Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met een bacteriële infectie van het centraal zenuwstelsel. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

    • Binnen dan wel buiten het ziekenhuis opgelopen hersenvliesontsteking
    • De behandeling van een hersenvliesontsteking die na een operatie is ontstaan
    • De behandeling via een ventriculaire drain
    • De duur van de behandeling voordat een ventriculaire drain kan worden vervangen
    • Het ontstaan van een holte met pus (abces)

 

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met een bacteriële infectie van het centraal zenuwstelsel.

 

Voor patiënten

CZS is de afkorting voor het centraal zenuwstelsel. Tot het centraal zenuwstelsel behoren de hersenen en het ruggenmerg. Om de hersenen en het ruggenmerg zit een dun vlies. Dit vlies heeft een beschermende functie en wordt het hersenvlies genoemd. Als er een infectie ontstaat in het centraal zenuwstelsel is het voor de behandeling soms nodig om een dun slangetje in de ruimte binnen dit vlies aan te brengen. Dit wordt een ventriculaire drain genoemd. Een infectie van de hersenen en/of het ruggenmerg kan verschillende oorzaken hebben. Als een bacterie de oorzaak is, wordt dit een bacteriële CZS infectie genoemd. Hoe vaak dit precies voorkomt is niet bekend.

 

Meer informatie over hersenvliesontsteking is te vinden op de website van de patiëntenvereniging:

http://www.meningitis-stichting.nl/ziekte-informatie/meningitis

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de kinderartsen, internist-infectiologen, medisch microbiologen, neurochirurgen en neurologen. 

 

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-01-2012

Laatst geautoriseerd : 01-01-2012

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Stichting Werkgroep Antibioticabeleid

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Medische microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie

Algemene gegevens

The Dutch Working Party on Antibiotic Policy (SWAB; Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid), established by the Dutch Society for Infectious Diseases (VIZ), the Dutch Society of Medical Microbiology (NVMM) and the Dutch Society for Hospital Pharmacists (NVZA), develops evidence-based guidelines for the use of antibiotics in hospitalized patients in order to optimize the quality of prescribing, thus, contributing to the containment of antimicrobial drug costs and resistance. By means of the development of national guidelines, SWAB offers local antibiotic and formulary committees a guideline for the development of their own, local antibiotic policy.  These are the first SWAB guidelines on bacterial central nervous system infections. It is developed according to the Evidence Based Guideline Development method (EBRO; www.cbo.nl). The AGREE criteria

(www.agreecollaboration.org) provided a structured framework both for the development and the assessment of the draft guideline. 

 

Relationship between the SWAB Guidelines and the 2012 Guidelines on Meningitis by the Dutch Society for Neurology (Nederlandse Vereniging voor Neurologie)

The SWAB guidelines cover the antimicrobial therapy in children and adults with bacterial meningitis, brain abscesses and tuberculous meningitis. They do not cover other treatment components of bacterial meningitis, such as corticosteroids, osmotic agents and anticoagulants.2 This is discussed extensively in the 2012 guidelines by the Dutch Society for Neurology (Nederlandse Vereniging voor Neurologie). The Nederlandse Vereniging voor Neurologie guidelines adopted the SWAB guidelines on meningitis to be the treatment part of their meningitis guidelines.

Doel en doelgroep

Core issues on cryptococcal meningitis are extensively discussed in the 2008 SWAB guidelines on fungal infections. Diagnostics for bacterial meningitis are briefly discussed in the introduction, but not systematically reviewed in these guidelines. Encephalitis falls outside the scope of these guidelines.

For this guideline we made a distinction based on the setting in which bacterial meningitis was acquired: community-acquired versus nosocomial. Further, we provide recommendations for empirical antimicrobial therapy for clinical subgroups of bacterial meningitis patients. The choice of initial antimicrobial therapy for these subgroups is based on the bacteria most commonly causing the disease, taking into account the patient’s age and clinical setting, and patterns of antimicrobial susceptibility. After the results of culture and susceptibility testing have become available, antimicrobial therapy can be modified for optimal treatment. 

Samenstelling werkgroep

Preparatory Committee: Dr. M.C. Brouwer, Drs. S.G.B. Heckenberg, Dr. G.T.J. van Well (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde), Dr. A. Brouwer (Vereniging voor Infectieziekten), Dr. E.J. Delwel (Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie), Dr. L. Spanjaard (Nederlandse Vereniging voor Medisch Microbiologie), Prof. dr. D. van de Beek (Nederlandse Vereniging voor Neurologie), Prof. dr. J.M. Prins (SWAB).

Methode ontwikkeling

Evidence based

Werkwijze

Twelve key questions were formulated concerning the antibiotic treatment of bacterial central nervous system infections. Using several data sources (see data sources) conclusions were drawn, with their specific level of evidence, according to the CBO grading system adopted by SWAB (Table 1).1

Subsequently, specific recommendations were formulated. Each key question will be answered in a separate chapter. 

 

Table 1a

Methodological quality of individual studies.1

 

 

Intervention

Etiology, prognosis

A1 

Systematic review of at least two independent A2-level studies 

A2 

Randomised Controlled Trial (RCT) of sufficient methodological quality and power 

Prospective cohort study with sufficient power and with adequate confounding corrections 

Comparative Study lacking the same quality

as mentioned at A2 (including patientcontrol and cohort studies) 

Prospective cohort study lacking the same quality as mentioned at A2, retrospective cohort study or patient-control study 

Non-comparative study 

Expert opinion 

 

Table 1b

Level of evidence of conclusions

 

 

Conclusions based on 

Study of level A1 or at least two independent studies of level A2 

One study of level A2 or at least two independent studies of level B 

One study of level B or C 

Expert opinion 

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.