ADHD bij kinderen

Initiatief: NVvP Aantal modules: 14

Oudertraining bij ADHD bij kinderen

Uitgangsvraag

Wat is de effectiviteit van non-farmacologische interventies bij kinderen en jongeren met ADHD?

Aanbeveling

Een oudertraining is in de meeste gevallen een essentieel onderdeel van de behandeling van kinderen 6 - 12 jaar met ADHD (symptomen) en moet daarom altijd als behandeloptie met de ouders besproken worden.

 

Bied oudertraining altijd aan bij kinderen tot 6 jaar en bij kinderen van 6-12 jaar met lichte, matige en ernstige ADHD en gedragsproblemen die zich (ook) thuis voordoen.

 

Overweeg oudertraining bij kinderen tot 6 jaar en bij kinderen van 6-12 jaar met lichte, matige en ernstige ADHD zonder gedragsproblemen, wanneer psycho-educatie en uitgebreide adviezen voor de ouders en de school onvoldoende resultaat geven.

 

Identificeer barrières bij ouders voor het volgen van een oudertraining en neem deze waar mogelijk weg alvorens oudertraining te starten.

 

Laat de voorkeur van ouders leidend zijn in de keus voor oudertraining in een groep of individueel.

 

Gebruik een oudertrainingsprogramma dat op effectiviteit is onderzocht en voer dit uit zoals het beschreven staat. Draag daarbij zorg voor de nodige supervisie en intervisie en laat goed getrainde professionals met up to date evidence based kennis van ADHD de interventie uitvoeren. Voorkom het gebruik van onderdelen van interventies of eigen ontwikkelde, niet op evidentie getoetste interventies.

 

Er zijn geen duidelijke contra-indicaties voor het aanbieden van oudertraining, maar overweeg bij het timen van de interventie of de draagkracht/draaglast balans van ouder(s) zo is dat er voldoende tijd/energie is om de technieken uit de training te kunnen uitvoeren.

Overwegingen

Kwaliteit van het bewijs

De kwaliteit van het bewijs uit de NICE review is voor enkele vergelijkingen te laag om conclusies te trekken (oudertraining vergeleken met ontspanningsoefeningen (5-18 jaar) en wanneer ontspanningsoefeningen als ‘add on’ werden toegevoegd aan oudertraining en werden vergeleken met alleen oudertraining (5-18 jaar)). Ook de kwaliteit van veel van de uitkomsten van de andere vergelijkingen was te laag om conclusies op te baseren.

Conclusies die op basis van de NICE review getrokken konden worden:

  • voor oudertraining bij kinderen jonger dan 5 jaar, vergeleken met gebruikelijke zorg, werd een klinisch relevant verschil aangetoond op totale ADHD symptomen (gerapporteerd door ouders en clinici), symptomen van onoplettendheid (gerapporteerd door clinici), en hyperactiviteit (gerapporteerd door ouders en clinici);
  • voor oudertraining bij kinderen van 5 tot 18 jaar, vergeleken met gebruikelijke zorg, werd een klinisch niet relevant verschil gevonden op totale ADHD symptomen (gerapporteerd door de leerkrachten direct na de interventie en op de lange termijn), onoplettendheid (gerapporteerd door leerkracht op lange termijn) en gedragsproblemen (gerapporteerd door leerkrachten op de lange termijn);
  • voor oudertraining bij kinderen van 5 tot 18 jaar, vergeleken met psycho-educatie, werd een klinisch niet relevant verschil aangetoond op schoolprestaties (gerapporteerd door ouders en leerkrachten).

De werkgroep heeft naast de NICE review aanvullende bronnen gebruikt om tot een oordeel te komen over de effectiviteit van oudertraining bij kinderen met ADHD van 5 tot 18 jaar. De reden hiervoor was dat voor de leeftijdsgroep van 5 tot 18 jaar in de NICE review ook studies werden geïncludeerd die niet uitsluitend oudertraining als interventie onderzochten, maar multimodale behandelprogramma’s waarin naast oudertraining (en eventueel training voor het kind) ook training van de leerkracht was opgenomen (Merill et al, 2016; Ostberg et al., 2012; Pfiffner et al., 2007; 2014; Power et al., 2012), of waarin oudertraining werd onderzocht bij een andere doelgroep (kinderen met een autisme spectrum stoornis en ADHD (Handen et al., 2015)). Om de heterogeniteit van interventies en doelgroepen te verkleinen heeft de werkgroep daarom een post hoc analyse uitgevoerd in de leeftijdsgroep 5-13 jaar, voor de ADHD uitkomstmaten en gedragsproblemen, waarin de studies werden opgenomen die alleen oudertraining onderzochten, of, in een aantal gevallen, dit combineerden met een behandeling voor het kind (Webster-Stratton, 2001; Fabiano, 2012). In de post hoc analyse werden bovendien de studies met jongeren (Sibley et al, 2013; 2016) niet meegenomen. Voor de jongerengroep werd een aparte post hoc analyse gedaan.

Omdat in de NICE review weinig tot geen studies met een sterke bewijskracht voorhanden waren heeft de werkgroep naast de post hoc analyse gebruik gemaakt van een recente meta-analyse (Daley et al., 2014). De lagere kwaliteit van de studies in de NICE review was meestal als gevolg van onnauwkeurige uitkomsten, veroorzaakt door kleine groepen onderzochte patiënten, en geen/onvoldoende blindering van informanten (veelal waren ouders zelf de informanten). Echter, dit is inherent aan het type onderzoek en interventie. Ouders en leerkrachten zijn in de meeste studies belangrijk als het gaat om de beoordeling van effecten, echter het is vrijwel niet mogelijk hen te blinderen aangezien ze zelf onderdeel zijn van de interventie.

Een voordeel van de meta-analyse van Daley e.a. (2014) is dat hierin niet-geblindeerde maten (zoals het oordeel van ouders) en (zo veel mogelijk) geblindeerde maten (zoals observatie door een geblindeerde onderzoeker) apart werden geanalyseerd. Een ander voordeel van deze meta-analyse is dat ook andere relevante uitkomstmaten werden meegenomen die niet in de NICE review zaten (ADHD symptomen, gedragsproblemen, sociale vaardigheden, schoolprestaties, positief en negatief opvoedingsgedrag, opvoedingscompetentie en psychisch welbevinden van ouders). Een nadeel van de meta-analyse is dat de heterogeniteit van de opgenomen interventies (alle gedragstherapeutische behandelingen werden samengenomen) vrij groot is, echter in vrijwel alle interventies was een oudertrainingscomponent opgenomen. Er werden 32 studies geïncludeerd waarin gedragstherapeutische interventies werden onderzocht, 14 van deze studies onderzochten de effecten van oudertraining en 16 studies onderzochten de effecten van multimodale programma’s, waarin ook een oudertrainingscomponent was opgenomen. Zie voor een beoordeling van de kwaliteit van de meta-analyse.

Omdat gedragsproblemen (symptomen van ODD of CD) erg veel voorkomen bij kinderen met ADHD en oudertraining zich meestal richt op het verminderen daarvan, heeft de werkgroep tot slot gekeken naar (de onderliggende evidentie over oudertraining in) twee richtlijnen, namelijk de “Richtlijn oppositioneel-opstandige stoornis (ODD) en gedragsstoornis” (NVvP, 2013) en de NICE guideline (2013) “Antisocial behaviour and conduct disorders in children and young people: recognition and management”. Dit is tevens in lijn met de NICE-richtlijn ADHD (2018), die aanbeveelt om bij kinderen met comorbide gedragsproblemen (symptomen van ODD of CD) gebruik te maken van de richtlijnen voor de behandeling van ODD en CD.

De werkgroep baseert zich in haar aanbevelingen op een combinatie van de diverse bronnen.

Uit de post hoc analyse bleek oudertraining met name effectief bij kinderen tussen 6-13 op door ouders gemeten hyperactiviteit en gedragsproblemen.

Uit de resultaten van de meta-analyse van Daley et al (2014) bleek dat gedragstherapeutische interventies effectief zijn voor het verminderen van gedragsproblemen en negatief ouderlijk gedrag en voor het uitbreiden van positief ouderlijk gedrag (zowel gemeten door ouders zelf (niet geblindeerd), als gemeten door (meer) blinde informanten). Ook bleken er significante positieve effecten te zijn op het gevoel van ouderlijke competentie, sociale vaardigheden van het kind en schoolprestaties (uitsluitend niet geblindeerd gemeten). ADHD symptomen bleken significant af te nemen wanneer ouders dit beoordelen, echter significante effecten ontbraken bij de meer geblindeerde informanten.

Voor de conclusies en aanbevelingen uit de “Richtlijn oppositioneel-opstandige stoornis (ODD) en gedragsstoornis” (NVvP, 2013) en de NICE guideline (2013) “Antisocial behaviour and conduct disorders in children and young people: recognition and management”.

De werkgroep baseert zich in haar aanbevelingen met betrekking tot oudertraining voor kinderen tussen 6 en 13 jaar op een combinatie van de bevindingen uit de NICE review, de post hoc analyse, de meta-analyse van Daley et al. (2014) en de ODD/CD richtlijnen van de NVvP en NICE. Dit laatste is van belang omdat de overgrote meerderheid van de kinderen met ADHD ook gedragsproblemen (dwz ODD of CD symptomen) hebben. Als deze gedragsproblemen zich (ook) thuis manifesteren zijn ze belangrijke aanleiding voor de inzet van een ouderinterventie. De werkgroep zal dan ook binnen de aanbevelingen aangeven of deze gelden voor kinderen met en/of zonder comorbide gedragsproblemen.

Voor het beantwoorden van een aantal voor de praktijk relevante vragen heeft de werkgroep gebruik gemaakt van evidentie uit individuele studies en een recent practitioner review (Daley et al., 2017). Hierbij ging het bijvoorbeeld om de volgende vragen: is het zinvol om voor kinderen met ADHD een specifiek oudertrainingsprogramma te gebruiken of is een generiek programma net zo geschikt? is groepstraining effectiever dan individuele training (of andersom)?; hoe effectief zijn zelfhulp programma’s voor ouders?; is oudertraining thuis effectiever dan oudertraining in een instelling?

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er zijn geen studies gevonden waarin ongewenste effecten van oudertraining zijn gemeten/gerapporteerd. Wel worden in de klinische praktijk en in sommige onderzoeksstudies geobserveerd dat de uitval van ouders uit een oudertraining hoog kan zijn. Dit kan mogelijk als gevolg van een ongewenst effect van de behandeling zijn.

In de praktijk blijkt dat een ongewenst effect kan zijn dat ouders het idee kunnen hebben dat zij (en niet hun kind) een behandeling krijgen aangeboden omdat ze slechte opvoeders zouden zijn. De behandeling sluit dan niet aan bij hun hulpvraag. Het aanbieden van oudertraining als behandeloptie vergt daarom de nodige psycho-educatie, uitleg over het belang van de rol van ouders en aandacht voor hun motivatie voordat de interventie gestart wordt. Een ander ongewenst effect van oudertraining kan zijn dat de ouders tijdelijk extra belast worden (komen naar afspraken, huiswerkopdrachten maken, enz.), terwijl in veel gezinnen de belasting vaak al groot is. Dit weegt naar het oordeel van de werkgroep echter niet op tegen de positieve effecten die een oudertraining kan hebben op zowel het kind (gedrag) als ouders (ouderlijk gedrag en gevoel van competentie). Ook hier zal de zorgprofessional die ouders motiveert voor het volgen van een oudertraining duidelijke voorlichting over moeten geven. Tevens zal de zorgprofessional in het oog moeten houden wat een goede timing van de interventie is voor het gezin. De verhouding tussen draagkracht en draaglast moet goed worden ingeschat. Daarnaast is flexibiliteit in het aanbieden van de tijd/locatie/vorm van de training (laagdrempeligheid) en een juiste inschatting van de draagkracht/draaglast van het gezin voor het volgen van een oudertraining op dat moment noodzakelijk.

 

Patiëntenperspectief

Oudertraining vergt inzet, energie, tijd en organisatie van ouders. Uit een review van Koerting et al (2013) bleek dat er bij ouders veel barrières kunnen zijn die het inzetten en afmaken van oudertraining kunnen belemmeren. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om gebrek aan tijd, financiële belemmeringen, moeilijkheden in de organisatie van de afspraken, gebrek aan sociale steun, weinig vertrouwen in de interventie of angst voor stigma. Het is daarom belangrijk met ouders te bespreken wat mogelijke belemmeringen zijn voor het ontvangen en afmaken van een oudertraining en wat voor hen een juiste timing van de interventie is. Uit een recent uitgevoerde Britse studie (Wymbs, 2015) bleek dat veel ouders een individuele training prefereren boven een groepstraining. Ook kan de individuele training beter afgestemd worden op de vaak drukke schema’s van gezinnen. Hoewel de relatie tussen ouderlijke voorkeur en effectiviteit niet is onderzocht lijkt het wenselijk om ouderlijke voorkeur leidend te laten zijn in de keus voor een individuele of groepsbehandeling.

In Nederland krijgen zeker niet alle ouders oudertraining aangeboden als één van de behandelopties voor hun kind. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat zorginstellingen oudertraining niet in hun behandelaanbod hebben opgenomen of geen, of door de individuele voorkeur of visie van hulpverleners.

 

Professioneel perspectief

Scholing, training, supervisie

Het juist en volledig uitvoeren van een oudertraining vraagt scholing, training en vaak ook supervisie/intervisie van behandelaren om de behandelintegriteit te garanderen. Aangezien niet bekend is welke elementen van een oudertraining specifiek werkzaam zijn (nog geen onderzoek naar gedaan) is het van belang om een oudertrainingsprogramma te gebruiken zoals het bedoeld en onderzocht is en niet slechts onderdelen te gebruiken (Daley et al, 2017).

 

Contra-indicaties

Er zijn op basis van (beperkt) onderzoek naar moderatoren geen duidelijke contra-indicaties voor het aanbieden van oudertraining. Dit impliceert dat het niet wenselijk is bepaalde groepen kinderen en ouders geen oudertraining aan te bieden (bijvoorbeeld kinderen met ernstige belemmeringen, comorbiditeit, ouders met een wat lager cognitief niveau, of ouders die zelf ADHD of een andere psychische aandoening hebben). Wel is het voor sommige ouders nodig om behalve oudertraining aanvullende hulp te bieden, bijvoorbeeld hulp voor hun eigen psychische problemen.

 

Kinderen met en zonder comorbide gedragsproblemen

In het algemeen is de evidentie voor de effectiviteit van oudertraining bij kinderen van 6-12 jaar beperkter voor het verminderen van ADHD symptomen dan voor het verminderen van gedragsproblemen. De effecten van oudertraining op ADHD symptomen worden vooral (maar wel vrij consistent) gevonden op ouderrapportages en niet wanneer rapportages van (semi) blinde informanten, zoals leerkrachten, als uitgangspunt worden genomen. Oudertraining heeft daarmee vooral een duidelijke plek in de behandeling van kinderen die naast ADHD symptomen ook gedragsproblemen (dwz ODD of CD symptomen, zoals ongehoorzaamheid, opstandig gedrag, driftbuien en agressie) hebben. De werkgroep is echter van oordeel dat de mening van ouders (ouderrapportage) wel belangrijk is als het gaat om de waarde van een ouderinterventie. Het is daarom aan te raden om ouders van kinderen met ADHD zonder gedragsproblemen altijd – naast psycho-educatie – uitgebreid te adviseren over de aanpak en de wijze waarop de omgeving kan worden aangepast (door bijvoorbeeld meer structuur te bieden en gewenst gedrag te prijzen). Wanneer ouders dit onvoldoende van de grond krijgen kan een gestructureerde oudertraining helpen om dit beter voor elkaar te krijgen.

 

Jongeren

Voor jongeren bestaat er duidelijk minder wetenschappelijke onderbouwing van oudertraining. De in de search van de NICE gevonden studies betroffen onderzoeken naar de effectiviteit van een interventie van ouders en jongere samen en waren meer gefocust op het aanleren van planning- en organisatievaardigheden . Hieruit bleken positieve resultaten voor ADHD symptomen (ouderrapportage), planning- en organisatievaardigheden (ouderrapportage) en ouderlijke stress, het verminderen van de huiswerk problemen en een objectieve maat van huiswerk compliance. Hoewel meer onderzoek nodig is lijkt vooralsnog voor jongeren een behandeling aangewezen voor ouders met jongere samen (zie Planning- en organisatietrainingen).

 

Barrières bij instellingen en professionals

Uit een review van Koerting et al. (2013) bleek dat ook bij instellingen en professionals barrières kunnen bestaan die het aanbieden of continueren van oudertraining kunnen belemmeren. Voorbeelden hiervan zijn niet goed lopende verwijskanalen, wachtlijsten of minder goed geschoolde en getrainde professionals voor het uitvoeren van de oudertrainingen.

 

Specifiek of generiek

Er is een studie gedaan waarin een specifiek ADHD- oudertrainingsprogramma werd vergeleken met een generiek programma (Abikoff, 2015), hieruit bleken geen verschillen in effectiviteit. Hoewel meer onderzoek nodig is, is er dus vooralsnog geen reden om aan te nemen dat specifieke programma’s meer of minder effectief zijn dan generieke oudertrainingsprogramma’s (Daley et al, 2017). Wel hebben oudertrainingsprogramma’s waarin ook aandacht is voor psycho-educatie over ADHD als voordeel dat ouders meer kennis en begrip van de ADHD specifieke en gerelateerde problemen kunnen krijgen (Montoya, 2011). Er zijn aanwijzingen dat meer kennis van de problemen de motivatie voor behandelingen kan verbeteren (Corkum, 1999).

 

Individueel of groep

Er zijn geen studies die hebben onderzocht of individuele oudertrainingsprogramma’s bij kinderen met ADHD meer of minder effectief zijn dan groepsprogramma’s. Wel ligt de voorkeur bij ouders vaak bij een individuele training (Wymbs, 2015) en is het goed denkbaar dat voorkeur voor een behandeling samenhangt met het daadwerkelijk volgen en uitvoeren van een interventie. Uit een eerste studie bij kleuters bleek dat een individueel aangeboden oudertraining kosteneffectiever was dan een groepsoudertraining (Sonuga-Barke et al., 2017).

 

Zelfhulp

Er is door de NICE een gerandomiseerde en gecontroleerde pilotstudie gevonden naar de effectiviteit van een zelfhulpprogramma’s voor ouders (Daley 2013). Er werden positieve effecten gevonden op ADHD symptomen en ouderlijk competentiegevoel. Hoewel meer onderzoek nodig is, is er vooralsnog geen reden om aan te nemen dat zelfhulpprogramma’s voor ouders niet effectief zouden kunnen zijn.

 

Thuis of in een instelling

Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen dat programma’s waarin thuis met ouders gewerkt wordt meer of minder effectief zijn dan programma’s die in een instelling gegeven worden. Wel zijn er aanwijzingen uit een meta-analyse van oudertrainingsprogramma’s voor jonge kinderen met gedragsproblemen dat het in de zitting oefenen van ouders met het kind kan bijdragen aan de effectiviteit (Kaminski, 2008). Dit kan soms thuis gemakkelijker gerealiseerd worden. Ook is dit laagdrempeliger, wat de therapietrouw kan bevorderen en behandel drop-out kan voorkomen.

 

Organisatie van zorg

Er bestaan in Nederland grote verschillen tussen echelons en instellingen in het aanbod van interventies voor kinderen met ADHD in het algemeen en oudertrainingen in het bijzonder. Sommige instellingen beschikken over een ruim scala aan oudertrainingsprogramma’s in verschillende formats (individueel, groep, thuis, online), andere instellingen beperken zich in hun aanbod tot psycho-educatie of eigen ontwikkelde interventies. Dit betekent dat niet alle ouders toegang hebben of krijgen tot een kwalitatief goede (effectieve) oudertraining.

 

Maatschappelijk perspectief

In de afgelopen jaren hebben de brede maatschappelijke discussie over het gebruik van medicatie van kinderen met ADHD en de transitie Jeugdzorg ertoe geleid dat de noodzaak van de beschikbaarheid van effectieve niet-medicamenteuze behandelingen is toegenomen. Tegelijkertijd zijn de middelen om deze ook daadwerkelijk te ontwikkelen en in te zetten de afgelopen jaren ingeperkt. Voor veel behandelingen, waaronder oudertrainingen, bestaan in specialistische GGZ instellingen wachtlijsten, terwijl buiten de specialistische GGZ zowel de kennis over effectieve interventies als ook de beschikbaarheid ervan vaak niet toereikend is of ontbreekt. Dit kan soms leiden tot het voorschrijven van medicatie, terwijl een oudertraining geïndiceerd is of de voorkeur heeft van ouders. Ook kunnen de schaarse middelen ertoe leiden dat interventies niet volledig worden uitgevoerd, maar slechts gedeeltelijk, of dat de interventies door niet voldoende geschoolde professionals worden uitgevoerd. Dit kan ten koste gaan van de effectiviteit van de interventies.

Onderbouwing

Voor kinderen en jongeren met ADHD is van wezenlijk belang dat de omgeving waarin ze opgroeien zo optimaal mogelijk is afgestemd op hun sterke en zwakke kanten. Het is daarom niet verwonderlijk dat begeleiding en training van ouders en andere belangrijke volwassenen, zoals leerkrachten, voorname onderdelen zijn van vrijwel iedere behandeling van kinderen met ADHD.

 

Huidige praktijk

Er zijn in Nederland veel oudertrainingsprogramma’s beschikbaar, soms vertaald uit het Amerikaans, soms in Nederland ontwikkeld. Veel van deze programma’s zijn generiek, dat wil zeggen, bedoeld voor een brede groep kinderen met gedragsproblemen. Hieronder vallen kinderen met (symptomen van) een oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD) of normoverschrijdende gedragsstoornis (CD) én kinderen met ADHD die naast hun ADHD symptomen ook gedragsproblemen hebben. Er zijn ook enkele specifieke programma’s beschikbaar, dit zijn programma’s die zijn ontwikkeld voor en toegespitst op kinderen met ADHD. Het is niet duidelijk in hoeverre in de Nederlandse praktijk daadwerkelijk gebruik gemaakt wordt van de beschikbare (generieke en specifieke) programma’s, hiernaar is geen systematisch onderzoek verricht. De respons van instellingen in de jeugdzorg en jeugd GGZ in de voorstudie’ Effectief werken in de Jeugdsector’ van het consortium ADHD en druk gedrag was te beperkt om te kunnen bepalen wat het gebruik van oudertrainingsprogramma’s is binnen de jeugdzorg/jeugd GGZ. Binnen hetzelfde consortium wordt hiernaar momenteel opnieuw onderzoek verricht.

De indruk van de werkgroep is dat er een grote variatie bestaat in het aanbod voor ouders van kinderen met ADHD; variërend van het geprotocolleerd uitvoeren van bewezen effectieve methodes, tot het aanbieden van eigen ontwikkelde programma’s of onderdelen uit bestaande methodes. Ook in de duur van het aanbod, de professionals die het uitvoeren, de hoeveelheid training en supervisie die professionals ontvangen en de setting waarin oudertraining plaatsvindt lijken grote verschillen te bestaan.

 

Definitie en doel van de interventie / het instrument / de organisatievorm

In een oudertraining leren ouders gedragstherapeutische vaardigheden die zij in de opvoeding van hun kind met ADHD kunnen toepassen, om zo het gedrag van het kind te beïnvloeden. In de meeste programma’s leren ouders antecedenten en consequenties van gedrag te identificeren en te manipuleren, probleemgedrag te monitoren, gewenst gedrag te versterken door middel van prijzen, positieve aandacht en beloningen, en ongewenst gedrag te verminderen door middel van negeren, time-out en andere, niet-fysieke, disciplineringsmaatregelen (zie ADHD richtlijn Jeugdzorg en Jeugdbescherming, 2015).

Parent/Family training was compared to waitlist/usual care for children 5 years and under (Abikoff, 2015; Thompson, 2009; Bor, 2002; Matos, 2009), and 6 years and above ((Au, 2014; Daley, 2013; Fabiano, 2012; Handen, 2015; Ostberg, 2012; Van den Hoofdakker, 2007; Webster-stratton, 2011; Chacko, 2009; Hoath, 2002; Merrill, 2016; Pfiffner, 2014; Pfiffner, 2007; Sibley, 2013; Sibley, 2016). For the 6 years and above group parent/family training also was compared to psychoeducation (Power, 2012) and relaxation (and parent/family training and relaxation combined) (Horn, 1990).

 

Children under 5

Parent/Family training vs waitlist/usual care

Abikoff, 2015

Parent/family training ADHD (n=130), 8 weeks, 1:1

Vs

Waitlist/Usual care (n=34), 8 weeks

Children (Range =3-4.11 years old)

USA

 

Severity of ADHD not stated

 

ADHD symptoms – total, ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms – hyperactivity

 

Reported at end of intervention and next year follow-up

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

Thompson, 2009

Parent/family training programme consisting of parent training (n=21), 8 weeks,

Vs

Waitlist/usual care (n=20), 8 weeks

Children (2½ to 6½ years old) (M=51.20 months, SD=11.30 months)

 

UK

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – total

 

Reported at end of intervention and 7 weeks follow-up

Participants were not using ADHD medication.

Bor, 2002

Parent/family training (n=55), 15-17 weeks, 1:1

Vs

Usual care (n=32), 17 weeks

Children (0-6 years old), (M=3.43,SD=0.305)

 

Austria

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention, Function/behaviour

 

Reported at end of intervention and 67-69 weeks follow-up

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

Matos, 2009

Parent/family training delivered by therapists (n=20), 15 weeks, 1:1

Vs

Waitlist/usual care list (n=12), 15 weeks

Children (0-6 years old) (Range=4-6)

 

Puerto Rico

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms- hyperactivity, Function/behaviour, Emotional dysregulation

 

Reported at end of intervention

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

No evidence was identified for quality of life, clinical global impression scale, discontinuation due to side effects, serious adverse events, minor adverse events, emotional dysregulation, literacy outcomes and numeracy outcomes.

There was a clinically important benefit for ADHD symptoms total (PT rated by parent; 2 studies moderate quality) (PT rated by clinician; 1 study moderate quality) (FU rated by parent; 1 study very low quality), ADHD symptoms inattention (PT rated by clinician; 1 study moderate quality) (PT parent rated; 3 studies low quality), ADHD symptoms hyperactivity (PT clinician rated; 1 study moderate quality) (PT parent rated; 2 studies moderate quality) and function/behaviour (PT parent rated; 2 studies very low quality).

There were no clinically important benefits for ADHD symptoms total (PT rated by teacher; 1 study low quality), ADHD symptoms inattention (PT teacher rated; 1 study moderate quality) and ADHD symptoms hyperactivity (PT teacher rated; 1 study low quality).

 

Children aged 5 to 18

Parent/family training vs waitlist/usual care

Au, 2014

Parent/family training (n=8), 9 weeks, Group intervention

Vs

Waitlist/usual care (n=9), 9 weeks

Children (5 – 10 years old) (M=7.4, SD=1.9)

 

China

 

Majority moderate symptoms of ADHD

Function/behaviour

 

Reported at end of intervention (and 3 month follow-up for the intervention group only)

Neither group were using ADHD medication during the trial.

Daley, 2013

Parent/family training (n=24), 7 weeks, self-help

Vs

Waitlist/usual Care (n=19), 7 weeks, self-help

Children (4-11 years old) (M=7.3, SD=1.6)

 

United Kingdom

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – total, ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms – hyperactivity

 

Reported at end of intervention

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

Fabiano, 2012

Parent/family training delivered by clinical psychologist (n=27), 8 weeks, mixed contact

Vs

Waitlist/usual care (n=28), 12 weeks

Children (6-12 years old) (M=8.52, SD=1.29)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

Function/behaviour

 

Reported at end of intervention and 16 weeks follow-up

54% of trial population were using ADHD medication during trial.

Handen, 2015

Parent/family training (n=32), 10 weeks, 1:1

Vs

Waitlist/usual care (n=32), 10 weeks,

Children (5 – 14 years old) (M=7.95, SD=1.95)

 

USA

 

Severity of ADHD mixed

ADHD symptoms total, ADHD symptoms inattention, ADHD symptoms – hyperactivity, CGI-I and behaviour outcomes

 

Reported at end of intervention

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

Ostberg, 2012

Parent/family training(n=36), 10 weeks, group

intervention

Vs

Waitlist/usual care (n=34), 10 weeks

Children (7-10 years old) (M=11, SD=2)

 

Sweden

 

Mixed population

Function/behaviour, ADHD symptoms – total

 

Reported at end of intervention

25/36 of intervention arm and 24/34 of control arm were using medication.

Van den Hoofdakker, 2007

Parent/family training programme consisting of behavioural parent training (n=47), 5 months, mixed contact

Vs

Waitlist/usual care (n=47), 5 months, mixed contact

Children (4-12 years old) (M=7.4, SD=1.9)

 

Country Unknown

 

Majority moderate symptoms of ADHD

ADHD symptoms – total

 

Reported at end of intervention and 25 weeks follow-up

Both groups were permitted to use any previously prescribed ADHD medication during the trial. 55% of participants were using ADHD medication.

Webster-stratton, 2011

Parent/family training programmes conducted by therapists (n=49), 26 weeks, mixed contact

Vs

Usual care and placed on waitlist (n=50), 26 weeks

Children (4-6 years old) (M=5.35, SD=0.67)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms – hyperactivity, Function/behaviour

 

Reported at end of intervention and 1 year follow-up

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

Chacko, 2009 56

Parent/family training(n=40), 9 weeks, Group intervention

Vs

Waitlist/usual care (n=40), 9 weeks

Children (5-12 years old) (M=7.85, SD=2.16)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms – hyperactivity, Function/behaviour

 

Reported at end of intervention and 22 weeks follow-up

Both groups were permitted to use any previously prescribed ADHD medication during the trial and asked to maintain the type and dose of for the duration of the study. 38% were using medication.

Hoath, 2002

Parent/family training delivered by a trained practitioner (n=10), 12 weeks, group intervention

Vs

Waitlist/usual care (n=11), 12 weeks,

Children (5-9 years old) (M=7.70, SD=1.37)

 

Australia

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms – hyperactivity, Function/behaviour

 

Reported at end of intervention and 13 weeks follow-up

8/10 of intervention arm and 7/11 of control arm were using medication. No attempt was made to control medication throughout.

Pfiffner, 2014

Parent/family training delivered by therapist (n=148), 12-13 weeks, mixed contact

Vs

Waitlist/usual care (n=51), 12-13 weeks

Children (7-11 years old) (M=8.6, Range=7-11)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention

 

Reported at end of intervention and 22-30 weeks follow-up

9% (family & teacher training), 1.4% (parent training) and 2% (usual care) arms taking stimulant medication completed a 1 week wash-out to assess behaviour off medication.

Pfiffner, 2007

Parent/family training delivered by therapist (n=36), 12 weeks, mixed contact

Vs

Waitlist/usual care (n=33), 12 weeks

Children (7-11 years old) (M=8.7, SD=1.2)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention

 

Reported at end of intervention and 13-22 weeks follow-up

Both groups were permitted to use any previously prescribed ADHD medication during the trial provided it remained stable.

Sibley, 2013

Parent/family training programme delivered by clinicians (n=18), 8 weeks, group intervention

Vs

Waitlist/usual care (n=18), 8 weeks

Children (Range 11-15 years old)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – inattention, ADHD symptoms – hyperactivity, Function/behaviour

 

Reported at end of intervention

Both groups were permitted to use any previously prescribed ADHD medication during the trial provided it remained stable. 38.9% of population medicated for ADHD.

Sibley, 2016

Parent/family training (n=67), 10 weeks, group sessions

Versus

Waitlist/usual care (n=61), 10 weeks

Children (11-15 years old) (MD=12.75, SD=0.87)

 

USA

 

Severity of ADHD is mixed

ADHD symptoms total, Function/behaviour

 

Reported at end of intervention and 6 month follow-up

Both groups were permitted to seek or continue additional medication/psychosocial treatments during the study and all treatment was monitored.

Merrill, 2016

Parent/family training (n=39), 8 weeks, group intervention

Versus

Waitlist/usual care (n=36), 8 weeks

Children (5-12 years old) (MD=8, SD=1.70)

Country unknown

 

Severity of ADHD not stated

Academic outcomes

 

Reported at end of intervention

All children were involved in a 3-week double blind placebo/medication crossover.

No evidence was identified for quality of life, discontinuation due to side effects, serious adverse events, minor adverse events and emotional dysregulation.

There was a clinically important benefit for ADHD symptoms total (PT rated by parent; 3 studies low quality) (FU parent rated; 2 studies low quality), ADHD symptoms inattention (PT parent/teacher rated; 1 study low quality) (FU parent/teacher rated; 1 study very low quality), clinical global impression scale (PT investigator rated; 1 study very low quality) and function/behaviour (FU self-rated; 1 study low quality).

There were no clinically important benefits for ADHD symptoms total (PT teacher rated; 2 studies moderate quality) (PT parent rated; 1 study low quality) (FU teacher rated; 1 study moderate quality), ADHD symptoms inattention (PT teacher rated; 4 studies low quality) (PT parent rated; 7 studies very low to low quality) (FU teacher rated; 2 studies moderate quality) (FU parent rated; 4 studies very low quality), ADHD symptoms hyperactivity (PT teacher rated; 3 studies low quality) (PT parent rated; 6 studies very low quality) (FU parent rated; 3 studies very low quality), function/behaviour outcomes (PT parent rated; 8 studies low quality) (PT teacher rated; 3 studies moderate to low quality) (PT self-rated; 1 study low quality) (FU parent reported; 5 studies very low quality) (FU teacher reported; 1 study moderate quality), academic literacy outcomes (PT; 1 study very low quality) and academic numeracy outcomes (PT; 1 study low quality).

There was a clinically important harm for ADHD symptoms hyperactivity (FU teacher rated; 1 study low quality).

 

Parent/family training vs relaxation

Horn, 1990

Parent/family training delivered by therapists (n=15), 12 weeks, (group intervention)

Vs

Relaxation delivered by therapists (n=13), 23 weeks, group intervention

Vs

Relaxation & Parent/family training programmes delivered by therapists (n=14), 12 weeks, group intervention

Children (Range=7-11 years old)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – hyperactivity, Function/behaviour, Academic outcomes – numeracy, Academic outcomes – literacy

 

Reported at end of intervention and 35 weeks follow-up

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

No evidence was identified for quality of life, ADHD symptoms total, ADHD symptoms inattention, clinical global impression scale, discontinuation due to side effects, serious adverse events, minor adverse events and emotional dysregulation.

There was a clinically important benefit for ADHD symptoms hyperactivity (FU teacher rated; 1 study very low quality).

There was no clinically important benefit for ADHD symptoms hyperactivity (PT parent rated; 1 study very low quality) (FU parent rated; 1 study very low quality) (PT teacher rated; 1 study very low quality), function/behaviour (PT parent rated; 1 study very low quality) (FU parent rated; 1 study very low quality) (PT teacher rated; 1 study very low quality) (FU teacher rated; 1 study very low quality), academic literacy outcomes (PT; 1 study very low quality) (FU; 1 study very low quality) and academic numeracy outcomes (PT; 1 study very low quality) (FU; 1 study very low quality).

 

Parent/family training vs psychoeducation

Power, 2012

Parent/family training programmes delivered by clinician (n=100), 12 weeks, mixed contact

Vs

Psychoeducation (n=99), 12 weeks, mixed contact

Children (6-13 years old) (Mean grade level=3.5)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

Academic outcomes

 

Reported at end of intervention and 14 weeks follow-up

Both groups were permitted to use any previously prescribed ADHD medication during the trial. 42% were using ADHD medication at baseline.

No evidence was identified for quality of life, ADHD symptoms total, ADHD symptoms inattention, ADHD symptoms hyperactivity, clinical global impression scale, discontinuation due to side effects, serious adverse events, minor adverse events, behavioural outcomes and emotional dysregulation.

There was no clinically important benefit for academic outcomes (FU teacher rated; 1 study moderate quality) (PT teacher rated; 1 study moderate quality).

 

Parent/family training & relaxation vs parent/family training

Horn, 1990

Parent/family training delivered by therapists (n=15), 12 weeks, (group intervention)

Vs

Relaxation delivered by therapists (n=13), 23 weeks, group intervention

Vs

Relaxation & Parent/family training programmes delivered by therapists (n=14), 12 weeks, group intervention

Children (Range=7-11 years old)

 

USA

 

Severity of ADHD not stated

ADHD symptoms – hyperactivity, Function/behaviour, Academic outcomes – numeracy, Academic outcomes – literacy

 

Reported at end of intervention and 35 weeks follow-up

Neither group were permitted to use ADHD medication during the trial.

No evidence was identified for quality of life, ADHD symptoms total, ADHD symptoms inattention, clinical global impression scale, discontinuation due to side effects, serious adverse events, minor adverse events and emotional dysregulation.

There was a clinically important benefit for ADHD symptoms hyperactivity (PT teacher rated; 1 study very low quality) (FU teacher rated; 1 study very low quality) and function/behaviour (PT teacher rated; 1 study very low quality).

There was no clinically important benefit for ADHD symptoms hyperactivity (PT parent rated; 1 study very low quality) (FU parent rated; 1 study very low quality), function/behaviour (PT parent rated; 1 study very low quality) (FU parent rated; 1 study very low quality) (FU teacher rated; 1 study very low quality), academic literacy outcomes (PT; 1 study very low quality) (FU; 1 study very low quality) and academic numeracy outcomes (PT; 1 study very low quality) (FU; 1 study very low quality).

Om een antwoord te krijgen op deze en andere uitgangsvragen (combinatiebehandeling en farmacologische behandeling) is er een reviewprotocol opgesteld en is de volgende PICO voor het literatuuronderzoek geformuleerd:

 

P: Kinderen met ADHD

I: CGT, DBT, psycho-educatie, Cognitieve trainingen (aandacht, werkgeheugen, EF), neurofeedback, ontspanningstechnieken, planning- en organisatietrainingen of arbeid gerelateerde interventies, interventies ter verbetering van de slaap, bewegingsinterventie, non-specific supportive therapy (NSST))

C: Alle interventies beschreven bij ‘I’, gebruikelijke zorg (treatment as usual; TAU) of schijnbehandeling (Sham treatment)

O: Kritische: ADHD klachten, kwaliteit van leven; Belangrijk: stoppen met de behandeling, ernstige bijwerkingen, gedrag, academische uitkomsten of emotionele ontregeling.

 

NICE richtlijn ADHD

Voor het beantwoorden van de uitgangsvragen voor deze richtlijnmodule heeft het Trimbos-instituut in samenwerking met de Royal College of Physicians (RCP) een systematische review uitgevoerd. De review is tevens bedoeld om de NICE richtlijn ADHD (NICE 2017) te updaten. Omdat voor sommige interventies de NICE evidentie voor de praktijk onvoldoende informatief wordt geacht, is aanvullende literatuur gebruikt en zijn aanvullende post-hoc analyses gedaan. Deze worden in de overige overwegingen van de modules beschreven.

 

Relevante uitkomstmaten

In de NICE reviews werden kwaliteit van leven, ADHD totale symptomen en globale ernst van de aandoening, gemeten met de Clinical Global Impressions scale, improvement version (CGI-I), gekozen als kritieke uitkomstmaten voor de besluitvorming. Ernstige bijwerkingen, gedragsproblemen, emotionele ontregeling, academische uitkomsten, misbruik van middelen en automutilatie werden gekozen als belangrijke uitkomstmaten voor de besluitvorming.

De werkgroep van deze richtlijnmodule (niet-medicamenteuze behandeling) hanteerde dezelfde uitkomstmaten met uitsluiting van misbruik van middelen en automutilatie en heeft bepaald dat gedragsproblemen en academische uitkomsten in de Nederlandse richtlijn ook als kritisch worden beschouwd.

 

Zoeken en selecteren (Methode)

Voor de review zijn er zoekstrategieën verricht in Medline (OVID), Embase (OVID), Cochrane Library (Wiley) en PsycINFO (ProQuest) met brede zoektermen tot aan 28 april 2017 gezocht naar RCT’s en systematische reviews van RCT’s.

Het literatuuronderzoek leverde 9054 treffers op (inclusief studies voor kinderen). Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria: geblindeerde RCT’s, ADHD diagnose gebaseerd op de DSM-III of ICD-9 of een latere versie en de in de PICO beschreven interventies. Crossover trials werden geëxcludeerd. Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie 297 artikelen voorgeselecteerd.

Tijdens de full tekst selectie zijn er 4 studies geïncludeerd voor de onder de 5 jaar categorie en 48 studies van 5 tot 18 jaar. De evidence tabellen van de studies, de forest-plots en GRADE tabellen staan op de website van NICE (https://www.nice.org.uk/guidance/ng87/evidence).

 

In 53 studies werd de effectiviteit van non-farmacologische behandeling onderzocht. De volgende vergelijkingen werden gemaakt:

Onder de 5 jaar

  • 4 RCTS vergeleken Oudertraining met WL/TAU 5-18 jaar
  • 2 RCTs vergeleken psycho-educatie met WL/TAU
  • 14 RCTS vergeleken oudertraining met WL/TAU
  • 1 RCT vergeleek oudertraining met psycho-educatie
  • 1 RCT vergeleek oudertraining met ontspanningstechnieken en met een combinatie van de twee interventies
  • 8 RCTs vergeleken planning- en organisatietraining/school-based training met waitlist/usual care
  • 1 RCT vergeleek planning- en organisatietraining/school-based training met NSST
  • 2 RCTs vergeleken een combinatie van met planning- en organisatietraining/school-based training en oudertraining met WL/TAU
  • 5 RCTs vergeleken cognitieve training met WL/TAU
  • 2 RCTs vergeleken cognitieve training met neurofeedback en met WL/TAU
  • 1 RCT vergeleek neurofeedback met cognitieve training
  • 2 RCTs vergeleken neurofeedback met sham
  • 1 RCT vergeleek neurofeedback met WL/TAU
  • 1 RCT vergeleek neurofeedback met psycho-educatie
  • 1 RCT vergeleek neurofeedback met bewegingsinterventie
  • 1 RCT vergeleek CBT/DBT met NSST
  • 1 RCT vergeleek met ontspanningstechnieken met WL/TAU
  • 1 RCT vergeleek oudertraining en ontspanningstechnieken met ontspanningstechnieken
  • 1 RCT vergeleek een bewegingsinterventie met WL/TAU
  • 1 RCT vergeleek cognitieve training en een bewegingsinterventie met WL/TAU
  • 1 RCT vergeleek cognitieve training en oudertraining met cognitieve training
  1. Anon 14-month randomized clinical trial of treatment strategies for attention-deficit/hyperactivity disorder. The MTA Cooperative Group. Multimodal Treatment Study of Children with ADHD. Archives of General Psychiatry. 1999; 56(12):1073-1086
  2. Abikoff H, Gallagher R, Wells KC, Murray DW, Huang L, Lu F et al. Remediating organizational functioning in children with ADHD: immediate and long-term effects from a randomized controlled trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 2013; 81(1):113-128
  3. Abikoff HB, Thompson M, Laver-Bradbury C, Long N, Forehand RL, Miller Brotman L et al. Parent training for preschool ADHD: a randomized controlled trial of specialized and generic programs. Journal of Child Psychology and Psychiatry and Allied Disciplines. 2015; 56(6):618-631
  4. Abikoff, H. (2009). adhd psychosocial treatments: generalization reconsidered. Journal of Attention Disorders, 13, 207-210.
  5. Ahmed GM, Mohamed S. Effect of regular aerobic exercises on behavioral, cognitive and psychological response in patients with attention deficit-hyperactivity disorder. Life Science Journal. 2011; 8(2):366-371
  6. Arcia E, Frank R, Sánchez-LaCay A, Fernández MC. Teacher understanding of ADHD as reflected in attributions and classroom strategies. J Atten Disord. 2000; 4: 91–101.
  7. Arns M, Conners CK, Kraemer HC (2013). A decade of EEG theta/beta ratio research in ADHD: a meta-analysis. J Atten Disord;17: 374-383.
  8. Au A, Lau KM, Wong AHC, Lam C, Leung C, Lau J et al. The efficacy of a group Triple P (positive parenting program) for Chinese parents with a child diagnosed with ADHD in Hong Kong: A pilot randomised controlled study. Australian Psychologist. 2014; 49(3):151-162
  9. Barbaresi WJ, Katusic SK, Colligan RC, Weaver AL, Jacobsen SJ. (2007). Long-term school outcomes for children with attention-deficit/hyperactivity disorder: a population-based perspective. Journal of Developmental and Behavioural Pediatrics, 28, 265-73.
  10. Bink M, Bongers IL, Popma A, Janssen TW, van Nieuwenhuizen C. 1-year follow-up of neurofeedback treatment in adolescents with attention-deficit hyperactivity disorder: randomised controlled trial. BJPsych Open. 2016; 2(2):107-115
  11. Bor W, Sanders MR, Markie-Dadds C. The effects of the Triple P-Positive Parenting Program on preschool children with co-occurring disruptive behavior and attentional/hyperactive difficulties. Journal of Abnormal Child Psychology. 2002; 30(6):571-587
  12. Boyer B., Kuin M., Van der Oord S. (2013). Zelf Plannen Trainershandleiding. Lannoo.
  13. Chacko A, Bedard AV, Marks D, Gopalan G, Feirsen N, Uderman J, Chimiklis A, Heber E, Cornwell M, Anderson L, Zwilling A, Ramon M. Sequenced neurocognitive and behavioral parent training for the treatment of ADHD in school-age children. Child Neuropsychol. 2017 Feb 23:1-24. doi: 10.1080/09297049.2017.1282450.
  14. Chacko A, Wymbs BT, Wymbs FA, Pelham WE, Swanger-Gagne MS, Girio E et al. Enhancing traditional behavioral parent training for single mothers of children with ADHD. Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology. 2009; 38(2):206-218
  15. Chan, E., Fogler, J. M., & Hammerness, P. G. (2016). Treatment of Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder in Adolescents: A Systematic Review. JAMA, 315, 1997-2008.
  16. Christiansen H, Reh V, Schmidt MH, Rief W. Slow cortical potential neurofeedback and self-management training in outpatient care for children with ADHD: study protocol and first preliminary results of a randomized controlled trial. Frontiers in Human Neuroscience. 2014; 8:943
  17. Corkum P, Rimer P, Schachar R (1999). Parental knowledge of attention-deficit hyperactivity disorder and opinions of treatment options: impact on enrollment and adherence to a 12-month treatment trial. Can J Psychiatry; 44(10):1043-8.
  18. Cortese S, Ferrin M, Brandeis D, Buitelaar J, Daley D, Dittmann RW, Holtmann M, Santosh P, Stevenson J, Stringaris A, Zuddas A, Sonuga-Barke EJ; European ADHD Guidelines Group (EAGG). Cognitive training for attention-deficit/hyperactivity disorder: meta-analysis of clinical and neuropsychological outcomes from randomized controlled trials. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2015 Mar;54(3):164-74.
  19. Cortese et al. (2016). J Am Acad Child Adolesc Psychiatry 2016;55(6):444–455.
  20. Daley D, Van Der Oord S, Ferrin M, Cortese S, Danckaerts M, Doepfner M, Van den Hoofdakker BJ, Coghill D, Thompson M, Asherson P, Banaschewski T, Brandeis D, Buitelaar J, Dittmann RW, Hollis C, Holtmann M, Konofal E, Lecendreux M, Rothenberger A, Santosh P, Simonoff E, Soutullo C, Steinhausen HC, Stringaris A, Taylor E, Wong ICK, Zuddas A, Sonuga-Barke EJ (2017). Practitioner Review: Current best practice in the use of parent training and other behavioural interventions in the treatment of children and adolescents with attention deficit hyperactivity disorder. J Child Psychol Psychiatry; doi: 10.1111/jcpp.12825. [Epub ahead of print]
  21. Daley, D., Oord, S. van der, Ferrin, M., Danckaerts, M., Doepfner, M., Cortese, S., & Sonuga-Barke, E.J. (2014). Behavioral interventions in attention-deficit/hyperactivity disorder: A meta-analysis of randomized controlled trials across multiple outcome domains. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 53 (8): 835-847.
  22. Daley D, O'Brien M. A small-scale randomized controlled trial of the self-help version of the New Forest Parent Training Programme for children with ADHD symptoms. European Child and Adolescent Psychiatry. 2013; 22(9):543-552.
  23. Dovis S., Van der Oord S., Wiers R., Prins P.# (2015). Improving Executive Functioning in Children with ADHD: Training Multiple Executive Functions within the Context of a Computer Game. A randomized double-blind placebo controlled trial. PLoS One, 10(4), art.nr. e0121651.
  24. Egeland J, Aarlien AK, Saunes BK. Few effects of far transfer of working memory training in ADHD: a randomized controlled trial. PloS One. 2013; 8(10):e75660
  25. Evans SW, Langberg JM, Schultz BK, Vaughn A, Altaye M, Marshall SA et al. Evaluation of a school-based treatment program for young adolescents with ADHD. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 2016; 84(1):15-30
  26. Evans SW, Schultz BK, DeMars CE. High school-based treatment for adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder: Results from a pilot study examining outcomes and dosage. School Psychology Review. 2014; 43(2):185-202
  27. Evans SW, Schultz BK, Demars CE, Davis H. Effectiveness of the Challenging Horizons After-School Program for young adolescents with ADHD. Behavioural and Cognitive Psychotherapy. 2011; 42(3):462-474
  28. Fabiano GA, Pelham WE, Cunningham CE, Yu J, Gangloff B, Buck M et al. A waitlist-controlled trial of behavioral parent training for fathers of children with ADHD. Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology. 2012; 41(3):337-345
  29. Fabiano GA, Vujnovic RK, Pelham WE, Waschbusch DA, Massetti GM, Pariseau ME et al. Enhancing the effectiveness of special education programming for children with attention deficit hyperactivity disorder using a daily report card. School Psychology Review. 2010; 39(2):219-239
  30. Fehlings DL, Roberts W, Humphries T, Dawe G. Attention deficit hyperactivity disorder: does cognitive behavioral therapy improve home behavior? Journal of Developmental and Behavioral Pediatrics. 1991; 12(4):223-228
  31. Ferrin M, Perez-Ayala V, El-Abd S, Lax-Pericall T, Jacobs B, Bilbow A et al. A randomized controlled trial evaluating the efficacy of a psychoeducation program for families of children and adolescents with ADHD in the United Kingdom: results after a 6-month follow-up. Journal of Attention Disorders. 2016; Epublication
  32. Geladé, K., Janssen, T.W., Bink, M., van Mourik, R., Maras, A., Oosterlaan, J. (2016). Behavioral Effects of Neurofeedback Compared to Stimulants and Physical Activity in Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder: A Randomized Controlled Trial. The Journal of Clinical Psychiatry. 10.4088/JCP.15m10149
  33. Gevensleben H, Holl B, Albrecht B, Vogel C, Schlamp D, Kratz O et al. Is neurofeedback an efficacious treatment for ADHD? A randomised controlled clinical trial. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines. 2009; 50(7):780-789
  34. Handen BL, Aman MG, Arnold LE, Hyman SL, Tumuluru RV, Lecavalier L et al. Atomoxetine, parent training, and their combination in children with autism spectrum disorder and attention-deficit/hyperactivity disorder. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 2015; 54(11):905-915
  35. Heinrich H, Gevensleben H, Freisleder FJ, Moll GH, Rothenberger A. Training of slow cortical potentials in attention-deficit/hyperactivity disorder: evidence for positive behavioral and neurophysiological effects. Biol Psychiatry. 2004;55:772-775.
  36. Hinfelaar, M. L., Verheijden, A. E., & Prins, P. J. M. (2011). ‘adhd, wat kan de juf (m/v) er mee?’ Een onderzoek naar de effectiviteit van een leerkrachttraining. Kind & Adolescent, 32, 66-83.
  37. Hoath F, Sanders M. A feasibility study of enhanced group Triple P - Positive Parenting Program for parents of children with attention-deficit/hyperactivity disorder. Behavioural Change. 2002; 2002(4):191-206
  38. Horn WF, Ialongo NS, Greenberg G, Packard T, Smith-Winberry C. Additive effect of behavioral parent training and self-control therapy with attention deficit hyperactivity disordered children. Journal of Clinical Child Psychology. 1990; 19:98-110
  39. Iseman JS, Naglieri JA. A cognitive strategy instruction to improve math calculation for children with ADHD and LD: a randomized controlled study. Journal of Learning Disabilities. 2011; 44(2):184-195
  40. Jensen PS, Arnold LE, Swanson JM, Vitiello B, Abikoff HB, Greenhill LL et al. 3-Year follow-up of the NIMH MTA study. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 2007; 46(8):989-1002
  41. Kaminski, J.W., Valle, L.A., Filene, J.H., & Boyle, C.L. (2008). A meta-analytic review of components associated with parent training program effectiveness. Journal of Abnormal Child Psychology; 36, 567–589
  42. Kermani F, Mohammadi MR, Yadegari F, Haresabadi F, Sadeghi SM. Working memory training in the form of structured games in children with attention deficit hyperactivity disorder. Iranian Journal of Psychiatry. 2016; 11(4):224-233
  43. Koerting J, Smith E, Knowles MM, Latter S, Elsey H, McCann DC, Thompson M, Sonuga-Barke EJ (2013). Barriers to, and facilitators of, parenting programmes for childhood behaviour problems: a qualitative synthesis of studies of parents' and professionals' perceptions. Eur Child Adolesc Psychiatry; 22(11):653-70.
  44. Langberg JM, Epstein JN, Becker SP, Girio-Herrera E, Vaughn AJ. Evaluation of the homework, organization, and planning skills (HOPS) intervention for middle school students with ADHD as implemented by school mental health providers. School of Psychology Review. 2012; 41(3):342-364
  45. Langberg JM, Epstein JN, Urbanowicz CM, Simon JO, Graham AJ. Efficacy of an organization skills intervention to improve the academic functioning of students with attention-deficit/hyperactivity disorder. School Psychology Quarterly. 2008; 23(3):407-417
  46. Lansbergen MM, van Dongen-Boomsma M, Buitelaar JK, Slaats-Willemse D. ADHD and EEG-neurofeedback: a double-blind randomized placebo-controlled feasibility study. Journal of Neural Transmission. 2011; 118(2):275-284
  47. Looyeh MY, Kamali K, Shafieian R. An exploratory study of the effectiveness of group narrative therapy on the school behavior of girls with attention-deficit/hyperactivity symptoms. Archives of Psychiatric Nursing. 2012; 26(5):404-410
  48. Martinussen, R., Hayden, J., Hogg-Johnson, S., & Tannock, R. (2005). A meta-analysis of working memory impairments in children with Attention-Deficit/ Hyperactivity Disorder. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 44(4), 377-384.
  49. Matos M, Bauermeister JJ, Bernal G. Parent-child interaction therapy for Puerto Rican preschool children with ADHD and behavior problems: a pilot efficacy study. Family Process. 2009; 48(2):232-252
  50. Merrill BM, Morrow AS, Altszuler AR, Macphee FL, Gnagy EM, Greiner AR et al. Improving homework performance among children with ADHD: a randomized clinical trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 2017; 85(2):111-122
  51. Miranda, A., Presentacion, M. J., & Soriano, M. (2002). Effectiveness of a school-based multicomponent program for the treatment of children with adhd. Journal of Learning Disabilities, 35, 546-562.
  52. Molina BS, Flory K, Bukstein OG, Greiner AR, Baker JL, Krug V et al. Feasibility and preliminary efficacy of an after-school program for middle schoolers with ADHD: a randomized trial in a large public middle school. Journal of Attention Disorders. 2008; 12(3):207-217
  53. Montoya A, Colom F, Ferrin M (2011). Is psychoeducation for parents and teachers of children and adolescents with ADHD efficacious? A systematic literature review. Eur Psychiatry; 26(3):166-75.
  54. Moretti-Altuna GE. The effects of meditation versus medication in the treatment of attention deficit disorder with hyperactivity. New York. St. John's University. 1987
  55. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (2013). Richtlijn oppositioneel-opstandige stoornis (ODD) en gedragsstoornis.
  56. NICE guideline (2013). Antisocial behaviour and conduct disorders in children and young people: recognition and management.
  57. Ostberg M, Rydell AM. An efficacy study of a combined parent and teacher management training programme for children with ADHD. Nordic Journal of Psychiatry. 2012; 66(2):123-130
  58. Pieterse, K., Luman, M., Paternotte, A., & Oosterlaan, J. (2013). Leerkrachtinterventies voor de aanpak van ADHD in de klas. Een overzicht van effectstudies. Kind en Adolescent, 34, 2-29. DOI: 10.1007/s12453-013-0001-4
  59. Pieterse, Phillips B, Ball C, Sackett D, et al. (2015). OxfordCentre for Evidence-Based Medicine: levels of evidence. http://www.cebm.net/oxford-centre-evidence- based-medicine-levels-evidence-march-2009/. AccessedSeptember1.
  60. Pisecco, S., Huzinec, C., & Curtis, D. (2001). The effect of child characteristics on teachers’ acceptability of classroom-based behavioral strategies and psychostimulant medication for the treatment of adhd. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 30,413-421
  61. Pfiffner LJ, Hinshaw SP, Owens E, Zalecki C, Kaiser NM, Villodas M et al. A two-site randomized clinical trial of integrated psychosocial treatment for ADHD-inattentive type. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 2014; 82(6):1115-1127
  62. Pfiffner LJ, Yee Mikami A, Huang-Pollock C, Easterlin B, Zalecki C, McBurnett K. A randomized, controlled trial of integrated home-school behavioral treatment for ADHD, predominantly inattentive type. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 2007; 46(8):1041-1050
  63. Power TJ, Mautone JA, Soffer SL, Clarke AT, Marshall SA, Sharman J et al. A family-school intervention for children with ADHD: results of a randomized clinical trial. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 2012; 80(4):611-623
  64. Rabiner DL, Murray DW, Skinner AT, Malone PS. A randomized trial of two promising computer-based interventions for students with attention difficulties. Journal of Abnormal Child Psychology. 2010; 38(1):131-142
  65. Schramm SA, Hennig T, Linderkamp F. Training problem solving and organizational skills in adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder: A randomized controlled trial. Journal of Cognitive Education and Psychology. 2016; 15(3):391-411
  66. Sibley MH, Graziano PA, Kuriyan AB, Coxe S, Pelham WE, Rodriguez L et al. Parent-teen behavior therapy + motivational interviewing for adolescents with ADHD. Journal of Consulting and Clinical Psychology. 2016; 84(8):699-712
  67. Sibley MH, Pelham Jr WE, Derefinko KJ, Kuriyan AB, Sanchez F, Graziano PA. A pilot trial of supporting teens' academic needs daily (STAND): A parent-adolescent collaborative intervention for ADHD. Journal of Psychopathology and Behavioral Assessment. 2013; 35(4):436-449
  68. Sonuga-Barke EJS, Barton J, Daley D, Hutchings J, Maishman T, Raftery J, Stanton L, Laver-Bradbury C, Chorozoglou M, Coghill D, Little L, Ruddock M, Radford M, Yao GL, Lee L, Gould L, Shipway L, Markomichali P, McGuirk J, Lowe M, Perez E, Lockwood J, Thompson MJJ (2017). A comparison of the clinical effectiveness and cost of specialised individually delivered parent training for preschool attention-deficit/hyperactivity disorder and a generic, group-based programme: a multi-centre, randomised controlled trial of the New Forest Parenting Programmeversus Incredible Years. Eur Child Adolesc Psychiatry; doi:10.1007/s00787-017-1054-3. [Epub ahead of print]
  69. Wymbs FA, Cunningham CE, Chen Y, Rimas HM, Deal K, Waschbusch DA, Pelham WE Jr (2016). Examining Parents' Preferences for Group and Individual Parent Training for Children with ADHD Symptoms. J Clin Child Adolesc Psychol; 45(5):614-631.
  70. Steiner NJ, Frenette EC, Rene KM, Brennan RT, Perrin EC. In-school neurofeedback training for ADHD: Sustained improvements from a randomized control trial. Pediatrics. 2014; 133(3):483-492
  71. Steiner NJ, Sheldrick RC, Gotthelf D, Perrin EC. Computer-based attention training in the schools for children with attention deficit/hyperactivity disorder: a preliminary trial. Clinical Pediatrics. 2011; 50(7):615-622
  72. Strehl, U. et al. (2017). Neurofeedback of Slow Cortical Potentials in Children with Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder: A Multicenter Randomized Trial Controlling for Unspecific Effects. Front Hum Neurosci. 2017;11:135. doi: 10.3389/fnhum.2017.00135.
  73. Tamm L, Epstein JN, Peugh JL, Nakonezny PA, Hughes CW. Preliminary data suggesting the efficacy of attention training for school-aged children with ADHD. Developmental Cognitive Neuroscience. 2013; 4:16-28
  74. Thompson MJ, Laver-Bradbury C, Ayres M, Le PE, Mead S, Dodds C et al. A small-scale randomized controlled trial of the revised new forest parenting programme for preschoolers with attention deficit hyperactivity disorder. European Child and Adolescent Psychiatry. 2009; 18(10):605-616
  75. Van den Hoofdakker BJ, van dV, Sytema S, Emmelkamp PMG, Minderaa RB, Nauta MH. Effectiveness of behavioral parent training for children with ADHD in routine clinical practice: A randomized controlled study. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 2007; 46(10):1263-1271
  76. Van der Oord S, Ponsioen AJ, Geurts HM, Ten Brink EL, Prins PJ. A pilot study of the efficacy of a computerized executive functioning remediation training with game elements for children with ADHD in an outpatient setting: outcome on parent- and teacher-rated executive functioning and ADHD behavior. Journal of Attention Disorders. 2014; 18(8):699-712
  77. Van Dongen-Boomsma M, Vollebregt MA, Slaats-Willemse D, Buitelaar JK. A randomized placebo-controlled trial of electroencephalographic (EEG) neurofeedback in children with attention-deficit/hyperactivity disorder. Journal of Clinical Psychiatry. 2013; 74(8):821-827
  78. Veenman, B. Y., Luman, M., & Oosterlaan, J. (2016). A Randomized Effectiveness Trial of a Behavioral Teacher Program Targeting ADHD Symptoms. Journal of Attention Disorders. DOI: 10.1177/1087054716658124
  79. Vernon, D., Frick, A., Gruzelier, J. (2004). Neurofeedback as a treatment for ADHD: a methodological review with implications for future research. J Neurother;8:53-82.
  80. Webster-Stratton CH, Reid MJ, Beauchaine T. Combining parent and child training for young children with ADHD. Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology. 2011; 40(2):191-203
  81. Willcutt, E. G., Doyle, A. E., Nigg, J. T., Faraone, S. V., & Pennington, B. F. (2005). Validity of the executive function theory of attention-deficit/hyperactivity disorder: a meta-analytic review. Biological Psychiatry, 57(11), 1336–46.
  82. Wilson, S. J. and Lipsey, M. W. (2007). School-Based Interventions for Aggressive and Disruptive Behavior: Update of a Meta-Analysis. American Journal of Preventive Medicine, 33 (2 Suppl): S130–S143.

De evidence tabellen, GRADE tabellen en forest plots voor deze module zijn online beschikbaar op https://www.nice.org.uk/guidance/ng87/evidence.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-06-2018

Laatst geautoriseerd  : 01-06-2018

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz  zijn regiehouder van deze richtlijnmodules en eerstverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling van de richtlijnmodules. De andere deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

 

Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijnmodules is de werkgroep niet in stand gehouden. Uiterlijk in 2023 bepaalt het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie of de modules nog actueel zijn. Op modulair niveau is een onderhoudsplan beschreven. Bij het opstellen van de richtlijnmodules heeft de werkgroep per module een inschatting gemaakt over de maximale termijn waarop herbeoordeling moet plaatsvinden en eventuele aandachtspunten geformuleerd die van belang zijn bij een toekomstige herziening (update). De geldigheid van de richtlijnmodules komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Algemene gegevens

De ontwikkeling van de modules screening, diagnostiek, monitoring en medicamenteuze behandeling bij kinderen en jongeren met ADHD werd ondersteund door het Kennisinstituut van Medisch Specialisten (www.kennisinstituut.nl) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De ontwikkeling van de modules niet-farmacologische behandeling en combinatiebehandeling voor kinderen, jongeren en volwassenen, werd ondersteund door het Trimbosinstituut en gefinancierd vanuit Het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz.

Doel en doelgroep

Doel

Aanbevelingen formuleren voor de diagnostiek en behandeling bij kinderen, jongeren en volwassenen met ADHD.

 

Doelgroep

Psychiaters, kinder- en jeugdartsen, psychologen, huisartsen, vaktherapeuten, verpleegkundigen en verzorgenden.

Samenstelling werkgroep

Deze richtlijnmodules zijn ontwikkeld als onderdeel van een project voor het ontwikkelen van de zorgstandaard ADHD. Dit project waarin de zorgstandaard is ontwikkeld is begeleid door het Trimbos instituut. Voor het ontwikkelen van de zorgstandaard is in 2016 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met ADHD te maken hebben. Deze werkgroep heeft parallel aan de zorgstandaard ook de richtlijnmodules ontwikkeld.

 

De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname.

  • prof. dr. W.A. Nolen, psychiater, NVvP (voorzitter)
  • P.J. Carpentier, psychiater, NVvP
  • B. Levelink, kinderarts, NVK
  • R. R. Pereira, kinderarts, Impuls en woordblindheid
  • S.J.M. Schrevel, patiëntvertegenwoordiger, Impuls en woordblindheid
  • L. Singor, oudervertegenwoordiger, Balans
  • S. van Manen, huisarts, NHG
  • W. Göttgens-Jansen, apotheker, KNMP
  • B.J. van den Hoofdakker, klinisch psycholoog, NIP
  • G. van de Loo-Neus, kinder- en jeugdpsychiater, NVvP
  • G. Jol-Rikkers, jeugdarts, AJN
  • M. Broekhuizen, LVVP
  • A. Driessen, V&VN
  • I. de Noord, VVGN

Belangenverklaringen

De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling” is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met evt. belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Driessen

 

 

Jeugdverpleegkundige

V&VN - vakgroep Jeugd

 

geen

Levelink

 

Kinderarts sociale pediatrie, GGZ De Mutsaersstichting en   Kinderrevalidatiecentrum Adelante;  promotieonderzoek mbt ADHD bij vakgroep kindergeneeskunde van het UMC Maastricht.

geen

Zitting in de werkgroep gepaste zorg van het Ministerie van Volksgezondheid icm onderwijs

geen

van den Hoofdakker

Klinisch psycholoog/ gedragstherapeut polikliniek kinder- en jeugdpsychiatrie, Accare Universitair Centrum Groningen (25%)
Senior onderzoeker -Accare Universitair Centrum Groningen (45%)

geen

-Research grants: ZonMw, NWO, UMCG. Participatie in onderzoeksgroepen met subsidies van ZonMw, NWO, Accare, gemeentes, Shire
Projectleider Consortium ADHD en druk gedrag (subsidie ZonMw) Hoofdaanvrager Academische Werkplaats ADHD en druk gedrag (subsidie ZonMw)

-(Mede) ontwikkelaar van oudertrainingsprogramma voor ouders van kinderen met ADHD en gedragsproblemen (BPTG), zonder financiële belangen.

-(Mede) redacteur van het boekje "Sociaal onhandig. Over de  opvoeding  van kinderen met ADHD en PDDNOS",

geen

Visser

 

Balans academy, patiëntenvereniging, NVA/Balans, trainer, Ouderpower, vrijwilligersvergoeding

 

-Mijn gezin en ik hebben ADHD. -lid van een werkgroep van Impuls en Woortblind en contactpersoon passend onderwijs, vrijwilliger European Brains@Work: ambassadeur op gebied van bewustwording neurodiversiteit bij werknemers, Vrijwilliger bij Loesje.nl, vrijwillgersvergoeding

-Expertise op gebied van theoretische onderbouwing van de MatriXmethode: MatriXmethode Instituut Docent Masterclass Onder de Loep, betaald

-Eigenaar praktijk Veelkant, BATC natuurgericht vakspecialist zingeving

geen

Rikkers

 

Jeugdarts Kinderpraktijk Zoetermeer

Bestuurslid AJN, Jeugdartsen GGZ
Lid commissie VergaderVoorbereidingscommissie WC AJN
alles onbezoldigd

zelf diagnose ADHD/ dochter met ADHD

geen

van de Loo-Neus

 

Kinder- en Jeugdpsychiater 28 uur;
Manager behandelzaken ADHD zorglijn 8 uur

Expert Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie ADHD, onbetaald

-man en kinderen hebben ADHD

-Aan de zijlijn betrokken bij MASK onderzoek, discontinuation trial van methylfenidaat (farmaceutische industrie betrokken bij de levering van medicatie). ZonMw heeft deel gefinancierd.

-Aanvraag voor TOPGGz van de ADHD zorglijn Karakter UC.

geen

de Noord

 

Verslavingsarts KNMG werkzaam bij Bouwman GGZ/Antes

Bestuurslid VVGN

geen

 

Singor

 

ervaringsdeskundige ouder namens de oudervereniging Balans

Advies en informatielijn medewerkster bij de oudervereniging Balans (onbetaald);
Namens Balans deelname aan academische werkplaats ADHD en druk gedrag (subsidieaanvraag bij ZonMW). (onbetaald)
Pedagodogisch medewerkster in de kinderopvang. (betaald)

nvt

 

Broekhuizen-Holtes

 

Klinisch psycholoog/ gedragstherapeut polikliniek kinder- en jeugdpsychiatrie, Accare Universitair Centrum Groningen (25%);
Klinisch psycholoog in Eigen praktijk VRIJ en Praktijk Mieke Broekhuizen
Klinisch psycholoog bij GGZ MTSR Geleen

-

geen

 

 

Carpentier

Psychiater, Ambulante Specialistische Behandeling, Reinier van Arkel, den Bosch

Lid Commissie van Toezicht, PI Vught (onbezoldigd)
 Voorzitter Bestuur ADHD Netwerk, den Haag (onbezoldigd)

geen

geen

Pereira

Kinderarts, 20 uur/week, MC kinderplein Rotterdam, betaald
Voorzitter Impuls & Woortblind

Bestuurslid ADHD netwerk (onbetaald)
Editorial chief ADHD Practice (onkostenvergoeding)

Deelname onderzoek over invloed van microbiosen op ADHD (gefinancierd door particulier fonds)

geen

Schrevel

Docent HBO-V Haagse Hogeschool; Neemt deel als lid van Impuls

 

geen

geen

Van Manen

Huisarts, kaderarts GGZ

Medisch directeur van Stichting Haspel, een zorggroep die POH GGZ plaatst en schoolt in de regio Noord Brabant Noord Oost; Lid van opleidingscommissie POH GGZ van RINOZuid ; docent aan de opleiding POH GGZ RINOZuid. (betaald)

Lid van Psyhag, de expertgroep GGZ, welke onder de paraplu van het NHG valt

geen

Gottgens

Openbaar apotheker/ opleider Apotheek Blanckenburgh 0,6 fte; Docent vervolgopleiding specialisme openbaar apotheker 0,1 fte; Junior onderzoeker 0,2 fte

Columnist Pharmaceutisch Weekblad- vergoeding per column 6-7x per jaar

geen

geen

Nolen

Emeritus Hoogleraar Psychiatrie, UMC Groningen

Adviseur Specialistisch Centrum Bipolaire Stoornissen (SCBS), Dimence, Deventer
- Betaald op basis van declaraties

2011-2016:

- onderzoekssubsidies op gebied bipolaire stoornissen van ZonMw en Europese Unie

- lid van adviesraad Daleco Pharma t.a.v. registratie van antidepressivum Tracydal (tranylcypromine) voor indicatie medicatie-resistente depressie

-gesproken op symposia over bipolaire stoornissen en depressie, gesponsored door Astra Zeneca en Lundbeck

geen

Inbreng patiëntenperspectief

Een afgevaardigde van de patiëntenvereniging Implus en woordblindheid en een afgevaardigde van de oudervereniging Balans waren lid de werkgroep. Deze afgevaardigden hebben tijdens de ontwikkeling van de zorgstandaard en richtlijnmodules een enquête gehouden onder hun achterban. Een verslag hiervan is besproken in de werkgroep en verwerkt in de zorgstandaard ADHD.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijnmodules en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De zorgstandaard ADHD wordt als een belangrijk product voor de implementatie gezien.

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodules zijn opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Voor een stap-voor-stap beschrijving hoe een evidence-based richtlijn tot stand komt wordt verwezen naar het stappenplan Ontwikkeling van Medisch Specialistische Richtlijnen van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten en het Procedureboek Richtlijnontwikkeling (Handleiding voor GGZ-richtlijnen) van het Trimbos-instituut.

 

Knelpuntenanalyse en gebruik internationale richtlijn

Deze richtlijnmodules zijn ontwikkeld als onderdeel van een project voor het ontwikkelen van de zorgstandaard ADHD. Bij aanvang van het schrijven van de zorgstandaard ADHD inventariseerden de voorzitter van de werkgroep en de adviseur de knelpunten rond ADHD. De zorgstandaard beoogt het gehele zorgtraject voor mensen (kinderen én volwassenen) met ADHD te beschrijven. Deze zorgstandaard is waar mogelijk en van toepassing gebaseerd op bestaande richtlijnen.

 

Gelijktijdig met het ontwikkelen van de zorgstandaard is door NICE in het Verenigd Koninkrijk hun richtlijn ADHD herzien (https://www.nice.org.uk/guidance/cg72). In overleg met opdrachtgever NVvP, is besloten zoveel mogelijk aan te sluiten bij de herziening van de NICE richtlijn. Waar mogelijk is gebruik gemaakt van het literatuuronderzoek uitgevoerd door NICE. Voor een aantal onderwerpen werd door het Trimbos instituut samengewerkt met NICE bij het uitvoeren van het literatuuronderzoek. In de herziening van de NICE richtlijn zou het onderwerp met betrekking tot het gebruik van instrumenten voor de screening, de diagnostiek en het monitoren van het beloop bij kinderen met ADHD niet meegenomen worden (NICE 2016). Vanuit de werkgroep werd aangegeven dat deze vraag naar de waarde van vragenlijsten bij de screening, diagnostiek en monitoring belangrijk is voor de praktijk. Vervolgens is binnen de werkgroep besloten drie richtlijnmodules zelf te ontwikkelen met betrekking tot vragenlijsten voor screening, diagnostiek en monitoring bij kinderen met ADHD. Het betreft een gedeeltelijke herziening van de multidisciplinaire richtlijn ADHD bij kinderen (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ 2005), maar aangezien deze richtlijn niet voldoet aan de eisen zoals beschreven in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0, is besloten deze modules geheel opnieuw te ontwikkelen.

 

Voor de richtlijnmodules met betrekking tot behandeling bij kinderen met ADHD is gebruik gemaakt van het systematisch literatuuronderzoek dat is uitgevoerd als onderdeel van de herziene NICE richtlijn. De resultaten van het literatuuronderzoek werden in september 2017 beschikbaar gesteld bij het publiceren van de conceptrichtlijn van NICE. Bij de uitgangvraag die is gebaseerd op een internationale richtlijn, is alleen gebruik gemaakt van het literatuuronderzoek tot en met de conclusies. Vervolgens zijn door de Nederlandse werkgroep de eigen overwegingen en aanbevelingen geformuleerd, waarbij is uitgegaan van de Nederlandse context (zie hieronder).

 

Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur

Voor de afzonderlijke uitgangsvragen op het gebied van screening, diagnose en monitoring is aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. De werkgroepleden selecteerden de via de zoekactie gevonden artikelen op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden in de module met desbetreffende uitgangsvraag.

 

Kwaliteitsbeoordeling

De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen werden overzichtelijk weergegeven in evidence tabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrument is de QUADAS II voor diagnostisch onderzoek. Voor de uitgangsvraag over instrumenten voor monitoring is de COSMIN checklist gebruikt gericht op studies naar de responsiviteit van vragenlijsten (Terwee 2012).

 

De sterkte van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode  voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008). GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, matig, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013). 

 

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie verandert wanneer er  resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Matig

  • er is matige zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is mogelijk dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • er is een reële kans dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

 

Formuleren van de conclusies

Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in een of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE methodiek. Bij de modules over behandeling zijn de conclusies bij het literatuuronderzoek van NICE overgenomen. NICE heeft hierbij tevens de GRADE methodiek toegepast. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overall bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de kritieke uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overall conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals de expertise van de werkgroepleden, de waarden en voorkeuren van de patiënt (patient values and preferences), kosten, beschikbaarheid van voorzieningen en organisatorische zaken. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ (Van bewijs naar aanbeveling).  

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.

 

Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)

Bij de zorgstandaard ADHD is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Bij deze richtlijnmodules is geen aparte module hierover geschreven.

 

Kennislacunes

Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijnmodules is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodules werden aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren zijn de richtlijnmodules aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodules zijn aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, et al. AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348.

Kennisinstituut van de Federatie voor Medisch Specialisten (2016). Adapteren van internationale richtlijnen naar de Nederlandse praktijk. Adviesrapport

Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ. Multidisciplinaire Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van ADHD bij kinderen en jeugdigen (2005). Trimbos-instituut, Utrecht (art.no.: AF0635)

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html

NICE 2016. National institute for health and care excellence. Guideline scope. Attention deficit hyperactivity disorder: diagnosis and management.

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

Schünemann HJ, Oxman AD, Brozek J, et al. Grading quality of evidence and strength of recommendations for diagnostic tests and strategies. BMJ. 2008;336(7653):1106-10. doi: 10.1136/bmj.39500.677199.AE. Erratum in: BMJ. 2008;336(7654). doi: 10.1136/bmj.a139. PubMed PMID: 18483053.

Ontwikkeling van Medisch Specialistische Richtlijnen: stappenplan. Kennisinstituut van Medisch Specialisten.

Terwee CB, Mokkink LB, Knol DL, Ostelo RWJG, Bouter LM, de Vet HCW. Rating the methodological quality in systematic reviews of studies on measurement properties: a scoring system for the COSMIN checklist. Qual Life Res (2012) 21:651–7.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Medicamenteuze behandeling ADHD bij kinderen