Basaalcelcarcinoom - Excisie van recidief BCC
Uitgangsvraag
Welke marges dienen aangehouden te worden bij conventionele chirurgische excisie van recidief BBC?
Aanbeveling
Onderbouwing
Conclusies
Niveau 1 |
Chirurgische excisie is een effectieve behandeling voor BCC (recidiefpercentage 4-10% voor primair BCC en 17% voor recidief BCC in vijf jaar). |
Niveau 4 |
Uit de literatuur zijn geen eenduidige conclusies te trekken over de benodigde marges van de excisie. |
Samenvatting literatuur
Radicaliteit en recidiefpercentage
Er is 1 RCT waarbij CE werd vergeleken met MMC bij recidief BCC’s in het gelaat. In deze studie van Mosterd et.al.(2008) werden 202 recidief BCC’s geïncludeerd. Hiervan waren 56 BCC’s lost in follow up. Er werden 10 recidieven gevonden in de CE groep en 2 in de MMC groep (12,1%vs 2,4%). Deze studiegroep werd gevolgd tot meer dan 10 jaar na behandeling [van Loo 2014]. Er waren op dat moment nog slechts 38,6% van de tumoren in de recidief BCC groep in follow-up. Het verschil in recidiefpercentages was ongeveer gelijk: 13,5% na CE versus 3,9% na MMC (p = 0.023).
Referenties
- 1 - Rowe DE, Carroll RJ, Day CL, Jr. Mohs surgery is the treatment of choice for recurrent (previously treated) basal cell carcinoma. J Dermatol Surg Oncol 1989 Apr;15(4):424-31.[b] # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/2925988
- 2 - Marchac D, Papadopoulos O, Duport G. Curative and aesthetic results of surgical treatment of 138 basal-cell carcinomas. J Dermatol Surg Oncol 1982 May;8(5):379-87. # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/7096764
- 3 - Breuninger H, Dietz K. Prediction of subclinical tumor infiltration in basal cell carcinoma. J Dermatol Surg Oncol 1991 Jul;17(7):574-8. # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1860987
- 4 - Wagner RF, Jr., Cottel WI. Multifocal recurrent basal cell carcinoma following primary tumor treatment by electrodesiccation and curettage. J Am Acad Dermatol 1987 Dec;17(6):1047-9. # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/3429717
- 5 - Rowe DE, Carroll RJ, Day CL, Jr. Long-term recurrence rates in previously untreated (primary) basal cell carcinoma: implications for patient follow-up. J Dermatol Surg Oncol 1989 Mar;15(3):315-28. [a] # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/2646336
- 6 - Avril MF, Auperin A, Margulis A, Gerbaulet A, Duvillard P, Benhamou E, et al. Basal cell carcinoma of the face: surgery or radiotherapy? Results of a randomized study. Br J Cancer 1997;76(1):100-6. # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/9218740
- 7 - Rhodes LE, de Rie MA, Leifsdottir R, Yu RC, Bachmann I, Goulden V, et al. Five-year follow-up of a randomized, prospective trial of topical methyl aminolevulinate photodynamic therapy vs surgery for nodular basal cell carcinoma. Arch Dermatol 2007 Sep;143 (9):1131-6. # http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17875873
Evidence tabellen
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Bath-Hextall,
|
B |
Prospectieve
|
Primair, histologisch bevestigd nodulair of superficieel BCC. |
Er werden 947 patiënten benaderd voor deelname, waarvan er 501 werden gerandomiseerd(sBBC= 257, nBCC= 244)
IMI: 254
|
3 jaar (omdat 67% van recidieven in 1e 3 jaar zou optreden) |
Imiquimod 5% crème, 7x per week, gedurende 6 weken |
Conventionele excisie (4 mm marge) |
Behandelsucces na 3 jaar follow up
|
sBCC IMQ: 97/114(85,1%) EXC: 96/98 (98,0%)
nBCC IMQ: 81/99(81,8%) EXC: |
Imiquimod is inferieur tov chirurgie o.b.v. het gedefinieerde gemodificeerde intention-to-treat-analyse.
Geen biopsie ter bevestiging dat tumor weg was na Imiquimod. |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
E. van Loo, 2014 |
B |
Prospectieve RCT |
Histologisch bewezen BCC in het gelaat uit 7 ziekenhuizen in Zuid Nederland
|
408 pBCC en 204 rBCC bij 374 patiënten
|
10 jaar |
Mohs micrografische chirurgie |
Conventionele excisie |
Recidief tumor (ongeblindeerd beoordeeld) |
10 jaar cumulatieve recidiefkans pBCC na Mohs 4,4%, na excisie 12,2% Voor rBCC 3,9% en 13,5% pBCC: 44% van de recidieven binnen 5 jaar rBCC: 86% binnen 5 jaar, 14% tussen 5-10% geen na 10 jaar. |
pBCC= primaire BCC van ≥1 cm en in de H-zone of agressieve histologisch type. 35-40% van de patiënten volbrachten de 10 jaar follow up.
|
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Roozeboom, 2013
|
B |
Prospectieve
|
Primair, histologisch bevestigd nodulair BCC uit Nederland |
Er werden 173 BCC’s |
5 jaar |
3 weken na gedeeltelijke debulking;
|
Conventionele excisie (3 mm tumor vrije marge) |
Cumulatieve recidiefkans na 5 jaar follow up
Relatie tussen tumordikte en de cumulatieve kans op een recidief-vrije 5 jaars overleving na PDT-ALA |
ALA-PDT: 30,7%(21,5-42,6)
|
Na randomisatie vielen er 2 patiënten af wegens overlijden en recidief.
Blindering van patiënten en onderzoekers is door de aard van beide interventies niet mogelijk. |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Cosgarea,2012 |
B |
Prospectieve niet-gerandomiseerde CT |
Primair, superficieel of nodulair, histologisch bevestigd BCC. |
Er werden in totaal 94 BCC’s behandeld |
Gemiddelde duur 25 maanden |
20% ALA cream 4 uur onder occlusie, gevolgd door blootstelling aan rood licht gedurende 15 min (totale dosis 37 J/cm2). Twee sessies met een interval van 1 maand. |
Conventionele excisie (met 3 mm vrije marge) |
Complete respons na 12 maanden
Goede tot uitstekende cosmetische uitkomst gescoord door patiënt. |
ALA-PDT: ALA-PDT: 2/48 (4,2%)
|
De recidieven in de ALA-PDT groep waren beide nBCC’s. In de excisiegroep was het 1 sBCC (geen tumor vrije marge bij eerste excisie) en 1 nBCC. Relatief kleine sample size De behandeling werd gekozen op basis van de voorkeur van de patiënt. |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Chren, |
B |
Cohortstudie |
Patiënten met primair NMSC, behandeld met curettage en coagulatie, excisie of Mohs micrografische chirurgie uit dermatologie kliniek Veteran Affairs ziekenhuis
|
443 BCC’s
|
Gemiddeld 6,6 jaar.
|
Conventionele excisie |
Curettage en coagulatie, Mohs mircrografische chirurgie
|
Tumorrecidief BCC voor de verschillende behandelingen |
Conventionele excisie:
|
De groepen waren niet vergelijkbaar (er waren minder hoofd-hals tumoren in de C&E groep en meer tumoren in de H-zone in de MMC groep) en vooraf opgestelde criteria voor een behandeling ontbraken (onder andere de klinische marge bij CE). Gemiddelde tijd van detectie van de recidieven na Mohs micrografische chirurgie was 6.0 jaar.
Lokalisatie niet duidelijk te achterhalen (want in tabel ook PCC erbij) |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Szeimies |
B |
Multicenter, randomised controlled, parallel- group, open study |
Primair histologisch bevestigd superficieel BCC, zonder histologisch bewijs van agressieve groeipatronen |
234 patiënten werden gescreend. |
12 maanden |
MAL-PDT: |
Conventionele excisie (3 mm marge) |
Klinisch respons na 3 maanden
|
MAL-PDT: |
Duur van de studie voor de patiënt was 13-16 maanden, afhankelijk of er sprake was van 1 of 2 MAL-PDT cycles. Hoge lost to follow up, meest frequente oorzaak van uitvallen patiënten in MAL-PDT groep was bij 8% een incompleet respons na 3 en 6 maanden |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Mosterd, 2008 (b) |
B |
Prospectieve RCT |
Histologisch bewezen BCC in het gelaat uit. 7 ziekenhuizen uit Zuid Nederland |
408 pBCC en 204 rBCC bij 374 en 191 patiënten |
5 jaar. |
Mohs micrografische chirurgie |
Conventionele excisie |
Recidief tumor
Factoren
|
pBCC recidief: 4,1% bij excisie, 2,5% bij Mohs (niet significant) rBCC recidief: 12,1% bij excisie, 2,4 % bij Mohs (significant) rBCC agressieve subtype significant risicofactor voor recidief. (bij pBCC niet)
|
pBCC= primaire BCC van ≥1 cm en in de H-zone of agressieve histologisch type. Van 397 pBCC, 127 pBCC verloren in follow up. Van de 202 rBCC, 56 rBCC verloren. Excisie marges, zowel bij conventionele als Mohs, was 3,0 mm. |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Mosterd, |
B |
ProspectieveRCT |
Primair histologisch bevestigd nodulair BCC
Lokalisatie: meerderheid in gelaat (51%)
Sowieso exclusie op concave oppervlakken en behaarde delen, Poliklinisch, Maastricht Nederland |
149 patiënten met 173 BCC’s gerandomiseerd |
46 maanden |
3 weken na gedeeltelijke debulking; fractionated 20% 5-ALA creme onder occlusie gedurende 4 uur. Belichting met metal-halogeen lamp voor 15 minuten met lichtdosis van 75 J/m2 |
Conventionele excisie ( 3 mm tumor vrije marge) |
Complete respons na 3 maanden
Cumulatieve incidentie van falen van de behandeling
|
ALA-DPT: ALA-DPT:
|
Het blinderen van patiënten en onderzoekers was door de aard van de interventies niet mogelijk. Maar bij de oncologische follow up werd er niet beoordeeld door de onderzoeker maar door een andere dermatoloog. Bij incompleet respons of recidief in de ALA-PDT groep behandelen met conventionele excisie. |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Kuijpers, |
B |
ProspectieveRCT |
Primair, histologisch bevestigd BCC, zowel superficieel als nodulair. Met een dm < 20 mm |
C&C:51 BCC’s EXC:49 BCC’s |
5 jaar |
Curettage plus cryochirurgie |
Conventionele excisie ( met 3 mm tumor vrije marge) |
Recidief percentage na 5 jaar
Overall 5-jaars recidiefkans Risico op recidief; vergelijking C&C met EXC |
C&C: 17,6%
C&C:19,6%
|
Het blinderen van patiënten onderzoekers was door de aard van de interventies niet mogelijk. Bij de oncologische follow up werd er niet beoordeeld door de onderzoeker maar een andere dermatoloog
Recidieven werden behandeld middels Mohs micrografische chirurgie of conventionele excisie |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Rhodes,
|
B |
Multicenter, randomized |
Primair histologische bevestigd nodulair BCC.
|
MAL-PDT: 50 patiënten 53 nBCC’s
|
5 jaar |
MAL-DPT: Herhalen na 3 maanden wanneer er geen klinische respons was. |
Conventionele excisie ( 5 mm marge) |
Histologisch bevestigde recidieven
Goede tot uitstekende cosmetische uitkomst na 5 jaar ( gescoord door onderzoeker)
|
MAL-PDT: |
Het blinderen van patiënten en onderzoekers is door de aard van de interventies niet mogelijk. |
Auteur, jaartal |
Mate van bewijs |
Type studie |
Patiënten populatie, setting |
N |
Follow up |
Interventie groep |
Controle groep |
Uitkomst maat |
Resultaten |
Opmerkingen
|
Rhodes, |
B |
Multicenter, randomized |
Primair histologische bevestigd nodulair BCC
Geëxcludeerd: midface, orbita en oren en bepaalde maximale afmetingen (afhankelijk van de locatie)
Zowel gelaat als romp |
Er werden 103 patiënten gerandomiseerd waarvan 2 nog voor behandeling consent introkken.
|
24 maanden Maar resultaten na 24 maanden niet uitgerekend |
MAL-DPT: Na debulking: 160mg/g MAL-DPT onder occlusie voor 3 uur. Daarna belichting met rood licht, totale dosis van 75 j/cm2 Herhalen na 3 maanden wanneer er geen klinische respons was. |
Conventionele excisie ( 5 mm marge) |
Complete klinische respons na 3 maanden
Geen respons of recidief na 12 maanden |
MAL-PDT:
MAL-PDT:
MAL-PDT:
MAL-PDT:
MAL-PDT:
MAL-PDT: |
Het blinderen van patiënten en onderzoekers is door de aard van de interventies niet mogelijk. |
NMSC: nonmelanoma skin cancer
nBCC: nodulair basaalcelcarcinoom
sBCC: superficieel basaalcelcarcinoom
rBCC: recidief BCC
pBCC: primair BCC
Verantwoording
Autorisatiedatum en geldigheid
Laatst beoordeeld : 03-06-2024
Laatst geautoriseerd : 25-07-2016
Geplande herbeoordeling : 30-06-2026
Deze richtlijn zal, indien nodig, jaarlijks online worden geactualiseerd. Vanuit de domeingroep oncologie van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie zal dit proces bewaakt worden.
Algemene gegevens
Op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie heeft een gedeeltelijke herziening plaatsgevonden van de richtlijn ’Behandeling van het Basaalcelcarcinoom (BCC)’. Er is gekozen voor een gedeeltelijke herziening in de wetenschap dat er nieuwe literatuur is over aan aantal onderdelen van de richtlijn (expert knowledge). Uit kosten efficiëntie is een modulaire aanpassing voorgesteld waar de leden mee ingestemd hebben.’
Deze herziening (2015) werd noodzakelijk geacht, omdat de richtlijn uit 2007 qua verantwoording uit de literatuur verouderd was en in 2014 niet alle modules konden worden herzien. In 2014 werden de modules incidentie en prevalentie en systemische medicamenteuze therapie vismodegib toegevoegd; de modules fotodynamische therapie, lokale medicamenteuze therapie, leidraad tot een keuze van een behandeling en follow-up werden herzien. In 2015 werden de modules diagnostiek (voorheen pathologie), conventionele excisie, Mohs micrografische chirurgie en radiotherapie herzien. De tekst van de module ‘Leidraad tot keuze van een behandeling’ werd aangepast. Een deel van de richtlijntekst is dan ook ongewijzigd gebleven, een deel is aangepast of aangevuld. Een gedeeltelijke aanpassing heeft voordelen in de zin dat het werk en de tijd beperkt is, als nadeel is te noemen dat veranderingen in een onderdeel ook gevolgen kunnen hebben voor overige tekst. Hiermee is zoveel mogelijk rekening gehouden en is terug te vinden op welke basis en datum de evidence in de richtlijn is opgenomen.
Doel en doelgroep
Doel
Deze richtlijn is een document met aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Er wordt aangegeven welke behandelingen er mogelijk zijn en welke de voorkeur verdient. Hierbij is met name gekeken naar recidiefpercentages, irradicale behandeling, functionaliteit en cosmetiek.
Doelgroep
Deze richtlijn is primair geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die aan de ontwikkeling van deze richtlijn hebben bijgedragen. Deze staan vermeld bij de samenstelling van de werkgroep.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in 2015 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die met de diagnostiek en behandeling van basaalcelcarcinoom te maken hebben (zie hieronder). De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en waren gemandateerd door hun vereniging.
Werkgroepleden |
Vereniging |
Dhr. Dr. R.C. Beljaards |
NVDV |
Dhr. Dr. P.A.J. Buis |
NHG |
Mevr. Drs. E. Burkink |
Arts-onderzoeker richtlijnen NVDV |
Mevr. Dr. E.M.L. Corten |
NVPC |
Mw. F. Das |
HPN |
Mevr. Prof. Dr. M. R. van Dijk |
NVVP |
Dr. J.J.E. van Everdingen |
Directeur NVDV |
Mevr. Drs. K.J.A. Frencken |
Promovendus MUMC |
Mevr. Mr. Dr. E.R.M. de Haas |
NVDV |
Mw. Drs. M. van Hezewijk |
NVRO |
Dhr. Dr. K.J.A.O. Ingels |
KNO-vereniging |
Mw. Dr. H.W. Kapiteijn |
NVvO / NIV |
Mevr. Drs. S.A.T. Karsch (secretaris) |
Arts-onderzoeker richtlijnen NVDV |
Mevr. Drs. A. Lamberts |
Arts-onderzoeker richtlijnen NVDV |
Mevr. Dr. N.W.J. Kelleners-Smeets (voorzitter) |
NVDV |
Mw. S.M. van der Kleij |
V&VN Oncologie |
Mevr. Drs. R.A. Kuin (secretaris) |
Arts-onderzoeker richtlijnen NVDV |
Mw. Drs. J.H.F. Leemhuis |
NFK |
Mw. I. Meijer |
V&VN Dermatologie |
Mw. Drs. J.G Reinders |
NVRO |
Mw. Drs. D. Stemkens |
IKNL |
Mevr. Drs. M. Vreeburg |
VKGN |
Belangenverklaringen
Alle werkgroepleden hebben een belangenverklaring ingevuld, waarin ze hun banden met de farmaceutische industrie aangeven gedurende het richtlijntraject. Een overzicht van deze belangenverklaringen vindt u hieronder.
Activiteiten die de leden van de werkgroep ‘Behandeling van het BCC in de afgelopen drie jaar hebben ontplooid op uitnodiging van of met subsidie van de farmaceutische industrie (gepeild in 2015).
Werkgroeplid |
Firma |
Activiteit |
Mevr. Dr. N.W.J. Kelleners-Smeets |
Galderma |
Congres Voordracht Consultatie/ advisering Sponsoring wetenschappelijk onderzoek |
|
Leo pharma |
Consultatie / advisering |
|
Will pharma |
Sponsoring wetenschappelijk onderzoek |
Mevr. Mr. Dr. E.R.M. de Haas |
Roche |
Consulatie / advisering Wetenschappelijk onderzoek Congres |
|
Leo pharma |
Consultatie / advisering |
|
Bipharma |
sponsering wetenschappelijk onderzoek |
Dhr. Dr. R.C. Beljaards |
Leo pharma |
Consultatie / advisering |
|
Galderma |
Consultatie / advisering Cursus Publicatie |
Mw. Dr. H.W. Kapiteijn |
Roche |
Consulatie / advisering Congres |
Dhr. dr. K.J.A.O. Ingels |
Geen |
|
Mevr. Dr. E.M.L. Corten |
Geen |
|
Dhr. Dr. P.A.J. Buis |
Geen |
|
Mevr. Prof. Dr. M. R. van Dijk |
Geen |
|
Mw. S.M. van der Kleij |
Geen |
|
Mw. F. Das |
Geen |
|
Dr. J.J.E. van Everdingen |
Geen |
|
Mevr. Drs. E. Burkink |
Geen |
|
Mevr. Drs. S.A.T. Karsch (secretaris) |
Geen |
|
Inbreng patiëntenperspectief
Voor het komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten van belang zoals het patiëntenperspectief. Dit wordt, indien relevant, besproken onder het kopje ‘overwegingen’ van de desbetreffende module.
Methode ontwikkeling
Evidence based
Implementatie
De richtlijn wordt gepubliceerd op de website van de NVDV, www.oncoline.nl, de website van de richtlijnen database en eventueel op de websites van alle andere deelnemende verenigingen. Daarnaast wordt een samenvatting van de richtlijn aangeboden aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Bovendien wordt de richtlijn gebruikt voor nascholing van de NVDV. Ook zal de richtlijn worden verwerkt in het voorlichtingsmateriaal dat thans voor BCC beschikbaar is.
Werkwijze
Om een nieuwe integrale evidence-based richtlijn voor de behandeling van het Basaalcelcarcinoom te realiseren was een gefaseerd herzieningstraject nodig van de richtlijn uit 2007 met bijzondere aandacht voor de onderbouwing van de richtlijn met bewijs uit de literatuur. De oude richtlijn uit 2007 werd geschreven aan de hand van uitgangsvragen voor elke behandeling: Wat is de effectiviteit van de diverse behandelingen bij patiënten met een primair Basaalcelcarcinoom met betrekking tot:
a) radicaliteit en recidiefpercentage
b) cosmetisch resultaat / functionaliteit
Deze en de vorige herziening (2014 & 2015) werden geschreven aan de hand van een aantal uitgangsvragen (zie Module ‘Uitgangsvragen richtlijn herziening 2014 & 2015).
De werkgroep heeft in eerste instantie literatuur gezocht in PubMed. Hierbij is met name gezocht naar systematische reviews en gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek. Daar waar onvoldoende prospectieve studies voorhanden waren, werd de search aangevuld met retrospectief onderzoek.
Elk werkgroeplid heeft voor het module waarvoor hij / zij verantwoordelijk was, de literatuur gezocht, geselecteerd en beoordeeld op kwaliteit en inhoud. Op basis hiervan zijn de conceptmodules van de richtlijn geschreven volgens een vast format, zoals hieronder beschreven:
Opbouw van de richtlijn
Elk module van de richtlijn is volgens een vast stramien opgebouwd, dat onderstaand is weergegeven. Waar mogelijk is gebruik gemaakt van de GRADE-methodiek (zie aanverwant). Een van de doelen is om een richtlijn zo transparant mogelijk te laten zijn, zodat elke gebruiker kan zien op welke literatuur en overwegingen bepaalde aanbevelingen zijn gebaseerd.
Inleiding
In de inleiding van elk module wordt aangegeven op welke vragen het module een antwoord geeft en wordt een korte beschrijving van een therapie gegeven.
Beschrijving van de literatuur
De antwoorden op de uitgangsvragen (derhalve de aanbevelingen in deze richtlijn) zijn voor zover mogelijk gebaseerd op gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek. De geselecteerde artikelen zijn door de schrijvende werkgroepleden beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijs, waarbij gebruik gemaakt is van de GRADE-methodiek (zie aanverwant) en van onderstaande indeling (herziene modules).
Indeling van methodologische kwaliteit van individuele studies
|
Interventie |
Diagnostisch accuratesse onderzoek |
Schade / bijwerkingen*, etiologie, prognose |
A1 |
Systematische review van tenminste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau |
||
A2 |
Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang |
Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad |
Prospectief cohort onderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten. |
B |
Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controle onderzoek, cohort-onderzoek) |
Onderzoek ten opzichte van een referentietest, maar niet met alle kenmerken die onder A2 zijn genoemd |
Prospectief cohort onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 of retrospectief cohort onderzoek of patiënt-controle onderzoek |
C |
Niet-vergelijkend onderzoek |
||
D |
Mening van deskundigen |
* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.
Beschrijving en beschouwing van de gepubliceerde artikelen zijn indien van toepassing te vinden onder het kopje ‘beschrijving van de literatuur’.
Conclusie
Het wetenschappelijk materiaal is samengevat in een conclusie, waarbij het niveau van het meest relevante bewijs is weergegeven. Hiervoor is onderstaande indeling gehanteerd:
Niveau van conclusies
Conclusie gebaseerd op |
|
1 |
Onderzoek van niveau A1 of tenminste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2 |
2 |
1 onderzoek van niveau A2 of tenminste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B |
3 |
1 onderzoek van niveau B of C |
4 |
Mening van deskundigen |
Overige overwegingen
Voor het komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijk bewijs ook andere aspecten van belang zoals het patiëntenperspectief, organisatorische aspecten en kosten. Deze worden indien relevant besproken onder het kopje ‘overige overwegingen’.
Aanbeveling
De uiteindelijk geformuleerde aanbeveling is het resultaat van de wetenschappelijke conclusie, waarbij de overige overwegingen in acht worden genomen. Aanbevelingen ten aanzien van de keuze van de behandeling zijn opgenomen in de 'Leidraad tot keuze van een behandeling' onder aanverwant.
Literatuur
Elk module wordt afgesloten met een literatuurlijst van de in dat module aangehaalde referenties.
Commentaarronde
De conceptrichtlijn is, na vaststelling door werkgroep, ter commentaar aan de participerende wetenschappelijke verenigingen voorgelegd. De verenigingen hebben de conceptrichtlijn op hun eigen website voor commentaar opengesteld voor de leden. Met meenemen van de resultaten van de binnengekomen commentaren heeft de werkgroep de definitieve richtlijn opgesteld.
Juridische betekenis van richtlijnen
Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar op ‘evidence’ gebaseerde inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. De richtlijn wordt ter autorisatie aan de deelnemende verenigingen aangeboden. Na autorisatie van de richtlijn door een beroepsvereniging, wordt de richtlijn gezien als deel van de ‘professionele standaard’. Aangezien de aanbevelingen hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de ‘gemiddelde patiënt’, kunnen zorgverleners op basis van hun professionele autonomie zo nodig afwijken van de richtlijn. Afwijken van richtlijnen kan in bepaalde situaties zelfs noodzakelijk zijn. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden.
Basaalcelcarcinoom
Het basaalcelcarcinoom (BCC) is de meest voorkomende vorm van kanker. Het betreft een lokaal invasieve maligne huidtumor met langzame groei. Alhoewel de tumor zelden metastaseert (geschat op 0,03%), kent het een hoge morbiditeit door infiltratie in en destructie van aangrenzende weefsels [Lo, 1991]. Diepe infiltratie komt vooral voor bij lokalisatie in de embryonale splijtlijnen in het gelaat, de zogenaamde 'H-zone', die zich uitstrekt vanaf het gebied rondom de oren naar het jukbeen tot het voorhoofd en rondom de ogen tot over de neus naar de bovenlip. Door de weliswaar langzame maar gestage groei kan de tumor de diepte ingroeien en zichzelf een weg banen door ander weefsel heen met ernstige gevolgen, zoals botdestructie en ingroei in vitale weefsels zoals ogen en meningen.
De belangrijkste risicofactor is cumulatieve blootstelling aan ultraviolet licht. Van de behandelend arts mag in het kader van preventie dan ook worden verwacht dat advies wordt gegeven over (overmatige) blootstelling aan zonlicht. Andere risicofactoren zijn genetische predispositie, hoge leeftijd, immuun gecompromitteerde patiënten en huidtype (BCC komt vooral voor bij type I en II huid) [Euvrard, 2003].
Er zijn voor de behandeling van het BCC vele technieken beschikbaar. In deze richtlijn wordt een voorstel gedaan aan de hand van de beschikbare literatuur en een voorkeur in de gewenste behandelingsmodaliteiten aangegeven.
Concept van ‘laag risico’ en ‘hoog risico’ BCC’s: prognostische criteria
Basaalcelcarcinomen kunnen worden onderscheiden in tumoren met een (relatief) ‘laag risico’ versus ‘hoog risico’ op recidief op basis van prognostische factoren (zie tabel 1). Deze factoren zijn: histologische groeitype, lokalisatie, grootte en primaire versus recidief tumor.
Tabel 1: Prognostische factoren
‘laag risico’ |
‘hoog risico’ |
|
Histologisch groeitype |
niet agressief (nodulair, superficieel) |
agressief (sprieterig, micronodulair) |
Lokalisatie |
Romp |
H-zone (ogen, oren, lippen, nasolabiale plooi, neus) |
Grootte |
< 2cm |
≥ 2cm |
Eerdere therapie |
primaire tumor |
recidief tumor |
Op basis van deze prognostische factoren kan de clinicus de meest geschikte behandeling kiezen. Andere belangrijke factoren om rekening mee te houden zijn de aanwezigheid van perineurale invasie danwel invasie van onderliggende structuren zoals spier en kraakbeen. De te nemen behandelmarge zal in deze gevallen groter moeten te zijn om radicaliteit te bereiken [Trakatelli 2012]. Hierbij geldt: hoe groter de marge gezonde huid, des te groter is de kans om in een keer radicaliteit te bewerkstelligen. Radicaliteit is het beste uitgangspunt voor een adequate curatieve behandeling. Echter, een grote marge gaat ten koste van het cosmetisch resultaat en de functionaliteit. Het cosmetisch resultaat is mede afhankelijk van de grootte en lokalisatie van de tumor en patiëntkenmerken.
Afkortingenlijst
BCC |
Basaalcelcarcinoom |
sBCC |
Superficieel basaalcelcarcinoom |
nBCC |
Nodulair basaalcelcarcinoom |
Spriet BCC |
Basaalcelcarcinoom met sprieterige groei |
MMC |
Mohs micrografische chirurgie |
5-FU |
5-fluorouracil |
C&E |
curettage & elektrodissecatie |
CE |
Conventionele excisie |
PDT |
Fotodynamische therapie |
Referenties
- Euvrard S, Kanitakis J, Claudy A. Skin cancers after organ transplantation. N Engl J Med 2003 Apr 24;348(17):1681-91.
- Lo JS, Snow SN, Reizner GT, Mohs FE, Larson PO, Hruza GJ. Metastatic basal cell carcinoma: report of twelve cases with a review of the literature. J Am Acad Dermatol 1991 May;24(5 Pt 1):715-9.
- Trakatelli M, Morton CA, Nagore E, Ulrich C, del Marmo V, Peris K, Seguin. European Dermatology Forum. Update of the Guideline on Basal Cell Carcinoma. 2012:48.
Zoekverantwoording
Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.