Comorbiditeit bij ASS

Laatst beoordeeld: 11-06-2008

Uitgangsvraag

Welke comorbide stoornissen komen regelmatig voor en zijn klinisch relevant bij ASS?

Aanbeveling

Ook al is er geen eenduidig antwoord op de vraag of bepaalde psychiatrische symptomen bij ASS als aparte stoornissen gezien moeten worden: comorbiditeit vergroot het lijden van de patiënt. Behandeling van comorbiditeit kan, naast verlichting van de klachten, resulteren in betere behandelmogelijkheden van de problemen die uit ASS voorkomen. Veel comorbide symptomen, bijvoorbeeld angst, oppositioneel gedrag, en concentratieproblemen, zullen bij een adequate behandeling van het autisme verminderen. Wanneer er echter sprake is van een comorbide stoornis, wordt aanbevolen deze te behandelen volgens de daarvoor geldende richtlijnen met inachtneming van de specifieke gevoeligheid voor medicamenten.

Overwegingen

Binnen de DSM-IV-TR wordt comorbiditeit bij ASS voor een aantal stoornissen uitgesloten, bijvoorbeeld voor ADHD. De vraag is of dit terecht is.

In de klinische praktijk worden frequent gedragsproblemen en emotionele klachten bij ASS gezien naast klachten die expliciet onder het symptomen-complex van ASS vallen. Of deze psychiatrische symptomen los staan van ASS, of er juist uit voorkomen, of secundair zijn aan de kernsymptomen (taalproblemen, rigiditeit of de sociale tekorten), is een blijvend twistpunt (Gillberg & Billstedt, 2000).

Conclusies

Van de 31 artikelen die werden beoordeeld, voldeden er 5 aan criterium A2-diagnostiek: (Dekker & Koot, 2003; Dewey, Cantell & Crawford, 2007; Goldstein, 2004; Kim e.a., 2004). Niet-vergelijkend onderzoek, criterium C, betreft 7 artikelen: DeLong & Nohria, 1994; Ghaziuddin, Weidmer-Mikhail, Ghaziuddin, 1998; Gillberg, 1991; Gillberg & Billstedt, 2000; Hansman- Wijnands & Hummelen, 2006; Keen & Ward, 2004; Matson & Nebel- Schwalm, 2006. Alle andere 19 artikelen voldoen aan het B-criterium. Er zijn verschillende onderzoeken waarin gerapporteerd wordt dat bij ASS meer comorbiditeit voorkomt dan onder controlegroepen, maar het niveau van wetenschappelijk bewijs is laag. Het aantal onderzoeken met een hoog niveau van wetenschappelijk bewijs is zeer beperkt; de bevindingen zijn veelal niet te generaliseren naar de ASS-populatie als geheel en de diagnostiek van comorbiditeit is onvoldoende gestoeld op betrouwbare instrumenten.

Samenvatting literatuur

Er werden 31 artikelen gevonden volgens de genoemde in- en exclusieciteria.

 

ASS en ADHD

De DSM-IV-TR classificeert aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit bij ASS als onderdeel van de stoornis. Hierbij kan men zich afvragen of men moet spreken van comorbiditeit, of van overlappende fenotypen (Corbett & Constantine, 2006). Desondanks classificeren vele clinici toch een aandachtstekortstoornis naast een autismespectrumstoornis, vooral in het van belang van behandeling (Ghaziuddin e.a., 1998, Gillberg, 1992). Verschillende onderzoeken hebben op diverse manieren aangetoond dat de prevalentie van comorbide ADHD bij ASS hoog is: epidemiologisch 21,9% (Keen en Ward 2004), retrospectief 59% (Goldstein, 2004), prospectief 30% (Ghaziuddin, Weidmer-Mikhail & Ghaziuddin, 1998). In Nederland onderzochten De Bruin e.a. (2007) de comorbiditeit bij een groep kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis NAO met behulp van een vragenlijst afgenomen bij ouders (DISC-IV-P). Op grond van deze vragenlijst vonden zij een comorbiditeit van 44,7%, waarvan ongeveer de helft een aandachtstekortstoornis van het gecombineerde type had en 14,9% van het onoplettende type.

Er is nog een onderzoek dat gedifferentieerd heeft naar het type aandachtstekortstoornis. Leyfer e.a. (2006) ontwikkelden de autism comorbidity interview-present and lifetime version (ACI-PL). Daarmee vonden zij onder een groep kinderen tussen 5 en 17 jaar met ASS bij 31% een aandachtstekortstoornis waarvan 65% het onoplettende type en 23% het gecombineerde type had. Bij volwassenen is onderzoek gedaan door de groep van Gillberg (Stahlberg e.a., 2004). Zij vinden een comorbiditeit voor ADHD bij 38% van de patiënten.

 

ASS en gedragsstoornissen

Oppositioneel-opstandig gedrag: ODD

In de klinische praktijk wordt regelmatig oppositioneel gedrag bij ASS gezien maar er zijn geen onderzoeken naar het voorkomen van ODD als comorbide stoornis bij ASS. In de praktijk is het moeilijk om onderscheid te maken tussen oppositioneel gedrag dat voortkomt uit de symptomen (bijvoorbeeld rigiditeit) bij ASS of een comorbide gedragstoornis. Uit één onderzoek onder kleuters tussen 3 en 5 jaar, met ASS, rapporteerden ouders of leerkrachten niet vaker oppositioneel gedrag dan bij een normale controlegroep (Gadow e.a., 2004).

 

Gedragsstoornis (conduct disorder)

Onderzoeken over het voorkomen van gedragsstoornissen bij ASS zijn schaars. In enkele onderzoeken bestaat de onderzochte groep uit opgenomen patiënten, waardoor de bevindingen niet representatief zijn voor ASS als geheel (Soderstrom e.a., 2004; Green e.a., 2000). Bij ASS kan er sprake zijn van gedrag dat overeenkomsten vertoont met een gedragsstoornis of zelfs psychopathie. Mogelijk ligt een andere basale stoornis ten grondslag aan psychopathie in de klassieke betekenis dan aan verschijnselen van psychopatie bij ASS (Hansman-Wijnands & Hummelen, 2006). Er bestaat op dit moment geen instrument dat op valide en betrouwbare wijze het onderscheid kan maken.

 

ASS en stemmings- of angststoornissen

Depressie

Er wordt verondersteld dat mensen met ASS kwetsbaarder zijn voor life events en stressoren in de omgeving voortkomend uit een gebrek aan adequate copingstrategieën. Cijfers over het voorkomen van depressie als een comorbide stoornis bij ASS variëren sterk. Het diagnosticeren van een depressieve stoornis bij ASS kan moeilijk zijn doordat patiënten met ASS problemen ondervinden in het verbaliseren van gevoels- of stemmingsstoonissen. Ook zijn ze verminderd in staat tot het uiten van emoties. Voor het stellen van de diagnose depressie is het daarom vaak nodig personen uit hun directe omgeving te interviewen. Daarnaast komen symptomen als zich terugtrekken uit sociaal contact en slaapproblemen voor bij zowel autisme als bij depressie. In de artikelen over depressie bij ASS bestaan verschillen in samenstelling van groepen en onderzoeksinstrumenten. Hierdoor is niet goed mogelijk om een eenduidige uitspraak te doen over het voorkomen van depressie bij ASS.

Ghaziuddin e.a. (1998) vonden bij 30% van de patiënten (leeftijd > 13 jaar) met een stoornis van Asperger een depressie. Kim en anderen (2004) rapporteren een twee standaarddeviaties hoger voorkomen van depressie bij patiënten met ASS (16,9%), dan bij een controlegroep. Ook vonden zij dat de ernst van de depressie bij kinderen met een AS of de stoornis van Asperger gerelateerd is aan de mate van sociale problemen. In het onderzoek van Leyfer e.a. (2006) werd met de autism comorbidity interview-present and lifetime version (ACI-PL) bij 10% van de patiënten met ASS een depressieve stoornis gediagnosticeerd. In het al eerder genoemde onderzoek van De Bruin e.a. (2007) werd bij 13,8% van de kinderen een comorbide stemmingsstoornis gevonden. Er zijn aanwijzingen dat een depressieve stoornis vaker voorkomt bij patiënten met een AS dan bij patiënten met PDD-NOS (Pearson e.a., 2006). Behandeling van een comorbide depressie kan het functioneren van patiënten met ASS in positieve zin beïnvloeden. Een bijkomende depressie heeft een negatieve invloed op het beloop en de prognose van ASS op langere termijn en het verhoogt het risico op agressie en suïcide (Matson & Nebel-Schwalm, 2006).

Er zijn aanwijzingen dat eerstegraadsverwanten van patiënten met ASS een verhoogd risico hebben op depressieve stoornissen. Bolton en anderen (1998) vonden bij 31% van de eerstegraadsverwanten een depressieve stoornis. Ook Micali, Chakrabarti en Fombonne (2004) vonden bij moeders van kinderen met een ASS een hoger voorkomen van depressie dan bij moeders uit een controlegroep (58% tegenover 40%). Deze depressieve stoornissen kwamen niet voort uit het hebben van een kind met ASS, wat zou kunnen wijzen op een verhoogd genetisch risico voor depressieve stoornissen bij ASS.

 

Bipolaire stoornissen

De groep rond Gillberg (Stahlberg e.a., 2004) vond onder 241 volwassenen met AS geen bipolaire stoornissen, maar bij patiënten met de stoornis van Asperger wel in 6% van de gevallen en bij patiënten met PDD-NOS in 4% van de gevallen. Bipolaire stoornissen worden binnen Europa beneden de leeftijd van 12 jaar nauwelijks gediagnosticeerd. In de Verenigde Staten wordt deze diagnose veel vaker gesteld, maar het onderzoek naar comorbiditeit met ASS (onder andere van Wozniak e.a., 1997) is niet goed onderbouwd. Mogelijk komen bipolaire stoornissen wel frequenter voor bij familieleden van mensen met een ASS dan in de algemene populatie. De-Long en Nohria (1994) vonden bij ruim 11% van de familieleden over drie generaties een bipolaire stoornis.

 

Angststoornissen

In Nederland onderzochten Muris en anderen (1998) kinderen met ASS en zij rapporteren een prevalentie van comorbide angststoornissen van 84,1%. Bij 63,6% was er sprake van een enkelvoudige fobie. Een enkelvoudige fobie werd vaker gezien bij kinderen met PDD-NOS dan bij kinderen met AS. In een andere Nederlandse studie (Dekker & Koot, 2003) vond men bij 40% van de kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een lichte mentale retardatie, een comorbide stoornis, vooral angststoornissen. De Bruin e.a (2007) vonden bij 55,3% van de kinderen een comorbide angststoornis, waarvan bij 38,3% een specifieke fobie, en bij 11,7% een sociale fobie. Leyfer en anderen (2006) vonden bij 44% van de mensen met een AS een specifieke fobie, meestal voor naalden, menigten en harde geluiden en bij 12% een separatieangststoornis. Evans en anderen (2005) rapporteren dat in vergelijking met kinderen met het Downsyndroom fobieën en angsten bij kinderen met ASS vaker gepaard gaan met gedragsproblemen.

In vergelijking met gezonde controles en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis werden bij kinderen met ASS eveneens verhoogde prevalenties gevonden van angststoornissen, in het bijzonder separatieangststoornis en de obsessieve-compulsieve stoornis (Gillot, Furniss & Walter, 2001; Kim e.a., 2004). Micali, Chakrabarti en Fombonne (2004) vonden bij moeders van kinderen met ASS vaker een angststoornis dan bij moeders van een controlegroep (34% tegenover 10%). Ook bij andere eerstegraadsverwanten vonden zij een frequenter voorkomen van angststoornissen (38% versus 20%).

 

Obsessieve-compulsieve stoornissen

Bij ASS vormen rigide gedrag, repetitief en ritueel gedrag en beperkte interesses een expliciet onderdeel van het symptomencomplex. Differentiatie tussen ASS en OCD als comorbide stoornis is daarom moeilijk. In een tweetal onderzoeken (Muris e.a., 1998; Leyfer e.a., 2006) wordt een OCD-prevalentie bij ASS van 11,4% respectievelijk 37% aangehaald. In het onderzoek van De Bruin e.a. (2007) werd met behulp van de DISC-IV-P een voorkomen van 6,4% gevonden. Deze onderzoeken zijn echter gebaseerd op vragenlijsten die afgenomen zijn bij ouders. Bovendien is het de vraag of met deze vragenlijsten voldoende gedifferentieerd kan worden tussen ASS gerelateerde symptomen en symptomen van OCD.

 

ASS en schizofrenie

In onderzoeken die gedaan zijn naar het ontwikkelen van schizofrenie bij een AS werd geen verband gevonden tussen beide ziektebeelden (Volkmar & Cohen, 1991; Konstantares & Hewitt, 2001; Sporn e.a., 2004). In één onderzoek (Stahlberg e.a., 2004) werd bij 2% van een groep patiënten met de stoornis van Asperger en bij 4% met PDD-NOS schizofrenie vastgesteld. Dit betrof echter een onderzoek onder een klinische populatie, waardoor de bevindingen niet gegeneraliseerd kunnen worden naar een niet-klinische populatie.

 

ASS en ticstoornissen

Motorische tics en vocale tics in kader van een comorbide ticstoornis bij ASS moeten gedifferentieerd worden van (motorische) stereotypieën respectievelijk echolalie en uitgestelde echolalie. Ticstoornissen, waaronder de stoornis van Gilles de la Tourette, lijken vaker bij ASS voor te komen dan onder de normale populatie. De in studies gerapporteerde prevalenties variëren aanzienlijk. Baron-Cohen en anderen (1999) vonden, op basis van vragenlijsten ingevuld door ouders, bij 6,5% van de kinderen (N =458) met ASS een stoornis van Gilles de la Tourette. Soderstrom en anderen. (2004) vonden onder daders van geweldsdelicten met ASS een voorkomen van ticstoornissen van 18%. Canitano en Vivanti (2007) vonden in een klinische populatie met ASS in 22% van de gevallen een ticstoornis, in het bijzonder bij AS en PDD-NOS en vrijwel niet bij de stoornis van Asperger.

 

ASS en coördinatieontwikkelingsstoornis

Stoornissen in de motoriek komen bij ASS frequent voor. Vooral bij de stoornis van Asperger is er vaak sprake van problemen in de motorische coördinatie. Deze problemen vertonen overeenkomsten met de DSM-IV-criteria voor een coördinatieontwikkelingsstoornis. Kadesjö en Gillberg beschreven in 1999 een groep kinderen met motorische coördinatieproblemen en de stoornis van Asperger. Ook in een recente studie werd bij kinderen met ASS meer motorische problemen gevonden dan bij controlegroepen, waaronder kinderen met een aandachtstekortstoornis en zelfs meer motorische problemen dan bij een controlegroep van kinderen met een coördinatieontwikkelingsstoornis (Dewey, Cantell & Crawford, 2007).

Zoeken en selecteren

  • Het inclusiecriterium was: gebruik van gestandaardiseerde instrumenten, methodologische beschrijving van de instrumenten en een onderzochte doelgroep voldoende van grootte voor betrouwbare statistische analysen.
  • Het exclusiecriterium was: casuïstiek en gevalsbeschrijvingen, geen gebruik van gestandaardiseerde instrumenten.

Referenties

  1. AGREE collaboration. (2008). AGREE instrument. The AGREE Collaboration. Geraadpleegd 9 november 2008 op http://www.agreecollaboration.org/ instrument.
  2. Aman, M.G., Singh, N.N., Stewart, A.W., & Field, C.J. (1985). The aberrant behavior checklist: A behavior rating scale for the assessment of treatment effects. American journal of mental deficiency, 89, 485-491.
  3. Aman, M., Cronin, P., Hollway, J., Posey, D., Scahill, L., Tierney, E., & Vitiello, B. (2004). 18-Month follow-up of participants in the RUPP Autism Risperidone Study. American Association of Child and Adolescent Psychiatry 51st Annual Meeting. Washington, DC: Scientific Proceedings; 53C/88.
  4. AACAP (2000). Practice parameters. American Academy of Child and Adolescent Psychiatry.
  5. Anderson, G.M., Scahill, L., McCracken, J.T., McDougle, C., Aman, M.G., Tierney, E. e.a. (2007). Effects of short- and long-term risperidone treatment on prolactin levels in children with autism. Biologicalpsychiatry, 61 (4), 545¬50.?]
  6. APA. (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, fourth edition (DSM-IV). Washington, DC: American Psychiatric Association.
  7. APA. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders, fourth edition, text revision (DSM-IV-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association.
  8. Arnold, L.E., Vitiello, B., McDougle, C., Scahill, L., Shah, B., Gonzalez, N.M., e.a. (2003). Parent-defined target symptoms respond to risperidone in RUPP autism study: Customer approach to clinical trials. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 42, 1443-1450.
  9. Asperger, H. (1944). Die Autistische Psychopathen im Kindesalter. Archiv für Psychiatrie und Nervenkrankheiten, 117, 76-136.
  10. Asperger, H. (1979). Problems of infantile autism. Communication, 13, 45-52.
  11. Bacchelli, E., & Maestrini, E. (2006). Autism spectrum disorders: Molecular genetic advances. Am JMed Genet C Semin Med Genet, 142C(1), 13-23.
  12. Bailey, A., Luthert, P, Bolton, P., Le Couteur, A., Rutter, M., & Harding, B. (1993). Autism and megalencephaly. Lancet, 341, 1225-1226.
  13. Bailey, A., Le Couteur, A., Gottesman, I., Bolton, P, Simonoff, E., Yuzda, E., & Rutter, M. (1995). Autism as a strong genetic disorder: Evidence from a Brit- ish twin study. Psychological medicine, 25, 63-77.
  14. Barkley, R.A. (1990). Attention deficit hyperactivity disorder: A handbook for diagnosis and treatment. New York: Guilford Press, 198-199.
  15. Baron-Cohen, S., Scahill, V.L., Izaguirre, J., Hornsey, H., & Robertson. M.M. (1999). The prevalence of Gilles de la Tourette syndrome in children and adolescents with autism: A large scale study. Psychological medicine, 29(5), 1151-9.
  16. Bauminger, N. (2002). The facilitation of social-emotional understanding and social interaction in high-functioning children with autism: Intervention outcomes. J Autism Dev Disord, 32(4), 283-98.
  17. Belsito, K.M., Law, P.A., Kirk, K.S., Landa, R.J., & Zimmerman, A.W. (2001). Lamotrigine therapy for autistic disorder: a randomized, double-blind, placebo-controlled tria. JAutism Dev Disord, 31, 175-181.
  18. Bertrand, J., Mars, A., Boyle, C., Bove, F., Yeargin-Allsopp, M., & Decoufle, P. (2001). Prevalence of autism in a United States population: the Brick Township, New Jersey, investigation. Pediatrics, 108(5), 1155-61.
  19. Berument, S.K., Rutter, M., Lord, C., Pickles, A., & Bailey, A. (1999). Autism screening questionnaire: Diagnostic validity. Br JPsychiatry, 175, 444-451.
  20. Bildt, A. de, & Jonge, M.V. de (2008). Autisme diagnostisch observatie schema. Nederlandse vertaling van Lord, C., Rutter, M., DiLavore, P.C., & Risi, S. (2001) Autism Diagnostic Observation Schedule. Amsterdam: Hogrefe.
  21. Bildt, A. de, Sytema, S., Ketelaars, C., Kraijer, D., Volkmar, F., & Minderaa, R. (2003). Measuring pervasive developmental disorders in children and adolescents with mental retardation: a comparison of two screening instruments used in a study of the total mentally retarded population from a designated area. JAutism Dev Disord, 33(6), 595-605.
  22. Bildt, A. de, Sytema, S., Ketelaars, C., Kraijer, D., Mulder, E., Volkmar, F., & Minderaa, R. (2004). Interrelationship between autism diagnostic observation schedule-generic (ADOS-G), autism diagnostic interview-revised (ADI-R) and the Diagnostic and statistical manual of mental disorders (DSM-IV-TR) classification in children and adolescents with mental retardation. J Autism Dev Disord, 34(2), 129-137.
  23. Bishop, D.V.M., & Frazier Norbury, C. (2002). Exploring the borderlands of autistic disorder and specific language impairment: A study using standardised diagnostic instruments. J Child Psychol Psychiatry, 43(7), 917-929.
  24. Bolman, W.M., & Richmond, J.A. (1999). A double-blind, placebo-controlled, crossover pilot trial of low dose dimethylglycine in patients with autistic disorder. J Autism Dev Disord, 29, 191-194.
  25. Bolton, P.F., Pickles, A., Murphy, M., & Rutter, M. (1998). Autism, affective and other psychiatric disorders: patterns of familial aggregation, Psychological medicine, 28(2), 385-95.
  26. Bolton, P.F., e.a. (2001). Association between idiopathic infantile macrocephaly and autism spectrum disorders. Lancet, 358(9283), 726-27.
  27. Bonde, E. (2000). Comorbidity and subgroups in childhood autism. European child & adolescent psychiatry, 9(1), 7-10.
  28. Bondy, A., & Frost, L. (2002). Picture’s worth: PECS and other visual communication strategies in autism (topics In autism). Bethesda, MD: Woodbine House.
  29. Borst-Eilers, E. (1997). Medische technologie assessment en doelmatigheid van zorg (Brief, CSZ/EZ-9748001). Rijswijk: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  30. Bourgondien, M.E. van, Reichle, N.C., & Schopler, E. (2003). Effects of a model treatment approach on adults with autism. J Autism Dev Disord, 33(2), 131-40.
  31. Brookman-Frazee, L. (2004). Using parent/clinician partnerships in parent education programs for children with autism. Journal of positive behavior inter- ventions, 6(4), 195-213.
  32. Bruin, E.I. de, Verheij, F., & Ferdinand, R.F. (2006). WISC-R subtest but no overall VIQ-PIQ difference in Dutch children with PDD-NOS. J Abnorm Child Psychol, 34(2), 263-271.
  33. Bruin, E.I. de, Ferdinand, R.F., Meester, S., Nijs, PF.A. de, & Verheij, F. (2007). High rates of psychiatric comorbidity in PDD-NOS. J Autism Dev Disord, 37(5), 877-886.
  34. Buitelaar, J.K, Gaag, R. van der, Klin, A., Volkmar, F. (1999). Exploring the boundaries of pervasive developmental disorder not otherwise specified: analyses of data from the DSM-IV Autistic Disorder Field Trial. J Autism Dev Disord. 29(1):33-43.
  35. Buitelaar, J.K., & Willemsen-Swinkels, S.H. (2000). Medication treatment in subjects with autistic spectrum disorders. European child & adolescent psy- chiatry, 9(Suppl 1), 185-197.
  36. Cahn, W., Ramlal, D., Bruggeman, R., Haan, L. de, Scheepers, F.E. Soest, M.M. van, e.a. (2008). Preventie en behandeling van somatische complicaties bij antipsychoticagebruik. Tijdschrift voor Psychiatrie, 50(9), 579-591.
  37. Campbell, M., Fish, B., Shapiro, T., & Floyd, A. Jr. (1971). Imipramine in pre-school autistic and schizophrenic children. Journal of autism and childhood schizophrenia, 1, 267-282.
  38. Campbell, M., Anderson, L.T., Small, A.M., Perry, R., Green, W.H., & Caplan, R. (1982). The effects of haloperidol on learning and behavior in autistic children. J Autism Dev Disord, 12, 167-175.
  39. Canitano, R., & Vivanti, G. (2007). Tics and Tourette syndrome in autism spectrum disorders. Autism, 11(1), 19-28.
  40. Chalfant, A.M., Rapee, R., & Carroll, L. (2006). Treating anxiety disorders in children with high functioning autism spectrum disorders: A controlled trial. J Autism Dev Disord (Epub ahead of print, dec 15).
  41. Clark, T., Feehan, C., Tinline, C., & Vostanis, P. (1999). Autistic symptoms in children with attention deficit-hyperactivity disorder. European child & adolescentpsychiatry, 8(1), 50-5.
  42. Constantino, J.N., & Gruber, C.P. (2005). Social responsiveness scale: Manual. Los Angeles: Western Psychologieal Services.
  43. Corbett, B.A., & Constantine, L.J. (2006). Autism and attention deficit hyperactivity disorder: assessing attention and response control with the integrated visual and auditory continuous performance test. Child Neuropsychol, 12(4-5):335-48.
  44. Courchesne, E., Carper, R., & Akshoomoff, N. (2003). Evidence of brain over-growth in the first year of life in autism. JAMA, 290(3), 337-344.
  45. Cox, A., Charman, T., Baron-Cohen, S., Drew, A., Klein, K., Baird, G., e.a. (1999). Autism spectrum disorders at 20 and 42 months of age: Stability of clinical and ADI-R diagnosis. J Child Psychol Psychiatry, 40(5), 719-732.
  46. Crockett, J.L., Fleming, R.K., Doepke, K.J., & Stevens, J.S. (2007). Parent training: Acquisition and generalization of discrete trials teaching skills with parents of children with autism. Res Dev Disabil, 28(1), 23-36. Epub 2005 Dec 9.
  47. Dahl, E.K., Cohen, D.J., & Provence, S. (1986). Clinical and multivariate approaches to the nosology of pervasive developmental disorders. Journal of the American academy of child psychiatry, 25(2), 170-80.
  48. Davidovitch, M., Patterson, B., & Gartside, P. (1996). Head circumference measurements in children with autism. Journal of child neurology, 11(5), 389-93.
  49. Dawson, G., Meltzoff, A.N., Osterling, J., & Rinaldi, J. (1998). Neuropsychological correlates of early symptoms of autism. Child development, 69(5), 1276-1285.
  50. Dekker, M.C., & Koot, H.M. (2003). DSM-IV disorders in children with borderline to moderate intellectual disability 1: prevalence and impact. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 42(8), 915-922.
  51. DeLong, R., & Nohria, C. (1994). Psychiatric family history and neurological disease in autistic spectrum disorders. Dev Med Child Neurol, 36(5), 441-8.
  52. DeLong, G.R., Ritch, C.R., & Burch, S. (2002). Fluoxetine response in children with autistic spectrum disorders: correlation with familial major affective disorder and intellectual achievement. Dev Med Child Neurol, 44, 652-659.
  53. Dewey, D., Cantell, M., & Crawford, S.G. (2007). Motor and gestural performance in children with autism spectrum disorders, developmental coordination disorder, and/or attention deficit hyperactivity disorder. JInt Neuropsychol Soc, 13, 246-256.
  54. Di Martino, A., & Tuchman, R.F. (2001). Antiepileptic drugs:Aaffective use in autism spectrum disorders. Pediatric neurology, 25, 199-207.
  55. Dissanayake, C., e.a. (2006). Growth in stature and head circumference in high-functioning autism and Asperger disorder during the first 3 years of life. Development andpsychopathology, 18(2), 381-93.
  56. Doorn, E.C. van, & Verheij, F. (2002). Psycho-educatie in kaart gebracht op het grensvlak van onderwijs en jeugdzorg. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 41, 538-550.
  57. Drew, A., Baird, G., Baron-Cohen, S., Cox, A., Slonims, V., Wheelwright, S., e.a. (2002). A pilot randomised control trial of a parent training intervention for pre-school children with autism. Preliminary findings and methodological challenges. European child & adolescentpsychiatry, 11(6), 266-72.
  58. Ehlers, S., Gillberg, C., & Wing, L. (1999). A screening questionnaire for Asperger syndrome and other high-functioning autism spectrum disorders in school age children. J Autism Dev Disord, 29(2), 129-141.
  59. Engeland, H. van, & Gaag, R.J. van der (1994). McDD in childhood: Aprecursor of schizophrenic spectrum disorder. Schizophr Res, 11:197, 1994.
  60. Evans, D.W., Canavera, K., Kleinpeter, F.L., Maccubin, E., & Taga, K. (2005). The fears, phobias and anxieties of children with autism spectrum disorders and Down syndrome: comparisons with developmentally and chronologically age matched children. Child psychiatry and human development, 36(1), 3-26.
  61. Fankhauser, M.P., Karumanchi, V.C., German, M.L., Yates, A., & Karumanchi, S.D. (1992). A double-blind, placebo-controlled study of the efficacy of transdermal clonidine in autism. The journal of clinical psychiatry, 53, 77-82.
  62. Filipek, P.A., Accardo, P.J., Ashwal, S., Baranek, G.T., Cook, E.H. Jr, Dawson, G., e.a.. Subcommittee of the American Academy of Neurology and the Child Neurology Society, Departments of Pediatrics and Neurology, University of California, Irvine, USA. (2000). Practice parameter: screening and diagnosis of autism: report of the quality standards. Neurology, 55(4), 468-479.
  63. Fombonne, E. (1999). The epidemiology of autism: a review. Psychological medicine, 29(4), 769-86.
  64. Fombonne, E. (2002). Epidemiological trends in rates of autism. Molecular psychiatry, 7(Suppl 2), S4-6. Review.
  65. Fombonne, E., e.a. (1997). A family study of autism: cognitive patterns and levels in parents and siblings. J Child Psychol Psychiatry, 38(6), 667-83.
  66. Fombonne, E., e.a. (1999). Microcephaly and macrocephaly in autism. J Autism Dev Disord, 29(2), 113-19.
  67. Gaag, R.J. van der, Caplan, R., Engeland, H. van, Loman, F., & Buitelaar, J.K. (2005). A controlled study of formal thought disorder in children with autism and multiple complex developmental disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 15(3), 465-76.
  68. Gadow, K.D., DeVincent, C.J., Pomeroy, J., & Azizian, A. (2004). Psychiatric symptoms in preschool children with PDD and clinic and comparison samples. J Autism Dev Disord, 34(4), 379-393.
  69. Gezondheidsraad. (2000). Van implementeren naar leren; het belang van twee-richtingsverkeer tussen praktijk en wetenschap in de gezondheidszorg (Publicatienr. 2000/18). Den Haag: Gezondheidsraad.
  70. Gezondheidsraad. (2002). Diagnostiek en behandeling van ADHD [Nota]. Den Haag: Gezondheidsraad.
  71. Ghaziuddin, M., Weidmer-Mikhail, E., & Ghaziuddin, N. (1998). Comorbidity of Asperger syndrome: a preliminary report. Journal of intellectual disability research: JIDR, 42(Pt4), 279-83.
  72. Gillberg, C. (1989). Asperger syndrome in 23 Swedish children. Dev Med Child Neurol, 31, 520-531.
  73. Gillberg, C. (1991). Outcome in autism and autistic-like conditions. JAm Acad Child Adolesc Psychiatry, 30, 375-382.
  74. Gillberg, C. (1992). The Emanuel Miller Memorial Lecture 1991: Autism and autistic-like conditions, subclasses among disorders of empathy. J Child Psychol Psychiatry, 33(5), 813-42.
  75. Gillberg, C. (1998). Asperger syndrome and high-functioning autism. The British journal of psychiatry, 172, 200-209.
  76. Gillberg, C., & Billstedt, E. (2000). Autism and Asperger syndrome: coexistence with other clinical disorders. Acta psychiatrica Scandinavica, 102(5), 321¬30.
  77. Gillott, A., Furniss, F., & Walter, A. (2001). Anxiety in high-functioning children with autism. Autism, 5(3), 277-86.
  78. Glasson, E.J., Bower, C., Petterson, B., Klerk, N. de, Chaney, G., & Hallmayer, J.F. (2004). Perinatal factors and the development of autism: A population study. Archives of generalpsychiatry, 61(6), 618-27.
  79. Goldstein, S. (2004). The comorbidity of pervasive developmental disorder and attention deficit hyperactivity disorder: Results of a retrospective chart review. JAutism Dev Disord, 34(3), 329-39.
  80. Gordon, N. (2000). The therapeutics of melatonin: a paediatric perspective. Brain & development, 22, 213-217.
  81. Gorissen, M., & Gaag-Theunisse, R.J. van der (2006). Psychodiagnostiek bij normaal begaafde volwassenen met Autismespectrumstoornissen. Psychopraxis, 7, 27-33.
  82. Gray, C. (2001). The new social story book (Revised edition). Arlington, MA: Future Horizons Incorporated.
  83. Green, J., Gilchrist, A., Burton, D., & Cox, A. (2000). Social and psychiatric functioning in adolescents with Asperger syndrome compared with conduct disorder. J Autism Dev Disord, 30(4), 279-93.
  84. Greene, R.W., Biederman, J., Faraone, S.V., Ouellette, C.A., Penn, C., & Griffin, S.M. (1996). Toward a new psychometric definition of social disability in children with attention-deficit hyperactivity disorder. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 35(5), 571-8.
  85. Handen, B.L., Johnson, C.R., & Lubetsky, M. (2000). Efficacy of methylphenidate among children with autism and symptoms of attention-deficit hyperactivity disorder. J Autism Dev Disord, 30, 245-255.
  86. Hansman-Wijnands, M.A., & Hummelen, J.W. (2006). Differentiële diagnostiek van psychopathie en autismespectrumstoornissen bij volwassenen. Tijdschrift voor psychiatrie, 48(8), 627-636.
  87. Hartman, C.A., Luteijn, E., Serra, M., & Minderaa, R. (2006). Refinement of the Children's Social Behavior Questionnaire (CSBQ): An instrument that describes the diverse problems seen in milder forms of PDD. JAutism Dev Disord, 36(3), 325-42.
  88. Hazell, P. (2007). Drug therapy for attention-deficit/hyperactivity disorder-like symptoms in autistic disorder. Journal of paediatrics and child health, 43, 19-24.
  89. Heinrich, H., Gevensleben, H., & Strehl, U. (2007). Annotation: neurofeedback - train your brain to train behaviour. J Child Psychol Psychiatry, 48(1), 3-16.
  90. Hellings, J.A., Nickel, E.J., Weckbaugh, M., McCarter, K., Mosier, M., & Schroeder, S.R. (2005). The overt aggression scale for rating aggression in outpatient youth with autistic disorder: preliminary findings. The journal of neuropsychiatry and clinical neurosciences, 17, 29-35.
  91. Hengeveld, M.W., Londen L van, Gaag R.J. van der. (2008). Herkenning van Autisme spectrum stoornissen bij volwassenen. Ned Tijdschr Geneeskd 14; 152(24), 1353-7.
  92. Hollander, E., Kaplan, A., Cartwright, C., & Reichman, D. (2000). Venlafaxine in children, adolescents, and young adults with autism spectrum disorders: An open retrospective clinical report. Journal of child neurology, 15, 132-135.
  93. Hollander, E., Dolgoff-Kaspar, R., Cartwright, C., Rawitt, R., & Novotny, S. (2001). An open trial of divalproex sodium in autism spectrum disorders. The journal of clinical psychiatry, 62, 530-534.
  94. Hollander, E., Phillips, A., Chaplin, W., Zagursky, K., Novotny, S., Wasserman, S. e.a. (2005). A placebo controlled crossover trial of liquid fluoxetine on repetitive behaviours in childhood and adolescents autism. Neuropsychopharmacology, 30(3): 582-591.
  95. Hollander, E., Soorya, L., Wasserman, S., Esposito, K., Chaplin, W., & Anagnostou, E. (2006). Divalproex sodium vs. placebo in the treatment of repetitive behaviours in autism spectrum disorder. Int J Neuropsychopharmacol, 9, 209-213.
  96. Honda, H., Shimizu, Y., & Rutter, M. (2005). No effect of MMR withdrawal on the incidence of autism: a total population study. J Child Psychol Psychiatry, 46(6), 572-9.
  97. Howlin, P. (2005). The effectiveness of interventions for children with autism. J Neural Transm Suppl, (69), 101-119.
  98. Howlin, P., & Rutter, M. (1994). Treatment of autistic children. (Wiley Series on Studies in Child Psychiatry). New York: John Wiley & Sons.
  99. Howlin, P., Goode, S., Hutton, J., & Rutter, M. (2004). Adult outcome for children with autism. J Child Psychol Psychiatry, 45(2), 212-29.
  100. http://www.agreecollaboration.org/pdf/agreeinstrumentfinal.pdf. Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation, AGREE Instrument. www.agreecollaboration.org, 2001.
  101. Hulscher, M., Wensing, M., & Grol, R. (2000). Effectieve implementatie: Theorieën en strategieën. Nijmegen: Werkgroep Onderzoek Kwaliteit.
  102. International Molecular Genetic Study of Autism Consortium (IMGSAC) (2007). A genomewide screen for autism: strong evidence for linkage to chromosomes 2q, 7q, and 16p. American journal of human genetics, 69, 570-581.
  103. Jaselskis, C.A., Cook, E.H. Jr., Fletcher, K.E., & Leventhal, B.L. (1992). Clonidine treatment of hyperactive and impulsive children with autistic disorder. J Clin Psychopharmacol, 12, 322-327.
  104. Jonge, M.V. de. (2006). The search for endophenotypic markers of autism spectrum disorders. Proefschrift, Universiteit Utrecht.
  105. Jonge, M.V. de, Bildt, A. de (2007). Autisme Diagnostisch Interview, Revised (ADI-R). Nederlandse vertaling van Rutter, M., LeCouteur, A., & Lord, C. (2003) . Autism Diagnostic Interview, Revised (ADI-R). Amsterdam: Hogrefe.
  106. Jordan, R. (2002). Autistic spectrum disorders in the early years: A guide for practitioners (education in the early years) London: QED.
  107. Kadesjo, B., & Gillberg, C. (1999). Developmental coordination disorder in Swedish 7-year-old children. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 38(7), 820-8.
  108. Kanner, L. (1943). Autistic disturbances of affective contact. The Nervous child, 2, 217-250.
  109. Kay, S.R., Wolkenfeld, F., Murrill, L.M. (1988). Profiles of aggression among psychiatric patients. I. Nature and prevalence. J Nerv Ment Dis, 176(9):539-46.
  110. Keen, K., & Ward, S. (2004). Autistic specrum Disorder. Autism, 8(1), 39-48.
  111. Kemner, C., Willemsen-Swinkels, S.H., Jonge, M. de, Tuynman-Qua, H., Engeland, H. van (2002). Open-label study of olanzapine in children with pervasive developmental disorder. Journal of clinicalpsychopharmacology, 22, 455-460.
  112. Kern, J.K., Miller, V.S., Cauller, P.L., Kendall, P.R., Mehta, P.J., & Dodd, M. (2001). Effectiveness of N,N-dimethylglycine in autism and pervasive developmental disorder. Journal of child neurology, 16, 169-173.
  113. Kim, J.A., Szatmari, P, Bryson, S.E., Streiner, D.L., & Wilson, F.J. (2004). The prevalence of anxiety and mood problems among children with autism and Asperger syndrome. Autism, 4(2), 117-132.
  114. King, B.H., Wright, D.M., Handen, B.L., Sikich, L., Zimmerman, A.W., McMahon, W., e.a. (2001). Double-blind, placebo-controlled study of amantadine hydrochloride in the treatment of children with autistic disorder. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 40, 658-665.
  115. Klin, A., Volkmar, F.R., Sparrow, S.S., Cicchetti, D.V., & Rourke, B.P. (1995). Validity and neuropsychological characterization of Asperger syndrome: convergence with nonverbal learning disabilities syndrome. J Child Psychol Psychiatry, 36(7), 1127-40.
  116. Klin, A., Lang, J., Cicchetti, D.V., & Volkmar, F.R. (2000). Brief report: Interrater reliability of clinical diagnosis and DSM-IV criteria for autistic disorder: results of the DSM-IV autism field trial. J Autism Dev Disord, 30(2), 163-7.
  117. Kolevzon, A., Mathewson, K.A., & Hollander, E. (2006). Selective serotonin re-uptake inhibitors in autism: a review of efficacy and tolerability. The journal of clinical psychiatry, 67, 407-414.
  118. Konstantares, M.M., & Hewitt, T. (2001). Autistic disorder and schizophrenia: diagnostic overlaps. J Autism Dev Disord, 31(1), 19-28.
  119. Kraijer, D., & Bildt, A. De. (2005). The PDD-MRS: an instrument for Identification of autism spectrum disorders in persons with mental retardation. J Autism Dev Disord, 35(4), 499-513.
  120. Lahuis, B.E., & Buitelaar, J.K. (2002). Autisme en psychofarmaca. In B.E.B.M. Huskens, & R. Diddden (Red.), Behandelingsstrategiëen bij kinderen en jongeren met autisme. Serie Cure & Care Development. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  121. Lainhart, J.E. (2003). Increased rate of head growth during infancy in autism. JAMA, 290(3), 393-94.
  122. Lainhart, J.E. (2006). Advances in autism neuroimaging research for the clinician and geneticist. Am JMed Genet C Semin Med Genet, 142(1), 33-39
  123. Lainhart, J.E., e.a. (1997). Macrocephaly in children and adults with autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 36(2), 282-90.
  124. Larsson, H.J., Eaton, W.W., Madsen, K.M., Vestergaard, M., Olesen, A.V., Agerbo, E., e.a. (2005). Risk factors for autism: perinatal factors, parental psychiatric history, and socioeconomic status. American journal of epidemiology, 161(10), 916-925.
  125. LeCouteur, A. (1990). Autism: Current understanding and management. Br J Hosp Med, 43(6), 448-52.
  126. LeCouteur, A., Rutter, M., Lord, C., Rios, P., Robertson, S., Holdgrafer, M., e.a. (1989). Autism diagnostic interview: a standardized investigator-based instrument. J Autism Dev Disord, 19(3):363-87.
  127. Leekam, S.R., Libby, S.J., Wing, L., Gould, J., & Taylor, C. (2002). The Diagnostic Interview for Social and Communication Disorders: algorithms for ICD-10 childhood autism and Wing and Gould autistic spectrum disorder. J Child Psychol Psychiatry, 43(3), 327-42.
  128. Levy, S.E. (2002). Repeated doses of porcine secretin did not improve symptoms, language, or cognitive functioning in children with autism or autism spectrum disorder. Evid Based Ment Health, 5, 22.
  129. Leyfer, O.T., Folstein, S.E., Bacalman, S., Davis, N.O., Dinh, E., Morgan, J., e.a. (2006). Comorbid psychiatrie disorders in children with autism: Interview development and rates of disorders. JAutism Dev Disord, 36, 849-861.
  130. Lord, C., Pickles, A., McLennan, J., Rutter, M., Bregman, J., Folstein, S., e.a. (1997). Diagnosing autism: Analyses of data from the autism diagnostic interview. JAutism Dev Disord, 27(5), 501-517.
  131. Lord, C., Risi, S., Lambrecht, L., Cook, E.H. Jr, Leventhal, B.L., DiLavore, P.C. e.a. (2000). The autism diagnostic observation schedule-generic: A standard measure of social and communication deficits associated with the spectrum of autism. JAutism Dev Disord, 30(3) 205-223.
  132. Lord, C., Rutter, M., Goode, S., Heemsbergen, J., Jordan, H., Mawhood, L. e.a. (1989). Autism Diagnostic Observation Schedule: a standardized observation of communicative and social behavior. Journal of Autism and Developmental Disorders, 19, 185-212.
  133. Lord, C., Rutter, M., DiLavore, P.C., Risi, S. (2001). Autism Diagnostic Observa-tion Schedule. Los Angeles, CA: Western Psychological Services.
  134. Lord, C., Rutter, M., & LeCouteur, A. (1994). Autism Diagnostic Interview-Revised: a revised version of a diagnostic interview for caregivers of individuals with possible pervasive developmental disorders. Journal of Autism and Developmental Disorders, 24, 659-685.
  135. Lotter, V. (1978). Childhood autism in Africa. J Child Psychol Psychiatry, 19(3), 231-44.
  136. Lovaas, I. (2002).Teaching individuals with developmental delays: basic intervention techniques. Austin: Pro-Ed.
  137. Luteijn, E.F., Serra, M., Jackson, S., Steenhuis, M.P., Althaus, M., Volkmar, F., e.a. (2000). How unspecified are disorders of children with a pervasive developmental disorder not otherwise specified? A study of social problems in children with PDD-NOS and ADHD. Eur Child Adolesc Psychiatry, 9(3),168-79.
  138. Luteijn, E., Minderaa, R., & Jackson, S. (2002). Vragenlijst voor inventarisatie van sociaal gedrag bij kinderen: Handleiding. Lisse: Harcourt Test Publishers.
  139. Madsen, K.M., Hviid, A., Vestergaad, M., Schendel, D., Wohlfahrt, J., Thorsen, P., e.a. (2002). A population-based study of measles, mumps, and rubella vaccination and autism. N Engl J Med, 347(19), 1477-82.
  140. Madsen, K.M., Lauritsen, M.B., Pedersen, C.B., Thorsen, P, Plesner, A.M., Andersen, P.H., e.a. (2003). Thimerosal and the occurance of autism: a negative ecological evidence from Danish population-based data. Pedicatrics. 112(3 Pt 1), 604-606.
  141. Malhotra, S., & Gupta, N. (2002). Childhood disintegrative disorder. Re-examination of the current concept. Eur Child Adolesc Psychiatry, 11(3), 108-14.
  142. Martin, A., Koenig, K., Scahill, L., & Bregman, J. (1999). Open-label quetiapine in the treatment of children and adolescents with autistic disorder. J Child Adolesc Psychopharmacol, 9, 99-107.
  143. Martin, A., Koenig, K., Anderson, G.M., & Scahill, L. (2003). Low-dose fluvoxamine treatment of children and adolescents with pervasive developmental disorders: A prospective, open-label study. J Autism Dev Disord, 33, 77-85.
  144. Martin, A., Scahill, L., Anderson, G.M., Aman, M., Arnold, L.E., McCracken, J., e.a. (2004). Weight and leptin changes among risperidone-treated youths with autism: 6-month prospective data. Am J Psychiatry, 161, 1125-1127.
  145. Martin, A., Volkmar, F.R., & Lewis, M. (Red.). (2007). Lewis’ child and adolescent psychiatry. A comprehensive textbook (4th edition). Philadelphia: Lippin-cott, Williams & Wilkins.
  146. Masi, G., Cosenza, A., Mucci, M., & Brovedani, P. (2001). Open trial of risperidone in 24 young children with pervasive developmental disorders. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 40, 1206-1214.
  147. Matson, J.L., & Nebel-Schwalm, M.S. (2006). Comorbid psychopathology with autism spectrum disorder in children: An overview. Research in developmental disabilities, 28(4), 341-52.
  148. McCracken, J.T., McGough, J., Shah, B., Cronin, P., Hong, D., Aman, M.G., e.a. (2002). Risperidone in children with autism and serious behavioral problems. The New England journal of medicine, 347, 314-321.
  149. McDougle, C.J., Holmes, J.P., Carlson, D.C., Pelton, G.H., Cohen, D.J., & Price, L.H. (1998). A double-blind, placebo-controlled study of risperidone in adults with autistic disorder and other pervasive developmental disorders. Arch Gen Psychiatry, 55, 633-641.
  150. McDougle, C.J., Kresch, L.E., & Posey, D.J. (2000). Repetitive thoughts and behavior in pervasive developmental disorders: treatment with serotonin reuptake inhibitors. JAutism Dev Disord, 30, 427-435.
  151. McDougle, C.J., Kem, D.L., & Posey, D.J. (2002). Case series: Use of ziprasidone for maladaptive symptoms in youths with autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 41, 921-927.
  152. Mehta, U.C., Patel, I., & Castello, F.V. (2004). EEG sedation for children with autism. J Dev Behav Pediatr, 25, 102-104.
  153. Melkersson, K., & Dahl, M.L. (2004). Adverse metabolic effects associated with atypical antipsychotics: literature review and clinical implications. Drugs, 64, 701-723.
  154. Micali, N., Chakrabarti, S., & Fombonne, E. (2004). The broad autism phenotype: findings from an epidemiological survey. Autism, 8(1), 21-37.
  155. Michie, S., & Johnston, M. (2004). Changing clinical behaviour by making guidelines specific. BMJ, 328, 343-345.
  156. Mildenberger, K., Sitter, S., Noterdaeme, M., & Amorosa, H. (2001). The use of the ADI-R as a diagnostic tool in the differential diagnosis of children with infantile autism and children with a receptive language disorder. Eur Child Adolesc Psychiatry, 10, 248-255.
  157. Miller, J.N., & Ozonoff, S. (1997). Did Asperger's cases have Asperger disorder? A research note. J Child PsycholPsychiatry, 38(2):247-51.
  158. Minderaa, R.B., & Luteijn, E.F. (2001). ADHD en PDD-NOS: Overeenkomsten en verschillen. Neuropraxis, 5(6), 191-197.
  159. Miyazaki, K., Narita, N., & Narita, M. (2005). Maternal administration of thalidomide or valproic acid causes abnormal serotonergic neurons in the offspring: Implication for pathogenesis of autism. IntJ Dev Neurosci, 23, 287-297.
  160. Mulder, E.J., Anderson, G.M., Kema, I.P., Bildt, A. de, Lang, N.D. van, Boer, J.A. den, & Minderaa, R.B. (2004). Platelet serotonin levels in pervasive developmental disorders and mental retardation: Diagnostic group differences, within-group distribution, and behavioral correlates. JAm Acad Child Adolesc Psychiatry, 43(4), 491-499.
  161. Mundy, P., Sigman, M., & Kasari, C. (1990). A longitudinal study of joint attention and language development in autistic children. J Autism Dev Disord, 20(1), 115-28.
  162. Muris, P., Steerneman, P., Merckelbach, H., Holdrinet, I., & Meesters, C. (1998). Comorbid anxiety symptoms in children with pervasive developmental disorders. Journal of anxiety disorders, 12(4), 387-93.
  163. Namerow, L.B., Thomas, P., Bostic, J.Q., Prince, J., & Monuteaux, M.C. (2003). Use of citalopram in pervasive developmental disorders. J Dev Behav Pediatr, 24, 104-108.
  164. Naruse, H., Nagahata, M., Nakane, Y., Shirahashi, K., Takesada, M., & Yamazaki, K. (1982). A multi-center double-blind trial of pimozide (Orap), haloperidol and placebo in children with behavioral disorders, using crossover design. Acta Paedopsychiatr, 48, 173-184.
  165. NHS centre for reviews and dissemination. (1999). Getting evidence into practice. Eff Health Care, 5(1), 1-16.
  166. Noterdaeme, M., Sitter, S., Mildenberger, K., & Amorosa, H. (2000). Diagnostic assessment of communicative and interactive behaviours in children with autism and receptive language disorder. Eur Child Adolesc Psychiatry, 9(4), 295-300.
  167. Noterdaeme, M., Mildenberger, K., Sitter, S., & Amorosa, H. (2002). Parent information and direct observation in the diagnosis of pervasive and specific developmental disorders. Autism, 6(2), 159-68.
  168. Owley, T., McMahon, W., Cook, E.H., Laulhere, T., South, M., Mays, L.Z., e.a. (2001). Multisite, double-blind, placebo-controlled trial of porcine secretin in autism. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 40, 1293-1299.
  169. Ozonoff, S., & Cathcart, K. (1998). Effectiveness of a home program intervention for young children with autism. J Autism Dev Disord, 28(1), 25-32.
  170. Paavonen, E.J., Nieminen-von Wendt, T., Vanhala, R., Aronen, E.T., & Von Wendt, L. (2003). Effectiveness of melatonin in the treatment of sleep disturbances in children with Asperger disorder. J Child Adolesc Psychopharmacol, 13, 83-95.
  171. Palmen, S.J., & Engeland, H. van (2004). Review on structural neuroimaging findings in autism. JNeural Transm, 111(7), 903-29.
  172. Pearson, D.A., Loveland, K.A., Lachar, D., Lane, D.M., Redooch, S.L., Mansour, R., e.a. (2006). A comparison of behavioral and emotional functioning in children and adolescents with autistic disorder and PDD-NOS. Child Neuropsychol, 12(4-5), 321-33.
  173. Pilowsky, T., Yirmiya, N., Shulman, C., & Dover, R. (1998). The autism diagnostic interview-revised and the childhood autism rating scale: Differences between diagnostic systems and comparison between genders. J Autism Dev Disord, 28,143-151.
  174. Posey, D.J., Guenin, K.D., Kohn, A.E., Swiezy, N.B., & McDougle, C.J. (2001). A naturalistic open-label study of mirtazapine in autistic and other pervasive developmental disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 11, 267-277.
  175. Rasalam, A.D., Hailey, H., Williams, J.H., Moore, S.J., Turnpenny, P.D., Lloyd, D.J., e.a. (2005). Characteristics of fetal anticonvulsant syndrome associated autistic disorder. Dev Med Child Neurol, 47, 551-555.
  176. Reddy, K.S. (2005). Cytogenetic abnormalities and fragile-X syndrome in Autism Spectrum Disorder. BMC medical genetics, 6, 3.
  177. Reed, P., Osborne, L.A., & Corness, M. (2006). Brief report: relative effectiveness of different home-based behavioral approaches to early teaching interven- tion. J Autism Dev Disord, (Epub ahead of print, dec 19).
  178. Remington, G., Sloman, L., Konstantareas, M., Parker, K., & Gow, R. (2001). Clomipramine versus haloperidol in the treatment of autistic disorder: A double-blind, placebo-controlled, crossover study. J Clin Psychopharmacol, 21, 440-444.
  179. Rogers, S.J. (1998). Empirically supported comprehensive treatments for young children with autism. J Clin Child Psychol, 27(2), 168-79.
  180. Rogers, S.J., & DiLalla, D.L. (1990). Age of symptom onset in young children with pervasive developmental disorders. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 29(6), 863-72.
  181. Rugino, T.A., & Samsock, T.C. (2002). Levetiracetam in autistic children: An open-label study. J Dev Behav Pediatr, 23, 225-230.
  182. RUPP Autism Network (2005). Randomized, controlled, crossover trial of methylphenidate in pervasive developmental disorders with hyperactivity. Archives of General Psychiatry, 62, 1266-1274.
  183. Rutter, M. (2000). Genetie studies of autism: from the 1970S into the millennium. J Abnorm Child Psychol, 28(1), 3-14.
  184. Rutter, M. (2002). Nature, nurture, and development: From evangelism through science toward poliey and practice. Child Dev, 73(1), 1-21.
  185. Rutter, M. (2006). Autism: its recognition, early diagnosis, and service implications. J Dev Behav Pediatr, 27(2 Suppl), S54-8.
  186. Rutter, M., & Taylor, E. (Eds.). (2002). Child and adolescentpsychiatry (4th edition). Oxford: Blaekwell Publishing.
  187. Rutter, M., Andersen-Wood, L., Beekett, C., Bredenkamp, D., Castle, J., Groothues, C., e.a. (1999). Quasi-autistie patterns following severe early global privation. English and Romanian adoptees (ERA) Study Team. J Child Psychol Psychiatry, 40(4), 537-549.
  188. Rutter, M., Bailey, A., Berument, S.K., Lord, C., Piekles, A. (2003). Social Communication Questionnaire (SCQ). Los Angeles, CA: Western Psyehologieal Services.
  189. Rutter, M., LeCouteur, A., & Lord, C. (2003). Autism Diagnostic Interview, Revised (ADI-R), manual. Los Angeles, CA: Western Psyehologieal Services.
  190. Saemundsen, E., Magnusson, P., Smari, J., & Sigurdardottir, S. (2003). Autism diagnostie interview-revised and the childhood autism rating seale: Convergence and diserepaney in diagnosing autism. J Autism Dev Disord, 33(3), 319-328.
  191. Santangelo, S.L., & Tsatsanis, K. (2005). What is known about autism: genes, brain, and behaviour. Am J Pharmacogenomics, 5(2), 71-92.
  192. Seahill, L., Riddle, M.A., MeSwiggin-Hardin, M., Ort, S.I., King, R.A., Goodman, W.K., e.a. (1997). Children's Yale-Brown obsessive eompulsive seale: Reliability and validity. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 36, 844-852.
  193. Sehopler, E., & Mesibov, G.B. (1995). Learning and cognition in autism (current issues in autism). New York: Plenum.
  194. Sehopler, E., Reiehler, R.J., Roehen Renner, B. (1988). The ChildhoodAutisme Rating Scale (CARS). Los Angeles, CA: Western Psyehologieal Services.
  195. Shea, S., Turgay, A., Carroll, A., Sehulz, M., Orlik, H., Smith, I., & Dunbar, F. (2004). Risperidone in the treatment of disruptive behavioral symptoms in children with autistie and other pervasive developmental disorders. Pediatrics, 114(5), e634-e641.
  196. Sigafoos, J., O'reilly, M., Ma, C.H., Edrisinha, C., Cannella, H., & Laneioni, G.E. (2006). Effects of embedded instruction versus diseretetrial training on self-injury, correct responding, and mood in a child with autism. J Intellect Dev Disabil, 31(4), 196-203.
  197. Smolders, A.H.W., Laurant, M.G.H., Duin, D. van, Wensing M., & Grol, R.P.T.M. (2006). Werken met richtlijnen. Beïnvloedende factoren bij het handelen volgens de multidisciplinaire richtlijnen angststoornissen en depressie. MGv, 61(12), 1018-1030.
  198. Soderstrom, H., Sjodin, A.K., Carlstedt, A., & Forsman, A. (2004). Adult psychopathie personality with childhood-onset hyperactivity and conduct disorder: a central problem constellation in forensic psychiatry. Psychiatry Res, 121 (3), 271-80.
  199. Sporn, A.L., Addington, A.M., Gogtay, N., Ordonez, A.E., Gornick, M., Clasen, L. (2004). Pervasive developmental disorder and childhood-onset schizophrenia: comorbid disorder or a phenotypic variant of a very early onset illness? Biol Psychiatry, 55(10), 989-94.
  200. Stachnik, J.M., & Nunn-Thompson, C. (2007). Use of atypical antipsychotics in the treatment of autistic disorder. Ann Pharmacother, 41, 626-634.
  201. Stahlberg, O., Soderstrom, H., Rastam, M., & Gillberg, C. (2004). Bipolar disorder, schizophrenia, and other psychotic disorders in adults with childhood onset AD/HD and/or autism spectrum disorders. J Neural Transm, 111(7), 891-902.
  202. Stigler, K.A., Desmond, L.A., Posey, D.J., Wiegand, R.E., & McDougle, C.J. (2004). A naturalistic retrospective analysis of psychostimulants in pervasive developmental disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 14, 49-56.
  203. Stigler, K.A., Posey, D.J., & McDougle, C.J. (2004). Aripiprazole for maladaptive behavior in pervasive developmental disorders, J Child Adolesc Psychopharmacol, 14, 455-463.
  204. Stigler, K.A., Potenza, M.N., Posey, D.J., & McDougle, C.J. (2004). Weight gain associated with atypical antipsychotic use in children and adolescents: prevalence, clinical relevance, and management. Paediatr Drugs, 6, 33-44.
  205. Stromland, K., Nordin, V., Miller, M., Akerstrom, B., & Gillberg, C. (1994). Autism in thalidomide embryopathy: A population study. Dev Med Child Neurol, 36, 351-356.
  206. Szatmari, P. (2000). The classification of autism, Asperger's syndrome, and pervasive developmental disorder. Can J Psychiatry, 45(8), 731-8.
  207. Szatmari, P, Jones, M.B., Zwaigenbaum, L., & MacLean, J.E. (1998). Genetics of autism: overview and new directions. JAutism Dev Disord, 28(5), 351-68.
  208. Tadevosyan-Leyfer, O., Dowd, M., Mankoski, R., Winklosky, B., Putnam, S., McGrath, L., e.a. (2003). A principal components analysis of the autism diagnostic interview-revised. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 42(7), 864-87.
  209. Tantam, D., Evered, C., & Hersov, L. (1990). Asperger's syndrome and ligamentous laxity. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 29(6), 892-6.
  210. Taylor, B., Miller, E., Farrington, C.P., Petropoulos, M.C., Favot-Mayaud, I., Li, J., e.a. (1999). Autism and measles, mumps, and rubella vaccine: No epidemio- logical evidence for a causal association. Lancet, 353(9169):2026-9.
  211. Torrey, E.F., e.a. (2004). Autism and head circumference in the first year of life. Biologicalpsychiatry, 56(11), 892-94.
  212. Towbin, K.E. (2005). Pervasive developmental disorder not otherwise specified. In F.R. Volkmar, R. Paul, A. Klin & D.J. Cohen, D.J. (Eds.), Handbook of autism and pervasive developmental disorders, volume 1: Diagnosis, development, neurobiology, and behavior (pp. 165-200). Hoboken, NJ: John Wiley & Sons
  213. Towbin, K.E., Pradella, A., Gorrindo, T., Pine, D.S., Leibenluft, E. (2005). Autism spectrum traits in children with mood and anxiety disorders. J Child Adolesc Psychopharmacol, 15(3):452-64.
  214. Troost, P., Lahuis, B., Hoekstra, P., Steenhuis, M., Ketelaars, C., Buitelaar, J.K., e.a. (2005). Long term effects of risperidone in children with pervasive developmental disorder: A placebo discontinuation study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 44, 1137-1144.
  215. Tsai, L. (1987). Pre-, peri-, and neonatal factors in autism. In E. Schopler, & G. B. Mesibov (Eds.), Neurobiological issues in autism (pp. 179-189). New York: Plenum Press.
  216. Veen-Mulders, L. van der, Serra, M., Hoofdakker, B.J. van den, & Minderaa, R.B. (2001). Sociaal onhandig: De opvoeding van kinderen met PDD-NOS en ADHD. Assen: Van Gorcum.
  217. Venter, A., Lord, C., & Schopler, E. (1992). A follow-up study of high-functioning autistic children. J Child Psychol Psychiatry, 33(3),489-507.
  218. Verhuist, F.C. (2006). Leerboek kinder- en jeugdpsychiatrie. Assen: Van Gorcum.
  219. Volkmar, F.R., & Cohen, D.J. (1991). Comorbid association of autism and schizophrenia. Am J Psychiatry, 148(12), 1705-7.
  220. Volkmar, F.R., Lord, C., Bailey, A., Schultz, R.T., & Klin, A. (2004). Autism and pervasive developmental disorders. J Child Psychol Psychiatry, 45, 135-170.
  221. Volkmar, F.R., Paul, R., Klin, A., & Cohen, D.J. (Eds.). (2005). Handbook of autism and pervasive developmental disorders, volume 1: Diagnosis, development, neurobiology, and behavior. New York: John Wiley & Sons.
  222. Vorstman, J.A., e.a. (2006). Identification of novel autism candidate regions through analysis of reported cytogenetic abnormalities associated with autism. Mol Psychiatry, 11(1), 1, 18-28.
  223. Wakefield, A.J., Murch, S.H., Anthony, A., Linnell, J., Casson, D.M., Malik, M., e.a. (1998). Ileal-lymphoid-nodular hyperplasia, non-specific colitis, and pervasive developmental disorder in children. Lancet, 351(9103), 637-41.
  224. Warreyn, P, Raymakers, R., & Roeyers, H. (2004). SCQ: Vragenlijst sociale communicatie. Destelbergen, Belgie: SIG. [Nederlandse vertaling van Rutter, M., Bailey, A., Lord, C. (2004). Social communication questionnaire.]
  225. Wiener, J.M., & Dulcan, M.K. (Eds.). (2004). The American psychiatrie publishing textbook of child and adolescent psychiatry (3rd edition). Washington, DC: American Psychiatric Publishing.
  226. Wing, L. (1981a). Language, social and cognitive impairments in autism and severe mental retardation. J Autism Dev Disord, 11, 31-44.
  227. Wing, L. (1981b). Asperger's syndrome: A clinical account. Psychol Med, 11, 115-129.
  228. Wing, L., Leekam, S.R., Libby, S.J., Gould, J., & Larcombe, M. (2002). The diagnostic interview for social and communication disorders: Background, interrater reliability and clinical use. J Child Psychol Psychiatry, 43(3), 307-25.
  229. Woodhouse, W., Bailey, A., Rutter, M., Bolton, P., Baird, G., & Le Couteur, A. (1996). Head circumference in autism and other pervasive developmental disorders. J Child Psychol Psychiatry, 37, 665-671.
  230. Wozniak, J., Biederman, J., Faraone, S.V., Frazier, J., Kim, J., Millstein, R., e.a. (1997). Mania in children with pervasive developmental disorder revisited. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 36(11),1552-9.
  231. Yeargin-Allsopp, M., Rice, C., Karapurkar, T., Doernberg, N., Boyle, C., & Murphy, C. (2003). Prevalence of autism in a US metropolitan area. JAMA, 289(1), 49-55.
  232. Yoder, P, & Stone, W.L. (2006). Randomized comparison of two communication interventions for preschoolers with autism spectrum disorders. J Consult Clin Psychol, 74(3), 426-35.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 11-06-2008

Laatst geautoriseerd : 11-06-2008

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Vereniging Klinische Genetica Nederland
  • Nederlands Instituut van Psychologen

Algemene gegevens

Deze richtlijn is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en is samenwerking met het Landelijk Kennis Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie opgesteld.

Doel en doelgroep

Doel

Het doel van deze richtlijn is om artsen, in het bijzonder kinder- en jeugdpsychiaters, artsen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg, en kinderartsen aanbevelingen aan te reiken die de betrouwbaarheid, efficiëntie en doelmatigheid van de diagnostiek en behandeling van patiënten met (vermoedelijke) ASS kunnen vergroten. De aanbevelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en op good clinical evidence.

Daarbij gelden de volgende uitgangsvragen.

  • Welk instrumentarium kan gebruikt worden bij casefinding van ass?
  • Welk instrumentarium kan gebruikt worden bij de diagnostiek van ass?
  • Welke zijn de indicaties voor aanvullend onderzoek?
  • Welk aanvullend onderzoek kan aangewend worden?
  • Wat is de plaats van neuropsychologisch onderzoek in de diagnostiek van autismespectrumstoornissen?
  • Welke 'testbatterij' dient hierbij bij voorkeur gebruikt te worden?
  • Welke comorbide stoornissen komen regelmatig voor en zijn klinisch relevant bij ass?
  • Welke medicamenteuze behandeling van (bijkomende pathologie van) ass is (het eerste) werkzaam?
  • Welke zijn klinisch belangrijke bijwerkingen van werkzame medicamen­teuze behandelingen van ass?
  • Welke behandelingen zijn effectief bij autismespectrumstoornissen?
  • Wat is de empirische status van behandelingen die claimen dat zij ef­fectief zijn?

 

Doelgroep

Deze richtlijn is primair ontwikkeld ten behoeve van de zorg voor kinderen en jeugdigen met - de verdenking op - ASS door psychiaters, artsen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg en kinderartsen. De richtlijn is ook bedoeld om de samenwerking met andere disciplines te ondersteunen.

Samenstelling werkgroep

De werkgroepleden zijn allen nauw betrokken bij het veld en een aantal van hen is in meerdere of mindere betrokken bij samenwerkingsverbanden met de farmaceutische industrie. Ze hebben naar beste vermogen objectief en onafhankelijk gehandeld. De werkgroep bestond uit:

  • dr. P.F. Schothorst, kinder- en jeugdpsychiater (voorzitter);
  • prof.dr. H. van Engeland, kinder- en jeugdpsychiater;
  • prof.dr. R.J. van der Gaag, kinder- en jeugdpsychiater;
  • prof.dr. R.B. Minderaa, kinder- en jeugdpsychiater;
  • drs. A.P.A.M. Stockmann, kinder- en jeugdpsychiater;
  • drs. G.M.A. Westermann, kinder- en jeugdpsychiater;
  • drs. H.A. Floor-Siebelink, kinder- en jeugdpsychiater in opleiding (ambtelijk secretaris).

 

Uit oogpunt van zorgvuldigheid en in het belang van een breed draagvlak is de werkgroep in haar werkzaamheden opgetrokken met het Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie (KJP).

  • dr. A.A. de Bildt;
  • dr. C.E.J. Ketelaars.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De richtlijn wordt gepubliceerd op de website van de NVVP en verspreid onder de besturen van de geraadpleegde verenigingen. De richtlijn is tevens in boekvorm te bestellen.

Werkwijze

Selectiecriteria literatuur en wetenschappelijke onderbou­wing

De richtlijn is voor zover mogelijk gebaseerd op bewijsmateriaal uit gepu­bliceerd wetenschappelijk onderzoek. Uit het verrichte literatuur onder­zoek bleek dat evidence-based gegevens zeer beperkt aanwezig zijn. De richtlijn is daarom voor een belangrijk deel gebaseerd op de expertise van de werkgroepleden en internationale consensusdocumenten. Relevante artikelen voor de hier voorliggende richtlijn zijn als volgt geselecteerd door middel van systematische zoekacties.

  • Databases: Cinahl, Cochrane Library, Embase, Medline, Pubmed.
  • Periode: 1996-2006, met aanvullingen van relevante literatuur uit voor­gaande jaren en 2007.
  • Soort onderzoek: meta-analysen, klinische trials, casecontrol- en cohort- onderzoek.
  • Algemene exclusie:

-     artikelen van algemene aard en beschouwingen over het onderzoek van anderen;

-     casuïstiek, gevalsbeschrijvingen;

-     dubbelpublicaties;

-     dierexperimenteel onderzoek;

-     artikelen niet in het Engels, Frans, Duits of Nederlands;

-     (niet-systematische) reviews, tutorials, editorials.

De geselecteerde artikelen zijn vervolgens door de werkgroepleden beoor­deeld op kwaliteit van het onderzoek en gegradeerd naar mate van bewijs. Hierbij is de indeling gebruikt volgens cbo.

 

Voor artikelen over preventie of therapie

A1

Systematische reviews die ten minste enkele onderzoeken van A2-niveau betreffen, waarbij de resultaten van afzonderlijke onderzoeken consistent zijn.

A2

Gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit (gerandomiseerde, dubbelblind gecontroleerde trials) van voldoende omvang en consistentie.

B

Gerandomiseerde klinische trails van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander vergelijkend onderzoek (niet-gerandomiseerd, vergelijkend cohortonderzoek, patiëntcontroleonderzoek).

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden.

 

Voor artikelen over diagnostiek

A1

Onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten bij een prospectief gevolgde goed gedefinieerde patiëntengroep met een tevoren gedefinieerd beleid op grond van de te onderzoeken test- uitslagen, of besliskundig onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten, waarbij resultaten van onderzoek van A2-niveau als basis worden gebruikt en voldoende rekening wordt gehouden met onderlinge afhankelijkheid van diagnostische tests.

A2

Onderzoek ten opzichte van een referentietest, waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een goede beschrijving van de test en de onderzochte klinische populatie; het moet een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, er moet gebruikgemaakt zijn van tevoren gedefinieerde afkapwaarden en de resultaten van de test en de gouden standaard moeten onafhankelijk zijn beoordeeld. Bij situaties waarbij multipele diagnostische tests een rol spelen, is er in principe een onderlinge afhankelijkheid en dient de analyse hierop te zijn aangepast, bijvoorbeeld met logistische regressie.

B

Vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en populatie, maar niet de kenmerken die verder bij niveau A zijn genoemd.

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden.

 

Niveau van conclusies

 

Conclusie gebaseerd op

1

Een systematische review (Al) of ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau Al of A2.

2

Ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B.

3

Een onderzoek van niveau A2 of B of onderzoek van niveau C.

4

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld de werkgroepleden.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.