Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1

Houdt bij patiënten met een onbehandeld, asymptomatisch meningeoom zonder aanvullende risicofactoren een scan-schema aan van: 1, 3, 6, 10 en 15 jaar na diagnose, waarbij uitgaande van een stabiele situatie het interval na iedere scan uitbreidt.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

 

Ongewenste praktijkvariatie

Nieuwe evidentie

 

Toelichting:

De scanschema’s uit de vorige richtlijn worden in de praktijk als te conservatief ervaren. Dit zorgt voor onnodige belasting van zowel patiënt als zorgsystemen. Nieuwe inzichten op basis van nieuwe wetenschappelijke publicaties en praktijkervaring op basis van expert opinion geven aan dat voor het meerendeel van de patiënten veilig een lagere scanfrequentie kan worden aangehouden en dat follow-up tot een leeftijd van 80 jaar niet noodzakelijk is.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

5.000-40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Deze aanbeveling betreft nadrukkelijk een vorm van de-implementatie van bestaande zorg, waarbij minder frequente en eindige follow-up wordt geadviseerd bij laagrisicopatiënten.

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Afwijking van langdurige, ingeburgerde follow-upschema’s uit eerdere richtlijnen kan leiden tot terughoudendheid bij het loslaten van jaarlijkse controles

Een vast en landelijk afgestemd scanschema vermindert praktijkvariatie en biedt duidelijkheid over eindige follow-up bij laagrisicopatiënten.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)
 

Met name de omschakeling in scan frequentie en het beïndigen van de follow-up zal voor zorgverleners een mogelijk struikelblok vormen

Expliciete richtlijnaanbevelingen ondersteunen zorgverleners bij het aanpassen van bestaande routines en moet behandelaars vertrouwen geven om dit ook in de praktijk toe te passen.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

De invoering van het nieuwe scanschema zorgt voor patiënten die al in de follow-up zitten voor een verandering in scanfrequentie en mogelijk zelfs het beïndigen van de follow-up. Deze wijziging ten opzichte van de vorige richtlijn kan voor verwarring/onzekerheid zorgen bij patiënten.

Minder frequente beeldvorming vermindert belasting en mogelijk scan-gerelateerde angst, mits goed toegelicht.

  1. Sociale context

 

 

  1. Organisatorische context

 

Vermindering van MRI-gebruik draagt bij aan efficiënter gebruik van zorgcapaciteit

  1. Economische en politieke context

 

De aanbeveling ondersteunt doelmatig gebruik van diagnostiek zonder aantoonbaar verlies aan veiligheid.

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

Patiënt/cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging

Ziekenhuis(bestuurder)

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

Zorgverleners dienen het aangepaste scanschema consequent toe te passen bij patiënten zonder aanvullende risicofactoren en dit beleid actief met patiënten te bespreken. Zorgorganisaties dienen bestaande follow-upafspraken en planningsprocessen hierop aan te passen

Zowel arts als patiënt dient voldoende vertrouwen in het scanschema te hebben om dit in de praktijk toe te passen en de follow-up indien stabiel ook conform het scanschema te beëindigen.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

<1 jaar

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

Nee

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.

 

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 2

Houdt bij patiënten met de volgende risicofactoren een scanschema aan van 1, 2, 4, 6, 10, 14, 18 na diagnose):

·               Diagnose <40 jaar;

·               hoog T2 signaal;

·               peritumoraal oedeem;

·               groot meningeoom (≥3 cm);

·               meningeoom waarbij geringe groei zal leiden tot een behandelindicatie.

Bij groei, start weer met een scan na 1 jaar en breid weer uit conform bovenstaand schema.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

 

Anders

 

Toelichting:

De huidige richtlijn heeft een te hoge scanfrequentie. Deze wordt verminderd maar niet voor alle patiënten. Patiënten met bepaalde risicofactoren krijgen een andere scanfrequentie om mogelijk groei toch snel te kunnen ondervangen. Deze aanbeveling komt dus voort uit de verlaging van scanfrequentie voor patiënten zonder risicofactoren.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

<1000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Deze aanbeveling vormt een aanvulling op het scanschema voor patiënten zonder risicofactoren en maakt onderdeel uit van een samenhangend beleid gericht op risicogestuurde follow-up bij asymptomatische intracraniële meningeomen.

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

De aanbeveling wijkt af van uniforme follow-upschema’s uit eerdere richtlijnen en introduceert een gedifferentieerd beleid op basis van risicofactoren

Expliciete definiëring van risicofactoren en bijbehorend scanschema ondersteunt consistente toepassing in de klinische praktijk.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)
 

Het toepassen van verschillende scanschema’s vraagt een actieve afweging en kan afwijken van bestaande routines.

De aanbeveling biedt duidelijke handvatten om follow-up af te stemmen op het individuele risicoprofiel van de patiënt.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Aanpassing van een lopend follow-upschema kan onzekerheid veroorzaken, met name wanneer follow-up minder frequent of eindig wordt.

Een aangepast schema kan worden ervaren als passend bij het individuele risico, mits goed toegelicht.

  1. Sociale context

 

 

  1. Organisatorische context

 

Risicogestuurde follow-up maakt efficiënter gebruik van MRI-capaciteit mogelijk, terwijl intensievere controle behouden blijft voor patiënten met een verhoogd risico

  1. Economische en politieke context

 

Gerichte inzet van follow-up draagt bij aan doelmatig gebruik van diagnostiek zonder afbreuk te doen aan patiëntveiligheid

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

Patiënt/cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging

Ziekenhuis(bestuurder)

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

Zorgverleners dienen patiënten met aanvullende risicofactoren te identificeren en het aangepaste scanschema consequent toe te passen. Bij patiënten die reeds in follow-up zijn, dient het gewijzigde beleid expliciet te worden besproken en vastgelegd. Zorgorganisaties dienen hun follow-upplanning en registratiesystemen hierop aan te passen

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

<1 jaar

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

Nee
De aanbeveling kan binnen bestaande zorgstructuren worden geïmplementeerd en sluit aan bij het bredere beleid van risicogestuurde en doelmatige follow-up.

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.

 

Tabel B: Implementatietabel

Sub-aanbeveling 1:

Overweeg de follow-up te stoppen na 10 jaar bij kleine (<2 cm) en/of volledig verkalkte meningeomen.

Op basis van de beschikbare evidentie en ervaring uit de praktijk kon er onvoldoende richting aan de besluitvorming worden gegeven. Om die reden is er geen beschrijving van belemmeringen en kansen voor implementatie van de aanbeveling toegevoegd. Disseminatie van de kennis in deze module verloopt via de standaard route. De module wordt gepubliceerd op de Richtlijnendatabase.

Sub-aanbeveling 2:

Stop de follow-up na 15 jaar bij patienten zonder verhoogd risico en bij 18 jaar bij patienten met hoog risico. Overweeg enkel bij specifieke patientengroepen, bijvoorbeeld jonge patiënten of patienten met meningeomen op vitale locaties om een zeer laag frequente follow-up te handhaven, zoals eens in de 5 jaar.

Op basis van de beschikbare evidentie en ervaring uit de praktijk kon er onvoldoende richting aan de besluitvorming worden gegeven. Om die reden is er geen beschrijving van belemmeringen en kansen voor implementatie van de aanbeveling toegevoegd. Disseminatie van de kennis in deze module verloopt via de standaard route. De module wordt gepubliceerd op de Richtlijnendatabase.

Aanbeveling 3:

Overweeg bij follow-up van goed afgrensbare convexiteit/parasagitaal/falx meningeomen te scannen zonder contrast, bij voorkeur middels isotrope 3D-sequenties.

Op basis van de beschikbare evidentie en ervaring uit de praktijk kon er onvoldoende richting aan de besluitvorming worden gegeven. Om die reden is er geen beschrijving van belemmeringen en kansen voor implementatie van de aanbeveling toegevoegd. Disseminatie van de kennis in deze module verloopt via de standaard route. De module wordt gepubliceerd op de Richtlijnendatabase.