Nieuwe leidraad Infusietechnologie
De nieuwe leidraad Infusietechnologie bundelt voor het eerst randvoorwaarden voor veilig en doelmatig gebruik van infusietechnologie. Dit ondersteunt standaardisatie van werkprocessen en versterkt de patiëntveiligheid.
Infusietechnologie is een van de meest gebruikte vormen van medische technologie in ziekenhuizen. Vrijwel elke arts schrijft het voor, vrijwel elke verpleegkundige past het toe en vrijwel elke patiënt komt ermee in aanraking. Tegelijk variëren systemen, werkprocessen en digitalisering tussen instellingen. Dit kan risico’s geven voor patiëntveiligheid. De nieuwe leidraad biedt een overkoepelend kader om keuzes en processen rond infusietechnologie te standaardiseren. Dit ondersteunt zorgprofessionals bij veilige toepassing, betere samenwerking en efficiëntere zorgprocessen.
Wat staat erin?
De leidraad beschrijft welke factoren van belang zijn bij de inzet van infusietechnologie en hoe veiligheid geborgd wordt. De modules richten zich op het samenspel van apparatuur, medicatie en expertise.
- Toedieningssysteem en expertise: Beschrijft welke aspecten relevant zijn bij de keuze voor pompen, infuuslijnen en spuiten. Ook wordt benoemd welke expertise nodig is bij de start van intraveneuze therapie.
- Medicatiebibliotheken: Geeft aanbevelingen voor het gebruik en inrichten van medicatiebibliotheken, inclusief aandacht voor integratie van het elektronisch patiëntendossier en medicatieveiligheid.
- Multi-infusie: Geeft handvatten voor de veilige toepassing van gelijktijdige infusies, met aandacht voor risico’s en beheersmaatregelen.
Samenwerking
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF), in samenwerking met vertegenwoordigers van de ziekenhuisapothekers (NVZA), verpleegkundig specialisten (V&VN), instrumentatietechnici (VZI), intensivisten (NVIC), anesthesiologen (NVA), mdl-artsen (NVMDL), medisch technici (WIBAZ), biomedisch technologen (BMTZ) en patiëntvertegenwoordigers (Patiëntenfederatie Nederland).
Het traject is begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).