Antitrombotisch beleid

Initiatief: NIV Aantal modules: 89

Startpagina - Antitrombotisch beleid

Waar gaat deze richtlijn over?

Meer dan 1 miljoen mensen in Nederland gebruiken enige vorm van antistolling of plaatjesaggregatieremming ter preventie en/of behandeling van een trombotische aandoening. Operaties en andere ingrepen bij deze patiënten komen veel voor. Vele specialismen zijn hierbij betrokken. Omdat vrijwel elke klinische werkende arts te maken krijgt met antitrombotische therapie is het van verstrekkend belang dat er een richtlijn Antitrombotische therapie is. Een multidisciplinaire richtlijn is onontbeerlijk voor de patiënt die met deze therapie soms meer specialismen bezoekt.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met antitrombotische therapie. Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met antitrombotische therapie.

 

Voor patiënten

Antitrombotisch beleid gaat over de aanbevolen behandelingen en preventieve maatregelen om trombose tegen te gaan. Bij trombose vormt zich een bloedstolsel in een bloedvat, waardoor de bloedtoevoer naar weefsels vermindert. Weefsel kan daardoor afsterven. Trombose kan tot (ernstige) klachten leiden, zoals heftige pijn, zwelling van het been, hartkloppingen, benauwdheid, kortademigheid, flauwvallen of uitvalsverschijnselen. Mensen kunnen er ook door overlijden.

 

Als trombose voorkomt in een slagader, heet dat arteriële trombose. Komt trombose voor in een ader, dan spreekt men van veneuze trombose. Onder arteriële trombose vallen bijvoorbeeld een beroerte en hartinfarct. Bij veneuze trombose gaat het om longembolie of diep veneuze trombose (DVT), ook wel trombosebeen genoemd. Deze twee aandoeningen heten samen ook wel veneuze trombo-embolie (VTE). In Nederland gebruiken meer dan één miljoen mensen een middel ter preventie en/of behandeling van een trombotische aandoening.

 

Meer informatie over trombose is te vinden op Thuisarts:

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de internisten, huisartsen, orthopeden, chirurgen, longartsen, klinisch chemici, anesthesiologen, cardiologen, traumatologen, klinisch geriaters, neurologen, gynaecologen, radiologen, (ziekenhuis)apothekers, dermatologen, mdl-artsen, laboratoriumartsen en de Harteraad.

 

Toepassen

Er is een implementatieplan opgesteld bij deze richtlijn. De landelijke transmurale afspraak (LTA) antistollingszorg geeft richting aan de samenwerking tussen de medisch specialist, huisarts, trombosedienst, openbaar apotheker, specialist ouderengeneeskunde, tandartsen en mondhygiënisten.

 

Status van de Richtlijn

De richtlijnwerkgroep is op initiatief van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) in 2018 gestart met de modulaire herziening van de richtlijn. De richtlijnupdates worden opgesteld door een multidisciplinaire commissie (zie ‘Verantwoording’ voor een complete lijst van deelnemende partijen). Reeds bestaande richtlijnmodules kunnen in de toekomst worden geüpdate of ingetrokken. Ook kunnen nieuwe modules aan de richtlijn worden toegevoegd wanneer er relevante nieuwe ontwikkelingen hebben plaatsgevonden of wanneer dit anderzijds belangrijk werd geacht.

Volgende:
Preventie VTE