Behandeling secundair Raynaud en digitale ulcera

Initiatief: NIV Aantal modules: 26

Calciumantagonisten

Publicatiedatum: 19-01-2026
Beoordeeld op geldigheid: 19-01-2026

Uitgangsvraag

Is een calciumantagonist geïndiceerd om de klachten van een Raynaud aanval te verminderen bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud?

Aanbeveling

Overweeg het voorschrijven van calciumantagonisten (met vertraagde afgifte) bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud die onder behandeling zijn in de tweede of derde lijn om de klachten van het fenomeen van Raynaud te verminderen. Bespreek voor- en nadelen en evalueer het effect en de bijwerkingen.

 

Overweeg op te titreren naar een dosis met maximaal effect en geen of beperkte bijwerkingen.

 

LET OP:

De in deze module besproken medicamenten zijn niet geregistreerd voor het gebruik bij het secundair fenomeen van Raynaud. De in Nederland geldende afspraken voor off-label gebruik dienen in acht genomen te worden. Let daarbij ook op contra-indicaties en interacties.

Overwegingen

Gewenste effecten

Het gebruik van calciumantagonisten lijkt de frequentie, duur en ernst van de Raynaud aanvallen bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud te verminderen, echter is de kwaliteit van het bewijs zeer laag. In een sub analyse naar de dosering lijkt het tevens zo te zijn dat middelhoge-hoge doseringen meer effect geven op frequentie, duur en ernst van de aanvallen, ten opzichte van lage doseringen, echter ook hiervoor geldt dat de kwaliteit van het bewijs zeer laag is. De studies variëren in gebruikte doseringen en tabletvorm. Op basis van gegevens over de halfwaardetijd van nifedipine heeft de werkgroep een voorkeur voor een toedieningsvorm met vertraagde afgifte.

 

Ongewenste effecten

Patiënten lijken vaker calciumantagonisten te stoppen vanwege bijwerkingen dan bij placebo, hoewel de kwaliteit van bewijs hiervoor ook zeer laag is. De meest voorkomende bijwerkingen waren hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, palpitaties en enkeloedeem. Er werden geen ernstige bijwerkingen (overlijden of ziekenhuisopname) gerapporteerd in alle studies. In de subanalyse naar lage t.o.v. middelhoge-hoge doseringen werd niet gekeken naar de bijwerkingen, echter in de praktijk lijken hogere doseringen de tolerantie van patiënten voor deze middelen te doen afnemen.

 

Kwaliteit van bewijs

De kwaliteit van het bewijs is zeer laag, dit is voornamelijk vanwege inconsistente bevindingen in de verschillende kleine en tevens gedateerde studies. Van het gevonden voordeel is het tevens de vraag hoe klinisch relevant dit is.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten

Er zal een grote variatie zijn tussen patiënten. Gewenste effecten lijken te kunnen opwegen tegen de ongewenste effecten voor een deel van de patiënten. Calciumantagonisten lijken echter weinig effect te hebben op over het algemeen het belangrijkste gewenste effect (pijn). Het wel of niet krijgen van bijwerkingen zal per individu verschillen.

 

Balans gewenste en ongewenste effecten

De mogelijke voordelen van het gebruik van calciumantagonisten lijken op te wegen tegen de nadelen op groepsniveau, maar op individueel niveau kunnen hierin verschillen zijn, zodat gedeelde besluitvorming en individuele afweging per patiënt aangewezen lijkt.

 

Economische overwegingen en kosteneffectiviteit

Deze lijken geen belangrijke rol te spelen.

 

Gelijkheid (health equity)

Het voorschrijven van calciumantagonisten zal naar verwachting geen effect hebben op gezondheidsgelijkheid.

 

Aanvaardbaarheid

Er wordt verwacht dat de aanvaardbaarheid hoog is voor zowel patiënt als voorschrijvend arts, aangezien het momenteel een gebruikelijk voorgeschreven middel is.

 

Haalbaarheid

Calciumantagonisten zijn middelen die in de praktijk geregeld worden voorgeschreven, ook voor deze indicatie. Er worden daarom geen problemen met betrekken tot de haalbaarheid van de aanbeveling in de praktijk verwacht.

Onderbouwing

Calciumantagonisten zorgen voor vasodilatatie en zijn momenteel vaak het eerste medicament dat wordt voorgeschreven om de klachten van het fenomeen van Raynaud te verlichten voor zowel de primaire als secundaire genese.

Tabel 2. GRADE summary of findings

Calciumantagonisten versus placebo voor patiënten met secundair fenomeen van Raynaud

Patiënten of populatie: patiënten met secundair fenomeen van Raynaud

Setting: poliklinisch

Interventie: calciumantagonist

Controle: placebo

Uitkomsten

Absolute effecten* (95% CI)

Relatief effect
(95% CI)

Aantal deelnemers
(studies)

Certainty of the evidence
(GRADE)

Opmerkingen

Baseline risk

Verschil bij gebruik van calciumantagonist

Frequentie van Raynaud aanvallen (aantal per week)

Gemiddeld aantal aanvallen in controle groep: 13.7 per weeka

3.42 aanvallen per week minder
(4.33 minder tot 2.51 minder)

-

204
(9 RCTs)

⨁◯◯◯
Zeer laagb,c,d

Calciumantagonisten lijken de frequentie van de Raynaud aanvallen enigszins te verminderen, maar de evidence is zeer onzeker

Duur van Raynaud aanvallen (minuten per aanval)

Gemiddelde duur van aanvallen in controlegroep: 18.8 min

1.67 min minder
(3.29 minder tot 0.04 minder)

-

138
(6 RCTs)

⨁◯◯◯
Zeer laagb,c,d,e

Calciumantagonisten lijken de duur van de Raynaud aanvallen enigszins te verminderen, maar de evidence is zeer onzeker

Ernst van Raynaud aanvallen
(10-cm VAS)

Gemiddelde ernst van aanvallen in controle groep: 6.7 cma

0.67 cm minder
(0.77 minder tot 0.57 meer)

-

138
(6 RCTs)

⨁◯◯◯
Zeer laagb,c,f

Calciumantagonisten lijken de ernst van de Raynaud aanvallen niet te verminderen, maar de evidence is zeer onzeker.

Raynaud Condition Score

 

 

 

 

 

Niet gerapporteerd

Health Assessment Questionnaire Disability Index

 

 

 

 

 

Niet gerapporteerd

Short form-36

 

 

 

 

 

Niet gerapporteerd

Bijwerkingen (stoppen met studie vanwege bijwerkingen)

Aantal patiënten die stoppen vanwege bijwerkingen in controlegroep: 194 per 1.000

56 per 1.000 meer
(95 minder tot 443 meer)

RR 1.29
(0.51 tot 3.29)

63
(2 RCTs)

⨁◯◯◯
Zeer laagg,h

Calciumantagonisten lijken niet meer bijwerkingen te geven, maar de evidence is zeer onzeker

CI: Confidence interval; MD: Mean difference; RR: Risk ratio; a. Gemiddelde in volledige controlegroep van patiënten met zowel primair als secundair Raynaud, b. I² >60%, c. Inclusie van zeer oude studies, d. Overschrijden van verschil tussen groot en klein voordeel, e. 39% (n=27) van de patiënten heeft primair fenomeen van Raynaud (n=25) of onbekende vorm (n=2), f. Niet klinisch relevant verschil van zowel puntschattig als boven en onder limiet van betrouwbaarheidsinterval, g. Oude studies en grotendeels primair fenomeen van Raynaud, h. Overschrijden van verschil tussen geen en grote nadelige effecten

Conclusies

⨁◯◯◯
ZEER LAAG

Calciumantagonisten lijken de frequentie en duur van Raynaud aanvallen bij mensen met secundair Raynaud enigszins te verminderen maar de evidence is zeer onzeker.

Rirash, 2017(24)

 

⨁◯◯◯
ZEER LAAG

Calciumantagonisten lijken de ernst van de Raynaud aanvallen niet te verminderen, maar de evidence is zeer onzeker.

Rirash, 2017(24)

 

⨁◯◯◯
ZEER LAAG

Calciumantagonisten lijken niet meer bijwerkingen te geven dan placebo, maar de evidence is zeer onzeker.

Rirash, 2017(24)

 

 

Het is niet bekend of calciumantagonisten de Raynaud Condition Score en scores op de Health Assessment Questionnaire Disability Index en de Short Form-36 verbeteren.

GRADE Evidence Profielen (VERGROOT TABEL)

Calciumantagonisten

Certainty assessment

Aantal patiënten

Effect

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Calciumantagonist

Placebo

Relatief
(95% CI)

Absoluut
(95% CI)

Frequentie van Raynaud aanvallen (aantal per week)

9

gerandomiseerde trials

niet ernstig

ernstiga

ernstigb

ernstigc

niet gevonden

102

102

-

MD 3.42 aanvallen per week minder
(4.33 minder tot 2.51 minder)

⨁◯◯◯
Zeer laag

CRUCIAAL

Duur van Raynaud aanvallen (minuten per aanval)

6

gerandomiseerde trials

niet ernstig

ernstiga

ernstigb,d

ernstigc

niet gevonden

69

69

-

MD 1.67 min minder
(3.29 minder tot 0.04 minder)

⨁◯◯◯
Zeer laag

CRUCIAAL

Ernst van Raynaud aanvallen (10-cm VAS)

6

gerandomiseerde trials

niet ernstig

ernstiga

ernstigb

ernstige

niet gevonden

69

69

-

MD 0.67 minder (0.77 minder tot 0.57 meer)

⨁◯◯◯
Zeer laag

CRUCIAAL

Raynaud Condition Score: niet gerapporteerd

Health Assessment Questionnaire Disability Index: niet gerapporteerd

Short form-36: niet gerapporteerd

Bijwerkingen (op basis van staken van medicatie vanwege bijwerkingen)

2

gerandomiseerde trials

niet ernstig

niet ernstig

zeer ernstigf

zeer ernstigg

niet gevonden

8/32 (25.0%)

6/31 (19.4%)

RR 1.29
(0.51 tot 3.29)

56 meer per 1.000 (from 95 minder tot 443 meer)

◯◯◯
Zeer laag

CRUCIAAL

CI: Confidence interval; MD: Mean difference; RR: Risk ratio; a. I² >60%, b. Inclusie van zeer oude studies, c. Overschrijden van verschil tussen groot en klein voordeel, d. 39% (n=27) van de patiënten heeft primair fenomeen van Raynaud (n=25) of onbekende vorm (n=2), e. Niet klinisch relevant verschil van zowel puntschattig als boven en onder limiet van betrouwbaarheidsinterval, f. Oude studies en grotendeels primair fenomeen van Raynaud, g. Overschrijden van verschil tussen geen en grote nadelige effecten

Effectiviteit

Een samenvatting van de kwaliteit van bewijs en de resultaten is weergegeven in tabel 2 met een uitgebreidere weergave van de kwaliteit van bewijs in Conclusies / Summary of Findings.

Tabel 1. PICO

Populatie

Patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud

Interventie

Calciumantagonist

Controle

Placebo

Uitkomstmaten (Outcome)

Frequentie van aanvallen, duur van aanval, ernst van aanvallen (gemeten met VAS), RCS, HAQ, SF-36, bijwerkingen

 

 

Setting

Poliklinisch

Perspectief

Individuele patiënt

Literatuursearch en -selectie

In totaal 7 artikelen met systematische reviews voldeden aan de selectiecriteria.(20-26) De meest recente systematische review is die van Rirash uit 2017 is van goede kwaliteit, kijkt naar relevante uitkomstmaten en de meest geschikte patiëntenpopulatie (zowel primair als secundair fenomeen van Raynaud met ook een sub-analyse van enkele uitkomstmaten voor alleen secundair fenomeen van Raynaud).(24) Er werd daarom gekozen om alleen deze review mee te nemen in de verdere uitwerking. Deze is samengevat onder evidence tabellen. Er wordt niet verwacht dat na publicatie van deze review er nog nieuwe RCTs zijn verschenen die het resultaat zouden wijzigen, daarom is er geen aanvullend zoekactie gedaan naar RCTs.

 

Literatuurselectie

In- en exclusiecriteria

Inclusiecriteria

Exclusiecriteria

Populatie: patiënten met het fenomeen van Raynaud

 

Interventie: calciumantagonist

 

Controle: placebo

 

Uitkomstmaten: Frequentie van aanvallen, duur van aanval, ernst van aanvallen (gemeten met VAS), RCS, HAQ, SF-36, bijwerkingen

 

Onderzoeksdesign: systematische reviews

 

Taal: Engels en Nederlands

 

Resultaat literatuurselectie

*Een artikel kan meerdere exclusieredenen hebben

 

Methode

Op 21-03-2023 is in Medline gezocht naar bewijs uit de literatuur. Hierbij is gezocht naar combinaties van gecontroleerde trefwoorden en vrije tekstwoorden gericht op het fenomeen van Raynaud en calciumantagonisten. Er werd gekozen om op alle vormen van het fenomeen van Raynaud te zoeken en in het geval van studies met alleen of grotendeels primair fenomeen van Raynaud het als indirect bewijs te beschouwen. Er is gezocht naar systematische reviews in de Engelse en Nederlandse taal. De volledige zoekstrategie is te raadplegen onder verantwoording. Met behulp van tevoren vastgestelde selectiecriteria is de literatuurselectie uitgevoerd in twee stappen: eerst op basis van titel en abstract en daarna op basis van de volledige tekst. De literatuurselectie is weergegeven onder evidence tabellen.

  1. 1. Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Behandelrichtlijn Fenomeen van Raynaud. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap; 2024.
  2. 2. Adviescommissie Richtlijnen - Raad Kwaliteit. Medisch specialistische richtlijnen 2.0. 2011.
  3. 3. Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, et al. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010;182(18):E839-42.
  4. 4. Brozek JL, Akl EA, Alonso-Coello P, Lang D, Jaeschke R, Williams JW, et al. Grading quality of evidence and strength of recommendations in clinical practice guidelines. Part 1 of 3. An overview of the GRADE approach and grading quality of evidence about interventions. Allergy. 2009;64(5):669-77.
  5. 5. Kunz R, Burnand B, Schunemann HJ, Grading of Recommendations AD, Evaluation Working G. [The GRADE System. An international approach to standardize the graduation of evidence and recommendations in guidelines]. Internist (Berl). 2008;49(6):673-80.
  6. 6. Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, et al. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016;353:i2089.
  7. 7. Alonso-Coello P, Schunemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, et al. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016;353:i2016.
  8. 8. Parodis I, Girard-Guyonvarc'h C, Arnaud L, Distler O, Domjan A, Van den Ende CHM, et al. EULAR recommendations for the non-pharmacological management of systemic lupus erythematosus and systemic sclerosis. Ann Rheum Dis. 2024;83(6):720-9.
  9. 9. Vermeire E, Hearnshaw H, Van Royen P, Denekens J. Patient adherence to treatment: three decades of research. A comprehensive review. J Clin Pharm Ther. 2001;26(5):331-42.
  10. 10. Daniels J, Pauling JD, Eccleston C. Behaviour change interventions for the management of Raynaud's phenomenon: a systematic literature review. BMJ Open. 2018;8(12):e024528.
  11. 11. Stocker JK, Schouffoer AA, Spierings J, Schriemer MR, Potjewijd J, de Pundert L, et al. Evidence and consensus-based recommendations for non-pharmacological treatment of fatigue, hand function loss, Raynaud's phenomenon and digital ulcers in patients with systemic sclerosis. Rheumatology (Oxford). 2022;61(4):1476-86.
  12. 12. Fritsch A, Kokoschka R, Mach K. [Results of thoracoscopic sympathectomy in hyperhidrosis of the upper extremities (author's transl)]. Wien Klin Wochenschr. 1975;87(17):548-50.
  13. 13. Hoexum F, Coveliers HM, Lu JJ, Jongkind V, Yeung KK, Wisselink W. Thoracic sympathectomy for upper extremity ischemia. Minerva Cardioangiol. 2016;64(6):676-85.
  14. 14. Herrick A, Muir L. Raynaud's phenomenon (secondary). BMJ Clin Evid. 2014;2014.
  15. 15. Coveliers HM, Hoexum F, Nederhoed JH, Wisselink W, Rauwerda JA. Thoracic sympathectomy for digital ischemia: a summary of evidence. J Vasc Surg. 2011;54(1):273-7.
  16. 16. Claes G, Drott C, Gothberg G. Thoracoscopic sympathicotomy for arterial insufficiency. Eur J Surg Suppl. 1994(572):63-4.
  17. 17. van Roon AM, Kuijpers M, van de Zande SC, Abdulle AE, van Roon AM, Bos R, et al. Treatment of resistant Raynaud's phenomenon with single-port thoracoscopic sympathicotomy: a novel minimally invasive endoscopic technique. Rheumatology (Oxford). 2020;59(5):1021-5.
  18. 18. Kuijpers M, van de Zande SC, van Roon AM, van Roon AM, Stel AJ, Smit AJ, et al. Treatment of resistant Raynaud's phenomenon with single-port thoracoscopic sympathicotomy: One-year follow-up. Semin Arthritis Rheum. 2022;56:152065.
  19. 19. Karapolat S, Turkyilmaz A, Tekinbas C. Effects of Endoscopic Thoracic Sympathectomy on Raynaud's Disease. J Laparoendosc Adv Surg Tech A. 2018;28(6):726-9.
  20. 20. Ennis H, Anderson ME, Wilkinson J, Herrick AL. Calcium channel blockers for primary Raynaud's phenomenon. Cochrane Database Syst Rev. 2014(1):CD002069.
  21. 21. Garcia de la Pena Lefebvre P, Nishishinya MB, Pereda CA, Loza E, Sifuentes Giraldo WA, Roman Ivorra JA, et al. Efficacy of Raynaud's phenomenon and digital ulcer pharmacological treatment in systemic sclerosis patients: a systematic literature review. Rheumatol Int. 2015;35(9):1447-59.
  22. 22. Herrick A. Raynaud's phenomenon (secondary). BMJ Clin Evid. 2008;2008.
  23. 23. Pope JE. Raynaud's phenomenon (primary). BMJ Clin Evid. 2008;2008.
  24. 24. Rirash F, Tingey PC, Harding SE, Maxwell LJ, Tanjong Ghogomu E, Wells GA, et al. Calcium channel blockers for primary and secondary Raynaud's phenomenon. Cochrane Database Syst Rev. 2017;12(12):CD000467.
  25. 25. Thompson AE, Pope JE. Calcium channel blockers for primary Raynaud's phenomenon: a meta-analysis. Rheumatology (Oxford). 2005;44(2):145-50.
  26. 26. Thompson AE, Shea B, Welch V, Fenlon D, Pope JE. Calcium-channel blockers for Raynaud's phenomenon in systemic sclerosis. Arthritis Rheum. 2001;44(8):1841-7.
  27. 27. Stewart M, Morling JR. Oral vasodilators for primary Raynaud's phenomenon. Cochrane Database Syst Rev. 2012;2012(7):CD006687.
  28. 28. Su KY, Sharma M, Kim HJ, Kaganov E, Hughes I, Abdeen MH, et al. Vasodilators for primary Raynaud's phenomenon. Cochrane Database Syst Rev. 2021;5(5):CD006687.
  29. 29. Vinjar B, Stewart M. Oral vasodilators for primary Raynaud's phenomenon. Cochrane Database Syst Rev. 2008(2):CD006687.
  30. 30. Zorginstituut Nederland. Quinapril/hydrochloorthiazide [Available from: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/q/quinapril_hydrochloorthiazide.
  31. 31. Dziadzio M, Denton CP, Smith R, Howell K, Blann A, Bowers E, et al. Losartan therapy for Raynaud's phenomenon and scleroderma: clinical and biochemical findings in a fifteen-week, randomized, parallel-group, controlled trial. Arthritis Rheum. 1999;42(12):2646-55.
  32. 32. Roustit M, Blaise S, Allanore Y, Carpentier PH, Caglayan E, Cracowski JL. Phosphodiesterase-5 inhibitors for the treatment of secondary Raynaud's phenomenon: systematic review and meta-analysis of randomised trials. Ann Rheum Dis. 2013;72(10):1696-9.
  33. 33. Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch Kompas [Available from: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl.
  34. 34. Halpern A, Kuhn PH, Shaftel HE, Samuels SS, Shaftel N, Selman D, et al. Raynaud's disease, Raynaud's phenomenon, and serotonin. Angiology. 1960;11:151-67.
  35. 35. Seibold JR. Serotonin and Raynaud's phenomenon. J Cardiovasc Pharmacol. 1985;7 Suppl 7:S95-8.
  36. 36. Coleiro B, Marshall SE, Denton CP, Howell K, Blann A, Welsh KI, et al. Treatment of Raynaud's phenomenon with the selective serotonin reuptake inhibitor fluoxetine. Rheumatology (Oxford). 2001;40(9):1038-43.
  37. 37. Korn JH, Mayes M, Matucci Cerinic M, Rainisio M, Pope J, Hachulla E, et al. Digital ulcers in systemic sclerosis: prevention by treatment with bosentan, an oral endothelin receptor antagonist. Arthritis Rheum. 2004;50(12):3985-93.
  38. 38. Matucci-Cerinic M, Denton CP, Furst DE, Mayes MD, Hsu VM, Carpentier P, et al. Bosentan treatment of digital ulcers related to systemic sclerosis: results from the RAPIDS-2 randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Ann Rheum Dis. 2011;70(1):32-8.
  39. 39. Nguyen VA, Eisendle K, Gruber I, Hugl B, Reider D, Reider N. Effect of the dual endothelin receptor antagonist bosentan on Raynaud's phenomenon secondary to systemic sclerosis: a double-blind prospective, randomized, placebo-controlled pilot study. Rheumatology (Oxford). 2010;49(3):583-7.
  40. 40. Herrick AL, Philobos M. Pharmacological management of digital ulcers in systemic sclerosis - what is new? Expert Opin Pharmacother. 2023;24(10):1159-70.
  41. 41. Kowal-Bielecka O, Fransen J, Avouac J, Becker M, Kulak A, Allanore Y, et al. Update of EULAR recommendations for the treatment of systemic sclerosis. Ann Rheum Dis. 2017;76(8):1327-39.
  42. 42. Pope J, Fenlon D, Thompson A, Shea B, Furst D, Wells G, et al. Iloprost and cisaprost for Raynaud's phenomenon in progressive systemic sclerosis. Cochrane Database Syst Rev. 2000;1998(2):CD000953.
  43. 43. Huisstede BM, Hoogvliet P, Paulis WD, van Middelkoop M, Hausman M, Coert JH, et al. Effectiveness of interventions for secondary Raynaud's phenomenon: a systematic review. Arch Phys Med Rehabil. 2011;92(7):1166-80.
  44. 44. Schioppo T, Scalone L, Cozzolino P, Mantovani L, Cesana G, De Lucia O, et al. Health-related quality of life burden in scleroderma patients treated with two different intravenous iloprost regimens. Reumatismo. 2019;71(2):62-7.
  45. 45. Curtiss P, Schwager Z, Cobos G, Lo Sicco K, Franks AG, Jr. A systematic review and meta-analysis of the effects of topical nitrates in the treatment of primary and secondary Raynaud's phenomenon. J Am Acad Dermatol. 2018;78(6):1110-8 e3.
  46. 46. Bredie SJ, Jong MC. No significant effect of ginkgo biloba special extract EGb 761 in the treatment of primary Raynaud phenomenon: a randomized controlled trial. J Cardiovasc Pharmacol. 2012;59(3):215-21.
  47. 47. Malenfant D, Catton M, Pope JE. The efficacy of complementary and alternative medicine in the treatment of Raynaud's phenomenon: a literature review and meta-analysis. Rheumatology (Oxford). 2009;48(7):791-5.
  48. 48. Yusuf MZ, Raslan Z, Atkinson L, Aburima A, Thomas SG, Naseem KM, et al. Prostacyclin reverses platelet stress fibre formation causing platelet aggregate instability. Sci Rep. 2017;7(1):5582.
  49. 49. Tingey T, Shu J, Smuczek J, Pope J. Meta-analysis of healing and prevention of digital ulcers in systemic sclerosis. Arthritis Care Res (Hoboken). 2013;65(9):1460-71.
  50. 50. Ingegnoli F, Schioppo T, Allanore Y, Caporali R, Colaci M, Distler O, et al. Practical suggestions on intravenous iloprost in Raynaud's phenomenon and digital ulcer secondary to systemic sclerosis: Systematic literature review and expert consensus. Semin Arthritis Rheum. 2019;48(4):686-93.
  51. 51. Zorginstituut Nederland. Iloprost (intraveneus) [Available from: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/i/iloprost__intraveneus_.
  52. 52. Fiessinger JN, Schafer M. Trial of iloprost versus aspirin treatment for critical limb ischaemia of thromboangiitis obliterans. The TAO Study. Lancet. 1990;335(8689):555-7.
  53. 53. Bellando-Randone S, Bruni C, Lepri G, Fiori G, Bartoli F, Conforti ML, et al. The safety of iloprost in systemic sclerosis in a real-life experience. Clin Rheumatol. 2018;37(5):1249-55.
  54. 54. Jamart C, Levesque H, Thietart S, Fain O, Riviere S, Benhamou Y, et al. Iloprost Duration for Digital Ulcers in Systemic Sclerosis: French Retrospective Study at Two Centers and Literature Review. Front Med (Lausanne). 2022;9:878970.
  55. 55. Rademaker M, Cooke ED, Almond NE, Beacham JA, Smith RE, Mant TG, et al. Comparison of intravenous infusions of iloprost and oral nifedipine in treatment of Raynaud's phenomenon in patients with systemic sclerosis: a double blind randomised study. BMJ. 1989;298(6673):561-4.
  56. 56. Lee EY, Park JK, Lee W, Kim YK, Park CS, Giles JT, et al. Head-to-head comparison of udenafil vs amlodipine in the treatment of secondary Raynaud's phenomenon: a double-blind, randomized, cross-over study. Rheumatology (Oxford). 2014;53(4):658-64.
  57. 57. Fries R, Shariat K, von Wilmowsky H, Bohm M. Sildenafil in the treatment of Raynaud's phenomenon resistant to vasodilatory therapy. Circulation. 2005;112(19):2980-5.
  58. 58. Herrick AL, van den Hoogen F, Gabrielli A, Tamimi N, Reid C, O'Connell D, et al. Modified-release sildenafil reduces Raynaud's phenomenon attack frequency in limited cutaneous systemic sclerosis. Arthritis Rheum. 2011;63(3):775-82.
  59. 59. Shenoy PD, Kumar S, Jha LK, Choudhary SK, Singh U, Misra R, et al. Efficacy of tadalafil in secondary Raynaud's phenomenon resistant to vasodilator therapy: a double-blind randomized cross-over trial. Rheumatology (Oxford). 2010;49(12):2420-8.
  60. 60. Ntelis K, Gkizas V, Filippopoulou A, Davlouros P, Alexopoulos D, Andonopoulos AP, et al. Clopidogrel treatment may associate with worsening of endothelial function and development of new digital ulcers in patients with systemic sclerosis: results from an open label, proof of concept study. BMC Musculoskelet Disord. 2016;17:213.
  61. 61. Ross L, Maltez N, Hughes M, Schoones JW, Baron M, Chung L, et al. Systemic pharmacological treatment of digital ulcers in systemic sclerosis: a systematic literature review. Rheumatology (Oxford). 2023;62(12):3785-800.
  62. 62. Vitse J, Tchero H, Meaume S, Dompmartin A, Malloizel-Delaunay J, Geri C, et al. Silver Sulfadiazine and Cerium Nitrate in Ischemic Skin Necrosis of the Leg and Foot: Results of a Prospective Randomized Controlled Study. Int J Low Extrem Wounds. 2018;17(3):151-60.
  63. 63. Zorginstituut Nederland. Zilversulfadiazine/ceriumnitraat [Available from: https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/z/zilversulfadiazine_ceriumnitraat.
  64. 64. Bogoch ER, Gross DK. Surgery of the hand in patients with systemic sclerosis: outcomes and considerations. J Rheumatol. 2005;32(4):642-8.
  65. 65. Costedoat I, Masson M, Barnetche T, Duffau P, Lazaro E, Richez C, et al. Locoregional Treatments for Digital Ulcers in Systemic Sclerosis: A Systematic Review. Acta Derm Venereol. 2021;101(6):adv00478.
  66. 66. Suliman YA, Campochiaro C, Hughes M, Schoones JW, Giuggioli D, Moinzadeh P, et al. Surgical management of digital ulcers in systemic sclerosis: A systematic literature review. Semin Arthritis Rheum. 2023;63:152266.
  67. 67. Shammas RL, Hwang BH, Levin LS, Richard MJ, Ruch DS, Mithani SK. Outcomes of sympathectomy and vascular bypass for digital ischaemia in connective tissue disorders. J Hand Surg Eur Vol. 2017;42(8):823-6.
  68. 68. Chen SH, Lien PH, Lee CH, Huang RW, Hsu CC, Lin CH, et al. Neurectomy of the Nerve of Henle Associated with Periarterial Sympathectomy for Management of Intractable Raynaud Phenomenon. Plast Reconstr Surg. 2024;153(6):1333-44.
  69. 69. Mouthon L, Mestre-Stanislas C, Berezne A, Rannou F, Guilpain P, Revel M, et al. Impact of digital ulcers on disability and health-related quality of life in systemic sclerosis. Ann Rheum Dis. 2010;69(1):214-7.
  70. 70. Hughes M, Alcacer-Pitarch B, Allanore Y, Baron M, Boin F, Bruni C, et al. Digital ulcers: should debridement be a standard of care in systemic sclerosis? Lancet Rheumatol. 2020;2(5):e302-e7.
  71. 71. Hughes M, Alcacer-Pitarch B, Gheorghiu AM, Praino E, Sandler RD, Tavor Y, et al. Digital ulcer debridement in systemic sclerosis: a systematic literature review. Clin Rheumatol. 2020;39(3):805-11.
  72. 72. Lebedoff N, Frech TM, Shanmugam VK, Fischer A, Erhardt D, Kolfenbach J, et al. Review of local wound management for scleroderma-associated digital ulcers. J Scleroderma Relat Disord. 2018;3(1):66-70.
  73. 73. Campochiaro C, Suliman YA, Hughes M, Schoones JW, Giuggioli D, Moinzadeh P, et al. Non-surgical local treatments of digital ulcers in systemic sclerosis: a systematic literature review. Semin Arthritis Rheum. 2023;63:152267.
  74. 74. Motegi S, Yamada K, Toki S, Uchiyama A, Kubota Y, Nakamura T, et al. Beneficial effect of botulinum toxin A on Raynaud's phenomenon in Japanese patients with systemic sclerosis: A prospective, case series study. J Dermatol. 2016;43(1):56-62.
  75. 75. Foeldvari I, Torok KS, Anton J, Blakley M, Constantin T, Cutolo M, et al. Best clinical practice in the treatment of juvenile systemic sclerosis: expert panel guidance - the result of the International Hamburg Consensus Meeting December 2022. Expert Rev Clin Immunol. 2024;20(4):387-404.
  76. 76. Costa E, Cunha-Santos F, Dourado E, Oliveira D, Falzon L, Romao V, et al. Systematic literature review to inform the Portuguese recommendations for the management of Raynaud's phenomenon and digital ulcers in systemic sclerosis and other connective tissue diseases. ARP Rheumatol. 2024;3(Apr-Jun):128-44.
  77. 77. Coveliers H, Hoexum F, Rauwerda JA, Wisselink W. Endoscopic thoracic sympathectomy for upper limb ischemia. A 16 year follow-up in a single center. Surgeon. 2016;14(5):265-9.
  78. 78. Colen DL, Ben-Amotz O, Stephanie T, Serebrakian A, Carney MJ, Gerety PA, et al. Surgical Treatment of Chronic Hand Ischemia: A Systematic Review and Case Series. J Hand Surg Asian Pac Vol. 2019;24(3):359-70.
  79. 79. Yu F, Liu Y, Zhang C, Pang B, Zhang D, Zhao W, et al. Efficacy analysis of minimally invasive surgery for Raynaud's syndrome. BMC Surg. 2023;23(1):313.
  80. 80. Henness S, Wigley FM. Current drug therapy for scleroderma and secondary Raynaud's phenomenon: evidence-based review. Curr Opin Rheumatol. 2007;19(6):611-8.
  81. 81. Walker KM, Pope J, participating members of the Scleroderma Clinical Trials C, Canadian Scleroderma Research G. Treatment of systemic sclerosis complications: what to use when first-line treatment fails--a consensus of systemic sclerosis experts. Semin Arthritis Rheum. 2012;42(1):42-55.
  82. 82. Zandman-Goddard G, Tweezer-Zaks N, Shoenfeld Y. New therapeutic strategies for systemic sclerosis--a critical analysis of the literature. Clin Dev Immunol. 2005;12(3):165-73.
  83. 83. Hughes M, Ong VH, Anderson ME, Hall F, Moinzadeh P, Griffiths B, et al. Consensus best practice pathway of the UK Scleroderma Study Group: digital vasculopathy in systemic sclerosis. Rheumatology (Oxford). 2015;54(11):2015-24.
  84. 84. Levien TL. Phosphodiesterase inhibitors in Raynaud's phenomenon. Ann Pharmacother. 2006;40(7-8):1388-93.
  85. 85. Fernandez-Codina A, Walker KM, Pope JE, Scleroderma Algorithm G. Treatment Algorithms for Systemic Sclerosis According to Experts. Arthritis Rheumatol. 2018;70(11):1820-8.
  86. 86. Opitz C, Klein-Weigel PF, Riemekasten G. Systemic sclerosis - a systematic overview: part 2 - immunosuppression, treatment of SSc-associated vasculopathy, and treatment of pulmonary arterial hypertension. Vasa. 2011;40(1):20-30.
  87. 87. Choi WS, Choi CJ, Kim KS, Lee JH, Song CH, Chung JH, et al. To compare the efficacy and safety of nifedipine sustained release with Ginkgo biloba extract to treat patients with primary Raynaud's phenomenon in South Korea; Korean Raynaud study (KOARA study). Clin Rheumatol. 2009;28(5):553-9.
  88. 88. van Middelkoop M, Huisstede BM, Glerum S, Koes BW. Effectiveness of interventions of specific complaints of the arm, neck, or shoulder (CANS): musculoskeletal disorders of the hand. Clin J Pain. 2009;25(6):537-52.
  89. 89. Muir AH, Robb R, McLaren M, Daly F, Belch JJ. The use of Ginkgo biloba in Raynaud's disease: a double-blind placebo-controlled trial. Vasc Med. 2002;7(4):265-7.
  90. 90. Stucker O, Pons C, Duverger JP, Drieu K, D'Arbigny P. Effect of Ginkgo biloba extract (EGb 761) on the vasospastic response of mouse cutaneous arterioles to platelet activation. Int J Microcirc Clin Exp. 1997;17(2):61-6.
  91. 91. Nazzaro P, Di Carlo A. [Treatment of angiodystrophic skin diseases with ginkgo-biloba]. Minerva Med. 1973;64(79 Suppl):4198-200.
  92. 92. Shapiro SC, Wigley FM. Treating Raynaud phenomenon: Beyond staying warm. Cleve Clin J Med. 2017;84(10):797-804.
  93. 93. Steen V, Denton CP, Pope JE, Matucci-Cerinic M. Digital ulcers: overt vascular disease in systemic sclerosis. Rheumatology (Oxford). 2009;48 Suppl 3:iii19-24.
  94. 94. Hosseinbalam M, Nouri R, Farajzadegan Z, Mottaghi P. Effectiveness of bosentan in the treatment of systemic sclerosis-related digital ulcers: Systematic review and meta-analysis. J Res Med Sci. 2023;28:3.
  95. 95. Kotsis SV, Chung KC. A systematic review of the outcomes of digital sympathectomy for treatment of chronic digital ischemia. J Rheumatol. 2003;30(8):1788-92.
  96. 96. Satteson ES, Chung MP, Chung LS, Chang J. Microvascular Hand Surgery for Digital Ischemia in Scleroderma. J Scleroderma Relat Disord. 2020;5(2):130-6.
  97. 97. Elshabrawy AA, Elkassaby M, Abdelgawad MS, Atif E, Megahed A, Regal S. Outcomes of periarterial sympathectomy in patients with digital ischemia. Vascular. 2022;30(5):859-66.
  98. 98. Soberon JR, Jr., Greengrass RA, Davis WE, Murray PM, Feinglass N. Intermediate-term follow-up of chronically ill patients with digital ischemia treated with peripheral digital sympathectomy. Rheumatol Int. 2016;36(2):301-7.
  99. 99. Moran ME. Scleroderma and evidence based non-pharmaceutical treatment modalities for digital ulcers: a systematic review. J Wound Care. 2014;23(10):510-6.
  100. 100. Herrick A, van den Hoogen F, Gabrielli A, Tamimi N, Reid C, O’Connell D. Modified-release sildenafil reduces Raynaud’s attack frequency in systemic sclerosis. Arthritis Rheum. 2009;60.

Tabellen met studiekarakteristieken

Calciumantagonisten

Eerste auteur, jaartal

Inhoud

Studiekwaliteit (kritische elementen AMSTAR-2)

Populatie

Interventie

Controle

Uitkomstmaten (relevant voor deze review)

Studieprotocol gebruikt

Adequate literatuur-search

Exclusie studies verantwoord

Risk of bias per individuele studie bepaald

Meta-analyse adequaat

Risk of bias geïnterpreteerd

Publicatiebias beoordeeld

Algeheel vertrouwen in resultaten review

Rirash, 2017 (1)

38 RCTs (PRP + SRP)

Nifedipine (22), nicardipine (6), nisoldipine (2), diltiazem (3), amlodipine, isradipine, en verapamil (1)

Placebo

Aanvalsfrequentie, duur van aanval, ernst van aanval (VAS), bijwerkingen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Groot

Afkortingen: PRP: primair fenomeen van Raynaud, RCT: randomized controlled trial, SRP: secundair fenomeen van Raynaud, VAS: visual analogue scale

 

Geëxcludeerde studies op basis van full-tekst

Eerste auteur, jaartal

Reden van exclusie (één reden genoemd, meerdere redenen kunnen van toepassing zijn)

Su, 2021(28)

Niet de juiste interventie

Hennes, 2007(80)

Niet het juiste studie design

Stewart, 2012(27)

Niet de juiste populatie

Vinjar, 2008(29)

Niet de juiste populatie

Walker, 2012(81)

Niet het juiste studie design

Zandman-Goddard, 2005(82)

Niet het juiste studie design

Hughes, 2015(83)

Niet het juiste studie design

Kowal-Bielecka, 2017(41)

Niet het juiste studie design

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 19-01-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 19-01-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Nederlandse Internisten Vereniging - Allergologie en Klinische Immunologie
  • Nederlandse Internisten Vereniging - Vasculaire Geneeskunde

Algemene gegevens

Herziening

De aan deze praktijkrichtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers ervan delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied. Deze ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om (delen van) de richtlijn te herzien. Uiterlijk in 2030 bepaalt de Nederlandse Internisten Vereniging of deze richtlijn nog actueel is. Als nieuwe ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, zal dit eerder gebeuren. Als de richtlijn geheel of gedeeltelijk moet worden herzien, wordt daarvoor een herzieningstraject gestart, met het instellen van een nieuwe richtlijnwerkgroep.

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op ‘evidence' gebaseerde inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Na autorisatie van de richtlijn door een beroepsvereniging, wordt de richtlijn gezien als deel van de ‘professionele standaard'. Aangezien de aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de ‘gemiddelde patiënt', kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie waar nodig afwijken van de richtlijn. Afwijken van richtlijnen kan in bepaalde situaties zelfs noodzakelijk zijn. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden.

 

Financiering

De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd vanuit een toegekende projectsubsidie vanuit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). SKMS heeft geen invloed gehad op de inhoud van deze richtlijn.

Doel en doelgroep

Doel
Het doel van deze richtlijn is het bieden van handvatten bij de behandeling van het secundair fenomeen
van Raynaud en daaraan gerelateerde digitale ulcera of kritieke ischemie in de tweede en derde lijn,
met als doel om de frequentie en duur van aanvallen van Raynaud te beperken, pijnklachten te verlichten,
digitale ulcera te voorkómen en/of te genezen, kritieke ischemie te verminderen en de kwaliteit van
leven positief te beïnvloeden.
 
Doelgroep (zorgverleners)
Deze richtlijn is bedoeld voor internisten, reumatologen, plastisch chirurgen, vaatchirurgen, verpleegkundig
specialisten, thoraxchirurgen, ziekenhuisapothekers en dermatologen, die patiënten met het
fenomeen van Raynaud behandelen in de tweede of derde lijn.
 
Doelgroep (patiënten)
De doelpopulatie van deze richtlijn zijn patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud, die onder
behandeling zijn in de tweede of derde lijn. Onder secundair fenomeen van Raynaud verstaan wij in
deze richtlijn patiënten bij wie sprake is van een onderliggende systemische auto-immuunziekte (zoals
systemische sclerose, mixed connective tissue disease, systemische lupus erythematodes, dermatoen
polymyositis, syndroom van Sjögren en reumatoïde artritis).
 
De differentiaaldiagnose bij het secundair fenomeen van Raynaud is uiteraard veel breder. Patiënten
met secundair fenomeen van Raynaud als gevolg van andere ziekten zoals hematologische ziektebeelden,
trombo-embolieën, vasculitiden en schade ten gevolge van trauma’s vallen buiten de scope van
deze richtlijn. De oorzakelijke behandeling (bijv. hematologisch, immuunsuppressie) van deze etiologieën
valt buiten beschouwing van deze richtlijn.

Samenstelling werkgroep

Samenstelling richtlijnwerkgroep

Deze richtlijn is ontwikkeld door een richtlijnwerkgroep bestaande uit de volgende personen:

  • Dr. Udo Mulder, internist-vasculair geneeskunde, UMC Groningen, namens de Nederlandse Vereniging van Internisten Vasculaire Geneeskunde (voorzitter)
  • Dr. Amaal Eman Abdulle, AIOS Interne Geneeskunde, fellow Vasculaire Geneeskunde, UMC Groningen, secretaris
  • Dr. Anniek van Roon, AIOS Reumatologie, Martini Ziekenhuis/UMC Groningen, secretaris
  • Dr. Mariska Tuut, epidemioloog/richtlijnmethodoloog, PROVA Varsseveld, methodologisch advies
  • Femke Bonte-Mineur, reumatoloog-klinisch immunoloog, Maasstad Ziekenhuis Rotterdam, namens de Nederlandse Vereniging voor Allergologie en Klinische Immunologie
  • Dr. Zana Brkic, internist-allergoloog-immunoloog, ErasmusMC Rotterdam, namens de Nederlandse Vereniging voor Allergologie en Klinische Immunologie
  • Jamy Pullen, patiëntvertegenwoordiger, namens de Nationale Vereniging voor Lupus, APS, Sclerodermie en MCTD
  • Dr. Mike Ruettermann, plastisch chirurg, UMC Groningen, namens de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie NVPC
  • Dr. Ben Saleem, vaatchirurg, UMC Groningen, namens de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Sanne van Schaik-Mast, verpleegkundig specialist, UMC Utrecht, namens Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
  • Dr. Anne Schouffoer, reumatoloog, HagaZiekenhuis Den Haag, namens de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • Rita Schriemer, patiëntvertegenwoordiger, namens de Nationale Vereniging voor Lupus, APS, Sclerodermie en MCTD
  • Dr. Julia Spierings, reumatoloog, UMC Utrecht, namens de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • Dr. Sanne van Wissen, internist-vasculair geneeskunde, OLVG Amsterdam, namens de Nederlandse Vereniging van Internisten Vasculaire Geneeskunde

De uitwerking van de uitgangsvragen m.b.v. systematisch literatuuronderzoek en aanvullende overwegingen in conceptteksten voor de richtlijn is voorbereid door Amaal Eman Abdulle en Anniek van Roon. Alle conceptteksten zijn meerdere malen besproken in vergaderingen van de richtlijnwerkgroep en in concept vastgesteld. Alle werkgroepleden zijn verantwoordelijk en stemmen in met de volledige tekst van deze richtlijn.

Alle richtlijnwerkgroepleden hebben een KNAW-belangenverklaring ingevuld. Hierbij is geen belemmering voor participatie in de richtlijnwerkgroep geconstateerd. 

 

Voor de commentaarfase is de conceptrichtlijn voorgelegd aan een klankbordgroep, bestaande uit de volgende personen:

  • Cecile Bekkers, ziekenhuisapotheker, namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Dr. Folkert van Bruggen, huisarts, op persoonlijke titel
  • Dr. Meelad Habib, dermatoloog, namens de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Dr. Michiel Kuijpers, thoraxchirurg, namens de Nederlandse Vereniging van Thoraxchirurgie
  • Dr. Erik Serné, vasculair internist, namens de Nederlandse Internisten Vereniging
  • Dr. Madelon Vonk, reumatoloog, namens de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie

Belangenverklaringen

Naam

Hoofdfunctie

Nevenfuncties

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Udo Mulder

Internist

  • (mede)secretaris werkgroep systemische sclerose SANL, onbetaald
  • voorzitter werkgroep vasculitis NVIVG, onbetaald
  • opleider, sectielid vasculaire geneeskunde NIV, onbetaald
  • adviseur UMCG spin-off bedrijf TS vascular

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Amaal Eman Abdulle

Arts-assistent in opleiding tot internist

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Anniek van Roon

Arts-assistent in opleiding tot reumatoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Mariska Tuut

Zelfstandig richtlijnmethodoloog, PROVA

  • Buitenpromovenda CAPHRI, Maastricht University (Guideline development on healthcare related testing) - onbetaald
  • Lid ZonMw programmacommissie Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg - vacatiegelden
  • Lid ZonMw programmacommissie Beter Thuis - vacatiegelden
  • Lid ZonMw programmacommissie Verbetering kwaliteit Poortwachtersproces - vacatiegelden
  • Lid organisatiecomité GENEVER - onbetaald

 

 

 

 

 

Femke Bonte-Mineur

Reumatoloog, internist-klinisch immunoloog

  • 2021 tweemaal nascholing ILD bij systeemziekten voor verpleegkundigen, gesponsord door Boehringer, inhoud onafhankelijk
  • 2021 eenmalig Nascholingsmagazine Longziekten Special PF-ILD, tijdschrift iDoctor, inhoud onafhankelijk
  • 2019 - heden ACR Naderhand, jaarlijks congres, programmacommissie, gesponsord door Novartis, inhoud onafhankelijk
  • 2018 ACR Naderhand, jaarlijks congres, programmacommissie, gesponsord door Roche, inhoud onafhankelijk

Geen

Geen

2020-2021 Hands-on onderzoek zilverhandschoenen, gezamenlijk LUMC Maasstad HAGA Zuyderland

Maasstad STZ centrum voor systeemziekten

Geen

Zana Brkic

Internist allergoloog-klinisch immunoloog

Speaker fee: Santen, Janssen, Novartis, AstraZeneca

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Jamy Pullen

Vrijwilliger NVLE

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Mike Ruettermann

  • Plastisch chirurg/ Handchirurg UMCG (Nederland) 0,5 FTE (loondienst)
  • HPC Oldenburg (Hand- en plastische chirurgie) Duitsland 0,5 FTE (zelfstandig)

Editor 'Journal of Hand Surgery European Volume', werkgever: British Society for Surgery of The Hand

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Ben Saleem

Vaatchirurg

Commissie lid vaatdagen voorzitter vaatprothese infectie werkgroep

Geen

Geen

Lemaitre onderzoek naar bio materialen bij vaatprothese infectie

Geen

Geen

Sanne van Schaik-Mast

Verpleegkundig specialist

Werkgroeplid richtlijn systemische sclerose

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Anne Schouffoer

Reumatoloog

Geen

Geen

Geen

Deelname aan Hands On studie, multicenter vanuit LUMC naar effect van zilverhandschoenen op Raynaud bij Systemische Sclerose
Studie onafhankelijk uitgevoerd, Sponsor Skafit (leverancier zilverhandschoenen)

Geen

Geen

Rita Schriemer

  • Vrijwilliger NVLE
  • Projectmedewerker Sint Maartenskliniek

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Julia Spierings

Reumatoloog

Honorary Professor in Royal Free Hospital - University College London (onbetaald)

Geen

Geen

Deelname aan studies die medegefinancierd zijn door: ReumaNederland, ZonMW, Boerhinger Ingelheim BV en Miltenyi BV

Geen

Geen

Sanne van Wissen

Internist

Lid bestuur NVIVG, lid werkgroep vasculitis NVIVG (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

Het patiëntenperspectief in deze richtlijn is gewaarborgd door deelname van twee vertegenwoordigers van de Nationale Vereniging voor Lupus, Aps, Sclerodermie en MCTD aan de richtlijnwerkgroep. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van relevante uitkomstmaten en het formuleren van de aanbevelingen zijn telkens expliciet de waarden en voorkeuren van patiënten meegenomen.

Een samenvatting van de richtlijn en informatie voor patiënten zijn per module opgenomen in de bijlagen.

Implementatie

De ontwikkeling van een nieuwe richtlijn is niet los te zien van de invoering ervan. Bij alle fasen van de ontwikkeling van de richtlijn wordt daarom rekening gehouden met de implementatie. Zo is bij het vaststellen van de knelpunten gekeken naar knelpunten uit de praktijk, waarvan het veld graag wil dat ze opgelost worden. Ook bij het formuleren van aanbevelingen wordt rekening gehouden met de implementeerbaarheid daarvan. In het implementatieplan, behorend bij de richtlijn, worden belemmerende en bevorderende factoren voor invoering van de richtlijn besproken.

 

Een implementatieplan van deze klinische praktijkrichtlijn is per module opgenomen in de bijlagen.

 

Een samenvatting van de richtlijn en informatie voor patiënten zijn per module opgenomen in de bijlagen.

 

Een bijlage met vastgestelde kennislacunes – derhalve aanbevelingen voor nader wetenschappelijk onderzoek – is per module opgenomen in de bijlagen.

Werkwijze

De ontwikkeling van deze richtlijn is uitgevoerd volgens de criteria die zijn beschreven in het AGREE-II instrument en het document Richtlijnen 2.0.(2, 3) Daarbij is gewerkt volgens de GRADE methodiek, waarbij gebruik is gemaakt van GRADEpro voor het opstellen van de GRADE evidence profielen.(4, 5)

 

Knelpuntenanalyse

Aan de hand van voor de financieringsaanvraag van deze richtlijn opgestelde knelpunten is in de eerste vergadering van de richtlijnwerkgroep gediscussieerd over knelpunten die in de richtlijn aan de orde zouden moeten komen. Daarbij heeft de richtlijnwerkgroep ervoor gekozen te focussen op knelpunten in de behandeling van patiënten met het fenomeen van Raynaud.

De door de richtlijnwerkgroep vastgestelde knelpunten zijn:

  1. Tweedelijns niet-medicamenteuze behandelopties om chronische pijn(klachten) bij het secundair fenomeen van Raynaud onder controle te krijgen (bijvoorbeeld leefstijl interventies, chirurgische en anesthesiologische interventies, revalidatie/fysio/bewegingstherapie, gedrags- en cognitieve interventies)
  2. Tweedelijns medicamenteuze behandelopties ter vermindering van ernst en frequentie van (pijn)klachten van Raynaud aanvallen (bijvoorbeeld nifedipine, orale vasodilatatore middelen anders dan nifedipine, pde-5 remmers, prostaglandine analogen) bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud
  3. Behandelopties ter bevordering van genezing en/of preventie van digitale ulcera en verminderen van kritieke ischemie (bijvoorbeeld pde-5 remmers, iloprost schema’s, chirurgische en anesthesiologische interventies) bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud
  4. Organisatie van zorg rondom de behandelingen van het secundair fenomeen van Raynaud (inclusief wondzorg, regionale inbedding en samenwerking)

Uitgangsvragen

Op basis van de knelpuntenanalyse zijn uitgangsvragen opgesteld en door de richtlijnwerkgroep besproken en geaccordeerd. Bij de uitgangsvragen zijn patiëntrelevante uitkomstmaten vastgesteld.

De volgende uitgangsvragen worden in deze richtlijn behandeld:

Knelpunt

Uitgangsvragen

Niet-medicamenteuze behandelopties t.a.v. van ernst en frequentie van Raynaud aanvallen

Zijn niet-medicamenteuze behandelopties (zoals leefregels en educatie, beweegadviezen, psychologische interventies) geïndiceerd bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud?

  • Leefregels en educatie (o.a. koude preventie, voorkomen van ondergewicht, voedingsmaatregelen, stop roken, signalering pre-ischemie)
  • Beweegadviezen (o.a. revalidatie/fysio/bewegingstherapie)
  • Psychologische interventies t.b.v. stressreductie: gedrags- en cognitieve interventies

Is thoracale sympathectomie geïndiceerd bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud?

Medicamenteuze behandelopties ter vermindering van ernst en frequentie van Raynaud aanvallen

Welke medicamenteuze behandelingen worden aanbevolen bij patiënten met het secundair fenomeen van Raynaud om de ernst van de aanvallen, frequentie van de aanvallen en pijn te verminderen?

Medicamenteuze opties: calciumantagonist, ACE-remmers, angiotensinereceptorblokkers, alfablokkers, fosfodiësterase-5-inhibitors, serotonineheropnameremmers, endotheline receptor antagonisten, intraveneuze prostacyclines, topicale nitraten, ginkgo biloba.

Behandelopties t.b.v. genezing en/of preventie van digitale ulcera en verminderen van kritieke ischemie

Welke medicamenteuze behandelingen worden aanbevolen voor het bevorderen van genezing van digitale ulcera en/of kritieke ischemie bij het secundair fenomeen van Raynaud?

Medicamenteuze opties: intraveneuze prostacyclines, calciumantagonisten, endotheline receptor antagonisten, fosfodiësterase-5-inhibitors, trombocytenaggregatieremmers, topicale nitraten

Welke lokale behandeling (incl. botulinetoxine A) wordt aanbevolen voor digitale ulcera en kritieke ischemie?

Welke chirurgische interventies (thoracale/perifere sympathectomie) worden aanbevolen in de behandeling van digitale ulcera en kritieke ischemie?

Organisatie van zorg rondom de behandelingen

Welke zorgverleners kunnen betrokken worden bij patiënten met secundair fenomeen van Raynaud?

Hoe kan de organisatie van zorg het beste ingericht zijn?

Welke zorgverleners kunnen betrokken worden bij patiënten met digitale ulcera/kritieke ischemie?

Bij de uitwerking van de uitgangsvragen zijn verschillende subuitgangsvragen/zoekvragen uitgewerkt, zie daarvoor de inhoudelijke hoofdstukken van deze richtlijn.

 

Literatuuronderzoek

Voor elke medisch inhoudelijke uitgangsvraag zijn PICO’s uitgewerkt binnen de richtlijnwerkgroep, waarna het literatuuronderzoek is uitgevoerd. Specificaties hiervan zijn beschreven in de betreffende hoofdstukken per uitgangsvraag. Over het algemeen is gezocht in PubMed, waarbij gezocht is naar combinaties van gecontroleerde trefwoorden en vrije tekst. Daarnaast is de literatuurselectie uitgevoerd met tevoren vastgestelde selectiecriteria in twee stappen: eerst op basis van titel en abstract en daarna op basis van de volledige tekst. De geïncludeerde artikelen zijn beoordeeld op kwaliteit en inhoud en samengevat in tabellen met studiekarakteristieken en beschreven in de tekst van de hoofdstukken. De kracht van het wetenschappelijke bewijs is beoordeeld volgens de GRADE methodiek.(4, 5) GRADE evidence profielen, gemaakt met de guidelinedevelopment tool per uitgangsvraag zijn weergegeven (zie de betreffende hoofdstukken). Op basis van de evidence zijn conclusies geformuleerd, voorzien van een gradering volgens de GRADE methodiek. De betekenis van deze gradering is als volgt:

GRADE

Symbool

Definitie

Hoog

⊕⊕⊕⊕

Het werkelijke effect ligt dicht bij het geschatte effect

Redelijk

⊕⊕⊕O

Het werkelijke effect ligt waarschijnlijk dicht bij het geschatte effect, maar kan daar substantieel van verschillen

Laag

⊕⊕OO

Het werkelijke effect kan substantieel verschillen van het geschatte effect

Zeer laag

⊕OOO

Het werkelijke effect verschilt zeer waarschijnlijk substantieel van het geschatte effect

De gevonden literatuur behandelt veelal patiënten met systemische sclerose; de richtlijnwerkgroep acht de resultaten daarvan ook toepasbaar op andere reumatische aandoeningen met het secundair fenomeen van Raynaud op basis van vasculopathie.

 

Van evidence naar aanbevelingen

In de klinische besluitvorming zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten van belang. Dit betreft onder meer waarden en voorkeuren van patiënten, kosten, balans tussen gewenste en ongewenste effecten van interventies en organisatorische aspecten.(6, 7) Op basis van de evidence en de overige overwegingen zijn vervolgens door de richtlijnwerkgroep aanbevelingen geformuleerd.

Alle conceptteksten zijn meerdere malen besproken in vergaderingen van de richtlijnwerkgroep en in concept vastgesteld. Alle werkgroepleden zijn verantwoordelijk en stemmen in met de volledige tekst van deze richtlijn.

 

Commentaar- en autorisatiefase

In oktober 2025 is de richtlijn ter commentaar voorgelegd aan de volgende partijen:

  • ARCH – Autoimmune Research and Collaboration Hub
  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
  • Nationale Vereniging voor Lupus, Aps, Sclerodermie en MCTD
  • Nederlands Huisartsen Genootschap
  • Nederlandse Associatie Physician Assistants 
  • Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Thoraxchirurgie 
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers 
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie 
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde 
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie 
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie 
  • Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen
  • Reuma Nederland 
  • Samenwerkende Topklinische Ziekenhuizen 
  • Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland 
  • Zelfstandige Klinieken Nederland 
  • Zorginstituut Nederland 
  • Zorgverzekeraars Nederland 

Het commentaar uit de commentaarronde is geanalyseerd door de richtlijnwerkgroep en verwerkt in de definitieve versie van de richtlijn, waarbij de verwerking van de commentaren is teruggekoppeld aan de indieners ervan. De definitieve versie van de richtlijn is ter autorisatie voorgelegd.

 

De belangrijkste aanpassingen n.a.v. de commentaarronde zijn:

  • Diverse aanpassingen ter verduidelijking en verhoging v.d. consistentie v.d. tekst
  • Duidelijker aangegeven dat er op basis van evidence geen specifieke voorkeur is aan te geven voor een bepaald type materiaal voor het behouden van warmte.
  • Gespecificeerd bij de behandeling met calciumantagonisten dat het om medicatie met vertraagde afgifte gaat.
  • In de tekst zijn gebruikelijke doseringen van PDE-5 remmers toegevoegd. Ook is specifiek toegevoegd dat deze middelen bij kritieke ischemie niet primair worden aanbevolen.
  • In de tekst zijn overwegingen t.a.v. infusieschema’s van intraveneuze prostacycline analogen toegevoegd. Ook is specificatie v.d. behandelduur bij kritieke ischemie toegevoegd in de aanbeveling.
  • Toevoeging van expliciete monitoringsaanbeveling bij preventieve behandeling met endotheline receptor antagonisten.
  • Aanpassing v.d. aanbeveling (incl. onderbouwing) m.b.t. perifere sympathectomie bij patiënten met digitale ulcera en/of kritieke ischemie (incl. diagnostiek en behandeling onderhoudende factoren en striktere formulering v.d. randvoorwaarden).
  • Specificatie v.d. randvoorwaarden voor behandeling met botulinetoxine A injecties.

Zoekverantwoording

Calciumantagonisten

Database: Medline – datum: 21-03-2023 – systematische reviews

Zoek nummer

Vraag

Aantal resultaten

Toelichting

4

#1 and #2 and #3

245

Combinatie

3

"Raynaud Disease"[Mesh] OR "Raynaud”[Title/Abstract]

10 340

Zoekblok fenomeen van Raynaud

2

"search*" [Title/Abstract] OR

"meta-analysis" [Publication Type] OR

"meta analysis" [Title/Abstract] OR

"meta analysis" [MeSH Terms] OR

"review" [Publication Type] OR

"diagnosis" [MeSH Subheading] OR

"associated" [Title/Abstract]

10 675 799

Zoekblok systematische reviews

1

"Calcium Channel Blockers"[Mesh] OR
"calcium channel blockers”[Title/Abstract] OR "dihydropyridine”[Title/Abstract] OR
"calcium antagonist”[Title/Abstract] OR
"Nifedipine”[Title/Abstract] OR
"Amlodipine”[Title/Abstract] OR
"Barnidipine”[Title/Abstract] OR
"Clevidipine”[Title/Abstract] OR
"Felodipine”[Title/Abstract] OR
"Lacidipine”[Title/Abstract] OR
"Lercanidipine”[Title/Abstract] OR
"Nicardipine”[Title/Abstract] OR
"Nimodipine”[Title/Abstract] OR
"Diltiazem”[Title/Abstract] OR
"Verapamil”[Title/Abstract]

88 425

Zoekblok calcium-antagonisten

Volgende:
Behandeling digitale ulcera en kritieke ischemie