Implementatieplan

Implementatietabel

Vraag

Antwoord:

Kruis aan en licht toe/ beschrijf

Toelichting keuze:

1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

 

Ongewenste praktijkvariatie

 

 

Nieuwe evidentie

 

x

Anders

Patiënten ervaren psychosociale last van deze aandoening.

2. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

 

< 1000

 

< 5000

 

5000-40.000

x

> 40.000

3. Is de aanbeveling onderdeel van een bredere set interventies of verwant aan andere richtlijnen of modules? Zo ja, hoe verhoudt zij zich daartoe en moet hiermee rekening worden gehouden bij de implementatie, of kan de aanbeveling als losstaand worden beschouwd?

 

Ja

 

x

Nee

De aanbeveling kan als losstaand worden beschouwd. Zolang er geen specifieke wetenschappelijke kennis over dit onderwerp beschikbaar is kan deze aanbeveling in samenhang gezien worden met de Kwaliteitsstandaard Psychosociale zorg waarnaar in de Richtlijn verwezen wordt. Deze wordt mogelijk in 2026 herzien.

4. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

 

Belemmerende factoren

Bevorderende factoren/ kansen

Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

 

x

Onvoldoende studies naar CGT bij fecale incontinentie specifiek

Meer aandacht voor studies over CGT bij deze patiëntenpopulatie

Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen/verpleegkundig specialist, bekkenfysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen-seksuologen NVVS)

 

x

Ontvankelijkheid voor de relatie psyche en soma

 

Kennis over gevolgenmodel (kunnen differentiëren tussen medische en psychologische aspecten) en hierop doorverwijzen.


Patiënt/ cliënt (naasten)

 

x

Ontvankelijkheid voor de relatie psyche en soma

Eerdere positieve ervaringen met psychosociale of seksuologische hulp; therapietrouw van de patiënt

Sociale context

 

x

Klacht van fecale incontinentie wordt gezien als taboe

Doorbreken van schaamte

Organisatorische context

 

x

Gebrek aan zorgverleners met specifieke expertise

Opleidingen en trainingen gericht op vergroten van de kennis gericht op deze patiëntengroep

Financiële en juridische context

 

x

Onvoldoende duidelijkheid over of het ontbreken van structurele bekostiging binnen de huidige DBC-structuur voor consult bij een gezondheidszorgpsycholoog-seksuoloog NVVS.

Evalueren of vergoeding in medische DBC mogelijk is voor consult van patiënten bij gezondheidszorgpsycholoog-seksuoloog NVVS

5. A) Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk? (kruis aan)

 

B) Wat is er nodig van deze personen/partijen om de aanbeveling in de praktijk te kunnen brengen? Denk aan aanpassingen in gedrag, werkwijzen, beleid, samenwerking of andere randvoorwaarden.

 

A

B

x

Patiënt/ cliënt (naaste)

Adequate voorlichting over mogelijke behandelopties

x

Professional

Kennis van de richtlijn, bewust zijn van mogelijkheden tot verwijzing

x

Beroepsvereniging, nl

NVMDL, NIP

 

Disseminatie van de richtlijn

x

Ziekenhuis (raad van bestuur/UMCNL (voorheen NFU)/NVZ)

Afspraken over verwijzing naar gezondheidszorgpsycholoog-seksuoloog NVVS

x

Zorgverzekeraars/ NZa

Evalueren van vergoedingen voor een consult bij gezondheidszorgpsycholoog-seksuoloog NVVS

 

Zorginstituut [duiding nodig]

 

 

Anders 

 

6. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

 

x

< 1 jaar

 

 

binnen 2-3 jaar

 

 

I7. Conclusie: is er extra actie en/of ondersteuning nodig voor implementatie van de aanbeveling?

De reguliere implementatieroutes (publicatie en disseminatie via officiele kanalen, opname in professionele standaarden, scholing en nascholing, gebruik van bestaande ICT systemen, audits en visitaties) van de richtlijnmodule alleen is onvoldoende.

 

Ja

 

x

Nee

 

I8. Plaatsing op de Landelijke Implementatieagenda Medisch Specialistische zorg is gewenst. Het gaat om zorg die (grotendeels) wordt uitgevoerd binnen de ziekenhuismuren. Succesvolle implementatie vraagt om actieve betrokkenheid en samenwerking van meerdere relevante partijen binnen de zorgpraktijk.

x

Ja *