Actinische keratose (AK)

Initiatief: NVDV Aantal modules: 10

Startpagina - Actinische Keratose (AK)

Waar gaat deze richtlijn over?

De richtlijn omvat een overzicht van de zorg met betrekking tot actinische keratosen, waarbij er gestoeld wordt op de hedendaagse wetenschappelijke en klinische onderbouwing. De richtlijn behandelt de klinische aspecten van actinische keratosen, de pathologie, behandeling, preventie en follow-up.

In de herziening van 2021 zijn de aanbevelingen ten aanzien van de behandeling van actinische keratosen geheel herzien. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen patiënten met een/enkele solitaire actinische keratosen en patiënten met actinische veldveranderingen. Verschillende behandelopties zijn vergeleken. Hieruit vloeit een aantal aanbevelingen voort ten aanzien van de verschillende behandelopties, waarbij onder andere het behandeleffect en de voorkeur van de patiënt tegen elkaar worden gewogen.

Gezien de behoefte aan goede voorlichting voor de patiënt is er een extra module opgenomen waarin de verschillende aspecten omtrent de voorlichting aan de patiënt aan bod komen.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

De richtlijn is primair bedoeld voor behandelend medisch specialisten en andere zorgprofessionals die betrokken zijn bij de bij zorgverlening rondom actinische keratosen; dermatologen, huisartsen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, huidtherapeuten en dermatologie verpleegkundigen. Tevens zal er een breed draagvlak vanuit de betrokken patiëntenorganisaties zijn.

 

Voor patiënten

Actinische keratose (AK) is de meest voorkomende potentieel premaligne huidafwijking. Premaligne wil zeggen dat zich hieruit na verloop van tijd huidkanker kan ontwikkelen in de vorm van een plaveiselcelcarcinoom. Actinisch betekent ‘veroorzaakt door zonlicht’ en keratose is de term voor een verhoorningsstoornis van de huid.

Actinische keratosen zijn kleine, ruw aanvoelende plekjes op de huid, vaak met een lichtbruine kleur. De plekjes zitten vooral op het gezicht, de hoofdhuid, de handruggen, de onderste helft van de armen of het decolleté (de borst) bij vrouwen. Aanvankelijk zijn ze beter te voelen (als ruwe plekjes) dan te zien. Soms zijn ze licht pijnlijk bij aanraking. Na verloop van tijd worden het duidelijk zichtbare plekken met een verhoornd of korstig oppervlak. Vaak geven deze plekken jeuk en irritatie, wat kan leiden tot krabben en bloeden. De huid in de omgeving kan het aspect krijgen van eczeem (= rood en gezwollen). Dan spreekt men van actinische dermatitis.

De diagnose actinische keratose kan meestal met het blote oog worden gesteld. Indien er twijfel bestaat over de diagnose, kan een huidbiopt worden afgenomen om huidkanker uit te sluiten.

 

Het natuurlijk beloop van actinische keratosen blijft onduidelijk. Slechts de minderheid van de actinische keratosen gaat daadwerkelijk over in huidkanker. Vandaar dat het zaak is te weten wanneer men aan de bel moet trekken en wanneer dat niet hoeft.

De noodzaak van het vroegtijdig behandelen van actinische keratose om het risico op huidkanker te verlagen is niet aangetoond. Het beloop is echter niet te voorspellen en daarnaast kunnen actinische keratosen ook allerlei klachten geven, wat behandeling wenselijk maakt. Deze klachten kunnen cosmetisch van aard zijn, vooral omdat actinische keratosen voorkomen op goed zichtbare, aan zonlicht blootgestelde plekken, namelijk de handruggen, de onderarmen, het gelaat en de kale schedelhuid. Ook kunnen ze irritatie, een branderig gevoel of pijn bij aanraking veroorzaken.

Meer informatie over actinische keratosen is te vinden op www.thuisarts.nl en op www.nvdv.nl

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN) en de Patiëntenfederatie Nederland. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door inbreng van de Patiëntenfederatie Nederland ten aanzien van communicatie met de patiënt. Daarnaast is de richtlijn ter commentaar opgestuurd naar diverse stakeholders, zoals de betrokken specialismen en vertegenwoordiger van de patiëntenorganisatie.

 

Toepassen

De definities die in deze richtlijn gebruikt zijn, worden toegelicht in de bijlage “Algemene inleiding”.

Volgende:
Klinische aspecten