Risicofactoren voor ontwikkelen van ASS

Laatst beoordeeld: 11-06-2008

Uitgangsvraag

Wat zijn de risicofactoren voor het ontwikkelen van ASS?

Aanbeveling

De werkgroep beveelt aan om nader wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar kindgebonden risicofactoren en interactie van deze risicofactoren met omgevingsfactoren van ASS en kinderen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van ASS systematisch te screenen en monitoren.

Overwegingen

Bij deze module zijn geen overwegingen geformuleerd.

Conclusies

Vanwege het ontbreken van een uniform systeem voor het beoordelen van het niveau van bewijs voor artikelen over risicofactoren is een dergelijke beoordeling in dit hoofdstuk niet aangegeven. De erfelijke factor (heritabiliteit) van ASS is 90%. ASS is niet toe te schrijven aan een enkel gendefect, maar het grote aantal studies waarin de risicogenen voor ASS onderzocht zijn, maakt het zeer waarschijnlijk dat de mate van ASS afhangt van de interactie van deze componenten. De incidentie van prenatale en perinatale complicaties is verhoogd bij ASS. Er is geen evidentie dat sociale factoren een risicofactor vormen. Wetenschappelijk onderzoek naar gen-omgevingsinteracties in de ontwikkeling van ASS ontbreekt tot op heden.

Samenvatting literatuur

In de loop der jaren heeft het klinisch onderzoek zich gericht op de vraag in hoeverre ASS zijn geassocieerd met perinatale complicaties, met hersenaandoeningen, chromosomale afwijkingen, metabole stoornissen, infectieziekten of andere medische condities. Bij de beschrijving van deze risicofactoren van ASS is het overzichtelijk om een onderscheid te maken tussen kindgebonden en omgevingsgebonden risicofactoren.

 

Kindgebonden risicofactoren

Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van ASS. Het risico dat binnen een familie een ander kind tevens ASS ontwikkelt, is verhoogd. De kans dat broers of zussen ASS gediagnosticeerd krijgen, ligt tussen de 2 en 6%, een incidentie die ten minste 100 keer hoger is dan in de algemene populatie (Rutter, 2000; Szatmari e.a., 1998). Familie- en tweelingonderzoek hebben aannemelijk gemaakt dat de heritabiliteit van autisme op ongeveer 90% dient te worden geschat (Szatmari e.a., 1998). Een breder fenotype, bestaande uit sociaal vreemd gedrag, een geschiedenis van taalachterstand, beperkte omschreven interesses, rigiditeit, obsessief-compulsief en herhaald gedrag en het ontbreken van flexibiliteit zou in 20-30% van familieleden voorkomen (Fombonne e.a., 1997; De Jonge, 2006).

De klinische complexiteit en de heterogeniteit van het fenotype van ASS reflecteert de aanwezigheid van een genetische heterogeniteit. Momenteel beschouwt men autisme als een oligogenetische aandoening waarbij hoogstwaarschijnlijk 4-10 genen in het spel zijn (Szatmari e.a., 1998). De laatste jaren hebben zich verschillende onderzoeksconsortia gevormd die met behulp van totale genoomscans proberen ‘voor autisme gevoelige genen' te ontdekken. Een en ander heeft er recentelijk toe geleid dat een vijftal loci zijn gelokaliseerd: een locus op chromosoom 2q, 3q, 7q, 17q en een op chromosoom 11p (IMGSAC 2007). Thans richt het moleculairgenetische onderzoek zich geheel op de finemapping van deze loci, in de hoop daar de genen te kunnen isoleren die betrokken zijn bij het ontstaan van autisme. Met behulp van cytogenetisch onderzoek is het tevens mogelijk om chromosomale gebieden te identificeren. Cytogenetische abnormaliteiten komen bij ongeveer 3% van de patiënten met ASS voor (Reddy, 2005). Overlap met eerdere studies werd gevonden op chromosoom 7q, 15q11- q13 en 22q11 (Vorstman e.a., 2006).

Een groot aantal positionele en functionele kandidaatgenen is bestudeerd zoals de neuroligin, serotoninetransporter, Reelin en verschillende GABA-erge genen. Tot op heden ontbreekt het aan replicatie (zie voor een overzicht Bacchelli & Maestrini, 2006). Een aantal kinderen met ASS lijdt ook aan een single gene condition: neurofribromatose en tubereuze sclerose. Daarnaast lijdt 4% van de kinderen met ASS aan het fragiele-X-syndroom (Bailey e.a., 1993).

Een vergrote hoofdomtrek is een van de meest consistente bevindingen van anatomisch onderzoek bij ASS (Bailey e.a., 1995; Courchesne, Carper & Akshoomoff, 2003; Fombonne e.a., 1999; Lainhart, 2003; Lainhart e.a., 1997; Woodhouse e.a., 1996). Infantiele macrocephalie (hoofdomtrek boven het 97e percentiel) wordt geassocieerd met een toegenomen risico op het ontwikkelen van ASS (Bolton e.a., 2001). De afwijkende omtrek ontstaat waarschijnlijk rond het 2e levensjaar. Er zijn wisselende resultaten voor disproportionaliteit en voor het begin en het einde van de vergroting van de hoofdomtrek (Courschesne, Carper & Akshoomoff, 2003; Davidovitch, Patterson & Gartside, 1996; Torrey e.a., 2004; Dissanayake e.a., 2006). Een¬duidige bevindingen over welke hersenstructuren betrokken zijn, ontbreken (Palmen & Van Engeland, 2004; Lainhart, 2006).

De meest robuuste bevinding is de 25-50% toename van serotonine in bloedplaatjes bij patiënten met ASS. Het mechanisme is onbekend. Depletie van tryptofaan in het dieet leidt tot een verlaging van serotonine in de hersenen en verslechtering van de symptomen van ASS. (Mulder e.a., 2004; Santangelo & Tsatsanis, 2005). De samenhang tussen ASS en serotonine is onduidelijk.

 

Omgevingsgebonden risicofactoren

Binnen de omgevingsgebonden risicofactoren kan een onderscheid gemaakt worden in sociale en toxische risicofactoren. Er is tot op heden geen wetenschappelijk onderzoek verricht naar gen-omgevinginteracties. Voor sociale factoren als single risicofactor voor de ontwikkeling van ASS bestaat geen evidentie, behalve wanneer er sprake is van extreme kinderlijke verwaarlozing. Indien deze kinderen in een goed pleeggezin of in een adequate behandelsetting geplaatst worden, ziet men de op autisme gelijkende symptomatologie meestal vrij snel verdwijnen (Rutter e.a., 1999).

Toxische invloeden bestaan uit pre-, peri- en postnatale risicofactoren. Bij patiënten met ASS wordt een verhoogde incidentie van prenatale complicaties gevonden (bloedingen in het tweede trimester van de zwangerschap; maternale infecties (Tsai, 1987; Larsson e.a., 2005)). Intra-uterine blootstelling aan drugs, zoals thalidomide en valproïnezuur, verhogen het risico (Miyazaki, Narita & Narita, 2005; Rasalam e.a., 2005; Stromland e.a., 1994). ASS zijn geassocieerd met perinatale complicaties als perinatale asfyxie, sectio caesarea, afwijkende foetale ligging en een lage apgarscore (Glasson e.a., 2004; Larsson e.a., 2005).

Mede door publicaties over een toename in prevalentie van ASS is er een toegenomen interesse in de invloed van andere omgevingsinvloeden op de ontwikkeling van ASS. ZO suggereerden Wakefield e.a. (1998) dat de prevalentietoename een gevolg is van de invoering van de triplevaccinatie mazelen-bof-rodehond. Epidemiologisch onderzoek heeft aangetoond dat er geen verband is tussen bmr-vaccinatie en autisme. Vooral een Deense studie (Madsen e.a., 2002; 2003), waarin meer dan een half miljoen kinderen werden onderzocht, weerlegde de hypothese overtuigend. Autistische verschijnselen bleken bij gevaccineerde en ongevaccineerde kinderen even vaak voor te komen. Een zeer recente Japanse studie (Honda, Shimizu & Rutter, 2005) leverde misschien nog wel de sterkste aanwijzing dat er geen relatie is tussen bmr-vaccinatie en autisme. In Yokohama nam de bmr-vac- cinatiegraad van geboortecohorten uit de jaren 1988 tot 1992 significant af. Vanaf 1993 werd zelfs helemaal geen bmr-vaccin meer gegeven. Toch is het aantal kinderen met autistische verschijnselen per geboortecohort in de periode van 1988 tot 1996 verdubbeld, wat een relatie tussen de bmr-vaccinatie en autisme weerspreekt.

Zoeken en selecteren

Vanwege de beperkte wetenschappelijke evidentie is er gezocht via handboeken als ingang.

Referenties

  1. AGREE collaboration. (2008). AGREE instrument. The AGREE Collaboration. Geraadpleegd 9 november 2008 op http://www.agreecollaboration.org/ instrument.
  2. Aman, M.G., Singh, N.N., Stewart, A.W., & Field, C.J. (1985). The aberrant behavior checklist: A behavior rating scale for the assessment of treatment effects. American journal of mental deficiency, 89, 485-491.
  3. Aman, M., Cronin, P., Hollway, J., Posey, D., Scahill, L., Tierney, E., & Vitiello, B. (2004). 18-Month follow-up of participants in the RUPP Autism Risperidone Study. American Association of Child and Adolescent Psychiatry 51st Annual Meeting. Washington, DC: Scientific Proceedings; 53C/88.
  4. AACAP (2000). Practice parameters. American Academy of Child and Adolescent Psychiatry.
  5. Anderson, G.M., Scahill, L., McCracken, J.T., McDougle, C., Aman, M.G., Tierney, E. e.a. (2007). Effects of short- and long-term risperidone treatment on prolactin levels in children with autism. Biologicalpsychiatry, 61 (4), 545¬50.?]
  6. APA. (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, fourth edition (DSM-IV). Washington, DC: American Psychiatric Association.
  7. APA. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, fourth edition, text revision (DSM-IV-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association.
  8. Arnold, L.E., Vitiello, B., McDougle, C., Scahill, L., Shah, B., Gonzalez, N.M., e.a. (2003). Parent-defined target symptoms respond to risperidone in RUPP autism study: Customer approach to clinical trials. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 42, 1443-1450.
  9. Asperger, H. (1944). Die Autistische Psychopathen im Kindesalter. Archiv für Psychiatrie und Nervenkrankheiten, 117, 76-136.
  10. Asperger, H. (1979). Problems of infantile autism. Communication, 13, 45-52.
  11. Bacchelli, E., & Maestrini, E. (2006). Autism spectrum disorders: Molecular genetic advances. Am JMed Genet C Semin Med Genet, 142C(1), 13-23.
  12. Bailey, A., Luthert, P, Bolton, P., Le Couteur, A., Rutter, M., & Harding, B. (1993). Autism and megalencephaly. Lancet, 341, 1225-1226.
  13. Bailey, A., Le Couteur, A., Gottesman, I., Bolton, P, Simonoff, E., Yuzda, E., & Rutter, M. (1995). Autism as a strong genetic disorder: Evidence from a Brit- ish twin study. Psychological medicine, 25, 63-77.
  14. Barkley, R.A. (1990). Attention deficit hyperactivity disorder: A handbook for diagnosis and treatment. New York: Guilford Press, 198-199.
  15. Baron-Cohen, S., Scahill, V.L., Izaguirre, J., Hornsey, H., & Robertson. M.M. (1999). The prevalence of Gilles de la Tourette syndrome in children and adolescents with autism: A large scale study. Psychological medicine, 29(5), 1151-9.
  16. Bauminger, N. (2002). The facilitation of social-emotional understanding and social interaction in high-functioning children with autism: Intervention outcomes. J Autism Dev Disord, 32(4), 283-98.
  17. Belsito, K.M., Law, P.A., Kirk, K.S., Landa, R.J., & Zimmerman, A.W. (2001). Lamotrigine therapy for autistic disorder: a randomized, double-blind, placebo-controlled tria. JAutism Dev Disord, 31, 175-181.
  18. Bertrand, J., Mars, A., Boyle, C., Bove, F., Yeargin-Allsopp, M., & Decoufle, P. (2001). Prevalence of autism in a United States population: the Brick Township, New Jersey, investigation. Pediatrics, 108(5), 1155-61.
  19. Berument, S.K., Rutter, M., Lord, C., Pickles, A., & Bailey, A. (1999). Autism screening questionnaire: Diagnostic validity. Br JPsychiatry, 175, 444-451.
  20. Bildt, A. de, & Jonge, M.V. de (2008). Autisme diagnostisch observatie schema. Nederlandse vertaling van Lord, C., Rutter, M., DiLavore, P.C., & Risi, S. (2001) Autism Diagnostic Observation Schedule. Amsterdam: Hogrefe.
  21. Bildt, A. de, Sytema, S., Ketelaars, C., Kraijer, D., Volkmar, F., & Minderaa, R. (2003). Measuring pervasive developmental disorders in children and adolescents with mental retardation: a comparison of two screening instruments used in a study of the total mentally retarded population from a designated area. JAutism Dev Disord, 33(6), 595-605.
  22. Bildt, A. de, Sytema, S., Ketelaars, C., Kraijer, D., Mulder, E., Volkmar, F., & Minderaa, R. (2004). Interrelationship between autism diagnostic observation schedule-generic (ADOS-G), autism diagnostic interview-revised (ADI-R) and the Diagnostic and statistical manual of mental disorders (DSM-IV-TR) classification in children and adolescents with mental retardation. J Autism Dev Disord, 34(2), 129-137.
  23. Bishop, D.V.M., & Frazier Norbury, C. (2002). Exploring the borderlands of autistic disorder and specific language impairment: A study using standardised diagnostic instruments. J Child Psychol Psychiatry, 43(7), 917-929.
  24. Bolman, W.M., & Richmond, J.A. (1999). A double-blind, placebo-controlled, crossover pilot trial of low dose dimethylglycine in patients with autistic disorder. J Autism Dev Disord, 29, 191-194.
  25. Bolton, P.F., Pickles, A., Murphy, M., & Rutter, M. (1998). Autism, affective and other psychiatric disorders: patterns of familial aggregation, Psychological medicine, 28(2), 385-95.
  26. Bolton, P.F., e.a. (2001). Association between idiopathic infantile macrocephaly and autism spectrum disorders. Lancet, 358(9283), 726-27.
  27. Bonde, E. (2000). Comorbidity and subgroups in childhood autism. European child & adolescent psychiatry, 9(1), 7-10.
  28. Bondy, A., & Frost, L. (2002). Picture’s worth: PECS and other visual communication strategies in autism (topics In autism). Bethesda, MD: Woodbine House.
  29. Borst-Eilers, E. (1997). Medische technologie assessment en doelmatigheid van zorg (Brief, CSZ/EZ-9748001). Rijswijk: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  30. Bourgondien, M.E. van, Reichle, N.C., & Schopler, E. (2003). Effects of a model treatment approach on adults with autism. J Autism Dev Disord, 33(2), 131-40.
  31. Brookman-Frazee, L. (2004). Using parent/clinician partnerships in parent education programs for children with autism. Journal of positive behavior inter- ventions, 6(4), 195-213.
  32. Bruin, E.I. de, Verheij, F., & Ferdinand, R.F. (2006). WISC-R subtest but no overall VIQ-PIQ difference in Dutch children with PDD-NOS. J Abnorm Child Psychol, 34(2), 263-271.
  33. Bruin, E.I. de, Ferdinand, R.F., Meester, S., Nijs, PF.A. de, & Verheij, F. (2007). High rates of psychiatric comorbidity in PDD-NOS. J Autism Dev Disord, 37(5), 877-886.
  34. Buitelaar, J.K, Gaag, R. van der, Klin, A., Volkmar, F. (1999). Exploring the boundaries of pervasive developmental disorder not otherwise specified: analyses of data from the DSM-IV Autistic Disorder Field Trial. J Autism Dev Disord. 29(1):33-43.
  35. Buitelaar, J.K., & Willemsen-Swinkels, S.H. (2000). Medication treatment in subjects with autistic spectrum disorders. European child & adolescent psy- chiatry, 9(Suppl 1), 185-197.
  36. Cahn, W., Ramlal, D., Bruggeman, R., Haan, L. de, Scheepers, F.E. Soest, M.M. van, e.a. (2008). Preventie en behandeling van somatische complicaties bij antipsychoticagebruik. Tijdschrift voor Psychiatrie, 50(9), 579-591.
  37. Campbell, M., Fish, B., Shapiro, T., & Floyd, A. Jr. (1971). Imipramine in pre-school autistic and schizophrenic children. Journal of autism and childhood schizophrenia, 1, 267-282.
  38. Campbell, M., Anderson, L.T., Small, A.M., Perry, R., Green, W.H., & Caplan, R. (1982). The effects of haloperidol on learning and behavior in autistic children. J Autism Dev Disord, 12, 167-175.
  39. Canitano, R., & Vivanti, G. (2007). Tics and Tourette syndrome in autism spectrum disorders. Autism, 11(1), 19-28.
  40. Chalfant, A.M., Rapee, R., & Carroll, L. (2006). Treating anxiety disorders in children with high functioning autism spectrum disorders: A controlled trial. J Autism Dev Disord (Epub ahead of print, dec 15).
  41. Clark, T., Feehan, C., Tinline, C., & Vostanis, P. (1999). Autistic symptoms in children with attention deficit-hyperactivity disorder. European child & adolescentpsychiatry, 8(1), 50-5.
  42. Constantino, J.N., & Gruber, C.P. (2005). Social responsiveness scale: Manual. Los Angeles: Western Psychologieal Services.
  43. Corbett, B.A., & Constantine, L.J. (2006). Autism and attention deficit hyperactivity disorder: assessing attention and response control with the integrated visual and auditory continuous performance test. Child Neuropsychol, 12(4-5):335-48.
  44. Courchesne, E., Carper, R., & Akshoomoff, N. (2003). Evidence of brain over-growth in the first year of life in autism. JAMA, 290(3), 337-344.
  45. Cox, A., Charman, T., Baron-Cohen, S., Drew, A., Klein, K., Baird, G., e.a. (1999). Autism spectrum disorders at 20 and 42 months of age: Stability of clinical and ADI-R diagnosis. J Child Psychol Psychiatry, 40(5), 719-732.
  46. Crockett, J.L., Fleming, R.K., Doepke, K.J., & Stevens, J.S. (2007). Parent training: Acquisition and generalization of discrete trials teaching skills with parents of children with autism. Res Dev Disabil, 28(1), 23-36. Epub 2005 Dec 9.
  47. Dahl, E.K., Cohen, D.J., & Provence, S. (1986). Clinical and multivariate approaches to the nosology of pervasive developmental disorders. Journal of the American academy of child psychiatry, 25(2), 170-80.
  48. Davidovitch, M., Patterson, B., & Gartside, P. (1996). Head circumference measurements in children with autism. Journal of child neurology, 11(5), 389-93.
  49. Dawson, G., Meltzoff, A.N., Osterling, J., & Rinaldi, J. (1998). Neuropsychological correlates of early symptoms of autism. Child development, 69(5), 1276-1285.
  50. Dekker, M.C., & Koot, H.M. (2003). DSM-IV disorders in children with borderline to moderate intellectual disability 1: prevalence and impact. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 42(8), 915-922.
  51. DeLong, R., & Nohria, C. (1994). Psychiatric family history and neurological disease in autistic spectrum disorders. Dev Med Child Neurol, 36(5), 441-8.
  52. DeLong, G.R., Ritch, C.R., & Burch, S. (2002). Fluoxetine response in children with autistic spectrum disorders: correlation with familial major affective disorder and intellectual achievement. Dev Med Child Neurol, 44, 652-659.
  53. Dewey, D., Cantell, M., & Crawford, S.G. (2007). Motor and gestural performance in children with autism spectrum disorders, developmental coordination disorder, and/or attention deficit hyperactivity disorder. JInt Neuropsychol Soc, 13, 246-256.
  54. Di Martino, A., & Tuchman, R.F. (2001). Antiepileptic drugs:Aaffective use in autism spectrum disorders. Pediatric neurology, 25, 199-207.
  55. Dissanayake, C., e.a. (2006). Growth in stature and head circumference in high-functioning autism and Asperger disorder during the first 3 years of life. Development andpsychopathology, 18(2), 381-93.
  56. Doorn, E.C. van, & Verheij, F. (2002). Psycho-educatie in kaart gebracht op het grensvlak van onderwijs en jeugdzorg. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 41, 538-550.
  57. Drew, A., Baird, G., Baron-Cohen, S., Cox, A., Slonims, V., Wheelwright, S., e.a. (2002). A pilot randomised control trial of a parent training intervention for pre-school children with autism. Preliminary findings and methodological challenges. European child & adolescentpsychiatry, 11(6), 266-72.
  58. Ehlers, S., Gillberg, C., & Wing, L. (1999). A screening questionnaire for Asperger syndrome and other high-functioning autism spectrum disorders in school age children. J Autism Dev Disord, 29(2), 129-141.
  59. Engeland, H. van, & Gaag, R.J. van der (1994). McDD in childhood: Aprecursor of schizophrenic spectrum disorder. Schizophr Res, 11:197, 1994.
  60. Evans, D.W., Canavera, K., Kleinpeter, F.L., Maccubin, E., & Taga, K. (2005). The fears, phobias and anxieties of children with autism spectrum disorders and Down syndrome: comparisons with developmentally and chronologically age matched children. Child psychiatry and human development, 36(1), 3-26.
  61. Fankhauser, M.P., Karumanchi, V.C., German, M.L., Yates, A., & Karumanchi, S.D. (1992). A double-blind, placebo-controlled study of the efficacy of transdermal clonidine in autism. The journal of clinical psychiatry, 53, 77-82.
  62. Filipek, P.A., Accardo, P.J., Ashwal, S., Baranek, G.T., Cook, E.H. Jr, Dawson, G., e.a.. Subcommittee of the American Academy of Neurology and the Child Neurology Society, Departments of Pediatrics and Neurology, University of California, Irvine, USA. (2000). Practice parameter: screening and diagnosis of autism: report of the quality standards. Neurology, 55(4), 468-479.
  63. Fombonne, E. (1999). The epidemiology of autism: a review. Psychological medicine, 29(4), 769-86.
  64. Fombonne, E. (2002). Epidemiological trends in rates of autism. Molecular psychiatry, 7(Suppl 2), S4-6. Review.
  65. Fombonne, E., e.a. (1997). A family study of autism: cognitive patterns and levels in parents and siblings. J Child Psychol Psychiatry, 38(6), 667-83.
  66. Fombonne, E., e.a. (1999). Microcephaly and macrocephaly in autism. J Autism Dev Disord, 29(2), 113-19.
  67. Gaag, R.J. van der, Caplan, R., Engeland, H. van, Loman, F., & Buitelaar, J.K. (2005). A controlled study of formal thought disorder in children with autism and multiple complex developmental disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 15(3), 465-76.
  68. Gadow, K.D., DeVincent, C.J., Pomeroy, J., & Azizian, A. (2004). Psychiatric symptoms in preschool children with PDD and clinic and comparison samples. J Autism Dev Disord, 34(4), 379-393.
  69. Gezondheidsraad. (2000). Van implementeren naar leren; het belang van twee-richtingsverkeer tussen praktijk en wetenschap in de gezondheidszorg (Publicatienr. 2000/18). Den Haag: Gezondheidsraad.
  70. Gezondheidsraad. (2002). Diagnostiek en behandeling van ADHD [Nota]. Den Haag: Gezondheidsraad.
  71. Ghaziuddin, M., Weidmer-Mikhail, E., & Ghaziuddin, N. (1998). Comorbidity of Asperger syndrome: a preliminary report. Journal of intellectual disability research: JIDR, 42(Pt4), 279-83.
  72. Gillberg, C. (1989). Asperger syndrome in 23 Swedish children. Dev Med Child Neurol, 31, 520-531.
  73. Gillberg, C. (1991). Outcome in autism and autistic-like conditions. JAm Acad Child Adolesc Psychiatry, 30, 375-382.
  74. Gillberg, C. (1992). The Emanuel Miller Memorial Lecture 1991: Autism and autistic-like conditions, subclasses among disorders of empathy. J Child Psychol Psychiatry, 33(5), 813-42.
  75. Gillberg, C. (1998). Asperger syndrome and high-functioning autism. The British journal of psychiatry, 172, 200-209.
  76. Gillberg, C., & Billstedt, E. (2000). Autism and Asperger syndrome: coexistence with other clinical disorders. Acta psychiatrica Scandinavica, 102(5), 321¬30.
  77. Gillott, A., Furniss, F., & Walter, A. (2001). Anxiety in high-functioning children with autism. Autism, 5(3), 277-86.
  78. Glasson, E.J., Bower, C., Petterson, B., Klerk, N. de, Chaney, G., & Hallmayer, J.F. (2004). Perinatal factors and the development of autism: A population study. Archives of generalpsychiatry, 61(6), 618-27.
  79. Goldstein, S. (2004). The comorbidity of pervasive developmental disorder and attention deficit hyperactivity disorder: Results of a retrospective chart review. JAutism Dev Disord, 34(3), 329-39.
  80. Gordon, N. (2000). The therapeutics of melatonin: a paediatric perspective. Brain & development, 22, 213-217.
  81. Gorissen, M., & Gaag-Theunisse, R.J. van der (2006). Psychodiagnostiek bij normaal begaafde volwassenen met Autismespectrumstoornissen. Psychopraxis, 7, 27-33.
  82. Gray, C. (2001). The new social story book (Revised edition). Arlington, MA: Future Horizons Incorporated.
  83. Green, J., Gilchrist, A., Burton, D., & Cox, A. (2000). Social and psychiatric functioning in adolescents with Asperger syndrome compared with conduct disorder. J Autism Dev Disord, 30(4), 279-93.
  84. Greene, R.W., Biederman, J., Faraone, S.V., Ouellette, C.A., Penn, C., & Griffin, S.M. (1996). Toward a new psychometric definition of social disability in children with attention-deficit hyperactivity disorder. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 35(5), 571-8.
  85. Handen, B.L., Johnson, C.R., & Lubetsky, M. (2000). Efficacy of methylphenidate among children with autism and symptoms of attention-deficit hyperactivity disorder. J Autism Dev Disord, 30, 245-255.
  86. Hansman-Wijnands, M.A., & Hummelen, J.W. (2006). Differentiële diagnostiek van psychopathie en autismespectrumstoornissen bij volwassenen. Tijdschrift voor psychiatrie, 48(8), 627-636.
  87. Hartman, C.A., Luteijn, E., Serra, M., & Minderaa, R. (2006). Refinement of the Children's Social Behavior Questionnaire (CSBQ): An instrument that describes the diverse problems seen in milder forms of PDD. JAutism Dev Disord, 36(3), 325-42.
  88. Hazell, P. (2007). Drug therapy for attention-deficit/hyperactivity disorder-like symptoms in autistic disorder. Journal of paediatrics and child health, 43, 19-24.
  89. Heinrich, H., Gevensleben, H., & Strehl, U. (2007). Annotation: neurofeedback - train your brain to train behaviour. J Child Psychol Psychiatry, 48(1), 3-16.
  90. Hellings, J.A., Nickel, E.J., Weckbaugh, M., McCarter, K., Mosier, M., & Schroeder, S.R. (2005). The overt aggression scale for rating aggression in outpatient youth with autistic disorder: preliminary findings. The journal of neuropsychiatry and clinical neurosciences, 17, 29-35.
  91. Hengeveld, M.W., Londen L van, Gaag R.J. van der. (2008). Herkenning van Autisme spectrum stoornissen bij volwassenen. Ned Tijdschr Geneeskd 14; 152(24), 1353-7.
  92. Hollander, E., Kaplan, A., Cartwright, C., & Reichman, D. (2000). Venlafaxine in children, adolescents, and young adults with autism spectrum disorders: An open retrospective clinical report. Journal of child neurology, 15, 132-135.
  93. Hollander, E., Dolgoff-Kaspar, R., Cartwright, C., Rawitt, R., & Novotny, S. (2001). An open trial of divalproex sodium in autism spectrum disorders. The journal of clinical psychiatry, 62, 530-534.
  94. Hollander, E., Phillips, A., Chaplin, W., Zagursky, K., Novotny, S., Wasserman, S. e.a. (2005). A placebo controlled crossover trial of liquid fluoxetine on repetitive behaviours in childhood and adolescents autism. Neuropsychopharmacology, 30(3): 582-591.
  95. Hollander, E., Soorya, L., Wasserman, S., Esposito, K., Chaplin, W., & Anagnostou, E. (2006). Divalproex sodium vs. placebo in the treatment of repetitive behaviours in autism spectrum disorder. Int J Neuropsychopharmacol, 9, 209-213.
  96. Honda, H., Shimizu, Y., & Rutter, M. (2005). No effect of MMR withdrawal on the incidence of autism: a total population study. J Child Psychol Psychiatry, 46(6), 572-9.
  97. Howlin, P. (2005). The effectiveness of interventions for children with autism. J Neural Transm Suppl, (69), 101-119.
  98. Howlin, P., & Rutter, M. (1994). Treatment of autistic children. (Wiley Series on Studies in Child Psychiatry). New York: John Wiley & Sons.
  99. Howlin, P., Goode, S., Hutton, J., & Rutter, M. (2004). Adult outcome for children with autism. J Child Psychol Psychiatry, 45(2), 212-29.
  100. http://www.agreecollaboration.org/pdf/agreeinstrumentfinal.pdf. Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation, AGREE Instrument. www.agreecollaboration.org, 2001.
  101. Hulscher, M., Wensing, M., & Grol, R. (2000). Effectieve implementatie: Theorieën en strategieën. Nijmegen: Werkgroep Onderzoek Kwaliteit.
  102. International Molecular Genetic Study of Autism Consortium (IMGSAC) (2007). A genomewide screen for autism: strong evidence for linkage to chromosomes 2q, 7q, and 16p. American journal of human genetics, 69, 570-581.
  103. Jaselskis, C.A., Cook, E.H. Jr., Fletcher, K.E., & Leventhal, B.L. (1992). Clonidine treatment of hyperactive and impulsive children with autistic disorder. J Clin Psychopharmacol, 12, 322-327.
  104. Jonge, M.V. de. (2006). The search for endophenotypic markers of autism spectrum disorders. Proefschrift, Universiteit Utrecht.
  105. Jonge, M.V. de, Bildt, A. de (2007). Autisme Diagnostisch Interview, Revised (ADI-R). Nederlandse vertaling van Rutter, M., LeCouteur, A., & Lord, C. (2003) . Autism Diagnostic Interview, Revised (ADI-R). Amsterdam: Hogrefe.
  106. Jordan, R. (2002). Autistic spectrum disorders in the early years: A guide for practitioners (education in the early years) London: QED.
  107. Kadesjo, B., & Gillberg, C. (1999). Developmental coordination disorder in Swedish 7-year-old children. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 38(7), 820-8.
  108. Kanner, L. (1943). Autistic disturbances of affective contact. The Nervous child, 2, 217-250.
  109. Kay, S.R., Wolkenfeld, F., Murrill, L.M. (1988). Profiles of aggression among psychiatric patients. I. Nature and prevalence. J Nerv Ment Dis, 176(9):539-46.
  110. Keen, K., & Ward, S. (2004). Autistic specrum Disorder. Autism, 8(1), 39-48.
  111. Kemner, C., Willemsen-Swinkels, S.H., Jonge, M. de, Tuynman-Qua, H., Engeland, H. van (2002). Open-label study of olanzapine in children with pervasive developmental disorder. Journal of clinicalpsychopharmacology, 22, 455-460.
  112. Kern, J.K., Miller, V.S., Cauller, P.L., Kendall, P.R., Mehta, P.J., & Dodd, M. (2001). Effectiveness of N,N-dimethylglycine in autism and pervasive developmental disorder. Journal of child neurology, 16, 169-173.
  113. Kim, J.A., Szatmari, P, Bryson, S.E., Streiner, D.L., & Wilson, F.J. (2004). The prevalence of anxiety and mood problems among children with autism and Asperger syndrome. Autism, 4(2), 117-132.
  114. King, B.H., Wright, D.M., Handen, B.L., Sikich, L., Zimmerman, A.W., McMahon, W., e.a. (2001). Double-blind, placebo-controlled study of amantadine hydrochloride in the treatment of children with autistic disorder. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 40, 658-665.
  115. Klin, A., Volkmar, F.R., Sparrow, S.S., Cicchetti, D.V., & Rourke, B.P. (1995). Validity and neuropsychological characterization of Asperger syndrome: convergence with nonverbal learning disabilities syndrome. J Child Psychol Psychiatry, 36(7), 1127-40.
  116. Klin, A., Lang, J., Cicchetti, D.V., & Volkmar, F.R. (2000). Brief report: Interrater reliability of clinical diagnosis and DSM-IV criteria for autistic disorder: results of the DSM-IV autism field trial. J Autism Dev Disord, 30(2), 163-7.
  117. Kolevzon, A., Mathewson, K.A., & Hollander, E. (2006). Selective serotonin re-uptake inhibitors in autism: a review of efficacy and tolerability. The journal of clinical psychiatry, 67, 407-414.
  118. Konstantares, M.M., & Hewitt, T. (2001). Autistic disorder and schizophrenia: diagnostic overlaps. J Autism Dev Disord, 31(1), 19-28.
  119. Kraijer, D., & Bildt, A. De. (2005). The PDD-MRS: an instrument for Identification of autism spectrum disorders in persons with mental retardation. J Autism Dev Disord, 35(4), 499-513.
  120. Lahuis, B.E., & Buitelaar, J.K. (2002). Autisme en psychofarmaca. In B.E.B.M. Huskens, & R. Diddden (Red.), Behandelingsstrategiëen bij kinderen en jongeren met autisme. Serie Cure & Care Development. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  121. Lainhart, J.E. (2003). Increased rate of head growth during infancy in autism. JAMA, 290(3), 393-94.
  122. Lainhart, J.E. (2006). Advances in autism neuroimaging research for the clinician and geneticist. Am JMed Genet C Semin Med Genet, 142(1), 33-39
  123. Lainhart, J.E., e.a. (1997). Macrocephaly in children and adults with autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 36(2), 282-90.
  124. Larsson, H.J., Eaton, W.W., Madsen, K.M., Vestergaard, M., Olesen, A.V., Agerbo, E., e.a. (2005). Risk factors for autism: perinatal factors, parental psychiatric history, and socioeconomic status. American journal of epidemiology, 161(10), 916-925.
  125. LeCouteur, A. (1990). Autism: Current understanding and management. Br J Hosp Med, 43(6), 448-52.
  126. LeCouteur, A., Rutter, M., Lord, C., Rios, P., Robertson, S., Holdgrafer, M., e.a. (1989). Autism diagnostic interview: a standardized investigator-based instrument. J Autism Dev Disord, 19(3):363-87.
  127. Leekam, S.R., Libby, S.J., Wing, L., Gould, J., & Taylor, C. (2002). The Diagnostic Interview for Social and Communication Disorders: algorithms for ICD-10 childhood autism and Wing and Gould autistic spectrum disorder. J Child Psychol Psychiatry, 43(3), 327-42.
  128. Levy, S.E. (2002). Repeated doses of porcine secretin did not improve symptoms, language, or cognitive functioning in children with autism or autism spectrum disorder. Evid Based Ment Health, 5, 22.
  129. Leyfer, O.T., Folstein, S.E., Bacalman, S., Davis, N.O., Dinh, E., Morgan, J., e.a. (2006). Comorbid psychiatrie disorders in children with autism: Interview development and rates of disorders. JAutism Dev Disord, 36, 849-861.
  130. Lord, C., Pickles, A., McLennan, J., Rutter, M., Bregman, J., Folstein, S., e.a. (1997). Diagnosing autism: Analyses of data from the autism diagnostic interview. JAutism Dev Disord, 27(5), 501-517.
  131. Lord, C., Risi, S., Lambrecht, L., Cook, E.H. Jr, Leventhal, B.L., DiLavore, P.C. e.a. (2000). The autism diagnostic observation schedule-generic: A standard measure of social and communication deficits associated with the spectrum of autism. JAutism Dev Disord, 30(3) 205-223.
  132. Lord, C., Rutter, M., Goode, S., Heemsbergen, J., Jordan, H., Mawhood, L. e.a. (1989). Autism Diagnostic Observation Schedule: a standardized observation of communicative and social behavior. Journal of Autism and Developmental Disorders, 19, 185-212.
  133. Lord, C., Rutter, M., DiLavore, P.C., Risi, S. (2001). Autism Diagnostic Observa-tion Schedule. Los Angeles, CA: Western Psychological Services.
  134. Lord, C., Rutter, M., & LeCouteur, A. (1994). Autism Diagnostic Interview-Revised: a revised version of a diagnostic interview for caregivers of individuals with possible pervasive developmental disorders. Journal of Autism and Developmental Disorders, 24, 659-685.
  135. Lotter, V. (1978). Childhood autism in Africa. J Child Psychol Psychiatry, 19(3), 231-44.
  136. Lovaas, I. (2002).Teaching individuals with developmental delays: basic intervention techniques. Austin: Pro-Ed.
  137. Luteijn, E.F., Serra, M., Jackson, S., Steenhuis, M.P., Althaus, M., Volkmar, F., e.a. (2000). How unspecified are disorders of children with a pervasive developmental disorder not otherwise specified? A study of social problems in children with PDD-NOS and ADHD. Eur Child Adolesc Psychiatry, 9(3),168-79.
  138. Luteijn, E., Minderaa, R., & Jackson, S. (2002). Vragenlijst voor inventarisatie van sociaal gedrag bij kinderen: Handleiding. Lisse: Harcourt Test Publishers.
  139. Madsen, K.M., Hviid, A., Vestergaad, M., Schendel, D., Wohlfahrt, J., Thorsen, P., e.a. (2002). A population-based study of measles, mumps, and rubella vaccination and autism. N Engl J Med, 347(19), 1477-82.
  140. Madsen, K.M., Lauritsen, M.B., Pedersen, C.B., Thorsen, P, Plesner, A.M., Andersen, P.H., e.a. (2003). Thimerosal and the occurance of autism: a negative ecological evidence from Danish population-based data. Pedicatrics. 112(3 Pt 1), 604-606.
  141. Malhotra, S., & Gupta, N. (2002). Childhood disintegrative disorder. Re-examination of the current concept. Eur Child Adolesc Psychiatry, 11(3), 108-14.
  142. Martin, A., Koenig, K., Scahill, L., & Bregman, J. (1999). Open-label quetiapine in the treatment of children and adolescents with autistic disorder. J Child Adolesc Psychopharmacol, 9, 99-107.
  143. Martin, A., Koenig, K., Anderson, G.M., & Scahill, L. (2003). Low-dose fluvoxamine treatment of children and adolescents with pervasive developmental disorders: A prospective, open-label study. J Autism Dev Disord, 33, 77-85.
  144. Martin, A., Scahill, L., Anderson, G.M., Aman, M., Arnold, L.E., McCracken, J., e.a. (2004). Weight and leptin changes among risperidone-treated youths with autism: 6-month prospective data. Am J Psychiatry, 161, 1125-1127.
  145. Martin, A., Volkmar, F.R., & Lewis, M. (Red.). (2007). Lewis’ child and adolescent psychiatry. A comprehensive textbook (4th edition). Philadelphia: Lippin-cott, Williams & Wilkins.
  146. Masi, G., Cosenza, A., Mucci, M., & Brovedani, P. (2001). Open trial of risperidone in 24 young children with pervasive developmental disorders. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 40, 1206-1214.
  147. Matson, J.L., & Nebel-Schwalm, M.S. (2006). Comorbid psychopathology with autism spectrum disorder in children: An overview. Research in developmental disabilities, 28(4), 341-52.
  148. McCracken, J.T., McGough, J., Shah, B., Cronin, P., Hong, D., Aman, M.G., e.a. (2002). Risperidone in children with autism and serious behavioral problems. The New England journal of medicine, 347, 314-321.
  149. McDougle, C.J., Holmes, J.P., Carlson, D.C., Pelton, G.H., Cohen, D.J., & Price, L.H. (1998). A double-blind, placebo-controlled study of risperidone in adults with autistic disorder and other pervasive developmental disorders. Arch Gen Psychiatry, 55, 633-641.
  150. McDougle, C.J., Kresch, L.E., & Posey, D.J. (2000). Repetitive thoughts and behavior in pervasive developmental disorders: treatment with serotonin reuptake inhibitors. JAutism Dev Disord, 30, 427-435.
  151. McDougle, C.J., Kem, D.L., & Posey, D.J. (2002). Case series: Use of ziprasidone for maladaptive symptoms in youths with autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 41, 921-927.
  152. Mehta, U.C., Patel, I., & Castello, F.V. (2004). EEG sedation for children with autism. J Dev Behav Pediatr, 25, 102-104.
  153. Melkersson, K., & Dahl, M.L. (2004). Adverse metabolic effects associated with atypical antipsychotics: literature review and clinical implications. Drugs, 64, 701-723.
  154. Micali, N., Chakrabarti, S., & Fombonne, E. (2004). The broad autism phenotype: findings from an epidemiological survey. Autism, 8(1), 21-37.
  155. Michie, S., & Johnston, M. (2004). Changing clinical behaviour by making guidelines specific. BMJ, 328, 343-345.
  156. Mildenberger, K., Sitter, S., Noterdaeme, M., & Amorosa, H. (2001). The use of the ADI-R as a diagnostic tool in the differential diagnosis of children with infantile autism and children with a receptive language disorder. Eur Child Adolesc Psychiatry, 10, 248-255.
  157. Miller, J.N., & Ozonoff, S. (1997). Did Asperger's cases have Asperger disorder? A research note. J Child PsycholPsychiatry, 38(2):247-51.
  158. Minderaa, R.B., & Luteijn, E.F. (2001). ADHD en PDD-NOS: Overeenkomsten en verschillen. Neuropraxis, 5(6), 191-197.
  159. Miyazaki, K., Narita, N., & Narita, M. (2005). Maternal administration of thalidomide or valproic acid causes abnormal serotonergic neurons in the offspring: Implication for pathogenesis of autism. IntJ Dev Neurosci, 23, 287-297.
  160. Mulder, E.J., Anderson, G.M., Kema, I.P., Bildt, A. de, Lang, N.D. van, Boer, J.A. den, & Minderaa, R.B. (2004). Platelet serotonin levels in pervasive developmental disorders and mental retardation: Diagnostic group differences, within-group distribution, and behavioral correlates. JAm Acad Child Adolesc Psychiatry, 43(4), 491-499.
  161. Mundy, P., Sigman, M., & Kasari, C. (1990). A longitudinal study of joint attention and language development in autistic children. J Autism Dev Disord, 20(1), 115-28.
  162. Muris, P., Steerneman, P., Merckelbach, H., Holdrinet, I., & Meesters, C. (1998). Comorbid anxiety symptoms in children with pervasive developmental disorders. Journal of anxiety disorders, 12(4), 387-93.
  163. Namerow, L.B., Thomas, P., Bostic, J.Q., Prince, J., & Monuteaux, M.C. (2003). Use of citalopram in pervasive developmental disorders. J Dev Behav Pediatr, 24, 104-108.
  164. Naruse, H., Nagahata, M., Nakane, Y., Shirahashi, K., Takesada, M., & Yamazaki, K. (1982). A multi-center double-blind trial of pimozide (Orap), haloperidol and placebo in children with behavioral disorders, using crossover design. Acta Paedopsychiatr, 48, 173-184.
  165. NHS centre for reviews and dissemination. (1999). Getting evidence into practice. Eff Health Care, 5(1), 1-16.
  166. Noterdaeme, M., Sitter, S., Mildenberger, K., & Amorosa, H. (2000). Diagnostic assessment of communicative and interactive behaviours in children with autism and receptive language disorder. Eur Child Adolesc Psychiatry, 9(4), 295-300.
  167. Noterdaeme, M., Mildenberger, K., Sitter, S., & Amorosa, H. (2002). Parent information and direct observation in the diagnosis of pervasive and specific developmental disorders. Autism, 6(2), 159-68.
  168. Owley, T., McMahon, W., Cook, E.H., Laulhere, T., South, M., Mays, L.Z., e.a. (2001). Multisite, double-blind, placebo-controlled trial of porcine secretin in autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 40, 1293-1299.
  169. Ozonoff, S., & Cathcart, K. (1998). Effectiveness of a home program intervention for young children with autism. J Autism Dev Disord, 28(1), 25-32.
  170. Paavonen, E.J., Nieminen-von Wendt, T., Vanhala, R., Aronen, E.T., & Von Wendt, L. (2003). Effectiveness of melatonin in the treatment of sleep disturbances in children with Asperger disorder. J Child Adolesc Psychopharmacol, 13, 83-95.
  171. Palmen, S.J., & Engeland, H. van (2004). Review on structural neuroimaging findings in autism. JNeural Transm, 111(7), 903-29.
  172. Pearson, D.A., Loveland, K.A., Lachar, D., Lane, D.M., Redooch, S.L., Mansour, R., e.a. (2006). A comparison of behavioral and emotional functioning in children and adolescents with autistic disorder and PDD-NOS. Child Neuropsychol, 12(4-5), 321-33.
  173. Pilowsky, T., Yirmiya, N., Shulman, C., & Dover, R. (1998). The autism diagnostic interview-revised and the childhood autism rating scale: Differences between diagnostic systems and comparison between genders. J Autism Dev Disord, 28,143-151.
  174. Posey, D.J., Guenin, K.D., Kohn, A.E., Swiezy, N.B., & McDougle, C.J. (2001). A naturalistic open-label study of mirtazapine in autistic and other pervasive developmental disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 11, 267-277.
  175. Rasalam, A.D., Hailey, H., Williams, J.H., Moore, S.J., Turnpenny, P.D., Lloyd, D.J., e.a. (2005). Characteristics of fetal anticonvulsant syndrome associated autistic disorder. Dev Med Child Neurol, 47, 551-555.
  176. Reddy, K.S. (2005). Cytogenetic abnormalities and fragile-X syndrome in Autism Spectrum Disorder. BMC medical genetics, 6, 3.
  177. Reed, P., Osborne, L.A., & Corness, M. (2006). Brief report: relative effectiveness of different home-based behavioral approaches to early teaching interven- tion. J Autism Dev Disord, (Epub ahead of print, dec 19).
  178. Remington, G., Sloman, L., Konstantareas, M., Parker, K., & Gow, R. (2001). Clomipramine versus haloperidol in the treatment of autistic disorder: A double-blind, placebo-controlled, crossover study. J Clin Psychopharmacol, 21, 440-444.
  179. Rogers, S.J. (1998). Empirically supported comprehensive treatments for young children with autism. J Clin Child Psychol, 27(2), 168-79.
  180. Rogers, S.J., & DiLalla, D.L. (1990). Age of symptom onset in young children with pervasive developmental disorders. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 29(6), 863-72.
  181. Rugino, T.A., & Samsock, T.C. (2002). Levetiracetam in autistic children: An open-label study. J Dev Behav Pediatr, 23, 225-230.
  182. RUPP Autism Network (2005). Randomized, controlled, crossover trial of methylphenidate in pervasive developmental disorders with hyperactivity. Archives of General Psychiatry, 62, 1266-1274.
  183. Rutter, M. (2000). Genetie studies of autism: from the 1970S into the millennium. J Abnorm Child Psychol, 28(1), 3-14.
  184. Rutter, M. (2002). Nature, nurture, and development: From evangelism through science toward poliey and practice. Child Dev, 73(1), 1-21.
  185. Rutter, M. (2006). Autism: its recognition, early diagnosis, and service implications. J Dev Behav Pediatr, 27(2 Suppl), S54-8.
  186. Rutter, M., & Taylor, E. (Eds.). (2002). Child and adolescentpsychiatry (4th edition). Oxford: Blaekwell Publishing.
  187. Rutter, M., Andersen-Wood, L., Beekett, C., Bredenkamp, D., Castle, J., Groothues, C., e.a. (1999). Quasi-autistie patterns following severe early global privation. English and Romanian adoptees (ERA) Study Team. J Child Psychol Psychiatry, 40(4), 537-549.
  188. Rutter, M., Bailey, A., Berument, S.K., Lord, C., Piekles, A. (2003). Social Communication Questionnaire (SCQ). Los Angeles, CA: Western Psyehologieal Services.
  189. Rutter, M., LeCouteur, A., & Lord, C. (2003). Autism Diagnostic Interview, Revised (ADI-R), manual. Los Angeles, CA: Western Psyehologieal Services.
  190. Saemundsen, E., Magnusson, P., Smari, J., & Sigurdardottir, S. (2003). Autism diagnostie interview-revised and the childhood autism rating seale: Convergence and diserepaney in diagnosing autism. J Autism Dev Disord, 33(3), 319-328.
  191. Santangelo, S.L., & Tsatsanis, K. (2005). What is known about autism: genes, brain, and behaviour. Am J Pharmacogenomics, 5(2), 71-92.
  192. Seahill, L., Riddle, M.A., MeSwiggin-Hardin, M., Ort, S.I., King, R.A., Goodman, W.K., e.a. (1997). Children's Yale-Brown obsessive eompulsive seale: Reliability and validity. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 36, 844-852.
  193. Sehopler, E., & Mesibov, G.B. (1995). Learning and cognition in autism (current issues in autism). New York: Plenum.
  194. Sehopler, E., Reiehler, R.J., Roehen Renner, B. (1988). The ChildhoodAutisme Rating Scale (CARS). Los Angeles, CA: Western Psyehologieal Services.
  195. Shea, S., Turgay, A., Carroll, A., Sehulz, M., Orlik, H., Smith, I., & Dunbar, F. (2004). Risperidone in the treatment of disruptive behavioral symptoms in children with autistie and other pervasive developmental disorders. Pediatrics, 114(5), e634-e641.
  196. Sigafoos, J., O'reilly, M., Ma, C.H., Edrisinha, C., Cannella, H., & Laneioni, G.E. (2006). Effects of embedded instruction versus diseretetrial training on self-injury, correct responding, and mood in a child with autism. J Intellect Dev Disabil, 31(4), 196-203.
  197. Smolders, A.H.W., Laurant, M.G.H., Duin, D. van, Wensing M., & Grol, R.P.T.M. (2006). Werken met richtlijnen. Beïnvloedende factoren bij het handelen volgens de multidisciplinaire richtlijnen angststoornissen en depressie. MGv, 61(12), 1018-1030.
  198. Soderstrom, H., Sjodin, A.K., Carlstedt, A., & Forsman, A. (2004). Adult psychopathie personality with childhood-onset hyperactivity and conduct disorder: a central problem constellation in forensic psychiatry. Psychiatry Res, 121 (3), 271-80.
  199. Sporn, A.L., Addington, A.M., Gogtay, N., Ordonez, A.E., Gornick, M., Clasen, L. (2004). Pervasive developmental disorder and childhood-onset schizophrenia: comorbid disorder or a phenotypic variant of a very early onset illness? Biol Psychiatry, 55(10), 989-94.
  200. Stachnik, J.M., & Nunn-Thompson, C. (2007). Use of atypical antipsychotics in the treatment of autistic disorder. Ann Pharmacother, 41, 626-634.
  201. Stahlberg, O., Soderstrom, H., Rastam, M., & Gillberg, C. (2004). Bipolar disorder, schizophrenia, and other psychotic disorders in adults with childhood onset AD/HD and/or autism spectrum disorders. J Neural Transm, 111(7), 891-902.
  202. Stigler, K.A., Desmond, L.A., Posey, D.J., Wiegand, R.E., & McDougle, C.J. (2004). A naturalistic retrospective analysis of psychostimulants in pervasive developmental disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 14, 49-56.
  203. Stigler, K.A., Posey, D.J., & McDougle, C.J. (2004). Aripiprazole for maladaptive behavior in pervasive developmental disorders, J Child Adolesc Psychopharmacol, 14, 455-463.
  204. Stigler, K.A., Potenza, M.N., Posey, D.J., & McDougle, C.J. (2004). Weight gain associated with atypical antipsychotic use in children and adolescents: prevalence, clinical relevance, and management. Paediatr Drugs, 6, 33-44.
  205. Stromland, K., Nordin, V., Miller, M., Akerstrom, B., & Gillberg, C. (1994). Autism in thalidomide embryopathy: A population study. Dev Med Child Neurol, 36, 351-356.
  206. Szatmari, P. (2000). The classification of autism, Asperger's syndrome, and pervasive developmental disorder. Can J Psychiatry, 45(8), 731-8.
  207. Szatmari, P, Jones, M.B., Zwaigenbaum, L., & MacLean, J.E. (1998). Genetics of autism: overview and new directions. JAutism Dev Disord, 28(5), 351-68.
  208. Tadevosyan-Leyfer, O., Dowd, M., Mankoski, R., Winklosky, B., Putnam, S., McGrath, L., e.a. (2003). A principal components analysis of the autism diagnostic interview-revised. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 42(7), 864-87.
  209. Tantam, D., Evered, C., & Hersov, L. (1990). Asperger's syndrome and ligamentous laxity. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 29(6), 892-6.
  210. Taylor, B., Miller, E., Farrington, C.P., Petropoulos, M.C., Favot-Mayaud, I., Li, J., e.a. (1999). Autism and measles, mumps, and rubella vaccine: No epidemio- logical evidence for a causal association. Lancet, 353(9169):2026-9.
  211. Torrey, E.F., e.a. (2004). Autism and head circumference in the first year of life. Biologicalpsychiatry, 56(11), 892-94.
  212. Towbin, K.E. (2005). Pervasive developmental disorder not otherwise specified. In F.R. Volkmar, R. Paul, A. Klin & D.J. Cohen, D.J. (Eds.), Handbook of autism and pervasive developmental disorders, volume 1: Diagnosis, development, neurobiology, and behavior (pp. 165-200). Hoboken, NJ: John Wiley & Sons
  213. Towbin, K.E., Pradella, A., Gorrindo, T., Pine, D.S., Leibenluft, E. (2005). Autism spectrum traits in children with mood and anxiety disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 15(3):452-64.
  214. Troost, P., Lahuis, B., Hoekstra, P., Steenhuis, M., Ketelaars, C., Buitelaar, J.K., e.a. (2005). Long term effects of risperidone in children with pervasive developmental disorder: A placebo discontinuation study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 44, 1137-1144.
  215. Tsai, L. (1987). Pre-, peri-, and neonatal factors in autism. In E. Schopler, & G. B. Mesibov (Eds.), Neurobiological issues in autism (pp. 179-189). New York: Plenum Press.
  216. Veen-Mulders, L. van der, Serra, M., Hoofdakker, B.J. van den, & Minderaa, R.B. (2001). Sociaal onhandig: De opvoeding van kinderen met PDD-NOS en ADHD. Assen: Van Gorcum.
  217. Venter, A., Lord, C., & Schopler, E. (1992). A follow-up study of high-functioning autistic children. J Child Psychol Psychiatry, 33(3),489-507.
  218. Verhuist, F.C. (2006). Leerboek kinder- en jeugdpsychiatrie. Assen: Van Gorcum.
  219. Volkmar, F.R., & Cohen, D.J. (1991). Comorbid association of autism and schizophrenia. Am J Psychiatry, 148(12), 1705-7.
  220. Volkmar, F.R., Lord, C., Bailey, A., Schultz, R.T., & Klin, A. (2004). Autism and pervasive developmental disorders. J Child Psychol Psychiatry, 45, 135-170.
  221. Volkmar, F.R., Paul, R., Klin, A., & Cohen, D.J. (Eds.). (2005). Handbook of autism and pervasive developmental disorders, volume 1: Diagnosis, development, neurobiology, and behavior. New York: John Wiley & Sons.
  222. Vorstman, J.A., e.a. (2006). Identification of novel autism candidate regions through analysis of reported cytogenetic abnormalities associated with autism. Mol Psychiatry, 11(1), 1, 18-28.
  223. Wakefield, A.J., Murch, S.H., Anthony, A., Linnell, J., Casson, D.M., Malik, M., e.a. (1998). Ileal-lymphoid-nodular hyperplasia, non-specific colitis, and pervasive developmental disorder in children. Lancet, 351(9103), 637-41.
  224. Warreyn, P, Raymakers, R., & Roeyers, H. (2004). SCQ: Vragenlijst sociale communicatie. Destelbergen, Belgie: SIG. [Nederlandse vertaling van Rutter, M., Bailey, A., Lord, C. (2004). Social communication questionnaire.]
  225. Wiener, J.M., & Dulcan, M.K. (Eds.). (2004). The American psychiatrie publishing textbook of child and adolescent psychiatry (3rd edition). Washington, DC: American Psychiatric Publishing.
  226. Wing, L. (1981a). Language, social and cognitive impairments in autism and severe mental retardation. J Autism Dev Disord, 11, 31-44.
  227. Wing, L. (1981b). Asperger's syndrome: A clinical account. Psychol Med, 11, 115-129.
  228. Wing, L., Leekam, S.R., Libby, S.J., Gould, J., & Larcombe, M. (2002). The diagnostic interview for social and communication disorders: Background, interrater reliability and clinical use. J Child Psychol Psychiatry, 43(3), 307-25.
  229. Woodhouse, W., Bailey, A., Rutter, M., Bolton, P., Baird, G., & Le Couteur, A. (1996). Head circumference in autism and other pervasive developmental disorders. J Child Psychol Psychiatry, 37, 665-671.
  230. Wozniak, J., Biederman, J., Faraone, S.V., Frazier, J., Kim, J., Millstein, R., e.a. (1997). Mania in children with pervasive developmental disorder revisited. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 36(11),1552-9.
  231. Yeargin-Allsopp, M., Rice, C., Karapurkar, T., Doernberg, N., Boyle, C., & Murphy, C. (2003). Prevalence of autism in a US metropolitan area. JAMA, 289(1), 49-55.
  232. Yoder, P, & Stone, W.L. (2006). Randomized comparison of two communication interventions for preschoolers with autism spectrum disorders. J Consult Clin Psychol, 74(3), 426-35.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 11-06-2008

Laatst geautoriseerd : 11-06-2008

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Vereniging Klinische Genetica Nederland
  • Nederlands Instituut van Psychologen

Algemene gegevens

Deze richtlijn is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en is samenwerking met het Landelijk Kennis Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie opgesteld.

Doel en doelgroep

Doel

Het doel van deze richtlijn is om artsen, in het bijzonder kinder- en jeugdpsychiaters, artsen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg, en kinderartsen aanbevelingen aan te reiken die de betrouwbaarheid, efficiëntie en doelmatigheid van de diagnostiek en behandeling van patiënten met (vermoedelijke) ASS kunnen vergroten. De aanbevelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en op good clinical evidence.

Daarbij gelden de volgende uitgangsvragen.

  • Welk instrumentarium kan gebruikt worden bij casefinding van ass?
  • Welk instrumentarium kan gebruikt worden bij de diagnostiek van ass?
  • Welke zijn de indicaties voor aanvullend onderzoek?
  • Welk aanvullend onderzoek kan aangewend worden?
  • Wat is de plaats van neuropsychologisch onderzoek in de diagnostiek van autismespectrumstoornissen?
  • Welke 'testbatterij' dient hierbij bij voorkeur gebruikt te worden?
  • Welke comorbide stoornissen komen regelmatig voor en zijn klinisch relevant bij ass?
  • Welke medicamenteuze behandeling van (bijkomende pathologie van) ass is (het eerste) werkzaam?
  • Welke zijn klinisch belangrijke bijwerkingen van werkzame medicamen­teuze behandelingen van ass?
  • Welke behandelingen zijn effectief bij autismespectrumstoornissen?
  • Wat is de empirische status van behandelingen die claimen dat zij ef­fectief zijn?

 

Doelgroep

Deze richtlijn is primair ontwikkeld ten behoeve van de zorg voor kinderen en jeugdigen met - de verdenking op - ASS door psychiaters, artsen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg en kinderartsen. De richtlijn is ook bedoeld om de samenwerking met andere disciplines te ondersteunen.

Samenstelling werkgroep

De werkgroepleden zijn allen nauw betrokken bij het veld en een aantal van hen is in meerdere of mindere betrokken bij samenwerkingsverbanden met de farmaceutische industrie. Ze hebben naar beste vermogen objectief en onafhankelijk gehandeld. De werkgroep bestond uit:

  • dr. P.F. Schothorst, kinder- en jeugdpsychiater (voorzitter);
  • prof.dr. H. van Engeland, kinder- en jeugdpsychiater;
  • prof.dr. R.J. van der Gaag, kinder- en jeugdpsychiater;
  • prof.dr. R.B. Minderaa, kinder- en jeugdpsychiater;
  • drs. A.P.A.M. Stockmann, kinder- en jeugdpsychiater;
  • drs. G.M.A. Westermann, kinder- en jeugdpsychiater;
  • drs. H.A. Floor-Siebelink, kinder- en jeugdpsychiater in opleiding (ambtelijk secretaris).

 

Uit oogpunt van zorgvuldigheid en in het belang van een breed draagvlak is de werkgroep in haar werkzaamheden opgetrokken met het Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie (KJP).

  • dr. A.A. de Bildt;
  • dr. C.E.J. Ketelaars.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De richtlijn wordt gepubliceerd op de website van de NVVP en verspreid onder de besturen van de geraadpleegde verenigingen. De richtlijn is tevens in boekvorm te bestellen.

Werkwijze

Selectiecriteria literatuur en wetenschappelijke onderbou­wing

De richtlijn is voor zover mogelijk gebaseerd op bewijsmateriaal uit gepu­bliceerd wetenschappelijk onderzoek. Uit het verrichte literatuur onder­zoek bleek dat evidence-based gegevens zeer beperkt aanwezig zijn. De richtlijn is daarom voor een belangrijk deel gebaseerd op de expertise van de werkgroepleden en internationale consensusdocumenten. Relevante artikelen voor de hier voorliggende richtlijn zijn als volgt geselecteerd door middel van systematische zoekacties.

  • Databases: Cinahl, Cochrane Library, Embase, Medline, Pubmed.
  • Periode: 1996-2006, met aanvullingen van relevante literatuur uit voor­gaande jaren en 2007.
  • Soort onderzoek: meta-analysen, klinische trials, casecontrol- en cohort- onderzoek.
  • Algemene exclusie:

-     artikelen van algemene aard en beschouwingen over het onderzoek van anderen;

-     casuïstiek, gevalsbeschrijvingen;

-     dubbelpublicaties;

-     dierexperimenteel onderzoek;

-     artikelen niet in het Engels, Frans, Duits of Nederlands;

-     (niet-systematische) reviews, tutorials, editorials.

De geselecteerde artikelen zijn vervolgens door de werkgroepleden beoor­deeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijs. Hierbij is de indeling gebruikt volgens cbo.

 

Voor artikelen over preventie of therapie

A1

Systematische reviews die ten minste enkele onderzoeken van A2-niveau betreffen, waarbij de resultaten van afzonderlijke onderzoeken consistent zijn.

A2

Gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit (gerandomiseerde, dubbelblind gecontroleerde trials) van voldoende omvang en consistentie.

B

Gerandomiseerde klinische trails van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander vergelijkend onderzoek (niet-gerandomiseerd, vergelijkend cohortonderzoek, patiëntcontroleonderzoek).

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden.

 

Voor artikelen over diagnostiek

A1

Onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op grond van de te onderzoeken test- uitslagen, of besliskundig onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A2-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met onderlinge afhankelijkheid van diagnostische tests.

A2

Onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruikgemaakt zijn van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de test en de gouden standaard moeten onafhankelijk zijn beoordeeld. Bij situaties waarbij multipele diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met logistische regressie.

B

Vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie, maar niet de kenmerken die verder bij niveau A zijn genoemd.

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden.

 

Niveau van conclusies

 

Conclusie gebaseerd op

1

Een systematische review (Al) of ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau Al of A2.

2

Ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B.

3

Een onderzoek van niveau A2 of B of onderzoek van niveau C.

4

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld de werkgroepleden.