of het gezin. Het expliciet erkennen van deze diversiteit aan belemmerende factoren helpt stigmatisering te voorkomen en ondersteunt een respectvolle, gezamenlijke besluitvorming over vervolgstappen in de behandeling.

 

Duurzaamheid

Er is hierover geen informatie beschikbaar.

 

Haalbaarheid

De interventie lijkt haalbaar. De interventie is over het algemeen al geprotocolleerde zorg in de praktijk van kinderartsen met een gespecialiseerde obesitas zorgpad. De werkgroep voorziet ook belemmeringen rondom en personele capaciteit: op de korte termijn zal er een toename van patiëntenzorg zijn. Dit kan een knelpunt opleveren vanwege beperkingen in beschikbaarheid van gespecialiseerde zorgverleners en het beschikbaar zijn van de netwerk aanpak ondergebracht bij de Jeugdgezondheidszorg en 1e lijn. Naar verwachting zal het op de lange termijn een afname van patiëntenzorg geven vanwege een verwachtte afname van obesitas gerelateerde klachten en comorbiditeiten. Echter, het is waarschijnlijk dat de toename van zorg en de afname van zorg bij verschillende (onderdelen van de) beroepsgroepen terecht komen.

 

De werkgroep voorziet belemmeringen rondom financiële aspecten zoals of het medicijn al of niet wordt toegelaten voor vergoeding in het basispakket van de verzekering.

 

Rationale van aanbeveling-1: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Obesitas is een chronisch recidiverende ziekte die tot gezondheidsschade op mentaal en fysiek niveau leidt. Daarbij gaat obesitas, afhankelijk van de ernst (graad 1,2,3) gepaard gaat met (respectievelijk matig, ernstig, extreem) gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico door complicaties en comorbiditeiten. Hierdoor is er grote urgentie en behoefte aan effectieve behandeling. Nieuwe farmacotherapeutische behandelingen (GLP-1ra) zijn door EMA veilig en effectief bevonden en on-label beschikbaar voor kinderen vanaf 6 jaar en ouder. Bij kinderen zijn de studies beperkt en lange termijn resultaten (>5 jaar) ontbreken nog. Wel is er in grote aantallen en ook lange termijn ervaring met deze geneesmiddelen bij volwassenen met obesitas en bij patiënten met diabetes mellitus. Farmacotherapie heeft in Internationale richtlijnen voor kinderen (zoals de AAP Guidelines voor children and adolescents with obesitas en de Canadian Pediatric Obesity Clinical Practice Guideline) een plek gekregen en wordt toenemend in de dagelijkse praktijk, ook bij Nederlandse kinderartsen, gebruikt. Er is behoefte aan een Nederlandse richtlijn met aanbevelingen rondom plaatsbepaling en gebruik van farmacotherapie in de behandeling van kinderen met obesitas.

 

Eindoordeel:

Zwakke aanbeveling voor

 

Rationale van aanbeveling-2: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Naltrexon/buproprion: voor dit middel zijn geen (gecontroleerde) studies gepubliceerd over het gebruik bij bij kinderen of adolescenten. Vanwege het ontbreken van bewijs wordt Naltrexon/buproprion niet aanbevolen.

 

Tirzepatide: voor dit middel zijn geen (gecontroleerde) studies gepubliceerd over het gebruik bij kinderen of adolescenten. Vanwege het ontbreken van bewijs wordt Tirzepatide niet aanbevolen.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling tegen

Onderbouwing

The prevalence of obesity is children in the Netherlands is 3-4%. Obesity leads to physical and mental complaints, a high morbidity due to complications and reduced life expectancy. The basis of treatment is combined lifestyle intervention (CLI). CLI has an average effect of 5% on BMI reduction which is often insufficient to reduce the weight related health risk. Since 2020, EMA approved anti-obesity pharmacotherapy, has become available for children/adolescents (Hample, 2023; Ball, 2025). Internationally and nationally, pharmacotherapy is being implemented in the care for children with obesity. Now, Dutch guideline recommendations are needed for its indications.

Metformin

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

control

metformin

BMI SDS

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 241 participants in 3 studies

 

 

Mean

 

Mean

Low

due to serious risk of bias and imprecision1

Metformin may result in a lower BMI SDS

Difference: MD 0.21 lower

(CI 95% 0.63 lower - 0.21 higher)

Waist circumference

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 150 participants in 1 studies

 

 

Mean

 

Mean

Low

due to serious risk of bias and imprecision2

Metformin may result in a lower waist circumference

Difference: MD 1.93 lower

(CI 95% 3.14 lower - 0.70 lower)

Diastolic blood pressure

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 69 participants in 1 studies

 

 

Mean

 

Mean

Low

due to serious risk of bias and imprecision3

Metformin may result in little to no difference in diastolic blood pressure

Difference: MD 0.20 lower

(CI 95% 0.55 lower - 0.15 higher)

Systolic blood pressure

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 69 participants in 1 studies

 

 

Mean

 

Mean

Low

due to serious risk of bias and imprecision4

Metformin may result in little to no difference in systolic blood pressure

Difference: MD 0.11 lower

(CI 95% 0.59 lower - 0.36 higher)

Quality of life

 

Based on data from 42 participants in 1 studies

 

Van der Aa (2016) reported a median change of 2.6 (0.2 to 5.7) in the metformin group, compared to a median change of 5.2 (-2.2 to 9.6) in the control group.

Very low

due to serious risk of bias and imprecision5

We are uncertain of the effects of metformin on adverse events

Adverse events

 

Based on data from 69 participants in 1 studies

 

Clarson (2014) reported no severe medication related adverse events. 

Very low

due to serious risk of bias and imprecision6

We are uncertain of the effects of metformin on adverse events

Discontinuation rates

 

Based on data from 42 participants in 1 studies

 

 Van der Aa (2016) reported two participants (8.7%) in the metformin group discontinued the study; no participants in the control group discontinued due to adverse events.

Very low

due to serious risk of bias and imprecision

We are uncertain of the effects of metformin on discontinuation rates

  1. Risk of Bias: serious. Lack of details on allocation concealment, Frequent or large difference between study groups in loss to follow-up.; Imprecision: serious. Wide confidence intervals;
  2. Risk of Bias: serious. Frequent or large difference between study groups in loss to follow-up.; Imprecision: serious. Wide confidence intervals; Only data from one study.
  3. Risk of Bias: serious. Lack of details on allocation concealment, Frequent or large difference between study groups in loss to follow-up.; Imprecision: serious. Wide confidence intervals; Only data from one study.
  4. Risk of Bias: serious. Lack of details on allocation concealment, Frequent or large difference between study groups in loss to follow-up.; Imprecision: serious. Wide confidence intervals; Only data from one study.
  5. Risk of Bias: serious. Lack of details on allocation concealment, Frequent or large difference between study groups in loss to follow-up.; Imprecision: serious. Wide confidence intervals; Only data from one study.
  6. Risk of Bias: serious. Lack of details on allocation concealment.; Imprecision: serious. Only data from one study.

GLP-1 agonist

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

control

GLP1-agonist

 

BMI

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 484 participants in 3 studies

 

 

Mean

 

Mean

Very low

due to serious risk of bias and very serious risk of imprecision1

We are uncertain whether GLP-1 agonists increase or decrease BMI

Difference: MD 9.47 lower

(CI 95% 20.25 lower - 6.26 higher)

Waist circumference

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 484 participants in 3 studies

 

 

Mean

 

Mean

Very low

due to serious risk of bias and very serious risk of imprecision2

We are uncertain whether GLP-1 agonists increase or decrease waist circumference

Difference: MD 6.15 lower

(CI 95% 15.56 lower - 6.85 higher)

Diastolic blood pressure

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 484 participants in 3 studies

 

 

Mean

 

Mean

Very low

due to serious risk of bias and inconsistency and very serious risk of imprecision3

We are uncertain whether GLP1- agonists increase or decrease diastolic blood pressure

Difference: MD 1.12 lower

(CI 95% 7.78 lower - 5.55 higher)

Systolic blood pressure

 

Measured by:

Scale:  -  Lower better

Based on data from 484 participants in 3 studies

 

 

Mean

 

Mean

Moderate

due to serious risk of bias4

GLP1- agonists probably results in a lower systolic blood pressure

Difference: MD 2.05 lower

(CI 95% 2.32 lower - 1.79 lower)

Quality of life

 

Based on data from 402 participants in 2 studies

 

Kelly (2020) reported a mean difference of 1.31 (−1.57 to 4.20). Weghuber (2022) reported a mean difference of 4.3 (0.2 to 8.3).

Low

due to serious risk of bias and imprecision5

GLP1-agonists may result in little to no difference in quality of life

Adverse events

 

Based on data from 283 participants in 2 studies

 

Weghuber (2022) reported a RR of 0.98 (0.85 to 1.12). Fox (2025) reported a RR of 1.01 (0.86 to 1.19). 

Moderate

due to serious risk of bias6

GLP1-agonists probably results in little to no difference in adverse events

Discontinuation rates

 

Relative risk: 1.47

(CI 95% 0.35 - 6.22)

Based on data from 212 participants in 2 studies

 

8

per 100

12

per 100

Very low

due to serious risk of bias and imprecision

We are uncertain of the effect of GLP1-agonists on discontinuation rates

Difference: 4 more per 100

(CI 95% 5 fewer - 42 more)

  1. Risk of Bias: serious. Usually commercially funded studies.; Imprecision: very serious. Wide confidence intervals;
  2. Risk of Bias: serious. Usually commercially funded studies.; Imprecision: very serious. Wide confidence intervals;
  3. Risk of Bias: serious. Usually commercially funded studies.; Inconsistency: serious. Inconsistent results; Imprecision: very serious. Wide confidence intervals;
  4. Risk of Bias: serious. Usually commercially funded studies.;
  5. Risk of Bias: serious. Usually commercially funded studies.; Imprecision: serious. Wide confidence intervals;
  6. Risk of Bias: serious. Usually commercially funded studies.;

Description of studies

A total of five studies were included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’).

 

Torbahn (2024) conducted a Cochrane systematic review and meta-analyses. The systematic review included studies published from 1 January 2016 to 17 March 2023. All studies included in de previous Cochrane review (Mead, 2016) were carried forward. The review included RCTs of children and adolescents with obesity aged <19 years. Interventions included any antiobesity medication, which aimed to treat paediatric obesity. The intervention had to be ≥ 12-weeks with a minimum of 6 months follow-up from baseline. Comparators could be placebo, usual care and/or other therapies including surgical interventions. Torbahn (2024) included 35 trials, of which we selected six studies that met our PICO and follow-up length of at least 12 months.

 

Kelly (2023) conducted a post hoc analysis of the double-blind, phase 3a randomized controlled Semaglutide Treatment Effect in People with obesity (STEP) TEENS trial. The study was conducted at 37 sites across eight countries, and included adolescents aged 12 to <18 years, with BMI ≥95th percentile or with BMI ≥85th percentile with at least one weight-related comorbidity.

 

Babakir (2025) conducted a retrospective cohort study at a specialized children’s hospital in Saudi Arabia. Inclusion criteria were children and adolescents aged 12 – 14 years with simple obesity who were evaluated in the pediatric endocrinology clinics from January 2019 to December 2022.

 

Ruiz Pons (2025) conducted a retrospective observational study in adolescent patients aged 12 – 18 years with obesity (BMI ≥ P95) at the nutrition and metabolic disease unit of a tertiary care hospital in Spain between February 2022 and January 2024.

 

Fox (2025) conducted a phase 3a randomized controlled trial (the SCALE kids trial). The study was conducted at 23 sites across nine countries, and included children aged 6 to <12 years with obesity (age-adjusted and sex-adjusted BMI in the 95th percentile or higher).

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Follow-up

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)*

Included in Torbahn (2024)

author, year

 

Bassols, 2019

N at baseline

Intervention: 13

Control: 9

 

Age (mean, SE)

Intervention: 8.8 (0.6) y

Control: 10.0 (0.5) y

 

Sex

Intervention: 33% girls

Control: 44% girls

Intervention:

Metformin, once daily 850mg/d

 

Control: placebo

 

24 months

BMI

-

Low (all outcomes)

Clarson, 2014

N at baseline

Intervention: 36

Control: 33

 

Age (mean, SD)

Intervention: 13.4 (2.1)

Control: 14.3 (2.0)

 

Sex

Intervention: 41% girls

Control: 61% girls

Intervention:

Metformin extended-release starting 500 mg up to 2000 mg/d

 

Control: placebo

 

Co-intervention: 12 weekly group behaviour change

sessions based on the group-mediated cognitivebehavioural

intervention model

24 months

BMI, safety

-

Some concerns (all outcomes)

Van der Aa, 2016

N at baseline

Intervention: 23

Control: 19

 

Age (median, IQR)

Intervention: 13.6 (IQR 12.6–15.3). y

Control: 12.0 (IQR 11.3–14.0)

 

Sex

Intervention: 73.9% girls

Control: 57.9% girls

Intervention:

Metformin immediate release up to 2 g/d

 

Control: placebo

 

Co-intervention: physical training

 

18 months

BMI, QoL

-

Low (all outcomes)

Warnakulasuriya, 2018

N at baseline

Intervention: 68

Control: 82

 

Age (mean, SD)

Intervention: 11.9 (2.2) y

Control: 12.3 (2.3)

 

Sex

Intervention: 41% girls

Control: 42% girls

Intervention:

Metformin: 8–10 year: oral, 250 mg daily for a week

and increased to 250 mg twice daily for a week and thereafter 500 mg twice daily;

11–16 years: 500 mg daily for 1 week and increased to 500 mg twice daily for a week and thereafter 1 g twice daily

 

Control: placebo

 

Co-intervention: Diet and exercise

12 months

BMI, waist circumference, blood pressure

-

Some concerns (all outcomes)

Kelly, 2020

N at baseline

Intervention: 125

Control: 126

 

Age (mean, SD)

Intervention: 14.6 (1.6) y

Control: 14.5 (1.6) y

 

Sex

Intervention: 67% girls

Control: 62% girls

Intervention:

Liraglutide: subcutaneously, once daily, 3 mg/d. Initial dose 0.6 mg/d for 1 week, increased

weekly until maximum tolerated dose or 3.0 mg/d

 

Control: placebo

 

Co-intervention: counselling about healthy nutrition and

physical activity for weight loss

56 weeks

BMI, waist circumference, blood pressure, QoL, adverse events

Funded by Novo Nordisk

Some concerns (all outcomes)

Weghuber, 2022

N at baseline

Intervention: 134

Control: 67

 

Age (mean, SD)

Intervention: 15.5 (1.5) y

Control: 15.3 (1.6) y

 

Sex

Intervention: 63% girls

Control: 61% girls

Intervention:

Semaglutide: subcutaneous injection, weekly, dose escalation period 16 weeks, from 0.25 mg escalation every 4 weeks to 0.5, 1.0, 1.7, and 2.4 mg/maximum

tolerated dose

 

Control: placebo

 

Co-intervention: lifestyle intervention

68 weeks

BMI, waist circumference, blood pressure, QoL, adverse events

Funded by Novo Nordisk

Some concerns (all outcomes)

Individual studies

author, year

 

Kelly, 2023

N at baseline

Intervention: 133

Control: 67

 

Age (mean, SD): 15.4 y

 

Sex: 62% girls

 

Intervention: once-weekly subcutaneous

semaglutide 2.4 mg

 

Control: Placebo

 

68 weeks

Proportion of participants achieving normal weight or

overweight

Funded by Novo Nordisk

Some concerns (all outcomes)

Babiker, 2025

N at baseline

Intervention: 69

Control: 69

 

Age (mean, SD):

Intervention: 13.4 (0.9) y

Control: 13.4 (0.9) y

 

Sex: 49% girls

Intervention: Liraglutide + combined lifestyle modification

 

Control:   combined lifestyle modification alone

 

9-12 months

BMI

-

Some concerns (all outcomes)

Ruiz Pons, 2025

N at baseline

Intervention: 31

Control: 31

 

Age (mean, SD):

Intervention: 14.3 (1.3) y

Control: 14.2 (1.3) y

 

Sex: 48% girls

Intervention: Liraglutide + lifestyle modification

 

Control: lifestyle modification alone

 

12.5 months

BMI, waist circumference, safety

-

Some concerns (all outcomes)

Fox, 2025

N at baseline

Intervention: 56

Control: 26

 

Age (mean, SD):

Intervention: 10 (2) y

Control: 10 (2) y

 

Sex: 46% girls

Intervention: once-daily subcutaneous liraglutide at a

dose of 3.0 mg (or the maximum tolerated dose)

 

Control: placebo, plus lifestyle interventions

56 weeks

BMI, waist circumference, blood pressure, adverse events

Funded by Novo Nordisk

Some concerns (all outcomes)

*For further details, see risk of bias table in the appendix

 

Results

In total, four studies reported on the effects of metformin and six studies reported on the effects of GLP-1 agonists, of which two studies reported on the effects of semaglutide and four studies reported on the effects of liraglutide. Eight of these studies were RCTs and two studies were observational studies. None of the included studies reported on the effects of tirzepatide or naltrexon bupropion.

 

BMI

All included studies reported the effect of pharmacotherapy on BMI (Fox, 2025; Kelly, 2020; Ruiz Pons, 2025; Weghuber, 2022; Van der Aa, 2016; Kelly, 2023, Clarson, 2014; Bassols, 2019; Babakir, 2025; Warnakulasuriya, 2018). Four studies reported the percentage change of BMI (Fox, 2025; Kelly, 2020; Ruiz Pons, 2025; Weghuber, 2022), one study reported the median (interquartile range) BMI-SDS (Van der Aa, 2016), one study reported the proportion of children achieving a normal weight (Kelly, 2023), one study reported change in BMI (Babakir, 2025) and three studies reported change in BMI z score (Clarson, 2014; Bassols, 2019; Warnakulasuriya, 2018).

 

Metformin

Three studies reported on the effect of metformin on BMI (Clarson, 2014; Bassols, 2019; Warnakulasuriya, 2018). The pooled data shows a mean difference (MD) of -0.21 (95% CI: -0.63 to 0.21) change in BMI-SDS, in favor of the metformin group (figure 1). This difference is considered clinically relevant.

 

In addition, Van der Aa (2016) reported a median change in BMI SDS of -0.12 (-0.50 to 0.08) in the metformin group, compared to a median change of 0.04 (-0.24 to 0.10) in the control group.

 

Figure 1. Forest plot of pooled analysis of the effect of metformin on change in BMI-SDS

 

Liraglutide

Three studies, of which two RCTs (Kelly, 2020; Fox, 2025) and one observational study (Ruiz Pons, 2025), reported on the effect of liraglutide on BMI (Kelly, 2020; Fox, 2025; Ruiz Pons, 2025).

The two RCTs showed a mean difference of -5.20% (95% CI: -19.26% to 8.87%) change in BMI, in favor of the liraglutide group (figure 2). The SMD is -2.99% (95%CI: -30.65% to 24.67%). This difference is considered clinically relevant.

 

The observational study showed a mean difference of -6,89% (95% CI: - 8.85 to -4.93%) change in BMI, in favor of the liraglutide group (figure 2). The SMD is -2.12% (95%CI: -2.89% to -1.35%). This difference is considered clinically relevant.

 

Figure 2. Forest plot of pooled analysis of the effect of liraglutide on change in BMI

 

Semaglutide

Three studies, of which two RCTs (Weghuber, 2022; Kelly, 2023) and one observational study (Babakir, 2025), reported on the effect of semaglutide on BMI. Weghuber (2022) reported a mean difference of -16.70% (-20.3% to -13.2%), in favor of the semaglutide group. The SMD is -1.37 (-1.70 to -1.05). This difference is considered clinically relevant.

 

In addition, Kelly (2023) reported that in the semaglutide group, 44.9% of the children achieved a normal weight or overweight, compared to 12.1% in the control group.

 

The observational study (Babakir, 2025) reported a mean difference of -1.10 (-3.75 to 1.55) for T3 versus baseline in the semaglutide group compared to a mean difference of -0.14 (-2.82 to 2.54) in the control group. This difference was not considered clinically relevant.

 

Waist circumference

Four studies reported the effect of pharmacotherapy on waist circumference (Kelly, 2020; Weghuber, 2022; Ruiz Pons, 2025; Fox, 2025).

 

Metformin

Warnakulasuriya (2018) reported on the effect of metformin on waist circumference. The mean difference was -1.93 (-3.14 to -0.70) cm, in favor of the metformin group. This difference was considered clinically relevant.

 

Liraglutide

Three studies, of which two RCTs (Kelly, 2020; Fox, 2025) and one observational study (Ruiz Pons, 2025), reported on the effect of liraglutide on waist circumference. The two RCTs showed a mean change in waist circumference of -2.93 (95% CI: -3.10 to -2.76) cm, in favor of the liraglutide group (figure 3). This difference is considered clinically relevant.

 

The observational study showed a mean change in waist circumference of -4.81 (95% CI: - 6.68 to -2.76%) cm, in favor of the liraglutide group (figure 3). This difference is considered clinically relevant.

 

Semaglutide

Weghuber (2022) reported on the effect of semaglutide on waist circumference. The mean difference was -12.10 (-15.6 to -8.6) cm, in favor of the semaglutide group. This difference was considered clinically relevant.

 

Figure 3. Forest plot of pooled analysis of the effect of liraglutide on change in waist circumference

 

Cardiometabolic risk factors

Blood pressure

Four studies reported the effect of pharmacotherapy on blood pressure (diastolic and systolic) (Clarson, 2014; Kelly, 2020; Weghuber, 2022; Fox, 2025).

 

Metformin

Clarson (2014) reported on the effect of metformin on blood pressure. The mean difference was in diastolic blood pressure was -0.20 (-0.55 to 0.15) mm HG, in favor of the metformin group. The SMD was -0.27 (-0.75 to 0.20). This difference was not considered clinically relevant.

 

The mean difference in systolic blood pressure was -0.07 (-0.37 to 0.23) mm HG, in favor of the metformin group. The SMD was -0.11 (-0.59 to 0.36). This difference was not considered clinically relevant.

 

Liraglutide

Two studies on the effect of liraglutide on diastolic blood pressure (Kelly, 2020; Fox, 2025). The mean difference in diastolic blood pressure was -1.06 (-35.15 to 11.01) mm Hg, in favor of the liraglutide group (figure 4). The SMD is 0.67 (-13.55 to 14.88). This difference was considered clinically relevant.

 

The mean difference in systolic blood pressure was -2.06 (-3.16 to -0.95) mm Hg, in favor of the liraglutide group (figure 5). The SMD is -1.37 (-2.59 to -1.95). This difference was considered clinically relevant.

 

Figure 4. Forest plot of pooled analysis of the effect of liraglutide on change in diastolic blood pressure

 

 

Figure 5. Forest plot of pooled analysis of the effect of liraglutide on change in systolic blood pressure

 

Semaglutide

Weghuber (2022) reported on the effect of semaglutide on diastolic blood pressure. The mean difference was -0.60 (-3.00 to 1.80) mm Hg, in favor of the semaglutide group. The SMD is -0.07 (-0.37 to 0.22). This difference was not considered clinically relevant.

 

The mean difference in systolic blood pressure was -1.90 (-4.95 to 1.15) mm Hg, in favor of the semaglutide group. The SMD is -0.18 (-0.48 to 0.11). This difference was not considered clinically relevant.

 

Quality of life (generic or weight related)

Three studies reported the effect of pharmacotherapy on quality of life (Kelly, 2020; Weghuber, 2022; Van der Aa, 2016), all using the Impact of Weight on Quality of Life – Kids (IWQOL-Kids) questionnaire.

 

Metformin

Van der Aa (2016) reported a median change in total IWQOL-score of 2.6 (0.2 to 5.7) in the metformin group, compared to a median change of 5.2 (-2.2 to 9.6) in the control group. This difference is not considered clinically relevant.

 

Liraglutide

Kelly (2020) reported a mean difference of 1.31 (−1.57 to 4.20) between the liraglutide group and the placebo group. This difference is not considered clinically relevant.

 

Semaglutide

Weghuber (2022) reported a mean difference of 4.3 (0.2 to 8.3) between the semaglutide group and the placebo group. This difference is not considered clinically relevant.

 

Adverse events or side effects

Four studies reported on the outcome measure adverse events (Clarson, 2014; Weghuber, 2022; Fox, 2025; Ruiz Pons, 2025).

 

Metformin

Clarson (2014) reported no severe medication related adverse events.

 

Liraglutide

One RCT (Fox, 2025) reported 50/56 (89%) adverse events in the liraglutide group compared to 23/26 (88%) in the control group. The RR is 1.01 (0.86 to 1.19). One observational study (Ruiz Pons, 2025) reported that the most frequent adverse events were gastrointestinal, especially abdominal pain, however no numbers were provided in the article. These differences are not considered clinically relevant.

 

Semaglutide

Weghuber (2022) reported that 105/131 (79%) in the semaglutide group compared to 55/67 (82%) in the control group experience an adverse event. The RR is 0.98 (0.85 to 1.12). This difference is not considered clinically relevant.

 

Discontinuation rates (or medication adherence/treatment adherence)

Four studies reported discontinuation rates (Van der Aa, 2016; Kelly, 2023; Ruiz Pons, 2025; Foz, 2025).

 

Metformin

Van der Aa (2016) reported two participants (8.7%) in the metformin group who discontinued the study due to adverse effects: one due to severe nausea despite dose reduction, and one due to abdominal pain. No participants in the control group discontinued due to adverse events.

 

Liraglutide

One RCT (Fox, 2025) reported that six participants (11%) in the liraglutide group discontinued the study because of adverse events. No discontinuations due to adverse events occurred in the

control group.

 

One observational study (Ruiz Pons, 2025) reported that five participants (16%) in the liraglutide group discontinued the study. In addition, eleven patients reported difficulties with adhering to treatment consistently due to shortages in pharmacies and/or the financial cost to the family.

 

Semaglutide

Kelly (2023) reported 14 participants in the semaglutide group (10.5%) who discontinued the study: six due to adverse events, two due to protocol violation, one due to pregnancy, one due to withdrawal of consent and four due to other reasons. In the control group, seven participants (10.4%) discontinued the study: four due to adverse events, one due to protocol violation, one due to withdrawal of consent and one other reason. 

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What is the effect of pharmacotherapy in children and adolescents with obesity on health outcomes?

 

Table 1. PICO

Patients

children and adolescents (age < 18 y) with obesity

Intervention

Metformin;

GLP-1ra: liraglutide, semaglutide, tirzepatide;

Naltrexon bupropion

Control

Placebo, treatment as usual

Outcomes

•             Quality of life

•             BMI

•             Waist circumference

•             Cardiometabolic risk factors

•             Adverse events or side effects

•             Discontinuation rates (or medication adherence/treatment adherence)

Other selection criteria

Minimal follow-up: 1 year

 

Relevant outcome measures

The guideline panel considered BMI, quality of life, cardiometabolic risk factors and adverse events as critical outcomes measure for decision making; and waist circumference and discontinuation rates as important outcomes measure for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following as a minimal clinically (patient) important differences:

  • BMI z-score or BMI-SDS ³ 0.2 SD.
  • Quality of life:
    • ∆PedsQL ³ 4.4.
    • ∆IWQoL ³ 4.8;
  • Waist circumference:
    • change ³ 1 cm;
    • z-score ³ 0,1 SD.

For all other outcomes, a difference of 25% (RR < 0.75 or > 1.25) for dichotomous outcomes or -0.5 < SMD > 0.5 for continuous outcomes was used as a minimal clinical difference.

 

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from 2015 to the 24th of Juli 2025 for systematic reviews, RCTs and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from three primary search concepts: (1) obesity; (2) children; (3) medication. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 1246 records were imported for title/abstract screening. Titles and abstracts were screened using the ASReview software. The settings ELAS u4 (TF-IDF and SVM) were used. Weghuber (2022) was used as prior knowledge for inclusion. The articles were screened by the guideline methodologist, using the following stopping rule: stop after 10% of the total set subsequent exclusions. Based on title and abstract, 60 articles were initially selected, and 1186 studies were excluded. After screening the full-text articles, one systematic review and four additional studies were included, and 55 studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods).

  1. Babiker A, Alfaraidi H, Aljarallah G, Albaraki J, Alharbi R, Alsomali N, Alkhalaf A, Yenugadhati N, Al Juraibah F, Al Alwan I. The metabolic effect of combined liraglutide treatment and lifestyle modification on obese adolescents in a tertiary center, Riyadh. Front Endocrinol (Lausanne). 2025 Apr 15;16:1573109. doi: 10.3389/fendo.2025.1573109. PMID: 40303643; PMCID: PMC12037372.
  2. Ball GDC, Merdad R, Birken CS, Cohen TR, Goodman B, Hadjiyannakis S, Hamilton J, Henderson M, Lammey J, Morrison KM, Moore SA, Mushquash AR, Patton I, Pearce N, Ramjist JK, Lebel TR, Timmons BW, Buchholz A, Cantwell J, Cooper J, Erdstein J, Fitzpatrick-Lewis D, Hatanaka D, Lindsay P, Sajwani T, Sebastianski M, Sherifali D, Pierre JS, Ali MU, Wijesundera J, Alberga AS, Ausman C, Baluyot TC, Burke E, Dadgostar K, Delacruz B, Dettmer E, Dymarski M, Esmaeilinezhad Z, Hale I, Harnois-Leblanc S, Ho J, Gehring ND, Kucera M, Langer JC, McPherson AC, Naji L, Oei K, O'Malley G, Rigsby AM, Wahi G, Zenlea IS, Johnston BC. Managing obesity in children: a clinical practice guideline. CMAJ. 2025 Apr 13;197(14):E372-E389. doi: 10.1503/cmaj.241456. Erratum in: CMAJ. 2025 Jul 1;197(24):E697. doi: 10.1503/cmaj.250898. PMID: 40228835; PMCID: PMC12007946.
  3. Bassols J, Martínez-Calcerrada JM, Osiniri I, Díaz-Roldán F, Xargay-Torrent S, Mas-Parés B, Dorado-Ceballos E, Prats-Puig A, Carreras-Badosa G, de Zegher F, Ibáñez L, López-Bermejo A. Effects of metformin administration on endocrine-metabolic parameters, visceral adiposity and cardiovascular risk factors in children with obesity and risk markers for metabolic syndrome: A pilot study. PLoS One. 2019 Dec 10;14(12):e0226303. doi: 10.1371/journal.pone.0226303. PMID: 31821361; PMCID: PMC6903728.
  4. Clarson CL, Brown HK, De Jesus S, Jackman M, Mahmud FH, Prapavessis H, Robinson T, Shoemaker JK, Watson M, Dowd AJ, Hill DJ. Effects of a Comprehensive, Intensive Lifestyle Intervention Combined with Metformin Extended Release in Obese Adolescents. Int Sch Res Notices. 2014 Nov 10;2014:659410. doi: 10.1155/2014/659410. PMID: 27433488; PMCID: PMC4897295.
  5. Fox CK, Barrientos-Pérez M, Bomberg EM, Dcruz J, Gies I, Harder-Lauridsen NM, Jalaludin MY, Sahu K, Weimers P, Zueger T, Arslanian S; SCALE Kids Trial Group. Liraglutide for Children 6 to <12 Years of Age with Obesity - A Randomized Trial. N Engl J Med. 2025 Feb 6;392(6):555-565. doi: 10.1056/NEJMoa2407379. Epub 2024 Sep 10. PMID: 39258838.
  6. Hampl SE, Hassink SG, Skinner AC, Armstrong SC, Barlow SE, Bolling CF, Avila Edwards KC, Eneli I, Hamre R, Joseph MM, Lunsford D, Mendonca E, Michalsky MP, Mirza N, Ochoa ER, Sharifi M, Staiano AE, Weedn AE, Flinn SK, Lindros J, Okechukwu K. Clinical Practice Guideline for the Evaluation and Treatment of Children and Adolescents With Obesity. Pediatrics. 2023 Feb 1;151(2):e2022060640. doi: 10.1542/peds.2022-060640. Erratum in: Pediatrics. 2024 Jan 1;153(1):e2023064612. doi: 10.1542/peds.2023-064612. PMID: 36622115.
  7. Kelly AS, Auerbach P, Barrientos-Perez M, Gies I, Hale PM, Marcus C, Mastrandrea LD, Prabhu N, Arslanian S; NN8022-4180 Trial Investigators. A Randomized, Controlled Trial of Liraglutide for Adolescents with Obesity. N Engl J Med. 2020 May 28;382(22):2117-2128. doi: 10.1056/NEJMoa1916038. Epub 2020 Mar 31. PMID: 32233338.
  8. Kelly AS, Arslanian S, Hesse D, Iversen AT, Körner A, Schmidt S, Sørrig R, Weghuber D, Jastreboff AM. Reducing BMI below the obesity threshold in adolescents treated with once-weekly subcutaneous semaglutide 2.4 mg. Obesity (Silver Spring). 2023 Aug;31(8):2139-2149. doi: 10.1002/oby.23808. Epub 2023 Jul 9. PMID: 37196421.
  9. McGowan B, Ciudin A, Baker JL, Busetto L, Dicker D, Frühbeck G, Goossens GH, Monami M, Sbraccia P, Martinez-Tellez B, Woodward E, Yumuk V. Framework for the pharmacological treatment of obesity and its complications from the European Association for the Study of Obesity (EASO). Nat Med. 2025 Oct;31(10):3229-3232. doi: 10.1038/s41591-025-03765-w. PMID: 41039115.
  10. Ruiz Pons M, Gutiérrez Vilar M, García Zurita C, Fuentes Ferrer ME, Pérez Rodríguez A, Rosado Alonso C. Effectiveness of liraglutide in the treatment of adolescent obesity. An Pediatr (Engl Ed). 2025 Jul;103(1):503856. doi: 10.1016/j.anpede.2025.503856. Epub 2025 Jul 10. PMID: 40645873.
  11. Torbahn G, Jones A, Griffiths A, Matu J, Metzendorf MI, Ells LJ, Gartlehner G, Kelly AS, Weghuber D, Brown T. Pharmacological interventions for the management of children and adolescents living with obesity-An update of a Cochrane systematic review with meta-analyses. Pediatr Obes. 2024 May;19(5):e13113. doi: 10.1111/ijpo.13113. Epub 2024 Mar 7. PMID: 38454737.
  12. van der Aa MP, Elst MA, van de Garde EM, van Mil EG, Knibbe CA, van der Vorst MM. Long-term treatment with metformin in obese, insulin-resistant adolescents: results of a randomized double-blinded placebo-controlled trial. Nutr Diabetes. 2016 Aug 29;6(8):e228. doi: 10.1038/nutd.2016.37. PMID: 27571249; PMCID: PMC5022149.
  13. Warnakulasuriya LS, Fernando MMA, Adikaram AVN, Thawfeek ARM, Anurasiri WL, Silva RR, Sirasa MSF, Rytter E, Forslund AH, Samaranayake DL, Wickramasinghe VP. Metformin in the Management of Childhood Obesity: A Randomized Control Trial. Child Obes. 2018 Nov/Dec;14(8):553-565. doi: 10.1089/chi.2018.0043. Epub 2018 Aug 2. PMID: 30070925.
  14. Weghuber D, Barrett T, Barrientos-Pérez M, Gies I, Hesse D, Jeppesen OK, Kelly AS, Mastrandrea LD, Sørrig R, Arslanian S; STEP TEENS Investigators. Once-Weekly Semaglutide in Adolescents with Obesity. N Engl J Med. 2022 Dec 15;387(24):2245-2257. doi: 10.1056/NEJMoa2208601. Epub 2022 Nov 2. PMID: 36322838; PMCID: PMC9997064.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 18-08-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 18-08-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Obesitas
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Stichting Kind & Zorg

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Obesitas bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Prof. dr. E.L.T. (Erica) van den Akker, kinderarts, Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis, NVK (voorzitter)
  • Dr. I.F. (Ian) Faneyte, chirurg, Ziekenhuisgroep Twente, NVvH
  • Dr. S.W. (Simon) Nienhuijs, chirurg, Catharina Ziekenhuis, NVvH
  • E.C. (Esen) Cingir-Doganer, patiëntvertegenwoordiger, Stichting Kind en Ziekenhuis

 Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Prof. dr. E.G. (Edgar) van Mil, kinderarts, Jeroen Bosch Ziekenhuis, NVK
  • Drs. M.A. (Michiel) Damhof, ziekenhuisapotheker, Frisius MC, NVZA

Met ondersteuning van

  • Dr. A.N. (Anh Nhi) Nguyen, adviseur, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. J.M.H. (Harm-Jan) van der Hart, adviseur, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. F.A. (Fieke) Pepping, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E. (Esther) van der Bijl, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Clusterstuurgroepleden

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie, overige belangen

Restrictie

Prof. dr. E.L.T. (Erica) van den Akker

Kinderarts endocrinoloog Sophia Kinderziekenhuis

NVK vertegenwoordiger in PON (partnerschap overgewicht NL)-onbetaald

Voorzitter projectgroep internationale richtlijn "endocrine aspects of diagnostics and treatment in children and adolescents with obesity"- onbetaald

Coördinator ESPE (european society of pediatric endocrinology) working group on obesity - onbetaald

Coördinator Erasmus MC EASO-COM (European association for studies on obesity- center of management)-onbetaald

Penvoerder NFU accredited Erasmus MC center of expertise for genetic obesity- onbetaald

Coördinator NVK netwerk farmacotherapie expertisegroep obesitas- onbetaald

Lid EndoERN EuRRECa study group on rare obesities-onbetaald

Geen

Klinische trials met setmelanotide voor indicatie genetische obesitas

Rhythm pharmaceuticals; klinische trial met medicament setmelanotide voor indicatie genetische obesitas, projectleider

 

Europese unie Horizon;

OBCT project sity: Biological, socioCultural, and environmental risk TrajectoriesObesity; projectleider

Geen

Restricties t.a.v. besluitvorming over medicamenteuze behandeling van genetische obesitas; vice-voorzitter bij bespreking van onderwerp van voorgenoemde restrictie

Dr. I.F. (Ian) Faneyte

Chirurg in Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) en Saxenburgh Medisch Centrum Hardenberg (SMC), aangesloten bij Chirurgencooperatie Oost-Nederland (ChirCON)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Dr. S.W. (Simon) Nienhuijs

Chirurg, Catharina Ziekenhuis Eindhoven

Voorzitter DATO (vacatiegelden); bestuurslid DSMBS (onbetaald); commissie HIPEC register (onbetaald)

Geen

PEACH / SWITCH / educational grant Medtronic aan obesitascentrum / REQUEST studie

Geen

Restrictie t.a.v. besluitvorming over plaatsbepaling remote monitoring devices

E.C. (Esen) Cingir-Doganer

Project-/beleidsmedewerker

Stichting Kind en Ziekenhuis

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie, overige belangen

Restrictie

Prof. dr. E.G. (Edgar) van Mil

Kinderarts-endocrinoloog, Jeroen Bosch ziekenhuis

Geen

Geen

Novo Nordisk, internationale multicentre studie (geen projectleider)

Geen

Geen

Drs. M.A. (Michiel) Damhof

Ziekenhuisapotheker, Frisius MC

Docent bij Stichting Pao Farmacie voor postacademische scholing aan apothekers over het onderwerp Farmacotherapie bij obesitas en na bariatrisch chirurgie

Geen

Geen

Geen

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door een afgevaardigde van Stichting Kind en Ziekenhuis in de stuurgroep van het cluster. Daarnaast is de module ter commentaar voorgelegd aan de Nederlandse Vereniging voor Overgewicht en Obesitas en de Patiëntenfederatie.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Medicamenteuze behandeling bij kinderen met obesitas

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten per jaar), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Indicatiestelling bariatrische chirurgie